Mary Borsato en haar bruidswinkel ‘De Witte Markies’ zijn een begrip in Alkmaar en omstreken. Alweer 47 jaren runt ze haar winkel met liefde en passie voor haar vak. Maar ja, dat zijn toch al heel veel jaren ondernemerschap en bovendien is Mary inmiddels 80 jaar oud. Ze vindt het mooi geweest en sluit eind dit jaar definitief de deuren.
“Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van de winkel en van het werk dat ik met zoveel liefde heb gedaan”, laat Mary Borsato via sociale media weten. “Het is een voorrecht geweest om in al die jaren zoveel bruiden te mogen helpen aan de perfecte japon voor hun trouwdag. Maar het is nu tijd om meer momenten door te brengen met mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen en te genieten van de rust.”
Bij Mary Borsato gaat het niet alleen om het verkopen van bruidsjurken. Toen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, haar in 2021 tijdens de corona lockdown sprak, bleek dat eens te meer. Ze deed niet aan online verkoop en huisbezoeken. Naast dat het erg onpraktisch is – soms krijgt ze verkeerde maten en ze kan slechts een beperkte selectie meenemen – wil Mary de volledige ervaring bieden. “Voor minder ga ik echt niet open.”
Bruiden moeten lekker op hun gemak de collectie kunnen bekijken en kunnen passen. Soms gebeurt het dat een klant uiteindelijk, na wat suggesties, een hele andere jurk koopt dan ze in gedachten had. “Het kopen is een ervaring op zich; daar komt zó veel bij kijken. Vaak moet er nog het een en ander worden versteld voordat het goed voelt en lekker zit. Je mist zo de sfeer, de ambiance en het vakmanschap.”
Nog een klein half jaar, dan is het echt voorbij: op woensdag 31 december is De Witte Markies voor het laatst open. (foto: NH Nieuws)
Het levert groene stroom op en het ecosysteem op zee gaat er alleen maar op vooruit. Allard van Hoeken is razend enthousiast over het nieuwe drijvende zonnepark dat volgende maand voor de kust van Egmond komt te liggen. Het is een wereldprimeur en de proef zal zich nog moeten bewijzen, maar Allard, de bedenker van het drijvende zonnepark, heeft er alle vertrouwen in: “Dit is het eerste offshore zonnepark ter wereld dat tussen windturbines komt te drijven.”
Tien jaar geleden begon de bedenker met zijn initiatief. Na een kleine proef bij Scheveningen ligt nu het eerste productieveld in de Amsterdamse haven, klaar om versleept te worden naar zee. Volgende maand gaat het in zijn geheel – een klein voetbalveld – via de zeesluis van IJmuiden naar het windmolenpark voor de kust van Egmond. “De panelen passen precies in de sluis bij IJmuiden. Dat wordt wel spectaculair.”
Windparken nemen al een hoge vlucht op zee. Nieuw is om tussen de windturbines zonnepanelen te plaatsen. Uit de proef bij Scheveningen blijkt dat het goed mogelijk is: “”Het heeft ruige stormen, ook Eunice en Corrie met gigantische golven, doorstaan. Door laag op het water te blijven met de panelen verdeel je namelijk de krachten, net als bij een waterlelieblad. Vandaar ook de naam van dit project: Nymphaea Aurora.” (tekst gaat verder onder de foto)
De aan elkaar geschakelde zonnepanelen breken niet, doordat ze met flexibele koppelingen met elkaar zijn verbonden. (foto: NH/ Anne Klijnstra)
Vanaf het Egmondse strand is het drijvend zonnepark niet te zien, daarvoor ligt het te ver weg. Het park komt 18 kilometer uit de Egmondse kust te liggen, tussen de windturbines van het windpark Hollandse Kust Noord. “De honderden panelen zijn met flexibele koppelingen verbonden. Ze deinen op het water als een soort matras. Breken doen ze daarom niet.”
Het zonnepark is een klein voetbalveld groot, genoeg voor een halve megawatt energie. Dat staat gelijk aan het stroomverbruik van circa 180 huishoudens. Maar volgens Allard is er naast groene stroom meer te winnen met zijn concept.
“Het idee is namelijk ook ontstaan vanuit ruimtegebruik”, vertelt de bedenker aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Er staan nu windfarms gepland die twintig procent van de Noordzee beslaan. Door zonnevelden ertussen te leggen, kun je mogelijk dezelfde energie opwekken met maar vijf tot tien procent van de ruimte.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het drijvende zonnepark ligt klaar in de Amsterdamse haven. (foto: Oceans of Energy)
De natuur krijgt volgens Allard een enorme impuls van het zonnepark. “De panelen zijn een soort vlotten en daar zit vis graag onder, net als bij steigers. Dit worden veilige havens, een soort kraamkamers voor ze. Maar ook mosselen kunnen aan de onderkant groeien en bij stormen vallen die op de zeebodem waardoor natuurlijke riffen ontstaan. Zo ontstaat er een heel ecosysteem onder.”
Het project wordt al jaren gevolgd door onderzoeksinstellingen zoals het NIOZ, Deltares en Wageningen Universiteit. “We verwachten meer biodiversiteit in plaats van minder. En 99 procent van de Nederlandse Noordzee blijft gewoon beschikbaar voor visserij.”
