Zondagmiddag is een 51 jaar oude Porsche in brand gevlogen in het centrum Bergen. De brand vond plaats bij de parkeerplaats bij de Albert Heijn aan de Breelaan.
Toen de klassieke Porsche de weg reed, ontstond er plotseling brand aan de achterkant van de auto. Omstanders pakten direct een schuimblusser toen ze het zagen gebeuren en konden het vuur zo snel bestrijden.
Bij de brand raakte niemand gewond. De Porsche kan door de brand wel als verloren worden beschouwd en zal door een bergingsbedrijf worden geborgen.
“Nou, zullen we hem nog een keer aanzetten?” Als Klaas-Jan aan de hendel van de motor draait, begint de diesel na een paar seconden te brullen. “Wat een prachtig geluid!”, zegt bezoeker Peter met stralende ogen. Zondagmiddag stonden de deuren van het Defensiegemaal in de Egmondermeer open. En dat gebeurt maar zelden. Een traktatie dus voor echte gemalenliefhebbers.
Om half tien in de ochtend waren Klaas-Jan en Herman er al. Nog even de foldertjes klaarleggen, de oude motor testen en de aanwijzingsbordjes langs de weg klaarzetten. En die bordjes zijn nodig, want het Defensiegemaal aan de Kolonel Sneepweg tussen Egmond en Bergen ligt verstopt achter een dijk en is daardoor lastig te vinden. (tekst loopt door onder de foto)
Klaas-Jan en Herman bij hun geliefde dieselmotor in het Defensiegemaal in de Egmondermeer. (foto: Streekstad Centraal)
“Dat maakt het een heel uniek gemaal”, vertelt Klaas-Jan, die al 23 jaar bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werkt en samen met oud-collega Herman de hele dag bij het Defensiegemaal aanwezig is om de bezoekers van tekst en uitleg te voorzien. Het gemaal is in 1939 gebouwd. “Maar wij konden er in eerste instantie niet lang van profiteren”, vertelt Klaas-Jan, “want toen de Duitsers Nederland een jaar later binnenvielen, zeiden ze: ‘bedankt voor het bouwen, nu is ‘ie van ons’. Gelukkig is het gemaal niet beschadigd geraakt tijdens de oorlog. Als ze Duitsers overvlogen, zagen ze de bunker niet omdat hij achter een dijk verstopt zit. Daarom is het gemaal nooit gebombardeerd.”
Het gemaal werd in 1955 gerenoveerd en kreeg onder andere een gloednieuwe motor, die via het dak naar binnen werd getakeld. “Dat was een hele operatie”, zegt Klaas-Jan. “Daarna is het gemaal nog enkele tientallen jaren in gebruik geweest, maar op een gegeven moment raakte hij uit functie.” (tekst loopt door onder de foto)
Op de achtergrond krijgen bezoekers uitleg over de oude motor, op de voorgrond de nieuwe, elektrische motoren. (foto: Streekstad Centraal)
Elf jaar geleden wilde het hoogheemraadschap het gemaal toch wel weer inzetten. Er werden twee nieuwe motoren geïnstalleerd, waardoor de oude motor overbodig werd. Toch is die nooit verwijderd. Het starten en lopen van deze motor is voor velen het hoogtepunt van de open dag.
“Het geluid van die oude dieselmotor is zo krachtig en zo herkenbaar”, vertelt gemalenliefhebber Peter. Hij geniet dit weekend volop van de Nationale Molen- en Gemalendag. “Gisteren was ik bij een molen in Heerhugowaard”, vertelt hij, “en vandaag wilde ik heel graag hier naartoe. Ik wilde het gewoon heel graag zien en had een aantal vragen over het gemaal. Daar heb ik nu allemaal antwoord op.” (tekst loopt door onder de foto)
Gemalenliefhebber Peter Maas maakte dankbaar gebruik van de open dag. Op de achtergrond het gemaal, verstopt achter een dijk. (foto: Streekstad Centraal)
Toch deelt niet iedereen het enthousiasme van Peter. “Het werd groots aangekondigd, dus we dachten: hier gaan we heen. Maar er is eigenlijk best weinig te zien binnen. De verhalen achter het gemaal vind ik wel interessant”, laat een bezoekster weten. “Technologie gaat natuurlijk een steeds grotere rol spelen bij dit soort gemalen, maar daardoor is er ook veel minder te zien”, vult een ander aan.
