Het Noordhollandsch Kanaal bestaat dit jaar 200 jaar. Reden genoeg om het beroemde water – dat ook een belangrijke rol speelt in Alkmaar – eens extra in het zonnetje te zetten. Dat vond ook het lokale televisieprogramma Groots Alkmaar. “We zijn op zoek gegaan naar de betekenis van het Noordhollandsch Kanaal voor Alkmaar.”
In het programma gaat presentator Hugo Koeman met collega’s bij verschillende plekken langs om zo meer te weten te komen over het water. “Dit doen we door ontmoetingen op, langs en misschien zelfs wel in het Kanaal met mensen die er iets mee te maken hebben”, zegt Koeman.
Groots Alkmaar is een initiatief van Artiance Centrum voor de Kunsten, en is ontstaan tijdens de coronapandemie. Het programma gaat over cultuur, natuur en historie voor de inwoners van de gemeente Alkmaar. Groots Alkmaar is inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijkse reeks met maandelijkse afleveringen. (tekst gaat door onder de foto)
Hugo Koeman gaat samen met zijn collega’s in gesprek met verschillende mensen die een bijzondere band hebben met het Noordhollandsch Kanaal, zo ook schipper Ingrid. (foto: Groots Alkmaar)
Zo nemen de programmamakers de kijkers deze aflevering onder meer mee op bezoek bij een schipper, een supper, de bediencentrale voor bruggen en sluizen, maar wordt er ook een duik genomen in de geschiedenis van het Noordhollandsch Kanaal. Daarnaast wordt er ook geluisterd naar een heus lied over het Kanaal, en dat alles vanwege het 200-jarig jubileum.
Door die ontmoetingen is Koeman erg enthousiast geworden over het Kanaal. “Het zijn allemaal hele vrolijke en vriendelijke mensen heb ik gemerkt. En ik denk dat dat het water is.” Het enige wat hij nog te melden heeft is: “Kijken dus!”
Het programma is iedere dag om zowel elf uur ’s ochtends als elf uur ’s avonds te bekijken op de zender van Streekstad Centraal.
Na drie jaar toegewijd monnikenwerk is het archief van het Alkmaarse Kaasdragersgilde bijna klaar om te worden overgedragen aan het Regionaal Archief Alkmaar. Een mijlpaal in de geschiedenis van het gilde, dat al 452 jaar bestaat en al die tijd een opvallende rol speelt op het Waagplein: “Drie meter geschiedenis van broederschap”, stelt amateur-historicus Joris Jan de Vries.
Samen met kaasdrager Jette de Vries (nee, geen familie) heeft hij hier jarenlang vrijwillig zijn vrije uurtjes aan opgeofferd. Alle Kaasdragers hebben een bijnaam. Daarom staat Jette binnen het gilde al bijna 40 jaar bekend als De Bougie.
Als er nog een bijnaam voor Joris Jan bedacht moet worden, komt De Griffier misschien in aanmerking: als een klassieke, gilde-achtige eretitel, passend bij iemand die zich heeft bekwaamd in het lezen en ordenen van eeuwenoude handschriften.
Joris Jan is geen kaasdrager, maar wel een geboren Alkmaarder met een passie voor geschiedenis en genealogie. “Ik heb altijd iets gehad met de stad en de verhalen. Als kind liep ik al tussen de Edammertjes op het plein. Nu mag ik meedoen aan het bewaren van het verhaal.” (tekst gaat verder onder de foto)
Kaasdrager Jette de Vries (met groene cirkel) heeft al bijna 40 jaar de bijnaam De Bougie, omdat hij vroeger in de autohandel zat. (foto: Streekstad Centraal)
Groene, Rode, Gele en Blauwe hoedjes, zo herken je al eeuwenlang de leden van de vier ‘vemen’. Het Kaasdragersgilde van Alkmaar bestaat officieel sinds 1593. De gildeleden – altijd 28 mannen, verdeeld over deze vier groepen – vormen de dragers die met hun typerende drafje de kazen over het Waagplein vervoeren. Een traditie die wereldwijd bekend is. Zoveel geschiedenis leidt ook tot veel verhalen, verstopt in een groot archief.
Wat begon met de vraag of Joris Jan iets kon achterhalen over twee schilderijen in de kaasdragerskamer, groeide uit tot een ware archiefoperatie. “Ik had al ervaring met oude handschriften en archieven, maar wat ik hier aantrof was ongeordend, dubbel, en deels onleesbaar. Maar ook fascinerend. Elke map, elk vergeeld vel bleek een inkijkje in de wereld van het gilde.” (tekst gaat verder onder de foto)
In 2023 bestond het Kaasdragersgilde 450 jaar. (foto: Streekstad Centraal)
“Op een gegeven moment lag er een enorme stapel dozen, mappen, enveloppen en losse documenten,” vertelt Joris Jan. “Van kasboeken tot ledenlijsten, van uitnodigingen tot reglementen — alles zat door elkaar. Elk document is door onze handen gegaan. Alles is geschoond, geordend en geclassificeerd.”
