Twintig jaar geleden werd hij vermoord: Theo van Gogh. Filmmaker, columnist, luis in de pels én geliefd interviewer. De veelzijdigheid van Van Gogh inspireerde biograaf Jaap Cohen tot zijn dikke en door velen zeer gewaardeerde boek ‘De Bolle Gogh’. Zondag 20 oktober vertelt Cohen erover in De Alkenaer.
Voor zijn biografie voerde Cohen vele gesprekken. Met vrienden, maar ook met vijanden van Van Gogh. Met familie. De ingewikkelde relatie die Theo van Gogh had met zijn moeder vormt een rode draad in de biografie, misschien ook wel in het leven van ‘de bolle’. Maar ook zijn er talloze anekdotes, van de pantoffels waarmee Van Gogh door New York liep, tot de historische drinkgelagen die hij aanlegde met vrienden en collega’s.
In De Alkenaer laat Jaap Cohen zich zondag 20 oktober interviewen over dit boek en over zijn kijk op Theo van Gogh. Om 16:00 begint het interview, in de sfeervolle achterzaal van De Alkenaer. Deelname kost 15 euro. Kaarten zijn verkrijgbaar via de website van De Alkenaer.
Zeg Alkmaar en mensen denken… Kaas. En AZ. Of Alkmaars victorie. Maar ergens in dat lijstje hoort toch ook de Alkmaarse Bol, vindt Kees Elhorst van Stadsbrasserie Elhorst. Veertig jaar geleden vond hij hem uit, die Alkmaarse Bol: véél room, een beetje advocaat, goede chocolade en natuurlijk die knapperige soes. “Deze eet je zéker met mes en vork, ja!”
Streekstad Centraal laat het zich geen twee keer zeggen als Kees ons een Alkmaarse Bol aanbiedt. Een fotograaf en deze verslaggever spoeden zich naar de binnenstad. In de bekende ‘stadsbrasserie’ aan de Laat staat de koffie dan al klaar. “Die bol, die maak ik vers”, zegt Kees. “Dan is ‘ie echt het lekkerst.”
Kees was twintig jaar oud toen hij de Alkmaarse Bol bedacht. Hij werd geboren boven de zaak, groeide op tussen de slagroom en de koeken. Dat er uit al die inspiratie een keer een bijzonder recept zou rollen, dat zat er dik in. “Toen werkte ik hier nog voor mijn vader. En die zei geen nee toen ik hiermee aankwam!” (tekst gaat door onder de foto)
De uitvinder van de Alkmaarse Bol: Kees Elhorst. (foto: Streekstad Centraal)
De zaak zelf bestaat al langer dan de bol, zestig jaar inmiddels. Het familiebedrijf koestert de traditie. “Ik verander ook dingen, zeker wel. Maar stapsgewijs, af en toe eens wat nieuws. Als je dat doet zie je dat mensen van generatie op generatie terugkomen.”
Die generaties, dat zijn heel vaak Alkmaarders. Een bezoek aan Elhorst hoort voor veel mensen bij het vaste rondje ‘statten’. Maar ook Duitsers weten de zaak én de Alkmaarse Bollen te vinden. “Duitsers bestellen er vaak twee”, weet Kees. “En dat vind ik een compliment. Als je in Duitsland kijkt… Die mensen weten wat kwaliteit is hoor.”
Voor Kees is ‘kwaliteit’ simpel en krachtig samen te vatten: “Geen troep!” Het moet echt goed zijn, niet een beetje, niet half. “Als je denkt: nou, het kan nog net… Dan kan het dus níét! Wij zijn altijd bezig met het zoeken naar kwaliteit.” (tekst gaat door onder de foto)
“Echte slagroom, dat proef je”, vindt Kees. (foto: Streekstad Centraal)
Zeg Alkmaarse Bol, en mensen zeggen… Den Bosch. Want dat is de stad van de Bossche Bol. En al zou Kees het misschien liever anders zien, de Bossche Bol is in Nederland wel veel bekender. Al kan dat de komende veertig jaar nog veranderen.
