Tijdens de Alkmaarse Pride-week was er speciale aandacht voor weerbaarheid. ‘Overal Jezelf Kunnen Zijn’, dat is soms ook echt een kwestie van jezelf verdedigen. Vanaf woensdag 4 september kunnen geïnteresseerden daar verder aan werken in de Wijkboerderij Alkmaar, bij park Oosterhout.
Streekstad Centraal woonde de weerbaarheidstraining tijdens de Pride-week bij. Ze krijgen deze nazomer een vervolg. “Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, ongeacht geloof, kleur, seksualiteit, gender identiteit en/of -expressie”, stelt de organisatie. De trainingen geven de deelnemers meer controle over hun eigen veiligheid.
Het gaat om zes trainingsavonden, de eerste is op woensdag 4 september, om 18:00. De laatste is op woensdag 9 oktober. Bij deze training zullen deelnemers ook van een maaltijd kunnen genieten. De andere trainingen beginnen om 19:00. Meer informatie op de website van Overal Jezelf Kunnen Zijn.
Al 25 jaar is de kermis van Alkmaar ook de kermis van Sander Willemstein. Namens Buro de Kermisgids regelt hij wat er voor een kermis geregeld moet worden, in goede samenwerking met de gemeente. Die verraste Willemstein met een eervolle extra taak: hij mag ter ere van zijn jubileum de kaasbel luiden. “Ik kan goed met Alkmaarders, je weet wat je aan ze hebt.”
Het luiden van de kaasbel, dat is een ‘hele eer’, zegt Willemstein als Streekstad Centraal hem erover spreekt. “Ik ken de kaasmarkt, ik ken de kaasdragers”, vertelt hij. De Alphenaar heeft de kaasstad in de 25 jaar dat hij hier de kermis organiseert duidelijk leren kennen en waarderen. “Ik kom graag in Alkmaar, ja. Niet alleen voor de kermis. ook in de rest van het jaar ben ik hier te vinden.”
Maar deze weken is dat natuurlijk wel waar alles om draait: die kermis. Buro de Kermisgids begeleidt gemeenten in heel Nederland bij het organiseren van kermissen. Daar komt nu eenmaal veel bij kijken. “Ik ken de ondernemers, als Buro de Kermisgids zitten wij er middenin”, legt Willemstein uit. (tekst gaat door onder de foto)
De opbouw van de Alkmaarse zomerkermis begon dinsdagavond al. Maar de voorbereidingen duren nog veel langer. (foto: Streekstad Centraal)
Eén jaar probeerde Alkmaar het zónder Willemstein. De gemeente wilde de kermis graag eens helemaal zelf organiseren. Maar dat liep toch niet op rolletjes. “Het ging dusdanig verkeerd dat ze de meerwaarde van ons daarna wel inzagen”, zegt Willemstein daar nuchter over. Nu is de samenwerking goed. “Alkmaar is echt een gemeente die meedenkt.”
Dat wordt bevestigd als Streekstad Centraal spreekt met ‘kermiswethouder’ Christian Schouten. “Het is echt een samenwerking die goed loopt, ja. Daarom willen we Sander ook echt even in het zonnetje zetten! Hij is al een kwarteeuw betrokken”, vertelt de wethouder. “Het is écht samenwerking. Zo’n langjarig verbond werpt zijn vruchten af.”
De wethouder laat niet na om ook het belang van de Alkmaarse kermis te benadrukken. “We willen een mooie, gezellige, fijne, betaalbare kermis; kwaliteit boven kwantiteit”, zegt hij. “En daarvoor heb je dat samenspel nodig.” Dat samenspel, dat kan niet zonder Sander Willemstein. (tekst gaat door onder de foto)
Een argeloze voorbijganger ziet het niet, maar voor de organisatie van de kermis zijn dit soort streepjes onmisbaar: iedere exploitant weet daarboor vrijwel op de centimeter nauwkeurig waar de attractie moet staan. (foto: Streekstad Centraal)
Al als jonge jongen was Willemstein veel op de kermis te vinden. Ook toen niet alleen vóór, maar ook áchter de schermen. “Mijn vader werkte al voor hetzelfde bedrijf, hij regelde de stroomvoorzieningen”, brengt Willemstein in herinnering. “Ik ging vaak met hem mee. Dan gingen we samen ‘stroom maken’ op de kermis.”