Het resultaat is een volledig geordend en geïnventariseerd archief, waarvan de oudste stukken ruim 150 jaar teruggaan. Er was nog veel meer geweest, als de Alkmaarse brandweer in de jaren ’50 niet met een waterstraal een raampje kapot had gespoten van het Waaggebouw. Dat gebeurde tijdens een demonstratie voor het publiek op het Waagplein. Een groot deel van het archief belandde daardoor enkele jaren later zwaar beschimmeld bij het oud vuil. (tekst gaat verder onder de foto)
Na het ordenen en schonen van het archief van het Kaasdragersgilde is nog ongeveer drie meter aan archiefstukken over. (foto: Streekstad Centraal)
Van het archief dat nog gered kon worden en de jaren daarna weer groeide, hebben Jette en Joris Jan bijvoorbeeld honderden namen van kaasdragers in kaart gebracht, teruggaand tot de oprichting. “We hebben inmiddels meer dan 90 procent geïdentificeerd,” zegt Joris Jan. “Soms met bijnaam, soms met dienstjaren, en soms alleen een spoor in een benoemingsbrief.”
Het archief geeft veel antwoorden, maar zorgt ook voor nieuwe vragen. Daarbij is de hulp van het publiek welkom: er zijn vier bijnamen van kaasdragers van circa 100 jaar geleden waarbij niet duidelijk is wie deze mensen zijn: Petroleum, De Schar, De IJffeltoren en De Zoeloe. Als er een belletje gaat rinkelen bij een nazaat van die kaasdrager, dan houden Joris Jan en Jette zich aanbevolen voor de gouden tip. Graag even melden bij Jette.devries@planet.nl.
Wat het project bijzonder maakt, is niet alleen de inhoud van het archief, maar vooral wat het laat zien over de sociale samenhang binnen het gilde. “Het woord broederschap is hier geen loze term,” zegt Joris Jan. “Je ziet door de eeuwen heen hoe sterk de onderlinge band is. Kaasdragers zorgen voor elkaar, ook buiten het Waagplein.” (tekst gaat verder onder de foto)
De weduwen van kaasdragers tekenden elke maand voor de contante ontvangst van de uitkering uit het weduwenfonds. (foto: Streekstad Centraal)
Een treffend voorbeeld is het zogeheten weduwenfonds, waarin tot in de jaren ’70 geld werd uitgekeerd aan achterblijvende families. Er is correspondentie gevonden van een kaasvader met een drager die in de gevangenis zat, waarin blijkt dat het contact met diens gezin werd onderhouden. Zonder oordeel, maar met menselijke zorg. Jette stelt: “Zulke documenten laten zien dat het gilde altijd een sociale gemeenschap is geweest, niet alleen een werkeenheid.”
Eén van de opvallendste verhalen uit het archief speelt zich af tijdens de Bataafse Republiek, rond 1795. In deze turbulente tijd, waarin de oude orde moest wijken voor revolutionaire idealen, werden verschillende kaasdragers ontslagen wegens hun Oranjegezindheid. “Dat was ongekend,” zegt Joris Jan. “Maar wat nog uitzonderlijker is: er werd daarna een volksraadpleging georganiseerd — een soort referendum avant la lettre — waarin de stad mocht stemmen of deze mannen weer mochten terugkeren.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jette de Vries (links) en Joris Jan de Vries delen weliswaar hun achternaam, maar zijn geen familie van elkaar. (foto: Streekstad Centraal)
Uiteindelijk werden velen van hen herbenoemd. “Dat is voor mij het mooiste voorbeeld van hoe het gilde altijd midden in de samenleving heeft gestaan. Vrijheid, gelijkheid, broederschap — die idealen vonden toen letterlijk hun weg op de kaasmarkt,” zegt hij met zichtbare bewondering.
Het archief laat ook zien hoe de kaasdragers vroeger veel meer waren dan ceremoniële figuren. Ze waren sjouwers, sterke mannen die alles wat in Alkmaar werd aan- of afgevoerd over de kades trokken. Niet voor niets komt de uitdrukking “vechten tegen de bierkaai” uit dit soort werk: je legde het af tegen zulke gespierde types. (tekst gaat verder onder de foto)
De vele reglementen voor de markten in Alkmaar leidden tot bureaucratie, maar zorgden ook voor papierwerk, eerlijke handel en maakten een einde aan willekeur. (foto: Streekstad Centraal)
Toch was hun positie niet vanzelfsprekend. “In de 16e eeuw ontstond er behoefte aan regulering van de markt,” legt Joris Jan uit. “Zodat er eerlijke tol werd geheven, en er toezicht kwam op wegen en meten. Vanuit die behoefte ontstond het gilde.” Dat het tot op de dag van vandaag bestaat, is volgens hem te danken aan het vermogen zich telkens opnieuw uit te vinden — zonder het verleden te verloochenen.
Het archief bevat niet alleen officiële stukken, maar ook talloze kleine verhalen die het gilde kleur geven. Correspondentie met tv-programma’s als die van Rudi Carrell, uitnodigingen voor optredens in Japan of Hongkong, kruimelavonden met gevulde koeken voor moeder de vrouw en duivekater met een dikke laag roomboter en kaas voor de kinderen.
