Gemeente Castricum wacht nog steeds op een reactie van asielminister Bart van den Brink op een brief die maanden geleden is verstuurd. De brief is een reactie op de tik op de vingers die Castricum kreeg omdat er te weinig opvangplekken worden gerealiseerd. Het college laat het ministerie in een NIEUWE brief weten dat het uitbl;ijven van een reactie geen recht doet aan de inspanningen die Castricum heeft geleverd.
Castricum is maanden geleden – net als vele andere gemeenten – op de vingers getikt door minister Bart van den Brink, vanwege het uitblijven van opvangplekken voor asielzoekers. Castricum voldoet namelijk niet aan de Spreidingswet en moet in totaal vooralsnog 197 plekken realiseren: 157 reguliere plekken en 40 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). De deadline daarvoor liep al af op 1 juli 2025.
Als reactie daarop liet Castricum weten best asielopvangplekken te willen realiseren, maar daar simpelweg geen plek voor te hebben, aangezien de gemeente zich de afgelopen jaren al heeft ingezet voor het huisvesten van statushouders en Oekraïners. Daarvoor richtte het college tijdelijke huisvestinglocaties in, maar die gaan binnenkort dicht en dus moet de gemeente al veel statushouders en Oekraïners herhuisvesten.
Andere locaties – die de gemeente heeft laten onderzoeken – zijn door de provincie of het Rijk aangemerkt als ongeschikt. Onder andere vanwege de status beschermd landschap, netcongestie of de beperkingen als gevolg van stikstof. Alleen als deze beperkingen worden opgeheven of mogelijkheden worden verruimd, kan de gemeente Castricum op die locaties asielopvangplekken realiseren, schreef het college.
Lastig te verenigen
Maar op deze uitleg heeft het college dus tot op heden geen reactie gekregen. Dit terwijl de gemeente wel correspondentie blijft ontvangen waarin wordt gesteld dat Castricum achterloopt in haar taakstelling in het kader van de Spreidingswet. ,,Het college vindt deze gang van zaken lastig te verenigen met elkaar”, schrijft ze in de nieuwe brief. ,,Het bevreemdt ons dat onze gemeente aan de ene kant wordt aangesproken op een achterstand, terwijl aan de andere kant een reactie op onze eigen brief uitblijft. Dit doet naar onze mening geen recht aan de inspanningen die wij hebben geleverd.”