Buurtrommelmarkten. Alkmaar is er verzot op. Nu het zonnetje zich weer laat zien is er bijna ieder weekend wel ergens een marktje, soms zijn er meerdere markten tegelijk. Van een hoge opkomst moeten de vrijwillige marktkramers het meestal niet hebben. Het gaat vooral om het contact met de eigen buren.
Dat is duidelijk wel hoe het ‘werkt’ in de Rivierenbuurt in Oudorp, merkt Streekstad Centraal. Bij de kruispunten en op de parkeerplaatsen van de flats zijn de nodige kraampjes te vinden en er is van álles te koop. Maar kopers, die zijn er maar mondjesmaat. “Vanmorgen waren er een paar achter elkaar”, klinkt het nuchter aan de Rijnstraat.
Het lijkt de verkopers nauwelijks te deren. Ze zijn toch even buiten, genieten van het zonnetje, en vooral van de gemoedelijkheid van buren onder elkaar. Een beetje als de vrijmarkt. (tekst gaat door onder de foto)
In de Rijnstraat maken buurtbewoners zich niet druk. (foto: Streekstad Centraal)
Bij de flat ‘Maasboulevard’, ook wel bekend als ‘die met de blauwe deuren’, staat een heus springkussen en er is gratis suikerspin te krijgen. Daar blijkt de bewonersvereniging van deze flat achter te zitten. “Het is nu het eerste jaar dat we dit doen”, zegt Walter de Rooij. Hij is lid van de bewonerscommissie en heeft ook zelf een kraampje.
“Wat wij als bewonersvereniging doen, dat probeer ik aan alle kanten zichtbaar te maken”, legt hij uit. “We drinken bijvoorbeeld ook elke dinsdag beneden een kopje koffie met de buren. In het begin zat ik dan wel eens alleen. Nu is er aanloop. Als je maar volhoudt, dan komen ze wel.” (tekst gaat door onder de foto)
Aan de Maasstraat is er dit jaar voor het eerst een eigen marktje bij de flat. (foto: Streekstad Centraal)
Zo ziet hij ook deze rommelmarkt, mét springkussen. Daar komen toch de hele dag wel kinderen op af, soms ook opgetrommeld via de school en de vriendenkring. “O, u ként elkaar”, stelt een bezoeker vast. Gemoedelijkheid is er troef. De inschatting van De Rooij is dat het dáár begint. Volhouden, nóg een jaar, en dan komt er gaandeweg wel meer publiek.
Een voorbeeld dat in de Rivierenbuurt de deelnemers aan de markt inspireert is de buurtrommelmarkt in het Ooievaarsnest, een paar straten verder. Dat evenement is al jaren een hit. Het is deze zondag precies een week geleden dat deze markt plaatsvond. Hoewel er enige ‘overlap’ is – mensen die in de Rivierenbuurt zijn waren daar ook – is het verschil in aanloop toch wel groot. (tekst gaat door onder de foto)
De markt in het Ooievaarsnest, dit jaar op zondag 31 mei, is een inspiratiebron. (foto: Streekstad Centraal)
“We hebben wel spandoeken opgehangen”, zegt De Rooij. Zo hopen de verschillende commissies die deze markt samen organiseren wel extra publiek te trekken. Typisch voor de markt in de Rivierenbuurt is de gefragmenteerde opzet: kramen bij de kruising, kramen bij de flats, maar daartussen ook hele stukken niks. Daar zit nog groei.
De buren hebben het intussen best gezellig met elkaar, ook al verkopen ze niet veel. Daar gaat het uiteindelijk ook niet om, is de overtuiging. “Het is jammer dat er soms wat weinig contact is met elkaar. Dit is daarom belangrijk. Zo houden we elkaar ook een beetje in de gaten. Dit moeten we volhouden met elkaar.”
Verhuizen, dat betekent gedoe, maar als het even meezit betekent het ook een vooruitgang. En zo zien ze het ook bij De Boekentuin. Een online boekwinkel waar mensen werken die hun draai op de reguliere arbeidsmarkt nog niet gevonden hebben. Eind juni kunnen ze terecht in een nieuw pand aan de Bestevaerstraat.