En het mooiste: dankzij de inspanningen van Joris Jan en Jette is dit alles straks toegankelijk voor toekomstige generaties. “Het staat straks netjes geordend in zuurvrij papier, met lintjes en plaatsingslijsten,” zegt Joris Jan. “Ik verwacht dat het ongeveer drie meter plankruimte gaat innemen. Drie meter geschiedenis. Drie meter broederschap.” (tekst gaat verder onder de foto)
De oudste stukken uit het archief gaan terug tot het einde van de 19e eeuw. (foto: Streekstad Centraal)
Vrijdag volgt het gesprek met het Regionaal Archief Alkmaar. Voor kaasdrager Jette van het Groene Veem voelt het als een bekroning. “We zijn er zuinig op, maar de tijd is rijp dat anderen het ook kunnen zien, gebruiken, bestuderen. Het is onze plicht om dit over te dragen.”
En dan, met een glimlach: “Er is maar één ding dat je niet moet doen als het straks is overgedragen. Laat de brandweer maar niet oefenen bij het Regionaal Archief.”
Een zacht briesje waait over de voormalige weilanden van Koedijk terwijl bezoekers langzaam het terrein van LiberTerra oplopen. Het is open huis bij de wooncommunity aan de rand van natuurgebied Geestmerambacht. Versgebakken pizza’s, bloeiende tuinen en open huisjes heten de nieuwsgierigen welkom. “Wie had zich dit vijf jaar geleden kunnen voorstellen?”
“Toen we hier voor het eerst kwamen kijken, was het één grote kleibende,” vertelt bewoner Erik lachend, terwijl hij een groepje belangstellenden verwelkomt. “Er groeide nog helemaal niks. Je gleed uit bij elke stap, en je moest oppassen dat je laarzen niet volliepen met modder”, vertelt hij. “Het leek eerder een bouwput dan een toekomstig thuis”, voegt Ed toe. Zowel Ed als Erik wonen nu al vijf jaar in LiberTerra. (tekst gaat door onder de foto)
Bewoner Ed vertelt met veel passie over al het moois wat Liberterra te bieden heeft. Zo is er in het midden van het terrein een gezamenlijke moestuin waar iedereen een steentje aan bijdraagt. Op de achtergrond is een van de huisjes op het terrein te zien. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeenschap ligt verscholen aan de rand van natuurgebied Geestmerambacht en bestaat uit een verzameling kleine, duurzame huisjes die in een halve kring zijn opgesteld rond een gezamenlijke binnentuin. “Ik word hier toch wel erg enthousiast van hoor, als ik dit allemaal zo zie”, zegt een bezoeker opgewekt. “Dat de mensen dit hier helemaal zelf hebben opgebouwd vind ik erg bijzonder.”
Tijdens de rondleidingen vertellen bewoners enthousiast over het ontstaan. “Het initiatief is zo’n vijf jaar geleden begonnen”, begint Ed. “De boerderij die voorheen op deze grond stond werd gesloopt en één van de mensen die hier nu woont zag wel een mogelijkheid om een eigen community te starten. En zo gezegd zo gedaan. Kijk om je heen, ik denk dat het wel gelukt is!”
Op het terrein is van alles te zien. De moestuin ligt er uitnodigend bij, vol met kruiden, groentes en bloemen. Her en der staan bewoners klaar om vragen te beantwoorden. “Iedereen draagt hier bij op zijn eigen manier,” legt Ed uit. “We hebben geen hiërarchie, wel overleg. En dat werkt.” (tekst gaat door onder de foto)
Om de verschillende huisjes te mogen betreden moesten bewoners hun schoenen uit doen. “Dat is een van de gewoontes hier, dus we zouden het waarderen dat indien dat mogelijk is jullie je schoenen ook buiten laten staan.” (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens het open huis staan meerdere huisjes open voor bezichtiging. Bezoekers stappen voorzichtig – zonder schoenen – naar binnen. De woningen zijn klein maar slim ingericht, elk met een eigen stijl, gebouwd van duurzame of hergebruikte materialen. “Wat ik het fijnste vind?” zegt bewoner Erik. “Dat ik de buren écht ken. En dat er altijd iemand is om mee te eten, of gewoon even stil mee in de tuin te zitten.
De huisjes op het terrein van LiberTerra zijn geen vaste woningen, maar zijn zo gebouwd dat ze ook op een andere plek neergezet kunnen worden. “In eerste instantie hadden we een huurcontract voor vijf jaar, maar dat is nu gelukkig al verlengd naar nog eens vijf jaar”, vertelt Ed.
Na die jaren hoopt hij samen met mijn buurtgenoten nog veel langer te kunnen blijven. “We zijn daar al mee bezig, en we hopen heel erg dat we onder het mom van een ‘voorbeeldfunctie’ langer mogen blijven. Want hier wonen vinden mijn gezin en ik echt fantastisch.”
Schatzoeken naar vintage parels tussen een karrenvracht aan tweedehands kleding. Het is inmiddels ook in Alkmaar niks nieuws meer; de vintagetrend heeft in de Kaasstad met meerdere vintagewinkels en -initiatieven al voet aan de grond gekregen. Maar de Alkmaarse vriendinnen Krissy Hogervorst en Lois Dekker bedachten een vintage-initiatief dat Alkmaar nog niet kende: een vintagemarkt waar mensen hun eigen kleding aanbieden.
