Er zitten weer nieuwe melodietjes in de trommel van de carillons in de Alkmaarse binnenstad. Stadsbeiaardier Christiaan Winter en stadsuurwerkmaker Boris Stiensma zijn weer dagenlang bezig geweest om nieuwe deuntjes in te programmeren, die sinds deze week te horen zijn vanuit de torens van de Grote of Sint-Laurenskerk, Waagtoren en Kapelkerk.
De carillons stammen alledrie uit dezelfde periode rond 1690. Er zijn tegenwoordig wel moderne speelcomputers die een klokkenspel kunnen aansturen, maar in Alkmaar werkt alles nog 100% mechanisch. En dat betekent dat de twee muziekliefhebbers per melodietje een paar honderd pinnetjes moeten plaatsen in de ‘trommels’ en die moeten vastzetten met een moertje. “We doen het nog op dezelfde manier als onze voorgangers 300 jaar geleden”, vertelt Christiaan Winter. “Elk pinnetje is een nootje.” (tekst loopt door onder de foto)
Voor de carillons moet de muziek bijna speciaal herschreven worden door stadsbeiaardier Christiaan Winter. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse carillons krijgen elk seizoen nieuwe deuntjes. Bij de Grote Kerk en de Waagtoren zijn dat vier verschillende nummers per uur, bij de Kapelkerk is op het hele en halve uur een ander melodietje te horen. Winter heeft geen verzoeknummers gekregen, dus hij kon zelf de playlist bepalen. Maar de techniek beperkt wel de keuzemogelijkheden. “De Grote Kerk speelt bovendien óók in de nachtelijke uren, dus dat vraagt iets meer overleg met elkaar. De nummers moeten niet teveel op elkaar lijken.
Op de hele uren speelt het carillion een stuk van Johan Krieger: Gavotte. Een kwartier later is het de beurt aan het nummer Tussen Keulen en Parijs van de componist Johannes Gijsbert Bastiaans. Adriaan Valerius schreef meer dan 400 jaar geleden het nummer De Heer In Zijnen Troon. Enkele eeuwen jonger is het nummer Première Gnossiene van componist Erik Satie. (tekst loopt door onder de foto)
Elk pinnetje is een nootje. Een speciale balk toont de notennamen, waardoor de beiaardier weet in welk gaatje hij een pinnetje moet steken. (foto: Streekstad Centraal)
De nieuwe melodietjes zijn sinds deze week te horen, maar de eerste klacht van een binnenstadsbewoner heeft de stadsbeiaardier al binnen: “Ik moet nog even kijken hoe we daarmee omgaan.”
Wie nog suggesties heeft voor de playlist voor het najaar, kan zijn of haar tip sturen naar beiaardier@alkmaar.nl. Gekeken wordt dan of de melodie geschikt is of geschikt te maken is voor de carillons.
Geen duckstad maar kaasstad. In een speciale editie van Donald Duck wordt er een bezoekje gebracht aan Alkmaar. In ‘Donald Duck en de Gouden Kaasbol’ staat de stad en haar beroemde kaasmarkt centraal. Een bijzondere rol is weggelegd voor kaasvader Willem Borst, die in de strip is omgetoverd tot een ‘verduckte’ kaasdrager. “Echt geweldig en bijzonder.”
Het verhaal neemt lezers mee op een avontuur door Alkmaar. Oom Dagobert ontdekt een gouden kaasbol in een schip uit de 17e eeuw, opgegraven in de Beemster. Om het kostbare voorwerp te beschermen tegen piraten, wordt het tussen de echte kazen verstopt en wordt het naar een veilige plek gebracht. Maar wanneer de Zware Jongens dit te weten komen, volgt er een spannende achtervolging op de kaasmarkt en door de stad.