Voor Streekstad Centraal betekent dat bijna ‘nieuwe buren’, want de redactie zit maar een klein stukje verderop in de Telefooncentrale. Nu spreken we Aldo Backer van De Boekentuin nog in bedrijventerrein Beverkoog. “Ja, ons uitzicht wordt ook wel wat leuker”, lacht hij als we het verschil benoemen. “Het kanaal, ook wat meer groen.”
Het nieuwe pandje is bekend als het onderkomen van NME Repair Café, op het hoekje van de Bestevaerstraat en het Zeglis. Woonbootjes, oude pandjes, de nieuwe hoogbouw aan de overkant: het is zeker een karakteristiek stukje Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Het toekomstige onderkomen van De Boekentuin is ook vanuit de Alkmaarse binnenstad beter te bereiken. (foto: Streekstad Centraal)
Maar belangrijker nog voor Backer en de vrijwilligers in zijn Boekentuin: het is een betaalbare locatie met veel kansen. “Dit halveert onze vaste lasten. Dat is ook wel de bedoeling. De gemeente heeft ons eenmalig een subsidie toegekend, maar daar kwam dus wel de opdracht bij dat we onze kosten omlaag moeten brengen.”
Door de subsidietoekenning kwam Backer in contact met stichting NME. Die heeft een pand van de gemeente in bruikleen voor het Repair Café. “Zij zeiden: we hebben een mooie ruimte over. Daar is nóg meer mogelijk. Mensen stappen daar direct de ruimte met boeken in, heel mooi.”
Opmerkelijk was wel dat de gemeente vervolgens bezwaar maakte, omdat het op onderverhuur zou lijken, maar dat kon worden opgelost. Het is voor de subsidie immers een voorwaarde dat De Boekentuin de kosten omlaag brengt. Zo kan het beschikbare geld beter worden benut, bijvoorbeeld voor een reiskostenvergoeding voor de vrijwilligers, iets waar nu nauwelijks ruimte voor is. (tekst gaat door onder de foto)
Aldo Backer tussen de boekenkasten. Bij de verhuizing kan hij wel wat hulp gebruiken. (foto: Streekstad Centraal)
“Die vrijwilligers zijn heel belangrijk voor ons, dat is echt waar het bij De Boekentuin om draait”, benadrukt Backer. Daarin heeft De Boekentuin een eigen identiteit, het is weer anders dan Zaffier, daar niet zomaar mee te vergelijken – en juist daarom heeft het bestaansrecht.
Backer prijst in die context vrijwilliger Kelvin Voskuijl, die in actie schoot om een gemeentelijke subsidie mogelijk te maken, iets waar GroenLinks-PvdA zich daarna sterk voor maakte. Na wat tegenslagen hing het lot van De Boekentuin aan een zijden draadje. “Als Kelvin niet op ons pad was gekomen, hadden we niet meer bestaan. Dat geldt trouwens ook voor Joaquin Alexander van de SP, die heeft ons ook geholpen.”
Backer verwacht op de nieuwe locatie nog voor jaren goed te zitten en dat geeft vertrouwen. Alleen de verhuizing zelf, daar kan hij nog wel een paar extra handen bij gebruiken, of bijvoorbeeld een technisch hulpmiddel als een lift. “Als mensen daar een idee voor hebben, neem dan vooral contact op“, zegt hij.
Dankbaarheid is hoe dan ook de rode draad in zijn verhaal. Ook in De Boekentuin zelf, tussen de oude boeken en de vrijwilligers die zich verder ontwikkelen. “Mensen hier versterken elkaar. Ze delen een verhaal. Ze kunnen tóch iets doen, iets dat wordt gewaardeerd. Daar gaat het om.”
