Op 4 mei worden in heel Nederland de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Europa en in Zuidoost-Azië herdacht. Sinds 1961 herdenken we ook de slachtoffers van oorlogssituaties en vredesoperaties waarbij Nederland betrokken was na de Tweede Wereldoorlog.
foto: Marco Schilpp
Eén van de plekken waar dat gebeurt is pal op de grens van de gemeentegrens tussen Alkmaar en Dijken Waard, bij het monument in Sint Pancras. De bijeenkomst startte in De regenboog waar kinderboekenschrijver Geert van Diepen kort sprak. Daarna verplaatste het gezelschap zich naar het monument waar oud-predikant en schrijver Rob Basten een woord van welkom sprak en wethouder Nils Langendijk van Dijk en Waard een gedicht voordroeg.
foto: Marco Schilpp
Ondanks het slechte weer was de opkomst groot, ook op de andere locaties in Dijk en Waard. Bij het monument aan De Dreef droeg Wethouder John Does een gedicht voor, burgemeester Maarten Poorter was aanwezig bij het monument De Stier in Noord-Scharwoude. Bij het vrouwenmonument in Heerhugowaard droeg wethouder Ester Leibrand een gedicht voor. (foto’s: Marco Schilpp)
De hulpdiensten zijn in de nacht van zaterdag op zondag uitgerukt voor een ernstig ongeval op de N245 bij Noord-Scharwoude. Op het kruispunt met de Wageweg raakte rond 03:30 uur een bedrijfswagen van een beveiligingsbedrijf betrokken bij een aanrijding. Iemand die wandelend de weg wilde oversteken werd aangereden.
Onder andere een traumateam kwam ter plaatse om assistentie te verlenen. Het slachtoffer is met onbekende maar ernstige verwondingen naar het ziekenhuis in Alkmaar gebracht. Achter het stuur zat een 57-jarige vrouw uit Beverwijk. Zij is door de politie meegenomen naar het politiebureau voor verhoor.
De N245 was tijdens de hulpverlening en het onderzoek van de dienst Verkeers ongevallen Analyse richting Schagen afgesloten voor het verkeer. (foto: Intervisual Studio)
Zaterdagnacht heeft een ongeval plaatsgevonden waarna de betrokken automobilist is doorgereden. Even na middernacht werd bij de Middenweg in Heerhugowaard een fietser aangereden. Vanwege de ernst van de verwondingen werd een trauma-arts opgeroepen en per helikopter ingevlogen.
Het slachtoffer is met ernstige verwondingen overgebracht naar het ziekenhuis, de politie doet onderzoek naar de toedracht van het ongeval en de identiteit van de doorgereden automobilist. (foto: Intervisual Studio)
Ze wisten dat het jaren zou duren met al het papierwerk. En dus gingen de Pancrassers zelf maar aan de slag om de twintig slachtoffers te herdenken die werden doodgeschoten bij de spoorwegovergang in Sint Pancras. Onder leiding van burgemeester Jacob Kroonenburg werd het oorlogsmonument ontworpen en geplaatst.
We spreken Bram Kout. Een allesweter als het gaat om het oorlogsverleden van Sint Pancras en omgeving. In het verenigingsgebouw aan het Nobelhof kijkt hij om zich heen. “Ik heb al het een en ander voor je uitgezocht. Want het is nogal een verhaal.” Hij pakt een envelop vol foto’s en boekjes. De krasse tachtiger doet al jaren onderzoek naar het oorlogsverleden. “Maar je moet ook Abe Brandsma en Siem Wognum benoemen in je artikel. Ik ben zelf pas 84 en heb het echt te danken aan mensen die de oorlog meer hebben meegemaakt. Ik mocht voortborduren op hun ervaring en onderzoek.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bram Kout verdiept zich al jaren in de oorlogsgeschiedenis van Sint Pancras. (foto: Streekstad Centraal)
Ruim 79 jaar geleden, in 1945, werden twintig mannen doodgeschoten bij de spoorwegovergang aan de Bovenweg. Het was een wraakactie voor de aanslag op een spoorbruggetje. In de vroege ochtend van 15 april klinkt een daverende knal bij de overweg. “Aanvankelijk dachten ze dat er een bom was gevallen, maar dat bleek anders. Het was een aanslag om het transport van wapentuig naar Den Helder tegen te houden.”
Veel mensen gaan kijken bij het bruggetje. De angst voor represailles in het dorp is groot. “Je moet je voorstellen dat de dorpelingen heel bang waren. De Duitsers werden in de laatste maanden van de oorlog steeds agressiever.”
