Het zaterdagmiddag gemelde steekincident in Akersloot blijkt geen steekpartij te zijn, maar een zelfmoordpoging. Het slachtoffer is inderdaad ter plaatse overleden. Het incident vond plaats aan de Geesterweg, vlakbij het Van der Valk hotel.
De hulpdiensten, inclusief een traumahelikopter die landde op het grasveld naast het hotel, spoedden zich naar de plek van het incident. Zij konden niet voorkomen dat het slachtoffer ter plaatse aan de opgelopen verwondingen overleed.
De politie heeft een blauwe tent rondom het slachtoffer geplaatst en onderzoek gedaan naar het incident. Over de identiteit van het slachtoffer is nog niets bekend.
In Heiloo is zaterdagmiddag een vrouw in een sloot gevallen nadat ze de controle over het stuur van haar fiets verloor. Het incident gebeurde bij het fietspad langs de Zanderssloot.
Omstanders stopten direct om de vrouw uit het water te helpen. Ambulancepersoneel kwam even later ter plaatse en heeft de vrouw naast de sloot behandeld en vervolgens meegenomen naar het ziekenhuis. Waarom de vrouw de controle over het stuur verloor, is nog onbekend.
Heiloo gaat onderzoek doen naar drie toekomstscenario’s voor de gemeente. Een mogelijke fusie met de gemeente Alkmaar wordt daarin heel expliciet niet meegenomen. De mogelijkheden die overblijven zijn de samenwerking binnen de BUCH vervolgen, fuseren met één of meerdere BUCH-gemeenten of zelfstandig doorgaan. Alle verwijzingen naar Alkmaar moeten worden geschrapt in de onderzoekstukken.
Dat is besloten op initiatief van Heiloo-2000 en de PvdA, gesteund door CDA en VVD. Alkmaar past als grote stad volgens hen niet bij het Dorpse karakter van Heiloo. “Het dorpse karakter is van onschatbare waarde voor ons”, zei Linda Verbeek, fractievoorzitter van Heiloo-2000. Bij een fusie met Alkmaar zou dat karakter volgens haar onder druk komen te staan. Opvallend, omdat Alkmaar goed scoort waar het gaat over tevredenheid binnen de dorpskernen.
De keuze voor het wel of niet uitsluiten van Alkmaar leidde tot verdeeldheid in de coalitie. Terwijl coalitiepartijen Heiloo-2000 en VVD vóór het schrappen van Alkmaar stemden, bleken de andere twee coalitiepartijen, D66 en Heiloo Lokaal, tegen.
Als het aan de Heilooër politiek ligt zal deze vlag nooit in Heiloo wapperen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Sybren van Dokkum van D66 wordt Alkmaar uitgesloten op basis van gevoel, en niet op basis van feiten. Mieke Beemsterboer van Heiloo Lokaal steunde hem daarin: “Als we Alkmaar wel meenemen, kun je op basis van feiten een afweging maken.”
Het college zal nu samen met een externe partij onderzoek gaan doen naar de drie overgebleven toekomstscenario’s. Het onderzoek moet inzicht geven in de gevolgen van elk scenario voor de financiën, de organisatie, de gemeentelijke dienstverlening, voorzieningen en juridische aspecten. Bewoners worden ook betrokken in het proces: komende zomer start een participatie- en communicatietraject waarbij ze kunnen meedenken over de toekomst van Heiloo.
Na de zomer bespreekt de gemeenteraad de resultaten en maakt het een keuze uit de drie scenario’s. Voor dat traject is maximaal 100.000 euro beschikbaar.
Op de Jan Glijnisweg in Heerhugowaard is in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto in vlammen opgegaan. De bestuurder van de auto zou een vreemd geluid hebben opgemerkt en zag rook onder de motorkap komen. Hij zette zijn auto net op tijd aan de kant; niet veel later vatte het voertuig vlam.
De bestuurder alarmeerde direct de hulpdiensten, maar de brandweer was te laat ter plaatse om te voorkomen dat de auto uitbrandde. Wat nog over is van de auto, zal worden opgehaald door een bergingsbedrijf. De bestuurder raakte niet gewond.