“Natuurlijk is die knipoog er, daarom heb ik hem Alkmaarse Bol genoemd”, geeft Kees toe. “Maar het is echt helemaal wat anders hoor. Dat krokante van de Alkmaarse Bol, dat heeft die Bossche niet. Daar spuiten ze de slagroom ín. Dat zou met onze Bol niet eens kunnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Uw verslaggever van Streekstad Centraal is duidelijk onder de indruk van de jarige Alkmaarse Bol. (foto: Streekstad Centraal)
Een bijzonder ingrediënt is de advocaat. Dat geeft een extra diepte aan de smaak, ook door de alcohol natuurlijk. “Maar je moet wel twintig bollen eten wil je er last mee krijgen. Het is maar een klein beetje.” En hoewel Duitse gasten er dus best twee soldaat maken, is twintig toch eigenlijk niet haalbaar. De Alkmaarse Bol is vullend, máchtig.
En dat is ‘ie nu dus al veertig jaar. Precies zó, precies als in het begin, in 1984. “Het recept is nooit veranderd. Ik weet dat iemand in den lande een variant heeft bedacht waar ook boerenjongens in gaan. Tja, dat mag. Maar dan is het geen Alkmaarse Bol.”
Het is weer fris, het is weer geurig en kleurig. Het is herfst. En dat is ook te merken in de natuur, waar paddenstoelen meer en meer de aandacht trekken en waar de dieren zich voorbereiden op de winter. Dit bijzondere jaargetijde staat centraal op de ‘Herfstdag’ die op zondag 13 oktober wordt georganiseerd in Bergen.
De Herfstdag is een actieve dag, buiten en binnen. De locatie is bezoekerscentrum ‘De Duinheide’, bij veel mensen ook nog wel bekend onder de vroegere naam ‘De Schaapskooi’, aan de Zeeweg in Bergen. Er is een kleine markt, een voorstelling met kabouters, er wordt geknutseld en de boswachter vertelt over wat er in deze tijd van het jaar allemaal gebeurt in de natuur.
Natuurlijk vindt iedereen het heel bijzonder, maar eigenlijk willen ze dát juist niet zijn. Kinderburgemeesters zijn ‘gewoon’, benadrukken Vajèn, Vigo en Christiaan. Alle drie dragen zij de ambtsketen van hun gemeente. Maar ze gaan ook alle drie gewoon naar school en kijken alle drie uit naar de intocht van Sinterklaas. “Kinderen zijn niet alleen maar herrieschoppers.”
Streekstad Centraal sprak met de kinderburgemeesters van Bergen, Uitgeest en Heiloo in het gemeentehuis van die laatste gemeente. Het terrein van Vigo de Boer, die in juli de keten overnam van Fleur Bakker. Het terrein ook van grotemensenburgemeester Mascha ten Bruggencate, die de drie burgemeesters in ‘haar’ gemeentehuis begroet: “Wat zien jullie er burgemeesterlijk uit!”
Het is wat Vigo juist in Ten Bruggencate bewondert, had hij net daarvoor verteld. Hoe ze op hoge hakken zó de modder instapte, toen ze samen ‘The Spot’ openden, dat was toch ook wel heel burgemeesterlijk. “Nou, vandaag heb ik gewoon een spijkerbroek aan”, lacht Ten Bruggencate. Het is wel duidelijk wie op deze dinsdagmiddag de sterren zijn. (tekst gaat door onder de foto)
Het trio kinderburgemeesters krijgt een collegiale groet en hand van grotemensenburgemeester Mascha ten Bruggencate. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de kinderburgemeester van het naburige Bergen is Heiloo bepaald geen onbekend terrein. “Christiaan zit bij mij in de klas!”, stelt Vigo zijn collega voor. Christiaan Verbaas werd vorige week benoemd en begint dus net aan zijn taken.”Vigo heeft mij wel een beetje geïnspireerd, ja”, zegt Christiaan over zijn klasgenoot.
Vajèn van Velzen is die middag met de trein naar Heiloo gekomen, vanuit haar gemeente Uitgeest. Ook zij is nog maar net geïnstalleerd, vertelt ze. “Ik wil kinderen met problemen helpen”, vertelt ze. “En kinderen die een goed idee hebben, maar waar niet naar wordt geluisterd.”
