Alkmaar moet een kenniscentrum voor kernenergie worden. Dat vinden het regio-orgaan SIA, de gemeente, provincie en meerdere hogescholen. Het plan is om een onderwijs- en onderzoekcentrum op te zetten bij InHolland, vooral gericht op de medische sector. Radioactief materiaal kan onder meer worden gebruikt voor bestraling en het opsporing van hart- en vaatziekten. De OPA-fractie zou later graag ook een kleine kernreactor binnen de grenzen van gemeente Alkmaar zien.
Regio-orgaan SIA, een grote onderzoeksorganisatie, ziet daarvoor een vruchtbare bodem in Alkmaar: Alkmaar als brein sluit dan naadloos aan bij Petten, op dit moment het kloppend hart van de kernenergie in de provincie. In Petten staat een kernenergiecentrum met een kleine reactor en een campus met ruim duizend experts.
Ook is er de Europese school, nu nog in Bergen, maar straks in Alkmaar.
Het plan in Alkmaar is in eerste instantie expliciet gericht op opleiding en onderzoek. Níet op de komst van een nucleaire installatie.
Dat laatste vindt Henk Adriaanse van OPA, kernenergieaanmoediger en een van de klimaatburgemeesters van Alkmaar, jammer. Pak gelijk door, zegt hij. ,,Dat voorkomt kapers op de kust.’’
Kenniscentrum
Het idee is een kenniscentrum voor onderwijs en onderzoek voor bedrijven en studenten bij Inholland aan de Bergerweg in Alkmaar.
Het nieuwe centrum concentreert zich vooral op zogenoemde medische isotopen. Dat zijn radioactieve stoffen die gebruikt worden in de zorg, bijvoorbeeld bij het opsporen van hart- en vaatziekten en bestralingstherapie.
Dat sluit aan bij het werk van NRG Pallas. Dat is ’s werelds grootste producent van medische isotopen. Dat bedrijf heeft een groot kantoor in de stad.
Talent
De gemeente Alkmaar ziet een aantal voordelen. Een kenniscentrum trekt onderzoekers van bijvoorbeeld Delft of zelfs uit Italië of Zuid-Afrika. Dat helpt Pallas, Petten, Alkmaar en andere regio’s die wel aan kleine kerncentrales denken – Opmeer bijvoorbeeld – aan talent.
Het leidt tot sterk opgeleide studenten in de energiesector en beantwoordt de groeiende vraag naar krachten in dezelfde sector. Zo blijft talent uit de regio ook hier, die studeren hier en kunnen hier aan de slag.
Het helpt ook industrieterrein Boekelermeer, een plek waar ook veel bedrijven bezig zijn met de energietransitie.
Alkmaar hoopt zo ook haar maatschappelijke rol te vervullen in de opkomst van kernenergie.
Kleine kernreactor
Henk Adriaanse reageert. ,,Dit is prima: om dit naar ons toe te trekken. Als je er enige logica op loslaat, is Alkmaar niet een vreemde keuze.’’
Maar hij vindt het niet genoeg. Het moet een opmaat zijn naar meer, zegt hij. De opmaat naar een kleine kerncentrale. ,,Alleen zo’n kenniscentrum voelt nog niet heel overtuigend. Als je meer binnenhaalt, zoals een SMR (Small Modular Reactor of Kleine Modulaire Reactor) voorkom je kapers op de kust. Als andere gemeenten wel het hele pakketje willen, is de nabijheid van Petten dan genoeg? Ik vraag het me af.’’
Adriaanse is al langer fan van kernenergie, verdiepte zich er al eerder in. Hij pleit er weer voor: ,,Zo’n kleine centrale wekt dezelfde energie op als 140 windmolens Dat is genoeg energie voor 350 bedrijven of huishoudens.’’
Zo’n drie jaar geleden wilde hij Alkmaar er voorzichtig van charmeren. De gemeenteraad bleek nog niet rijp voor deze ontwikkelingen. Adriaanse wilde toen een informatieavond organiseren. Het viel gelijk gevoelig bij de raad, die legde het onderwerp op tafel. Er kwam geen meerderheid voor een kleine reactor. Ook geen sterke meerderheid tegen overigens. Tot twee keer toe staakte het stemmen toen vanwege gelijkspel.
Adriaanse blikt terug: ,,Ik overwoog toen nog: moet ik het doordrukken? Maar blijkbaar was er toen niet genoeg voedingsbodem.’’
Inmiddels is de landelijke en internationale deur wat verder open als het gaat om kernenergie, merkt hij. ,,Het is alleen al verfrissend dat er binnen de politiek aan de langere termijn nagedacht wordt.’’
Het idee van kernenergie blijft een enge voor veel mensen, weet hij. Dat rust op crises uit het verleden, zoals bij Tsjernobyl en Fukushima.
Hoewel de angst volgens Adriaanse op veel verkeerde aannames rust, wil hij de risico’s niet bagatelliseren. ,,Het is zeker niet honderd procent zonder risico’s, maar de risico’s zijn te overzien. Er wordt veel gesproken over radioactief afval, maar het afval dat zo’n SMR produceert is niet groter dan een knikker. En in Frankrijk wordt geëxperimenteerd met zoutcentrales die dat afval gebruiken.’’
Het gaat bij deze plannen overigens over een vergezicht: het kan zomaar nog ruim tien jaar duren voordat er iets van terug te zien is.