Struinend langs de marktkraampjes kijkt Margreet met een scherpe blik naar alle items. Ze is een “kritische shopper”, zegt ze, omdat ze “al heel veel heeft thuis”. Toch kan ze zaterdagmiddag wel aan haar trekken komen. “Er is een divers aanbod, ik zag net zelfs een kasjmieren item.”
De Laat is zaterdagmiddag omgetoverd tot een walhalla voor vintageliefhebbers. Vanaf de Ridderstraat tot de Koorstraat is de Laat gevuld met dertig marktkraampjes waar vintagekleding wordt verkocht. Niet door ondernemers of kringloopwinkels, maar door mensen die hun eigen, overbodige kleding verkopen. (tekst loopt door onder de foto)
De entree bij de eerste editie van KNUS, staand voor Kwaliteit, Natuur(lijk), Uniek en Sfeervol. (foto: Streekstad Centraal)
Het begon allemaal toen Krissy op een stedentrip was in Kopenhagen dit voorjaar. Ze stuitte op een vintagemarkt waarvan het concept precies hetzelfde is als dat van KNUS – zoals de markt heet. In haar enthousiasme belde ze direct haar vriendin Lois op, die “altijd vol ideeën zit”. Vanaf april zijn de twee goedlachse twintigers bezig met de voorbereiding.
“Toen we het idee hadden uitgewerkt, zijn we naar de gemeente gegaan. Zij reageerden direct enthousiast”, vertelt Krissy aan Streekstad Centraal. “We wisten eigenlijk niet zo goed hoe het werkt om een vergunning aan te vragen, maar de gemeente heeft ons daar gelukkig mee geholpen. Toen zijn we kraampjes gaan huren en hebben we een campagne opgezet. De hele organisatie kostte veel tijd en het kwam vaak aan op de avonduurtjes, want we werken allebei fulltime. Het was soms hard werken maar is het de moeite waard.”
Nu de markt eenmaal staat en er honderden mensen de kraampjes afstruinen, lopen Krissy en Lois dan ook trots over over het terrein. Het is drukker dan ze hadden verwacht, vertelt Lois. “Het is echt heel bijzonder hoeveel mensen er vandaag op de markt afkomen. Dat had ik serieus niet verwacht.” (tekst loopt door onder de foto)
Nu kopen of later huilen, is het devies zaterdag. (foto: Streekstad Centraal)
De meiden vonden het tijdens de voorbereiding nog spannend of ze alle marktkraampjes zouden kunnen vullen. “Je kan maar een keer een eerste indruk maken”, zegt Lois, “dus dan wilden we wel dat alles vol zou staan.” Die angst was nergens voor nodig, zo bleek, want binnen een week waren alle kraampjes, dertig in totaal, uitverkocht. Niet alleen bekenden van de organisatoren en mensen uit de buurt staan zaterdagmiddag op De Laat met hun kraampje, de verkopers komen uit het hele land. Zo is er zelfs een enthousiasteling uit Den Bosch gekomen om zijn overbodige kleding te verkopen.
Dat mensen hun eigen kleding verkopen, zorgt soms ook voor een lastig afscheid. Bijvoorbeeld bij Leny en Lenny, de tante en moeder van Krissy die op haar aandringen hun kledingkast eens kritisch onder de loep hebben genomen en de overbodige items vandaag verkopen. “Bij sommige items denk ik wel: ik zou het ook niet heel erg vinden als die niet verkocht worden. Net moest ik met toch een beetje pijn in m’n hart afscheid nemen van een item. Maar ach, het is ook leuk dat iemand anders er van kan genieten”, vertelt Leny. (tekst loopt door onder de foto)
Over het hele terrein staan rijdende pashokjes. (foto: Streekstad Centraal)
Voor twee andere vrouwen die een kraampje hebben, begon het afscheid nemen al eerder. “Toen ik vorige week mijn kleding ging selecteren voor de verkoop heb ik al afscheid genomen van sommige items. Ik hanteer de regel: als ik iets een jaar niet heb gedragen, mag het weg”, vertelt Monique, die samen met haar oude studievriendin Karin achter hun marktkraampje een visje zit te eten.
“Het verrast me hoe druk het is”, vertelt Karin. “Dit laat echt zien dat de vintagetrend in Alkmaar op een hoogtepunt zit. Veel mensen vinden het een leuke bezigheid om tussen al die items te snuffelen en het duurzaamheidsaspect trekt denk ik ook heel veel mensen, want dat vindt men gelukkig ook steeds belangrijker.” (tekst loopt door onder de foto)
Monique (grijze trui) en Karin (roze vestje) begeleiden hun klanten in hun zoektocht naar de parels van hun marktkraampje (foto: Streekstad Centraal)
Voor de vriendinnen Tess en Noortje is dat in ieder geval zo. Het duurzaamheidsaspect is voor hen “heel belangrijk”, zo niet de belangrijkste motivatie om deze vintagemarkt te bezoeken. Aan hun trekken komen ze zaterdagmiddag wel. “We struinen alle rekken af, op zoek naar parels. En we hebben er al een aantal gevonden hoor. Kijk, deze gaat sowieso mee”, vertelt Tess enthousiast met een bruingroen gestreept vestje in haar hand.