En ook bij stroom draait het natuurlijk om contact. Willemstein leerde al vroeg de mensen achter de kermis kennen. Een wereldje op zich, altijd op reis, toch hecht – en met een eigen humor, een eigen manier van doen. “De directeur kwam op een gegeven moment zelf naar mijn vader: die kermis, is dat niks voor je zoon? Zo ben ik er ingerold.”
Het is niet zo dat Willemstein zelf de hele dag in attracties zit, zijn werk zit toch anders in elkaar. Zomaar even één lievelingsattractie aanwijzen, dat vindt hij moeilijk, zegt hij als Streekstad Centraal hem daarnaar vraagt. Hoewel… “Nee, toch gewoon de breakdance, denk ik. Een all time favourite.” (tekst gaat door onder de foto)
De breakdance is de ‘all time favourite’ van Sander Willemstein. Dit jaar staat er voor het eerst een extra grote versie op de Alkmaarse kermis.
De Alkmaarse kermis is wat Willemstein betreft uniek. Een echte stadskermis, tussen de historische gevels, maar tegelijk wel een grote kermis met plek voor spectaculaire attracties.
Willemstein roemt de samenwerking met ‘marktmeester’ Bas van der Molen en diens mede-coördinator Marije Zijlmans. Er is echt een team dat voor de kermis zórgt, merkt hij. “Alkmaar houdt rekening met de kermis.”
Dat Alkmaar het ook in de coronajaren aandurfde om de kermis te organiseren, uiteraard met wat aanpassingen, tekent de samenwerking. “Dat ging eigenlijk heel goed”, herinnert Willemstein zich. Veel andere kermissen werden in die jaren afgelast, het was een zware periode voor de kermisondernemers. “Maar hier stonden we er.”
De kermis was er – in aangepaste vorm – zelfs in coronatijd. (foto: Streekstad Centraal)
In zijn 25 jaar heeft Willemstein het nodige zien veranderen. Het kermisterrein bijvoorbeeld. “We stonden in het begin nog op het Doelenveld. Dan ging je door de kauwgomsteeg…” Een stukje stad dat menig Alkmaarder zich nog zó voor de geest kan halen, maar dat er al jaren niet meer is. De kermis was toen kleiner. Anders.
“We hebben nu gewoon veel meer ruimte, we staan ook op de Paardenmarkt”, legt Willemstein uit. “Daar kunnen we de dinsdag vóór de kermis al beginnen met opbouwen.” Dit jaar verrijst daar onder meer de achtbaan.
Grotere attracties, meer ruimte: de kermis is gegroeid. Daarmee is de Alkmaarse kermis ook voor een breder publiek interessant geworden. Dat is voor Willemstein dan ook de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen 25 jaar. “De kermis is echt beter geworden”, benadrukt hij. “Groter, ruimer. Béter.”
Het is het gesprek van de dag, van de week. In heel Alkmaar, maar toch vooral in winkelcentrum De Mare. Ondernemers, bewoners en bezoekers zijn nog steeds aangedaan. Maar ze zijn ook veerkrachtig: er is een inzamelingsactie om de getroffen ondernemers te helpen. “Het zit echt hoog.”
Een ‘ramp’ is het, toch komt er ook iets positiefs uit voort. “Iedereen probeert elkaar te helpen”, legt Henk Belder uit in gesprek met NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Belder is de initiatiefnemer van een inzamelingsactie. Die moet vier getroffen ondernemers in De Mare snel op de been helpen.