De beroemde kaasmarkt speelt een belangrijke rol in het verhaal, maar ook andere Alkmaarse bezienswaardigheden komen aan bod. “We hebben een serie regioverhalen, waarin de familie Duck bepaalde steden bezoekt. Het vierde deel gaat over Alkmaar. De kaasmarkt is erg belangrijk in het verhaal, maar er zijn meer bekende locaties waar ze tijdens de klopjacht voorbijrazen,” vertelt hoofdredacteur Ferdi Felderhof aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto.)
Alkmaar staat bekend om haar kaasmarkt die ieder jaar meer dan 300.000 bezoekers ontvangt. (foto: Streekstad Centraal)
Om de strip zo authentiek mogelijk te maken, dook de redactie van Donald Duck in de geschiedenis van Alkmaar. Een van de scenaristen bezocht de stad om zich te verdiepen in de kaasmarkt en de historische achtergrond. Vervolgens werd het scenario gecontroleerd door een lokale factchecker. “In het verleden zijn er weleens kleine foutjes ingeslopen en dat willen we natuurlijk voorkomen. Nu zijn we in het proces dat het wordt geletterd en ingekleurd,” legt Felderhof uit.
Ook kaasvader Willem Borst kreeg de kans om het verhaal vooraf te bekijken. “We moesten checken of het technisch allemaal wel klopt, maar ze waren heel goed geïnformeerd, dus klasse. Het is erg leuk geworden. Dit is natuurlijk geweldige promotie voor Alkmaar en de kaasmarkt,” aldus Borst. Dat hij zelf in de strip is vereeuwigd als kaasdrager, ziet hij als een eer. “Mijn broer en ik lazen het vroeger als een gek en vochten er zelfs om. Het bestaat al zo lang en wordt nog steeds door zo veel kinderen én volwassenen gelezen. Echt geweldig en bijzonder.” (tekst gaat door onder de foto.)
Kaasvader Willem Borst en burgemeester Anja Schouten zijn erg trots op het feit dat Alkmaar als stad gebruikt wordt in de Donald Duck. (foto: Streekstad Centraal)
Dat Alkmaar zo’n rol mag spelen in de bekende strip is iets waar burgemeester Anja Schouten erg trots op is. “Het is een mooie erkenning van onze gemeente en haar rijke geschiedenis dat onze prachtige traditie nu ook in Duckstad wordt gevierd. We hopen dat dit jonge lezers inspireert om samen met hun ouders een bezoekje te brengen aan Alkmaar en onze kaasmarkt.”
De Alkmaarse editie van Donald Duck ligt vanaf 24 april in de winkels. Wie niet zolang wil wachten, kan op 18 april alvast een kijkje nemen op de kaasmarkt. Daar zal hoofdredacteur Ferdi Felderhof samen met enkele redactieleden de kaasbel luiden en de nieuwe strip officieel presenteren.
Opperste verbazing bij de gemeente Alkmaar wanneer Streekstad Centraal informeert naar de reden dat het Waaggebouw en de iconische toren in het absolute donker staan. “Wat vertel je nou?”, is de reactie wanneer we de reden van de vraag toelichten met de mededeling dat het al dagen donker is.
“We wisten het helemaal niet en bij ons is er helemaal geen melding van binnengekomen”, horen we later van een persvoorlichter die de nodige belletjes heeft gepleegd om te informeren naar een mogelijke reden. “Weet je ook sinds wanneer de verlichting het niet meer doet?” (tekst loopt door onder de foto)
Normaal gesproken van afstand goed te zien, maar nu even niet: de klok van de Waagtoren houdt tijdens de donkere uren de tijd geheim. (foto: Streekstad Centraal)
Dat blijkt sinds vorige week dinsdag te zijn, zo weet de bewoner van een een hoog gebouw in Oudorp Streekstad Centraal te melden. “Ik kijk altijd op de klok van de Waag naar de tijd, en dat kan sinds dinsdag niet meer.” Eerder werd ons al gemeld: “De verlichting van de Waag doet het al een tijdje niet. Viel me maandagochtend op, toen ik om zes uur vertrok, en toen ik gisteren terugkeerde was het ook zo.”