Ook voor Krissy en Lois is het duurzaamheidsaspect belangrijk. “Naast mensen unieke vintagekleding aan te bieden, willen we ook bijdragen aan een circulaire economie. Want er is al ruimschoots genoeg kleding, maar bij veel mensen ligt het in hun kast te verstoffen. Dan kan je er beter iemand anders blij mee maken, zodat diegene geen nieuwe kleding hoeft te kopen.”
Hoewel zaterdagmiddag eigenlijk nog een pilot was, is daar niets van te zien. De meiden noemen het dan ook een “flink uit de hand gelopen pilot”, die eigenlijk gewoon de eerste editie is. De datum voor de volgende editie staat inmiddels ook al vast: op zaterdag 6 september zal de Laat weer omgetoverd worden tot een grote vintagemarkt.
Het verhuizen van een domeinnaam is een administratief en technisch proces waarbij een domeinnaam wordt overgezet van de ene aanbieder naar de andere. Organisaties en particulieren kiezen hiervoor wanneer zij het beheer van hun domein willen onderbrengen bij een partij die beter aansluit bij hun wensen.
Een verhuizing verandert niets aan de domeinnaam zelf. De naam blijft hetzelfde en bezoekers merken hier niets van, mits het proces goed wordt uitgevoerd en alle diensten verbonden aan het domein zonder onderbreking blijven werken.
Hoe het verhuisproces van een domeinnaam verloopt
Het proces begint met het aanvragen van een verhuistoken bij de huidige aanbieder. Dit token is een unieke code die wordt gebruikt om de domeinnaam bij de nieuwe partij aan te melden. De nieuwe aanbieder controleert met behulp van deze code de gegevens en start het verhuisproces zodra alles klopt.
Afhankelijk van de extensie kan de verhuizing binnen een paar uur tot enkele dagen zijn afgerond. Vooraf moeten alle gekoppelde diensten zoals e-mail en website worden geïnventariseerd zodat de overgang soepel verloopt en er geen uitval optreedt tijdens de verhuizing.
Redenen om een domeinnaam te verhuizen
Een domeinnaam wordt verhuisd om verschillende redenen. Soms spelen lagere kosten of een betere service een rol. In andere gevallen is het praktischer om alle domeinnamen en bijbehorende diensten bij één aanbieder onder te brengen om het beheer te vereenvoudigen.
Ook kan een verhuizing nodig zijn wanneer de huidige partij onvoldoende ondersteuning biedt of niet de gewenste technische mogelijkheden heeft. Het besluit om een domeinnaam te verhuizen past vaak binnen een bredere herstructurering van de digitale omgeving.
Voorbereiding op een verhuizing
Een goede voorbereiding is noodzakelijk om problemen tijdens of na de verhuizing te voorkomen. Alle administratieve gegevens moeten worden gecontroleerd, zoals de domeinnaamhouder en de geregistreerde contactgegevens. Daarnaast is het belangrijk om na te gaan welke diensten er aan het domein gekoppeld zijn.
Denk hierbij aan hosting, e-mail en beveiligingscertificaten. Wie een domeinnaam verhuizen bij TransIP wil, doet er goed aan om deze gegevens vooraf in kaart te brengen en te zorgen dat er een plan is om de instellingen direct over te nemen bij de nieuwe aanbieder.
Doorlooptijd en technische controle
De duur van een verhuizing hangt af van het type domeinnaam en de regels die daarvoor gelden. Voor veel extensies wordt een verhuizing binnen één werkdag afgerond zodra het verhuistoken correct is ingediend. Bij sommige domeinen gelden langere termijnen omdat extra controles plaatsvinden of er wettelijke termijnen zijn die in acht moeten worden genomen.
Tijdens het verhuisproces moeten de nameservers correct worden ingesteld om de bereikbaarheid van de website en e-maildiensten te waarborgen. Dit voorkomt onderbrekingen in de dienstverlening.
Wat na de verhuizing belangrijk is
Na afronding van de verhuizing is het nodig om alle gekoppelde diensten te testen. Dit geldt voor de werking van de website, de e-mail en andere functionaliteiten zoals subdomeinen of beveiligingsinstellingen. Ook is het verstandig om waar nodig verbeteringen aan te brengen in het beheer en de beveiliging.
Zo kan de nieuwe omgeving optimaal worden benut en blijft de domeinnaam een stabiele basis voor de online aanwezigheid van het bedrijf of de organisatie. De keuze voor een betrouwbare aanbieder draagt bij aan een soepel verloop van het hele proces en een goed functionerende digitale omgeving.
Het was een gezellige boel in de achtertuin van De Groene Zwaan in De Rijp. De jaarlijkse Haringparty werd vrijdagmiddag gehouden en het theater- en concertpodium was het goede doel voor de veiling die daarbij centraal staat. Die leverde 4.295 euro op, véél meer dan vorig jaar. Voorzitter Marga Poel werd er emotioneel van. “Ik weet niet wat ik moet zeggen, ik heb er tranen in mijn ogen van.”
De Haringparty verwijst naar de historie van De Rijp. Ooit speelde het dorpje een belangrijke rol in de haringvisserij. Het feest wordt inmiddels zo’n zes of zeven jaar georganiseerd door Ondernemersbelang Graft-De Rijp. Voorzitter Marcel Dikhout weet het niet precies meer, want de party werd afgewisseld met een ander evenement. “En ieder jaar kiezen we voor de veiling een goed doel uit. Vorig jaar was het de Avond4Daagse en daarvoor De Kleine Artis, de kinderboerderij hier. Dit jaar is het dus De Groene Zwaan.” In het dorp is goed bekend dat het voormalige kerkje een prijzige schilderbeurt nodig heeft.
