Rangschikking woningbouw BUCH-gemeenten

Geschreven door

in

Gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo gaan woningbouwprojecten rangschikken voor de verdeling van elektriciteit. Projecten die al een globale starttdatum en vergunning hebben krijgen de hoogste prioriteit. Andere factoren zijn onder andere maatschappelijk belang, het aandeel sociale woningbouw en of er doelgroepen zijn zoals statushouders, starters of zorgbehoevende ouderen. Ontwikkelaars hebben tot 2 september om projecten in te zenden.

er is   Projecten die een ’onwenselijke activiteit’ vervangen, hebben voorrang; je zou kunnen denken aan vervuilende bedrijven. Daarna is een criterium het aandeel van sociale huur- of koopwoningen. Of het project voorziet in de huisvesting van speciale doelgroepen. Genoemd worden ouderen, zorgbehoevenden, statushouders of asielzoekers.

voorbereidingsstadium zijn en een startdatum hebben krijgen prioriteit.

vrezen voor vertraging van op stapel staande woningbouwprojecten, omdat er geen elektriciteit beschikbaar is. Ze gaan nu proberen de beschikbare energiecapaciteit zo eerlijk mogelijk te verdelen met criteria voor een voorrangssysteem.
,,Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden’’, licht het college van Heiloo toe in de versie van die gemeente. Netbeheerders hanteerden het principe ’wie het eerst komt, het eerst maalt’, maar dat mag niet altijd meer.

De gemeenten starten met een lijst, waarvoor ontwikkelaars en de gemeente zelf projecten kunnen aanmelden. Dat kan tot 2 september. Via vastgelegde criteria wordt dan bepaald welk project voorrang krijgt. Gemeentelijke projecten en die van ontwikkelaars worden op dezelfde manier beoordeeld. Dat hebben de colleges van de vier gemeenten besloten. Staat een project op de lijst, dan moeten de gemeenten zich ’aantoonbaar inspannen’ om bij de netbeheerder transportcapaciteit voor het project te krijgen.

Als eerste wordt geselecteerd op de maand waarin de bouw van het project start. Die startmaand moet concreet zijn onderbouwd. Het volgende criterium is ’projectrijpheid’. Projecten met een civielrechtelijke overeenkomst en een omgevingsvergunning hebben de hoogste prioriteit. Is er één van de twee rond, of is er bijvoorbeeld een omgevingsplan, maar geen vergunning, of een vergunning om af te wijken van een bestemmingsplan, dan heeft dat lagere prioriteit.

Daarna volgt een prioritering voor maatschappelijk belang. Projecten die een ’onwenselijke activiteit’ vervangen, hebben voorrang; je zou kunnen denken aan vervuilende bedrijven. Daarna is een criterium het aandeel van sociale huur- of koopwoningen. Of het project voorziet in de huisvesting van speciale doelgroepen. Genoemd worden ouderen, zorgbehoevenden, statushouders of asielzoekers.

Het laatste criterium is de opleverdatum van het project; hoe eerder, hoe meer voorrang. Als projecten gelijk eindigen, wordt er geloot in het bijzijn van de belanghebbenden. De gemeente maakt ten slotte de volgordelijst openbaar.

Met de criteria willen de gemeenten ervoor zorgen dat er toch gebouwd kan worden in een gebied waar netcongestie is. Ook willen ze een eerlijke toedeling tot stand brengen en daarmee ook de aansprakelijkheid wegens ongelijke benadeling beperken en rechtszekerheid bieden als de keuzes eenmaal gemaakt zijn.