De naam Brueghel roept bij menigeen associaties op. Het bewijst de blijvende indruk die de voor hun tijd vernieuwende kunstwerken van deze familie hebben gemaakt. Dit najaar staat het Noordbrabants Museum in Den Bosch in een grote tentoonstelling stil bij deze getalenteerde kunstenaarsfamilie. Maar ook in Sint-Pancras komt hun werk aan bod, in een lezing gegeven door Isolde Scholberg in de Kunstkerk: “het verhaal achter de kunst”.
Scholberg verzorgt een inleidende lezing, waarin de Brueghels worden voorgesteld tegen de achtergrond van de West-Europese kunst tussen 1550 en 1700. Bezoekers zullen kennismaken met de belangrijkste werken die in Den Bosch te zien zijn. Het gaat om werk van onder meer Pieter Bruegel de Oude, Jan Brueghel de Oude, Jan Brueghel de Jonge, Jan van Kessel de Oude en David Teniers de Jonge.
Isolde Scholberg is cultuurwetenschapper. Ze zorgt volgens de organisatie van de lezing voor een levendige en vaak verrassende kennismaking met kunst in de meest brede zin van het woord. Door kunstwerken een plek te geven in hun historische context komen zij en haar publiek soms tot onverwachte inzichten: “Isolde deelt haar liefde voor de kunst graag met zoveel mogelijk mensen. Want wat is er mooier dan samen kunst ontdekken en ervan genieten.”
De lezing is op woensdag 18 oktober en vindt plaats in de Kunstkerk in Sint Pancras. De lezing begint om 14.00 en duurt, met pauze, ongeveer twee uur. Deelname kost 15 euro, dat is inclusief koffie of thee in de pauze. (afbeelding: Jan Brueghel de Jonge, Allegorie op de schilderkunst / foto: Peter Cox)
De verwoestende aardbeving die Marokko vorige maand trof liet diepe sporen na. In Marokko, maar zeker ook in Alkmaar, een stad waar veel mensen directe banden hebben met het rampgebied. Maar behalve veel verdriet is er ook veel actiebereidheid. Streekstad Centraal sprak met Bochra Krim, een onderneemster uit Alkmaar die vorige week terugkeerde van een vierde bezoek aan het getroffen gebied: “En ik ga zeker weer terug. Een vijfde keer, een zesde… De nood is hoog en de kou komt eraan.”
Bochra schetst een beeld van een gebied dat veerkrachtig is. De schade is enorm, mensen durven hun huizen niet meer in. Dorpsbewoners die bijna de hele dag slapen, soms kort half wakker worden, angstig: ze zijn in shock, in paniek. Tegelijk is het er overweldigend mooi en zijn de mensen er overweldigend dankbaar. “Ik kwam daar om hulp te bieden, maar ik ontdekte: zij hebben ook iets voor ons, iets waar wíj van kunnen leren.” Dat maakte de tochten die Bochra in de bergen ten zuiden van Marrakesh extra bijzonder. “Deze mensen doen er echt álles voor, het volk strijdt.” (tekst gaat door onder de foto)
Bochra (uiterst rechts) ging over moeilijk begaanbare wegen de bergen in om hulp te brengen. (foto: aangeleverd)
Maandagavond sprak oud-raadslid Mohamed Nabih de Alkmaarse politiek toe in de raadsvergadering. Net als Bochra Krim is hij zeer betrokken bij wat er in Marokko is gebeurd. Hij bracht onder de aandacht dat juist Alkmaar een bijzondere band met deze regio heeft, want de Alkmaarse Marokkaanse gemeenschap is grotendeels uit dit deel van Marokko afkomstig: “Hoe zuidelijker, hoe meer familie”, zei Nabih daarover. De betrokkenheid is in Alkmaar daardoor extra groot. “Het leeft, er is heel veel ingezameld”, weet ook Bochra. Zijzelf komt uit Casablanca, maar ook zij voelt de verbondenheid met het rampgebied.
