Gebogen knieën, de blik strak op de bal en dan een korte, beheerste zwaai. De sajetbal rolt over de baan, tikt de paal en komt langzaam tot stilstand. Even is het stil in café De Schelvis in Zuid-Scharwoude, totdat iemand vanaf de zijkant al zachtjes het aantal punten mompelt. Nog voordat de bal echt stil ligt, wordt er geknikt: dit is een goede slag.
Tijdens de Sajet Kolfkampioenschappen draait het niet alleen om winnen, maar vooral om het spel zelf. Om techniek, gevoel en een beetje geluk. In het zaaltje langs de baan zitten toeschouwers dicht op het spel, pen in de hand, terwijl spelers zich concentreren op hun volgende poging. Het is serieus en ontspannen tegelijk – precies zoals kolven bedoeld is.
Kolven lijkt eenvoudig, maar schijn bedriegt. “Het lijkt veel makkelijker dan het is,” zegt Franck van Kleef, lid van Kolfvereniging Gezellig Samenzijn. “We hadden laatst jongeren die dachten: dat doen we wel even. Maar om echt goede punten te halen heb je techniek nodig én moet je veel oefenen.” De uitdaging zit in de precisie: spelers proberen de bal zó over de baan te slaan dat hij via de paal loopt en zoveel mogelijk punten oplevert. Geen slag is hetzelfde, en juist dat maakt het spel volgens de liefhebbers zo aantrekkelijk. (tekst gaat door onder de foto)

Er wordt gespeeld volgens de regels van de Koninklijke Nederlandse Kolfbond. Per ronde staan drie spelers in de baan en slaan om de beurt. Begrippen als ‘vol’ – goed voor twaalf punten – en ‘boedel’, een ongeldige slag, vliegen over tafel alsof het de normaalste zaak van de wereld is. De positie van de bal na elke slag bepaalt het vervolg, waardoor spelers telkens opnieuw moeten inschatten wat de beste aanpak is.
Op de achtergrond houdt markeur Dick IJff alles scherp in de gaten. Met kleine streepjes noteert hij waar de bal tot stilstand komt en vanaf waar de volgende slag moet worden genomen. Zelf speelt hij deze dag niet mee. “Ik speel alleen met gummieballen,” legt hij uit. “En dat is echt heel anders dan sajet.” Die sajetballen zijn lichter en gevuld met garen. Het maakt het spel minder voorspelbaar. “De bal is en blijft rond,” zegt IJff. “Je kunt nog zo goed zijn, maar je hebt ook geluk nodig. Zeker als de druk oploopt.” (tekst gaat door onder de foto)

Die spanning waar IJff over spreekt, zit volgens hem in het onvoorspelbare karakter van het spel. “Meestal is het wel duidelijk wie mee gaan spelen voor de podiumplekken,” zegt hij. “Maar je hebt echt het geluk aan je zijde nodig om goede punten te slaan. En als daar dan ook nog de druk van de finale bij komt kijken, dan kan het zomaar heel spannend worden.”
Langs de baan wordt dat zichtbaar. Terwijl de punten worden opgeteld, wordt duidelijk wie bovenin meedraait, maar niets ligt vast. Elke slag kan het verschil maken en iedereen langs de kant rekent mee. Nog voordat de bal stil ligt, wordt er al zachtjes een score genoemd.
Voorzitter Martin Bakker kijkt aandachtig toe. “Als je de baan door en door kent, weet je ongeveer wat een bal gaat doen,” zegt hij. De 84-jarige Bakker is al jaren betrokken bij de sport, maar zie ook dat het deelnemersveld kleiner wordt. De sport wordt wel gezien als een verdwijnend erfgoed. “We hebben vandaag veel afzeggingen gehad, dus het is een kleiner gezelschap. Maar we maken er hoe dan ook een mooie avond van.” (tekst gaat door onder de foto)

Volgens hem zit de kracht van kolven in de combinatie van spel en gezelligheid. “We bestaan al honderd jaar en het is een hechte groep. Je bent blij voor elkaar als iemand een goede slag doet, al wil iedereen natuurlijk winnen, maar het gaat ook om het samenzijn.” Die sfeer is overal voelbaar. Er wordt fanatiek gespeeld, maar ook gelachen en gepraat. Een mislukte slag zorgt soms voor een zucht, maar even later gaat het gesprek gewoon weer verder.
Voor Van Kleef is dat precies waarom hij blijft terugkomen. “De sport is zo leuk en zo gezellig.” Dat hij daar eerst anders over dacht, geeft hij eerlijk toe. “In het begin dacht ik: wat doe ik hier? Maar als je het eenmaal kent, dan denk je: dit is leuk.” Volgens hem verdient de sport meer aandacht. “Het heeft een oud imago, maar dat klopt niet. Geen slag is hetzelfde, en dat maakt het juist uitdagend.”
Wie het spel voor het eerst ziet, moet even kijken voordat het duidelijk wordt wat er precies gebeurt. Kolven wordt gespeeld op een smalle baan met aan beide uiteinden een paal. Het doel is om de bal zo te slaan dat hij via die paal heen en weer gaat en daarbij zoveel mogelijk punten oplevert. Spelers slaan om de beurt en spelen steeds verder vanaf de plek waar de bal stil komt te liggen. (tekst gaat door onder de foto)

De kunst zit in de controle: hoe hard sla je, onder welke hoek en hoe zorg je dat de bal precies goed langs de paal loopt? Een perfecte slag levert een ‘vol’ op, goed voor twaalf punten, terwijl een ‘boedel’ juist niets oplevert. Omdat elke bal anders ligt en elke slag een nieuwe situatie creëert, moeten spelers continu opnieuw inschatten wat de beste keuze is. Dat maakt kolven minder rechtlijnig dan het lijkt – en volgens de spelers juist zo verslavend.
Tijdens de finale wordt er niet alleen om bekers gespeeld, maar ook om zuurkool met worst. Per ronde bepaalt Dick Beers welke slagen die prijs waard zijn. “Langedijk is groot geworden door drie dingen: zuurkool, de chipsfabriek en het kolven,” klinkt het lachend.
Na drie rondes zijn de eerste twee plekken duidelijk. Voor de derde plaats moet een beslissingsronde uitkomst bieden. Detlef Redeker trekt daarin aan het langste eind. De overwinning gaat naar Dirk Swart, met Max Bruin op de tweede plaats. Na de laatste slag wordt er nog lang nagepraat in De Schelvis. Over punten, over pech en over geluk. Want bij kolven weet je het pas zeker als de bal stil ligt.