Kringloopwinkels zijn ‘hot’. De sector dijt uit en de winkels moeten dus mee in de vaart der volkeren. Dus opende Rataplan vrijdagochtend een heuse pop-up store in winkelcentrum Middenwaard in Heerhugowaard. “We proberen onze winkels meer mainstream te maken.”
Directeur van Rataplan Gert-Jan Dekker, ziet ook dat de sector groeiende is. En dat ‘gewone’ winkels en kringloopwinkels steeds dichter naar elkaar toegroeien. “Je ziet dat steeds meer reguliere winkels ook tweedehands spullen gaan verkopen. Wij proberen onze winkels tegelijkertijd ook meer mainstream te maken, bijvoorbeeld door nu een pop-up store te openen in een winkelcentrum. Daarmee willen we mensen het gevoel geven in een normale winkel te lopen, maar dan met tweedehands spulletjes.” (tekst loopt door onder de foto)
Al direct na de opening loopt de kringloop pop-up store vol met potentiële klanten. (foto: Streekstad Centraal)
En dat lukt blijkbaar, want nog voor de winkel wordt geopend, staan er al vijftig mensen te wachten. Klokslag 10:00 uur slaat het Rataplan-personeel zich een weg door het papier waarmee de ingang is afgesloten en verwelkomen ze hun klanten in de allereerste Rataplan pop-up store in Nederland.
Sommigen hebben al dagen uitgekeken naar dit moment. “Voor vandaag ben ik al een aantal keer langsgelopen om door de ramen te kijken wat voor spulletjes er al lagen”, vertelt Irma. “Eergisteren zag ik een lamp liggen en ik vond hem zo mooi. Dus ik dacht: dit wordt mijn prooi.” (tekst loopt door onder de foto)
De boekenplanken raken al snel leeg na de opening (foto: Streekstad Centraal)
Maar er waren meer kapers op de kust. Toen Irma, ook al was ze een van de eerste die binnenliep, op zoek ging naar de lamp, zag ze iemand anders er al mee weglopen. “Ja wel heel jammer, maar ik heb haar er veel plezier mee gewenst.”
De strijd tussen Irma en de vrouw om ‘haar’ tweedehands lamp illustreert een bredere trend: kringloopwinkels zijn populairder dan ooit. De totale omzet van Nederlandse kringloopwinkels in 2023 bedroeg in 188 miljoen euro. En dat is het hoogste bedrag ooit. Ook in onze regio wordt er ook ingespeeld op die trend. Naast de pop-up store van Rataplan in Middenwaard, opent op de ‘kringloopboulevard’ aan de Zijperstraat in Alkmaar midden juni een nieuwe en daarmee de zesde kringloopwinkel.
Er zit volgens Dekker nóg een voordeel aan het openen van pop-up stores. “We kunnen er onze toegankelijkheid mee vergroten, dat is iets wat wij als kringloopwinkel erg graag willen”, vertelt hij aan Streekstad Centraal. Niet alleen op afgelegen industrieterreinen, maar ook in drukbezochte winkelcentra. Als het aan Dekker ligt is dit niet de laatste pop-up store van Rataplan. (tekst loopt door onder de foto)
De voorkant van de pop-up store is feestelijk opgemaakt voor de opening (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel de winkel een pop-up store is en daarmee dus tijdelijk, zal Rataplan wel een blijvertje zijn in Middenwaard. Het idee is dat Rataplan telkens voor een aantal maanden een leegstaand pand in het winkelcentrum betrekt. Nederlands grootste kringloopwinkel zal de komende zes maanden te vinden zijn in het pand waar ze nu in zitten. Wanneer die zes maanden voorbij zijn, gaat het dus op zoek naar een andere tijdelijke winkel in het winkelcentrum.
