Twee weken terug is een grote hoeveelheid zand gestort bij de Prince George, en nu is het meeste alweer weggespoeld. Storm Benjamin hield donderdagavond en -nacht flink huis. Maar al is dat frustrerend, de zandstort is zeker niet voor niets geweest. “Het had veel erger kunnen zijn als we die buffer van zand niet hadden gehad.”
Harm Jansen, directeur van de Prince George, neemt de verse schade op na Benjamin. Het strandpaviljoen wordt al jaren bedreigd door de zee en soms is dat erg spannend, zoals afgelopen december en tijdens storm Amy drie weken geleden. Jansen en eigenaar Arthur Dontje wilden na Amy niet wachten op de overheden en regelden zelf nieuw zand. Een prijzige klus.
“Er is weer een hele hoop zand weg, ik denk dat 5.000 kuub weer is verdwenen”, zegt Jansen tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Zonde van al het geld zou je misschien zeggen, maar dat is niet echt waar, weet hij. “Als we dat zand niet hadden aangebracht, dan was het allemaal nog veel erger geweest.”
Bovendien is het zand niet echt weg. “Het ligt nu in zee, maar het komt weer terug en dat heeft even tijd nodig”, legt Rick Mol van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier uit. Wat voor het hoogheemraadschap belangrijk is dat het achterland niet in gevaar is, maar hij heeft het wel te doen met de eigenaren van de Prince George. “We gaan in ieder geval kijken wat we ook voor Prince George kunnen betekenen.”
“Voorlopig is het even het ‘spel’ van zand aanbrengen, storm en dan weer zand aanbrengen”, zegt Jansen met een wrange glimlach. Na het weekend wordt opnieuw zand gestort. Zand dat door alle afslag overigens niet ruim voorradig is in de omgeving, want de eerste duinenrij kan er natuurlijk niet voor worden gebruikt.
De directeur weet dat het spelletje op den duur niet meer te spelen is. Zeker niet als het uit eigen zak wordt betaald. “Er moet een duurzame oplossing komen. Iedereen die dit zo ziet weet – net als wij – dat dit niet door kan blijven gaan. Wat het scenario voor de toekomst wordt, hangt af van het gesprek dat wij komende week met alle betrokken instanties hebben. Maar iedereen is het er over eens dát er iets moet veranderen.”
Donderdagnacht in zijn bed wist gemeentelijk strandvonder Marco Snijders uit Egmond aan Zee het al: deze storm is niet zo zwaar als verwacht. Storm Benjamin trok in de nacht van donderdag op vrijdag over Nederland. Windstoten van meer dan 100 kilometer per uur waren voorspeld. Maar een touwtje van een vlaggenstok in de tuin van de buurvrouw van Marco tikte ’s nachts niet zo heftig tegen de vlaggenmast als bij vorige stormen. “Toen wist ik al: dit gaat meevallen.”
Het was evengoed wel een korte nacht voor de mannen die in de gemeenten Castricum en Bergen bijdragen aan het onderhoud en de veiligheid op het strand. Om vijf uur vanochtend waren hij en zijn collega’s daarom al op pad. Rond 6:30 uur werd het hoogste water verwacht. Hij had al voorspeld dat het zand dat de afgelopen weken was aangevuld rond Prince George vrijdag grotendeels weer zou zijn weggespoeld. (tekst loopt door onder de foto)
Gemeentelijk strandvonder Marco Snijders inspecteert vrijdagochtend het strand tussen Castricum en Camperduin. (foto: Streekstad Centraal)
In Camperduin kon hij op dat tijdstip met eigen ogen zien dat hij gelijk had gekregen. Tachtig procent van de zandsuppletie was alweer weggespoeld. “Straks nog tien procent tijdens de laatste uren van dit hoogwater. En de rest verdwijnt in de komende dagen. De vorige storm Amy was heftiger, maar het blijft de komende dagen hard waaien uit het westen. De golfslag van de zee neemt dan de rest nog mee.”
We zijn Marco op dat moment tegengekomen bij de slagboom van de strandopgang in Camperduin. Alleen de verslaggever van Streekstad Centraal is dan samen met de collega van mediapartner NH Nieuws ter plaatse. Verder geen strandgangers of toeristen die op de storm zijn afgekomen, zoals dat vaak wel gebeurt in Egmond en Bergen. (tekst gaat verder onder de foto)
Strandvonder Marco Snijders in Castricum aan Zee bij de weggespoelde betonplaten die door de strandexploitant van strandpaviljoen Deining waren neergelegd als golfbreker ter bescherming van zijn zaak. (foto: Streekstad Centraal)
We besluiten op te splitsen. NH Nieuws blijft in Camperduin, Streekstad Centraal gaat mee met de inspectieronde van Marco langs de kust tussen Castricum en Camperduin. We beginnen na een bak koffie in Egmond bij de strandopgang in Castricum.
De schade in Castricum valt Marco mee. Enkele strandexploitanten hebben als voorzorgsmaatregel betonplaten neergelegd als golfbrekers om hun strandpaviljoen te beschermen. Dat heeft gewerkt: het zand onder veel platen is weggespoeld, maar de strandpaviljoens hebben door de storm amper zichtbare schade opgelopen.
