Langs het Noordhollandsch Kanaal in Koedijk staat korenmolen De Gouden Engel voor een belangrijke verandering. Molenaar Vincent Kraan en zijn vrouw Karlijn nemen dit najaar afscheid van hun werk en zijn op zoek naar een opvolger. Die zoektocht blijkt niet eenvoudig, want het vinden van iemand die zowel de maalderij, bakkerij als winkel wil voortzetten, is lastig. “Er gaan meer molenaars met pensioen dan dat er jonge aanwas is.”
De molen, gebouwd in 2008 en gelegen op een prominente plek aan het kanaal, is al zeventien jaar het levenswerk van het echtpaar. Vincent (66) stopt in november, en daarmee komt ook een einde aan de betrokkenheid van Karlijn (59), die de winkel runt, en haar dochter Judith Breed (35), die als banketbakker werkt. (tekst gaat verder onder de foto)
Molenaar Vincent Kraan is op zoek naar een opvolger van zichzelf en zijn familie die in de winkel werkt. (foto: NH)
“Je wordt ouder en merkt dat je niet het eeuwige leven hebt”, vertelt Vincent aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Hij zal het vak straks missen. “Het doet wel een beetje pijn, ja. Hier zit toch zeventien jaar van je leven in”, vult Karlijn aan.
De familie hoopt dat een ondernemer het geheel wil overnemen. De molen zelf blijft eigendom van Stichting Johannes Bos en wordt verhuurd. Volgens Karlijn is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker een passende invulling geeft aan de locatie. “Ze zoeken iemand die molengerelateerd werk gaat doen”, legt Karlijn uit. “Dus geen kinderopvang of een hondentrimsalon.” (tekst gaat verder onder de foto)
Korenmolen De Gouden Engel staat sinds 2008 aan de Kanaaldijk in Koedijk. (foto: NH)
De zoektocht naar een geschikte kandidaat verloopt moeizaam. Binnen de molenwereld is er volgens Vincent en Karlijn een tekort aan jonge mensen die het vak willen leren en overnemen. “Je merkt dat daar een groot tekort is aan jonge molenaars. En wij zijn toch wel een vrij specifiek, biologisch bedrijfje en we hebben nog niemand gevonden die zichzelf hier vindt passen.”
Voor Vincent staat één ding vast: het zou zonde zijn als de molen stilvalt. “Het mooiste van een korenmolen is toch als er écht mee gewerkt wordt. En dat gebeurt hier.” (Hoofdfoto: Pepijn de Waard)
Vroeg opstaan en dan een plekje veroveren op de Vrijmarkt om spullen te verkopen. Van leuke artikelen tot ouwe meuk dat de afvalcontainer in gaat als niemand het wil hebben. Het is Koningsdag en traditiegetrouw wisselen dan honderden spullen van hand, ook op en om het Raadhuisplein in Heerhugowaard. Altijd gezellig en dit jaar zit het weer mee.
Al was dat ’s ochtends vroeg wel anders. Alma en haar drie generaties familie waren er al in en de frisse vroegte bij. “Je wilt niet weten hóé vroeg. Vanochtend om vier uur stonden we hier. We wilden wel een beetje bij elkaar staan omdat we dat gezellig vinden, en ja dan moet je er wat voor over hebben. Ik vond het heel koud, ik heb het heel koud gehad”, zegt Alma met een lach. “Ik had mijn kleedje aan mijn kleinzoon uitgeleend. Nou ja ’t is niet anders. Maar het was wél leuk, het was direct gezellig.”
Zo’n beetje de eerste koopjesjager kwam rond half zes. “Dat was een man die vertelde dat hij uit Leeuwarden kwam. Dus ik zei: Leeuwarden?? Maar die kwam hier zoeken naar Lego en Duplo en dan moet je er blijkbaar vroeg bij zijn.” (tekst gaat verder onder de foto)
Genoeg dvd’s om de komende weken te kijken, en dat voor 50 cent ’t stuk. (foto: Streekstad Centraal)
De business loopt best goed bij Alma’s familie. “Mijn zoon Bert verkoopt goed en mijn jongste zoon Thijs ook, die is ook al héél veel kwijt. Bij ons hier gaan de dvd’s en cd’s wel hard en ook creatief materiaal.” Ondertussen zijn een moeder en dochter dvd’s aan het inslaan. Maar goed, ze kosten ook bijna niks. “Ze kosten 50 cent en de cd’s ook.”
Even verderop treffen we Mika en Maddox. Zij hebben een heel ander handeltje. “We maken graffity art, allemaal verschillende dingen”, vertelt Mika. “Ja, met een maan en planeten en dan op een achtergrond die meestal zwart is, en die verkopen we dan”, vult Maddox aan. Trots tonen ze een aantal kunstwerkjes. “Er was ook iemand die wilde graag de naam van zijn dochtertje”, neemt Mika weer over.
Het graffiti-duo wil een kunstwerkje weggeven, maar we bedanken vriendelijk want we kunnen het niet meenemen zonder dat het kreukelt. Ondertussen staat een meisje geduldig te wachten om twee ringen te ruilen voor een werkje. “Ik heb geen geld”, zegt ze bescheiden, terwijl ze haar hand met daarin de ringen uitsteekt. Ze heeft pech, de jongens tonen weinig interesse ondanks dat een van hen een zusje heeft, en ze negeren ons tactisch als we suggereren dat de creatie die wij mochten hebben naar het meisje kan gaan. (tekst gaat verder onder de foto)
Mika en Maddox verkopen grafitti-art. Maddox deed het ooit waar het niet mocht, nu doet hij het legaal. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik maak vaak de kleine heeft vaak de grotere”, vertelt Mika verder. “Een kleine kost 4 euro en een grotere 5 euro. Maar als mensen dat te duur vinden dan onderhandelen we een beetje”, zegt weer Maddox. Ze bieden er ook twee voor 7 euro. “Ik denk dat we tot nu toe rond de 70 euro hebben verdiend.”
Best een leuk zakcentje voor hoe lang ze het doen. “Ik doe het nu een maandje, maar daarvoor deed ik ook wel grafitti op straat, crimineel. Maar daar ben ik mee gestopt hoor”, zegt Maddox met een lach. Mika doet het zelfs pas een week. “Een vriend van Maddox had afgezegd omdat zijn vader vandaag jarig is.”
Ook Priscilla en Lars vonden het aan het begin koud, maar ze waren goed voorbereid met kleden en warme koffie. We maken een praatje met hen en hun kinderen Novan en Gindey, terwijl ze even geen klanten hebben. “Het gaat supergoed, we zijn al bijna uitverkocht”, zegt Priscilla tevreden. (tekst gaat verder onder de foto)
Priscilla en Lars met hun kinderen Novan en Gindey kozen onbewust een toplocatie en zijn al bijna door hun spullen heen. (foto: Streekstad Centraal)
Lars vult aan: “We zijn sinds vijf uur hier en toen konden we bijna geen plekje meer vinden, maar we hebben hier onbewust een toplocatie uitgezocht, mooi op het hoekje. Ik denk dat we rond de 30, 40 euro hebben verdiend.” Met zo’n goede verkoop moet het echt vriendenprijsjes gaan dan. “Ja zeker, dat klopt, alles moet de deur uit. Een boekje kost bijvoorbeeld 1 euro, we doen niet moeilijk.”