“Ik ben er vier keer heengegaan, de eerste keer kort na de aardbeving”, vertelt Bochra in gesprek met Streekstad Centraal. “Mensen zeiden: het hoeft niet, iedereen is al geholpen. Maar er zijn verborgen dorpen, waar nog niemand is geweest.” Het berggebied is moeilijk toegankelijk, de bergen zijn hoog, de dalen smal. Bochra beschrijft een landschap van indrukwekkende kloven, uitgesneden door bochtige riviertjes, met droge hellingen en huizen die deels in de rotsen zijn gebouwd. Die huizen zijn nu vaak verlaten, uit angst voor nieuwe bevingen. Het is moeilijk om de mensen die hulp nodig hebben te vinden. (tekst gaat door onder de foto)
De verwoesting is groot. (foto: aangeleverd)
“De wegen zijn steeds beter begaanbaar”, vertelt Bochra. “Daar wordt heel hard aan gewerkt, dat is heel indrukwekkend. Marokko doet echt zijn best om te helpen. Voor kinderen zijn er zelfs springkussens geregeld. Zoiets hebben ze vaak nog nooit gezien, maar nu, door de hulp, is het er.” Er is veel goeds, tegelijk veel verdriet.
Die twee gaan samen, ook in de verhalen van Bochra. Hoe water voor aardverschuivingen zorgt, tegelijk dorre valleien laat opbloeien. “Het bronwater smaakt heerlijk. Op plekken waar soms eerst geen water was.” Het stemt nederig. Voor veel van de bergbewoners is het geloof een belangrijke troost. “We reden ‘s avonds weg en hoorden kinderen bidden, samen, dat geluid droeg ver. Dat was echt heel bijzonder. Het ontroerde me.” (tekst gaat door onder de foto)
Mensen in het getroffen gebied durven niet meer terug hun huizen in. (foto: aangeleverd)
Langs de wegen het bergland in zag Bochra groepjes kinderen staan. “Hun ouders hebben tegen ze gezegd: ga naar de weg, vraag om hulp. De kinderen brachten ons dan naar de rest van het dorp toe.” Met een klein team trok Bochra herhaaldelijk vanuit Marrakesh de bergen in, tochten die vele uren in beslag konden nemen. “Als Google zegt dat het twee uur rijden is… Reken daar dan maar wat uren bovenop.”
En dat terwijl er echt soms haast is. Als Bochra iemand spreekt die om artsen vraagt, om medische hulp, dan wil ze die hulp zo snel mogelijk ter plaatse kunnen krijgen, hoe moeilijk dat ook is. Ze vertelt over angstige tochten door het bergland, maar vooral ook over de indrukwekkende actiebereidheid. Iedereen wil helpen en iedereen die geholpen wordt is dankbaar. “Alles wordt gedeeld. En wij worden er als gasten ontvangen, met Marokkaanse muntthee, hapjes, noten – dat is zo bijzonder om te ervaren.” (tekst gaat door onder de foto)
De ritten door de bergen zijn niet zonder gevaar, maar aan de wegen wordt wel gewerkt. (foto: aangeleverd)
De dankbaarheid, hoe mensen alles delen, dat heeft op Bochra de grootste indruk gemaakt. “Ik ben er als een ander mens van terug gekomen. Waar maken wij ons hier in Nederland allemaal druk om… Die mensen daar, ze leven heel anders dan wij. Heel ‘zen’. Daar kunnen wij allemaal iets van leren”, vertelt Bochra. “Dit zou ieder mens eens moeten doen.”
Er is vergunning gegeven voor de stort van vervuild afval in Alkmaar. Het gaat om het omstreden ‘Tata-puin’, puin van een gesloopte hoogoven in IJmuiden. Dit afval is ernstig vervuild en zal worden opgeslagen op de Boekelermeer. Tenminste, als een procedure geen stokje steekt voor de vergunning die gegeven is. En zo’n procedure is wel waarschijnlijk.