Rook, grote vlammen. Winkelend publiek en omwonenden kunnen zich de brand nog levendig herinneren. Lesley Molema van Brasserie De Mare had een vol terras. “De ene helft wou meteen weg”, herinnert hij zich. “De andere helft vond het eigenlijk wel interessant. Die zaten eerste rang.” (tekst gaat door onder de foto)
Henk Belder startte een inzameling voor ondernemers in De Mare. (foto: NH)
De schade aan de KiK is gigantisch. Maar ook Mela Beauty and Feet, My Anime, Brasserie De Mare en Kapsalon Queen leden flinke schade, onder meer door het blussen en door de rook. Voor déze ondernemers is de crowdfunding van Henk Belder bedoeld.
“We zien dit als een dorpje op zich”, beschrijft Belder de saamhorigheid in De Mare. Toch kan de inzamelingsactie nog wel een extra steun in de rug gebruiken. “Het gaat nog niet zo goed”, erkent Belder. Er moet meer geld bij. Het streefbedrag is 30.000 euro. De inzamelingsactie kan worden teruggevonden op het platform GoFundMe.
De ‘zebra’ op de Alkmaarse Paardenmarkt is dan wel wereldberoemd in Alkmaar, toch is het einde van dit kunstwerk nabij. Het verkeert in slechte staat en dat geldt ook voor andere beelden die deel uitmaken van de ‘Paardenparade’. Het wordt dan ook tijd om de beelden op te ruimen. Dat schrijft het college.
Niet alleen op de Paardenmarkt in de Alkmaarse binnenstad, ook op andere plekken in de regio streken ze acht jaar geleden neer: bont beschilderde paarden, die samen kunstroute de ‘Paardenparade’ vormden. In totaal ging het om tien paarden in de gemeenten Alkmaar, Bergen, Heiloo en – toen nog – Schermer en Graft-De Rijp.
De paarden waren nooit voor de eeuwigheid bedoeld. “Het was duidelijk dat de paarden geen lange levensduur zouden hebben, gezien het materiaalgebruik van de paarden”, schrijft cultuurwethouder Anjo van de Ven. “De vergunningen waren ook aangevraagd voor een tijdelijke plaatsing van vijf jaar.”(tekst gaat door onder de foto)
Het paard in Stompetoren werd eerder al weggehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Die vijf jaar zijn om en dat is de beelden inmiddels ook wel aan te zien. Het paard dat in Stompetoren was geplaatst, moest al eerder worden weggehaald. Nu is het lot dus ook bezegeld voor de paarden op de Paardenmarkt, bij de Molen van Piet, het Ringersplein en in het dorp Graft.
De wethouder schrijft dat de beelden in ‘zeer slechte staat’ zijn. Ze heeft zich voor dit oordeel laten adviseren door Kunstwacht, die het beheer en onderhoud van buitenkunst uitvoert.
“Het kunstwerk ‘Dansend paard’ van David Bade, achter het station, is een uitzondering”, voegt de wethouder toe. “Dit kunstwerk is in het kader van de vernieuwbouw van het station geplaatst en bekostigd uit dat project. Hierdoor
kon het duurzamer worden gemaakt dan de andere paarden.” Dát paard blijft dus bestaan. (tekst gaat door onder de foto)
Eén paard mag blijven.
Ook twee andere paarden ontspringen de dans: dat van Zuidschermer en het paard dat langs de Hoornsevaart in Oudorp staat. Maar voor die paarden is dat uitstel van executie, op termijn zullen ook zij eraan moeten geloven.
De kunstenaars die de paarden gemaakt hebben zijn van het besluit op de hoogte gebracht. Zij hebben ingestemd met de verwijdering. Op de leegkomende plekken zullen later andere kunstwerken worden neergezet. Daarnaar doet de gemeente nu onderzoek. (foto bovenaan: Wikimedia Commons / Pimvantend)
Het ziekenhuis dat er nooit kwam. De fusie die er wél kwam, al lijkt het laatste woord er nog steeds niet over gezegd. En, natuurlijk, corona. Het zijn onderwerpen uit de recente geschiedenis van Dijk en Waard die belangrijk genoeg zijn om niet vergeten te worden. “Dan worden de archiefbescheiden blijvend bewaard.”
