Zelf zijn ze zich er natuurlijk niet van bewust, maar de nestelende ijsvogels in Hortus Alkmaar blijken een kijkcijferkanon. De webcam die op ze is gericht registreert het prille gezinsgeluk van de ijsvogels en vogelliefhebbers kijken graag mee. De webcam biedt een zeldzame kans om deze bliksemsnelle dieren in alle rust te bekijken.
11.000 toeschouwers, in een maand tijd: voor Hortus Alkmaar is het toch ook wel een bijzonder fenomeen. De webcam zorgt niet alleen online voor drukte, ook in de Hortus zelf komen er elke dag wel vogelaars om de helden van het scherm in het echt te zien. Zo zorgen de ijsvogels dus ook voor welkome bezoekers in de kruidentuin.
Een van die bezoekers is Peter den Dikken. Hij is uit Santpoort naar Alkmaar gekomen om de ijsvogels te zien. Voor hem is het fotograferen van vogels een vorm van ontspanning: “Ik kan niet vissen, maar ik kan me voorstellen dat het bij vissen hetzelfde is: je zit een hele tijd te wachten en ineens gebeurt het”, vertelt hij aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
De ijsvogels delen een visje. Op dit soort momenten wachten vogelaars. (foto: Hannie van Hardeveld)
Babs Dohmen is vrijwilliger bij Hortus Alkmaar en kijkt graag mee met de enthousiaste bezoekers. IJsvogels zíjn ook bijzonder, weet ze. “Je ziet ze niet zo vaak, het is moeilijk om ze te spotten. Ze zijn zó snel. Als je er eentje ziet, dan is dat fantastisch.”
Peter komt uit Santpoort, maar Babs ontvangt ook vogelaars van verder weg, uit Friesland bijvoorbeeld. Die hebben dan ‘s ochtends nog naar de webcam gekeken en staan een lange autorit later in de vogelkijkhut van de Hortus. “Ze komen speciaal voor de ijsvogels hiernaartoe.”
De webcam is online te bekijken. De ijsvogels hebben intussen jongen en het is de verwachting dat de jongen de komende weken uit zullen vliegen.
Wanneer Johannes Souwerbren een rondleiding op de ‘Bulgia’ geeft, wordt meteen duidelijk hoeveel liefde hij heeft voor het Zeekadetkorps Alkmaar. Terwijl hij enthousiast vertelt over het schip en het korps, geeft hij bezoekers tijdens de open dag een kijkje in alle hoeken van het 36 meter lange schip aan het Ringersplein.
“Ik ben hier zelf begonnen toen ik 14 was”, vertelt Johannes glimlachend. “En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Het is zo leuk om lekker bezig te zijn. En je maakt hier echt vrienden voor het leven. Ik ben hier echt helemaal op mijn plek.”
Tijdens de open dag krijgen bezoekers zaterdag een kijkje achter de schermen van het leven als zeekadet. Rondleidingen, meevaren en kennismaken met het schip staan centraal. Volgens Johannes draait het bij de zeekadetten om veel meer dan alleen varen.
Johannes (links van de boei) is commandant van het Zeekadetkorps in Alkmaar, en doet dat zichtbaar met veel plezier. (foto: Streekstad Centraal)
“Bij de zeekadetten houden we ons bezig met alles op en rondom ons schip”, legt hij uit. “Dan moet je denken aan onderhoud, koken, noem maar op. Het is hier allemaal erg vrijblijvend, maar we proberen de kadetten wel echt dingen mee te geven en te leren.” (tekst gaat door onder de foto)
Iedere zaterdag komt de groep samen op de ‘Bulgia’. Van elf uur ‘s ochtends tot half vijf in de middag zijn de jongeren bezig met allerlei werkzaamheden aan boord. “Dan werken we in de machinekamer, houden we ons bezig met onderhoud en maken we vaak ook een lunch in de kombuis.”
Volgens Johannes krijgt iedereen daarbij de ruimte om zelf te ontdekken wat hij of zij leuk vindt. “De een vindt koken leuker, de ander is liever bezig aan de voorkant van het schip. Dat mogen ze allemaal zelf aangeven.”
Naast varen en techniek leren de jongeren ook samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. “Het is een leuke vrijetijdsbesteding, maar ze moeten ook genoeg zelf doen”, vertelt Johannes. “Tijdens tripjes maken ze zelf hun bed op, ruimen ze kamers op, helpen ze met de trossen, aan het roer en met koken. Ze draaien echt volop mee.” (tekst gaat door onder de foto)
De zeekadetten leren tijdens de dagen waarop ze samenkomen alles over het schip, varen, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Johannes is het zeekadetkorps dan ook moeilijk te vergelijken met een gewone hobbyclub of sportvereniging. “Het is niet zoals voetbal waarbij je even een wedstrijd speelt en daarna weer naar huis gaat”, vertelt hij.
“Je bent hier echt samen bezig en iedereen draagt verantwoordelijkheid. Mensen denken soms aan scouting, maar dat is het absoluut niet. Natuurlijk werk je samen en leer je dingen, maar hier draait alles om het schip, varen en het leven aan boord. Dat maakt het juist zo uniek. En we hebben geen groepen, maar bij ons werken kinderen van alle leeftijden samen.”