De komst van het vervuilde puin uit IJmuiden hield de gemoederen in Alkmaar deze zomer bezig. Het was ‘vullis’, in de woorden van VVD-fractieleider John van der Rhee, en met hem vonden ook andere Alkmaarse politici dat de gemeente zich tegen de afvaldump in de Boekelermeer uit moest spreken. Sorteerder Sortiva zat met de kwestie in de maag, maar krijgt nu dus toch gelijk van de Omgevingsdienst, die de vergunning toe heeft gezegd.
Daarmee is een eerste ronde van bezwaren vruchteloos geweest. Verschillende partijen protesteerden tegen de komst van het puin, de gemeente hield zich echter nog op de vlakte. Het College wilde namelijk de officiële vergunning afwachten en dáár bezwaar tegen maken. Die vergunning ligt er nu en dus kan de procedure gaan lopen.
De N242 moet anders, vindt de Provincie. Maar ook in Dijk en Waard zelf bestaan er ideeën over deze drukke verkeersader. Bewoners van wijken als Broekhorn en het Duizend Eilandenrijk ervaren veel geluidsoverlast van deze weg, blijkt uit bijeenkomsten en raadsstukken van de gemeente. Er ligt nu een oproep om specifiek het onderwerp geluidsoverlast onder de aandacht van de Provincie Noord-Holland te brengen.
De provincie is namelijk de eigenaar van de weg. De voorgenomen modernisering van de weg die in 2026 moet worden uitgevoerd krijgt dan ook vooral vorm in Haarlem. Wel kan de gemeente Dijk en Waard waar nodig invloed uitoefenen op de ontwerpen. “Het is opmerkelijk dat geluidsreductie kennelijk een lagere prioriteit geniet bij de provincie”, schrijven bewoners aan de gemeente. De indruk is dat de Provincie dat onderwerp ‘terzijde’ schoof in de geschreven samenvatting van de inspraakbijeenkomsten.
“Als bewoners bevinden wij ons momenteel in een doolhof van
bureaucratie”, staat te lezen in de brief aan de gemeenteraad. De hoop is dat het College met de vuist op tafel slaat in de gesprekken met de provincie. Zo kan het verminderen van geluidsoverlast door deze drukke weg alsnog op de agenda komen.
Hoe die geluidsvermindering concreet tot stand wordt gebracht – door geluidsschermen, verdiepte aanleg, speciaal asfalt, een lagere maximumsnelheid – dat wordt verder niet concreet gemaakt. Hier kan in een later stadium meer duidelijkheid over komen.
Het is 450 jaar geleden, maar in Oudorp zijn de herinneringen aan het Beleg van Alkmaar vers. Daar werd deze beslissende gebeurtenissen namelijk nagespeeld in de polder die ook tóen, in 1573, het strijdtoneel was. Inclusief de onvermijdelijke natte voeten, natuurlijk. Het publiek genoot van ‘Vrij van verzet’: “Sí, sí.”
Collectief Blauwdruk pakte de geschiedenis van 450 Jaar Alkmaar Ontzet op geheel eigen wijze op voor een stuk waarin de werkelijkheid soms een klein beetje vooruit geholpen werd: “Ja, we nemen er zeker een loopje mee”, bevestigt Bram Walter van Collectief Blauwdruk. Daardoor valt er zeker ook wat te lachen en wordt er continu gespeeld met het heden. “We wilden dat spelen op een locatie die echt historisch is, dus in de modder.” En die locatie is de Oudorperpolder.
Ook Streekstad Centraal woonde een voorstelling bij. En daarmee hadden we geluk, want ‘Vrij van verzet’ is stijf uitverkocht. Ook in het feestelijke Ontzetweekend zijn er nog voorstellingen, tot en met 8 oktober.
