Terwijl de bewoners nietsvermoedend op vakantie zijn, ging het zaterdag flink mis in hun huis aan de Sluisbuurt in Uitgeest. Een gesprongen leiding op zolder zorgde ervoor dat het water zich door de hele woning verspreidde. Buiten zagen buurtbewoners het water zelfs langs de muren naar beneden lopen.
De brandweer kreeg een melding van wateroverlast en kwam met meerdere eenheden naar de Sluisbuurt. Eenmaal binnen bleek dat het niet om een klein lek ging. Op zolder was een leiding gesprongen, waarna het water zich door het huis verspreidde. (tekst gaat door onder de foto)
Buurtbewoners zagen het water langs de muren naar beneden lopen. (foto: PersfotoNH)
De bewoners waren op dat moment niet thuis, omdat zij op vakantie zijn. De brandweer ging daarom aan de slag om het water uit de woning te krijgen. Dat bleek nog een flinke klus.
Eerst werd een dompelpomp gebruikt om het water weg te pompen, maar die raakte tijdens het werk oververhit en hield ermee op. De brandweer schakelde daarom over op een waterstofzuiger om het resterende water uit de woning te krijgen.
Hoe groot de schade aan de woning is, is nog niet duidelijk. Ook is onbekend hoeveel water er precies is vrijgekomen.
Van een ontspannen concert tot cabaret, muziek en tussendoor nog even proberen te ontsnappen uit een escaperoom. Wie vrijdagavond door Theater De Vest liep, hoefde zich bepaald niet aan één voorstelling te houden. Tijdens Speelkwartier stond vrijwel iedere hoek van het Alkmaarse theater in het teken van optredens. Bezoekers konden van zaal naar zaal trekken en zo in één avond alvast flink proeven van het nieuwe theaterseizoen.
Dat seizoen is met Speelkwartier officieel begonnen. Niet alleen de grote en kleine zaal werden gebruikt. Ook op andere plekken in De Vest was van alles te zien en te horen. Zo waren er optredens in de Plein Zaal en de foyer en liep het publiek gedurende de avond door het hele gebouw.
“We hebben vandaag programma in onze grote zaal, kleine zaal, Plein Zaal en de foyer”, vertelt programmeur Dorus Smit van Theater De Vest aan Streekstad Centraal. “Hier achter in de grote zaal kan je genieten van een licht concert en in de kleine zaal van allerlei muziekconcerten. In de Plein Zaal is het vooral cabaret.”
Dat zorgt ervoor dat bezoekers niet de hele avond op dezelfde stoel blijven zitten. Ze kunnen rondlopen, ergens binnenstappen en daarna weer iets compleet anders bekijken. “Het is hier gezellig, lekker druk”, ziet Smit tevreden. (tekst gaat door onder de foto)
De deuren van De Vest draaiden vrijdagavond open voor een nieuwe editie van Speelkwartier. (foto: Streekstad Centraal)
Dat rondkijken en uitproberen is precies wat bezoekers tijdens Speelkwartier doen. De een blijft hangen bij muziek, terwijl een ander alweer op weg is naar de volgende voorstelling. Ook buiten de optredens was er iets te beleven. Zo konden bezoekers zich wagen aan een escaperoom.
Een bezoekster had haar route in ieder geval nog niet helemaal uitgestippeld. “Ik ga in ieder geval muziek bekijken”, vertelt ze. Een eerste optreden zat er toen al op. “We hebben net een licht concert gehad. Heel relaxed, erg fijn.”
Met de avond geeft De Vest niet alleen het startschot voor het nieuwe seizoen, maar krijgen bezoekers ook een voorproefje van wat de komende maanden op de Alkmaarse podia staat. Volgens De Vest belooft het een druk seizoen te worden. Sommige voorstellingen zijn zelfs al ruim van tevoren uitverkocht. “Ik verwacht eigenlijk dat het weer een topseizoen wordt“, sluit Smit af. “Het is heel veel programmering en genoeg te beleven en te zien.”
Ruim 26 jaar loopt Meinte Peterzon inmiddels rond op het Jan Arentsz. In die tijd zag de conciërge duizenden leerlingen komen en gaan, veranderde de school flink en verzamelde hij meer verhalen dan hij zo uit zijn mouw kan schudden. Nu het Jan Arentsz dit jaar 75 jaar bestaat, blikt Meinte terug op zijn eigen stukje van die geschiedenis. Een periode waarin de school veel meer werd dan alleen zijn werkplek.