Het topstuk van de veiling is, hoe kan het ook anders, een vaatje nieuwe haring. “In het verleden deden we alleen een vaatje haring en dat leverde ongeveer 1.000 euro op”, neemt penningmeester Claudia Roele over. “Vorig jaar deden we er voor het eerst kavels bij en haalden we 2.500 euro op. Het is ook leuker want dan kan iedereen op iets bieden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Cultuurwethouder verzorgt de officiële start van festival Move the City, waar de Haringparty van De Rijp nu onder valt. (foto: Streekstad Centraal)
Maar voordat het zo ver was, vond eerst de officiële opening plaats van het driedaagse festival Move the City, waar de Haringparty sinds dit jaar deel uit van maakt. De eer was aan de kersverse cultuurwethouder Jan Hoekzema om, na een korte speech waarin hij beloofde de dorpen voldoende aandacht te geven, het festival met een klap met de veilinghamer te starten.
Nou, en geboden werd er. Voor meerdere van de rond 45 kavels – etentjes, bieren, uitjes, knipbeurten, juridisch advies en nog meer – steeg de prijs vér voorbij de waarde, met als hoogste uitschieter een grote zak spekkies die voor 160 euro wegging. Telkens als iets voor een zeer hoog bedrag werd geveild, klonk er geklap en gejoel. Een kale inwoner zorgde voor hilariteit door te bieden op een knipbeurt, en die uiteindelijk ook binnen te halen. (tekst gaat verder onder de foto)
De gelukkige eigenaar van een zak spekkies van 160 euro. (foto: Streekstad Centraal)
Een beetje een anticlimax was het dan ook wel, dat het vaatje nieuwe haring ‘slechts’ 650 euro opleverde. Misschien wel omdat veel mensen daarvoor al met geld strooiden voor de andere kavels. Maar goed, het ging natuurlijk vooral om het totaalbedrag en die 4.295 euro was véél meer dan vorig jaar.
Zoals Marja Poel al aangaf: een mooie aanzet voor hoognodig schilderwerk. “Het is heel hard nodig, de laatste keer was zeven jaar geleden, maar vorig jaar was daar het geld gewoon niet voor”, vertelt ze, terwijl ze in de keuken saté opschept. Na een korte viering met de vrijwilligers van De Groene Zwaan was ze meteen de keuken in gedoken. “De eerste offerte die we kregen was 35.000 euro. Toen hebben we er meer gevraagd en zakten we naar 20.000 euro.” (tekst gaat verder onder de foto)
De inmiddels traditionele veiling van het vaatje haring, gedragen door Marcel Dikhout, voorzitter van Ondernemersbelang Graft-De Rijp. (foto: Streekstad Centraal)
Ook nog veel te veel, maar minder zou het niet worden. Gelukkig was de schilder behulpzaam en zei dat een deel wel door de vrijwilligers zelf gedaan kon worden, vertelt Marga. “Tja en zo zijn we op allerlei manieren bezig om ervoor te zorgen dat we het uiteindelijk wèl kunnen betalen. Dan is 4.200, 4.300 euro natuurlijk ontzettend veel geld.”
De geplande uitbreiding van de laagvlieggebieden in Noord-Holland is heel slecht nieuws voor de weidevogels in de Eilandspolder. Dat stelt de bekende boswachter Arjan Postma uit Driehuizen. Landschap Noord-Holland, dat een deel van de natuur in de Eilandspolder beheert, valt hem bij: “Helikopters zijn heel erg schadelijk voor vogels.”
Defensie wil uitbreiding van de gebieden waar ze met helikopters kunnen oefenen op lage hoogte, en ze willen ook veel vaker laag vliegen in Noord-Holland. Daarbij hebben hun oog laten vallen op grote delen van Noord-Holland, waaronder een groot deel van de Eilandspolder.
De Eilandspolder is Natura2000-gebied waar zeer strenge regels gelden. Dat is vooral omdat het een belangrijk rustgebied is voor bijvoorbeeld de grutto’s, de smients en de kievits. “Om daar te gaan oefenen met laagvliegende dingen, is een heel slecht idee. Dit voorstel rammelt aan alle kanten. Het heeft heel veel nadelige gevolgen voor de weidevogels.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Eilandspolder bij Schermerhorn. (foto: Hans van Weel)
Dat wil de bekende boswachter graag toelichten. “Vogels hebben rust nodig”, vertelt Postma. “In die periodes moeten ze voldoende eten en aansterken voor de trek. Van stress kunnen ze minder voedsel verzamelen. Dan zijn ze te zwak om de lange vogeltrek te voltooien. Ook verlaten vogels die worden gestoord hun nest. De eieren en hun jongen zijn dan extra kwetsbaar voor roofdieren.”