Twintig verzetsmensen werden uit gevangenissen in Amsterdam, Haarlem en Alkmaar opgehaald. Van een kermisexploitant uit Oosthuizen tot een Amsterdamse bedrijfsleider. Maar ook arts Joannes Pompe. In de jaren dertig promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Pompe specialiseerde zich in een aandoening die voorkomt een hartvergroting veroorzaakt bij kleine kinderen. In de literatuur bekend als de ziekte van Pompe. “Joannes gaf de aandoening een naam en zorgde ervoor dat de ziekte stabiliseerde.” Het geeft het monument een extra bijzondere lading.
Het kostte Historische Vereniging Sint-Pancras jaren aan onderzoek om van elk slachtoffer een foto te hebben.
Op die ‘zwarte zondag’ – 15 april 1945 – Komen rond 20:30 uur twee grote vrachtwagens aanrijden bij de plek des onheils. Eerst worden tien gevangenen opgesteld en doodgeschoten. Vervolgens wacht andere gevangenen hetzelfde lot. “Ze moesten vóór hun gevallen kameraden plaatsnemen, waarop het drama zich herhaalde.”
Het is na al die jaren nog een donkere bladzijde in de geschiedenis van Sint Pancras. Burgemeester Jacob Kroonenburg voelde dat toen al heel snel aan. “Er was zo’n vraag naar een monument, en dus is het er gekomen. Niet via het Rijk, maar als inwoners onderling is daarvoor gezorgd. Als dorpelingen, om dit niet meer te vergeten.” (tekst gaat verder onder de foto)
Precies een jaar na de aanslag werd het monument onthuld. (Beeld: Historische Vereniging Sint-Pancras)
Anno 2024 wordt het snel stil in de klassen waar Kout lezingen geeft. Ondanks onderzoeken waaruit blijkt dat jongeren steeds minder weten over de Tweede Wereldoorlog, ziet de Pancrasser dat anders. “De kinderen zijn zo geïnteresseerd. Ze weten veel en willen vaak nog veel meer weten. Juffen en meesters zeggen dan ook geregeld dat ze de leerlingen nog nooit zo stil hebben gezien.”
De twintig slachtoffers vonden na de oorlog hun rust op erebegraafplaatsen in Bloemendaal, Utrecht en Loenen. Dat wat overblijft zijn graven met gedenkbordjes. “En natuurlijk ook de verhalen en dit monument”, vult Kout aan. Hij wijst naar het monument met daarop namen van slachtoffers. “Laten we dit alsjeblieft onthouden. Het kwaad is soms dichterbij dan je denkt. Door de verhalen te vertellen, weten we wat vrijheid betekent en dat oorlog veel meer is dan een spelletje.”
De namen van de twintig slachtoffers prijken op het Pancrasser oorlogsmonument. (Beeld: Streekstad Centraal)
Op 4 mei schieten de beelden van vroeger door het hoofd van oud-onderofficier Johann de Jong. Hij denkt aan iedereen die is weggevallen, toen, maar ook nu. “Ik sta stil bij mijn eigen verleden en alle shit die daar aan vooraf is gegaan.” En dat doet hij samen met zijn collega- veteranen, tegen wie hij “niet veel hoeft te zeggen, om elkaar toch te begrijpen.”
Ongekend belangrijk, die verbondenheid tussen veteranen, aldus Rob Kuiper, voorzitter van Stichting Veteranen Alkmaar. Zelf was Kuiper actief bij de luchtmobiele brigade. “Oud-collega’s vinden steun en begrip bij elkaar. Ze spreken dezelfde taal en hebben vaak dezelfde soort ervaringen gehad.” (tekst loopt door onder de foto)
Afgelopen vrijdag mocht de Stichting Veteranen Alkmaar de kaasmarktbel luiden. Voor voorzitter Rob Kuiper niet de moeilijkste missie. (foto: Streekstad Centraal)
Stichting Veteranen Alkmaar begon ooit als een werkgroepje om de gemeente te adviseren. Kuiper: “Van daaruit zijn we gegroeid, kwam de formele status en konden we niet meer genegeerd worden”, zegt hij tegen Streekstad Centraal. Dat wierp zijn vruchten af: de stichting is vaker zichtbaar. Zo ook vrijdag 3 mei, toen de veteranen de kaasmarkt openden door de kaasbel te luiden. Tijdens de herdenking op 4 mei zijn ze prominent aanwezig en ook op het Bevrijdingsfestival in Alkmaar staat een veteranen-stand.