De kinderen zijn nog aardig fris maar mam en paps hebben al wel wat zwakke momenten gehad na het zo vroeg opstaan, bekennen ze. “Vrijdag moesten we gewoon werken en morgen moet ik gewoon weer aan de bak”, zegt Lars. “Nee Koningsnacht hebben we niet gedaan, die tijd hebben we een beetje gehad.” “Wij moesten om zes uur opstaan”, zegt Novan dan.
We vragen Novan en Gindey of ze moeite hadden met spullen afstaan. Gindey antwoordt direct: “Nee hoor, we willen van alles af! Anders was het de prullenbak ingegaan.” Novan knikt instemmend. “Ja, of anders was het naar de kringloop gegaan”, vult vader Lars aan. Bovendien krijgen de kids alle inkomsten. Gindey heeft er alvast iets van gekocht. Novan nog niet. “Ik wil misschien zo nog even kijken.”
Het is even na negenen. Moeder en zoon lopen met tassen in de richting van het Kennemerpark. Met tóch een beetje de schrik in hun gezicht. Want ja, iedereen is er al. De Alkmaarse vrijmarkt mag dan officieel om 15:00 uur beginnen, de binnenstad is om negen uur al bijna helemaal gevuld.
“Ik kreeg om half zeven bericht van mijn ouders: ze zijn al bezig”, verzucht een verkoopster even verderop, op de brug over de Oudegracht. Zelf woont ze net buiten de binnenstad, maar ze had het geluk dat haar ouders haar plekje een beetje in het oog hielden. “Ik had eigenlijk nog wel wat andere dingen willen doen, maar nu ben ik maar hierheen gegaan.”
Het is wat Streekstad Centraal veel hoort, bij de vroege ronde over de vrijmarkt: omdat andere plekjes al zo vroeg bezet raakten, haastte de rest zich ook – soms met een beetje tegenzin. (tekst gaat door onder de foto)
Gelukkig hadden haar ouders de brug in de gaten, anders was het plekje misschien verloren gegaan (foto: Streekstad Centraal)
“Wij stonden hier om half acht”, vertellen verkopers in de Zilverstraat. “Half acht? Zes uur!”, horen we twee kramen verder. Duidelijk is dat het voor iedereen vroeg opstaan was, op deze zonnige zondag. ‘Prima vrijmarktweer’, verklaren kenners.
De uitgestalde waren trekken ondanks het vroege uur de nodige geïnteresseerden. Al wordt er nog niet heel veel gehandeld, het is vooral ‘kijken, kijken, niet kopen’. (tekst gaat door onder de foto)
De zeiltjes raken gaandeweg gevuld met van alles en nog wat (foto: Streekstad Centraal)
Wat opvalt is dat veel van de schoenen en kledingstukken die uitgestald liggen als nieuw ogen. Online bestellingen die niet meer zijn teruggestuurd – en nu dus op de vrijmarkt eindigen. Maar ook veel oude strips, schoolkaarten met een scheurtje, boeken over paarden en het nodige serviesgoed.
Op strategische plekken staan containers van HVC, waar afval in kan – zo houdt Alkmaar de vrijmarkt netjes. (tekst gaat door onder de foto)
Een container op de Ridderstraatbrug, voor dat wat overblijft… (foto: Streekstad Centraal)
“Zes uur, dan ben je eigenlijk niet goed bij je hoofd.” Aan de jongen die om 9:00 uur het vloerkleed uitrolt is dat vroege gedoe duidelijk niet besteed. “Ik ga ook niet zelf staan hoor, ik maak dit klaar en dan ga ik lekker weer mijn bed in.”
Niet ver naast hem hebben de moeder en zoon die even daarvoor nog met een drafje het Kennermerpark in gingen, hun plekje dan toch gevonden. Met stoepkrijt staan er nog wel meer namen zonder kraampje erbij, blijkt dan. Die komen nog, en voorlopig hebben ze nog plek. “Ja, ach, het zijn kinderen…”
Niet iedereen is even sportief, maar veel vrijmarkters eerbiedigen toch de regel: eens geclaimd, blijft geclaimd. (tekst gaat door onder de foto)
Eliza en Jayden waren er nog niet, maar hun plekje bleef vrij (foto: Streekstad Centraal)
Dat claimen was eerder deze week wel het gesprek van de dag, nadat bleek dat de gemeente handhavend optrad tegen de tentharingen en stukken tape. Die gingen pardoes de container in, niks claimen, het mag niet – weg ermee.
“Ja, daar schrok ik wel van”, bekent een verkoper aan de rand van het Kennemerpark. “Vandaag is het ook eigenlijk pas vanaf 15:00 uur hè. Dus ik twijfelde wel of ik eerder zou gaan, straks slingeren ze je op de bon of zo. Maar toen ik zag dat iedereen ging, ben ik ook maar gegaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Met moeite baant het verkeer zich een weg door de vroege vrijmarkt (foto: Streekstad Centraal)
De stemming is ondanks die eerdere handhavingsactie gemoedelijk. Alleen de fietsers, díé hebben het er maar moeilijk mee, die voetgangers overal. Dat zullen er zondag én maandag alleen nog maar meer worden. Twee dagen feest – daar wil Alkmaar geen minuut van missen.
Aan deze barren was het nog stil, zondagmorgen – maar niet voor lang (foto: Streekstad Centraal)
Plons! “Aaah wat koud!” Met kippenvel, klapperende tanden en veel enthousiasme is zaterdagochtend het zwemseizoen van zwembad Het Baafje officieel geopend. Onder toeziend oog van tientallen bezoekers waagden kinderen, vrijwilligers én aanwezige journalisten zich aan de eerste duik van het jaar. “Je denkt mijn benen vriezen er af, maar later valt de kou gelukkig mee.”
Al vanaf 10.00 uur stromen de eerste bezoekers het terrein op. Het buitenbad ligt er strak bij, het water glinstert in de voorjaarszon – maar schijn bedriegt. Met een temperatuur van zo’n 16 graden is het water “fris, maar niet gevaarlijk”, zoals Eddy Bakker van Holland Sport de aanwezigen geruststelt.
Voordat iemand het water in gaat, spreekt Bakker de menigte toe. Hij benadrukt hoe bijzonder het is dat het zwembad überhaupt nog bestaat. “Baafje leeft,” zegt hij. “We verkopen veel abonnementen en trekken in een paar maanden tijd meer dan 50.000 zwemmers. Dat laat zien hoe belangrijk dit bad is voor Heiloo en de regio.” (tekst gaat door onder de foto)
Om de beurt springen de kinderen van de duikplank af het water in. “Aaah wat is het koud!” (foto: Streekstad Centraal)
Die populariteit is niet vanzelfsprekend. Twee jaar geleden hing het voortbestaan van het zwembad nog aan een zijden draadje. Dankzij een grote groep vrijwilligers en steun uit het dorp blijft Het Baafje open. Sindsdien wordt er hard gewerkt aan een toekomstbestendige exploitatie, met meer activiteiten en een steeds professionelere organisatie.