Dat had Meinte niet kunnen bedenken toen hij er eind jaren negentig terechtkwam. Hij werkte daarvoor bij een sociale werkplaats, onder meer in een meubelmakerij. Toen duidelijk werd dat het bedrijf uiteindelijk zou verdwijnen, begon hij om zich heen te kijken. Zo kwam het Jan Arentsz op zijn pad. “Ik zag dat ze een conciërge zochten en ben gewoon even langsgegaan op de fiets.”
Eenmaal binnen begon hij met reparaties en andere praktische klussen. Gaandeweg werd zijn werk steeds breder en hielp hij mee om een technische dienst op te zetten. Inmiddels bestaat die uit meerdere mensen. Want wie bij een conciërge alleen denkt aan schoonmaken en deuren opendoen, heeft het volgens Meinte behoorlijk mis. “Het is zo breed als je wil.”
En soms leer je het vak vooral door iets één keer heel erg verkeerd te doen. Dat bleek al snel toen een leerling bij hem kwam met een fietsslot dat niet meer open wilde. Meinte pakte de slijptol, maakte korte metten met het slot en zag de jongen tevreden wegfietsen. Even later stond er iemand anders voor zijn neus: haar fiets was gestolen. (tekst gaat door onder de foto)
Wie in de afgelopen 26 jaar op het Jan Arentsz heeft gezeten, of nu nog op de school zit, is conciërge Meinte – met zijn grote sleutelbos – vast weleens tegengekomen. (foto: Streekstad Centraal)
De behulpzame conciërge bleek de dief zelf een handje te hebben geholpen. “Ik schaamde me kapot”, lacht Meinte. Sindsdien weet hij: eerst maar eens controleren of een fiets daadwerkelijk van degene is die voor je staat.
Het is lang niet het enige verhaal dat na al die jaren is blijven hangen. Neem luilak, toen jongeren ‘s nachts en in alle vroegte de straat op gingen om lawaai en rotzooi te maken. Ook rond het Jan Arentsz was het raak.
Meinte en een paar collega’s besloten daarom zelf de wacht te houden. Met de auto bij de school, iets te eten erbij en af en toe een rondje buiten. Toen een groep jongens bij de hekken opdook, gingen ze erachteraan. De jongeren schrokken, sloegen op de vlucht en verdwenen richting een talud vol brandnetels. “De volgende dag wisten we precies wie het waren. Dat waren hele leuke dingen”, blikt Meinte terug in gesprek met Streekstad Centraal.
Als Meinte niet ergens in de school een probleem aan het oplossen is, is hij voor leerlingen vaak te vinden in zijn vertrouwde ‘hok’. (foto: Streekstad Centraal)
Dat hij zelf al snel zijn plek op de school had gevonden, bleek een paar jaar na zijn komst. Destijds werd een prijs uitgereikt aan de meest gewaardeerde persoon op school. Meinte werd met een smoes naar de bijeenkomst gelokt. Hij dacht dat hij alleen even een fles moest ontkurken, tot hij ineens zelf naar voren werd geroepen. “Ik vond mezelf te goed om flessen te ontkurken, maar toen kreeg ik ineens die prijs”, vertelt hij lachend. “Dat was leuk hoor. Heel leuk.”
In de jaren daarna veranderde de wereld om hem heen behoorlijk. Wie nu door het Jan Arentsz loopt, kan zich sommige dingen uit Meintes beginjaren nauwelijks meer voorstellen. Bij de receptie kon bijvoorbeeld gewoon een sigaret worden opgestoken. Binnen was zelfs een rookhok. “Dat was heel bizar”, zegt hij daar nu over.
Ook een kapotte lamp of deur werd anders gemeld. Geen mailtje of digitaal systeem, maar een groot klussenboek in de personeelskamer. Wie iets gerepareerd wilde hebben, schreef het daarin en Meinte liep de lijst af. Al nam niet iedereen het begrip ‘klusje’ even letterlijk. Tussen de reparaties verscheen ooit doodleuk: ‘Een nieuwe dakkapel alstublieft.’ (tekst gaat door onder de foto)
Het Jan Arentsz aan de Mandenmakerstraat in Alkmaar is voor Meinte een soort tweede huis. “Ik woon zelf naast de school, dus als ik nog even iets moet doen ben ik er zo.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook Meintes eigen rol veranderde. Vroeger liep hij veel meer door de school en kende hij naar eigen zeggen bijna iedereen. Inmiddels werkt hij drie dagen per week, houdt hij zich meer met andere dingen bezig en neemt een jongere collega steeds meer van zijn oude taken over.
Soms moet hij wennen aan wat wel en niet meer kan. “Je moet nu leren hoe het nu is”, zegt Meinte. Collega’s fluiten hem weleens terug: iets wat vroeger heel normaal was, kan tegenwoordig niet zomaar meer. “Het is een heel andere sfeer dan vroeger. Ook wel leuk, maar je moet er wel aan wennen.”
