“Gelukkig ging er veel mis.” Het klinkt als een vreemde conclusie na een avond waarop tientallen brandweerlieden zich in het zweet hebben gewerkt in de Schoorlse Duinen. Maar teamcommandant Anne Judith Storm van Leeuwen bedoelt het precies zoals ze het zegt. Want áls er fouten worden gemaakt, dan maar hier. Tijdens een oefening, met getekende vlammen op papier en rook uit een machine, en niet straks wanneer een stuk duingebied echt in brand staat.
En er ging inderdaad het één en ander ‘mis’. En juist daardoor werd de oefening een leerzame avond voor de korpsen van Schoorl, Groet, Schagerbrug en Bergen en de waterwagen uit Egmond. Onder leiding van trainer Ruud Admiraal moesten de brandweerlieden verschillende brandhaarden bestrijden in het uitgestrekte duingebied.
Waar precies, moet nog even geheim blijven. Komende maandagavond volgt opnieuw een grote natuurbrandoefening in de Schoorlse Duinen. Dan oefenen andere brandweerploegen en zijn ook politie en Staatsbosbeheer betrokken en die mogen niet nu al doorkrijgen waar ‘brand uitbreekt’.
De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord organiseert in totaal vier van dergelijke oefeningen, omdat de korpsen voorbereid moeten blijven op natuurbranden en de samenwerking daarbij. Door de lange droogteperiodes in bossen en duinen is die voorbereiding volgens de veiligheidsregio extra belangrijk. Daarom maakt de brandweer ook graag gebruik van de ervaring van buitenlandse korpsen, zoals die in Spanje. (tekst gaat verder onder de foto)

Wie afgelopen maandagavond tegen de oefening aanliep, zag vooral een tomeloze inzet. Loodzware brandslangen worden uit de voertuigen gehaald, uitgerold, versleept, weer verplaatst en uiteindelijk allemaal weer opgeruimd. Het is al zwaar werk op een gewone straat, laat staan met zware bepakking op onverharde paden in de duinen. Toen de schemering al over het gebied viel, waren brandweerlieden nog altijd bezig al het gebruikte materieel terug in de voertuigen te krijgen, gereed voor de volgende inzet.
Het vuur zelf was gelukkig minder indrukwekkend. Afzetlint markeerde de grenzen van het ‘brandende’ gebied en op papieren bordjes waren vlammen getekend. Tussen bomen en struiken leverde dat soms een voor een buitenstaander bijna komisch beeld op. Rookmachines zorgden ondertussen voor een wat realistischer decor. Voor de deelnemers was het bloedserieus. (tekst gaat verder onder de foto)

Achter die nepbrand ging dan ook een serieus scenario schuil. En al snel bleek hoe ingewikkeld natuurbrandbestrijding kan zijn. De portofoons werkten opvallend goed in het duingebied. Dat was goed nieuws, maar zorgde meteen voor een ander probleem: er kwam zoveel informatie binnen dat het lastig werd om het overzicht te bewaren. Wie iets belangrijks wilde melden, moest bovendien maar zien tussen al het radioverkeer te komen. Zelfs de boodschap dat moest worden opgeschaald naar ‘zeer grote brand’ bereikte de meldkamer niet zomaar.
Ook overleg kostte veel tijd. Beslissingen die op papier eenvoudig lijken, blijken midden in een duingebied – met verschillende ploegen, voertuigen en opdrachten – een stuk ingewikkelder. Dat werd pijnlijk zichtbaar toen aanvankelijk bijna alle tankautospuiten naar dezelfde relatief kleine brandhaard waren gereden. (tekst gaat verder onder de foto)

Verderop woedde volgens het scenario ondertussen een veel grotere brand, die pas later door de verkenners werd ontdekt. De ploeg van Bergen moest daarheen, maar kon niet vertrekken. Hun tankautospuit, die nodig was om daar de ploeg van Groet te ondersteunen, stond tussen andere brandweerauto’s ingeklemd. Kostbare minuten gingen verloren voordat de wagen van Bergen zich uit de file had geworsteld.
En juist op de smalle duinpaden bleek waarom gebiedskennis en de opstelling van de voertuigen zo belangrijk zijn. Brandweerwagens moeten daar allemaal met de neus dezelfde kant op staan. Niet voor de netheid, maar om bij plotseling gevaar onmiddellijk te kunnen vluchten. De wagen uit Bergen kwam echter over een bospad aanrijden met de neus richting de ploeg van Groet.
Dat betekende: terug. (tekst gaat verder onder de foto)

De Bergense brandweerwagen moest een flink stuk achteruit over het smalle bospad, daarna keren en vervolgens achteruit opnieuw over het bospad, zodat het voertuig uiteindelijk wel in de juiste vluchtrichting stond. Intussen tikte de klok verder. Pas ongeveer twintig minuten voor het einde van de oefening konden daar de slangen worden uitgerold en kon het blussen daadwerkelijk beginnen. In de sproeistand, want vegetatie mocht door de oefening geen schade oplopen.
De Egmondse brandweerlieden van de waterwagen hadden een rustige avond. Hun auto was te zwaar om over de geasfalteerde toegangsweg naar het duingebied te rijden. Met Staatsbosbeheer was afgesproken dat de oefening geen schade zou aanrichten aan het natuurgebied. Dus bleef de waterwagen onbenut.
“Als er echt brand zou zijn, dan hebben we daar natuurlijk lak aan. Dan moet alles wijken om de brand te blussen. Niemand maakt zich dan druk om een paar takken die afbreken door snelrijdende brandweerwagens. Bij een oefening zijn we veel voorzichtiger”, zo licht Storm van Leeuwen toe. (tekst gaat verder onder de foto)

Er bleven echter genoeg situaties over waarop brandweerlieden vastliepen of fouten maakten. Die momenten verklaren waarom de teamcommandant na afloop tevreden kon zeggen dat er gelukkig veel misging. Een voertuig dat verkeerd staat, communicatie waarin een belangrijke boodschap moeilijk doorkomt, overleg dat te lang duurt of een brandweerwagen die letterlijk geen kant op kan: liever nu ontdekken dan wanneer het duin echt in brand staat.
Want dan zijn de papieren vlammen ineens echte vlammen en komt de rook niet meer uit een machine. Twintig minuten tijdverlies is dan geen leerpunt voor de nabespreking, maar kan het verschil betekenen tussen een beheersbare brand en vuur dat zich verder door de duinen verspreidt.
Daarom wordt er geoefend, en niet één keer. De Veiligheidsregio benadrukt dat het hele jaar wordt gewerkt aan de voorbereiding op natuurbranden. Daarbij gaat het niet alleen om het blussen zelf, maar nadrukkelijk ook om de samenwerking tussen brandweer en andere organisaties. (tekst gaat verder onder de foto)

Aan het einde van de avond was het denkbeeldige vuur uit. Het echte werk nog niet. In het invallende donker werden meters brandslang leeggegoten, opgerold en terug naar de voertuigen gesjouwd. Pas toen het laatste materiaal uit het duin was opgeborgen, verzamelde de oefenstaf de brandweerlieden in het licht van de koplampen voor de evaluatie.
Eén ploeg ontbrak. Terwijl onder de donkere sterrenhemel werd besproken wat er deze avond allemaal goed en verkeerd was gegaan, waren de brandweerlieden uit Groet alweer onderweg. Bij NRG in Petten was een koolmonoxidemelder afgegaan. De oefening in de duinen was voorbij; voor hen had de werkelijkheid het alweer overgenomen.