Tegelijkertijd blijft er een kwetsbaar punt: de verouderde machinekamer uit de jaren ’70. De installatie moet het nog één zomer volhouden, voordat deze – als alles volgens planning verloopt – na dit seizoen wordt vervangen. “De gemeente pakt de machinekamer aan, en wij doen samen met de vrijwilligers de rest,” aldus Bakker. “Er gebeurt hier achter de schermen echt ontzettend veel.” (tekst gaat door onder de video van mediapartner NH over de voorbereidingen voordat het Baafje open kon)
Na de toespraak zijn het eerst de kinderen die het water in mogen. Eén voor één klimmen ze de hoge duikplank op. De reacties laten weinig aan de verbeelding over. “Ik hoef echt niet meer hoor, het was zó koud!”, roept een meisje na haar sprong. Even later staat een jongetje alweer bovenaan, klaar voor nog een duik – alsof de temperatuur hem niets kan schelen.
Daarna verzamelen ook de volwassenen zich langs de rand van het bad. Leden van de stichting, betrokkenen en een dappere verslaggeefster van Streekstad Centraal staan naast elkaar klaar. “Of we een heel baantje gaan trekken? Dat hangt echt van de kou af,” wordt er vooraf nog lachend gezegd. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de opening nemen al flink wat mensen de eerste duik van het seizoen. Een enkeling stelt die duik toch liever uit: “Als het een paar dagen mooi blijft, dan kom ik zeker terug voor een plons.” (foto: Streekstad Centraal)
Vanaf de tribune klinkt bewondering: “Respect hoor, het vriest ’s nachts af en toe nog. Zo warm kan dat water echt niet zijn.” Na het aftellen springt de groep tegelijk het water in. De eerste seconden zijn intens: naar adem happen, een scherpe kou op de luchtwegen en even zoeken naar controle. Toch zwemt iedereen door.
Aan de overkant klinkt opluchting. “Het valt me nog alles mee! Het is koud, maar te doen – al heb ik wel kippenvel en klapperende tanden.” En waar vooraf nog wordt getwijfeld, zwemt de hele groep uiteindelijk ook weer terug. Eenmaal uit het water maakt de kou snel plaats voor gelach, handdoeken en warme drankjes. “Dat hebben we toch maar even gedaan hé!” (tekst gaat door onder de foto)
Ook Streekstad Centraal (tweede van rechts) moest er aan geloven en trok een baantje in het ijskoude water van zwembad Het Baafje in Heiloo. (foto: aangeleverd)
Volgens Patrick Verduin van Holland Sport zit de kracht van Het Baafje in de brede aantrekkingskracht. “Je kunt hier ’s ochtends vroeg rustig baantjes trekken, maar ook gewoon genieten van de zon,” zegt hij. “We hopen dit jaar weer die 50.000 bezoekers aan te tikken – en het liefst nog meer.”
Om het verblijf aantrekkelijk te maken, wordt het terrein continu verbeterd. Zo zijn er onder andere voetbaldoeltjes geplaatst voor de jeugd. “In Noord-Holland heb je niet veel buitenbaden meer,” zegt Verduin. “Juist daarom is dit zo’n bijzondere plek.”
Op piekdagen komen er zo’n 2.000 bezoekers naar het bad – aantallen die laten zien hoe groot de regionale functie is. Dat Het Baafje meer is dan alleen een plek om te zwemmen, merkt ook Ria Jansen. Zij is al jaren betrokken bij de stichting die het bad draaiende houdt. De verhalen van de mensen met een abonnement blijven soms echt hangen bij haar. “Er zijn drie vrouwen met een abonnement die hier niet eens komen om te zwemmen,” vertelt ze lachend. “Die komen gewoon voor het gras, een kop koffie en de sfeer.” (tekst gaat door onder de foto)
Met de nieuwe voetbaldoelen, de groene omgeving en de horecagelegenheid is Zwembad Het Baafje in Heiloo meer dan alleen een plek waar je kan zwemmen. (foto: Streekstad Centraal)
Vrijwilligers spelen daarin een cruciale rol. Zij onderhouden het groen, voeren onderhoud uit en zorgen ervoor dat het terrein er verzorgd bij ligt. Ook in de horeca is die betrokkenheid voelbaar. Uitbater Marloes Veldheer ziet dagelijks hoeveel het zwembad betekent voor bezoekers. “Het Baafje is voor een grote groep mensen ontzettend belangrijk,” zegt ze. “Dat ik daar onderdeel van mag zijn, maakt me trots.” Zelf slaat ze, net als vele anderen, de openingsduik nog even over: “Ik wacht toch liever tot het wat warmer is.”
Ondanks de zorgen rondom de oude machinekamer is de stemming positief. De investering van de gemeente en de inzet van vrijwilligers zorgen voor vertrouwen in de toekomst. Met een goed bezochte opening, een frisse eerste duik en een terrein dat er klaar voor ligt, lijkt het seizoen veelbelovend te beginnen. Voor nu is één ding duidelijk: het buitenzwemseizoen is begonnen – en Het Baafje bruist als vanouds.
Proeverij Egmont in Egmond aan den Hoef mag met onmiddellijke ingang het terras heropenen aan de voorkant, aan de zijde van de Slotweg. Het terras aan de achterkant moet wachten op een nieuwe terrasvergunning, die de gemeente Bergen waarschijnlijk over enkele maanden verleent, na het doorlopen van een bezwaarprocedure en een participatietraject met omwonenden.
Dat is de uitkomst van een uitspraak van de rechtbank. De eigenaren van de proeverij aan de Slotweg, Sancti Proeflokaal BV, hadden een verzoek ingediend om de schorsing op te heffen van de terrasvergunning, die in augustus vorig jaar was opgelegd door de bestuursrechter.
Namens de proeverij en moedermaatschappij Brouwerij Egmond verschenen daarom donderdag bij de Alkmaarse rechtbank initiatiefnemer Jos Wijker en Arjan Brammer, algemeen directeur van Brouwerij Egmond, met hun advocaten.
Aan de andere zijde namen de bezwaarmakende omwonenden plaats, die de laatste keer succes hadden geboekt met hun kort geding tegen de openstelling van het proeflokaal met het terras. Tussen hen in de afvaardiging van de gemeente Bergen: projectmanager John Holtrust en advocaat Sanne van der Horst. (tekst gaat verder onder de foto)
De rechtbank deed na de zitting van donderdag meteen uitspraak over de heropening van de terrassen bij Proeverij Egmont. (foto: Streekstad Centraal)
Sinds de uitspraak in augustus mochten de terrassen voor en achter de horecazaak niet meer worden neergezet, zolang er geen uitspraak was in de bezwaarprocedure. Die uitspraak laat zeker nog zes weken op zich wachten, zo antwoordde de gemeente op vragen van bestuursrechter Bruin.