Wanneer we donderdagavond wat foto’s maken valt het meer passanten op. “Hé, doet de verlichting het niet?”. Een verdwaalde Duitse toerist weet niet beter en is verbaast dat zo’n mooi gebouw niet prominenter wordt neergezet. (tekst loopt door onder de foto)
Ook vanaf de populairste fotoplek voor de Waag is het monument in het donker verscholen. (foto: Streekstad Centraal)
Wat betreft de reden tast de gemeente dus (nog) in het… duister. Er is een elektricien ingeschakeld omdat een defect het meest voor de hand ligt. De oorzaak ligt mogelijk in de korte stroomstoring on der meer Alkmaar trof vorige week. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Het einde van een tijdperk nadert voor Schoorl. Na 35 jaar is er straks geen theatergroep voor de jeugd meer in het dorp. In juli valt na de twee laatste voorstellingen definitief het doek voor Toneel Enzo. Het echte einde is een afscheidsfeest in september, voor iedereen die ooit betrokken is geweest bij de toneelgroep. “Dan komt het besef pas echt en zullen de tranen wel vloeien.”
Rond 30 kinderen tussen de 8 en 18 jaar volgen elke zaterdag toneellessen bij Toneel Enzo in De Blinkerd en zo nu en dan geven ze een optreden. De groep staat onder bezielende leiding van Rob Zweekhorst (45), zijn vrouw Marjolein en schoonmoeder Thea, en nog een aantal vrijwilligers. Ze runnen de toneelclub met veel liefde en zien wat het met de leden doet.
“Theater is een middel om kinderen zelfvertrouwen te geven”, vertelt Rob aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Je moet eerst jezelf durven zijn voor je iemand anders kunt spelen. Als ik dan een kind, wat bij de eerste les nog heel verlegen binnenkomt, steeds zelfverzekerder zie worden, ben ik altijd heel trots. Prachtig om daar een bijdrage aan te kunnen leveren.” (tekst loopt door onder de foto)
Eén van de voorstellingen uit het 35 jaar lange bestaan van Toneel Enzo. (foto: Toneel Enzo)
De harde kern van het artistieke team bestaat al sinds begin jaren 90 uit dezelfde mensen, en dat maakt deze toneelclub zo bijzonder, zegt Rob. “Het is geen vereniging met leden, maar een club van vrijwilligers die hun passie voor theater delen.”
Maar aan al het moois komt een eind. Na zo’n 1.400 lessen, 120 voorstellingen, 30 playbackshows en 25 toneelkampen heeft het team besloten om er, met pijn in het hart, mee te stoppen. “De productie van toneelstukken vraagt veel tijd en moeite, soms wel 600 uur per jaar, en de balans was zoek. Het kostte steeds meer energie, maar de voldoening nam af”, legt Rob uit.
Na de jaarlijkse playbackshow op 22 maart wordt in juli afgesloten met twee voorstellingen, al gaat de groep nog wel een allerlaatste keer op kamp. Dan volgt in september een afscheidsfeest. “We willen de mensen die betrokken waren bij de club nog een laatste keer samenbrengen: kinderen, oud-leden, ouders, vrijwilligers en iedereen die deze reis met ons heeft meegemaakt. Dan komt het besef pas echt en zullen de tranen wel vloeien”, verwacht Rob. “Als ik denk aan die laatste dag, voelt het toch een beetje alsof je een condoleance aan het plannen bent.” (tekst gaat verder onder de foto)
In augustus ging de groepsleden gezellig met elkaar naar Hellendoorn. (foto: Toneel Enzo)
Met het ontbinden van Toneel Enzo is er straks voor jeugd geen theatergroep meer in Schoorl. Dan zullen ze het dus buiten het dorp moeten zoeken. Er zijn meerdere theaterverenigingen in de regio en die zullen nieuwe leden verwelkomen, maar een aantal daarvan staan onder leiding van professionele docenten en je moet auditie doen. “Dat prestatiegerichte schrikt sommige kinderen af. Bij ons mocht iedereen zich inschrijven. Maar als er niemand opstaat om het over te nemen, verdwijnen dit soort laagdrempelige clubjes uit onze dorpen.” (foto: Toneel Enzo)
Van vrouwen zijn (veel) minder borstbeelden dan van mannen. maar één van die vrouwelijke borstbeelden staat al sinds 1926 in Bergen aan Zee. Het is een bronzen borstbeeld van Maria van Reenen-Völler. Een jaar na haar dood werd dat geplaatst in een plantsoentje naast de Parkweg, aan de voet van hotel Nassau Bergen.