Wat niet verdween, is het contact met leerlingen. Dat merkt Meinte misschien wel het sterkst als hij buiten de school oud-leerlingen tegenkomt. Soms spreekt iemand hem in de stad ineens bij naam aan en moet hij zelf nog even graven naar wie er voor hem staat. Ook in de kroeg gebeurt het dat een oud-leerling hem herkent en ze samen een biertje drinken. “Dan heb je het toch goed gedaan?”, zegt Meinte.
Ook de vrijheid die hij door de jaren heen kreeg, maakte dat hij zich thuis voelde op het Jan Arentsz. Toenmalig directeur Jan Alex Brandsma, die Meinte aannam, liet hem veel zelf regelen. “Hij vertrouwde mij ook. Dat geeft je een heel goed gevoel.” Het werk werd daardoor, zoals Meinte het zelf noemt, “een beetje je eigen bedrijfje”. “Als jij wat geeft, krijg je het ook terug. Je moet niet alleen maar nemen.” (tekst gaat door onder de foto)
Er is in de tijd dat Meinte conciërge is op het Jan Arentsz een hoop veranderd, zo ook op het gebied van communicatie. “Ik praat veel liever in het echt met mensen, maar mail hoort er nou eenmaal bij.” (foto: Streekstad Centraal)
Dat Meinte niet de enige is die zich aan de school hecht, blijkt wel uit de ‘oude garde’. Oud-collega’s komen nog geregeld vroeg in de ochtend langs voor een bak koffie. Even zitten, een koekje erbij en bijkletsen. Maar om kwart voor acht is het afgelopen. Dan begint de werkdag.
Voor Meinte zelf is de school ondertussen steeds meer dan alleen zijn werkplek. Zijn zoons hebben er op school gezeten. En ook zijn vrouw leerde hij kennen op het Jan Arentsz. Toen de twee later trouwden, bleef zelfs het feest binnen de muren van de school. De bruiloft werd gevierd in de kantine. Collega’s hielpen met de organisatie en ook leerlingen staken de handen uit de mouwen.
Een baan waar Meinte ooit min of meer toevallig op de fiets voor kwam solliciteren, raakte zo steeds verder verweven met zijn leven. Inmiddels werkt hij nog drie dagen per week en draagt hij langzaam steeds meer over. Helemaal loslaten lukt alleen nog niet zo goed. Zelfs op een vrije dag loopt hij gerust even naar school als hem thuis iets over het werk te binnen schiet.
Wat hij zou missen als morgen zijn laatste werkdag was? Alleen de gedachte doet al iets met hem. “Oef, ik krijg nou de kriebels al”, zegt Meinte. Dan hoeft hij niet lang meer na te denken. “M’n werk gewoon. Alles.”
Negen medailles, drie Nederlandse titels en een groep jonge atleten die elkaar naar steeds betere prestaties stuwt. Voor de junioren van atletiekvereniging Hylas kon het NK in Amsterdam afgelopen weekend bijna niet beter gaan. Volgens Hylas keerden de Alkmaarse junioren nooit eerder met zoveel eremetaal terug van een Nederlands kampioenschap. En het zijn niet één of twee uitblinkers die alle prijzen pakken: het succes komt uit de hele groep.
“Het is fantastisch, we hebben nog nooit zo goed gepresteerd op een NK”, vertelt Rudmer Heerema van Hylas trots aan Streekstad Centraal. “Het gaat om een hele jonge groep die elkaar iedere keer weer inspireert om goede resultaten te behalen.”
De junioren onder dertien en veertien jaar verzamelden zondag drie gouden, vijf zilveren en één bronzen medaille. De meisjes onder dertien deden daar nog een mooie prestatie bovenop: zij wonnen het medailleklassement.
Benthe Heerema pakte goud bij het discuswerpen en bleef de nummer twee ruim vijf meter voor. Daniëla Grootjes sprong bij de meisjes onder dertien met 5,01 meter naar de Nederlandse titel bij het verspringen. Haar afstand was zelfs verder dan die van de winnares bij de meisjes onder veertien. (tekst gaat door onder de foto)
Rudmer Heerenma (midden) is erg trots op wat de junioren hebben gepresteerd tijdens het NK in Amsterdam. (foto: Streekstad Centraal)
Het derde goud ging naar Eva Diepering. Zij liep op de 1000 meter twaalf seconden van haar persoonlijk record af en finishte in 3.09,58. Ook pakte ze zilver op de 300 meter horden.