Even later komt ook Arie wat beduusd naar buiten gelopen. “Voor degenen die uren geïnteresseerd naar een oude dieselmotor kunnen kijken is dit waarschijnlijk heel leuk, maar ik vond dat er niet veel te zien was.”
Binnen geven Klaas-Jan en Herman nog steeds uitleg over het gemaal. Ze moeten hun stem verheffen, want anders komen ze niet boven het gebrul van de motor uit. Wat Klaas-Jan bezoekers het liefst wil meegeven zondagmiddag, is kennis over oude techniek. “Die kennis is in de hele samenleving aan het wegzakken. Dat vind ik heel jammer en ook een beetje zorgelijk. Ik hoop de mensen vandaag aan de hand van de oude motor wat meer te leren over oude techniek.” (tekst loopt door onder de foto)
Herman legt alle ins en outs van de oude motor uit aan Duuk (midden) (foto: Streekstad Centraal)
Ook had hij gehoopt dat er meer jongeren naar de open dag zouden komen. “Maar dat zit er tegenwoordig gewoon niet meer in. Enerzijds begrijpelijk, anderzijds heel jammer.” De enige jongeren die tot lunchtijd langskwamen voor de open dag, waren zijn zoon Duuk en zijn vriendin. “Ik ging vroeger wel vaak met m’n vader mee naar gemalen en heb daardoor wel wat affiniteit ermee. Maar als hij hier vandaag niet was geweest, was ik ook niet langsgekomen”, geeft Duuk toe.
Ondertussen blijven groepjes mensen binnendruppelen. De opkomst valt Klaas-Jan dan ook niet tegen. “De doorloop is flink, dat doet me goed. Ik had verwacht dat alle mannen vandaag thuis moesten blijven met Moederdag.”
De brandweer is zaterdagavond rond 23:00 uur uitgerukt voor een brandende scooter aan het Excelsiorhof in Heerhugowaard. De scooter stond in een schuurtje, dat ook vlam vatte. Het vuur zorgde voor een oranje gloed en veel rook zichtbaar boven het schuurtje.
De bewoners konden hun woning via de voorzijde ontvluchten en raakten niet gewond. De brandweer kwam snel ter plaatse en kon de brand onder controle krijgen. Wel is de scooter volledig afgebrand en liep het schuurtje zware schade op.
De kinderen die betrokken waren bij het incident heeft de brandweer een traumabeertje gegeven om hen troost te bieden. De oorzaak van de brand is nog onbekend.
De klok tikt en op de laatste dag van juni zal de bedrijfsleider van de Lidl-vestiging in Koedijk voor de laatste keer de sleutel omdraaien. Vanaf dat moment is Koedijk supermarktloos. Tenminste, zo ziet het er nu uit. En dat zorgt voor onrust in het dorp, de sluiting komt hard aan. “Dit is dé plek in het dorp waar mensen bij elkaar komen”.
Eén van de buurtbewoners bij wie het nieuws rauw op het dak viel is Anne. Ze is vaste klant en teleurgesteld over het besluit. “Ik kom hier bijna dagelijks. Niet alleen om boodschappen te doen, maar ook voor een praatje met winkelmedewerkers of bekenden uit de buurt. Er moet wel een andere supermarkt voor in de plaats komen. Als dat niet gebeurt dan verdwijnt er ook een belangrijke ontmoetingsplek die de buurt bij elkaar brengt.” (tekst loopt verder onder de foto)
‘Lidl blijven’, is met krijt op één van de zijmuren van de supermarkt geschreven. (foto: Streekstad Centraal)
Als we een opmerking maken over buurthuis De Rietschoot mengt ook Paula zich in het gesprek. “Maar dit is dé plek waar buurtbewoners bij elkaar komen. Hier spreek je mensen op het pleintje buiten én binnen in de winkel. Er is een speeltuintje met een bankje waar je kunt zitten en waar kinderen uit de buurt samen komen. In het buurthuis kun je ook zitten, maar tijdens het boodschappen doen voelt een gesprek toch gemoedelijker”.