“De ondernemers van de familiebedrijven langs het strand in Castricum zijn vrijwel allemaal opgegroeid met de zee. Die hoef je niets te vertellen. In sommige andere badplaatsen is dat anders. Daar zijn paviljoens in handen van beleggingsmaatschappijen die soms belangrijke ervaring met de zee ontberen. Die lopen veel grotere risico’s als wij ze niet waarschuwen voor wat er kan gebeuren.” (tekst gaat verder onder de foto)
In de vierwiel aangedreven pickuptruck bij de lagune in Camperduin. (foto: Streekstad Centraal)
De inspectie van het strand bij Egmond en Bergen bewaart Marco voor het laatst, als het water wat meer is gezakt. We rijden eerst door naar de strandopgang bij Schoorl aan Zee. Daar ontdekt Marco in de verte het eerste drijfvuil. Het blijkt een blauwe afvalcontainer te zijn. “Die is van onszelf. Dat ruim ik later wel op, als het laag water is. Ik ga met dit weer nu niet het water in.”
Bij de strandopgang komt ook Sem van Drunen van de Reddingsbrigade Schoorl net aanrijden. Naast hem zit zijn vrouw Lilian Bijl, die samen met haar zus Tiana strandpaviljoen Paal 29 exploiteert. De strandtent is eind september afgebroken, net voor de vorige storm Amy. Daar hoeven ze zich dus geen zorgen meer over te maken. Ze komen nu vooral aan hun zoontje laten zien hoeveel zand er is weggeslagen op het Schoorlse strand.
Sem maakt zich meteen zorgen om de kitesurfer die hij in de woeste golven van de branding bezig ziet. “Als er wat gebeurt, is er nu geen hulpdienst die je kan helpen hoor.” (tekst gaat verder onder de foto)
Marco Snijders met een enthousiaste mountainbiker bij de strandopgang van Schoorl aan Zee bij Paal 29. (foto: Streekstad Centraal)
Over het strand, via de lagune van Camperduin rijden we richting Camperduin. “Zie je, de zee stuwt nu ook helemaal de lagune in. Het water is nu al aan het afzakken. Maar het water wordt voorlopig niet meer zo laag. Normaal zakt het water behoorlijk, maar nu niet. Omdat de wind de komende dagen blijft stuwen.”
Aangekomen bij strandpaviljoen Prince George in Camperduin blijkt Marco opnieuw gelijk te hebben gehad. Het meeste zand bij de loopbrug is de afgelopen uren helemaal weggespoeld. Dagenlang waren vele shovels bezig geweest om hier vele tonnen zand aan te vullen, de natuur heeft het binnen enkele uren grotendeels weggeslagen. (tekst gaat verder onder de foto)
Enkele uren na het hoogwater is nog meer zand weggeslagen door het voortdurende gebeuk van de golven. Dat houdt naar verwachting nog enkele dagen aan.
De eerste betonplaten voor de loopbrug liggen nu in zee. Marco biedt meteen aan om dranghekken te regelen en om materieel te halen om de betonplaten te bergen. “Als die gaan drijven en de houten palen beschadigen, ben je helemaal ver van huis.”
Zo eindigt de eerste inspectie van de kuststrook, die de komende dagen voldoende werk zal geven aan Marco en zijn collega’s. Daarom nemen we hier afscheid van elkaar. Tot de volgende keer dat de zee verrast met nieuw natuurgeweld of bijzondere strandvondsten.
Vanaf maandag 27 oktober wordt het beton van de Langebalkbrug hersteld. Dat is de brug over de Westerweg (N242) tussen Heerhugowaard en Noord-Scharwoude. Tijdens de werkzaamheden is de Westerweg afgesloten.
Het betonherstel duurt tot en met donderdag 30 oktober en vindt overdag plaats van 09:00 tot 15:00 uur. Verkeer wordt onder andere omgeleid via de Pannekeetweg en de Schoutenbosweg. Het fietspad langs de N242 blijft open.
Storm Benjamin is donderdag onderweg naar Noord-Holland. Aan zee komen mogelijk zeer zware windstoten voor tot ruim boven de 100 km/uur. In de hele provincie geldt code oranje. Dat betekent dat er grote kans is op ongelukken door het afbreken van boomtakken, omwaaien van bomen en rondvliegende voorwerpen zoals dakpannen of tuinmeubels. Vooral langs de kust zet iedereen zich schrap.