Af en toe verlaat de ‘Bulgia’ ook de Alkmaarse wateren voor langere reizen. “Binnenkort hebben we een tiendaags zomerkamp”, vertelt Johannes enthousiast. “Dan gaan we echt op reis en slapen we allemaal op de boot. Dat is altijd een hele leuke ervaring.” (tekst gaat door onder de foto)
In de machinekamer van de ‘Bulgia’ is de leeftijd van het schip op sommige plekken goed zichtbaar, al zijn hier en daar ook moderne onderdelen toegevoegd. (foto: Streekstad Centraal)
Dat alles gebeurt op een schip dat inmiddels flink wat jaren meegaat. Terwijl Johannes verschillende technische onderdelen laat zien, vertelt hij dat onderhoud daarom belangrijk blijft. “Zoals je hier ziet is de aansturing hier en daar ook oud, maar je ontkomt er niet aan om af en toe iets te moderniseren. Soms heeft iets echt z’n tijd wel gehad.”
Toch blijft voor hem vooral de sfeer aan boord het belangrijkste. “We geven de kinderen kennis mee over het schip en informatie die ze later eventueel kunnen gebruiken als ze besluiten te gaan varen. Maar het hoeft niet. Het gaat ons vooral om lol maken. En als ik op zo’n zaterdag om me heen kijk, zie ik ook echt dat dat lukt.”
Na een open dag merkt het korps vaak direct meer belangstelling. “In de weken daarna krijgen we vaak wel wat meer aanmeldingen”, zegt Johannes. “Dat is altijd leuk meegenomen.”
Bezoekers kijken zaterdag hun ogen uit bij het boothuis van de KNRM in Egmond aan Zee. Vrijwilligers vertellen over hun werk en er is van alles te zien. Donateurs mogen zelfs meevaren tijdens de jaarlijkse Reddingbootdag. Toch blijkt dat veel mensen niet precies weten wie hen eigenlijk helpt aan de kust. Want wat is nou eigenlijk het verschil tussen de KNRM en de Reddingsbrigade? ‘Oh, is dat niet hetzelfde?’
Dat die verwarring bestaat, is volgens commissielid William Wesselingh van KNRM Egmond aan Zee niet zo gek. Beide organisaties zitten namelijk in hetzelfde gebouw in Egmond en werken regelmatig samen. Toch zijn het echt twee verschillende organisaties.
“De KNRM is echt voor reddingsacties op de open zee”, legt Wesselingh uit. “De Reddingsbrigade regelt vooral de kust en het strand. We zijn wel echt twee verschillende organisaties, maar we hebben beide hetzelfde doel: mensen redden.”
Waar strandwachten van de Reddingsbrigade vooral toezicht houden op het strand en bezig zijn met preventie, wordt de KNRM opgeroepen bij noodsituaties op zee en het ruime binnenwater. In grote lijnen ligt daar ook de taakverdeling tussen beide organisaties. (tekst gaat door onder de foto)
De jaarlijkse Reddingbootdag in Egmond aan Zee was zaterdag druk bezocht. (foto: Streekstad Centraal)
“De Reddingsbrigade zit meer op de kust en het strand en wij gaan verder de zee op”, zegt Wesselingh. “Maar het is niet zo dat wij denken: dat valt niet onder onze taak dus we komen niet. Als er hulp nodig is, komen we gewoon.”
De KNRM werkt volledig met vrijwilligers. Anders dan veel mensen denken zitten de redders niet standaard op de post te wachten op een melding. Dat is volgens Wesselingh ook een belangrijk verschil met de Reddingsbrigade.
“Van de zomer heeft de Reddingsbrigade standaard mensen op het strand staan”, vertelt hij. “Wij doen het echt vrijwillig, dus wij werken met piepers en oproepen. Als de pieper afgaat komt iedereen zo snel mogelijk hierheen en dan handelen we.” (tekst gaat door onder de foto)
De Reddingsbrigade in Egmond aan Zee zit in hetzelfde gebouw als de KNRM. (foto: Streekstad Centraal)
Daarna wordt gekeken hoeveel mensen nodig zijn voor de melding. “Soms kunnen mensen die druk zijn weer verder met waar ze mee bezig waren en soms is echt iedereen nodig. We proberen binnen tien minuten op de plek te zijn waar hulp nodig is. Dus iedereen laat echt alles uit z’n handen vallen om hierheen te komen.”
Een ander groot verschil tussen de KNRM en de Reddingsbrigade is de financiering. Waar de Reddingsbrigade subsidie ontvangt, draait de KNRM volledig op donateurs. Daarom staat de jaarlijkse Reddingbootdag ook vooral in het teken van dankbaarheid richting supporters van de organisatie.
“Deze dag is eigenlijk bedoeld om de donateurs te bedanken”, zegt Wesselingh. “Mensen kunnen een kijkje nemen in het boothuis en ook een rondje meevaren met de boot.” Daarnaast kunnen ook niet-donateurs een kijkje nemen. “Het zou natuurlijk mooi zijn als ze zich aanmelden als donateur, elk beetje is welkom.” (tekst gaat door onder de foto)
Ondanks de verschillen werken de KNRM en Reddingsbrigade in Egmond nauw samen. Dat beide organisaties vanuit hetzelfde gebouw opereren, maakt dat volgens Wesselingh extra makkelijk.
“Het verschil zit hem vooral in de subsidie en de plek waar we werken”, zegt hij. “Maar we werken veel samen. Het is ook fijn dat we echt in hetzelfde gebouw zitten, dus we hebben nauw contact en kunnen heel makkelijk even bij elkaar aankloppen.”
Juist daarom hopen de vrijwilligers dat bezoekers na Reddingbootdag beter begrijpen wie waarvoor wordt ingezet aan de Noord-Hollandse kust. Twee organisaties, met ieder hun eigen taak, maar met hetzelfde doel: hulp bieden wanneer het nodig is. “Veel mensen denken dat de KNRM en de Reddingsbrigade hetzelfde zijn, maar dat is echt niet zo.”