Deze week begon een herdenkingsjaar. Een speciaal comité heeft dat voor de inspirerende vrouw georganiseerd. Ze mag volgens velen de reden worden genoemd dat de badplaats er is. De biografie van Bergenaar René van der Heijden die later dit jaar over haar verschijnt, krijgt niet voor niets de titel: ‘De tsarina van Bergen aan Zee.’
De aftrap van dat herdenkingsjaar was woensdag – op haar geboortedag – met de onthulling van enkele informatieve fotoborden bij haar borstbeeld. De krachtige burgemeestersvrouw – ze was echtgenote van de Heer van Bergen, Jacob van Reenen – stond aan de basis van Bergen aan Zee en de ontwikkeling van Bergen als kunstenaarsdorp. Honderd jaar na haar overlijden wordt ze geëerd met een lezing, een boek, tentoonstellingen, excursies en een herdenkingsdienst. (tekst loopt door onder de foto)
Dorpsraadvoorzitter Iwan Lawerman spreekt bij het borstbeeld van de stichtster van Bergen aan Zee het publiek toe. De interesse voor de start van het herdenkingsjaar was groot te noemen. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de openingsceremonie spraken diverse betrokkenen over het blijvende erfgoed van Marie van Reenen. Iwan Lawerman, voorzitter van de dorpsraad Bergen aan Zee, had het met bewondering over haar: “Zonder Marie van Reenen zou Bergen aan Zee überhaupt niet bestaan hebben. Ze had een idee en voerde het uit. Een toonbeeld van daadkracht, waar we vandaag de dag nog steeds inspiratie uit kunnen halen.”
Ook Jaap Stroomer, een nazaat van een van de eerste bewoners van Bergen aan Zee, onderstreepte haar invloed: “Marie was niet alleen een visionair, maar ook een doener. Ze heeft niet gewacht tot anderen iets ondernamen; ze pakte het zelf op en zorgde ervoor dat haar dromen realiteit werden.” (tekst loopt door onder de foto)
Jaap Stroomer is kleinkind van de oprichters van hotel Prins Maurits, en werd gevraagd om zitting te nemen in het herdenkingscomité. (foto: Streekstad Centraal)
Marie van Reenen was een pionier. Ze tekende voor de aanleg van de Zeeweg, die Bergen aan Zee aansloot op de rest van Nederland, en wist zelfs de Nederlandse Spoorwegen te overtuigen om de Bello-tram door te laten rijden naar het gehucht aan de kust; een enorme prestatie in die tijd. Ze werkte samen met beroemde landschapsarchitecten zoals Leonard Springer om Bergen en omgeving een esthetisch en functioneel karakter te geven.