Verder waren er zilveren medailles voor Fenna Zonneveld bij het speerwerpen, Cato Klein bij het hoogspringen én op de 1000 meter en Vincent Orij op de 1000 meter. Bobbie Smit veroverde brons bij het kogelstoten.
Voor Heerema maakt vooral het grote aantal verschillende medaillewinnaars dit NK bijzonder. “Bij andere verenigingen zie je vaak één of twee kinderen die veel winnen. Maar bij ons zijn het er, zoals je ziet, echt veel meer.” (tekst gaat door onder de foto)
De jonge Hylas-atleten trainen niet alleen op hun favoriete onderdeel, maar krijgen alle onderdelen van de atletiek mee. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Heerema helpt het dat de jonge atleten het onderling goed met elkaar kunnen vinden. De trainers Olav en Sven Mulder spelen een belangrijke en cruciale rol in de ontwikkeling van de kinderen. “Ze trainen veel, maar je ziet echt dat iedereen het leuk vindt.” De kinderen richten zich daarbij niet alleen op één onderdeel. “Ze trainen echt op alle onderdelen van de atletiek.” Die brede training betaalt zich nu uit tijdens wedstrijden, stelt Heerema.
En het seizoen is nog niet voorbij. Het NK meerkamp, de landelijke competitiefinale en het NK estafette staan nog op het programma. Sommige Hylas-atleten doen daarbij nu al goed mee tussen kinderen die een jaar ouder zijn. “Dus dat belooft wat voor volgend jaar.”
Tegelijkertijd kijkt Hylas niet alleen naar prestaties op de baan. De vereniging wacht op het onderzoek naar een mogelijke nieuwe locatie in Alkmaar. Heerema hoopt dat de prestaties goed laten zien wat er in Alkmaar rondloopt. “We hopen dat de gemeente inziet dat wij het nodig hebben. Anders zou het erg zonde zijn als we niet meer kunnen groeien.”
Voor 24 Alkmaarders die dringend een dak boven hun hoofd nodig hebben, komt woonruimte aan de Robonsbosweg een flinke stap dichterbij. De afgelopen dagen zijn daar 24 tijdelijke woningen neergezet. Nu de units op hun plek staan, moeten ze nog worden aangesloten en verder worden klaargemaakt. Daarna kunnen de eerste spoedzoekers er hun intrek nemen.
De woningen kwamen niet bepaald onopvallend naar hun nieuwe plek. Op meerdere dagen werden de complete woonunits met grote vrachtwagens naar de Robonsbosweg gebracht. Daar tilde een kraan ze één voor één van het transport en zette ze op de fundering.
Daarmee krijgt een deel van de 48 flexwoningen die Alkmaar eerder op de kop tikte nu een plek aan de Robonsbosweg. De gemeente kocht die woningen nadat een woningbouwproject in het Brabantse Meierijstad niet doorging. Alkmaar kon de al gebouwde units vervolgens overnemen.
Ze zijn bedoeld voor zogeheten spoedzoekers: Alkmaarders die snel woonruimte nodig hebben, maar op de krappe woningmarkt niet op korte termijn een andere woning kunnen vinden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren na een relatiebreuk of het aflopen van een huurcontract. Ook mensen die na verblijf in een instelling weer zelfstandig gaan wonen, kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen. (tekst gaat door onder de foto)
De woonunits werden eerst met grote vrachtwagens naar de Robonsbosweg gebracht, en daarna met een kraan op de fundering gezet. (foto: Ed van de Pol)
Een permanente oplossing is het niet. Wie hier gaat wonen, blijft ingeschreven als woningzoekende bij Sociale Verhuurders Noord-Kennemerland (SVNK) en moet blijven zoeken naar andere woonruimte. De flexwoning is daarmee vooral bedoeld als tussenstation.
Dat spoedzoekers nu in losse woonunits op het terrein terechtkomen, is niet hoe de huisvesting aan de Robonsbosweg oorspronkelijk was bedacht. Plan Robijn moest plek bieden aan drie groepen: asielzoekers, statushouders én Alkmaarse spoedzoekers.
Aanvankelijk zouden alle drie de groepen onderdak krijgen in verschillende delen van het voormalige belastingkantoor. Dat plan liep vertraging op. Onder meer problemen met de brandveiligheid van een van de gebouwdelen zorgden voor een flinke tegenvaller. Uiteindelijk bleek verbouwen zo kostbaar dat werd gekozen voor een andere oplossing. (tekst gaat door onder de foto)
Momenteel verblijven er zo’n 150 asielzoekers en 150 statushouders in het voormalige belastingkantoor aan de Robonsbosweg in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Voordat de eerste bewoners de sleutel krijgen, moet nog het nodige gebeuren. De woningen worden de komende tijd verder afgewerkt en aangesloten op de benodigde voorzieningen. Wanneer precies de eerste spoedzoekers kunnen verhuizen, is nog niet bekend.