Bij het hoofdkantoor van recreatiegebied Geestmerambacht staan boswachters Astrid en Rik al klaar. Sinds deze maand geldt opnieuw de aanlijnplicht in het gebied, maar dit jaar kiezen de groene boa’s voor een andere aanpak. Niet ‘slecht gedrag’ bekeuren, maar bezoekers juist belonen voor goed gedrag. “Lekker positief.”
“Tijdens het hele recreatieseizoen geldt de aanlijnplicht”, legt Miranda Zonneveld, woordvoerder van recreatieschap Geestmerambacht, uit. “Het gebied is bedoeld voor iedereen: fietsers, mountainbikers, wandelaars, zwemmers, hondeneigenaren, noem maar op. Al die groepen moeten naast elkaar kunnen genieten van het gebied. Als er mensen lekker liggen te zonnen is het niet de bedoeling dat daar ineens een hond tussen rent. Daarom hebben we de aanlijnplicht.”
Dit jaar wordt de regel nét even anders onder de aandacht gebracht. In plaats van meteen boetes uit te delen, delen de boswachters met opsporingsbevoegdheid – een groene boa’s – waardebonnen uit aan bezoekers die de regels volgen en hun hond netjes aangelijnd hebben.
“Wij willen het imago van de groene boa en boswachter verbeteren”, vertelt Zonneveld. “Daarom hebben we de actie bedacht om mensen te belonen als ze hun hond aan de lijn hebben. Als een van onze boswachters een bezoeker tegenkomt die zich aan de regels houdt, dan geven we een waardebon voor onze hondenwasstraat. Zo vliegen we het positief aan.” (tekst gaat door onder de foto)
Boswachters Astrid en Rik rijden tijdens hun ronde van de ene naar de andere kant van het Geestmerambacht. (foto: Streekstad Centraal)
Dan is het tijd om zelf een kijkje te nemen en rijdt Streekstad Centraal achter de boswachters aan richting het meer waar de hondenwasstraat staat. Het is zonnig en warm: perfect weer voor een wandeling langs het water. Toch blijft het opvallend rustig. “Dit weer is eigenlijk té goed voor hondeneigenaren”, legt boswachter Astrid lachend uit. “Mensen weten dat hier nu veel bezoekers zijn die komen zwemmen. Dat in combinatie met werk zorgt ervoor dat de meeste hondenbezitters pas in de avond komen.”
Tijdens de wandeling vertellen Astrid en Rik over hun werk als boswachter. Volgens Astrid, die al ruim 25 jaar in het vak zit, is geen dag hetzelfde. “Je kunt een planning hebben, maar als er een melding binnenkomt ziet je dag er ineens totaal anders uit.” Ook Rik, sinds 2023 werkzaam als boswachter, geniet van de afwisseling. “Je hebt veel vrijheid en het contact met bezoekers maakt het werk leuk.”
Hoewel de landelijke regel duidelijk is – honden moeten overal aangelijnd zijn tenzij anders aangegeven – merkt Astrid dat nog lang niet iedereen zich eraan houdt. “Het kan haast niet dat iemand het echt niet weet”, zegt ze. “Als je om je heen kijkt zie je overal borden staan en het is landelijk ook goed gecommuniceerd. Het is eigenlijk niet mogelijk dat iemand er echt niets van weet.” (tekst gaat door onder de foto)
Rik en Astrid bij de hondenwasstraat in kwestie. Wel zo fijn om je hond weer schoon mee te kunnen nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Juist daarom vinden de boswachters de nieuwe campagne een leuke afwisseling. “Met deze campagne proberen we op een positieve manier mensen te laten weten dat ze goed bezig zijn”, vertelt Astrid. “Normaal melden we alleen iets als er iets fout gaat, maar op deze manier is het natuurlijk veel leuker.”
Het is overigens niet zo dat iedere bezoeker met een aangelijnde hond automatisch een voucher krijgt. “Als we tijdens onze ronde een aangelijnde hond zien, dan bieden we natuurlijk de voucher aan, maar we komen natuurlijk niet alle bezoekers tegen”, legt Astrid uit. “Dus je moet echt geluk hebben. Daarom hebben we het ook over ‘maak kans op’ en niet ‘krijg’.”
Dat betekent overigens niet dat er helemaal geen boetes meer worden uitgedeeld. Volgens Astrid kijken de boswachters altijd eerst naar de situatie. “Het is niet ons doel om zoveel mogelijk boetes uit te delen”, zegt Astrid. “Meestal waarschuwen we eerst. Maar als iemand vaker de fout in gaat of als een situatie gevaarlijk wordt, dan treden we wel op.”
Soms móét er volgens haar direct worden opgetreden. “Als er op een drukke dag een hond over het strand heen en weer rent, dan is dat gewoon gevaarlijk. Zeker met kinderen. Dan ben ik wel genoodzaakt om op te treden en schrijf ik ook echt een boete.” (tekst gaat door onder de foto)
Op veel plekken rondom het Geestmerambacht staan bordjes die aangeven dat de honden niet zijn toegestaan op de stranden. Op de overige plekken geldt tot en met oktober een aanlijnplicht. (foto: Streekstad Centraal)
Die boete bedraagt 110 euro, plus 9 euro administratiekosten. “Dat is niet goedkoop, dat weten we”, zegt Astrid. “Maar bezoekers worden op meerdere plekken op de regels gewezen. Voor honden die los mogen lopen zijn speciale losloopgebieden in de buurt.”
Tijdens het rondje langs het meer blijft het eerst opvallend stil. Waar normaal gesproken genoeg hondenbezitters rondlopen, lijkt iedereen juist vandaag verdwenen. “Zul je net zien”, grapt Rik. “Zoeken we honden en dan zijn ze er niet. En op andere momenten, als we druk zijn, zijn ze er juist in overvloed.”