“De leegstand hier in Middenwaard is behoorlijk.” Dus dat Rataplan waarschijnlijk een blijvertje is, stemt Irma tevreden. “Ik vind het ideaal dat het midden in het winkelcentrum is. Dan kan ik zo even langslopen en hoef ik niet naar het industrieterrein.” Voor haar is de kringloop niet alleen een winkel, maar ook een ontmoetingsplek, laat ze weten. (tekst loopt door onder de foto)
Nu Irma’s gespotte lamp door een andere klant is gekaapt, gaat ze maar op zoek naar een goed boek (foto: Streekstad Centraal)
Ook voor werknemers heeft de nieuwe pop-up store een sociale functie. “We willen mensen met een beperking een fundament bieden in hun leven door ze hier te laten werken”, vertelt Dekker. “Ze keken er al weken naar uit, maar vonden het ook spannend. Eén moest vanochtend zelfs even een traantje pinken vanwege de spanning. ”
Irma zit inmiddels aan een tafel, helemaal achterin de winkel, koffie te drinken met kennissen en andere mensen die ze vandaag is tegengekomen. Zij zijn allemaal al geslaagd, Irma nog niet. Ze struint even later alle boekenkasten af, in de hoop toch nog met een aantrekkelijk geprijsd tweedehands product naar huis te gaan.
Ecologische leefgemeenschap Ecodorp in Bergen heeft ambitieuze plannen. De komende vijf jaar moeten er zestien duurzame woningen bij komen. Maar net als in de rest van Nederland komt het plan maar moeilijk van de grond. Niet alleen zijn er uitdagingen met milieuregelgeving, ook maakte Defensie zich zorgen dat nieuwe bewoners geluidsoverlast zouden ervaren. Mede-initiatiefnemer Fred Jan Twigt blijft desondanks positief: “We hebben nu wat uitdagingen, maar die lossen we zoals altijd gezamenlijk op”.
Aan de zuidrand van Bergen bevindt zich het Ecodorp. Een gemeenschap die sinds de oprichting in 2013 – door onder andere Fred Jan Twigt en Jan Cuperus – streeft naar een duurzaam en zelfvoorzienend leven. Het dorp is gevestigd op het voormalige vliegveld Bergen, waar Duitse bommen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een deel van de Nederlandse luchtmacht uitschakelden.
Tijdens de Koude Oorlog werd het terrein gebruikt als mobilisatiecomplex en militaire opslagplaats, totdat Defensie het te koop zette. Stichting Ecodorp kocht het terrein voor nog geen 125.000 euro. (tekst loopt door onder de foto)
Wie dit bord passeert loopt het ecodorp binnen. Op de achtergrond het defensieterrein. (foto: Streekstad Centraal)
Maar die nabijheid van defensie is nu één van de knelpunten. Het ligt pal naast het oefenterrein van de Nationale Reserve, een onderdeel van Defensie. Die bezit zo’n drie hectare grond en vreest dat toekomstige bewoners hinder zullen ondervinden van militaire oefeningen. Als oplossing daarvoor wordt een geluidswal aangelegd langs de erfgrens met het Natres-terrein. Defensie ziet het als een structurele oplossing maar is niet bereid daaraan mee te betalen. De wal wordt onderdeel van het aangepaste bestemmingsplan.
Ook is afgesproken dat het bouwvlak waar binnen de woningen worden gebouwd wordt verplaatst. Dat wil zeggen dat Ecodorp op grotere afstand van het Natres-terrein zal bouwen. “We hebben zo nu en dan wat uitdagingen, maar ook dit keer lossen we dat zoals altijd gezamenlijk op”, vertelt Twigt overtuigd aan Streekstad Centraal.
De huidige inwoners van Ecodorp Bergen krijgen – als het meezit – straks nieuwe buren. (foto: Streekstad Centraal)
Daarnaast – daar is ie weer – is de uitstoot van stikstof tijdens de bouwfase een complicerende factor. Uit berekeningen blijkt dat de neerslag van schadelijke stoffen in het nabijgelegen Natura 2000-gebied boven de toegestane norm uitkomt. Daardoor kan de vergunning voor de bouw van de duurzame woningen vooralsnog niet worden verleend. “We doen er alles aan om zo duurzaam mogelijk te leven en toch staat het milieu onze uitbreiding nu in de weg” , aldus Twigt.
Het Ecodorp wil uiteindelijk woongelegenheid bieden aan zo’n 60 mensen. Momenteel heeft Ecodorp zo’n 25 inwoners. In het ecodorp wonen overigens niet alleen Nederlanders, ook inwoners uit Finland, Duitsland en Tsjechië hebben er onderdak gevonden.
Toch kan niet zomaar iedereen in het Ecodorp wonen. “Alleen woningzoekenden die zich actief willen inzetten, die willen bijdragen aan het collectieve leven en zich kunnen vinden in de idealen van de stichting, komen in aanmerking. Geïnteresseerden kunnen kennismaken met de gemeenschap door deel te nemen aan meewerkdagen”, vertelt mede-initiatiefnemer Jan Cuperus.