Elk hebben ze hun eigen ambitie. Vigo wil het pesten aanpakken. Christiaan wil werk maken van de toegankelijkheid van Bergen met de rolstoel. Dat gaat verder dan stoepjes: “Er zijn een aantal winkels waar de schappen te dicht bij elkaar staan. Ik zou een standaardmaat willen introduceren… Maar zo ver ben ik nog niet hoor!”(tekst gaat door onder de foto)
Natuurlijk hebben óók de kinderburgemeesters een ambtsketen. Links staat Christiaan Verbaas van Bergen, in het midden Vajèn van Velzen van Uitgeest en rechts Vigo de Boer van Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Bescheiden, maar toch ook ambitieus: het kenmerkt de kinderburgemeesters. Voor Christiaan is het een ook persoonlijke strijd. Hij zat zelf enige tijd in een rolstoel, toen hij erg ziek was. Kanker. “Maar dat is nu genezen!” En dus is hij nu kinderburgemeester, om het voor ánderen beter te maken.
Voor de drie kinderburgemeesters is het bijzonder om eens samen te zijn, om elkáár te spreken. “Dat is heel goed, samenwerken”, vindt Vigo, en daarmee krijgt hij de handen wel op elkaar. Heiloo, Bergen, Uitgeest – toch drie van de vier BUCH-gemeenten. Ze willen het kinderburgemeesterloze Castricum graag overtuigen, want kinderburgemeesters zijn nuttig.
“Juist omdat ik ook nog gewoon kind ben, durven mensen met mij te praten”, overweegt Vajèn. “Dat vind ik heel belangrijk.” Met alles moeten Uitgeesters bij haar terecht kunnen. Op school zet ze zich in voor de leerlingenraad, dus ze heeft al een goed netwerk. Ze heeft leren improviseren: “Je weet nooit wat mensen gaan vragen.” (tekst gaat door onder de foto)
Alle kinderburgemeesters uit de BUCH bij elkaar. Dat gebeurt niet zo vaak dus dat mag niet onopgemerkt voorbijgaan! (foto: Streekstad Centraal)
Improviseren leren ze alle drie. Een speech voorbereiden is leuk, maar als je bij zo’n opening staat en iemand anders zegt al de helft van wat je voor hebt bereid… “Ja, dan moet je improviseren”, weet Christiaan uit ervaring. Zijn grotemensencollega Lars Voskuil is dan wel een voorbeeld, want die kan goed praten, ziet Christiaan. “En veel oogcontact maken, daar ga ik ook op letten.”
Openingen, handjes schudden, misschien eens ergens het startschot geven: het is geen hondenbaan, kinderburgemeester zijn. Het is juist leuk, vinden Vajèn, Vigo en Christiaan. Ze hopen er ook andere kinderen voor te interesseren.
Naar één gebeurtenis kijken ze alle drie reikhalzend uit. Ze hoeven er niet eens heel lang op te wachten, volgende maand is het al zo ver. Ze doen er verder niet geheimzinnig over. Het allerleukste? “De intocht van Sinterklaas!”
In de stromende regen is dinsdagochtend begonnen met de veelbesproken bomenkap rond de Molen van Piet. Om te kunnen draaien heeft de molen op het Alkmaarse Bolwerk wind nodig, gelijkmatige wind – en daar was de laatste jaren een groot gebrek aan. Nu gaan er vijftien bomen neer om de wind weer vrij spel te geven. “Op 8 oktober draaien, dat zou echt gaaf zijn!”
Onder een paraplu maakte wethouder Jasper Nieuwenhuizen er dinsdag toch nog een beetje een officieel moment van. Geen boomplanting, maar toch echt bomenkap. Het is voor een goed doel, hield de wethouder de aanwezigen voor. “Het is herfst, we moeten wat láten. Maar er komt iets heel moois voor in de plaats. Het wordt fotogeniek.”