Voor Proeverij Egmont zijn de terrassen echter onmisbaar, zo maakte Arjan Brammer duidelijk aan de rechter. Anders kan de horecazaak geen gezonde omzet maken. Langer wachten op een nieuwe terrasvergunning is volgens Proeverij Egmont daarom niet verantwoord. (tekst gaat verder onder de foto)
Het terras van Proeverij Egmont kan sinds de uitspraak van de rechtbank in augustus niet meer worden uitgezet. (foto: Streekstad Centraal)
Proeverij Egmont kwam goed voorbereid naar de rechtbank, om de rechter ervan te overtuigen dat de situatie aanzienlijk was veranderd sinds de vorige rechterlijke uitspraak. Jos Wijker wees op de andere inrichting: zo staan er geen barkrukken meer bij een bar, heeft het biljart en het tafelvoetbalspel plaatsgemaakt voor tafeltjes, is de menukaart aangepast en wordt er veel meer geadverteerd voor een hapje dan voor een drankje bij wat nu een proeverij is.
De advocaat van de omwonenden, Gert-Jan Teeuwen vindt de aanpassingen van de proeverij nog steeds onvoldoende. Volgens Teeuwen is er qua ruimtelijke uitstraling amper iets veranderd bij de horecazaak. Daardoor trekt het nog steeds veel publiek dat de horecazaak vooral benut als café en proeflokaal. En dat is in strijd met het omgevingsplan. De advocaat rekent er daarom op dat ook in de toekomst de horeca- en terrasvergunningen met succes kunnen worden bestreden. (tekst gaat verder onder de foto)
Waar eerst een tafelvoetbalspel stond, is nu meer ruimte om te zitten en eventueel te eten. (foto: Streekstad Centraal)
Bestuursrechter Bruin hoorde alle pleidooien en argumenten aan, en gaf de partijen daarna nog een laatste kans om samen een compromis te bereiken. De zitting werd daarvoor even geschorst, maar na een half uur moesten beide partijen melden dat men niet tot overeenstemming was gekomen.
De rechter vroeg de partijen toch om nog even te wachten op de gang, zodat er meteen uitspraak zou kunnen worden gedaan. Die uitspraak luidde dat het terras aan de voorkant met onmiddellijke ingang mocht worden heropend. “Het belang van de vennootschap acht ik daar groter dan dat van de omwonenden.” De openingstijden van het terras moeten zich echter wel beperken tot 10:00 uur ’s ochtends tot 22:00 uur ’s avonds. (tekst gaat verder onder de foto)
De zuidkant van Hoeve Overslot aan het Egmondse Slotkwartier, waar Proeverij Egmont graag een terras wil uitzetten. (foto: Streekstad Centraal)
Het terras aan de voorkant mag dus met onmiddellijke ingang open, zo maakte rechter Bruin duidelijk. Het terras aan de achterkant blijft wél gesloten, tot grote opluchting van de bezwaarmakers. Voor het openen van het terras zit de gemeente nu in een participatietraject met omwonenden.
Die mogen iets vinden van een geluidsonderzoek, waarin wordt geconcludeerd dat de geluidsproductie van terraspubliek op die plek aanvaardbaar is, mits het beperkt blijft tot een bepaald aantal klanten. Bergen wil daarom een nieuwe terrasvergunning verlenen, met een extra beperking in de nieuwe vergunning voor een maximum aantal gebruikers.
Een besluit daarover wordt pas over enkele maanden verwacht. De verwachting is dat de nieuwe vergunningen voor een terras opnieuw zullen worden aangevochten door omwonenden.
Vanaf volgende week woensdag is het terras weer uitgestald aan de voorkant van Proeverij Egmont, met uitzicht op de slotruïne. (foto: Streekstad Centraal)
Donderdagmidadg was het terras nog niet meteen uitgestald, ook al had dat wel gemogen van de rechter. Directeur Arjan Brammer is wel druk bezig met de voorbereidingen. “We gaan dit heel netjes doen”. licht hij toe.
“We hebben uitgemeten hoeveel tafels en stoelen er kunnen staan, en lichten eerst de omwonenden in. Vanmiddag was ik al even bij een aantal buren langs om het nieuws te melden. Ik heb ze verteld dat er vanaf woensdag 29 april weer een terras aan de voorkant is.”
Volgens Brammer doet hij er alles aan om zaken in goede harmonie met de omgeving te regelen. “We zouden willen dat dat ook met de bezwaarmakers mogelijk zou zijn, dan hadden we vanochtend niet in de rechtbank gestaan.”
Tachtig brouwerijen, één recept, één bier. Om geld in te zamelen voor onderzoek naar de spierziekte ALS verenigden Nederlandse brouwers zich en ze brouwden ‘No time like now’. Dat leverde voorlopig 21.000 euro op. Twee Heerhugowaarders brouwden mee – en een Alkmaarder zorgt ervoor dat het ook in onze regio op tap komt.
Streekstad Centraal spreekt de drie bierliefhebbers in Alkmaar, in Café De Pilaren. Dáár zal het ook op tap komen, vertelt barman Rick Ooms. “Een fris en soepel bier, dus dat past prima bij het seizoen waarin het op de markt komt”, prijst hij het vast aan. “Wel stevig. Het alcoholpercentage is 8,3 procent.”
Die informatie krijgt hij rechtstreeks van brouwer Lucas den Engelsman, die samen met zijn compagnon Bas van Zelst is aangeschoven om te vertellen over een bier dat eigenlijk het hunne niet is. “Nee, dit is niet typisch een recept voor Meerkikker. Dit is Beer Geeks Beat ALS.” (tekst gaat door onder de foto)
Rick Ooms, Lucas den Engelsman en Bas van Zelst leveren samen een bijdrage aan de actie voor ALS (foto: Streekstad Centraal)
Meerkikker, zo heet de Heerhugowaardse brouwerij van Lucas en Bas. Sinds 2025 zijn ze actief, kleinschalig. Ze brouwen in gehuurde ketels in Mijdrecht, maar de recepten worden bedacht in Heerhugowaard. “Toen we hoorden van deze samenwerking hebben we ons meteen ingeschreven”, vertelt Bas. “Leuk om eens te doen, en zo leren we meteen andere brouwers kennen.”
Op de lange lijst van tachtig deelnemende brouwerijen staat ook de naam van Lost uit Uitgeest, dus de regio was sowieso goed vertegenwoordigd. “We hebben het gebrouwen bij BAX Bier in Groningen”, zegt Lucas. “Daar was het dus wel druk. Maar het is niet zo dat we zelf ingrediënten in de ketel gooiden. Het brouwen zelf is gewoon door BAX gedaan.”
Die dag, met al die brouwers samen, was ook het moment waarbij iedereen stil stond bij het verhaal áchter dit bier. Want ‘Beer Geeks Beat ALS’ is een actie met een geschiedenis, weet ook Rick. “Ik was erbij, de laatste dag van Oscar, in de Uiltje Bar in Haarlem…” (tekst gaat door onder de foto)
Het etiket is ontworpen door Frank Bos – ook hij heeft de diagnose ALS (beeld: Beer Geeks / Frank Bos)
Oscar, dat was Oscar Wagner, bierliefhebber pur sang – maar getroffen door ALS. Hij liet zich door zijn ziekte niet aan huis kluisteren, bleef cafés opzoeken, bieren proeven, grappen maken. “Dat vond ik heel knap aan hem”, herinnert Rick zich. “Hij wilde léven.”