Belangrijk binnen de zelfvoorzienendheid: de Bulk Club. Hier wordt onder meer voedsel opgeslagen. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de uitdagingen zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zo is het terrein grotendeels gesaneerd. Twaalf gebouwen zijn gesloopt en het toen nog aanwezige asbest is verwijderd. Daarnaast zijn er duurzame initiatieven gerealiseerd, zoals de plaatsing van honderd zonnepanelen en de aanleg van moestuinen voor eigen voedselvoorziening. Ook worden er jaarlijks festivals georganiseerd, zoals het ‘Vibe of the Earth’-festival.
De bewoners streven naar een zelfvoorzienende leefgemeenschap die zowel energie- als voedselonafhankelijk is. “De tuin is voor ons heel belangrijk. Het is een voedzame bron die ons energie geeft. We proberen zo veel mogelijk met de natuur mee te leven en daarbij tuinieren we op een biologische manier zonder gif of pesticiden”, vertelt Cuperus.
De komende periode is cruciaal voor de toekomst van het ecodorp. Samenwerking tussen gemeente, Defensie en Stichting Ecodorp is essentieel om de droom van duurzaam en harmonieus samenleven te verwezenlijken.
Het was een uitzonderlijk nat jaar, maar Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wist ieders voeten droog te houden vorig jaar. De opening van een nieuwe rioolwaterzuivering en een nieuw gemaal worden als hoogtepunten bestempeld. Het hoogheemraadschap kijkt dan ook positief terug op 2024, waarin het een begrotingsoverschot van bijna tien miljoen boekte. Ook innoveerde het hoogheemraadschap met artificiële intelligentie, het viel er zelfs mee in de prijzen. Tegelijkertijd zijn er nog genoeg uitdagingen.
Afgelopen jaar stond voor het hoogheemraadschap vooral in het teken van de vele regenval. Sinds 1903 zijn er maar twee jaren geweest waarin er meer regen viel dan in 2024. Het betekende voor het hoogheemraadschap dat er noodpompen geplaatst moesten worden om het water op het juiste peil te houden. “Hoewel er zeker sprake is geweest van wateroverlast, wordt toch geconcludeerd dat het watersysteem de hoeveelheid neerslag aankon”, is te lezen in het jaarverslag.
Wat uiteraard ook niet ontbreekt in het jaarverslag, is een financieel deel. Op dat vlak ging het het hoogheemraadschap vorig jaar voor de wind. Er bleef met een exploitatieoverschot van 9,8 miljoen meer geld over aan het einde van het jaar dan verwacht. Er is op sommige gebieden meer begroot dan uitgegeven, zoals op energiekosten. Ook zijn er meerdere vacatures vorig jaar niet vervuld, waardoor personeelskosten lager uitvielen dan gedacht. Keerzijde daarvan is dat er werk blijft liggen voor het hoogheemraadschap. (tekst loopt door onder de foto)
Het nieuwe gemaal in Heerhugowaard: ‘de Waardse Dijk’ (foto: HHNK)
Ook beschrijft het hoogheemraadschap hoe het stoeit met klimaatverandering en vooral de aangescherpte wet- en regelgeving die daarmee samenhangt. “Europese normen voor stedelijk water zorgen voor aanvullende technologische, organisatorische en financiële uitdagingen”, zegt het hoogheemraadschap. Door de nieuwe regels is het noodzakelijk dat er nieuwe rioolwaterzuiveringen komen. Halverwege 2024 werd er een nieuwe zuivering in Oosthuizen opgeleverd.
Een andere uitdaging zijn de nieuwe eisen voor waterkwaliteit vanuit Den Haag. Die zijn vastgelegd in de zogenoemde Kader Richtlijn Water (KRW). Het behalen van die doelen blijkt echter lastig. Over de oorzaak daarvan, vertelt het hoogheemraadschap verder niets. Wel zullen ze er met een ‘impulsprogramma’ een schep bovenop doen om de doelen alsnog te behalen voor 2027.