Even later verschijnt in de verte toch een stel met een hond aan de lijn. “Kijk, daar hebben we er eentje. En keurig aangelijnd”, zegt Rik enthousiast. “Ik zou bijna zeggen we rennen erachteraan, maar dat is ook niet helemaal de bedoeling natuurlijk”, lacht Astrid. (tekst gaat door onder de foto)
Astrid en Rik delen sinds deze maand, tot en met oktober, vouchers uit aan bezoekers die hun viervoeter aangelijnd hebben. (foto: Streekstad Centraal)
Eenmaal aangekomen bij de bezoekers begint Astrid direct over de actie. De bezoekers blijken al goed op de hoogte van de regels. Als beloning voor het aanlijnen van hun hond krijgen ze een waardebon voor de hondenwasstraat. “Die kunnen we altijd wel gebruiken”, zegt de vrouw lachend. “Thuis de hond wassen is altijd een hele opgave, dus als het hier mooi kan is dat alleen maar beter.” Astrid begrijpt dat maar al te goed. “Thuis kun je na het wassen ook meteen de hele badkamer schoonmaken”, grapt ze.
Met een glimlach en een voucher op zak vervolgt het stel hun wandeling langs het meer. Ook andere hondeneigenaren die de boswachters net mislopen zijn positief over de nieuwe aanpak. “Het aanlijnen is ontzettend belangrijk”, zegt een man met een bruine teckel.
“We liepen net iets verderop rustig met de hond, toen er ineens een hele grote hond op ons af kwam. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus ik denk dat deze actie zeker helpt. Niet alleen omdat mensen iets kunnen winnen, maar vooral omdat ze er weer even bewust van worden waarom die regels er eigenlijk zijn.”
De gemeente Alkmaar werkt mee aan een bijeenkomst van Bagels & Beans in het stadhuis om een nieuwe franchisenemer te vinden voor een nieuwe vestiging in de Alkmaarse binnenstad. De koffieketen organiseert later deze maand een open huis voor geïnteresseerde ondernemers. De betrokkenheid van de gemeente roept vragen op over de grens tussen binnenstadsbeleid en overheidssteun voor een landelijke franchiseformule.
Bagels & Beans wil terugkeren naar Alkmaar in een pand op de hoek van de Langestraat en Houttil. Volgens Laura Boon, manager groei en expansie van de franchiseformule, wordt al ruim een half jaar gezocht naar een geschikte ondernemer voor de locatie.
“Twee keer leek het bijna rond, maar kandidaten haakten uiteindelijk af om persoonlijke redenen,” zegt Boon tegen Streekstad Centraal.
Tot eind 2023 zat Bagels & Beans in de Koorstraat. Volgens Boon sloot die locatie niet langer aan bij het concept van de keten. “Het pand was relatief klein, had weinig daglicht en geen terras. Onze ervaring is dat Bagels & Beans het beste werkt op A-locaties met meer ruimte, meer daglicht, een terras en meer reuring,” aldus Boon.
Toen de franchisenemer na 15 jaar het contract niet wilde verlengen, zegde Bagels en Beans de huur op. Daarna werd gekozen voor een nieuw pand aan de Langestraat/Houttil. Dat pand wordt gehuurd van vastgoedpartij Segesta. (tekst gaat verder onder de foto)
Bagels en Beans zegt op A-locaties met veel reuring en een terras het beste te renderen. (foto: aangeleverd)
Op 20 mei organiseert Bagels & Beans een open huis voor potentiële franchisenemers. De bijeenkomst begint in het Alkmaarse stadhuis. Volgens Boon is het te danken aan de betrokkenheid van de centrummanagers bij de organisatie. Dat zijn binnenstadsregisseur Denise Seidenstiker en centrummanager Karin Kalverboer. De eerste heeft een achtergrond in de retail, de ander in de Alkmaarse horeca.
“De centrummanagers houden zich voor de gemeente bezig met het aantrekkelijk maken van de binnenstad. Zij zien ook dat het ons moeite kost om een franchisenemer te vinden voor deze locatie, en omdat zij een rol hebben om leegstand te bestrijden, is gekeken wat we samen konden doen,” zegt zij.
Tijdens de bijeenkomst geeft het binnenstadsteam van de gemeente uitleg over ontwikkelingen in het centrumgebied. Daarna volgt een bezoek aan het horecapand.
De gemeente bevestigt de betrokkenheid bij de bijeenkomst. In een schriftelijke reactie laat Alkmaar weten dat de samenwerking past binnen het Convenant Binnenstadsmanagement. (tekst gaat verder onder de foto)
De gemeente stelt het stadhuis ter beschikking aan Bagels & Beans voor een open huis om een franchisenemer te vinden voor de locatie Langestraat / Houttil. (foto: Streekstad Centraal)
“De gemeente werkt samen met ondernemers en vastgoedeigenaren om de binnenstad aantrekkelijk te houden en leegstand te voorkomen of te verminderen,” schrijft de gemeente.
Volgens Alkmaar is geen sprake van verhuur van het stadhuis. De gemeente stelt alleen een ruimte beschikbaar voor de ontvangst en verzorgt koffie en thee.
Opvallend is dat het stadhuis normaal gesproken niet beschikbaar is voor het huren van vergader- of feestruimtes door ondernemers of inwoners.
De betrokkenheid van de gemeente bij de zoektocht naar een franchisenemer roept tegelijkertijd vragen op. Gemeenten spelen vaker een actieve rol bij het tegengaan van leegstand en het versterken van winkelgebieden. Toch kan samenwerking met één specifieke commerciële formule gevoelig liggen, zeker wanneer een bijeenkomst plaatsvindt in het stadhuis zelf.