Daarnaast was ze de drijvende kracht achter de oprichting van het gemeentelijk museum Sterkenhuis en zette ze Bergen op de kaart als kunstenaarsdorp. Haar invloed is nog steeds zichtbaar in de structuren en instellingen die ze achterliet. (tekst loopt door onder de foto)
Joop Bekius is voorzitter van het herdenkingscomité dat in 2025 allerlei activiteiten heeft opgezet in Bergen en Bergen aan Zee rond Marie van Reenen. (foto: Streekstad Centraal)
Het comité dat dit herdenkingsjaar organiseert, heeft een uitgebreid programma samengesteld. Ook de nazaten van Marie zijn daarbij nauw betrokken. Valti Wiebenga-van Reenen, haar achterkleindochter, onthulde het eerste fotobord en sprak namens de familie: “We zijn trots op wat Marie heeft betekend voor Bergen en Bergen aan Zee. Haar nalatenschap leeft voort, en het is prachtig om te zien dat zoveel mensen haar nog steeds waarderen en herinneren.” (tekst loopt door onder de foto)
Kleindochter Valti Wiebenga-van Reenen onthulde namens alle nazaten het eerste infobord bij het borstbeeld van haar grootmoeder. (foto: Streekstad Centraal)
Een van Marie’s meest bijzondere initiatieven was de bouw van het Vredeskerkje in Bergen aan Zee, een kerk die niet gebonden is aan een specifieke geloofsovertuiging. Het idee van een “kerk voor allen” was revolutionair in haar tijd en weerspiegelt haar vooruitstrevende denken. Dit kerkje is nog steeds in gebruik voor diensten, lezingen en culturele evenementen.
Volgens Joop Bekius, voorzitter van het herdenkingscomité, heeft Marie’s visie nog altijd impact: “In een tijd waarin inclusiviteit nog geen gangbaar begrip was, bouwde Marie een plek waar iedereen welkom was. Vandaag de dag blijft dat een waardevolle erfenis.” (tekst loopt door onder de foto)
In het Vredeskerkje zong een gelegenheidskoor liedjes uit vele geloven. Ze sloten af met Donna Nobis Pacem, ‘geef ons vrede’. (foto: Streekstad Centraal)
Het leven en werk van Marie van Reenen-Völter laten volgens het comité zien hoe een enkele persoon het verschil kan maken: “Haar vermogen om te dromen en die dromen om te zetten in realiteit heeft Bergen aan Zee gevormd tot wat het vandaag is.”
Het comité wil met het herdenkingsjaar haar prestaties belichten en inspiratie bieden met haar levenswerk. Ter afsluiting van de middag klonk een oproep om in haar voetsporen te treden: “Als je een idee hebt, ga het gewoon doen. Laat Marie’s daadkracht een voorbeeld zijn voor ons allemaal.” (tekst loopt door onder de foto)
Marie van Reenen liet in 1918 het Vredeskerkje bouwen voor alle geloven. Ze wilde bijdragen aan een betere wereld na de Grote Oorlog van 1914-1918 (foto: Streekstad Centraal)
Jochem van Eeghen, het oudste achterkleinkind van Jacob en Maria van Reenen, neemt die boodschap mee als hij de slotceremonie verlaat. Bij het hek van het kerkje kijkt nog eens om. “Ik denk dat mijn overgrootmoeder ook wel iets tegendraads in zich had. Dat ze tegen de stroom van de tijd in dingen deed. Dat bevalt me heel erg.”
Hij verzucht voordat hij vertrekt: “De diepere gedachte van dit kerkje vind nog steeds heel modern: een kerkje voor alle geloven. Een bijdrage aan een betere wereld na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Het treurige is natuurlijk dat het de wereld nog weinig veranderd heeft.”
Discussies, politieke debatten, een uitvoerig onderzoek. Na 2,5 jaar kwam er eindelijk duidelijkheid over het lot van de spreuk ‘Van te veel spektakel wankel je allicht’, van de omstreden dichter Lucebert. De tekst krijgt een ‘passende’ plek, niet op een overheidsgebouw. Leefbaar Alkmaar deed nog een laatste poging om van de spreuk af te komen, maar kreeg daarvoor geen steun van andere fracties.
De kwestie over de spreuk in Alkmaar leek afgedaan met de keuze voor behoud, maar niet op een overheidsgebouw. In een persgesprek gaf wethouder Anjo van de Ven aan dat de Joodse gemeenschap dat kon accepteren. Ze vertelde ook dat ze zich voorstelde hoe de spreuk stond op één van de woontorens die op Overstad zou staan.