En de panelen blijken ook een rustplaats voor vogels tijdens de vogeltrek. “Ze landen soms even, zagen we bij de test bij Scheveningen, maar bij ruwe zee vliegen ze weer weg. Nesten bouwen ze er niet; het is daarvoor te onrustig en te spetterig.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het drijvend zonnepark past precies in de grootste sluis bij IJmuiden. (foto: aangeleverd)
Het eerste jaar wordt alles eerst nog goed getest. “De proef is geslaagd als het park heel blijft én voldoende stroom levert, vergelijkbaar met panelen op land. Voor onze klant Crosswind (een samenwerking tussen Shell en Eneco) is dat het belangrijkste.”
Allard kijkt ondertussen al verder vooruit: “We willen eerst uitbreiden naar 15 megawatt, en uiteindelijk naar 1000. Zelfs dan gebruiken we nog maar vijf procent van de ruimte in het windpark. En we willen internationaal groeien en bouwen daarom ook een nieuwe fabriek in Amsterdam.”
In een praktijkruimte op de Hogeschool Inholland in Alkmaar krijgt een opvallend blauw figuurtje steeds meer vorm. Met bewegende oren, een scherm als buik en een aaibare uitstraling is zorgrobot Isha allesbehalve een standaard machine. Maar vergis je niet: achter dat vriendelijke uiterlijk schuilt een serieuze missie – het ondersteunen van patiënten bij hun revalidatie thuis.
Het idee voor deze innovatieve zorgassistent ontstond tijdens een toevallig gesprek. Margo van Kemenade, lector Robotica bij Hogeschool Inholland in Alkmaar, raakte aan de praat met een fysiotherapeut die gefrustreerd was over het beperkte herstel van zijn oudere patiënten. “Hij vertelde me dat ze het nut er niet meer van inzien op hun leeftijd. Maar als ze hun oefeningen wel doen, dan kunnen ze echt nog wat van hun leven maken”, vertelt Kemenade. Die observatie vormde het begin voor wat uiteindelijk robot Isha zou worden.
De vergrijzing en het toenemende personeelstekort zetten de zorgsector onder druk. Een deel van de oplossing ligt volgens Kemenade in technologie. “Techniek kan daar aan bijdragen en robots en robotica kunnen de zorg ook menselijker maken.”
Dat klinkt misschien gek, geeft Kemenade zelf toe. “Maar ik bedoel daarmee dat robots het vervelende, saaie of zware werk kunnen doen waardoor een zorgverlener de tijd heeft om een arm om iemand heen te slaan. Daar zit ook heel veel gezondheidswinst in.” (tekst gaat door onder de foto)
Margo van Kemenade is trots op hoe het tot nu toe gaat met het ontwerpen van robot Isha. (foto: NH Nieuws)
Isha is niet zomaar een project: studenten uit diverse studierichtingen werken er al twee jaar intensief aan. In samenwerking met zorgorganisatie Omring wordt de robot stap voor stap ontwikkeld en getest. Elektrotechniekstudent Damian Brandsen is bijvoorbeeld bezig met het verbeteren van de mobiliteit van de robot. “Ik ga zorgen dat Isha ook op een accu werkt. Dan ben je niet afhankelijk van een stopcontact.”
De volledige ontwikkeling – van het 3D-geprinte ontwerp tot de interne elektronica – vindt plaats binnen de muren van de hogeschool. Dat is een bewuste keuze, legt Damian uit aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal: “Daarmee houden we de controle over de complete techniek en zijn we niet afhankelijk van andere partijen.”
Ook Margo hecht veel waarde aan die zelfstandigheid, met een duidelijk doel voor ogen: “Ik wil dat Isha wel betaalbaar blijft, zodat ook zelfstandige fysiotherapeuten de robot kunnen aanschaffen om uit te lenen aan hun patiënten. Wij zijn een hogeschool en willen een bijdrage leveren aan het oplossen van actuele vraagstukken. Wij zijn geen commerciële partij en produceren natuurlijk geen robots. Maar wat mij betreft kost Isha straks niet meer dan 6.000 euro.” (tekst gaat door onder de foto)
Elektrotechniekstudent Damian is druk bezig met het verbeteren van Isha, door de robot niet meer afhankelijk te laten zijn van een stroomaansluiting. (foto: NH Nieuws)
De ontwikkeling gaat inmiddels een nieuwe fase in. De robot wordt getraind om emoties te herkennen en pijnsignalen te begrijpen. Binnenkort volgt de testperiode bij fysiotherapeuten. Als alles volgens planning verloopt, kan Isha over drie jaar echt worden ingezet in de zorg. Toch is er nog één grote horde te nemen. “De grootste uitdaging is de acceptatie vanuit zorgmedewerkers en de wet- en regelgeving voor medische hulpmiddelen geldt,” stelt Margo.
Voor Margo blijft het niet bij Isha alleen. In haar hoofd borrelt al een nieuw idee: een robot tegen eenzaamheid. “Ik heb gemerkt hoe diep eenzaamheid ingrijpt in het leven van oudere mensen, ook hier in de regio. Samen met de studenten wil ik daarom robotjes maken die de eenzaamheid kunnen verlichten; die bijvoorbeeld ouderen stimuleren iets te ondernemen en ze in verbinding met elkaar kunnen brengen.”
