Wat betekent het voor de busplannen van Dijk en Waard dat alleen Arriva een bod heeft uitgebracht op het openbaar vervoer vanaf 2028? Beter voor Dijk en Waard wil daarover duidelijkheid van het college. De partij wijst erop dat niet alle wensen van de gemeente als minimumeis zijn opgenomen. Juist concurrentie tussen vervoerders zou volgens BvDW extra aanbod kunnen opleveren, maar die concurrentie blijkt er nu niet te zijn.
Zoals Streekstad Centraal eerder meldde, heeft Connexxion-moederbedrijf Transdev besloten niet mee te doen aan de aanbesteding voor de nieuwe busconcessie in NoordWest Noord-Holland. Alleen Arriva heeft een bod gedaan. Als dat aan de eisen voldoet, neemt het bedrijf in juli 2028 het busvervoer over. De concessie geldt vervolgens dertien jaar. Transdev vindt onder meer de risico’s van personeelstekorten en problemen met het elektriciteitsnet te groot.
Dat krijgt nu een politiek vervolg in Dijk en Waard. Beter voor Dijk en Waard (BvDW) heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college. De gemeente bracht eerder bij de provincie wensen in over onder meer de bereikbaarheid van Langedijk en De Noord, de frequentie van de bussen en een grotere rol voor station Heerhugowaard als OV-knooppunt. (tekst gaat verder onder de foto)

Niet alle wensen van Dijk en Waard zijn één op één als harde minimumeis overgenomen. Volgens BvDW gaf de provincie eerder aan dat te veel of te hoge eisen het risico met zich meebrengen dat vervoerders niet kunnen inschrijven. Tegelijkertijd werd verwacht dat concurrentie vervoerders zou uitdagen meer aan te bieden dan het verplichte minimum. Nu heeft uiteindelijk maar één vervoerder een bod gedaan.
“Wij trekken niet bij voorbaat de conclusie dat het openbaar vervoer hierdoor slechter wordt”, benadrukt fractievoorzitter Carmen Bosscher. “Maar als er maar één vervoerder inschrijft, terwijl eerder juist werd gerekend op concurrentie om tot een goed aanbod te komen, willen wij weten wat dit betekent voor onze inwoners. Bereikbaarheid en voldoende busverbindingen zijn voor veel mensen simpelweg noodzakelijk.” (tekst gaat door onder de foto)

Dat Arriva de enige bieder is, betekent overigens niet dat het bedrijf zelf kan bepalen hoeveel bussen er vanaf 2028 rijden. In het al eerder gepubliceerde Programma van Eisen heeft de provincie een behoorlijk deel van het minimale aanbod vastgelegd. Voor Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk wordt bijvoorbeeld een Streeksprinter voorgeschreven die 90 procent van de adressen ontsluit.
Zo’n Streeksprinter moet op werkdagen overdag minimaal twee keer per uur per richting rijden. ‘s Avonds en in het weekend is dat minimaal één keer per uur. Ook de bestaande buurtbus 407 tussen Heerhugowaard, Noord- en Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk blijft in de voorwaarden staan. (tekst gaat door onder de foto)

Voor Heerhugowaard ligt eveneens al het nodige vast. Zo schrijft de provincie een frequente Stadsprinter tussen Alkmaar en Heerhugowaard voor. Binnen Heerhugowaard moet die onder meer een goede ontsluiting bieden van wijken als De Draai, de Schilderswijk en de Heemradenwijk. Dat is opvallend omdat over de huidige lijn 160 al langer discussie bestaat. Die rijdt vanuit De Draai rechtstreeks naar station Alkmaar, terwijl inwoners voor het veel dichterbij gelegen station Heerhugowaard moeten overstappen of omreizen.
Station Heerhugowaard kan in de nieuwe concessie een belangrijkere functie krijgen. Zodra daar op alle dagen overdag minimaal vier intercity’s per uur van en naar Amsterdam rijden, beschouwt de provincie het station als een belangrijk OV-knooppunt. Andere buslijnen binnen Heerhugowaard kunnen dan sterker op het eigen station worden gericht in plaats van op Alkmaar. De provincie ziet daarin ook mogelijkheden om bussen vaker te laten rijden.
Niet alles is echter gegarandeerd. Zo moet de nachtbus N60 tussen Alkmaar, Stad van de Zon, het Stadshart en de Schildersbuurt in Heerhugowaard blijven rijden. Nachtbus N50 van Alkmaar via Langedijk, Nieuwe Niedorp, Middenmeer en Wieringerwerf naar Den Oever is daarentegen niet meer dan een optie. Arriva mag die verbinding aanbieden, maar is daartoe volgens het Programma van Eisen niet verplicht. (tekst gaat verder onder de foto)

De N50 is daarmee een voorbeeld van busvervoer dat niet door de minimumeisen wordt gegarandeerd. BvDW wil in bredere zin weten wat het ontbreken van concurrentie betekent. De partij vraagt het college welke gevolgen het ziet voor het toekomstige OV-aanbod en welke stappen het richting de provincie zet om de belangen van Dijk en Waard te bewaken.
Ook de provincie had op meer inschrijvingen gehoopt. Gedeputeerde Jeroen Olthof zegt dat de ene inschrijving de “flinke uitdagingen” voor het openbaar vervoer in Nederland benadrukt. Hij noemt stijgende kosten, personeelstekorten en veranderd reisgedrag. Tegelijk zegt hij dat reizigers moeten kunnen blijven rekenen op betrouwbaar en toegankelijk openbaar vervoer.
Of Arriva daadwerkelijk vanaf 2028 gaat rijden, staat nog niet vast. De provincie gaat de inschrijving de komende maanden beoordelen. Daarbij kijkt zij onder meer naar hoeveel vervoer Arriva aanbiedt, hoe het busvervoer verder wordt ontwikkeld, de betrouwbaarheid van de uitvoering en de samenwerking met de provincie. Voor het opstellen van die eisen heeft de provincie eerder ook gemeenten en inwoners om inbreng gevraagd. In december moet duidelijk worden of de concessie aan Arriva wordt gegund.
Het college heeft dertig dagen om de vragen van Beter voor Dijk en Waard te beantwoorden. (hoofdfoto: Wiki Commons/ Jan Oosterhuis)