Daarbij speelt ook de vraag of het stadhuis en deze ondersteuning ook beschikbaar zijn voor andere ondernemers, winkelconcepten of vastgoedeigenaren met leegstand in de binnenstad. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar zegt in een convenant te hebben toegezegd om te helpen om leegstand te bestrijden van winkelpanden in de Alkmaarse binnenstad. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse binnenstad kent al een groot aanbod aan koffiezaken, lunchrooms en horecaconcepten. De keuze om juist een bijeenkomst van Bagels & Beans te faciliteren kan daarom de indruk wekken dat de gemeente actiever betrokken is bij deze vestiging dan bij andere commerciële initiatieven, zoals het versterken van de binnenstad met unieke winkelformules die elders niet bestaan.
Volgens de gemeente draait de samenwerking om het voorkomen van leegstand en het aantrekkelijk houden van de binnenstad. “Dat past bij de inzet van de gemeente om leegstand in de binnenstad tegen te gaan.”
Tegelijkertijd gaat het ook om een commerciële zoektocht naar een ondernemer voor een pand van een private verhuurder. Juist daarom is transparantie over de rol van de gemeente van belang, zeggen deskundigen vaker in discussies over binnenstadsbeleid en publiek-private samenwerking.
De vraag hoe ver faciliteren moet gaan en wanneer dit doorschiet, zal daardoor waarschijnlijk vaker terugkomen nu gemeenten steeds intensiever willen samenwerken met ondernemers en vastgoedeigenaren in binnensteden.
Bergen aan Zee, Egmond aan Zee, of toch Hargen: ieder zijn voorkeur, maar schoon is het zeker. De stranden van Camperduin tot en met Castricum hebben namelijk weer de Blauwe Vlag gekregen. Die vlag symboliseert het internationale keurmerk voor veilige, schone en goed onderhouden stranden.
De gemeenten Castricum en Bergen zijn tevreden met deze score. Het laat goed zien dat de aandacht die uitgaat naar schone stranden ook wat oplevert. “Het is mooi om te zien hoe de gezamenlijke inzet van gemeente, inwoners en ondernemers voor onze stranden opnieuw wordt erkend”, reageren wethouder Marco Wiesehahn van Bergen en wethouder Roel Beems van Castricum.
Ook naburige stranden in Heemskerk en Petten mogen het blauw weer laten wapperen. Toch is zo’n blauwe vlag geen vanzelfsprekendheid, zien de wethouders. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens een feestelijke bijeenkomst in Hoorn werden blauwe én groene vlaggen uitgereikt (foto: aangeleverd)
Ze noemen de vlag voor schone stranden daarom ‘het resultaat van voortdurende toewijding’. Al kunnen ook externe factoren een rol spelen. De kwaliteit van het zwemwater kan natuurlijk ook door invloeden van ver buiten de gemeente verslechteren.
Dat speelt mogelijk bij de stranden verder noordelijk. In Callantsoog en Sint-Maartenszee, toch geliefde badplaatsen, werd geen Blauwe Vlag uitgereikt omdat de waterkwaliteit er onvoldoende is.
Een extra blijk van waardering was er dan juist weer voor Camperduin. Dat strand ontving ook de Groene Vlag voor de bijzondere natuurbeleving van dit strand met zijn lagune. Ook jachthavens kunnen de Blauwe Vlag krijgen en dat was het geval in Uitgeest en Akersloot.
De Blauwe Vlag wordt sinds de jaren 80 elk jaar uitgereikt door de Stichting Keurmerk Milieu, Veiligheid en Kwaliteit (KMVK). Zo kunnen ‘badgasten’ zeker zijn van schone stranden met goede waterkwaliteit – en zo dus ook veilige en schone jachthavens.
Het is best leuk wonen, tót het ‘meeuwenseizoen’ begint. Dat was de conclusie van een nieuwe buurman van Peter Schrijver uit de Huygenhoek in Heerhugowaard. Hij kan niet anders dan het ermee eens zijn. Door het gekrijs kan hij niet eens bellen in zijn achtertuin. “Wat een herrie, jongen! We hebben alles al geprobeerd.”
Hij is geen vogelhater, nuanceert de goedlachse Schrijver. Ze hoeven die meeuwen ook niet af te schieten van hem. Maar hij zou wel willen dat de gemeente íéts deed. Daar heeft hij ook best ideeën voor. “Maar als ik dat in Fixi zet, krijg ik precies hetzelfde antwoord als mijn buurvrouw. Daar zit iemand heel makkelijk geld te verdienen. Gewoon copy, paste. Verder doen ze niks.”
Schrijver woont al jaren in de wijk, die grenst aan de Stad van de Zon. In het verleden zag hij ook wel eens een meeuw, maar de overlast van nu is toch iets van de laatste jaren. “Ik las dat ze in Alkmaar ook overlast hadden en ze daar toch voor een deel hebben verjaagd. Zijn ze hierheen gekomen, vraag ik me af.” (tekst gaat door onder de foto)
Deze meeuw is ingeburgerd in Alkmaar, maar zijn soortgenoten voelen zich duidelijk ook thuis in Heerhugowaard (foto: Streekstad Centraal)
Dat meeuwen angstaanjagend kunnen zijn, dat had Schrijver jaren eerder al eens ervaren. “Ik moest voor werk in het gebouw van de Waerdse Tempel zijn, hier vlakbij. Die stond toen al even leeg. Daar waren meeuwen de baas, die vonden ons daar indringers. Ze vielen echt aan.”