Wie voor zo’n tijdelijke woning in aanmerking wil komen, kan zich bij de gemeente aanmelden. Op dit moment zijn alle beschikbare plekken vergeven en werkt Alkmaar met een wachtlijst.
Wie Hortus Alkmaar zegt, denkt al snel aan planten. Daar staan er dan ook zo’n 1.900 soorten van. Maar ook duiken er kunstwerken op tussen de begroeiing. Kinderen krijgen hier les, andere bezoekers komen er juist om hun hoofd leeg te maken. Zaterdag bestond Hortus Alkmaar precies vijftien jaar. Een verjaardag die vooral liet zien dat achter de poort een hele wereld schuilgaat.
“Het is zoveel meer dan alleen planten”, zegt Erik ten Winkel, vrijwilliger, penningmeester en algemeen manager van Hortus Alkmaar. Hij is bioloog, maar naar eigen zeggen ook ondernemer. Toen hij bij de Hortus betrokken raakte, zag hij genoeg mogelijkheden om de plek verder te ontwikkelen. “Ik heb wel gezegd: als ik het doe, dan gaan we een aantal dingen anders doen.”
Want wie tegenwoordig een rondje door de bijna drie hectare grote tuin maakt, hoeft zeker geen plantenkenner te zijn. “Lang niet iedereen vindt het interessant om over elke plant iets te weten”, zegt Ten Winkel. “Je kunt hier ook gewoon lekker je hoofd leegmaken en genieten van deze prachtige tuin.” Een praatje maken, ergens gaan zitten of juist in je eentje rondlopen: het moet volgens hem allemaal kunnen.
Bezoekers van Hortus Alkmaar kunnen zaterdag in alle vrijheid een kijkje nemen in de tuin. “Maar we staan ook zeker klaar voor een praatje.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook kunst heeft de afgelopen jaren een steeds grotere plek gekregen in de Hortus. De collectie wisselt regelmatig. Volgens communicatiemedewerker Mischa den Drijver versterken natuur en cultuur elkaar. “De combinatie met cultuur wordt steeds meer en beter”, zegt ze. “Door de planten die hier in de tuin staan mooi samen te laten komen met kunst, komen de verhalen alleen maar beter over. Want achter al deze planten en kruiden zitten zoveel verhalen.”
Daarnaast zijn er lessen voor kinderen, rondleidingen, een winkel en een Kascafé. En lang niet iedereen komt speciaal voor de botanische collectie naar de Berenkoog. Dat bleek eerder bijvoorbeeld toen de ijsvogels bij Hortus Alkmaar duizenden kijkers trokken en vogelaars speciaal naar de tuin kwamen om ze te zien. Dat blijkt ook tijdens het jubileum. Sommige bezoekers kennen de tuin inmiddels goed en komen regelmatig terug voor een rondje en de rust, terwijl anderen de verjaardag juist aangrijpen om voor het eerst eens binnen te kijken.
Vrijwilliger Ellen hoeft niet lang na te denken over wat de plek bijzonder maakt. Ze werkt er inmiddels drie jaar. “Kijk om je heen! Alles is hier prachtig. Groen, rust, alles wat je zoekt is hier.” (tekst gaat door onder de foto)
Volgens vrijwilliger Ellen is om je heen kijken genoeg om te begrijpen wat voor een mooie plek Hortus Alkmaar is. (foto: Streekstad Centraal)
Dat er überhaupt nog een Hortus is om doorheen te wandelen, was vijftien jaar geleden niet vanzelfsprekend. De tuin werd oorspronkelijk aangelegd door farmaceutisch producent VSM voor het kweken van planten voor geneesmiddelen. Toen het bedrijf in 2011 de productie naar Duitsland verhuisde, dreigde de tuin te verdwijnen.
Een groep oud-medewerkers en betrokken mensen uit de omgeving wilde dat niet laten gebeuren. Zij kwamen in actie om de tuin en de bijzondere plantencollectie te behouden en namen het stokje over. Wat jarenlang een productietuin van VSM was geweest, kreeg zo een nieuw leven.