Het doek is gevallen voor de enige supermarkt van Koedijk. Maandag 30 juni opende en sloot de buurtsuper aan de Saskerstraat voor de allerlaatste keer de deuren. Ondanks een petitie met 1.500 handtekeningen, bezorgde buurtbewoners en een doorstartpoging van laatste strohalm Johan de Klerk, bleek sluiting onvermijdelijk. Voor inwoners voelt het als het verlies van het kloppend hart van het dorp.
Om 18:00 uur verlaten de laatste teleurgestelde klanten de winkel. De sluiting is het gevolg van het feit dat het filiaal niet meer voldoet aan de interne eisen van Lidl Nederland. Volgens Lidl. Volgens filiaalmanager Johan, kon de supermarkt op deze locatie niet langer voldoen aan de wensen van de klant. “We begrijpen dat dit pijn doet in het dorp. Maar dit filiaal past helaas niet meer binnen onze formule.” Wat die klantenwensen dan precies zijn blijft onduidelijk. Waarschijnlijk waren de Koedijkers best blij geweest met het openblijven van de supermarkt in de huidige vorm. (tekst loopt door onder de foto)
Supermarkt manager Johan in de al vrijwel lege Lidl (foto: Streekstad Centraal)
Voor Koedijker Johan de Klerk blijft het moeilijk te accepteren. Hij richtte Stichting Behoud Buurtsuper Koedijk op, voerde gesprekken met buurtbewoners en betrokken partijen en presenteerde alternatieven. “We wilden laten zien hoe groot de behoefte is aan een supermarkt in Koedijk, maar het Nederlandse hoofdkantoor van de Duitse supermarktketen hield vast aan het besluit. Het voelde alsof we met de rug tegen de muur stonden,” zegt hij teleurgesteld tegen Streekstad Centraal.
Volgens De Klerk – die al 35 jaar in Koedijk woont – was de buurtsuper veel meer dan alleen een plek om boodschappen te doen. “Met het sluiten van deze supermarkt verliest Koedijk een stukje van zijn identiteit. Mensen kwamen ook uit omliggende dorpen als Sint Pancras en Groet. Als ik naar de supermarkt ging hing er een gemoedelijke sfeer. Je was daar geen nummer, maar werd behandeld als een gewaardeerde klant”, verzucht Johan. (tekst loopt door onder de foto)
Klanten lezen de aankondiging van de sluiting van de enige supermarkt in Koedijk. (foto: Streekstad Centraal)
De Klerk had zelfs een concreet plan om de winkel als stichting voort te zetten. “We waren serieus bereid om door te gaan met personeel en al. Maar er kwam geen beweging vanuit Lidl, de buurt of de gemeente. Zonder steun of professionele hulp red je het niet.”
Voor vaste klant Cees Dijkers (72) is het een pijnlijk afscheid. Afgelopen zaterdag deed hij zijn laatste weekboodschappen bij het filiaal. “Deze winkel hoorde bij het dorp. Je deed er je boodschappen, maar je kwam ook bekenden tegen. Even een praatje bij de broodafdeling, een grapje bij de kassa. Ik heb hier vijftien jaar lang met liefde boodschappen gedaan en nu is dat allemaal weg.” Zelf kan hij nog wel naar een andere supermarkt, maar hij maakt zich vooral zorgen over anderen. “Niet iedereen heeft een auto of kan makkelijk met het openbaar vervoer.”
Filiaalmanager Johan deelt in het sentiment. “We hebben hier jarenlang met plezier gewerkt en een sterke band opgebouwd met onze klanten. Het is jammer dat we moeten vertrekken, maar gelukkig hebben alle collega’s een nieuwe plek gevonden.” De overgebleven producten worden overgeplaatst naar andere filialen. “Hoewel we niet meer voor klanten open zijn, moeten we nog wel zorgen voor een zorgvuldige afronding. Een bedrijf is na de sluiting meteen begonnen met het inpakken van de laatste artikelen. Het pand moet leeg worden opgeleverd aan vastgoedbedrijf Baetland.” (tekst loopt door onder de foto)
De laatste klant is nog maar net de winkel uit en er wordt meteen begonnen met opruimen en ontmantelen. (foto: Streekstad Centraal)
Wat er met het pand aan de Saskerstraat gaat gebeuren, is nog onduidelijk. De gemeente Alkmaar heeft in ieder geval nog geen concrete plannen. Ondanks dat het bestemmingsplan voor de komende vijf jaar ruimte biedt voor een supermarkt, lijkt het er op dat het gebouw plaats zal maken voor appartementen.
Johan de Klerk trekt na de zomer de stekker uit het mailadres van zijn stichting. “Ik heb alles geprobeerd. Maar als de saamhorigheid ontbreekt en niemand de leiding neemt voor een doorstart, houdt het op.” Voor veel Koedijkers blijft het gevoel overheersen dat er meer verloren is gegaan dan alleen een supermarkt. Zoals Cees het zegt: “Je kunt een nieuwe winkel bouwen, maar geen gemeenschap.”