Voor groenbeheerder Richard Hopman (61) van de BUCH werkorganisatie wordt het niet zijn eerste storm. De Schoorlaar werkt al 41 jaar in de duinstreek. Hij weet dus wat hij kan verwachten en hoe hij en zijn collega’s zich daarop moeten voorbereiden. “De bomen zijn nog zwaar in deze tijd van het jaar. Veel bomen staan nog vol in het blad. De eikenbomen hebben al veel eikels laten vallen, maar de kastanjebomen zitten nog vol kastanjes. De kans op het afbreken van takken en omgewaaide bomen is erg groot.” (tekst gaat verder onder de foto)
De motorzagen staan klaar op de gemeentewerf in Schoorl. De groenbeheerders verwachten dat ze de komende dagen na storm Benjamin weer veelvuldig gebruikt worden. (foto: Streekstad Centraal)
Donderdag zijn alle motorzagen alvast gecontroleerd en getest. De jerrycans met brandstof zijn gevuld en de klimtuigjes zijn tevoorschijn gehaald. Waarschijnlijk moeten ze de komende dagen in bomen klimmen of op de grond aan de slag, als een boom in de berm of op de openbare weg terecht is gekomen. Voor Richard staat veiligheid voorop: hij en zijn collega’s willen best in een boom klimmen, maar alleen als ze dat verantwoord achten zonder zichzelf in gevaar te brengen.
Collega Marco Snijders vertelt dat het gevaar van een omgewaaide boom niet moet worden onderschat. “Er gebeuren regelmatig ongelukken, zelfs als brandweer of gemeente bezig zijn met een omgewaaide boom. Een wortelkluit van een boom weegt al snel 2.500 kilo. Als je een stam doorzaagt, veert die vaak met kracht terug. Er moet dan niet iemand in de buurt staan.” Hij waarschuwt daarom vooral mensen om het gevaar niet te onderschatten. “Schakel professionals in als er in je eigen tuin aan een omgewaaide boom moet worden gewerkt.” (tekst gaat verder onder de illustratie)
De veiligheidsregio’s hebben een schema gemaakt om het publiek te informeren wie er gebeld moet worden bij stormschade. (aangeleverde illustratie)
De veiligheidsregio’s hebben een schema gemaakt voor het publiek wie er gebeld moet worden als er stormschade is. Meestal is de brandweer de eerste partij die uitrukt voor een omgewaaide boom die gevaar of hinder veroorzaakt. De eerste hulp kan de brandweer dan verlenen, Richard en zijn team komen dan later om de boom te verwijderen of als er specialistische inzet nodig is.
Richard en zijn collega’s zitten donderdagavond en -nacht tijdens de storm gewoon thuis. Hij wacht af of de brandweer hun hulp inroept tijdens de storm. Als ze acuut nodig zijn, rinkelt hun mobiele telefoon. “Ik woon vlakbij de gemeentewerf in Schoorl. Zonodig zijn we snel ter plaatse.”
Ze vielen al tussen wal en schip, en daar blijven ze voorlopig nog wel even zitten. Veel bewoners van het sociale-huurcomplex Linnenhof aan het Jaagpad kunnen hun auto niet in de buurt van hun woning kwijt. De gemeente Alkmaar erkent het probleem inmiddels, maar laat de meeste huurders desondanks een stuk lopen.
Het parkeerprobleem ontstond nadat pas bij de sleuteloverdracht bleek dat de bewoners van het vorig jaar opgeleverde complex geen parkeervergunning kunnen aanvragen om hun auto op straat te parkeren. Hun adressen vallen nét buiten dat vergunningengebied, terwijl bij het tekenen van de huurcontracten de parkeerregeling nog niet bestond.
Bovendien bleken er in de parkeergarage onder de nieuwe wooncomplexen de eerste tijd niet genoeg plekken te zijn voor alle bewoners. De huur van een plek – 95 euro per maand – is sowieso voor veel bewoners van de sociale huurwoningen niet op te brengen. Nu er langs de Schermerweg niet meer in de berm mag worden geparkeerd, kunnen zij hun auto alleen honderden meters verderop nog gratis kwijt. (tekst gaat verder onder de foto)
Er is een wachtlijst voor de parkeergarage onder de wooncomplexen. (foto: Streekstad Centraal)
Nadat Streekstad Centraal aandacht besteedde aan het probleem, stelde VVD-raadslid Marius Wiegman vragen aan het college. Die bevestigt in de antwoorden dat er een tijdelijk tekort is aan parkeerplaatsen in de parkeergarages van de wooncomplexen, tot de tweede bouwfase eind 2026 wordt opgeleverd.
Maar het college wil alleen een goedkope oplossing bieden aan bewoners die zich eerder hebben aangemeld voor een garageplek maar op een wachtlijst terecht zijn gekomen. Bewoners die zich niet hebben aangemeld voor een garageplek – bijvoorbeeld omdat ze de 95 euro per maand voor een ondergrondse parkeerplek niet kunnen betalen – krijgen die tijdelijke straatvergunning van 80 euro per jaar dus niet. (tekst gaat verder onder de foto)
Bewoners van wooncomplex Linnenhof hebben uitzicht op parkeerplekken waar zij niet mogen parkeren, tenzij ze een dagkaart kopen van 21 euro. (foto: aangeleverd)
De gemeente wijst erop dat volgens de parkeernormen parkeren “op eigen terrein” de bedoeling is en dat dit juridisch is vastgelegd in de bouwvergunning. Ze verlenen dus slechts een tijdelijke gunst aan de mensen op de wachtlijst. De gemeente stelt dat het om maximaal 30 bewoners gaat. Volgens een woordvoerder is het college gemachtigd om dit onderscheid te maken tussen bewoners van Linnenhof die wel en niet op de wachtlijst staan.