Maar uiteindelijk was dat niet meer vol te houden. Op een zelfgekozen moment liet Oscar zijn leven dan ook aflopen, maar niet nadat hij nog wat bijzondere bieren had geproefd in het gezelschap van andere ‘Beer Geeks’. “Die waren uit heel de wereld daarheen gebracht. En Westmalle had speciaal voor dat moment hun Tripel op fust afgevuld. Dat maak je anders nooit mee. Hij was een grote in de bierwereld.”
Bas knikt. Het verhaal, op die brouwdag, maakte indruk op hem. Het is in de nagedachtenis van Oscar dat de Beer Geeks, proevers die elkaar in eerste instantie kenden van Facebook, de actie ‘Beer Geeks Beat ALS’ opzetten. Het bier ‘No Time Like Now’ is het zevende bier dat vanuit deze gedachte wordt gebrouwen en wederom gaat de opbrengst naar onderzoek dat ALS de wereld uit moet helpen. (tekst gaat door onder de foto)
De tachtig brouwerijen samen bij de ketels van BAX Bier in Groningen (foto: Beer Geeks/Victor Krijt)
“Het heeft nu al 21.000 euro opgebracht, ons bier”, weet Lucas. “Maar alle acties van de Beer Geeks samen leveren nog veel meer op.” De teller op de website gaat inderdaad ruim over een half miljoen heen – en het houdt nog niet op.
“Het maakt me niet eens uit wáár het verkocht wordt”, vult Rick aan. “Zolang er maar véél van verkocht wordt.”
Het bier zelf is een ‘grape ale’. Druiven dus, maar dan in bier. De basis is natuurlijk mout, het biergraan, maar daaraan is druivenmost toegevoegd en dat zorgt voor extra zachtheid. Hop zorgt voor een fijne bitterheid en het bijzondere gist, afkomstig uit Noorwegen, heeft van het geheel een bier met veel aroma’s, veel smaakprikkels gemaakt. Het moest immers wél door de keuring van de Beer Geeks kunnen komen, zodat zij, met Oscar in herinnering, het sámen kunnen drinken. Zo blijft zijn verhaal inspireren.
Zeker, er was taart. Er was pers. Er stond een doek klaar voor de plechtige onthulling. Het was dan ook een ‘feestelijk moment’, vrijdag op het stadhuis van Alkmaar. Toch hield wethouder Hoekzema zich in zijn toespraak voorafgaand aan de presentatie van het nieuwe horecapaviljoen aan het kanaal wel een beetje in: “Laten we niet vergeten dat er ook mensen teleurgesteld zijn.”
Daarmee was nog maar eens onderstreept hoe gevoelig de hele kwestie intussen was geworden. Voor ondernemers John Steenbeek en Jefrem Groot, hier aanwezig om hún plan uit de doeken doen, overheerste natuurlijk trots en blijdschap. Maar enkele honderden meters verderop, op het stadsstrand zoals we dat nú nog kennen, was de vlag een week eerder bepaald niet uitgegaan.
“Wat er op sociale media allemaal gezegd is, ach, daar kijk ik niet naar”, reageerde Steenbeek op de kleine mediastorm waarin hij en zijn kompaan ongewild belandden. “Al waren wij ook wel verbaasd dat we gewonnen hadden. Ik dacht echt: het is fifty-fifty. Nou ja, dat was het dus ook achteraf.” (tekst gaat door onder de foto)
Jefrem Groot (links) en John Steenbeek (uiterst recht) bij wethouder Jan Hoekzema (foto: Streekstad Centraal)
Het was één van de opmerkelijke details die vorige week al naar buiten kwamen, nog voordat de gemeente officieel bekend wou maken wie er nou gewonnen had. Er waren maar twee inschrijvers geweest. Eén daarvan was de huidige uitbater van het strandje op Overstad, Stadsstrand De Kade. Die was vol vertrouwen aan de procedure begonnen, met zelfs een stapel handtekeningen voor wethouder Hoekzema.
De andere inschrijver: John Steenbeek, eigenaar van meerdere horecazaken. Hij deed dit samen met Jefrem Groot, bekend van Joa Streetfood & Bar en Boules & Bites, allebei aan hetzelfde plein als het stadsstrand. “Wanneer was het? December”, blikt Steenbeek terug. “We hebben een team samengesteld, met Jefrem en ik als eigenaren. Maar ook een ontwerper, een tekstschrijver… We zijn in de inschrijving gedoken en met een plan gekomen.”
Zo ging het, bevestigt wethouder Hoekzema. “Het is een open en transparante procedure geweest”, benadrukt hij. Dat heeft de gemeente ook door externe experts laten controleren. “Vooraf was duidelijk waaraan je moest voldoen. Dat er weinig inschrijvers waren verbaasde ons niet. Het had er ook één kunnen zijn. Maar die was dan óók beoordeeld op punten.” (tekst gaat door onder de foto)
Visualisatie van wat er op de plek van Stadsstrand De Kade komen moet (beeld: gemeente Alkmaar)
Speciaal voor de onthulling was een doek gelegd over het plan, al hadden Steenbeek en zijn team dat even daarvoor al bij zich gehad toen ze zich met de pers verzamelden beneden in het stadhuis. Alles voor de foto, natuurlijk. “Denk aan Spanje”, leidde Steenbeek de presentatie in. “Vis. Voeten in het zand. Nog steeds die beach-vibe.”
Groot vult aan: “Vis vind ik wel iets dat nu ontbreekt in Alkmaar. We willen echt iets toevoegen.” Daarnaast moet het nieuwe horecapaviljoen een leer-werkbedrijf worden, vanuit de ervaring van Steenbeeks stichting FRSH. Zo’n maatschappelijke invulling was één van de eisen van de gemeente geweest.
Het paviljoen zoals het er op het onthulde bord uitziet is open, met veel glas, en hout – lokaal gekapt hout. ‘Circulair gefundeerd’ op die lastige ondergrond vol kabels, ook daaraan is gedacht.
En, precies zoals de gemeente het jaren geleden al intekende op de vergezichten voor Overstad: begroeiing op het dak, zoals bij de Alkmaarse bushaltes. Zo hebben Steenbeek en zijn team het landschap op willen tillen. Wie er vanuit de nieuwe woontorens op neerkijkt ziet groen, zo is de gedachte. (tekst gaat door onder de foto)
Sharon Nieuwland (links) en bedrijfsleider Michelle Oostwouder hadden het liever anders gezien (foto: Streekstad Centraal)
Onwillekeurig verschuiven de gedachten naar eerdere plannen, waar ze op Stadsstrand De Kade niet direct enthousiast hadden gereageerd. “We willen déze plek behouden voor Alkmaar”, benadrukt Sharon Nieuwland van De Kade. “De mensen die hier nu werken, die staan straks op straat. Die hebben geen ander stadsstrand waar ze om een baan kunnen vragen, dat houdt op.”