“M’n tweede thuis.” Zo noemt Edith de Albert Heijn aan de Europaboulevard in Alkmaar. Ze werkt er al bijna 34 jaar. Daardoor is ze een van de bekende gezichten voor de vaste klanten. En dinsdagochtend mocht ze de verbouwde winkel heropenen. Met een grote schaar knipte ze het lint door, waarmee de grootgrutter weer toegankelijk was voor het toegestroomde publiek.
Twaalf dagen geleden ging de winkel dicht voor een verbouwing. Alle medewerkers troffen elkaar nog een keer op een personeelsfeest, maar daarna kon ook Edith een tijdje van het mooie weer genieten. Tot afgelopen weekend. Vanaf vrijdag werd ze samen met 140 andere medewerkers ingezet om de schappen weer te vullen. “Het was alle hens aan dek. Het was echt spannend of alles op tijd klaar zou zijn voor de heropening op dinsdag. We zijn maandagavond tot heel laat doorgegaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Tientallen klanten stonden dinsdagochtend te wachten totdat de vernieuwde Albert Heijn in winkelcentrum De Mare werd heropend door medewerker Edith. (foto: aangeleverd)
Edith kwam in 1986 als scholier bij Albert Heijn werken, eerst in Heemskerk – waar ze is geboren – en later in Heiloo. “Het was een stage voor de Detailhandelsschool. Het diploma heb ik nog steeds, ik mag nog steeds mijn eigen winkeltje beginnen.” Daar heeft ze overigens geen enkele behoefte aan, want het bevalt haar prima bij de Appie: “Anderen vinden het misschien saai om zo lang bij dezelfde baas te werken, ik vind het gewoon erg leuk. Elke dag is weer een nieuw avontuur.”
Tegenwoordig woont ze in Alkmaar-Noord. Ze was vereerd toen ze werd gevraagd of zij de openingshandeling wilde doen. Edith hoefde er niet lang over na te denken. “Ik vond het wel reuze spannend, maar het viel heel erg mee. Ondanks de flinke mensenmassa die was komen opdagen voor de heropening.” (tekst gaat verder onder de foto)
De klanten van Albert Heijn XL in winkelcentrum De Mare ontdekken de nieuwe indeling van de versafdeling. (foto: aangeleverd)
Volgens Edith is het de hele dag al erg druk in de supermarkt met klanten die willen zien hoe het geworden is. Zelf vindt ze het mooi geworden. Ook supermarktmanager Bas Kaper is erg te spreken over de vernieuwde winkel, en vooral over het grotere versaanbod. Nieuw is ook de sushi-kiosk. Die biedt onder andere verse sushi en poké bowls.
Na de verbouwing zijn er nu meer zelfscankassa’s. Bij sommige zelfscankassa’s kan nu ook met contant geld worden betaald. “Klanten keken hun ogen uit. Ze zijn echt onder de indruk van al het nieuwe in onze winkel”, aldus de supermarktmanager. Volgens hem oogt de winkel nu ruimer en is de indeling overzichtelijker. (foto’s: aangeleverd)
Verse komkommers, modderige laarzen en verwonderde bezoekers: zondagmiddag opende Herenboerderij Duinstreek in Bergen haar hekken voor iedereen die wil zien hoe duurzaam en samen voedsel verbouwen er in de praktijk uitziet. Door middel van rondleidingen en kraampjes met informatie konden bezoekers meer over de herenboerderij te weten komen. “Heel leuk om hier een kijkje te kunnen nemen, ik wist niet dat het bestond!”
Tussen de rondwandelende mensen op het terrein van de boerderij staat Jorim Sint, lid van de coöperatie en zichtbaar trots op het initiatief. “Een herenboerderij is eigenlijk een coöperatieve boerderij,” legt hij uit. “Wij zijn met zo’n tweehonderd huishoudens eigenaar van dit stuk grond. We telen hier samen groente, houden dieren en delen de oogst. Alles gebeurt op een duurzame manier, zonder gif of kunstmest. En dat gaat allemaal in samenwerking met de boeren.”
Hij merkt dat het concept nog niet overal bekend is. “Op oogstdagen komen er vaak mensen langs die denken dat we een reguliere boerderij zijn en denken dat wij in ons marktkraampje ook dingen aan bezoekers verkopen. Maar we leveren alleen aan onze leden. Dan moet je echt even uitleggen hoe het werkt.” Toch ziet Jorim ook positieve kanten aan de onbekendheid van het woord ‘herenboerderij’. “Als mensen niet weten wat het inhoudt, levert dat vaak leuke gesprekken op, en soms zelfs nieuwe aanmeldingen.” (tekst gaat door onder de foto)
Jorim Smit is zelf lid van Herenboerderij Duinstreek en vindt dat de manier waarop de gewassen en dieren onderhouden worden nog altijd erg mooi om te zien. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de open dag geven leden van de coöperatie rondleidingen over het terrein. Een van hen is Monique, die met enthousiasme vertelt over wat er allemaal groeit op het land. “Hier hebben we net aardbeien gezaaid, en verderop in de kassen zullen we de komkommers en de tomaten zien,” vertelt ze terwijl bezoekers nieuwsgierig vragen stellen. “Wat mooi allemaal,” zegt een vrouw bewonderend. “Dat je van zo’n klein zaadje zoiets moois kan krijgen. Een andere bezoeker lacht: “Ik ben best jaloers, ik wil dit zelf ook bij mij op de boerderij.”