Die zichtbaarheid is hard nodig, volgens Kuiper. Want het beeld dat sommige mensen hebben van veteranen klopt niet: “Men dacht: dat is een oude man met een wandelstok die heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog of Indië. Maar dat is, op een enkeling na, al dertig jaar niet meer zo.” De jongste veteranen zijn 25 jaar, vertelt Kuiper, en misschien wel jonger. (tekst loopt door onder de foto)
Wat zijn veteranen, wat doen ze nou? Gaan ze een beetje oorlogje voeren of zit het toch anders? Dit soort vragen beantwoordt de stichting bijvoorbeeld tijdens het Bevrijdingsfestival (foto: aangeleverd / Lotte photography)
Zelf is Kuiper, net als zijn oud-collega Johann de Jong, van de generatie die vredesmissies deed. “Vanaf Libanon zijn we niet meer op missie gegaan voor oorlog, maar alleen om rust, hulp en stabiliteit te brengen.” Dat weet niet iedereen. Dat is dan ook één van de functies van de stichting: zorgen voor begrip in de maatschappij. “We vertellen onze verhalen: hoe is het om te helpen daar? Mensen zitten hier in een veilige bubbel, ver van hun bed, maar wij zijn daar geweest.”
Dat hun inspanningen voor anderen soms een ver-van-je-bedshow is, weet gepensioneerde marinier Johann de Jong ook. Terwijl de dreiging in de huidige staat van de wereld – kijk naar Oekraïne of Israël en Palestina – nu heel voelbaar is. “Ik prijs mezelf gelukkig dat ik mijn periode heb gehad”, zegt de vredessoldaat. “Stiekem ben ik toch bang dat mijn collega’s, militairen, met gevechtsomstandigheden geconfronteerd worden. De impact die daarvan kunnen ondervinden, is vele malen groter dan de impact die ik ondervond. Dat wens je niemand toe.” (tekst loopt door onder de foto)
“Waarom laten we elkaar niet gewoon met rust?”, vraagt Johann de Jong zich soms af, als hij naar de huidige staat van de wereld kijkt (foto: NH Nieuws/Aline Bleeker)
Des te belangrijker is zo’n herdenking. Juist omdat niet alleen het verleden passeert, maar ook het belang van vrede. Dat herdenken doet De Jong overigens niet alleen op 4 mei. “Het is altijd in mijn achterhoofd aanwezig, noem het beroepsdeformatie. Maar als je het nieuws volgt wordt je er ook continu mee geconfronteerd.”
Ja, stilstaan bij al dat leed is van belang, “maar je moet daarna ook direct ruimte maken om te kunnen genieten van je vrijheid.” Dus dat doet De Jong ook, en dat begint al op 4 mei. “Bij wijze van spreken al om vijf over acht op het Kerkplein, met een biertje in de hand.”
“Wie is dat?”, vraagt Annemieke. “Ehm, opa”, antwoordt de tweejarige Sam. Het heeft even geduurd, maar vrijdag is in het bijzijn van familie het borstbeeld van Rudi Carrell ‘heronthuld’ op het Munnikenbolwerk. Entertainer, zanger, producent, acteur en bovenal showmaster. Dat was de gevierde Alkmaarder. Wereldberoemd in Nederland, en nog veel beroemder in Duitsland. Al verdween de kaasstad nooit uit zijn gedachten.
De afgelopen jaren maakte het beeld een ware tournee. Van de plek waar de theaterzaal van het Gulden Vlies ooit stond tot de gevel van datzelfde Gulden Vlies. Het borstbeeld kreeg tal van plaatsen en belandde uiteindelijk in een opslag van de Kunstwacht in Delft. “We realiseren het misschien niet zo, maar Rudi Carrell is onderdeel van ons collectieve geheugen”, zegt wethouder Anjo van de Ven tegen Streekstad Centraal. BAS-fractievoorzitter Ben Bijl zwengelde zo’n anderhalf jaar geleden de borstbeelddiscussie weer aan. Met als resultaat de nieuwe plek. “En daar moeten we Ben heel dankbaar voor zijn”, benadrukt Van de Ven.
Het had zomaar een middag voor lookalikes van Rudi Carrell kunnen zijn. Het ene familielid lijkt nog meer op hem dan de ander. “Rudi kijkt uit naar de buurt waar hij is geboren en heeft gewoond”, vertelt zijn broer Aad. “Het begon allemaal op de Spoorstraat.” We gaan met de enige nog levende broer van Rudi terug in de tijd. Want het had weinig gescheeld of de bekende Alkmaarder had een heel ander vak gekozen. (tekst gaat verder onder de foto)
Met ‘Wat een geluk’ deed Carrell in 1960 mee aan het Songfestival. Het werd een grote hit in Nederland, maar bij het liedjesfestijn eindigde hij een-na-laatste.
Rudolf Wijbrand Kesselaar werd geboren in december 1934. Als oudste zoon van conferencier Andries Kesselaar, beter bekend als André Carrell. In de wijde omgeving is er bijna geen trouwerij waar vader niet optreed. “Hij droeg voor, speelde sketches en trad op als poppenkastspeler en goochelaar”, vertelt Aad. Hoewel een leven in de showbusiness bijna onvermijdelijk lijkt, was dat volgens broer Aad zeker niet zo. “Rudi wilde journalist worden. Hij was een nieuwsgierige jongen en stond altijd vooraan. Racend op de fiets ging hij elke brandweerwagen achterna.”