Toen kon hij niet bevroeden dat hij dat tafereel nog talloze keren mee zou moeten maken – in zijn eigen straat. “Het is hier fifty-fifty, zou ik zeggen. De meeuwen verjagen ons, wij verjagen de meeuwen. We hebben al netten gespannen, pinnen geplaatst. Mensen ruimen hun afval op. Maar de meeuwen blijven komen. Mijn kat is ook aangevallen, dus nee, een kat helpt ook niet.” (tekst gaat door onder de foto)
De Stad van de Zon: veel water, veel platte danken, voldoende beschutting. Meeuwen zijn er duidelijk dol op. (foto: gemeente Dijk en Waard)
De app Fixi gaf hem en andere buren de moed om de kwestie aan de gemeente Dijk en Waard voor te leggen. Die zou toch over meer middelen moeten beschikken om de overlast tegen te gaan, redeneerde hij. “Ze kunnen de meeuwen met een roofvogel verjagen, dat doen ze op andere plekken ook. En op Schiphol schijnen ze met een angstschreeuw van een meeuw die ze afspelen meeuwen weg te jagen.”
Hij wijst ook op de grijze bakken, waar restafval in gaat. “Die komen ze nu één keer in de vier weken legen. In het broedseizoen van de meeuwen zouden ze dat toch best vaker kunnen doen, toch? Nu staan die bakken open langs de straat en eten de meeuwen ervan…” (tekst gaat door onder de foto)
Restafval is een grote trekker voor meeuwen, maar lastig te voorkomen (foto: Betty Zijlstra)
Oplossingen genoeg – maar voorlopig krijgen Schrijver en zijn buren dus nul op het rekest. Ook Streekstad Centraal stelde vragen aan de gemeente Dijk en Waard, die inwoners weliswaar de kans geeft om verzoeken in te dienen, maar kennelijk zonder dat daar serieus op wordt gereageerd. Waarom dan toch deze pagina, was onze vraag.
“Nou, bij mij duurde het een week voor ik wat hoorde”, wenst Schrijver de omroep succes toe. De ervaring van Streekstad Centraal is dat het meestal aanzienlijk sneller gaat, maar specifiek in dit geval wachten ook wij nog op antwoord.
Voor Schrijver voelt het als een teleurstelling. “Ik ben inmiddels een halve meeuwenexpert geworden joh. We denken graag mee over oplossingen. Maar er wordt gewoon niet op ingegaan. Tja, dan moet je maar hopen dat die meeuwen ook dat hantavirus krijgen of zo… We maken er een grap van, maar het is echt verschrikkelijk om hierin te zitten.” (hoofdfoto: Pixabay)
Het voormalige clubhuis van de Hells Angels aan de Kanaalweg 11a in Heiloo is afgelopen weekend gekraakt door een groep jongeren. De krakers zeggen uit nood te handelen vanwege het grote tekort aan betaalbare woningen. Burgemeester Mascha ten Bruggencate heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie. De gemeente beraadt zich nog op vervolgstappen.
Volgens de krakers bestaat hun groep uit een aantal jongeren in de leeftijd van 20 tot 35 jaar uit onder meer Alkmaar, Heiloo en omliggende gemeenten. Veel van hen wonen nog thuis, wonen in een camper of verblijven tijdelijk bij vrienden.
“We hebben nog geen naam, maar misschien noemen we het hier wel het mierennest”, vertelt een van de krakers als Streekstad Centraal poolshoogte komt nemen. Het terrein ziet er keurig opgeruimd uit. “Het zag er binnen nog goed uit. We hebben het opgeruimd en onze spullen erheen verhuisd. Buiten hebben we de afgelopen dagen veel onkruid verwijderd uit de tegels, gesnoeid en alles netjes gemaakt.”
Hij wijst op de zwarte vlag met de afbeelding van een mierenkop, die ze in de vlaggenmast hebben opgehangen. “De mier is een symbool voor saamhorigheid en samenwerken”, legt hij uit. “Een mier alleen stelt weinig voor, maar samen kun je iets opbouwen. Dat past wel bij waarom we hier zitten.” (tekst gaat verder onder de foto)
De jongeren laten een zwarte vlag met een mierenkop wapperen boven het oude clubhuis van de motorclub, waar ze hebben schoongemaakt en veel onkruid is verwijderd. (foto: Streekstad Centraal)
Een kraker vertelt dat hij door de wooncrisis al jaren in een camper woont. “Mijn wegenbelasting is al hoger dan wat veel ouderen maandelijks betalen die al 20 of 30 jaar een koophuis hebben. Dat is niet eerlijk”, stelt hij. “Ik sta al jaren ingeschreven voor sociale huurwoningen, maar met ons salaris kunnen we zo’n huur gewoon niet betalen”, vertelt een andere kraker.
Een jongere vrouwelijke kraakster bevestigt dat meteen. “Ik woonde nog bij mijn ouders. Dit pand staat al heel lang leeg. Wij willen gewoon een plek om te wonen en om mooie dingen te maken. We zijn creatievelingen en we hebben atelierruimte nodig. Dit pand voldoet prima. Samen willen we hier mooie dingen voor elkaar krijgen.”
De jongeren weten nog niet hoe het verder gaat. Als de gemeente hen met rust laat, hebben ze vergezichten van een ontmoetingsplek voor de buurt en een culturele hotspot “waar leuke activiteiten worden georganiseerd.”
Ondertussen komt een andere jonge kraker terug van boodschappen doen. Hij rijdt op een Tomos, de makkelijk op te voeren brommers met een enorme populariteit in de jaren 80 en 90. “Ja, dat is wel wat anders dan de Harley Davidsons van de vorige bewoners”, grapt hij als hij de blik van de verslaggever op zijn brommer ziet. (tekst gaat verder onder de foto)
De krakers hadden donderdagmiddag nog niks van de gemeente gehoord. (foto: Streekstad Centraal)
De jongeren zeggen dat zij hun actie zelf hebben gemeld bij de politie. Daarbij verwezen zij naar het begrip “huisvrede”: een term die afkomstig is uit de oude kraakpraktijk. Daarmee bedoelen zij dat het pand feitelijk bewoond wordt en dat zij de politie daarvan op de hoogte hebben gesteld. Dat geeft hen geen wettelijk recht op bewoning, maar wordt door krakers vaker gebruikt als onderdeel van een juridische strategie tegen ontruiming.