De boerderij ligt op een perceel van zo’n negentien hectare aan de Groenweg tussen Bergen en Alkmaar. “Je zou de hele oppervlakte kunnen vergelijken met zo’n 38 voetbalvelden”, legt Jorim uit. “Dus je begrijpt wel dat er heel wat handjes nodig zijn om alles goed te kunnen onderhouden. De boeren die de leden aansturen zijn parttime boeren en zijn hier dus niet altijd, waardoor de leden ook echt zelf mee kunnen helpen.” Voorheen was het allemaal erg vrijblijvend zegt Jorim. “Maar tegenwoordig is het nog steeds niet verplicht maar het wordt wel een beetje verwacht dat er meegeholpen wordt. Al is het maar een paar uur per week.”
Bij de boerderij lopen varkens, koeien en kippen, allemaal met voldoende ruimte om vrij te kunnen scharrelen. Op het terrein staan ook tunnelkassen. “De kassen zijn gebouwd door een klusteam van leden van de boerderij en zorgen ervoor dat we het teeltseizoen kunnen verlengen”, legt Monique uit. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de open dag konden bezoekers ook al even kort zien wat voor groenten er zoal verbouwd worden op de boerderij. (foto: Streekstad Centraal)
Jorim ziet dat steeds meer mensen behoefte hebben aan deze manier van leven. “Het is mooi om te zien hoe betrokken iedereen is. Je merkt dat mensen zich weer willen verbinden met waar hun eten vandaan komt.”
De herenboerderij is sinds begin 2022 actief en telt inmiddels honderden leden, samen goed voor zo’n vijfhonderd etende monden. Er is nog plek voor nieuwe deelnemers, want de coöperatie wil groeien naar een stabiele basis waarin het werk en de oogst goed verdeeld blijven.
In de schaduw van een grote boom zitten een paar bezoekers na te praten. “Ik wist niet dat dit bestond,” zegt een man. “Het voelt echt alsof je deel kunt worden van iets betekenisvols, misschien ga ik me hier meer in verdiepen en word ik zelf wel lid.”
Wat begon als een schoolopdracht, is uitgegroeid tot serieus bedrijf. De beste hbo-studentenonderneming van Nederland zelfs, en mogelijk die van Europa. Zes Inholland-studenten van de vestiging in Alkmaar leven hun ondernemersdroom nadat ze de een milieuvriendelijk alternatief voor wikkelfolie bedachten: een herbruikbare hoes. “Het zijn de vele tegenslagen die ons product zo goed hebben gemaakt.”
Aan het begin van dit schooljaar zag hun wereld er nog totaal anders uit. Inholland-studenten Luuk, Tristan, Lieselot, Thijs, Daan en Moos startten in september aan de minor ‘Innoveren en ondernemen’, waarbij ze een innovatief product moeten bedenken en vermarkten. Maar waar ze inmiddels gekroond zijn tot beste hbo-studentenondernemers in Nederland, was de weg daarnaartoe best hobbelig.
“We gingen heel direct op zoek naar problemen die we met een nieuw product zouden kunnen oplossen, maar daarin liepen we vast”, vertelt de Alkmaarse Luuk Woerden, CEO van de onderneming. “We zijn toen gaan kijken naar wat voor afval bedrijven het meest veroorzaken, Dat bleek – na karton – plastic wikkelfolie te zijn.” (tekst loopt door onder de foto)
Simpel maar succesvol: herbruikbaar een herbruikbare hoes die wikkelfolie mogelijk doet vergeten binnen de logistieke sector (foto: aangeleverd)
Het verminderen van het gebruik van plastic wikkelfolie is vrij eenvoudig, filosofeerden de studenten. Ze ontwikkelden een herbruikbare hoes die de plastic wikkelfolie moet vervangen. Blijkbaar heeft niemand daar eerder aan gedacht, dus stapten de studenten een gat in de markt. Klinkt simpel.
Toch moesten ze een lange, intensieve weg afleggen om tot het eindproduct te komen. Schaven, schaven en nog eens schaven. Maar het waren volgens de groep juíst de tegenslagen die het product zo goed hebben gemaakt. “Waar anderen zich misschien uit de weg laten slaan door tegenslagen, grepen wij ze met twee handen aan.” Vermoeiend, omdat ze steeds terug moesten naar de tekentafel, maar het is volgens Luuk de belangrijkste verklaring voor het succes van hun product.
Toen ze het schoolproject begin dit jaar afrondden, wachtte eerst de wedstrijd voor de de beste hbo-studentenonderneming van Alkmaar. Daar werden ze tweede, wat genoeg is voor een plekje op de kandidatenlijst voor de beste hbo-studentenonderneming van Nederland. Daar wist het team wél de hoofdprijs in de wacht te slapen en daarom ligt nu een nog groter podium in het verschiet: de Europese wedstrijd voor de beste studentenonderneming.