Ook een kassamedewerker uit zorgen over de sociale functie van de buurtsuper: “We begrijpen dat de winkel niet meer aan de moderne eisen voldoet, maar ik maak me echt zorgen over waar de minder mobiele klanten nu hun boodschappen gaan halen”. Alle medewerkers van het filiaal krijgen baangarantie en mogen voor Lidl blijven werken, wel worden ze verspreid over andere filialen in de regio van de winkelketen. “Ik word overgeplaatst, maar gelukkig word ik niet ontslagen”. (tekst loopt verder onder de foto)
Ook de nabijheid van een speelveldje – met rechtsonder het bankje – is belangrijk voor de buurtbewoners. (foto: Streekstad Centraal)
Maar volgens Lidl Nederland is optimalisatie pas echt essentieel. “We kijken per locatie naar hoe klanten zo optimaal mogelijk boodschappen kunnen doen. Als optimalisatie niet mogelijk is en er andere filialen in de buurt zijn, kan worden besloten om een winkel te sluiten. Hoe goed een winkel wordt bezocht, speelt daarbij een grote rol. De ligging, in een kleinere of grotere kern, is niet doorslaggevend”, zo laat een woordvoerder Streekstad Centraal weten.
Maurice Boerman woont op een steenworp afstand en wilde niet vanaf de zijlijn toekijken hoe de enige supermarkt uit zijn dorp. “Ik merkte dat mensen aan het roepen waren, maar dat niemand actie ondernam. Daarom ben ik de petitie begonnen.” De petitie is door 1.500 mensen ondertekend en wordt – als het aan Boerman ligt – persoonlijk aangeboden op het hoofdkantoor van Lidl in Huizen. Ook wil hij in gesprek met een wethouder. ” Hopelijk kan ik er op die manier voor zorgen dat op z’n minst één buurtsuper in Koedijk blijft.” (tekst loopt verder onder de foto)
Maurice Boerman haalde 1.500 handtekeningen op voor het behoud van de buurtsuper. (foto: Streekstad Centraal)
Boerman lijkt zich vooral zorgen te maken om het gat dat het verdwijnen van de winkel voor de ouderen achterlaat. “Zij zijn afhankelijk van de nabijheid van deze supermarkt voor hun boodschappen. Alternatieven zoals winkelcentrum De Mare waar een groter Lidl-filiaal te vinden is en supermarkt Jumbo in Daalmeer zijn voor hen te ver weg. Niet iedereen heeft een auto of kan lange stukken fietsen”.
Lidl verwijst klanten na de sluiting naar andere filialen in de regio. In Alkmaar zijn dat er twee: één aan het Geert Groteplein in Overdie en een filiaal in winkelcentrum De Mare, dat afgelopen februari nog is uitgebreid. Wellicht met sluiting van de winkel in Koedijk al in het achterhoofd.
Ondertussen wordt volop gespeculeerd over de toekomst van het pand. Sommigen denken aan appartementen, maar de meesten hopen – tegen beter weten in – op een nieuwe supermarkt. “Ook al is het een Aldi, het maakt mij niet uit, zolang deze ontmoetingsplek maar behouden blijft en ik mijn boodschappen hier kan blijven doen”, besluit Paula.
Op woensdag 14 mei organiseert hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) een open middag op hun hoofdkantoor in Heerhugowaard. Dat doen ze naar aanleiding van de Week van de Vis (12 t/m 16 mei). Bezoekers kunnen op deze open middag meer leren over de onderwaterwereld.