Het gaat om gebeurtenissen uit de periode 2017-2023. Daaruit heeft het college van Dijk en Waard drie onderwerpen aangewezen die het verdienen om zorgvuldig gedocumenteerd te worden. Zo blijven de stukken die de gemeente er eerder over schreef voor de toekomst bewaard.
Dat de coronaperiode één van de geselecteerde ‘hotspots’ is zal niemand verbazen. Het college brengt de lockdowns in herinnering, de avondklok, de mondkapjes, de anderhalvemetermaatregel. Allemaal zaken waar óók de lokale politiek mee te maken kreeg.
Dijk en Waard vindt het belangrijk om de corona-documenten ook echt te bewaren. “Anders bestaat het risico dat alle stukken na verloop van tijd vernietigd worden”, schrijft het college. “Dan is het niet meer mogelijk om vanuit cultuur-historisch oogpunt na te gaan waarom men tot de genomen besluiten gekomen is.” (tekst gaat door onder de foto)
De ‘teststraat’ in de coronaperiode. (foto: gemeente Heerhugowaard)
Niet alleen corona, ook de fusie van Langedijk en Heerhugowaard is zo’n hotspot die niet vergeten mag worden. “Het herindelingstraject heeft zowel bestuurlijk als maatschappelijk heel wat voeten in de aarde gehad”, zegt het college daar nog over. Met name in Koedijk en Sint Pancras leidde de fusie tot de nodige discussies.
Als derde hotspot is het ziekenhuis aangewezen. Het ziekenhuis dat er zou komen, maar nooit werkelijkheid werd. “Het was de bedoeling dat het NWZ zich in Heerhugowaard zou vestigen”, vat het college die geschiedenis nog eens samen. “Uiteindelijk heeft NWZ besloten om toch in Alkmaar te blijven en daar uit te breiden.”
Alle stukken zullen worden overgebracht naar het Regionaal Archief Alkmaar. Daar zullen ze zorgvuldig worden bewaard. Toekomstige onderzoekers kunnen er dan gebruik van maken als ze schrijven over de geschiedenis van Dijk en Waard.
Een tuin, een huisje, een knutseltafel. Het zijn de eenvoudige ingrediënten van Stichting Wijland de Kampen, net buiten ‘t Veld. Hier ontvangen Ingrid en Sjim van der Stoop mensen met een verhaal, mensen die te maken hebben met een levensbedreigende ziekte, met kanker vaak. “Het is heel dankbaar werk.”
Een weiland, een eiland, een wij-land, ‘Wijland te Kampen’ is het allemaal tegelijk. Het is een klein stukje grond en toch gaat er een hele wereld schuil achter de bloemen, de planten en het knutselwerk waarvoor mensen hiernaartoe komen.
Streekstad Centraal spreekt met Ingrid van der Stoop naar aanleiding van de open dag die zij en haar man organiseren op zondag 1 september. Het is de tweede keer dat ze dit doen. “Normaal komen hier kleine groepjes. ‘s Ochtends zeven, ‘s middags zeven. Maar die Open Dag, vorig jaar? Ik denk dat we wel 350 bezoekers hadden! Ik was sprakeloos.”
Het is duidelijk dat Wijland de Kampen een gevoelige snaar raakt. Maar ook dat niet iedereen het zomaar even aandurft om even ‘over de brug’ te komen. “Een open dag helpt daar wel bij.” (tekst gaat door onder de foto)
Ingrid en Sjim van der Stoop in hun bijzondere tuin. (foto: aangeleverd)
Het is al jaren geleden dat Ingrid en Sjim van der Stoop het kleine stukje land in de grote polder huurden, van het waterschap. “We hadden op het landje wat schapen lopen”, herinnert Van der Stoop zich. “Toen kregen we de kans om het te kopen. Dat wilden we wel, maar dan moesten we er wel wat moois van maken, vonden we.”