Voor bezoekers komt er sowieso geen oplossing. Als bijvoorbeeld de opa en oma van een bewoner bij hun kleinkind langs willen gaan, kunnen ze in de straat alleen een dagkaart kopen van 21 euro (29 euro via een parkeerapp) of honderden meters verderop gratis parkeren op bedrijventerrein Oudorp. De gemeenteraad ziet geen parkeerprobleem in Alkmaar waar bezoekers maximaal 600 meter moeten lopen naar hun bestemming. (tekst gaat verder onder de foto)
Isabelle voor het Linnenhof. Veel bewoners en bezoekers moeten honderden meters lopen van de auto naar het wooncomplex. (foto: Streekstad Centraal).
Isabelle – die het probleem aankaartte – reageert teleurgesteld: “Hier is niet goed over nagedacht” Ze wijst erop dat veel bewoners met een laag inkomen geen dure garageplek kunnen betalen: “We hebben een sociale huurwoning omdat we geen hoge lasten kunnen dragen. Nu zitten we vast, want een straatvergunning krijgen we ook niet, en familie en vrienden betalen de hoofdprijs om ons te bezoeken.” (tekst gaat verder onder de illustratie)
Wie bij het Jaagpad in de wooncomplexen woont langs het Noordhollandsch Kanaal, is verplicht om bijna 100 euro per maand te betalen voor een parkeerplek in de ondergrondse garages. (Artist impression)
Ze vindt het onbegrijpelijk dat de raad het normaal vindt dat ook haar bezoekers 600 meter mogen lopen van en naar hun auto. “Je moet soms tien minuten lopen naar je auto. Je voelt je onveilig, zeker nu het weer vroeger donker wordt”. Isabelle vindt het allemaal moeilijk te accepteren, maar heeft de hoop opgegeven dat lokale politici nog iets voor hen kan betekenen. “Ik ben bang dat het hier ophoudt.”
U ziet de nieuwsberichten altijd voorbijkomen over ongevallen in uw buurt: een verkeersongeval, bedrijfsongeval, hondenbeet, valpartij of trap van een paard. Helaas bent u deze keer het slachtoffer. Wat moet u dan doen? U leest het in dit artikel.
Eerste hulp na ongeval
U bent op pad in uw buurt of aan het werk in een bedrijf om de hoek. Alles wat u nodig heeft, vindt u in de buurt. Helaas kunnen daar ook ongevallen gebeuren. Het eerste dat dan van belang is, is een veilige situatie creëren. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan het:
Plaatsen van een gevarendriehoek na een verkeersongeval
Opzoeken van een rustige plek na een bedrijfsongeval in een druk magazijn
Op een bankje zitten uit de buurt van de hond die u net heeft gebeten
Soms is het beter om niet te bewegen door de verwondingen die u heeft opgelopen. Dan is het belangrijk dat omstanders u helpen. Soms bent u zo in shock dat u ook hulp nodig heeft. Als u ernstig gewond bent geraakt, belt u of een omstander 112. Ga bij lichte verwondingen direct naar uw huisarts. De medische notitie die hiervan wordt gemaakt, is belangrijk bewijsmateriaal in uw letselschadezaak.
Voordat u naar een arts gaat, is het verstandig om zoveel mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen. U kunt hierbij denken aan:
De gegevens van de tegenpartij noteren, bij een verkeersongeval gebruikt u hiervoor het schadeformulier
De gegevens van getuigen noteren
Foto’s maken van uw verwondingen, andere schade aan uw persoonlijke eigendommen en van de situatie waarin u zich bevindt
Foto’s kunnen veel duidelijk maken: reed u bijvoorbeeld op een voorrangsweg? Stond er geen dweilbordje bij de kletsnatte vloer? Zijn de producten in het magazijn gevaarlijk geplaatst? Maak daarom zoveel mogelijk foto’s van de ongevalssituatie.
Bewijsmateriaal verzamelen in de buurt
U weet in uw eigen buurt meestal wel waar de mensen samenkomen of in welke supermarkt een oproepbord hangt dat vaak wordt gebruikt. Deze informatie kunt u gebruiken om een getuigenoproep te plaatsen als er geen omstanders waren toen het ongeval plaatsvond.
U heeft bijvoorbeeld altijd minimaal één getuige nodig wanneer de dader is doorgereden. Dit kan ook een ‘stille’ getuige zijn, zoals een stuk van de koplamp van de doorgereden auto. Mocht dit geen succes hebben, dan kunnen straatcamera’s nog een uitkomst bieden.
Wat zijn de volgende stappen?
U krijgt door een ongeval met lichamelijke, emotionele en financiële schade te maken. Het claimen van schadevergoeding is niet het eerste waar u aan denkt. Toch is dit wel belangrijk, zowel voor de kosten waar u mee te maken krijgt als voor uw herstelproces. U kunt het best direct contact opnemen met een ervaren jurist. Dit zijn de drie redenen waarom u snel in actie moet komen:
De gebeurtenis zit nog vers in uw geheugen.