Hoe fotogeniek, dat liet Paul Weidema van Stadswerk072 zien. Alles wordt anders, met de molen als stralend middelpunt. “Als je er zo naar kijkt valt het niet zo op”, wijst hij op de visualisatie van het plan. “Maar ook het pad komt een stuk anders te liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
Zo moet het worden: de molen van Piet als stralend middelpunt. (beeld: Stadswerk072)
De hoge bomen, die komen echt niet meer terug. “Anders staan we hier over zestig jaar wéér”, grapte de wethouder. Wel komen er heesters, stinsenplanten en kleurige voorjaarsbloeiers. Goed voor de biodiversiteit, al die nieuwe beplanting, herhaalde de wethouder nog maar eens – óók de beklaagde valse acacia.
Maar voor het zover is moeten er eerst vijftien bomen wijken. “Dat doet pijn, het doet altijd pijn”, gaf de wethouder grif toe. Zo’n reus van een boom, geveld, in stukken gezaagd, opzij geschoven: fraai is het niet. Maar het kón niet anders, zonder gelijkmatige wind is een molen ten dode opgeschreven. De wethouder roemde de samenwerking met Stichting ANIMO, die alles op alles zette om er iets moois van te maken, ook al betreurde de stichting de kap.
“Dit park, het bolwerk, is óók een monument. Het is een ontwerp van Zocher, een bekende landschapsarchitect”, vertelde wethouder Nieuwenhuizen. “We brengen de lijnen van Zocher terug. Het wordt een nóg mooier plaatje.” (tekst gaat door onder de foto)
Houtbewerker André van Rijswijck nam ook een kijkje bij de bomenkap. Wethouder Nieuwenhuizen zorgde voor de paraplu, want die was nodig. (foto: Streekstad Centraal)
De bomenkap levert een behoorlijke hoeveelheid hout op. Dat hout, dat krijgt een nieuwe bestemming. “Het gaat niet de oven in,” beloofde de wethouder, Kunstenaar André van Rijswijck van de Stadsfabriek neemt de dode bomen maar wat graag over om er iets bijzonders van te maken. Kaasplankjes, bijvoorbeeld, of nieuwe speeltoestellen voor in Alkmaarse speeltuinen.
“Ik wil zo’n boom in water leggen”, vertelt Van Rijswijck enthousiast. Hij is benieuwd wat dat op gaat leveren – “ik weet ook niet alles” – en heeft er bij de Stadsfabriek de ruimte én het water voor. Dat wordt wel een project van jaren, houden de mannen van Stadswerk hem voor. Het ‘wateren’ van hout is een traditionele methode om het hout stabieler te maken.
Ambities genoeg dus: een mooi park, een mooi nieuw pad, en mooi hout. Maar de grootste ambitie is toch wel die van molenaar Cees. “Eind van de week zijn de bomen weg, toch? Dan moet het kunnen. Dan gaan we op 8 oktober draaien!”
Boekenliefhebbers zijn op zaterdag 12 oktober van harte welkom in de Vrijheidskerk in Alkmaar. Daar vindt dan namelijk een boekenmarkt plaats. Die wordt georganiseerd door Toonkunstkoor Alkmaar, een muziekgezelschap dat met de opbrengst van de markt weer nieuwe optredens kan voorbereiden.
“Je kunt er voor zacht prijsje boeken op de kop tikken”, laat de organisatie weten. Maar het Toonkunstkoor zou het Toonkunstkoor niet zijn als er niet óók een beetje muziek in het evenement zou zitten. Zo worden er ook platen en cd’s aangeboden op de markt.
Het Toonkunstkoor Alkmaar bestaat dit jaar 150 jaar. Het gezelschap treedt twee keer per jaar op in de Grote Kerk, met een professioneel orkest en opvallende solisten. De boekenmarkt is inmiddels ook een traditie en voor veel muziekliefhebbers een goed moment om even bij te praten.
De boekenmarkt vindt plaats op zaterdag 12 oktober in de Vrijheidskerk, aan de Hobbemalaan. De markt begint om 11:00 uur en duurt tot 15:00 uur. De entree is gratis.