Ook op het vlak van innovatie werd er gas gegeven. Voor het eerst het hoogheemraadschap AI in om scheuren in dijken te detecteren. Door AI geanalyseerde dronebeelden hielpen inspecteurs bij de uiteindelijke beoordeling van de dijken. Voor dit foefje ontving het hoogheemraadschap in februari 2024 de Waterinnovatieprijs.
Een bijzondere vermelding was er tenslotte voor gemeente Dijk en Waard waarmee het hoogheemraadschap afgelopen jaar intensief heeft samengewerkt. Die samenwerking leverde ‘de Waardse Dijk’ op, een gemaal dat er onder andere voor moet zorgen dat de Polder Heerhugowaard ‘klimaatrobuust’ wordt.
De 35-jarige man die woensdagochtend ontsnapte uit een GGZ-instelling in Heiloo, is gevonden door de politie. Hij werd gevonden in Den Bosch, zo’n vijftien uur na zijn ontsnapping. Na de ontsnapping zat de schrik er goed in.
“We maken ons zorgen om zijn veiligheid en die van zijn omgeving”, laat de politie weten. Er werd gevraagd uit te kijken naar de man, maar hem niet zelf te benaderen. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn.
De politie verspreidde later een gedetailleerde beschrijving van de man en deelde – na een vergeefse zoektocht op woensdagochtend – zelfs een foto van hem.
Hoe de man in Den Bosch is beland en hoe de politie hem heeft kunnen pakken, is nog onduidelijk. De politie deelt vanwege privacy geen details over de zaak.
Het is niet de eerste keer dit jaar dat er iemand ontsnapt uit een psychiatrische inrichting. In Den Dolder ging het dit jaar al twee keer mis. Daar ontsnapte begin januari de Heerhugowaarder Mert P. Hij stak een 76-jarige vrouw neer die later overleed aan haar verwondingen. Nog in dezelfde maand ontsnapte een andere man uit de kliniek in Den Dolder. Hij werd na een nachtelijke klopjacht opgepakt.
Regelmatig gaat hij met zijn metaaldetector op pad. Soms vindt hij wat, soms niet. Maar de vondst die Stan Hoenderdos uit Alkmaar vorig jaar deed, was wel heel uniek. Hoe uniek de vondst daadwerkelijk was, daar kwam hij pas later achter. “Dit is toch ongelofelijk.”
Toen Stan afgelopen najaar hoogte kreeg van wegwerkzaamheden in Schoorl, kon hij het niet laten om een kijkje te gaan nemen, met zijn metaaldetector bij de hand uiteraard. Hij vond er een aantal met modder aan elkaar geclusterde munten en kon alleen zien dat er een kruisje op stond. “Het komt diep uit de grond, vlak bij de kerk. Het is de enige plek waar zo diep gegraven is”, vertelt Stan.
Toch wist Stan wel direct dat zijn vondst uniek was. “Toen ik de munten uit de grond haalde, was ik bijna verstijfd van verbazing. Ik dacht eigenlijk dat het om munten ging van rond 1200. Toen ik ze schoonmaakte, zag ik al dat ze veel ouder waren.” (tekst loopt door onder de foto)
De munten moesten nog goed gereinigd worden na de vondst (foto: NH Nieuws)
Na reiniging bleek het te gaan om munten die in de 9e eeuw in Nederland zijn gemaakt door Vikingen. Een unieke vondst waar uiteraard meer onderzoek naar moest worden gedaan.
Dat deed Jan de Koning van Hollandia Archeologen samen met zijn team. Nu dat onderzoek erop zit en Stan het verhaal achter de muntstukken weet, brengt hij het nieuws naar buiten. Van de negen munten tellende schat komen er acht uit de periode 840 tot 855. De meest recente komt uit de periode 810 tot 840. Ook blijkt na het onderzoek dat Keizer Lotharius rond die tijd een machtig man was; zijn naam staat op de munten.