“Vroeger was het echt alleen maar planten, maar nu is het een mooi geheel en een echte botanische tuin”, zegt Den Drijver. En waar vrijwilligers vijftien jaar geleden aan de basis stonden van die doorstart, zijn ze nog altijd onmisbaar. Inmiddels zijn er vijf vaste medewerkers en ongeveer 120 vrijwilligers actief. (tekst gaat door onder de foto)
Zaterdag lopen bekende, maar ook nieuwe bezoekers vol enthousiasme door de tuin. “Er zijn zo veel verschillende soorten planten hier, ik zou hier uren kunnen rondlopen.” (foto: Streekstad Centraal)
Ten Winkel rekent zichzelf nadrukkelijk tot die laatste groep. Toen hij begon, zag hij veel enthousiasme, maar vond hij dat er meer structuur nodig was. Inmiddels pakken vrijwilligers volgens hem veel meer zelfstandig op. Dat scheelt behoorlijk: in het begin was hij naar eigen zeggen zes dagen per week in de Hortus te vinden. “Ik zeg altijd: een goede manager wordt op een gegeven moment overbodig. En dat wordt steeds een beetje meer zo.”
Wanneer hem wordt gevraagd waar hij na al die veranderingen het meest trots op is, volgt het antwoord direct. Niet de collectie. Niet de kunst. Ook niet de tuin zelf. “De mensen. Hoe iedereen hier zijn of haar steentje bijdraagt en hoe iedereen zijn plek hier vindt, vind ik echt heel mooi”, vervolgt hij. “Het is zo’n prachtige plek dat ik gewoon trots ben op alles wat we hier hebben gedaan.”
Tijdens het jublieum worden vrijwilligers van het eerste uur even extra in het zonnetje gezet. Zo ook Theo. Hij weet als weinig anderen hoeveel er in vijftien jaar is veranderd. Hij is vanaf het begin betrokken, eerst negen jaar als betaalde kracht en inmiddels zes jaar als vrijwilliger. Uit de beginperiode is hem vooral één woord bijgebleven: vertrouwen. “Er kon nog een hoop gebeuren, maar er was vertrouwen. Vertrouwen is een groot woord. En dat geeft energie.” (tekst gaat door onder de foto)
In de hele tuin staan bordjes met informatie, maar ook toepasselijke gedichten. “Heel leuk om wat extra informatie te kunnen lezen.” (foto: Streekstad Centraal)
Toen hij na negen jaar stopte met zijn betaalde werk, zei hij zelf hetzelfde: “Ik heb er vertrouwen in.” Zes jaar later is dat niet verdwenen. Integendeel. Theo ziet een organisatie die steeds ambitieuzer wordt. Een van die ambities ligt op museaal gebied. Hortus Alkmaar werkt aan plannen om zijn verhalen en collectie ook op die manier beter voor het voetlicht te brengen. “Prachtig hoe ambitieus Hortus is”, vindt Theo. “Het is een grote broek die we met elkaar aantrekken. Maar we doen het goed.”
En zo gaat het vijftien jaar na de redding van de tuin allang niet meer alleen over wat er groeit. De planten vormen de basis, maar daaromheen is een plek ontstaan waar vrijwilligers werken, kinderen leren, kunst een podium krijgt en bezoekers soms simpelweg een bankje zoeken om even tot rust te komen.
Ten Winkel hoeft dan ook niet lang na te denken wanneer hij Hortus Alkmaar moet omschrijven zonder het woord plantentuin te gebruiken. “Een thuis voor iedereen die het als thuis zou willen hebben.”
Een scooterrijder is zaterdagmiddag gewond naar het ziekenhuis gebracht na een harde botsing in Sint Pancras. Op de Vronermeerweg reed de scooterrijder tegen de achterkant van een auto. De klap was zo hard dat persoonlijke spullen meters verderop terechtkwamen.
Politie en ambulance kwamen met spoed naar de Vronermeerweg. Ambulancemedewerkers behandelden de scooterrijder ter plekke, waarna het slachtoffer naar het ziekenhuis is gebracht. Hoe ernstig de verwondingen zijn, is niet bekend.
Dat het om een flinke botsing ging, was ook na het ongeluk goed te zien. De helm van de scooterrijder werd in de sloot naast de weg teruggevonden. Een mobiele telefoon belandde zelfs in de auto waar de scooter tegenaan was gereden.
Hoe het ongeluk kon gebeuren, is nog niet duidelijk. De politie doet daar onderzoek naar. Een deel van de Vronermeerweg werd vanwege het ongeluk afgesloten. Verkeer kon nog wel langs de plek van de botsing, maar moest daarbij over één rijstrook.
Een zeiltocht voor de kust tussen Schoorl en Petten liep zaterdagmiddag flink anders dan gepland. Een zeiler sloeg overboord en belandde in zee. De KNRM schoot te hulp en ook een reddingshelikopter werd ingezet. De zeiler kon uit het water worden gehaald, maar de boot dreef verder en kwam uiteindelijk op het strand terecht.
Rond half één kwam de melding binnen dat iemand van een zeilboot in zee was gevallen. De KNRM ging daarop het water op om de zeiler te zoeken en te redden. Ook een SAR-helikopter kwam naar de kust om vanuit de lucht te helpen.