Van de Ven werd tijdens een persgesprek gevraagd of de spreuk dus op en prominente plek zou moeten komen en ze reageerde met: “Ja, een betere, passendere plek. Even een ondeugende gedachte van de wethouder.” En dat leidde tot onrust en ophef binnen de Joodse gemeenschap en de Alkmaarse politiek. ‘Passend’ was nog tot daar aan toe, maar ‘prominent’…. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Anjo van de Ven kreeg kritiek vanuit de raad vanwege haar gedachte over plaatsing van de Lucebert-spreuk op een woontoren op Overstad. (foto: Streekstad Centraal)
Leefbaar Alkmaar kwam met een ultieme poging om helemaal van de spreuk af te komen. Bij de toelichting op de motie verwees Maya Bolte naar de meerderheid die koos voor behoud, maar dat een enquête niet representatief hoeft te zijn. En ook al is de Joodse gemeenschap een minderheid: “De minderheid moet ook gehoord worden”, zei ze. “En dan hangen die letters in de lucht, waar zet je dat bordje met de context dan?”
Iedere fractie sprak uit dat de hele kwestie pijnlijk is voor zowel de Joodse gemeenschap als de nazaten van Lucebert, en dat er veel was gewikt en gewogen. Maar de breed gedragen conclusie was dat ook controversiële kunst een plek moet kunnen hebben. “Als je kunst gaat censureren, dan haal je de maatschappelijke discussie weg, dan stop je de geschiedenis weg”, hield Rigo Wijdooge van de SP de raad voor. (tekst gaat verder onder de foto)
Lucebert was een prominente dichter en kunstenaar uit Bergen, die tijdens en ook nog na de oorlog nazisympathieën uitte in brieven. (foto: Nationaal Archief / Rob Bogaerts / Anefo)
John van der Rhee (VVD) was eerder het meest vocaal tegen behoud van het kunstwerk. “Het pand waar de dichtregel zou moeten komen, moet passend zijn, lezen we in de brief van het college. Dat is iets anders dan ‘prominent’ of ‘prominenter’. Daarmee is de wethouder tot inkeer gekomen en dat is maar goed ook, want haar uitspraak was niet ‘ondeugend’, het was ongepast, zeker gezien het doorlopen traject.” En daarmee was het ook wat zijn fractie betreft klaar.
Maya Bolte (LA) was niet blij dat de motie geen bijval kreeg, maar nam haar verlies. Ze had ondertussen nagedacht over wat haar fractie een acceptabele plek vindt. “Dan doe ik wederom de suggestie om de spreuk in het Stedelijk Museum te zetten. Maar het Regionaal Archief is ook niet verkeerd.” Dat was de suggestie die Frits Jonk (CDA) had gegeven.
Wethouder Van de Ven kreeg vanuit diverse fracties de vraag of de raad nog iets te zeggen kreeg als de zoektocht naar ‘passende’ opties was afgerond. “Dan komen we uiteraard terug bij de raad.”
KunstNetTV zet in de documentaire ‘Alles voor de show’ de schijnwerper op de grote artiestenfamilie Kesselaar, bekend geworden als Carrell. De hele familie speelde toneel. Familieleden van André en Rudi Carrell vertellen over het leven van beide bekende Nederlanders.
Vader en artiest André Carrell groeide op in een groot arm gezin. Met Trien Houtkooper kreeg hij een dochter en drie zoons, waaronder Rudolf Wijbrand Kesselaar. In de jaren 30 trad André, samen met zijn broers Jan, Piet en Klaas op onder de naam cabaretgezelschap De Vier K’s.
Na jaren van sappelen en schnabbelen zou André Carrell pas in de jaren ‘50 een bekende fulltime artiest worden. Zoon Rudi nam in 1953 een optreden van zijn vader over met een eigen programma. Carrell zag de potentie van het massamedium televisie. Met zijn creatieve ideeën en teksten zag hij kansen om voor een groot publiek op te treden. Zijn Rudi-Carrellshow Robinson Crusoë won in 1964 de Zilveren Roos van Montreux. De Duitse media zagen wel iets in de nonchalante Nederlander. Rudi Carrell werd een uiterst populaire tv-icoon maar zijn liefde voor Alkmaar bleef.