U kunt met onverwachtse kosten te maken krijgen.
Uw letselschadezaak kan verjaren.
Tip: houd vanaf de dag van het ongeval een logboek bij. Hierin kunt u alle gebeurtenissen opschrijven zodat u geen belangrijke details vergeet. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de oorzaak van het ongeval, hoeveel hulp u heeft gehad van familie en vrienden en hoe u zich voelt. Bewaar ook alle rekeningen en bonnetjes die u krijgt. Al deze informatie kan een ervaren jurist gebruiken voor het berekenen van uw schadevergoeding.
Hoe werkt het indienen van een schadeclaim?
Voor het indienen van een schadeclaim kunt u de hulp inschakelen van een ervaren jurist. Dit scheelt u een heleboel werk, tijd en onnodige frustraties.
U neemt contact op met een ervaren jurist. U kunt hiervoor bijvoorbeeld terecht bij letselschadebureau JBL&G. Ook bij u in de buurt. De juristen van dit kantoor werken namelijk door het hele land.
U vertelt uw verhaal aan uw persoonlijke jurist. U vertelt over de oorzaak van het ongeval en uw schade.
Uw persoonlijke jurist schrijft een aansprakelijkheidsbrief en verstuurt deze naar (de verzekeraar van) de tegenpartij.
De jurist berekent uw schadevergoeding. Uw volledige schadevergoeding kan pas aan het einde van het letselschadetraject worden bepaald. In de tussentijd wordt alvast een berekening opgesteld. Zodra de aansprakelijkheid is erkend, kan uw jurist een voorschot voor u regelen.
De jurist voert de discussies met de verzekeraar over de aansprakelijkheid, uw schade en de hoogte van uw schadevergoeding.
De jurist laat een vaststellingsovereenkomst opstellen.
U ondertekent de vaststellingsovereenkomst en ontvangt de (resterende) schadevergoeding.
Een ongeval maakt vaak een grote impact op u als slachtoffer. Het is fijn als u zich dan volledig kunt richten op uw herstelproces, terwijl uw persoonlijke jurist de maximale schadevergoeding voor u claimt. Wist u dat juridische hulp bovendien niets hoeft te kosten? U heeft namelijk recht op gratis juridische hulp bij letselschade. Schakel daarom vandaag nog een jurist in, zodat u de schadevergoeding krijgt waar u recht op heeft.
“Na vijf jaar is het eindelijk zo ver en kan ik met trots zeggen dat het gelukt is.” In de Nuhout van der Veenstraat in Castricum is dinsdag de allereerste stolperstein gelegd. Ter ere van verzetsheld Jozeph Jacobs. Voor Castricum een primeur, in de regio zijn Stolpersteine, of struikelstenen, al wat bekender.
Stolpersteine zijn te vinden in het straatoppervlak pal voor een huis waar tijdens de Holocaust Joodse bewoners woonden, voor ze werden afgevoerd naar één van de vernietigingskampen. Om daar te worden vermoord. Ze zijn niet bedoeld om letterlijk over te struikelen, maar vooral geestelijk. Om even bij stil te staan bij dat verschrikkelijke stuk geschiedenis en er een naam, een mens bij te kunnen plaatsen. (tekst gaat verder onder de foto)
De eerste struikelsteen in Castricum is voor Jozeph Jacobs. (foto: Streekstad Centraal)
De gedachte achter de stolpersteine komt uit het Joodse gezegde ‘Een mens is pas vergeten als zijn of haar naam vergeten is.’ Het plaatsen van de allereerste drie Castricumse stolpersteine is te danken aan initiatiefnemer Milan Smith. Hij is blij met het resultaat en met de belangstelling. “Ik ben heel erg verrast dat er zo veel mensen op af gekomen zijn.”
Jozeph Jacobs woonde in huis nummer 40 van de Nuhout van der Veenstraat, toen hij door de Duitse bezetters in Arnhem werd gearresteerd en gedeporteerd. Een gewone man uit Castricum, die uitzonderlijke daden verrichtte, ontdekte Rosanne Kropman tijdens haar onderzoek naar wat is gebeurd in vernietigingskamp Sobibor.
Jozeph werd op 20 april 1943 opgepakt en een kleine maand later kwam hij aan in Sobibor. Daar zette hij al snel een opstand op met als doel te ontsnappen, maar de kampleiding kwam er door verraad achter. Een gevangene schreef over hoe iedereen zich moest opstellen en gevraagd werd wie achter het plan zat. Jozeph stapte naar voren en zei: “Ik was het. Ik alleen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De matroos Jozeph Jacobs. Zijn militaire ervaring bij de Koninklijke Marine was in kamp Sobibor waarschijnlijk van waarde. (foto: familie Van Velzen)
Vermoedelijk is hij gemarteld om het plan en zijn handlangers prijs te geven, maar tot zijn dood verklapte hij niets. Dankzij zijn zwijgen kon er een nieuw plan worden gemaakt en ontsnapten op 14 oktober 1943 zo’n driehonderd Joodse gevangenen.