Maar het lot besloot anders. Hij werd op een hele andere manier een bekende Alkmaarder. “Als puber organiseerde Rudi schoolfeesten en daar had hij veel succes mee. Het hele repertoire van mijn vader kwam voorbij. Dezelfde sketches, moppen en liedjes. Rudi deed dat zo goed, waardoor hij ook door vele andere scholen werd gevraagd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het borstbeeld van Carrell wordt – hopelijk voor de laatste keer – onthuld. (foto: Marco Schilpp)
Alkmaar wordt te klein voor de jonge Carrell. En uiteindelijk Nederland ook. Grote shows in Duitsland, dat is wat hij wil. “Rudi werd ‘ein showmaster’, zoals onze Duitse vrienden zeiden. Zijn droom kwam uit. Dansend en zingend als Gene Kelly. Op televisie, zelfs in kleur. Groot succes in Nederland en Duitsland, maar hij bleef ook wel een Alkmaarse jongen. Rudi was een promotor van Alkmaar, ook in zijn Duitse shows.”
De promotor van de kaasstad overleed zeventien jaar geleden in het Duitse Bremen aan de gevolgen van longkanker. Een paar maanden voor zijn dood kreeg Carrell de belangrijkste Duitse televisieprijs, Goldene Kamera. Een minutenlange staande ovatie was tijdens de uitreikingsavond het gevolg. Zijn ziekte had zijn stembanden ernstig aangetast. “Ik zal nog lang als herhaling voortleven.” (tekst loopt verder onder de foto)
Rudi Carrell kijkt nu vanaf het Munnikkenbolwerk in Alkmaar uit over waar hij geboren is. (foto: Marco Schilpp)
Maar nu dus ook op het Alkmaarse Munnikenbolwerk. “Rudi is geboren in december en ik een maand later. Geweldig om dit mee te maken”, vertelt nicht Annie Kesselaar. Samen met andere familieleden bekijkt ze het beeld aandachtig. Rudi’s dochter Annemieke is zichtbaar ontroerd. “Het is zo mooi om hier zoveel mensen te zien. Dank jullie wel.” (Foto’s: Marco Schilpp/ Streekstad Centraal)
Vanaf het strand was het helaas niet te volgen. Een helikopter hing laag in de lucht. Vlak boven de boot van de KNRM. Afgelopen week werd een grootschalige oefening gehouden. Gelukkig was er iemand die het wél kon volgen. “Als fotograaf is dit voor mij het meest ultieme”, zegt Rob Glas.
Hij wordt al jaren ingezet om foto’s te maken van KNRM-activiteiten. En tijdens de oefening van dinsdag had Glas een extra bonus: dreigende wolkenvelden. “Mijn camera ramde erop los en ik zag alleen maar prachtige luchten. Dit was zóó gaaf.” (tekst loopt door onder de foto)
Eén van de actiefoto’s van Rob Glas, als KNRM-fotograaf zat hij eerste rang (foto: Rob Glas)
“Het is een jaarlijks terugkerend evenement”, legt KNRM-woordvoerder Henk Biesboer uit. Streekstad Centraal blikt met de zegsman nog even terug op de geslaagde oefening. Want ja, volgens Biesboer was het een succes. “Je moet het zien als een dubbele oefening. Een oefening voor de bemanning van de helikopter en bemanning aan boord van de Adriaan Hendrik.” (tekst loopt door onder de foto)
Oefenen, oefenen. oefenen. Hier staat een bemanningslid van het helikopterteam aan boord van de KNRM-boot. (foto: Rob Glas)
Vrijwilligers worden vanaf de reddingsboot gehesen of uit het water gehaald. Maar ook het neerlaten en ophijsen van een brancard wordt geoefend. “Oefenen hoort echt bij de taak die we hebben”, benadrukt Biesboer. Al tweehonderd jaar helpt de onafhankelijke reddingsmaatschappij mensen in nood op het water. Duizenden vrijwilligers zetten zich daarvoor in. “Je moet je voorstellen er zijn 45 stations, daarom oefenen Petten en Egmond dit jaar samen met de helikopter.” (tekst loopt door onder de foto)
Zó dichtbij komt de helikopter. (foto: Rob Glas)
Maar wie denkt dat alle nieuwe vrijwilligers meteen mee mogen met een helikopteroefening heeft het mis. “We hebben verschillende cursussen over het benaderen van een helikopter. Want ja, onze vrijwilligers kunnen we niet zomaar mee laten doen aan deze mooie oefening.”