De open middag is voor jong en oud. Bezoekers kunnen deelnemen aan verschillende activiteiten, waterdiertjes van dichtbij bekijken en zien wat HHNK doet om waterdieren te beschermen. Ook wordt de nieuwe expositie van het HHNK ‘Als een vis in het water, vroeger, nu en later’ geopend. In die expositie worden verhalen verteld over vis en visserij van vroeger en van nu.
De open middag vindt plaats op Stationsplein 136 in Heerhugowaard en duurt van 14.00 tot 17.00. Gezien het beperkte aantal parkeerplekken bij het hoofdkwartier van de HHNK adviseert het hoogheemraadschap om op de fiets of met de trein te komen.
Hoe bereid je je vandaag voor op morgen? Over die vraag kunnen senioren zich woensdagmiddag 14 mei buigen in de Cultuurkoepel in Heiloo tijdens de regiobijeenkomst ‘Krachtig ouder worden – praat vandaag over morgen’.
Senioren kunnen met elkaar in gesprek gaan om te praten over onderwerpen die hen bezighouden. De gesprekken worden ondersteund door een ervaren gespreksbegeleider. De gesprekken zijn bedoeld om senioren voor te bereiden op de toekomst en hun zelfredzaamheid te vergroten.
De bijeenkomst wordt georganiseerd door de Seniorencoalitie en lokale organisaties. Pieter Hilhorst (politicus en publicist), Marlies Claasen (presentator en zangeres) en Jan Smelik (van Nederland Zorgt voor Elkaar) zijn te gast en zullen komen vertellen hoe zij kijken naar hun toekomst. Na afloop vindt er een borrel plaats.
Deelname is gratis, aanmelding is wel nodig. Dat kan via deze link. De bijeenkomst vindt plaats op woensdag 14 mei in de Cultuurkoepel in Heiloo aan de Kennemerstraatweg 464. De inloop is om 12.30 en de bijeenkomst zelf duurt van 13.00 tot 17.00.
Tachtig jaar geleden werden Alkmaar en omgeving bevrijd van de Duitse bezetting. “De vreugde was ongelofelijk, maar tegelijkertijd was er in Alkmaar ook spanning na de Duitse capitulatie”, vertelt de Alkmaarse historicus Gerrit Valk. Hij woont zelf op enkele honderden meters van de plek waar de Canadezen Alkmaar 80 jaar geleden kwamen bevrijden.
Vanaf Heiloo reden de Canadezen op dinsdagmiddag 8 mei 1945 de Kennemerstraatweg in Alkmaar op. Het is een gebeurtenis waar Gerrit Valk alles vanaf weet. De Alkmaarse historicus schreef zelfs een boek over Alkmaar in de Tweede Wereldoorlog: Alkmaar in oorlogstijd (1940-1945).
Met het boek op tafel, vertelt Valk bevlogen over de Alkmaarse Tweede Wereldoorlog-geschiedenis, van begin tot eind. “Begin 1940 zag men in Alkmaar zag de bezetting al aankomen. Toen Alkmaar in mei 1940 daadwerkelijk werd bezet door Duitsland, was er best wat angst. Maar tegelijkertijd was er ook wel gelatenheid in de stad. Veel mensen dachten: laten we gewoon kijken hoe we de oorlog zo probleemloos mogelijk kunnen doorkomen.” (tekst loopt door onder de foto)
Canadese militairen rijden de Kennemerstraatweg in Alkmaar op (foto: Regionaal Archief Alkmaar/Bosman, P.J.)
In de jaren daarna bleek dat het probleemloos doorkomen van de oorlog een illusie was. “Niet alleen werden honderden Joodse Alkmaarders gedwongen om hun eigen treinkaartje naar de vernietiging te kopen en op de trein te stappen. Ook voor veel niet-Joodse Alkmaarders waren oorlogsjaren, ondanks een relatief mild begin, uiteindelijk zwaar. Toen de Duitsers door Alkmaar trokken om mannen mee te nemen naar Duitsland om ze daar te laten werken, ging er een golf van afschuw door de stad.”