Alleen stond de naam van Lotharius er in dit geval niet op om de keizer te eren. “Die Vikingen die zaten de keizer eigenlijk gewoon te dissen. Ze hebben, zonder uitzondering, zijn naam verkeerd geschreven. En ook zijn titel ‘Imp’ van Imperator hebben ze verhaspeld”, legt De Koning uit aan NH Nieuws. (tekst loopt door onder de foto)
De negen munten zijn veilig opgeborgen. (foto: NH Nieuws)
Ondanks dat de munten zo’n 1100 jaar oud zijn, wisten de onderzoekers er toch nog veel te weten over te komen en kwamen ze er ook achter hoe uniek de vondst is. Spectaculair, zo noemt De Koning de vondst. “Het is de enige muntschat uit die tijd die is gevonden in Noord-Holland. We weten ook uit andere bronnen wat de negen munten samen waard zijn geweest ongeveer. Het gaat dus om negen denarii en dat was in die tijd zo’n kwart koe waard. Dat was dus best veel geld.”
Ook kwamen de onderzoekers erachter dat de munten waarschijnlijk in een leren of textielen beurs zaten. Aanwijzing daarvoor waren sporen op de munten die het zakje zouden hebben achtergelaten.
“De Vikingen werden eigenlijk door de Frankische keizer, tegen wil en dank, als een soort bescherming tegen andere invallen dan maar geaccepteerd. Ook omdat de keizer ze niet weg kon krijgen. Langs de Noord-Hollandse kust hebben ze, maar zo’n 80 jaar gezeten”, vertelt archeoloog De Koning.
Stan smulde van de informatie die tijdens het onderzoek werd achterhaald. Want de verhalen achter de munten, dat is precies waar het Stan om gaat. “Het idee dat ik de eerste ben die de munten weer in handen heeft na de vorige eigenaar. Dat is wel zo’n 1100 jaar geleden. Dat is toch ongelofelijk.” (tekst loopt door onder de foto)
De voor- en achterkant van de munten. (foto: NH Nieuws)
Dat de muntstukken nu pas zijn gevonden, is geen toeval. In politiek instabiele tijden werden ze regelmatig begraven door de eigenaar uit voorzorg, vertelt De Koning. “Dat gebeurde bij de Romeinen ook al. Zo op de helft van de 9e eeuw gaan we naar een overgangsperiode en dan verandert er van alles. Mensen stopten toen hun belangrijke bezittingen in de grond in de hoop dat ze niet gevonden werden.”
Dat de munten 1100 jaar later pas zijn teruggevonden, getuigt van goede verstopvaardigheden van de Vikingen. De vondst is voor De Koning dan ook een ‘enorme bonus’. “We hebben nog veel andere voorwerpen gevonden in Schoorl. Vooral uit de 13e en 14e eeuw. Tot nu toe wisten we eigenlijk nog heel weinig over die vroege geschiedenis van het dorp. We hebben nu, bij wijze van spreken, heel veel informatie uit het riool weten te redden. Daar komt zeker nog meer over naar buiten.”
Voor Stan is dit (‘voorlopig’) zijn meest unieke vondst. “Ik viel bij deze vondst van verrassing in verrassing. Je moet zoveel geluk hebben. Ik hoopte altijd al één zo’n muntje te vinden en dan vind je een hele schat. Heel bizar.”
Op de doorgaans rustige Omval, verstopt in een hoekje tussen Alkmaar en de Schermer, kwamen zondagmiddag honderden mensen af. En niet voor niets: het is dit jaar precies 450 jaar geleden dat Jan Adriaanszoon Leeghwater is geboren én precies 200 jaar geleden dat het Noordhollands Kanaal werd aangelegd. Dus kon naar aanleiding van beide jubilea gesnoven worden aan de geschiedenis van beide.
En daar is animo voor, bleek zondagmiddag. “Ik vreesde dat er bijna niemand zou komen, met dit matige weer”, vertelt Noor Ney, historicus en initiatiefnemer van het evenement in de Omval. “Maar er zijn echt honderden mensen gekomen vandaag. Echt heel leuk.” (tekst loopt door onder de foto)
Noor Ney bracht de geschiedenis van de Omval zondag weer tot tot bloei (foto: Streekstad Centraal)
Sommige mensen kwamen ‘gewoon’ met eigen vervoer, maar anderen maakten gebruik van de boot die elk half uur tussen de Bierkade en de Omval voer. “Het draait vandaag om het Noordhollands Kaneel én om Leeghwater. De twee hebben raakvlakken, maar we wilden echt iets specifieks doen met het Noordhollands Kanaal. Dus er vaart de hele dag een boot van de Bierkade, over het Noordhollands Kanaal, naar de Omval. Mensen vinden dat prachtig”, vertelt Ney.