Hij krijgt bijval van Martijn de Jong van Landschap Noord-Holland. Volgens hem zorgen helikopters voor de grootste verstoring van vogels. “Vogels hebben van een straaljager veel minder last.” Hij vindt dat Defensie het zich enorm moeilijk maakt door dit Natura2000-gebied bij het laagvlieggebied te betrekken. “Voor een klein strookje moeten ze nu aan heel veel extra eisen voldoen. Ik vraag me af of ze dat ervoor over hebben.”
Volgens De Jong zoekt Defensie nieuwe gebieden omdat er in de Wieringermeer steeds meer windmolens komen die het te gevaarlijk maken als laagvlieggebied. Defensie belooft dat ze afstand willen houden van dorpskernen zoals Schermerhorn en Grootschermer, maar volgens De Jong trekken de helikopterpiloten zich daar in het noorden van de provincie maar weinig van aan. (tekst gaat verder na de foto)
Een Chinook-helikopter van het type dat wordt ingezet bij laagvlieg-oefeningen (foto: Ministerie van Defensie)
Gemeente Alkmaar heeft deze week samen met de provincie Noord-Holland en andere gemeenten een zienswijze ingediend over de voornemens. Daarin vragen de overheden ook aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van hinder voor de inwoners, de agrarische sector en de weidevogels.
De helikopters van Defensie mogen in het laagvlieggebied op 30 meter hoogte vliegen, en zelfs lager als dat nodig is voor de oefening. Volgens de woordvoerder van Landschap Noord-Holland zou vooral het onregelmatige karakter schadelijk zijn: “Ze zullen er dan niet aan wennen. Je hebt kans dat ze de Eilandspolder zelfs helemaal verlaten als ze daar geen rust vinden.” Zijn suggestie is dat de Eilandspolder wordt ontzien, en het laagvlieggebied wordt vergroot in West-Friesland bij Medemblik: “Daar heeft de natuur er veel minder last van.”
Boswachter Arjan Postma heeft een andere oplossing voor de ruimte die Defensie zoekt voor laagvliegoefeningen: “Nederland is veel te vol om Defensie boven ons land te laten oefenen. Bouw bij Hoek van Holland een derde Maasvlakte en laat Defensie daar oefenen. Dan zijn we van dit gesodemieter af.” (Hoofdfoto: Landschap Noord-Holland – Hans van Weel/ Dutchphoto en Margo van Kemenade)
De kustbus tussen Bergen en Bergen aan Zee keert terug. Vanaf zaterdag rijdt deze gratis service tussen de bushaltes Plein Bergen en Bergen aan Zee. De bus vertrekt elke 30 minuten tussen 11:00 en 19:30 uur, volgens een vaste dienstregeling.
De gratis busdienst wordt aangeboden omdat de provincie en de gemeenten de badplaatsen in de drukke zomerperiode goed bereikbaar willen houden voor zowel inwoners als bezoekers. Volgens de gemeente gaat het om duurzaam en comfortabel vervoer richting de kust.
De kustbus rijdt tot 1 september. De bus heeft een speciale lage instap, geschikt voor mindervaliden en mensen met kinderwagens. De volledige dienstregeling staat in de reisplanner van 9292.nl en op de site van de gemeente Bergen.
Een officiële opening in Bergen zonder wethouders of andere hoogwaardigheidsbekleders van de gemeente. Het was weer eens wat anders bij jongerencentrum Frats. Tientallen jongeren waren er wel. Die waren afgekomen op de festiviteiten rond de opening van de skatebaan.
Het weer gooide bijna roet in het eten, maar kort na 18:00 kon de befaamde skater – en oud-Fratser – Corné Rezelman samen met jongerenwerker Maikel Groet het lintje doorknippen. Daarna ging iedereen snel naar binnen, want niemand had zin om lang in de regen te staan. De skater vond het ook te gevaarlijk om een skate-demonstratie te geven op een skatebaan die nat en glad is. Maar dat werd binnen weer goedgemaakt.
De skatebaan komt in de plaats van de halfpipe die moest wijken voor de nieuwbouw van de De Beeck na de brand van het oude multifunctionele centrum. Volgens coördinator Jongerenwerk Nico Mudde van Stichting Welzijn Bergen zijn er misschien niet zoveel jongeren in Bergen die skaten, maar het handjevol dat hier graag een sport van maakt, verdient volgens hem wel een eigen skatebaan: “Nu moesten ze steeds naar de skatebaan in de Oudorperpolder in Alkmaar”, vertelt Mudde. (tekst gaat verder onder de foto)
De demonstraties waren naar binnen verplaatst, maar daarom niet minder indrukwekkend. (foto: Hans Brouwers)
Bovendien was de halfpipe alleen geschikt voor geoefende skaters. Kinderen konden de baan niet gebruiken om skaten te leren. Dat kan wel op de skatebaan die nu is te vinden naast het trapveldje achter De Beeck, naast jongerencentrum Frats.
Een van die jongeren die vaak naar de Oudorperpolder ging, is de 12-jarige Jonas. “Ik ben misschien niet de beste, maar ik kan wel goed skaten.” Hij is een van de weinige jongeren die de nieuwe baan in Bergen gebruiken voor hun skateboard. De 13-jarige Maas gebruikt de baan met zijn stepje: “Ik vind het leuk om allerlei trucjes te doen. De baan bevalt goed, hij is lekker glad.”