De oorlog duurde voort, Alkmaar wachtte in spanning af of het de geallieerden zou lukken terug te vechten tegen nazi-Duitsland. Na D-day en al helemaal na operatie Market Garden en de bevrijding van Zuid-Nederland in de herfst van 1944, veerde Alkmaar op van hoop. “In Alkmaar dacht men dat de Duitse bezetting nog slechts een paar weken zou duren, dat Alkmaar binnenkort weer in vrijheid zou kunnen leven”, vertelt Valk. (tekst gaat verder onder de foto)
Het namenmonument bij het station vermeldt de honderden namen van de Joden die vanaf daar vertrokken om in vernietigingskampen te worden vermoord. (foto: Streekstad Centraal)
Maar dat viel tegen; de geallieerden rukten maar moeizaam op richting Noordwest-Nederland. “Vanaf de bevrijding van Zuid-Nederland heeft het uiteindelijk nog bijna een half jaar geduurd voordat Alkmaar werd bevrijd. Dat half jaar is ongetwijfeld het zwaarste geweest van de Tweede Wereldoorlog voor Alkmaar en omgeving. Hoewel de hongerwinter in Alkmaar minder heftig was dan in Amsterdam, was het alsnog een hele zware periode voor de mensen hier.”
Stukje bij beetje wisten de geallieerden in het voorjaar van 1945 de Duitsers in Nederland steeds meer onder druk te zetten. “De capitulatie van Duitsland zat eraan te komen, dat voelde iedereen. En iedereen verheugde zich op dat moment.” (tekst loopt door onder de foto)
Gerrit Valk in zijn zitstoel met zijn boek Alkmaar in oorlogstijd en nog een ander werk van hem in zijn handen (foto: Streekstad Centraal)
De vreugde in Alkmaar barstte echter al los voordat Duitsland op 5 mei 1945 officieel capituleerde. “Toen de Engelsen en Amerikanen begin mei 1945 voedselpakketten dropten in Bergen, was er enorme opluchting en blijdschap. In Alkmaar en de wijde omgeving rende men de straat op om naar de vliegtuigen te zwaaien. Na een winter die Alkmaar in zijn greep hield door een hongersnood, was er na die voedseldropping ineens eten voor iedereen. En er werden niet alleen een paar broden naar beneden gegooid, er zaten ook luxeproducten tussen, zoals varkensvlees. Men was uitzinnig.”
Een aantal dagen later was het daadwerkelijk zover: Duitsland capituleerde in Nederland en de bevrijding van Alkmaar was een kwestie van tijd. Op dinsdagmiddag 8 mei was die tijd aangebroken. Via Castricum, Limmen en Heiloo reden de Canadezen Alkmaar binnen, waar ze via de Kennemerstraatweg naar de Langestraat reden. “Ook al zat de bevrijding er al een tijdje aan te komen, was de vreugde enorm. Ik denk dat het in Alkmaar sinds de bevrijding van de Spanjaarden in de 16e eeuw nog nooit zo’n groot feest is geweest. Iedereen verzamelde zich langs de straat. Er kwamen zo’n tienduizend Canadezen de stad binnen en ze werden als helden onthaald. Wel leverde de intocht van de Canadezen soms gevaarlijke situaties op omdat ze gewend waren om links te rijden. Maar daar kon ook wel om gelachen worden, iedereen was uitzinnig.” (tekst loopt door onder de foto)
Gerrit Valk bladert door een fotoboek over de geschiedenis van Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
Bij hun onthaal zouden sommige Canadezen hebben gezegd dat hun onthaal in Alkmaar nog feestelijker was dan in Parijs. Enkele honderden verbleven dan ook een tijdje in Alkmaar, en sommigen daarvan vonden ook de liefde in Alkmaar. Zo sloeg een Canadese militair de Alkmaarse Nelly Kroon aan de haak. “De Alkmaarse meisjes keken enorm op tegen de Canadezen die hen kwamen bevrijden”, vertelt Valk. “Ze zagen er een aantal knappe koppen tussen zitten en zo zijn er de nodige liefdes ontstaan op die 8 mei in Alkmaar.”