KunstNetTV interviewde zijn broer Aad Kesselaar, de negenjarige nicht Annie Gilles-Kesselaar, dochter Annemieke Kesselaar en Alkmaarder Luck Dekker, één van de Luckberries, over de verschillen en overeenkomsten van Rudi en André Carrell en hun carrière in de entertainmentwereld.
De documentaire wordt in maart elke dag om 10:00 en 22:00 uur uitgezonden bij Streekstad Centraal en bij kunstnet.tv.
(Foto uit het archief van de familie Kesselaar/ Carrell)
Kunst niet alleen voor een examencijfer, maar ook een heuse expositie en een prijs. Alweer negen jaar werken het hoogheemraadschap en het Han Fortmann – Trinitas College in Heerhugowaard samen voor het examenvak tekenen. Leerlingen maken grafische kunst die in het hoofdkantoor worden getoond en uiteindelijk kiest het publiek de mooiste creatie. Die is dit jaar gemaakt door Vince Sprenkeling.
Elk jaar geeft HHNK een aan water gerelateerde opdracht voor vwo-leerlingen die eindexamen doen. Dit jaar deden achttien vwo’ers mee en hun opdracht was het maken van een linosnede naar het thema ‘Op de dijk’. Een jury kiest een favoriete top vier en daarna mag het publiek stemmen. De jury koos voor de creaties van Vince Sprenkeling, Emke Bode, Emma Tromp en Lynn van Berkel en uiteindelijk kreeg Vince dus de meeste stemmen. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
De winnende linosnede van Vince Sprenkeling. (foto: HHNK)
De jury kan zich helemaal vinden in deze publiekswinnaar. “De compositie van de linosnede is heel spannend. De boeg van de boot op de voorgrond in combinatie met de schuine lijnen van de vaart geven het landschap een enorme diepte. En de manier waarop de avondhemel rood kleurt is bijzonder sfeervol. Ook de toelichting van Vince op zijn werk is treffend: de boot als symbool van een nieuw avontuur en de dijken als symbool voor stabiliteit en veiligheid”, aldus de juryvoorzitter.
De expositie is tot en met 2 mei tijdens kantooruren te zien in de museale ruimte ‘Waterschat’ in het hoofdkantoor. Online zijn de werken ook te bekijken.
‘t Hooge Huys aan de Sint Laurensstraat in Alkmaar is na bijna twee jaar weer toegankelijk. In 1931 gebouwd als uitvalsbasis voor een verzekeringsmaatschappij, sinds zaterdag een winkel met meubelen en vloeren. Maar dan wel in een bijzondere categorie. Want het gaat niet alleen om de koopwaar maar ook om ‘de winkel’. “Alle elementen die de architect heeft ontworpen zijn zichtbaar. Daar hebben we omheen gewerkt.”
We treffen mede-eigenaar Patrick Zorge richting sluitingstijd en vragen hoe de openingsdag was. “Ja top! Iedereen die binnenkomt is super enthousiast. Dat ze het pand binnen kunnen en over de collectie die we hebben staan. Ik denk dat iedereen onze komst goed ontvangen heeft, en blij is dat er weer leven komt op deze hoek. Ook de andere ondernemers.” Terwijl hij zijn verhaal doet, stopt hij soms even om zich te laten feliciteren en een cadeau in ontvangst te nemen.