Milan was al jaren bezig met stamboomonderzoek en las een artikel over het Joodse gezin Godschalk-Coltof. “Bij die naam ging er bij mij een belletje rinkelen.” Inderdaad, familie. Iemand had een schaal van het gezin, en zocht nabestaanden om die aan terug te geven.
“Ik ontmoette daardoor de broers Meijers en daarbij kwam het onderwerp stolpersteine naar voren. Castricum had deze nog niet, en zo is het idee bij mij ontstaan. Ik maakte een belofte aan mezelf om mij hiervoor in te zetten.” (tekst gaat verder onder de foto)
Initiatiefnemer Milan Smith en wethouder Paul Slettenhaar van Castricum namen het woord tijdens de steenlegging in de Nuhout van der Veenstraat. (foto: Streekstad Centraal)
Dertig Joodse inwoners van Castricum zijn tijdens de Holocaust omgebracht. Milans doel is om voor hen allemaal een struikelsteen te realiseren. De eerste is voor Jozeph Jacobs vanwege zijn heldendaden. “Door het plaatsen van deze stolperstein, blijft de herinnering aan hem, die hier gewoond heeft, en het brengt Jozeph Jacobs weer terug naar huis.”
Wethouder Paul Slettenhaar bedankte Milan voor zijn inzet en vertelde kort over Sobibor, waar in anderhalf jaar tijd zo’n 170.000 mensen zijn vermoord. “Jozephs opstand is helaas verijdeld, maar doordat hij gezwegen heeft tijdens verhoren en martelingen van de Duitsers, is er later nóg een opstand geweest. Dus: een hele bijzondere eerste stolperstein voor niet alleen een inwoner van Castricum, maar iemand die ook nog echt een held was.” (tekst gaat verder onder de foto)
Rabbijn Spiero sprak bij de legging van de stolperstein een gebed uit. (foto: Streekstad Centraal)
Na de steenlegging speelde een violiste een tweetal nummers, verzorgde rabbijn Spiero een herdenking en gebed en vertelde onderzoeksjournalist en schrijfster Rosanne Kropman over Sobibor en Jozeph. Tot slot werd iedereen uitgenodigd om een steentje te leggen bij de stolperstein, een Joodse herdenkingstraditie.
De nabestaanden van Jozeph Jacobs wisten weinig van zijn heldendaden, totdat ze medewerking verleenden aan het boek van Kropman over Sobibor en zijn verhaal boven water kwam. Vijf van hen waren aanwezig bij de plechtigheid, waaronder Piet Hopman. “Het was toch wel indrukwekkend, ik had dit me niet voorgesteld. Ik dacht even een steentje tikken, maar dat er ook nog van alles omheen was georganiseerd en dat er zo veel mensen kwamen, dat had ik niet verwacht.” (tekst gaat verder onder de foto)
De nabestaanden van Jozeph Jacobs v.l.n.r: Mark van Velzen, Piet Hopman, en Marjan, Margo en Harry van Velzen. (foto: Streekstad Centraal)
Milan Smith werkt momenteel aan het realiseren van nog twee struikelstenen. Smith sluit daarmee lokaal aan op het veel grotere project van Stichting Stolpersteine van Gunter Demnig. De Duitser heeft er in de afgelopen decennia voor gezorgd dat er al meer dan 100.000 struikelstenen zijn geplaatst in Europa, in ruim 1200 steden en dorpen verspreid over 31 landen.
Hup, weer gaat zijn schep de grond in. De achtjarige Teun uit groep 6 van de Willem Alexanderschool heeft al acht planten in de grond gestopt. Hij is één van de leerlingen van de Bergense basisschool die samen met kinderen van woonvoorziening De Blauwe Reiger de speeltuin aan de Joke Smitstraat en de Marga Klompéstraat in Bergen een groene opknapbeurt geven.
Geholpen door vrijwilligers van de lokale afdeling van Groei & Bloei werden zo’n 1.300 vaste planten en struiken in de grond gezet. De actie markeerde de start van de GroenSpoor Plantestafette, een reeks plantacties die deze herfst door acht Noord-Hollandse gemeenten trekt, waaronder Bergen, Castricum, Uitgeest en Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
Teun (midden) heeft thuis al tuinervaring doordat hij vaak helpt om de bladeren op te ruimen van een grote boom. (foto: Streekstad Centraal)
Teun heeft al wat groene vingers, want hij helpt thuis in de tuin ook vaak om de bladeren op te ruimen van een grote boom die daar staat. Eerder die ochtend had hij de kunst van het planten afgekeken bij wethouder Ernest Briët, die samen met enkele leerlingen de allereerste plantjes in de grond stopte.
“Als je op deze leeftijd het zaadje plant voor de liefde voor de natuur, dan ga je je daar je leven lang hard voor maken”, stelt de wethouder. Zelf herinnert de wethouder zich nog dat hij zelf in 1978 acht jaar oud was, en meedeed met de Landelijke Boomplantdag.