Er verdwijnt iets wat je niet zomaar weer terugkrijgt, is het gevoel dat onder de medewerkers van het stadsstrand overheerst. Een gevoel dat ook spreekt uit de raadsvragen die Status Quo intussen over de kwestie stelde. “Ziet u andere mogelijke plekken voor de uitbaters van het voormalige stadsstrand?”, wil raadslid Devon Zwierenberg dan ook weten. (tekst gaat door onder de foto)
Devon Zwierenberg van Status Quo stelde raadsvragen over de kwestie (foto: aangeleverd)
Zowel het raadslid als het team van Stadsstrand De Kade benoemen de ongelukkige communicatie van de gemeente. “Waarom is ervoor gekozen om de winnende partij niet gelijktijdig met het besluit openbaar te maken”, vraagt Zwierenberg zich af.
“Wij hebben gemaild, mogen we het rapport zien”, haalt Sharon Nieuwland aan. “Niks. We begrijpen het niet. Eerst moest het Europees aanbesteed, toen weer niet. Er veranderde steeds wat. Maar toen wij onze inschrijving indienden, kwamen er geen vragen over. En nu dit.”
De gemeente had met de inschrijving toch een gouden kans om voor het kleine, alternatieve van deze plek te kiezen, overweegt ze. Daar is in Alkmaar behoefte aan. Iets dat ook Zwierenberg aanstipt: ” Hoe voorkomt het college dat de stad geleidelijk haar eigenheid verliest ten gunste van meer generieke horecaconcepten?”
Toch is er bij Nieuwland ook gelatenheid. “Weet je, het is de gemeente. Die trekt zo’n keutel echt niet meer in. Maar je hebt het wel over mensen.” (tekst gaat door onder de foto)
Op Stadsstrand De Kade denken ze aan een pop-upmarkt (foto: Streekstad Centraal)
Steenbeek heeft er gewoon heel veel zin in, reageert hij op het stadhuis. Negativiteit, die waait wel over, straalt hij uit. “Dit is gewoon een heel goed plan voor Alkmaar. Ik wil er in het voorjaar van 2027 mee beginnen. Dan zien de mensen zelf wel hoe mooi het wordt.”
In de vergaderzaal wordt na die opmerking toch wat heen en weer geblikt en klinken er andere geluiden. Voorjaar 2027 is wel erg vroeg. Er is nog veel werk te verzetten. “O, nou, dat moeten we dan nog even bekijken”, reageert Steenbeek nuchter. Maar het gaat er van komen, daar is hij zeker van.
Het is een jaloersmakend vertrouwen dat even verderop tussen de vertrouwde palmen, strandstoelen en speeltoestellen lijkt weggeëbd. “We hadden het stokje wel op een mooie manier over willen dragen”, reflecteert Nieuwland. “Maar dat gevoel is nu even weg. Wat we wel willen, is dat onze vaste gasten iets van het stadsstrand bij zich kunnen houden.”
Dat is een nieuw plan, voor in de laatste week, eind augustus – een week die tóch al bijzonder moet worden met Lichtjesavond en het naderende afscheid in het achterhoofd. “We denken aan een pop-upmarkt”, zegrt Nieuwland. “Alles te koop. Hoe mooi zou het zijn als deze stoel straks bij een van onze gasten in de tuin staat. Dat zou een geweldige afsluiter zijn.” Toch nog een beetje feestelijk.
Wisconsin, het is de ‘cheese state’ van Amerika. Noord-Hollandse kaasmakers haalden er deze week een bijzondere prijs op. Hun ‘Beemster Royaal Grand Cru’ werd tijdens de ‘World Championship Cheese Contest’ namelijk gekozen tot allerbeste kaas van de wereld. “Ik zat het gewoon thuis te bekijken, de telefoon op tafel.”
Zo kijkt Jerry Griep, directeur van CONO Kaasmakers, terug op dat bijzondere moment, vorige maand al. “Ze noemden de winnaars op. Derde plaats, tweede plaats, een Zwitser en nog een Zwitser… Ik verwachtte al niks meer.” Maar toen bleek de kaas uit zijn eigen kaasmakerij de beste van de wereld. (tekst gaat door onder de foto)
CONO-directeur Jerry Griep in zijn kantoor (foto: Streekstad Centraal)
“Heel bijzonder, zeker als je bedenkt dat ze daar alles naast elkaar proeven. Dus onze blokjes naast een Franse brie of een Italiaanse mozzarella. Nee, ze leggen het niet op de boterham, ze proeven écht.” 3.500 kazen uit 25 landen worden er vergeleken. En uit al die rijkdom kozen de connaisseurs dus die ene kaas uit Noord-Holland uit als beste van de wereld. De score: 98.68 punten.
Deze week werd de prijs officieel in ontvangst genomen. Niet door directeur Griep, overigens. “Nee, ík heb die kaas toch niet gemaakt? We hebben er de kaasmakers heen gestuurd. Het nieuws, die prijs, die trots: dat gaat bij ons door heel het bedrijf heen. Dat voelde je wel.” (tekst gaat door onder de foto)
De prijs werd in ontvangst genomen door Lieke Kortekaas, Harco de Jager, Sjoerd Hiemstra en Arthur van Esveld (foto: aangeleverd)
Dat bedrijf: CONO. Eén van de vaste waarden op de Alkmaarse kaasmarkt en landelijk, zelfs internationaal bekend door de Beemsterkaas. Noord-Hollandse koeien die grazen op het kruidenrijke gras van de Beemster, de Schermer en al die andere polders, díé zijn de basis van die kaas. Hun melk komt naar de glimmende kaasmakerij in de Beemster om er te worden veranderd in een romige kaas van het Goudse type.
“Als je het mij zou vragen, dan vind ik dit ook wel onze lekkerste kaas”, reageert Mike Koster, teamleider van de kaasmakerij, op het nieuws van de Amerikaanse prijs. “Dus wat dat betreft was ik niet helemaal verrast. We hebben hier echt onze best op gedaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Teamleider van de kaasmakerij Mike Koster vindt de winnaar zelf ook de beste (foto: Streekstad Centraal)
“Om eerlijk te zijn: we hadden een paar jaar geleden wat twijfels”, bekent Griep. Meedoen aan deze prestigieuze wedstrijd is leuk, maar er moest wél een keer een prijs uit rollen, vonden hij en zijn team. “Toen hebben we ervoor gekozen deze kaas te ontwikkelen.”
Niet dat het recept nieuw is, dat bestond al en was ooit de basis voor de ‘Vlaskaas’ die op de Belgische markt succesvol was. Nieuw is dat de kaas nu een royale rijping van twaalf maanden heeft gekregen. Daardoor zijn de aroma’s nog beter tot wasdom gekomen en is de textuur wat korreliger door de rijpingskristallen.