Hoewel Alkmaar was ondergedompeld in feestvreugde op de dag dat de Canadezen binnenreden, kwam de stad uit drie dagen – de periode van de Duitse capitulatie op 5 mei tot de bevrijding van Alkmaar op 8 mei – waarin de stad al feest vierde, maar waarop er ook een aantal grimmige incidenten plaatvonden. “In die drie dagen was er een machtsvacuüm. De Duitsers waren al gecapituleerd maar zaten nog wel overal in de omgeving. Totdat de geallieerden waren gearriveerd zagen de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) hun kans schoon. Zij wilden dat de Duitsers zich aan hen zouden overgeven, maar dat was voor de Duitsers onbespreekbaar. Zij zagen de Binnenlandse Strijdkrachten als een groep terroristen.” (tekst loopt verder onder de foto)
BS’ers Jan Baas en Jan Smit worden kort na de bevrijding begraven op de Begraafplaats Sint Barbara in Alkmaar (foto: Regionaal Archief Alkmaar/Bosman, P.J.)
“Die situatie heeft voor een aantal grimmige situaties in de stad gezorgd”, vervolgt Valk, “bijvoorbeeld de schietpartij in de Sint Annastraat in het centrum van Alkmaar. Daar stuitten in de nacht van 6 op 7 mei drie mannen van de BS op een groepje, naar alle waarschijnlijkheid dronken, Duitsers. Daar heeft toen een schietpartij plaatsgevonden waarbij twee mannen van de BS zijn overleden. Dit is echt een zwarte bladzijde in de Tweede Wereldoorlog-geschiedenis van Alkmaar.” De twee overleden BS’ers liggen nog altijd begraven op de Begraafplaats Sint Barbara in Alkmaar.
Tachtig jaar na dato kan de Alkmaarse Tweede Wereldoorlog-geschiedenis nog helder verteld worden. Dat de kennis daarover ooit zal verwateren, daar is Valk niet bang voor. “Ik geloof dat we alle verhalen levend kunnen houden. Ik denk dat die kennis niet meer gaat verdwijnen.” Hij doet er zelf in ieder geval alles aan om die kennis te blijven behouden: binnenkort gaat hij aan de slag met zijn volgende werk over de Alkmaarse Tweede Wereldoorlog-geschiedenis. “Ik wilde altijd nog een boek schrijven dat meer gaat over het dagelijkse leven in Alkmaar tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar begin ik binnenkort aan.”
Al vijftig jaar ontfermt Bart Slooten zich over de Grebmolen, gelegen tussen Koedijk en Schoorldam. Zijn assistent-molenaar Julius Meijer zette Bart naar aanleiding van dit jubileum deze week in het zonnetje. “Vijftig jaar is echt bijzonder, een hele lange tijd.”
“Hij werkt nog precies zoals vroeger”, vertelt Bart trots aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Het mooie is dat je met de natuur bezig bent en een techniek beoefent die eenvoudig is, maar zeker niet primitief.”
De 79-jarige Bart hoeft het werk al een tijdje niet meer alleen te doen. De 22-jarige molenfanaat Julius Meijer helpt hem al sinds zijn tiende. Er is de afgelopen twaalf jaar een bijzondere vriendschap ontstaan tussen de twee molenaars. Samen kunnen ze urenlang praten, niet alleen over molens, maar ook over het leven. “Bart is markante man met een berg aan kennis, ervaring én verhalen”, zegt Julius. (tekst loopt door onder de foto)
Al heel wat uren brachten Bart en Julius samen door in de Grebmolen (foto: NH Nieuws)
Bart koestert dan ook de wens dat ze zich samen nog lang kunnen ontfermen over de Grebmolen. “Ik ben herstellende van een dubbele hernia, maar dat gaat nog altijd vooruit. Ik ben ook zeker nog niet van plan om te stoppen.”