Begin juli reizen de zes studenten samen met een aantal docenten voor drie intensieve dagen af naar Athene. “We hebben een stampvol programma, ook met colleges. Een avondje uitgaan wordt lastig, want elke dag moeten we vroeg beginnen.” Toch kijken ze er ook naar uit. “De organisatie heeft ons een vijfsterrenhotel aangeboden. Dat is niet verkeerd.” (tekst loopt door onder de foto)
vlnr: Luuk Woerden, Thijs Dekker, Tristiaan de Wit, Lieselot van Veen, Moos Kaandorp en Daan de Boer uit respectievelijk Alkmaar, Limmen, Hoogkarspel, Broek op Langedijk, Alkmaar en Akersloot. (foto: aangeleverd)
Op donderdag 3 juli, in de avond, krijgen ze te horen of ze ook op het Europese podium in de prijzen vallen. Maar of ze winnen of niet, de toekomst van de onderneming zien de ondernemers-in-de-dop vol vertrouwen tegemoet. “We hebben nog maar drie klanten gehad, maar er komen nu in een rap tempo veel potentiële klanten naar ons toe”, maakt Luuk enthousiast duidelijk.
Ze gaan er van uit dat ze met hun product echt een flinke markt kunnen bedienen. “De logistieke sector is goed voor vijf procent van de Nederlandse economie. Daarnaast denk ik dat het duurzame aspect ons bedrijf een enorme boost geeft. Steeds meer bedrijven willen een groene uitstraling, en omdat er strengere regelgeving rondom plastic afval aan zit te komen, zal de vraag ook stijgen.”
De onderneming zullen ze, waar nodig naast de studie, dan ook voortzetten. “Volgens mij zit er heel veel potentieel in.”
Twaalf dagen, en daar zijn er al twee van om. Want zo gaat dat met een ‘pop-up’: die verschijnt plotsklaps en is daarna ook zomaar weer weg, om dan tóch een beetje gemist te worden. “Wat heb jij een leuke stijl!”
Zó verwelkomt de kersverse onderneemster Bo van Dijk haar klanten. Vóór de pop-up studeerde ze communicatie. Het opzetten van deze winkel past bij haar interesses, maar ook bij haar studie. Ze onderzocht het bestaande aanbod in Alkmaar en bereidde haar onderneming terdege voor.
Bo’s winkeltje aan het Fnidsen opende op woensdag 18 juni en blijft bestaan tot en met maandag 30 juni. Met als naam: ‘BAM’. Tweedehands damesmode, maar dan nét even anders dan bij de kringloopwinkels en vintagezaakjes waar Alkmaar bekend om is.(tekst gaat door onder de foto)
Bo voor haar winkeltje aan het Fnidsen. – foto: Streekstad Centraal
Wie Bo spreekt kan er niet omheen, om die ene vraag. “Je komt niet van hier zeker?” Haar zuidelijke tongval valt op en dat brengt het gesprek met Streekstad Centraal vanzelf op gang. Nee, ze komt niet uit Alkmaar, maar uit Eindhoven. En jawel: ze kwam hier voor de liefde en inmiddels is ze best gehecht geraakt aan die kaasstad ver boven de rivieren.
“Als ik hier zelf kleding shop, kom ik veel bij de kringloopwinkels”, vertelt Bo. De Kringloopboulevard is één van de troeven van winkelstad Alkmaar, waar de gemeente graag op inzet. “Daar kom ik ook een jonger publiek tegen, zoals ikzelf. Ik denk dat zij in BAM ook graag zouden winkelen.”
Ze vond een segment net tussen kringloop en vintage in. Modieus, modern, maar wel betaalbaar voor een breed publiek. “Dat laagdrempelige vind ik heel belangrijk. Ik wil echt dat iedereen zich welkom voelt in BAM.”
Ontspannen muziek, koffie, een schaaltje snoep voor als de kinderen meekomen: aan zulke details is ook gedacht. Aan de muur hangt kunst. (tekst gaat door onder de foto)
Er is veel te vinden voor de liefhebster. – foto: Streekstad Centraal
“Sfeer en variatie”, zo omschrijft Bo wat haar winkel zo eigen maakt. “Ik heb wat hier hangt zelf ingekocht, zelf uitgezocht. Geen bulk. Ik heb ook dingen gekregen van vriendinnen, heel leuk. Niet op doelgroep of zo, echt op gevoel.”
Haar pop-up voegt wat toe aan Alkmaar, is haar overtuiging. Dat merkte ze ook aan de reactie van de gemeente. “Daar keken ze er eerst wel raar van op, een pop-up, dat gebeurt hier niet vaak. Maar ze waren wél enthousiast. Alkmaar is een heel progressieve stad. Het is in twee maanden gelukt, ook dankzij de pandeigenaar.” (tekst gaat door onder de foto)
Uiteraard is er ook pasruimte in BAM – foto: Streekstad Centraal
Pop-up-winkels als BAM zouden een medicijn tegen de leegstand kunnen zijn. Maar dan moeten verhuurders wel willen, laat de praktijk zien. Voor Bo’s winkel aan het Fnidsen liep dat goed. De opening was druk, mensen reageren enthousiast.
“Misschien ben ik niet eens meer zo jong”, vertrouwt een klant in de winkel ons toe. “Maar ik vind dit wél heel leuk. Heel blij dat dit er nu even is.”