“Dat gebeurt niet hier, dat rijpen”, verduidelijkt kaasmaker Koster. “Onze kazen zijn hier alleen de eerste vijftien dagen.” In die periode wordt de melk ‘wrong’, gaat er het vegetarische stremsel bij en de combinatie van zuren die de kaas ’n aroma geeft, en komen de prille kazen in hun vormen terecht. (tekst gaat door onder de foto)
Een kijkje in de hypermoderne kaasmakerij (foto: Streekstad Centraal)
“In ons pekelbad zit écht de smaak van Beemster”, wijst Koster. De coöperatie bestaat dit jaar 125 jaar en die geschiedenis is terug te proeven in de kaas. Sommige van de pekelkristallen in het enorme bad zijn tientallen jaren oud. Alles samen zorgt het voor een unieke smaak die alsmaar doorgegeven wordt.
“Kaas zit in de details”, weet Koster. Hij is ermee opgegroeid, zoals zovelen in deze omgeving. “Ik kom zelf uit De Rijp. Mensen in dat dorp weten natuurlijk dat ik hier werk, ik krijg er vaak vragen over. Je merkt dat het leeft in de omgeving. Iedereen kent de kaasmakerij.”
De Beemsterkaas gaat de wereld over, maar blijft in basis een lokaal product. “Alle kazen die we maken beginnen hier”, erkent Griep. “In de Beemster. Ik kijk uit op dat kruidenrijke grasland. Wij passen niet op een industrieterrein.”
CONO blijft dichtbij de ‘roots’ in de Noord-Hollandse polder (foto: Streekstad Centraal)
De geboren Zeeuw is sinds 2012 directeur. Hij maakte Griep de verhuizing naar de nieuwbouw mee, direct naast de ‘oudbouw’. “Toen is dat pekelbad dus mee verhuisd”, vult Koster aan.
Griep werkte eerder al in de thee en in de koffie, zo’n eerlijk product als kaas ligt hem, vertelt hij aan Streekstad Centraal. CONO is een coöperatie van boeren, die op deze manier een afzet voor hun melk hebben gecreëerd – dat is en blijft de basis.
“Onze koeien lopen minimaal 185 dagen buiten, zeker tien uur per dag. Dat is die Noord-Hollandse weidemelk waar we de Beemsterkaas van maken”, verklaart Griep. “Duurzaamheid, agrarisch natuurbeheer, daar besteden we veel aandacht aan. Op prijs gaan wij het nooit winnen, dat weten we. Daarom focussen we echt op kwaliteit. Deze wereldtitel is daar de erkenning voor. We willen de beste zijn.”
“Nooit heeft iemand van de gemeente Alkmaar aan me gevraagd hoe het met me gaat.” Het is een zin die winkelier Arno Meijerink meerdere keren herhaalt. Eerst voordat de rechtszaak begint, later impliciet opnieuw in de rechtszaal. Zijn woorden vatten samen wat er volgens hem misging: anderhalf jaar lang werd zijn schoenenwinkel op de Laat omringd door werkzaamheden. Maar echt contact met de gemeente bleef uit.
Deze week draaide het bij de Alkmaarse rechtbank om de gemeentelijke afwijzing van zijn verzoek om een vergoeding van de gemeente Alkmaar. Ondernemers kunnen na wegwerkzaamheden een beroep doen op een regeling voor compensatie, als door hen ondervonden schade normaal ondernemersrisico overstijgt.
Voor Meijerink is het geen abstract juridisch geschil. Het gaat over zijn Alkmaarse winkel die inmiddels dicht is, een bedrijf dat onder druk staat en een periode die, zoals hij zelf zegt, “een enorme impact” had – ook op zijn privéleven en zijn gezondheid.
Tijdens de werkzaamheden was het maandenlang niet aantrekkelijk om te winkelen op de Laat-West. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem kostte dat zijn schoenenzaak ongeveer anderhalve ton aan omzet. Tegelijk liepen de kosten wel door: huur, personeel, belastingen. “Alles gaat gewoon door. Dat stopt niet omdat de straat open ligt.” Om het hoofd boven water te houden, probeerde hij klanten te blijven trekken met acties en kortingen. “Achteraf denk je: had ik het maar niet gedaan. Dan had ik misschien beter kunnen laten zien hoe groot het verlies echt was.”
Toen de werkzaamheden begonnen, had Meijerink nog hoop. Hij herinnert zich dat wethouder Peetoom bij de start sprak over compensatie voor ondernemers. “Er is gezegd dat er ruimhartig gekeken zou worden”, stelt hij. Maar volgens hem kwam daar niets van terecht. “Er is niemand bij me geweest. Nul.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Ecco winkel op de Laat is inmiddels gesloten. (foto: aangeleverd)
Zijn verzoek om nadeelcompensatie werd afgewezen. Net als dat van vrijwel alle andere ondernemers aan de Laat-West. Van de ongeveer tien aanvragen werd er uiteindelijk één toegekend. De meeste ondernemers lieten het erbij zitten. Meijerink niet. “Het is gewoon onrecht”, zegt hij. “En dat pik ik niet.”
Eenmaal in de rechtbank draait het vervolgens om de fundamentele vraag: heeft de gemeente Alkmaar de regels goed toegepast – en is dat voldoende? De gemeente stelt dat de schade grotendeels niet door de werkzaamheden komt. De hele schoenenbranche had het moeilijk, onder meer door corona en online verkoop. Bovendien keek de gemeente voor de bedrijfsresultaten niet alleen naar Alkmaar, maar naar het hele bedrijf van Meijerink, inclusief een vestiging in Purmerend.
En daaruit blijkt volgens de gemeente dat de omzetdaling breder speelt. Ook wordt een drempel gehanteerd: pas als de schade boven een bepaald percentage uitkomt, is er recht op compensatie. In dit geval ligt die drempel rond de 11 procent. Volgens de gemeente blijft de schade – gekeken naar het hele bedrijf – daaronder en valt die dus onder het normale ondernemersrisico. (tekst gaat verder onder de foto)
Advocaat Manon Buiter doet een beroep op de menselijke maat bij het toekennen van nadeelcompensatie voor ondernemers op de Laat. (foto: Streekstad Centraal)
Advocaat Manon Buiter bestrijdt dat. Volgens haar is de zaak te strikt juridisch bekeken. “Er is alleen naar cijfers gekeken, niet naar wat hier daadwerkelijk is gebeurd”, zegt ze. “De menselijke maat ontbreekt.” Ze wijst op de duur van de werkzaamheden, de slechte bereikbaarheid van de winkel en het feit dat de straat lange tijd onaantrekkelijk was voor winkelend publiek. Ook betwist ze de gekozen drempel en de manier waarop de omzet is berekend. Volgens haar had de gemeente meer ruimte om tot een redelijke oplossing te komen.