Samen met Julius de molen nog lang draaiende houden, is niet zijn enige wens: ooit hoopt hij dat Julius hem zal opvolgen. “Misschien viert hij hier dan ook ooit zijn vijftigjarige jubileum hier”, fantaseert Bart. “Dat zou een droom zijn”, zegt Julius instemmend.
Voor veel katholieken is Koningsdag 2025 een gekke dag. Want terwijl Nederland feest viert, wordt hun geestelijk leider – paus Franciscus – begraven. “Bitterzoet” omschrijft de Alkmaarse pastoor Jan-Jaap van Peperstraten het. “Het is heel dubbel vandaag.”
“Koningsdag is een van mijn favoriete dagen van het jaar”, vertelt ‘twitterpastoor’ Van Peperstraten aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Hij is daarom blij dat het feest gewoon doorgaat, maar de dag is voor hem heel dubbel. “Maar zo is het leven ook”, zegt hij.
Eenmaal thuis kruipt Van Peperstraten direct achter de televisie om de uitvaartmis voor paus Franciscus te bekijken. “De gezangen zijn redelijk eenvoudig”, ziet hij onder het genot van een oranje tompoes. “Zo’n uitvaart zou je ook als gewone katholiek krijgen. Het past bij deze paus.” (tekst loopt door onder de foto)
Onder het genot van een oranje tompoes bekijkt Van Peperstraten de uitvaartsmis voor paus Franciscus (foto: NH Nieuws)
Aan een voorspelling voor de nieuwe paus durft hij zich niet te wagen. “Na de uitvaart volgen negen dagen rouw en dan begint het conclaaf. Niemand weet wie het wordt, ook de kardinalen niet. Die hebben doorgaans meer dan één dag nodig met stemrondes.”
In de Rijp wordt er al twintig jaar met keien gesmeten. En altijd volgens dezelfde regels. Maar dit jaar kreeg het Rijper Steenwerpen er iets nieuws bij: achterstevoren keiensmijten. Blijkbaar lastig, want met deze uniek-voor-De-Rijp-variant werden veel minder punten binnengehaald. Het plezier was er overigens niet minder om.
Toen Piet Slooten twintig jaar geleden op de kermis in de Beemster zag hoe mensen bloedfanatiek met keien een dobbelsteen van een paaltje af probeerden te gooien dacht hij: ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen, dit spel moeten we ook naar de Rijp brengen’. “We zochten al langer naar een laagdrempelig, verbindend spel dat we konden spelen tijdens Koningsdag in De Rijp. Toen ik ze in de Beemster zag keiensmijten wist ik gelijk dat dat ook hier heel leuk zou zijn. Zo ontstond twintig jaar geleden het Rijper Stenenwerpen” (tekst loopt door onder de foto)
Piet Slooten (midden) met zijn medeorganisatoren Harrie en Tom (foto: Streekstad Centraal)
Het idee: men probeert vanaf een meter of zeven met een kei een dobbelsteen van een paaltje te gooien. Wanneer dat lukt, krijg je het aantal punten dat de dobbelsteen weergeeft. Wanneer het lukt om om de dobbelsteen van het paaltje te gooien zonder dat het paaltje omvalt, wordt het aantal punten verdubbeld.
Zo wordt tenminste de originele versie van het spel gespeeld. Maar dit jaar bedacht Piet ook een geavanceerde variant, een versie voor de echt getrainde spelers. “Ik kwam op een avond spontaan op het idee om de deelnemers op een stoel te laten zitten met hun rug naar het paaltje met de dobbelsteen. Ze moeten de kei tussen de stoelpoten door naar het paaltje met de bobbelsteen erop gooien. Dat is een stuk uitdagender, maar als het lukt is de euforie ook groter”, zo legt Piet uit.