Onzekerheid. En vrees voor flink omzetverlies. Een aantal ondernemers aan het Scharlo in Alkmaar maken zich grote zorgen over de herinrichting van de Bergerhoutrotonde, en de weg voor hún deur. Er is onduidelijkheid bij ze over het ontwerp, en ze weten nog niet wat voor overlast ze kunnen verwachten. “Ik bezorg dagelijks gebak. Hoe moet dat als de werkzaamheden vier tot zes maanden duren?”
“Ik ben het er helemaal mee eens dat de Bergerhoutrotonde opnieuw wordt ingericht, en het is ook duidelijk dat het Scharlo verbeterd moet worden”, stelt Benjamin Doche, eigenaar van Patisserie A.C. De Boer. Maar hoe het zit met de daarbij horende wegafsluitingen, hij weet het niet. Volgens hem zijn ondernemers niet betrokken bij het opstellen van de plannen. “We zijn maar met een stuk of tien ondernemers, maar het Scharlo leeft dankzij ons. Ze moéten wel rekening met ons houden. Het wordt heel lastig om te overleven als alles vanaf januari vijf maanden dicht gaat.”
Daarmee geconfronteerd reageert de gemeente op onze vragen over onder meer de communicatie. “In maart 2024 is een brede inloopbijeenkomst geweest voor ondernemers en bewoners uit de omgeving van het Scharlo, Stationsweg en de Bergerhoutrotonde. Ook is informatie over het project gedeeld op de website van de gemeente Alkmaar met daarbij een online reactieformulier”, weerlegt een woordvoerder. “Er zijn veel reacties van ondernemers en bewoners binnengekomen die zoveel mogelijk zijn verwerkt in het concept definitief ontwerp.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ook het Scharlo gaat op de schop. Er was onduidelijkheid over de parkeerplekken, en ondernemers vrezen voor veel omzetverlies tijdens de werkzaamheden. (foto: Streekstad Centraal)
Het ziet er naar uit dat er wel wat communicatie langs Doche is geslopen, maar hoe dat komt is onduidelijk. Patricia Bakker van Radio Bakker weet inderdaad van een bijeenkomst in het Murmellius College. “We hebben daar een brief over gehad en mijn man is geweest. Dat was in november of misschien nog wat eerder. Toen hebben ze de plannen laten zien.”
In de ontwerptekening voor het Scharlo zijn de drie parkeerplekken en drie laad- en losplekken verdwenen. “Ik kan hier dan niet voor de deur parkeren op het fietspad. Dat is veel te gevaarlijk. En parkeren om de hoek is lastig, het is daar al druk. En ik heb wel rekken op wieltjes maar kijk, de stoep hier is smal en de tegels liggen scheef.”
Bakker weet van de tekeningen, maar volgens haar verdwijnen alleen de drie parkeerplaatsen en blijven de laad- en losplekken. Mocht alles toch verdwijnen dan heeft Radio Bakker – als enige winkel – een achteringang. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
Deze parkeerplekken en de laad- en losplekken zijn volgens de ondernemers aan het Scharlo van groot belang. Volgens de gemeente komen ze na de herinrichting gewoon weer terug. (foto: Streekstad Centraal)
We gaan weer naar de gemeente. Die laat weten dat álle plekken blijven bestaan. Zowel parkeer als laad en los. “In het schetsontwerp stonden ze inderdaad nog niet ingetekend. In het concept definitief ontwerp dat binnenkort wordt toegelicht zijn ze wél ingetekend. De informatie op over het project op de website wordt deze week geactualiseerd en voorzien van het nieuwste ontwerp.” En voilà, woensdagochtend blijkt een nieuw ontwerp geüpload met alle zes plekken ingetekend.
Het leidt tot opluchting bij Benjamin Doche. “Oh dat is goed om te horen. Ik ga zo meteen even kijken op de gemeentesite.” Hij is dankbaar dat Streekstad Centraal in de kwestie is gedoken. Hoe het komt dat hij eerdere communicatie miste weet hij nog steeds niet, maar na een mail aan de gemeente is hij wel persoonlijk gebeld over een nieuwe bijeenkomst, en over een brief hierover die zal worden rondgestuurd. De gemeente voegt nog toe dat er nog uitgebreide communicatie volgt over de werkzaamheden.
Doche had namelijk het idee dat alles vier tot zes maanden afgesloten wordt. Ook dat blijkt anders. De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd. “Ja, dat kan hier misschien wel, maar die rotonde zullen ze toch moeten sluiten. Of in ieder geval telkens delen”, speculeert Doche. Hij vreest voor zijn omzet.(tekst gaat verder onder de afbeelding)
De Bergerhoutrotonde is een belangrijk verkeersnooppunt, de ondernemers van het Scharlo vrezen omzetverlies door de herinrichting. (foto: Stadswerk072)
Ook overbuurvrouw Patricia Bakker vreest voor veel omzetverlies in de straat. “We hoorden van de buurman (Doche, red.) dat alles dicht gaat en we dan niet bereikbaar zijn dus ja, paniek. Je kan nergens heen als ze bezig zijn. Als ze hier een weghelft open laten… wanneer die rotonde dicht is kan je nog steeds weinig. Of dat ze vanaf januari eerst de ene kant pakken en dan de andere, dat is allemaal onduidelijk. Hoe gaat het nou zo meteen? Worden we gecompenseerd, wordt het anders gedaan, de communicatie is er niet.”