Alkmaar is een bijzonder beeld rijker. 150 jaar oud, afkomstig uit Frankrijk, prachtig gedetailleerd en dan ook nog eens direct verbonden met de geschiedenis van Alkmaar. Het gaat namelijk om een beeld van Sint-Matthias, de ándere patroonheilige van Alkmaar, naast Sint-Laurens. Het beeld van de heilige wordt zondag 15 oktober onthuld in de rooms-katholieke Sint-Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord.
De onthulling mag zich in grote belangstelling verheugen, weet Henk Adriaanse van Stichting De Alkmaarse Cuyperskerk. “Het beeld is er al”, vertelt hij aan Streekstad Centraal. “Het staat nu nog verdekt opgesteld. Voor de onthulling nodigen we flink wat mensen uit. Dat wordt een lekker volle kerk.” En dat verdient het beeld zeker, vindt Adriaanse: “Het is echt een prachtig beeld.”
De Sint-Laurentiuskerk heeft al een beeld van Sint-Laurens, de naamgever van de kerk. Maar tot ver in de Twintigste Eeuw stond er ook een beeld van de tweede heilige, Sint-Matthias, in het Alkmaarse kerkgebouw. Een fraai ontwerp door architect Cuypers. Het viel ten prooi aan moderniseringen in de kerk. “Toen hebben ze ook het orgel behoorlijk ‘verrinneweerd’, heel zonde”, vertelt Adriaanse. “Dat is nu weer hersteld.” En ook Matthias keert dus terug, in de vorm van een Frans beeld dat in de Negentiende Eeuw werd vervaardigd. (tekst gaat door onder de foto)
Een tipje van de sluier. (foto: Stichting De Alkmaarse Cuyperskerk)
Streekstad Centraal was natuurlijk benieuwd naar het beeld, maar het is echt nog niet zomaar te bekijken, zegt Adriaanse. Toch wil hij ons wel een tipje van de sluier laten oplichten. Een uitsnede uit een foto, niet ál te scherp, geeft een indruk van wat kerkgangers en andere geïnteresseerden straks te zien krijgen. “Maar we hebben het beeld nog wel opgeknapt”, zegt Adriaanse daar nog bij. Want de beelden van Sint-Laurens en Sint-Matthias die bovenaan de grote ramen van de Grote Kerk hangen, die zit niemand van dichtbij. Dit beeld wel. En dus moet het perfect zijn.
De aanschaf van een nieuw beeld, de verdere verfraaiing van de kerk: het laat zien dat de Alkmaarse katholieke parochie vol leven zit. “We hebben toch zo’n 70 misgangers elke week”, vertelt Adriaanse daarover. “En 35 communicanten dit jaar.” Wie iets in de kerk wil organiseren moet goed zoeken naar een plekje op het schema, het zit goed vol. “Er is veel belangstelling. En we hebben ook onze pastoor natuurlijk”, lacht Adriaanse. Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten is een bekendheid, actief op Twitter/X, geregeld te zien en te horen in de media. Ook Eritrese en Oekraïense kerkgangers zorgen voor extra leven in het historische gebouw.
Zondag 15 oktober wordt het beeld officieel voorgesteld aan parochianen en andere belangstellenden. Klokgelui zal het tijdstip wel duidelijk maken: zondagochtend om 11:15 uur in de Sint-Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord.
De auto zelf stond nog op z’n plek, maar de ramen lagen aan diggelen: voor een inwoner van de Alkmaarse wijk De Hoef was het dinsdagochtend duidelijk dat er in zijn auto was ingebroken. Dan zit er weinig anders op dan contact op te nemen met de politie. Maar die blijkt, zoals steeds vaker, overvraagd, er is te weinig capaciteit. “Zo wordt het wel een open deur voor dieven.”
Streekstad Centraal heeft contact met de eigenaar van de auto, die liever anoniem zijn verhaal doet. “Toen ik bij mijn auto aankwam merkte ik dat de ruit aan de passagierskant ingetikt was en dat de deuren openstonden. Het stuur is meegenomen.” Een foto laat de schade goed zien. De autobezitter belde met de politie, maar die liet weten dat ze niet zelf naar de plaats des onheils zouden komen. Wel werd aangeraden om online aangifte te doen.