“We zijn een tijd op zoek geweest voor een locatie om de verkoop van onze vloeren en hoogwaardige meubels te combineren”, vertelt Patrick. Hij runt samen met Ivan Raksha een vloerenbedrijf en het nieuwe Het MeubelHuys. Online deed hij al iets met designmeubelen en woonaccessoires. “In een normale showroom vallen die toch wat weg. ‘t Hooge Huys stond al bijna twee jaar leeg, maar de huurprijs was hoog. Toen die zakte hebben we de kans gepakt.” (tekst gaat verder onder de foto)
De hele dag door liepen mensen ‘t Hooge Huys in en uit om Patrick Zorge en Ivan Raksha te feliciteren met de opening, en om naar het aanbod te kijken. (foto: Streekstad Centraal)
Eigenaar van het pand is de Vereniging Hendrick de Keyser. De vereniging beheert cultuurhistorisch erfgoed door heel Nederland en verhuurt niet zomaar aan iedereen. “Ze willen het pand openstellen voor publiek. Er werd nadrukkelijk aangegeven dat ze voorstellen om er kantoren van te maken op voorhand zouden afwijzen”, licht de Alkmaarse ondernemer toe. “Wij wilden er een soort ‘experience center’ met meubelen openen en dat voorstel kwam er als beste uit.”
“We hebben een setting gecreëerd waarin alles van vroeger intact blijft”, vervolgt Patrick. “Het souterrain is ook bereikbaar. Dat was met de boekenwinkel eerder niet zo. De bankkluis, de directiekamer… alle elementen die de architect (Alexander Kropholler, red.) ontworpen heeft zijn zichtbaar.” (tekst gaat verder onder de foto)
De zware deur staat open, maar de grote kluis is niet toegankelijk. De eigenaar stelt hier een stukje origineel interieur ten toon. (foto: Streekstad Centraal)
De grote kluis is niet te missen. De zware deur staat open, maar voor de traditioneel ingerichte kamer zit wel nog een traliedeur. We proberen die te openen, maar het lukt niet. “Nee die zit op slot”, vertelt Patrick. “Die meubelen zijn ook niet van ons. De vereniging heeft de ruimte zo ingericht.” Verder naar achteren zijn nog diverse stevige metalen deuren te zien, de directiekamer, een heren- en damestoilet, en nog een apart toilet. “Die was speciaal voor de directeur.”
Via een tweede, smallere trap met uitgesleten marmeren treden gaan we weer naar de hoofdruimte. Patrick heeft al ideeën om ‘t Hooge Huys nog mooier te benutten. “We hebben een groot scherm dat ‘s avonds kan worden gebruikt voor presentaties en we denken aan exposities in de avond of het weekend, of schilderijen door het hele gebouw. Het is er een unieke locatie voor.” Of misschien kleine toneelvoorstellingen zoals die van Karavaan? “Ja dat is ook een mooi idee.”
Patrick wordt al snel weer benaderd door gasten, we bedanken hem voor zijn tijd en laten hem nog even genieten van de openingsdag.
Het kan een badkamer zijn maar ook een huiskamer. De vier bandleden van de Alkmaarse poëziepunkformatie GALM willen komende week bij mensen thuis komen optreden. De band heeft 5500 euro nodig om hun muziek uit te kunnen brengen op vinyl. Wie bereid is wat te storten, kan frontvrouw Lonneke van Heugten met haar bandleden over de vloer krijgen om bij je thuis te komen optreden.
Er zijn nog negen dagen te gaan van de crowdfunding, en er is al een ruime 4200 euro ingezameld. Lonneke van Heugten, beter bekend als de Alkmaarse stadsdichter, doet een oproep om op tijd het begrotingstekort te dichten. Als het lukt, verschijnt er een poëziebundel en artwork van de bandleden. “We staan open voor de raarste plekken. In huis kan het in de woonkamer, maar ook in de badkamer of op zolder in de huiskamer. Nodig je vrienden en buren uit en we komen galmen!”
De titel van de nieuwe EP is al bekend. Dat wordt GPBG (“Geen Paniek, Blijf GALM!”). Dat staat voor de missie van de band: de waanzin van de wereld te overstemmen met muziek, kunst en poëzie. GALM omschrijft hun theatrale en improviserende optredens als poëziepunk, afgekort tot ‘poenk’.
De campagne van GALM, met alle tegenprestaties, is te vinden op voordekunst.nl. De band is ook direct te bereiken via galmtheband@gmail.com.