‘Nog niet dagelijks’, maar toch wel heel vaak, krijgt Jan Vallentgoed van reuzenrad ‘Europa Rad’ die ene vraag. Of hij weer naar Egmond komt. Want Derpers en badgasten houden gewoon van dat reuzenrad, dat mag wel duidelijk zijn. “Mensen vragen me dan of het er staat tijdens hun vakantie.”
Het komt dus, ook dit jaar weer. Dan is het wel zaak om ná half augustus geboekt te hebben, want veel eerder zal het rad er niet staan. “Een exacte datum kan ik er nog niet op zetten, maar je moet wel rekenen dat we onze zomerse verplichtingen nog hebben. En vroeger in het seizoen mag ook niet van de vergunning zoals die nu is. Daar willen we bij de nieuwe vergunning wel naar kijken natuurlijk.”
Het reuzenrad op de boulevard heeft een hoogte van 38 meter en dat betekent dat -wie geen hoogtevrees heeft – kan genieten van mooie uitzichten over het dorp, de duinen, de omgeving en natuurlijk de eindeloze zee. (tekst gaat door onder de foto)
Jan Vallentgoed (links) in 2024, met wethouder Ernest Briët. (foto: Streekstad Centraal)
De tweede helft van de zomer is dus voor Vallentgoed. Hij staat er zelf ook graag, zo op het randje van land en zee. “De mensen waren eerst wel sceptisch. Wat geeft dat op de buurt. Ze dachten misschien dat er hangjeugd op af zou komen, maar die vinden dit helemaal niet interessant joh. Het rad heeft zich intussen echt bewezen.”
In 2023 liep het even anders, door een handhavingsverzoek bij de gemeente Bergen. Dat leidde toen tot de nodige ophef én extra steun voor het ‘Egmondse’ Europa Rad. De afgelopen jaren waren er gelukkig geen klachten meer, vertelt Vallentgoed opgelucht.
Geen overlast, wél een mooi uitzicht – dat moet dus gewoon weer een succes worden – als het aan de ondernemer ligt. “We hopen op een warm onthaal! Maar dat komt wel goed, als ik zie hoeveel berichtjes ik nou al krijg op de sociale media.”
“Een gekkenhuis!” Zo omschrijven de nieuwe exploitanten het afgelopen pinksterweekeinde bij de pas geopende kiosk op recreatiestrand Klein Dorregeest in Uitgeest. Voor dit weekend hadden de Alkmaarders Sanne en Max zich al de hele maand mei voorbereid, en ze bleken bestand tegen de vuurdoop die het mooie weer voor hen in petto had.
Met de eerste goede ervaringen op deze nieuwe plek op zak willen de nieuwe beheerders zich nu vooral voorstellen aan het publiek in Uitgeest. Daarbij draait het volgens hen om meer dan alleen snacks, ijsjes en drinken verkopen. Tijdens een gesprek met Streekstad Centraal bij hun nieuwe stek aan het recreatiestrandje van Klein Dorregeest vertellen Sanne en Max dat zij juist willen investeren in contact met jongeren die het strandje bezoeken.
“Als je jongeren normaal aanspreekt en leert kennen, krijg je daar vaak ook respect voor terug,” vertelt Max, die ook zijn eigen beveiligingsbedrijf heeft en portier is in de Amsterdamse horeca. Volgens hem ontstaat overlast regelmatig juist op plekken waar weinig contact is tussen bezoekers en beheerders. “We willen dat dit een plek is waar iedereen zich welkom voelt.” (tekst gaat verder onder de foto)
Dankzij een goede band met de plaatselijke jeugd in Akersloot hadden Sanne en Max daar vorig seizoen weinig last van vandalisme. (foto: Streekstad Centraal)
Sanne geeft een voorbeeld. “Het gaat soms om kleine dingen. Bij onze kiosk bij De Hoorne zaten ‘s avonds na sluitingstijd jongeren, die het daarna niet netjes achterlieten en hun kratjes lieten slingeren. Toen ben ik op ze afgestapt en gezegd: “jullie mogen hier lekker zitten en een biertje drinken, maar als jullie het netjes achterlaten en de kratjes bij ons achterlaten, dan mogen jullie van ons overdag gratis frites en ijs en drinken. Nou dat vonden ze natuurlijk top. Daarna hebben we geen enkel probleem meer gehad met vandalisme of criminaliteit.”