“Dat is ook gebeurd”, bevestigt de eigenaar van de auto aan Streekstad Centraal. “Toch vind ik dit vreemd van de politie. Vooral ook omdat ik aangaf dat er spullen in mijn auto lagen die niet van mij waren. Ik had op z’n minst verwacht dat er een sporenonderzoek gedaan zou worden.” Maar dat sporenonderzoek moest de Alkmaarder zélf ter hand nemen: “Ik kreeg te horen dat ik met handschoenen de spullen in een zakje moest doen.” Dat voelt niet goed, vindt de eigenaar van de auto. Dan is het haast ‘eigen rechter’, vindt hij, wat toch de bedoeling niet kan zijn. (tekst gaat door onder de foto)
Zo trof de Alkmaarder zijn auto aan.
De woordvoerder van de politie bevestigt dat de capaciteit beperkt is, waardoor er keuzes moeten worden gemaakt. “Mijn collega’s hadden het toen heel druk”, zegt de woordvoerder. “De forensische opsporing komt in principe ook niet voor een autoinbraak. Wel bij een woninginbraak. We kijken naar ‘high impact’, naar een grote inbreuk op iemands levenssfeer.” Dat ook een inbraak in een auto grote indruk kan maken begrijpt de woordvoerder, maar bij beperkte capaciteit kan nu eenmaal niet alles worden opgepakt.
Wél moeten mensen echt aangifte blijven doen, benadrukt de politievoorlichter. “We zijn geïnteresseerd in de trend, we hebben aangiftes dus echt nodig”, laat hij weten. “Als er veel auto-inbraken zijn, dan is er sprake van een trend. Dan leggen we voor aan de gemeente dat er iets moet gebeuren. Het kan ook dat we dan ‘s nachts gaan surveilleren in de wijk, dat heb ik zelf ook wel gedaan.” Met de fiets door nachtelijk Alkmaar en dan even informeren als iets er verdacht uitziet, het kan al een groot verschil maken. Maar ook daarvoor geldt weer: er moet capaciteit voor zijn en er moet een goed argument zijn om dat te gaan doen.
Voor de auto-eigenaar in De Hoef blijft het onbevredigend. “Diefstal is toch een veelvoorkomend iets is”, overweegt hij. “Zeker ook in De Hoef.” maar zulke trends zijn voor de politie dus pas inzichtelijk als er consequent aangifte wordt gedaan van alles wat er gebeurt. Ook als de aangever zelf met het gevoel blijft zitten dat er weinig aandacht voor de kwestie is geweest.
De klokkentoren van Koedijk gaat in onderhoud. Het kenmerkende open torentje met klokkenspel en wijzerplaat, dat voor het ‘Houten Kerkje’ staat, is toe aan een opknapbeurt. Dat heeft de gemeente Alkmaar, waar dit deel van Koedijk onder valt, op dinsdag bekendgemaakt.
Een en ander betekent dat vanaf woensdag 4 oktober het carillon niet meer te horen zal zijn in het dorp. De klokken worden gerestaureerd. Ook het uurwerk wordt onder handen genomen. Verder wordt de verlichting gemoderniseerd. De onderhoudswerkzaamheden moeten medio november weer zijn afgerond, op maandag 20 november moet het kerkje van Koedijk zijn klokken weer hebben teruggekregen.
Het Houten Kerkje is een bijzonder monument. Het staat sinds 1947 op deze plek, nadat het gebouw eerst in de Wieringermeer had gestaan. Het torentje, dat geheel open is en dus een op het oog eenvoudige constructie, is naar Nederlandse begrippen zeldzaam. Een dergelijk torentje wordt wel ‘klokkenstoel’ genoemd.