Rijpers Bart en Dirk verzorgen de boottochten met de sloep van Museum In ‘t Houten Huis in De Rijp. Eigenlijk zouden ze tijdens de boottocht verhalen vertellen over het Noordhollands Kanaal en Leeghwater, maar dat zat er zondag niet in. “Met die harde wind moet ik m’n kop er goed bij houden”, zegt Bart. “Ook het aanmeren bij de Omval is lastig omdat ik een rare bocht moet maken.” Elk half uur worden er dan ook groepjes mensen met een harde klap tegen de oever afgezet bij de Omval. (tekst loopt door onder de foto)
Dirk en Bart naderen de Omval (foto: Streekstad Centraal)
Met de boot of met eigen vervoer, wie zondagmiddag de Omval binnenliep, werd ontvangen door de man hemzelf. In klassieke kledij was Jan Adriaanszoon Leeghwater naar de Omval gekomen zodat bezoekers hem, 450 jaar na zijn geboorte, konden vragen naar wie hij precies was en wat hij deed.
De in De Rijp geboren Leeghwater is een pionier in de Nederlandse waterbouwkunde. Met verschillende uitvindingen speelde hij een grote rol bij het droogleggen van meerdere polders, waaronder die in de Beemster en de Schermer.
“Hij heeft enorm veel betekend voor Nederland, zo ook voor de Omval. Hier werd vroeger het deels door Leeghwater ineens erg levendig”, legt Ney uit. “Toen de Schermer mede door zijn uitvindingen was drooggelegd, kwam daar een aardige landbouwproductie op gang. Veel van die producten moesten dan naar Alkmaar, maar via het water was er geen goede doorgang van de Schermer naar Alkmaar. Ook niet via de Omval, wat wel de meest logische doorgangslocatie zou zijn.”
“Daar bedacht men wat op”, vervolgt Ney. “Er werd een overhaal aangelegd. Schepen die vanaf de Noordervaart naar Alkmaar wilden, werden een stukje over het land getrokken en dan aan de andere kant weer in het te water gelaten. Zo kon men uit de Schermer alsnog producten in Alkmaar verkopen. De meesten noemen het nu een overhaal, maar vroeger zou het ook wel een omval worden genoemd, vandaar de naam van deze plek hier.” (tekst loopt door onder de foto)
Vroeger was de trein van zijn ouders, nu is ‘ie van hem. (foto: Streekstad Centraal)
De Omval werd dus een cruciaal punt voor vervoer van landbouwproducten en daardoor ook een levendige plek, net zoals zondagmiddag weer even het geval is. Op het veldje tussen de huizen van de Omval is er veel te beleven. Zo is er een shantykoor opgetrommeld, worden er klassieke ambachten, zoals zeisschaven, gedemonstreerd, kunnen kinderen in de zogenaamde techniekbus een eigen houten molen maken en is verspreid over het hele veld informatie te vinden over de geschiedenis van de Omval.
Maar misschien wel de meeste bekijks trekt een kleine, oude trein, die moet herinneren aan het treinspoor dat vroeger langs de Omval liep. “Ja, mensen vinden dit geweldig”, zegt Frank, trots eigenaar van de trein. “De oudere mensen laat ik rustig kijken en met de kinderen rijd ik er een rondje mee.” Zelf kan hij er ook van genieten. “Dat geluid in combinatie met de geur. Ik kan er geen genoeg van krijgen.” (tekst loopt door onder de foto)
Aan de kade van de Omval ontvangt Wim van Bokhorst, de reïncarnatie van Leeghwater, bezoekers. Hij moet z’n hoed goed vasthouden tegen de wind. (foto: Streekstad Centraal)
Even verderop geeft de Wim van Bokhorst, die Jan Andriaanszoon Leeghwater verpersonaliseert, uitleg over wie de waterbouwkundige precies was. “Ik vind de verhalen rondom zijn persoon zelf erg interessant en ik hoop dat ik die interesse vandaag ook over kan brengen op anderen.”
Bij bezoeker Aad is hij in die missie geslaagd. “Ik vind waterbeheer erg sowieso al interessant, maar na al die verhalen over Leeghwater is die interesse alleen nog maar meer aangewakkerd.”