De zeiler werd uiteindelijk gevonden en uit het water gehaald. Hoe het met de zeiler gaat, is op dit moment niet bekend. De zeilboot was ondertussen zonder de zeiler verder gedreven. De boot kwam steeds dichter bij de kust en belandde uiteindelijk op het strand.
Hoe de zeiler precies overboord kon slaan, is nog onduidelijk. Ook is niet bekend wat er vlak daarvoor op zee gebeurde.
Kinderen die buiten spelen terwijl de oudere bewoners van het zorgcentrum toekijken, samen een potje schaken of misschien zelfs leren breien van iemand die tientallen jaren ouder is. In Noord-Scharwoude moet het straks de normaalste zaak van de wereld zijn. In het nieuwe Integraal Kind en Ouderen Centrum (IKOC) komen kinderen en ouderen niet alleen onder één dak, maar moeten hun werelden ook echt samenkomen.
Hoe dat straks precies gaat uitpakken, weet nog niemand. En dat hoeft volgens directeur Ferd van den Eerenbeemt van IKC Waterrijk ook niet. Het belangrijkste is dat er straks een plek is waar ontmoetingen tussen jong en oud vanzelf kunnen ontstaan. “Je kan dat niet plannen, maar we plannen wel dat we de context creëren waar die ontmoeting plaatsvindt.”
Het IKOC krijgt daarvoor een bijzondere opzet. IKC Waterrijk biedt straks opvang en onderwijs vanaf baby’s tot kinderen van dertien jaar. Daarnaast komt Horizon met een verpleeghuis met 56 appartementen en studio’s. De school, kinderopvang en het zorgcentrum krijgen eigen gedeelten, maar het gebouw krijgt ook gezamenlijke ruimtes waar kinderen, bewoners, ouders en medewerkers elkaar tegenkomen. (tekst gaat door onder de foto)
Spelen stond vrijdag alvast centraal tijdens de Markt voor spel en bewegen. Voor de buitenruimte van het nieuwe IKOC wordt geld ingezameld voor onder meer speeltoestellen en meubilair. (foto: Streekstad Centraal)
Ook buiten moet die ontmoeting plaatsvinden. Voor het nieuwe gebouw is een terrein ontworpen met speeltoestellen, meubilair en plekken om samen te komen. Alleen bleek daar bij de nieuwbouw geen geld voor te zijn gereserveerd. “Dat was natuurlijk heel jammer, maar toen dachten we: laten we dan van de nood een deugd maken”, vertelt Van den Eerenbeemt aan Streekstad Centraal.
En dus kwam Noord-Scharwoude vrijdag in actie. Tijdens de Markt voor spel en bewegen werd geld ingezameld voor de inrichting van de buitenruimte. Met een veiling, loterij en bijdragen van ondernemers en andere donateurs moet het benodigde bedrag bij elkaar worden gebracht. Meer dan vijftig sponsoren hadden zich rond de markt al aan het initiatief verbonden. (tekst gaat door onder de foto)
Met allerlei activiteiten werd vrijdag geld opgehaald voor de nieuwe buitenruimte. Meer dan vijftig sponsoren hadden zich al aan de actie verbonden. (foto: Streekstad Centraal)
Daarmee wordt de omgeving meteen bij het toekomstige IKOC betrokken. Dat is volgens Van den Eerenbeemt minstens zo belangrijk als het geld zelf. “We willen er ook een plek van maken waar de gemeenschap zich thuisvoelt.” Niet alleen de kinderen en bewoners moeten straks iets aan de buitenruimte hebben, maar ook ouders, familieleden en andere mensen uit de omgeving.
Bij het ontwerp is ook gekeken naar wat bewoners van Horizon nodig hebben. Zo moeten de paden toegankelijk zijn voor mensen die met een rollator lopen. Speciale speeltoestellen voor ouderen zijn daarbij niet per se nodig, vertelt Horizon-bestuurder Sjanie Koedoot. Die staan bij het huidige zorgcentrum ook, maar worden weinig gebruikt. Bewoners vinden het volgens haar juist leuk om te zien hoe kinderen en kleinkinderen spelen. “We genieten met elkaar zonder dat iedereen direct zelf op een speeltoestel hoeft te zitten.”
