Heiloo staat bovenaan als het gaat om het aantal profvoetballers per inwoner. Uit onderzoek van de KNVB blijkt dat het Noord-Hollandse dorp relatief de meeste spelers voortbrengt die de stap naar het betaald voetbal maken. Bij amateurclub De Foresters, waar veel talenten hun eerste stappen zetten, wordt dat nieuws met trots ontvangen.
Op sportpark Het Vennewater is het al jaren geen verrassing dat er talent rondloopt. Namen als Kenneth Taylor, Thomas Ouwejan, Richonell Margaret, Joris Kramer en Daan Boerlage hebben hier hun basis gelegd. Volgens vrijwilligers en trainers is de clubcultuur een belangrijke factor in die ontwikkeling.
“Kees Vos is al overleden, maar die is eigenlijk de eerste die ooit een profcontract tekende”, zegt de doorgewinterde Cor Zwart, die al bijna dertig jaar als vrijwilliger op de amateurvereniging rondloopt, tegen de verslaggever van NH, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat verder onder de foto)

Ook (oud-)trainers zien de impact van het nieuws. Zo werkte Milo Blei eerder met AZ-toptalent Kees Smit. “Ik kijk er wel met een bepaalde trots naar”, reageert hij op het nieuws. Tegelijk relativeert hij het succes: “Als ik dat antwoord zou hebben, dan zou ik hier ook niet staan” lacht voetballer Milo Blei bij voetbalclub De Foresters.
Het onderzoek van de KNVB komt niet toevallig op dit moment naar buiten. Rond de gemeenteraadsverkiezingen wil de voetbalbond het belang van sport benadrukken. “Onze oproep aan de lokale politiek: investeren in voetbal is investeren in een gezonde en verbonden gemeente”, reageert KNVB-woordvoerder Tom Elbersen. (tekst gaat verder onder de foto)

Waar eerder Edam-Volendam bekendstond als hofleverancier van talent, neemt Heiloo nu die positie over. Op de velden van De Foresters groeit ondertussen alweer een nieuwe generatie op met grote dromen.
“Barcelona of Real Madrid”, antwoordt jeugdspeler Lasse op de vraag waar hij later terecht wil komen. Volgens Zwart ontbreekt het in elk geval niet aan inzet: “Ze gaan er wel voor en ze lopen hier ook de hele dag te voetballen, dus daar zal het niet aan liggen”, eindigt Zwart met een kleine glinstering in de ogen.