Het gezin-Van der Stoop werd in 2001 met hun ergste nachtmerrie geconfronteerd. “Mijn zoon, zes jaar oud, kreeg kanker.” Voor het jonge gezin begon een zware tijd van behandelingen en onzekerheid.
“Maar ook van leuke dingen. Villa Pardoes, Make a Wish, de Opkikker… Er werd zoveel voor ons gedaan”, vertelt Van der Stoop. “Dat raakte me. Dat mensen speciaal een dag vrij maakten om óns wat plezier te bezorgen. Heel even al je zorgen kunnen vergeten, dat is zo veel waard.” (tekst gaat door onder de foto)
De natuur die Stichting Wijland de Kampen heeft gecreëerd geeft rust. (foto: aangeleverd)
Met het gezin kwam het goed. Inmiddels is er zelfs een volgende generatie Van der Stoop. Het gevoel van grote dankbaarheid is hen altijd bijgebleven. Daarom is er nu de tuin, de stichting. Om iets terug te doen.
“Bij ons is iedereen welkom. We gaan samen knutselen, samen genieten van de tuin. Dat is een mooi stukje natuur geworden”, legt Van der Stoop uit. “We hebben hier mensen van 23 tot 92 jaar. Soms is het muisstil. Soms praten we over het weer. En ja, soms ook over kanker.” Die gesprekken het het ongedwongen contact geven haar gasten veel steun, merkt ze.
Het gaat vanzelf, benadrukt Van der Stoop. Niks moet. “Het is hier heel gemoedelijk. Mensen hebben het niet eens door. Ze zitten te knutselen, denken ze. Maar ze zitten elkaar te helpen.”
Zondag 1 september is er voor de tweede keer een open dag op Wijland De Kampen. Dat is een bijzondere tuin, net buiten het dorpje ‘t Veld. In deze tuin komen normaal kleine groepjes samen om steun bij elkaar te vinden. Wijland de Kampen is een plek voor mensen die worden geconfronteerd met een levensbedreigende ziekte.
Tijdens de Open Dag zijn er workshops. Verder zijn zowel de vaste vrijwilligers als gasten van Wijland de Kampen aanwezig om uitleg te geven en ervaringen te delen. Bezoekers kunnen zelf bepalen of ze ergens aan deelnemen, of gewoon een rondje te lopen in de tuin. Niks moet, benadrukt de organisatie.
De Open Dag is op zondag 1 september. Wijland de Kampen gaat open om 11:00. De Open Dag duurt tot 17:00. Deelname is gratis, iedereen is welkom.
Ook in Noord-Holland grijpt het blauwtongvirus om zich heen. Toch lijken schapen in onze regio de dans voorlopig redelijk te ontspringen. Het aantal uitbraken ligt in Noord-Holland merkbaar lager dan in andere delen van het land, zien deskundigen.
Vorig jaar zuchtte Noord-Holland juist onder een zware uitbraak. Het virus, dat wordt verspreid door kleine mugjes (knutten), bleek toen voor veel schapen en geiten dodelijk. Noord-Holland is traditioneel een provincie met relatief veel schapen, die echt niet allemaal op Texel wonen. Juist onze regio behoorde toen tot de zwaarst getroffen gebieden en op de traditionele Lappendag in Alkmaar werden geiten en schapen geweerd.
Veel boeren in de regio houden dan ook hun hart vast. Maar het valt tot nu toe mee, bevestigt viroloog Piet van Rijn in gesprek met NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Het virus laat dit jaar vooral in Gelderland, Noord-Brabant en Groningen van zich spreken. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige verspreiding. (bron: NVWA)
In Noord-Holland zijn er nu 69 bekende besmettingen. Van Rijn sluit niet uit dat dit aantal nog toeneemt, dat de piek nog komen moet. Maar er kunnen ook andere verklaringen zijn voor het relatief lage aantal besmettingen.