Voor Meijerink gaat het inmiddels om meer dan geld alleen. De periode heeft ook persoonlijk zijn tol geëist. Hij kreeg een hartaanval en een medewerker viel uit met een burn-out. “De stress is enorm geweest”, zegt hij. “Ik ben blij dat ik hier nog sta.” Zijn winkel in Alkmaar is inmiddels gesloten. De kosten werden te hoog, de omzet bleef achter. “Je ziet om je heen winkels verdwijnen”, zegt hij. “Dat is niet voor niets.” (tekst gaat verder onder de foto)
De oplevering van de werkzaamheden moest enkele malen worden uitgesteld omdat de herinrichting flinke vertraging opliep. (foto: Streekstad Centraal)
De bestuursrechter maakt tijdens de zitting duidelijk dat zijn rol beperkt is. Hij kijkt vooral of de gemeente de regels correct heeft toegepast en niet of die regels zelf rechtvaardig zijn. En precies daar wringt het volgens Meijerink. “Er is alleen gekeken naar procedures”, zegt hij. “Niet naar wat het met mensen doet.”
De gemeente houdt vol dat de aanvraag volgens de geldende richtlijnen is beoordeeld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om daarvan af te wijken. (tekst gaat verder onder de foto)
Arno Meijerink met zijn zoon Robin, die al meedraait in het retailbedrijf om in de toekomst de directie over te nemen van zijn vader. (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar was niet bereid om buiten de rechtszaal het verweer van de gemeente toe te lichten, “omdat de zaak onder de rechter is. Na de zitting van vanmorgen vinden we het wel zo zuiver dat de rechtspraak eerst haar werk kan doen.”
De rechter doet naar verwachting binnen zes weken uitspraak. Voor Meijerink komt een eventuele compensatie hoe dan ook te laat voor zijn Alkmaarse winkel. Maar de uitkomst is voor hem nog steeds belangrijk. “Dit is een schoolvoorbeeld van wanneer compensatie wél zou moeten”, zegt hij.
Of de rechter dat ook zo ziet, moet uiterlijk 24 mei blijken uit de uitspraak.
Brandstofprijzen stijgen, dalen een beetje, stijgen weer. De wereld houdt de adem in nu er weer mondjesmaat schepen door de Straat van Hormuz varen, toch blijft de olie duur – en, weer onder invloed daarvan, ook het gas. Ver van het Midden-Oosten vandaan merken wij dat onder andere aan de pomp. Maar het kan ook zijn weerslag hebben op de toch al hoge kosten van een uitvaart.
“Een afscheidsdienst in een kerk, en dan voor honderden euro’s extra, puur voor de verwarming… Daar keek ik ook wel even van op”, zegt Leon Schouten van Uitvaartland als Streekstad Centraal bij hem te rade gaat over het onderwerp. Het blijkt nog niet eenvoudig om reacties te krijgen uit de wat gesloten uitvaartsector, hebben we dan al gemerkt.
Uitvaartland is een landelijk opererende uitvaartondernemer met het hoofdkantoor in Alkmaar. Eigenaar Leon Schouten kwam met zijn bedrijf onlangs nog op de landelijke televisie aan bod. In Radar liet hij zijn licht schijnen over prijzen die opmerkelijk van elkaar verschillen. (tekst gaat door onder de foto)
Schouten in zijn kantoor aan de Frieseweg, midden in Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
De actualiteit dringt de vraag op of er de komende maanden effect kan zijn van gestegen brandstofprijzen voor crematies in de regio. Streekstad Centraal zocht contact met de twee crematoria in Alkmaar en Heerhugowaard, maar die reageerden beiden niet op de gestelde vragen. Wel wijzen professionals erop dat de meeste crematoria hun tarieven voor langere tijd hebben vastgelegd. Dat geeft enige rust.
“Dat klopt wel, maar het verklaart de verschillen nog niet”, zegt Schouten kritisch. “In Alkmaar kost het 725,- euro. Gewoon cremeren, nog zonder een dienst, zonder zaalhuur. In Heerhugowaard is dat 859,- euro. Vind ik een groot verschil. Maar in Almere is het 399,- euro en in Uithoorn is het 1.305 euro!”
Schouten begon met zijn bedrijf nadat hij en zijn familie zélf merkten dat de rekening van een uitvaart heel veel vragen open liet. “Toen ben ik dat gaan uitzoeken. Voor mijn werk maakte ik al vergelijkingen van verzekeringen, dat is dus mijn achtergrond. Maar ik heb me hier wel echt in vastgebeten, zoals je ziet.”
Schouten wijst om zich heen: een kantoor, en in een andere ruimte stapels rieten uitvaartmanden. Het is duidelijk: wat voor de Alkmaarse ondernemer als een ergernis begon, is uitgegroeid tot een onderneming.
“Nabestaanden weten bij ons vooraf waar ze financieel aan toe zijn”, legt hij uit. “Onze uitvaartbegeleiders wijzen ze actief op de kostenverschillen, bijvoorbeeld tussen die crematoria.” (tekst gaat door onder de foto)
De ondernemer naast de uitvaartmanden die hij verkoopt (foto: Streekstad Centraal)
Dat het in Heerhugowaard ruim twee keer meer kost dan in Almere, dat blijft hem verwonderen. Onderzoek van Streekstad Centraal wijst uit dat er in Almere een elektrische oven wordt gebruikt, wat de kosten zeker verlaagt. Daarom is aan crematoria in de regio gevraagd of er wordt overwogen om hierop over te stappen, maar – zoals al eerder gemeld – zonder reactie.
“Dan nog houd je dat verschil tussen Alkmaar en Heerhugowaard”, overweegt Schouten. “Het speelt ook bij andere dingen. Die manden, die wij hier hebben liggen, kosten bij ons aanmerkelijk minder dan bij andere aanbieders.”
Ook Schouten maakt winst op zo’n mand, dat ontkent hij niet. Maar het prijsverschil doet toch vermoeden dat de marges elders in de markt wat ruimer genomen worden. “De gevestigde partijen zijn niet zo blij met me”, lacht hij. “Maar van de mensen voor wie we de uitvaart regelen krijgen we goede reacties, daar gaat het toch om. Kijk: ik wil de branche niet uitknijpen, helemaal niet, maar er klopt heel veel niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorbeeld van een uitvaart in Oudorp – maar dan met niemand in de mand, voor de foto (beeld: Uitvaartland)
Een gemiddelde uitvaart kost al gauw 10.000 euro. Iets wat wel scherper kan, door slimme keuzes te maken, maar verzekerd zijn blijft aanbevolen. Opmerkelijk: verzekeraars betalen die dure crematoria, maar zijn daar niet zelden ook zelf weer de eigenaar van. Het crematorium van Heerhugowaard hoort zo bij DELA. “Maar dat betekent niet dat je ook daarheen moet. Bij wíé je ook verzekerd bent, je mag dat altijd zelf bepalen. Dat is echt een misverstand dat we vaak horen.”
Niet iedereen kijkt naar die kosten, merkt Schouten. “Natuurlijk krijgen we hier mensen die zeggen: al stop je me in een doos, ik ben toch dood. Ja, de mensen hier zijn nuchter. Maar er komen ook mensen die er écht wat bijzonders van willen maken. Dat mag ook zeker wat kosten, wij regelen dat. Kijk: het gaat van informeel tot plechtig, van een eenvoudig afscheid tot een exclusieve en luxe uitvaart. Alles is mogelijk, zolang mensen maar weten waar ze voor betalen. Je wil gewoon niet met vragen achterblijven.”