Ze is dan ook blij te horen dat er op binnenkort een nieuwe bijeenkomst is. Op de gemeentesite staat nu dat de werkzaamheden in april beginnen, niet januari. Wellicht wordt dat dan ook uitgelegd. Wie de plannen eens rustig wil bekijken, kan terecht op de website van de gemeente.
Van het werken voor een kledingmerk, via de import van dranken, naar het ‘plotseling’ samen opstarten van een slijterij aan de Laat in Alkmaar. Tobias van den Bosch (23) en Pascal Boon (26) waagden de sprong in het commerciële diepe, nota bene op de locatie waar de twee voorgangers het niet konden bolwerken. “Ja, het is inderdaad een risicovolle stap.”
De drie slijterijen van ‘t Hekeltje werden in 2014 overgenomen en heetten vanaf toen De Slijterij van Alkmaar. Maar na vier jaar restte slechts faillissement. Eind 2020 was het Remco Voskuyl van café De Kleine Deugniet die de deuren van de slijterij weer opende. Eind maart 2025 was het ook voor Slijterij De Laat einde verhaal. Tobias en Pascal lieten zich er niet door ontmoedigen.
En nee, ze hebben nooit eerder een winkel gehad, maar helemaal groen zijn ze ook weer niet. “Pascal was accountmanager bij een kledingmerk en ik deed een meeloopstage. Ik studeerde toen Business Studies”, vertelt Tobias aan Streekstad Centraal. “Hij reed vanuit Daalmeer naar Landsmeer en ik kon meerijden. We kenden elkaar daarvoor al een beetje via vrienden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Tobias van den Bosch (rechts) samen met de ‘onmisbare’ Egon de Weerd. Op de toonbank de Siciliaanse Limecello die Tobias en Pascal bij elkaar bracht. (foto: Streekstad Centraal)
Pascal kon helaas niet aanwezig zijn bij ons bezoek dus Tobias vertelt verder. “Pascal ging met een compagnon likeuren uit Sicilië importeren en hebben Limecello ontwikkeld. Als Limoncello, maar dan niet met citroenen maar limoenen. Dat brachten ze vorig jaar februari op de markt en toen ben ik vrij snel ook ingestapt. Dat deed ik eerst naast mijn studie en toen die klaar was fulltime. Binnen een jaar heeft Pascal eigenlijk in zijn eentje 180 tot 200 slijterijen aan ons verbonden, waaronder Slijterij De Laat.”
“Halverwege maart werden we gebeld: of we onze voorraad konden ophalen”, vertelt Tobias over het prille begin van hun nieuwe avontuur. “En toen is het balletje gaan rollen. We hadden een prima band en konden goed praten over waarom hij stopte en over een overname. Vanuit onze kennissenkring heeft een boekhouder gekeken of alles een beetje klopte en toen hebben we bepaald dat het kon, maar dat het wel wat werk zou vergen. Op 4 april hebben we alles getekend en op 2 mei was de ‘zachte’ opening.”
Tot nu toe loopt alles best okay, zegt Tobias. “Er zijn heel veel oude klanten die terugkomen. Wel grappig is dat er mensen tussen zitten die niet door hadden dat Slijterij De Laat gesloten was, die stonden een beetje perplex. Op 7 juni hadden we de grote opening en sindsdien zien we allemaal nieuwe mensen langskomen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De feestelijke opening van Slijterij De Kaaskop op 7 juni. Pascal deelt bubbels uit aan de bezoekers. (foto: aangeleverd)
Geen eigenaar, maar wel bijna onmisbaar is Egon van der Weerd. Hij was dat ook al voor de vorige eigenaar. “De laatste anderhalf jaar van Slijterij De Laat stond ik hier altijd, en heb misschien wel een beetje het bedrijf gerund.” Egon neemt de vorige eigenaar niks kwalijk. Hij benadrukt dat die hart voor zijn zaak en het personeel had. Maar het gevolg was dat veel mensen dachten dat Egon de eigenaar was. “En dat heb ik nu nog steeds. Dan zeggen ze: oh wat leuk dat je het hebt overgenomen!”
Hij heeft het wel serieus overwogen. “Ongeveer tien seconden. Wat ik doe vind ik leuk, maar ik als ik de deur achter me dicht doe, wil ik mijn werk niet naar huis nemen. Ik heb vrienden met een eigen bedrijf kapot zien gaan, als het ware. Het is niet voor iedereen. Ik hoop dat het voor Tobias en Pascal goed werkt.”
Maar gewoon maar doorkabbelen zal dus niet genoeg zijn. Er zijn al ideeën. “We hebben door het hele land een beetje kunnen spieken bij slijterijen. Een proeflokaal is interessant, alleen al als eyecatcher. Het geeft een gevoel mee”, raakt Tobias op stoom. “Met vertegenwoordigers die vertellen over hun merken, bezorgen, click en collect, we willen de horeca benaderen. Je moet verder dan alleen winkelverkoop kijken anders red je het niet.”