De gemeente Heiloo bevestigde maandag in een korte verklaring dat het pand gekraakt is.
“Sinds afgelopen weekend is een pand aan de Kanaalweg 11a in Heiloo gekraakt. De burgemeester heeft hiervan aangifte gedaan. De gemeente oriënteert zich op de te nemen vervolgstappen”, aldus een woordvoerder. (tekst gaat verder onder de foto)
Bordjes met de waarschuwing voor videobewaking schrokken de jongeren niet af om het oude clubhuis van de motorclub te kraken. (foto: Streekstad Centraal)
Het pand aan de Kanaalweg kent een roerige voorgeschiedenis. Het terrein werd sinds begin jaren negentig gebruikt door motorclub Compañeros Motorcycle Club (CMC). Volgens de gemeente en justitie was die club gelieerd aan de verboden motorclub Hells Angels.
In 2019 liet de gemeente het clubhuis sluiten nadat uit bestuurlijke rapportages van onder meer politie en justitie zou zijn gebleken dat er een chapter van de Hells Angels actief was. De letters HAMC op het gebouw zouden volgens de motorclub staan voor “Heiloose Auto en Motor Club”, maar rechters vonden die uitleg niet geloofwaardig.
De gemeente beëindigde daarop de huur- en opstalovereenkomst. Dat leidde tot jarenlange juridische procedures tussen de gemeente en de motorclub. In 2021 bepaalde de kantonrechter dat het terrein definitief ontruimd moest worden. Later stelde ook het gerechtshof de gemeente in het gelijk.
Sindsdien stond het terrein grotendeels leeg. Omwonenden en voorbijgangers spraken de afgelopen jaren geregeld over een vervallen en verlaten indruk van het voormalige clubhuis langs de A9.
Hoe snel de gemeente tot ontruiming overgaat, is nog niet duidelijk. De jongeren zeggen voorlopig te blijven zolang zij niets van de gemeente of politie horen.
Alkmaar en de omliggende dorpen staan zondag in het teken van een bijzonder eerbetoon aan de bevrijding. Met een grote tocht van honderd geallieerde militaire voertuigen wordt herdacht hoe Canadese troepen op 8 mei 1945 de stad binnenreden. De colonne rijdt door onder meer Egmond aan Zee, Castricum, Heiloo en Alkmaar.
De organisatie van het evenement, Alkmaar Bevrijd, werkt al ruim een jaar aan de voorbereidingen. Volgens organisator Nick Obdam komt daar veel bij kijken. “We kijken er ontzettend naar uit”, vertelt hij tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Er komt veel bij kijken, van het sturen van bewonersbrieven tot het regelen van vergunningen en verzekeringen. Dat doen we gelukkig met een hele club vrijwilligers.” (tekst gaat verder onder de foto)
Nick Obdam, organisator van Alkmaar Bevrijd, hoopt dat de militaire voertuigen feestelijk worden begroet langs de route. (foto: NH)
Oude militaire voertuigen kunnen meestal rekenen op veel sympathie. En eisen het nodige aan onderhoud. Een belangrijk deel van de voorbereidingen gebeurt in de garage van Bob Leguit in Schoorl. Samen met zijn vader restaureert hij historische militaire voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog. De komende dagen wordt er hard gewerkt om alle voertuigen rijklaar te krijgen voor de optocht. “Het is rijdend erfgoed en daarom is het ook zo mooi om ermee te werken. Je houdt de geschiedenis levend”, vertelt Leguit.
Volgens de organisatie is het de eerste keer dat er in de kop van Noord-Holland zo’n grote bevrijdingsoptocht plaatsvindt. Dat maakt het evenement extra bijzonder voor de deelnemers. “Normaal moeten we er heel ver voor rijden, maar nu is het een thuiswedstrijd. We merken ook dat er behoefte aan is. We dachten eerst dat we de honderd voertuigen niet zouden halen, maar binnen 1,5 week zaten we vol. Dit wordt echt een belevenis.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bob Leguit sleutelt het hele jaar door aan de historische voertuigen om ze in rijdende staat te houden. (foto: NH)
De tocht begint zondag op het evenemententerrein in Alkmaar. Daarna rijdt de colonne via Egmond aan Zee, Egmond-Binnen, Castricum en Heiloo terug naar Alkmaar. Op het Canadaplein volgt later op de dag een officieel programma met muziek, burgemeester Schouten en de Canadese ambassadeur.
Langs de route hoopt de organisatie op veel publiek en vlaggen. “We gaan geen soldaatje spelen, maar we willen de mensen wel het gevoel geven hoe het toen gegaan is. Dat is vooral belangrijk voor de jeugd, want het besef over de Tweede Wereldoorlog wordt steeds minder.”
Het programma en de route langs Egmond, Castricum, Heiloo en Alkmaar is hier te vinden. (Hoofdfoto: bewerking van foto van Jonker Fotografie, Egmond)
De school is net uit als Streekstad Centraal een kijkje gaat nemen bij een opvallende nieuwe, eh… klapafsluiting aan de Munnikenweg in Alkmaar. Op het eerste gezicht lijkt het op een simpel hekje zoals je die weleens bij een supermarkt ziet, maar schijn bedriegt. Het kunststof gevaarte blijkt verrassend zwaar, klapt hard terug en zorgt inmiddels voor flink wat discussie in de buurt. “Verre van ideaal.”