Mike Koster lukt het zaterdag nog niet zo erg om het paaltje om te gooien bij achterstevoren keiensmijten. Hij doet al meerdere jaren mee aan het keiensmijten, maar aan deze variant moet hij toch nog even wennen. “Nee, het gaat nog niet geweldig. Het is wel echt lastig.” Bij zijn eerste poging gaat zijn kei nog richting het paaltje, maar bij zijn tweede poging strandt zijn kei al in een vroeg stadium: een stoelpoot staat de vlucht van de kei in de weg. (tekst loopt door onder de foto)
Mike probeert de nieuwe variant van keiensmijten: achterstevoren keiensmijten. (foto: Streekstad Centraal)
Even verderop bij het ‘normale’ keiensmijten worden meer punten gescoord. Het ene na het andere paaltje gaat omver, men is er inmiddels al aardig getraind in. Toch gaat het af en toe nog mis, met, vooral voor bloemenliefhebbers, grote gevolgen. Wanneer de keien te ver worden gegooid, verdwijnen ze over een muurtje en gaan ze als een sloopkogel door het kleurrijke bloemperk van de Grote Kerk.
Paulien heeft het bloemperkje nog niet geraakt met de kei, maar ook de dobbelsteen nog niet echt vaak. Maar áls ze raak gooit, is het ook gelijk bingo. “Ik heb nu zes keer gegooid en één daarvan was raak. Maar dat was wel gelijk zes. Sommige mensen gooien zes keer één, ik gooi één keer zes.”
Of de winst voor Pauliens team, de Keien Queens, in het verschiet ligt aan het einde van de dag, daaraan twijfelt ze. Heeft overigens niets met de kunde van het team te maken. “We zijn wel lekker bezig, maar hoe meer we gaan drinken, hoe minder accuraat onze worpen zijn. Ik begin zelf al steeds meer twee linkerhanden te krijgen, merk ik.” (tekst loopt door onder de foto)
Twintig jaar geleden begon het keienspelen, maar nog steeds is het spel springlevend in De Rijp (foto: Streekstad Centraal)
Het deelnemersveld bestaat uit 25 teams van vier. Alle teams spelen drie rondes: normaal keiensmijten, achterstevoren keiensmijten en… sjoelen. Althans een variant daarvan. Want de sjoelbak heeft een bocht van 90 graden en een onregelmatige ‘kaatsrand’. “Dat is een stuk moeilijker dan normaal sjoelen,” vertelt Dimitri, die het sjoelen begeleidt. “Het komt nu nog meer aan op tactiek, want als al je stenen in een cluster achterin de bak belanden, ben je de sjaak.”
De tienjarige Teun lijkt al wel door te hebben hoe het spelletje werkt. Wanneer er even geen wedstrijd aan de gang is bij de sjoelbak, ziet hij zijn kans schoon om een paar stenen te gooien. “Het is wel moeilijker dan normaal sjoelen, maar je kan alsnog veel punten scoren. Ik weet inmiddels voor elk gat precies waar in de bocht ik de stenen moet gooien.” (tekst loopt door onder de foto)
Terwijl de wedstrijden even stil liggen, speelt Teun (10) een potje geavanceerd sjoelen (foto: Streekstad Centraal)
Wanneer de volgende ronde gaat beginnen, schallen de teamnamen luid en duidelijk over het plein. Terwijl de teams rustig richting hun volgende activiteit lopen, krijgen ze een dringende waarschuwing mee. “Waag het niet om vals te spelen. We hebben dit jaar hele oplettende scheidsrechters, want we kennen jullie inmiddels een beetje.”
Met een stralende zon en rijkelijk vloeiend bier zit de sfeer er goed in op Koningsdag in De Rijp. Het keiensmijten is de ideale activiteit voor zo’n dag, denkt Piet. “Het is laagdrempelig, het creëert samenhorigheid en je hoeft je er niet door te vervelen.”
Maar ook al zijn de spellen vooral bedoeld als laagdrempelige activiteiten om Rijpers samen te brengen, gaat het er soms fanatiek aan toe. En dat is niet voor niks: welk team aan het einde van dag de meeste punten heeft na het keiensmijten, achterstevoren keiensmijten en sjoelen, wint een boottocht rondom de De Rijp voor het hele team. Er wordt dan gewoon rechtdoor gevaren…