Even waren ze een landelijke beroemdheid: de vrijwilligers van ‘De Boekentuin’ in Alkmaar en hun magazijn vol tweedehands boeken. De beschermde werkplek voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt kreeg de aandacht van het tv-programma Even tot hier. “Dat heeft ons even gered. Maar nu zijn we weer op zoek.”
De media-aandacht van Even tot hier leverde een flinke voorraad nieuwe boeken op. Een geschenk, ‘uit gunst verkregen’ – en voor de mensen van De Boekentuin dankbaar werk. Door de boeken te taxeren en online door te verkopen bedruipt deze bijzondere werkplek zich helemaal zelf. “We werken kostendekkend.”
Streekstad Centraal sprak met Aldo Backer, de drijvende kracht achter De Boekentuin. Hij kent feilloos de weg tussen de duizenden boeken in zijn Boekentuin. “Dit komt nog uit de schenking van Even tot hier”, wijst hij. “En hier… Geschiedenis, allemaal geschiedenis. Weet je dat mensen niets leren van de geschiedenis?” (tekst gaat door onder de foto)
Aldo Backer tussen de boeken. (foto: Streekstad Centraal)
Een plank boeken past net niet in één verhuisdoos, weet Backer. Een gedachte die maar al te vaak door zijn hoofd schiet, want De Boekentuin moet verhuizen. “Er is een andere huurder voor deze ruimte, wij moeten weg”, legt Backer uit. En een goede vervangende ruimte bleek binnen het bedrijfsverzamelpand waar De Boekentuin nu zit niet zo eenvoudig te vinden.
“We noemen ons een tuin”, vertelt Backer terwijl hij plaatsneemt aan een tafel tussen de boekendozen. “We kijken hier uit op de Hortus Alkmaar. Maar dat gaat dus veranderen. We hebben niet eens heel veel nodig. Iets meer dan 100 vierkante meter, dat moet genoeg zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
De huidige locatie zal worden verlaten. (foto: Streekstad Centraal)
Maar die meters hebben de vrijwilligers van De Boekentuin voorlopig nog niet gevonden. “We hebben nog drie maanden de tijd”, zegt Backer met enige bezorgdheid.
Dozen met boeken versjouwen is één ding. Het belangrijkste voor Backer en zijn Boekentuin is de prettige, veilige werkomgeving. “Een raam dat open kan”, werpt hij op. “Het moet wel fijn voelen.” Die werknemers, 22 zijn het er momenteel, zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij gebruiken De Boekentuin om verder te groeien en zo weer perspectief te vinden op betaald werk. Iets dat vaak lukt, ziet Backer.
“Al deze mensen zijn zo waardevol”, roept hij uit. “Ze hebben een beperking, of komen uit een burn-out. Mensen zien hun talenten dan vaak niet. Hier kunnen ze groeien.” De Boekentuin is de springplank die deze mensen nodig hebben. Zo moet dat ook blijven, vindt Backer. “Ik ben niet iemand die zegt: ik draai de deur dicht.” (tekst gaat door onder de foto)
De Boekentuin gooit niets weg, benadrukt Backer. (foto: Streekstad Centraal)
En dus is De Boekentuin op zoek naar nieuwe ruimte, nieuwe perspectieven.”Het komt erop neer dat we een ander onderkomen zoeken”, vat Backer zijn situatie samen. “Een maatschappelijke instelling die dit over kan nemen… Want ik wil dat de sociale insteek behouden blijft. Dezelfde inborst, hetzelfde gedachtegoed.”
Die nieuwe plek moet zo’n 60.000 artikelen kunnen huisvesten, boeken vooral, maar ook platen, oude prenten – wat maar tevoorschijn komt uit de schenkingen die De Boekentuin krijgt. “Ze mogen me bellen”, zegt Backer. Gegevens staan op de website van De Boekentuin.
Backer roemt vooral de vrijwilligers. Zij maken deze werkplek zo bijzonder, echt het behouden waard. De Boekentuin is iets om te koesteren: “Ik heb op heel wat plekken gewerkt. Als ik een top drie zou moeten opstellen… Dan staat De Boekentuin wel bovenaan.”