“Ik hoop dat ik ook zo’n enthousiast kind ben geweest als deze kinderen, maar dat kan ik me niet meer herinneren. Wel weet ik nog dat we na een Boomplantdag een boompje mee naar huis kregen, dat mijn vader in onze tuin plantte. Ik zag dat elk jaar groeien.” (tekst gaat verder onder de foto)
Leerlingen van de Willem Alexanderschool poseren samen met wethouder Ernest Briët voor de camera’s van de organisatie. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens directeur Joyce de Koning van de Willem Alexanderschool hebben leerlingen van groep 6 een hele mooie leeftijd om met groen bezig te zijn. “Als je aan mensen vraagt wanneer hun voorliefde is ontstaan voor de natuur, dan heeft dat meestal te maken met de kindertijd. Bijvoorbeeld samen tuinieren met opa en oma.”
Misschien heeft de Boomplantdag daarom wel iets gedaan met wethouder Briët. Nadat hij Landschapsarchitectuur ging studeren in Wageningen, werd hij in 2007 directeur van de Milieufederatie en later directeur van Landschap Noord-Holland. Daarna werd hij in 2022 wethouder, waarna hij zich vrijdag meldde bij de Willem Alexanderschool om het eerste plantje in de grond te stoppen. (tekst gaat verder onder de foto)
Vrijwilligers van Groei en Bloei Bergen hielpen de leerlingen met het planten van de 1300 planten op de speelplek bij de Joke Smitstraat. (foto: Streekstad Centraal)
Een buurtbewoner – ‘mijn naam hoeft er niet bij hoor!’ – komt alvast spelen met zijn jongste kleinkind, waar zijn vrouw en hij vaak op mogen passen. Hij vertelt hier al sinds 1987 te wonen: “Het was altijd al een kaal pleintje met rubberen tegels waar niet zoveel gebeurde. Er stond sinds 1988 alleen een stenen tafeltennistafel die soms werd gebruikt. Na 40 jaar is het wel tijd voor een beetje vernieuwing,” concludeert hij terwijl hij om zich heen kijkt naar de noeste arbeid van de kinderen.
Met inspraak van de buurt werd een nieuw plan gemaakt met nieuwe speelattributen zoals een schommel en klimrek, maar wel met veel meer groen. In totaal is er 150 vierkante meter minder verharding door beplanting en kunstgras. De nieuwe plantsoentjes krijgen daarom honderden nieuwe plantjes, die de aannemer vrijdag samen met de kinderen in de grond heeft gestopt. Over vier weken kan de speelplaats dan in gebruik worden genomen. (tekst gaat verder onder de foto)
Een buurtbewoner met zijn kleinzoon op een van de nieuwe speeltoestellen op de speelplaats aan de Joke Smitstraat in Bergen. (foto: Streekstad Centraal)
Directeur Joyce de Koning van de Willem Alexander besteedt op school graag aandacht aan groen en natuur in de omgeving. Ook dit project zag ze meteen zitten: “Een mooie bijkomstigheid is ook dat kinderen zich zelf ook meer verantwoordelijk gaan voelen voor de planten. Als ze hier gaan spelen zullen ze ook tegen hun vriendjes zeggen: ‘niet aan de planten komen. Want het zijn onze planten.’
De kinderen vonden het niet alleen leerzaam, maar vooral ook leuk om buiten bezig te zijn. Een meisje hoopt dat er “straks veel vlinders komen.” Een andere leerling vond het vooral spannend om met een échte schop te werken. “We maken de speeltuin mooier voor iedereen,” zegt hij trots. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Ernest Briët van Bergen legt aan de leerlingen uit dat de gemeente het belangrijk vindt dat speeltuintjes groener worden. (foto: Streekstad Centraal)
De organisatie kijkt tevreden terug op de ochtend. “Het was een vrolijke en verbindende start van de Plantestafette,” aldus Dorien Kotterman van De Groene Reiger, die de actie coördineerde. “De kinderen hebben laten zien hoe eenvoudig het kan zijn om samen iets groens in je eigen buurt te doen.”
Iedere deelnemer kreeg na afloop een zakje met zaad van eetbare bloemen mee naar huis. Zo kunnen ook de tuinen in Bergen straks meegenieten van de bloemenpracht – en de insecten van hun nectar. En misschien zit daar ook het zaadje tussen voor het enthousiasme van een leerling die over 30 jaar de nieuwe directeur van Landschap Noord-Holland wordt, of misschien zelfs wethouder.
Let op: van maandag tot en met woensdag is de Bergertunnel in Alkmaar overdag gesloten voor autoverkeer. Er wordt een inspectie gehouden en onderhoud gepleegd. De verlichting wordt vervangen, goten worden schoongemaakt, beton wordt waar nodig hersteld.
De tunnel is dagelijks tussen 09:00 en 16:00 uur dicht voor autoverkeer. Omrijden kan via de route Geestersingel, Helderseweg en Wognumsebuurt. Fietsers ondervinden nauwelijks hinder.