Het is de eerste keer in Nederland dat dit type afsluiting op deze manier wordt toegepast. Daarmee heeft Alkmaar direct een bijzondere primeur te pakken. De klapafsluiting is geplaatst op de stoep langs de Munnikenweg. Bewoners hadden bij de gemeente aangegeven dat fietsers massaal over de stoep reden. En zo hoort het natuurlijk niet, maar het alternatief is vaak een hobbelritje over de klassieke kinderkopjes. Maar of deze oplossing als iets positiefs wordt gezien is nog maar de vraag.
Een overbuurman, die in zijn tuin aan het werk is, zag de paal met het klaphekje kort geleden verschijnen. “Het was me inderdaad al opgevallen dat er sinds een tijdje ineens een paaltje staat daar”, vertelt hij. “Het is er denk ik geplaatst om ervoor te zorgen dat de fietsers die in de richting van de school fietsen niet meer op de stoep kunnen fietsen.” Ook volgens hem gebeurt dat regelmatig. (tekst gaat door onder de foto)
Bewoners van de Munnikenweg in Alkmaar deden melding van overlast van fietsers bij de gemeente, waarnaar het ‘klaphekje’ geplaatst is. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik kan me voorstellen dat de mensen die daar wonen het vervelend vinden dat er telkens fietsen over de stoep langs scheuren. Ik denk dat de buren daarom de gemeente hebben gevraagd er iets aan te doen, maar hoe dat allemaal gegaan is weet ik niet.”
Dat de afsluiting niet alleen fietsers tegenhoudt, blijkt al snel wanneer een vader met zijn dochter en een kinderwagen langsloopt. Hij wil best meewerken aan een kleine test. “Even experimenteren? Ja hoor daar werk ik wel aan mee.” Wat volgt oogt allesbehalve soepel. Met één hand probeert hij de kinderwagen onder controle te houden, terwijl hij met de andere hand het zware hekje probeert open te duwen.
Ondertussen moet ook zijn dochter veilig langs het draaiende deel zien te komen. “Zo, dat is best zwaar”, klinkt het direct. Het kost zichtbaar moeite om het hek open te krijgen. Zodra het losgelaten wordt, klapt het met flinke snelheid terug. “Makkelijk is anders, en zeker omdat hij zo zwaar en hard terugklapt is het in mijn ogen echt gevaarlijk”, zegt de vader. “Ik snap de gedachtegang van het weren van de fietsen, maar dit moet anders kunnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Na het hekje geopend te hebben kan het dochtertje van de man ook veilig passeren. (foto: Streekstad Centraal)
Niet veel later loopt een moeder langs met een kinderwagen en een zoontje op de fiets. Ook zij begrijpt de maatregel, maar zet dezelfde vraagtekens bij de uitvoering. “Dit is toch hartstikke gevaarlijk?”, vraagt ze zich af. “Ik had het hekje eerder al gezien, maar ik snapte nooit waarom dat er staat.”
De reden begrijpt ze wel zodra ze hoort dat fietsers de klinkers – de ‘kinderkopjes’ – van de Munnikenweg proberen te vermijden. “Ja, dat fietst natuurlijk helemaal niet lekker”, zegt ze. “Maar ik snap dat op de stoep fietsen niet de bedoeling is. Alleen verderop hebben ze het anders opgelost. Waarom doen ze dat hier niet dan?”
Die vraag kan Piet Pieters die ook aan de bewuste weg woont wel beantwoorden. Volgens hem was een slingerhek, zoals verderop in de wijk staat, hier simpelweg geen optie. “De stoep is hier te smal voor zo’n slingerhek, daar zijn vijf tegels voor nodig en die heb je hier niet. Daarom is deze paal neergezet.”
Piet vertelt dat het hek is geplaatst na klachten uit de buurt. “Fietsers nemen hier vaak de stoep in plaats van de weg, en hiermee probeert de gemeente ze tegen te houden.” Of dat lukt? Volgens Piet maar gedeeltelijk. “Ze fietsen vanaf het begin van de straat tot aan het hekje en gaan daar pas de stoep af. Dus alleen mijn buurman heeft er echt wat aan”, zegt hij lachend. (tekst gaat door onder de foto)
De ‘kinderkopjes’ van de Munnikenweg fietsen niet lekker. En de auto’s staan gedeeltelijk op de gele fietsstrook geparkeerd. Dus wordt door fietsers vaak voor de stoep gekozen. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens het gesprek rijdt opnieuw een fietser over de stoep. Pas op het laatste moment wijkt de man uit naar de weg. “Zie je, dit bedoel ik dus.” Volgens Piet schuilt er ondertussen een ander probleem in de constructie. “Als er kinderen lopen die niet doorhebben dat er iemand achter ze loopt, dan kan het zomaar gebeuren dat hij tegen iemand aanklapt. En dat is hartstikke gevaarlijk.”
Ook ouders met kinderwagens of jonge kinderen moeten volgens hem goed opletten. “Het is gewoon niet ideaal. Je moet echt bij de punt duwen om hem nog een beetje normaal open te krijgen, dus daar moet de gemeente echt iets aan doen.”
Een vrouw die haar hond uitlaat, deelt die mening. “Ik kreeg hem eerst niet eens open”, vertelt ze. “Je moet echt hard duwen voordat er ook maar iets van beweging in komt. Dat is niet echt handig. Misschien moeten ze daar maar snel iets aan doen.”
De afsluiting aan de Munnikenweg lijkt daarmee voorlopig vooral voor discussie te zorgen. Volgens omwonenden gaat het om een pilot en is het de eerste keer dat dit type afsluiting in Nederland op deze manier wordt toegepast. Of de proef succesvol is, daar verschillen de meningen in de straat nog flink over.