In Bergen is brand uitgebroken in een woning. Dat gebeurde in de nacht van woensdag op donderdag. Het gaat om een woning aan de Oosterweg. De eerste melding van de brand kwam binnen na 02:15 uur. In de loop van de nacht schaalde de brandweer op naar ‘grote brand’.
Reden daarvoor was niet alleen de brand in de woning zelf, maar ook het risico dat de vlammen meebrachten voor de omliggende huizen. Die staan aan de Oosterweg dicht op elkaar. Meerdere huishoudens werden geëvacueerd. De straat kwam vol te staan met rook.
De schade aan het woonhuis is groot. De bewoners hebben zichzelf in veiligheid kunnen brengen. De oorzaak van de brand wordt nog onderzocht, vermoed wordt dat er iets mis is gegaan met een houtkachel.
De rol van de architect verandert. Het bouwproces zoals dat nu verloopt stelt andere eisen aan de architect, maakt andere afwegingen noodzakelijk. Dat architect Thijs Asselbergs zien in zijn presentatie ‘Over de Nieuwe Architect’. Woensdag 9 oktober doet hij zijn verhaal in de Pleinzaal van Taqa Theater De Vest.
Thijs Asselbergs (1956) studeerde in 1982 af aan de Technische Universiteit Delft en richtte daarna Asselbergs Architectuurcentrale op. Hij vestigde de internationale aandacht op zich met projecten als Tivoli Vredenburg, Ruimte voor de Waal en Gartenstadt Krefeld. Ook was hij stadsarchitect van Haarlem.
Tijdens de lezing van woensdag 9 oktober zal Asselbergs een persoonlijke kijk op het vak geven. De lezing begint om 20:00 in de Pleinzaal van Taqa Theater De Vest. Toegang is 7 euro, aanmelding is niet nodig. Zie ook de website van AIA.
Meer omzet, meer klandizie, mogelijk meer sekswerkers: de Alkmaarse Achterdam hoopt het tij te keren met ruimere openingstijden. Een jaar lang zal, bij wijze van proef, het licht pas om 3:00 ’s nachts uit te gaan in het bekende prostitutiestraatje. Volgende maand gaan de nieuwe sluitingstijden in.
“Fantastisch dat het eindelijk is gelukt!” Exploitant Jeffrey Ootes is duidelijk blij met de proef, waar al een tijd om werd gevraagd. In gesprek met NH, mediapartner van Streekstad Centraal, toont hij zich ambitieus. “Nu moeten we laten zien dat het ook kan.”
De gemeente Alkmaar ging in in juli al akkoord met het voorstel, maar voordat de proef inging, zijn er wel nog gesprekken geweest met betrokkenen. Nu is het dus echt bijna zo ver, in oktober gaat de proef in. In de weekenden zullen klanten tot 3:00 ’s nachts welkom zijn bij de sekswerkers in het straatje. (tekst gaat door onder de foto)
De Achterdam tijdens de open dag in juni dit jaar. (foto: Streekstad Centraal)
Er is behoefte aan ruimere openingstijden, omdat de Achterdam te maken heeft met teruglopende klandizie. “De vrouwen hopen zo meer omzet te genereren”, legt Ootes uit. “En wie weet heeft het een aanzuigende werking en leidt het uiteindelijk ook tot een hogere kamerbezetting.”
Bewonersvereniging Hart van Alkmaar toonde zich minder enthousiast. De ‘aanzuigende werking’ waar Ootes op hoopt betekent meer drukte, vreesde Hart van Alkmaar. “Er zal ook voor langere tijd alcohol etc. worden gebruikt, met de overlast-gevolgen van dien”, schreef de vereniging aan de raad.
Maar Ootes denkt dat dat wel mee zal vallen. “Die overlast komt vooral van het uitgaanspubliek dat hier langsloopt en blijft hangen rondom de Spar of de Karpertongarage”, stelt de ondernemer. “Uiteraard is het beveiligingsteam aanwezig om de boel in de gaten te houden. Die blijven tot een half uur na sluitingstijd in de straat. De Achterdam blijft gewoon het veiligste straatje van de stad.”