Een metershoge toren van hout. In de wijk rondom Scouting Angela in Heerhugowaard kunnen ze hem eigenlijk niet missen. Maar die toren staat er niet voor niets. Dit jaar bestaat Scouting Angela tachtig jaar en dat wordt, naast de feestelijke opening eerder dit seizoen, groots gevierd tijdens het jaarlijkse JOTA-JOTI-weekend. Tijdens dit weekend zorgt die grote houten toren ervoor dat communicatie mogelijk is met scouts over de hele wereld.
Al vanaf vrijdagmiddag gonst het terrein van de scoutingvereniging van activiteit. Tien vrijwilligers zetten samen de grote zendmast op het grasveld naast de kantine. “Vroeger begonnen we al op donderdag,” vertelt Sander Brijer, lid van de scouting en van het organisatieteam van het jubileum. “Maar naarmate je het vaker doet, gaat het makkelijker. Nu hebben we genoeg tijd als we vrijdag pas beginnen.”
Zaterdagochtend is het de beurt aan de jongere leden. In het clubhuis van de vereniging zijn verschillende groepen jonge scouts bezig met opdrachten. Er wordt met vlaggen naar elkaar geseind, maar er is ook een lokaal waar de kinderen aandachtig luisteren naar uitleg over het zenden. (tekst gaat door onder de foto)
Speciaal voor het 80-jarig jubileum was er een speciale referentie op een Belgisch kenteken gemaakt. Verwijzend naar het thema van de JOTA-Cross. (foto: Scouting Angela)
Hoe werken de oude radio’s precies, en hoe kunnen signalen van Heerhugowaard soms zelf helemaal tot aan de andere kant van de wereld reiken? “Vandaag is het voor de jongere leden echt een leuke ochtend,” vertelt Sander. “Ze doen allerlei activiteiten en leren tegelijkertijd iets over het zenden. Het is mooi om te zien dat ze het allemaal zo interessant vinden.”
’s Middags maakt de jeugd plaats voor de oudere leden en volwassenen: dan start de JOTA-Cross, de befaamde race waar het bij velen om draait. De teams krijgen een route vol raadsels en opdrachten, vaak met een thema – dit jaar België. “Je weet waar je start en waar je eindigt, maar waar je je tussendoor bevindt, is altijd maar de vraag,” lacht Sander. “De paspoorten gaan altijd mee, want je kunt zomaar ineens de grens over moeten.”
Toch draait het niet om winnen. “We gaan stiekem eigenlijk voor de tweede plek,” zegt Sander met een knipoog. “Als je eerste wordt, moet je het volgend jaar organiseren – en dat willen we niet!” Ook Matthijs, die net als Sander lid is van de scouting en van het organisatieteam van het jubileum, lacht: “Als ze bij de prijsuitreiking bij de top vijf zijn en wij zijn nog niet genoemd, dan ren ik weg. Want als je nog binnen bent en je wint, moet je helpen organiseren. En wij zijn meer van het last-minute regelen, dus dat organiseren is niks voor ons.” (tekst gaat door onder de foto)
Sander (links) en Matthijs (rechts) hebben net als altijd weer veel zin in het avondspel – de JOTA-Cross. (foto: Streekstad Centraal)
De voorbereidingen voor de race zijn even chaotisch als gezellig. “We kregen van de organisatie een paklijst met wat we mee moesten nemen – daar stond bijvoorbeeld een pak wafels en een zak friet op. Dat hebben we net pas gehaald,” vertelt Sander lachend. “Dat hoort wel een beetje bij Scouting Angela, lekker chaotisch maar het lukt wel altijd.”
Tijdens de race moet er vaak het een en ander gedaan worden terwijl er gereden wordt. “We gaan met vijf man in een auto op pad,” zegt Sander. “Vroeger moesten we een keer gedwongen met een kleine personenauto op pad, maar dit jaar mogen we een Volkswagen bus lenen. Dat scheelt, want hutjemutje op elkaar zitten terwijl je opdrachten uitvoert, was echt niet te doen.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor het jubileum van de vereniging en het thema van de JOTA-Cross is speciaal een vlag laten maken. (foto: Streekstad Centraal)
De mannen kijken met plezier terug op eerdere edities. “Vorig jaar mocht ik de eindopdracht naar het eindpunt brengen,” vertelt Matthijs. “Dat vond ik leuker dan meedoen aan de ingewikkelde opdrachten, want daar snap ik vaak niet zo veel van.” Sander helpt juist graag mee met het beantwoorden van vragen. “Dat gaat veel verder dan iets op Google zoeken. Soms moet je in oude tijdschriften of boekjes van voorgaande jaren bladeren. We bewaren gelukkig alles, maar het kan zomaar twee uur duren voordat je iets gevonden hebt.”
De JOTA-Cross zelf is een spannend avontuur. “Je krijgt onderweg opdrachten, maar moet ook zelf de route vinden. Een adres invoeren in Google Maps kan niet – alles is een raadsel,” vertelt Matthijs. “Maar juist dat maakt het zo leuk. Dus je kan wel zeggen dat dit het hoogtepunt van het weekend is, en een mooie manier om het 80-jarig jubileum te vieren,” sluit Sander af.