Die benadering komt niet uit de lucht vallen. Vorig seizoen kreeg het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer opnieuw te maken met vernielingen en inbraken bij kiosken en toiletgebouwen langs het meer. Daarover berichtte Streekstad Centraal eerder uitgebreid. Het recreatieschap sprak toen van een hardnekkig probleem dat “het voor iedereen verpest”.
Het strandje bij Klein Dorregeest is op zomerse dagen populair bij dagrecreanten. (foto: Streekstad Centraal)
Ook bij Klein Dorregeest zijn inmiddels extra maatregelen genomen. Op alle hoeken van de kiosk hangen camera’s die toezicht houden op het terrein. Volgens Sanne zijn die beveiligingsmaatregelen begrijpelijk, gezien de gebeurtenissen van de afgelopen jaren.
“Natuurlijk hoop je dat zulke camera’s uiteindelijk niet nodig zijn,” zegt zij. “Maar veiligheid is wel belangrijk. Tegelijk denken wij dat persoonlijk contact minstens zo belangrijk is om problemen te voorkomen.” Ze denken dat ze dankzij hun persoonlijke aanpak afgelopen seizoen weinig schade hadden van vandalisme.
Volgens de exploitanten begint dat met zichtbaar aanwezig zijn en een band opbouwen met vaste bezoekers en jongeren uit de omgeving. Juist daarin hopen zij het verschil te maken tijdens het komende zomerseizoen. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij het Zwaansmeer werden vorig jaar alle toiletvoorzieningen vernield, een schadepost van vele duizenden euro’s. (foto: aangeleverd)
Het mooie weer tijdens Pinksteren gaf daar alvast een eerste positieve indruk van. Gezinnen, jongeren en dagjesmensen wisten het strand goed te vinden en de sfeer bleef ontspannen.
“Je merkt meteen dat mensen behoefte hebben aan een gezellige plek aan het water,” vertelt Sanne. “Als bezoekers zich welkom voelen, krijg je automatisch ook meer verbondenheid met zo’n locatie.”
Met de zomer voor de deur hopen Sanne en Max dat de recreatiestrandjes rondom het Alkmaardermeer vooral bekend zullen staan als een fijne ontmoetingsplek — en niet opnieuw als recreatiegebied waar vernielingen het nieuws bepalen.
Even wandelen, om de werkdag te onderbreken. En dan onbewust de planeet een heel klein beetje redden. Op bedrijventerrein Boekelermeer is dat wonderlijk genoeg de realiteit. Daar ligt het meertje ‘Zandput’, een oase tussen de hoekige bedrijfspanden onder de rook van de vuilverbranding. Met het paadje rond dat water is wat aan de hand.
“Ja, dat is olivijn, dat paadje”, bevestigt Eddy Wijnker van greenSand uit Enkhuizen wat Streekstad Centraal te weten is gekomen. Niet dat het nou zo moeilijk was om daarachter te komen: een bordje langs het pad wijst de wandelaars er al op. En ook de medewerkers van de streekomroep maken tijdens de redactiediensten wel eens een ommetje in dit bijzondere stukje Alkmaar.
Wie in Alkmaar gaat wandelen denkt anders niet in de eerste plaats aan de Boekelermeer. De Zandput is een ‘hidden gem’ in de toeristische kaasstad, waar de nietsvermoedende toerist of een Alkmaarder van ver nooit een voet zal zetten. (tekst gaat door onder de foto)
De Zandput is een opmerkelijk stukje natuur in de Alkmaarse Boekelermeer (foto: Streekstad Centraal)
Maar wie op de Boekelermeer werkt, of in de buurt daarvan, die kent de Zandput vaak best. De medewerkers van Stadswerk 072 zitten er zelf ook vlakbij en zorgen er goed voor. “Recent hebben we hier 33 extra bomen geplant. Dit zijn 18 verschillende soorten, voornamelijk inheemse bomen. Daarnaast hebben we een mix van wilde bloemen gezaaid”, schetst Stadswerk 072 de inzet. “We houden dus bij zowel de aanplant, als het beheer, rekening met de biodiversiteit.”