“Ik vind het ook mooi dat hij zo nieuw is, zonder graffiti. Ik doe zelf ook graffiti, maar een skatebaan vind ik mooier zonder.” Maas bevestigt dat er maar weinig jongeren zijn die de skatebaan gebruiken met een step of skateboard. Toch wordt de baan al druk gebruikt, volgens hem: “Iedereen zit graag op de baan om te chillen of te roken.” Hij doelt op de tientallen jongeren die dagelijks naar jongerencentrum Frats komen. (tekst gaat verder onder de foto)
Oud-Fratser Corné bleek niet alleen handig te zijn met het doorknippen van lintjes, maar ook met zijn skateboard. (foto: Hans Brouwers)
Maas beseft dat de baan dan een duur zitmeubel is. Hij schat hoeveel de aanleg heeft gekost: “20.000 euro, misschien 30.000 euro?” Dat is veel geld, maar volgens hem is dat het wel waard. De werkelijke kosten blijken circa 65.000 euro, zo leert navraag bij de gemeente Bergen.
De regen zorgde woensdagavond voor een uitgestorven aanblik van de skatebaan. Iedereen was binnen om zich te vergapen aan de kunstjes van Corné Rezelman en een balkunstenaar uit Japan. Onder een tent bakten de jongerenwerkers hamburgers en pannenkoeken voor alle jongeren en gasten. En dat maakte de woensdagavond weer compleet. (hoofdfoto: Hans Brouwers)
Als je heel erg graag wil gaan beginnen met sporten, maar niet weet waar je moet beginnen, dan kun je altijd gaan sporten bij de fysio. Zo kun je namelijk bewegen onder professionele begeleiding en krijg je de hulp die je nodig hebt. Als je bij de fysio gaat sporten, dan krijg je alle hulp die je nodig hebt en dat is natuurlijk anders dan bij een sportschool in de buurt. Iedereen kan gaan sporten bij de fysio. Zeker als je terug wil komen na een blessure, langdurige klachten hebt of juist klachten wil voorkomen. Hieronder lees je alle voordelen van het sporten bij een fysio.
1. Persoonlijke begeleiding en maatwerk
Om te beginnen heb je het voordeel met sporten met een fysio, dat je continu de persoonlijke begeleiding krijgt en op maat oefeningen. Je begint meestal met een intakegesprek, zodat de fysio een juist programma voor je kan maken. Hierin houden ze rekening met eventuele blessures, beperkingen of aandoeningen waar je last van kan hebben. Daarnaast krijg je goede begeleiding van fitness Apeldoorn. Ze zijn namelijk gecertificeerde professionals met medische kennis.
2. Veilig sporten is minder kans op blessures
Een ander groot voordeel als je gaat sporten bij de fysio, is dat de kans klein is dat je last krijgt van blessures. Ze letten namelijk goed op je houding en techniek, dit staat ook centraal. Hierdoor voer je de oefeningen op een goede manier uit en is de kans dus minder groot dat je klachten krijgt. Verder kijken ze natuurlijk ook naar de opbouw van je sporten. Langzamerhand kun je gaan werken met zwaardere oefeningen. Dit gaat heel goed en geleidelijk, waardoor je minder snel of je eigen grenzen heen gaat en er last van krijgt. Daarbij kunnen ze ook kijken naar vroegtijdige klachten en kunnen ze deze voorkomen.
3. Herstel of chronische klachten verhelpen
Mocht je last hebben van chronische klachten of moet je ergens van herstellen? Dan ben je bij de fysio ook aan het juiste adres als het gaat om sporten. Via Isokin kun je het sporten met therapie goed combineren en kun je verschillende trajecten gaan volgen voor een goed herstel. Een fysio kan je namelijk helpen als je bijvoorbeeld last hebt van rugklachten, artrose, bekkenbodemproblemen of andere blessures. Ze zorgen voor een gerichte aanpak, waardoor het goed te behandelen valt en waardoor je dus gemakkelijk onder begeleiding kan sporten. Mocht je chronische klachten ervaren? Dan kan je ook bij een fysio terecht voor ondersteuning.
4. Motivatie en structuur
Het kan zijn dat je geen zin hebt om altijd te moeten sporten. Trainen met een fysio kan je hierbij helpen. Je maakt namelijk met je fysio regelmatige afspraken die je na moet komen. Tijdens die afspraken ben je natuurlijk aan het sporten en dit helpt om het vol te houden. Daarnaast heb je begeleiding die ook echt betrokken is bij je voortgang. Dit zorgt ervoor dat je extra motivatie kan krijgen. Hierdoor kun je voortgangen bijhouden en doelen stellen voor jezelf.
5. Geschikt als preventieve training
Als laatste kun je ook naar de fysio gaan om preventief aan de slag te gaan met je blessures. Het kan zijn dat je nog geen klachten hebt, maar dat je bepaalde klachten wil voorkomen. Door middel van een fysio kan je dit voor elkaar krijgen. Zo word je houding een stuk beter gemaakt, heb je stabiliteit, spierkracht en uithoudingsvermogen. Zeker als je wat ouder begint te worden is dit een verstandige keuze, maar ook voor mensen met een zittend beroep of sporters. Als je preventief aan de slag gaat heb je dus minder kans om daadwerkelijk blessures te hebben. Kijk dus snel wat een fysio voor jou kan betekenen.