“Het kan zijn dat boeren die vorig jaar veel zieke schapen hadden, veel gevaccineerd hebben,” legt de viroloog uit. “Daarnaast zijn dieren die vorig jaar ziek zijn geworden nu immuun.”
Ook het weer kan een rol spelen. Knutten houden niet van wind en waaien doet het nu eenmaal veel in Noord-Holland, Maar Van Rijn relativeert dat wel: “De zuidwestenwind langs de kust zou ervoor kunnen zorgen dat er minder dieren besmet raken, maar dit geldt waarschijnlijk alleen voor het gebied tot aan de duinen”, zegt hij.
Van Rijn is er in ieder geval nog niet gerust op. Het is goed mogelijk dat het virus alsnog aan een snelle opmars in de regio begint. “Het is pas augustus. Als het virus binnen een maand van Oost-Nederland naar Denemarken kan reizen, kan het snel gaan. Ik maak me grote zorgen over hoe dit zal aflopen.” (foto bovenaan: Pixabay)
De welbekende veerdienst tussen de Bierkade en de Eilandswal wordt nu al weken verzorgd door het oude, gele pontje Wal-Nood 2. De gewone pont ligt namelijk in onderhoud en dat duurt langer dan voorzien. Toch is volgens de gemeente het einde nu echt in zicht.
Dat blijkt uit navraag door Streekstad Centraal. Waar vorige week nog werd verwacht dat de Wal-Nood 1 vanaf vrijdag de veerdienst weer over zou nemen, daar blijkt het ook deze week nog aan het oude gele pontje, dat de overtocht een echt ‘vintage’ tintje bezorgt.
“De reparatie heeft enkele dagen vertraging opgelopen”, bevestigt een woordvoerder van de gemeente Alkmaar. “Een onderdeel uit het buitenland is niet aangekomen. Dat onderdeel hebben wij nu bij een andere leverancier besteld.” (tekst gaat door onder de foto)
Beide pontjes naast elkaar. (foto: Streekstad Centraal)
Woensdag wordt het onderhoud afgerond, verwacht de gemeente. Donderdag moet de Wal-Nood 1 weer gaan varen over het Noordhollandsch Kanaal.
Ondanks het onderhoud konden reizigers onverminderd gebruikmaken van het gratis veer. Zelfs toen vervanger Wal-Nood 2 zélf gerepareerd moest worden, was de oversteek verzekerd. Toen werd namelijk een derde pontje ingezet.
Slijterij De Laat in Alkmaar verkóópt niet alleen whisky, liefhebbers kunnen er op zaterdag 21 september ook terecht voor een proeverij. Onder deskundige begeleiding zal er worden geproefd van verschillende whisky’s én whiskeys met elk een eigen karakter. “Eindelijk is het zo ver!”
Voor de Alkmaarse slijterij is het een lang gekoesterde wens om in de winkel ook proeverijen te organiseren. De ‘Whisk(e)yproeverij’ is de eerste proeverij die er zal worden geïnteresseerd.
De naam van het evenement verraadt oog voor detail. Waar in Schotland ‘whisky’ de gewone spelling is voor deze sterkedrank, daar spellen de Ieren ‘whiskey’. Maar opmerkelijk genoeg is het thema van de proeverij nóg een waterplas verder: Amerikaanse whiskeys. “Niet alleen maar bourbons, maar ook Rye’s én Single Malts”, in de woorden van de organisatie.
De proeverij wordt verzorgd door kenner Norbert Tebart, die zich heeft toegelegd op de specialiteiten uit Amerika. De proeverij vindt plaats op zaterdag 21 september en begint om 19.00. Plaatsen zijn beperkt, kaartjes kosten 40 euro per persoon. Zie ook Facebook. (foto: Cyclone Bill / Wikimedia Commons)