En misschien ontstaan straks heel andere dingen. Van den Eerenbeemt denkt aan samen schaken, klussen in het atelier of breien. Een bewoonster van Horizon die veel breit, zou haar hobby bijvoorbeeld met kinderen kunnen delen. “Er gaat een heleboel ontstaan, dat weet ik zeker.” (tekst gaat door onder de foto)
Een flinke opsteker voor de plannen: naast de overige opbrengt werd tijdens de markt een waardecheque van 50.000 euro overhandigd voor de buitenruimte van het nieuwe IKOC. (foto: Streekstad Centraal)
De eerste stap wordt al gezet voordat de deuren van het IKOC opengaan. De komende maanden gaan groepen kinderen naar Horizon om de ontmoeting alvast op gang te brengen. Voor hen is het nieuwe centrum nu nog moeilijk voor te stellen. “Ze vinden het wel spannend en leuk. Ze zien dat de bouw voortschrijdt, maar echt concreet wordt het pas als we daar naartoe gaan”, aldus Van den Eerenbeemt.
Na de zomervakantie van 2027 moet het nieuwe gebouw in gebruik worden genomen. Van den Eerenbeemt kijkt vooral uit naar wat er dan vanzelf gaat ontstaan. “Hoe mooi is het dat je generaties bij elkaar brengt, in plaats van dat het helemaal losse mensen zijn die eigen dingen doen, eigen werelden hebben.”
Een oud en nieuw buurtfeest waarbij om middernacht gezamenlijk vuurwerk de lucht in gaat? Ook onder de nieuwe landelijke vuurwerkregels gaat dat in Alkmaar niet gebeuren. Burgemeester Anja Schouten heeft besloten geen uitzonderingen te maken voor verenigingen en georganiseerde buurtinitiatieven. De ruimte die gemeenten daarvoor krijgen, laat Alkmaar bewust onbenut.
Dat is relevant omdat Nederland vanaf komende jaarwisseling voor het eerst te maken krijgt met een landelijk vuurwerkverbod. Maar in de Wet veilige jaarwisseling is een uitzondering opgenomen. Gemeenten mogen onder voorwaarden bepaalde verenigingen of buurtinitiatieven toestemming geven om tijdens oud en nieuw toch consumentenvuurwerk af te steken.
In Alkmaar hoeven organisaties zo’n aanvraag echter niet in te dienen. Burgemeester Anja Schouten kiest voor één duidelijke lijn: geen consumentenvuurwerk, ook niet wanneer het afsteken daarvan gezamenlijk wordt georganiseerd.
Daarmee trekt Alkmaar de lijn door die lokaal al eerder is getrokken. Inwoners konden zich in een referendum uitspreken over een gemeentelijk vuurwerkverbod. Een ruime meerderheid van 65,3 procent stemde daarvoor. De afgelopen twee jaarwisselingen gold daarom al een lokaal afsteekverbod.
Het landelijke verbod maakt de situatie dit jaar wel anders. Tot nu toe bleef consumentenvuurwerk gewoon te koop, waardoor handhaving van het Alkmaarse verbod lastig was. Nu het verbod in heel Nederland geldt, verdwijnt dat verschil. Schouten verwacht alleen niet dat politie en handhavers daardoor direct veel minder werk zullen hebben tijdens de eerste jaarwisseling onder de nieuwe regels. (tekst gaat door onder de foto)
De Alkmaarse burgemeester Anja Schouten is heel duidelijk over de jaarwisseling van 2026-2027. Er worden geen ontheffingen verleend. (foto: Streekstad Centraal)
Juist daarom wil ze voorkomen dat er nieuwe plekken ontstaan waar wél vuurwerk mag worden afgestoken. Zulke uitzonderingen zouden gecontroleerd moeten worden, terwijl de beschikbare capaciteit rond middernacht beperkt is. Alkmaarse boa’s gaan op oudejaarsavond na 23.00 uur vanwege hun veiligheid niet meer de straat op. De politie heeft bovendien aangegeven het toezicht op locaties met een gemeentelijke uitzondering niet op zich te nemen.
De gemeente zou daarmee wel verantwoordelijk zijn voor het toezicht, maar nauwelijks mensen beschikbaar hebben om dat uit te voeren. Schouten vreest dat dit juist nieuwe veiligheidsproblemen kan veroorzaken. Voor haar speelt bovendien mee wat Alkmaar met het referendum heeft ingezet. “Het verlenen van ontheffingen zou afbreuk doen aan de duidelijke lijn die na het referendum is ingezet”, schrijft ze aan de gemeenteraad.
Wie rond de jaarwisseling iets voor de buurt wil organiseren, krijgt daarvoor nog steeds ruimte. Alkmaar wil zulke initiatieven juist stimuleren en gaat ook door met de centrale eindejaarsshows. Alleen consumentenvuurwerk maakt daar geen onderdeel van uit. Professionele vuurwerkshows blijven wel mogelijk. De toestemming daarvoor loopt niet via de gemeente, maar via de provincie.