Het water zelf staat door duikers in verbinding met ander oppervlaktewater en blijft zo gezond. Er kan prima gevist worden. Op warme dagen biedt het meertje een frisse bries in een omgeving die nogal ‘versteend’ en dus heet is. Aan de wandelaars is ook gedacht: “Door het nieuwe wandelpad is het een compleet rondje geworden om de Zandput. Voorheen was het een onderbroken rondje, dan liep je een stukje over het fietspad. Waardoor het een nog leukere lunchwandeling is geworden.”
Het pad zelf is gemaakt van losse, kleine steentjes waar een opmerkelijk verhaal aan vast zit. Het is olivijn, vertelt Stadswerk ons, en bij producent greenSand weten ze er meer van. (tekst gaat door onder de foto)
De oplettende wandelaar weet het al: dit pad doet iets goeds voor de wereld om ons heen (foto: Streekstad Centraal)
Daarom gaat Streekstad Centraal te rade bij Eddie Wijnker. Zijn bedrijf zit dan in Enkhuizen, zelf komt hij uit Koedijk. “Het heet ook greenSand, je ziet die zandloper in ons logo… Omdat ik dat symbolisch vond: de tijd dringt, voor onze planeet. Maar het is ook het wapen van Koedijk hè. Ik zat als kind zelfs op school op de Zandloper.”
Het is duidelijk: greenSand is op en top verbonden met de regio Alkmaar en dus is het olivijn hier op zijn plek. Al komt het spul zelf niet uit de streek. “Het is één van de meest voorkomende materialen op onze planeet. Je vindt het overal waar vulkanen zijn, of breuklijnen. En je hoeft er geen gangetjes voor te graven.”
Er is dus relatief makkelijk aan te komen, olivijn. Met boten gaat het vervolgens naar Nederland voor verdere verwerking. “We hebben het inmiddels wel over scheepsladingen ja, bij greenSand. De vraag groeit. Maar er kan nog veel meer mee.” (tekst gaat door onder de foto)
Op het oog is er niet echt iets bijzonders aan, maar olivijn kan een verschil maken op hoofdpijndossiers als stikstof en CO2 (foto: Streekstad Centraal)
Olivijn is bijvoorbeeld heel handig voor de vijver. Het ontzuurt, dus het helpt tegen algen. Maar dat is nog maar het begin. “Het ontzuurt ook de grond. Gebieden waar ze nu met veel stikstof zitten kun je daarmee herstellen.” Wijnker heeft inmiddels goede gesprekken gehad met natuurbeheerders, die hier uiteraard wel oren naar hebben. “We wachten op de eerste order van Staatsbosbeheer.”
Stikstof is één van de thema’s. CO2 is misschien wel het belangrijkste. Olivijn haalt CO2 uit de lucht en daar is uiteraard grote vraag naar. “In Capelle aan den IJssel heeft een supermarkt het gebruikt voor een parkeerplaats en zo hebben ze alle CO2-uitstoot van de bouw gecompenseerd”, vertelt de oud-Koedijker. “ProRail gebruikt het ook.”
Het Zandputpad, voor een natuurlijke ‘lunchpauze’, én voor de planeet (foto: Streekstad Centraal)
En Stadswerk 072 dus. Rondom de Zandput, toch een symbolische plek zo tussen de rookpluimen en autowegen. Maar bijvoorbeeld ook in de Vroonermeer. Wijnker is er blij mee. Zulke pioniers heeft hij nodig.
“Het bestaat al drie miljard jaar. Het moet nog wel in de hoofden van opdrachtgevers neerdalen. Het is voor hen nog nieuw. Maar waarom zou je het niet doen? Als het technisch kan, kun je hiermee een verschil maken. Alle beetjes helpen.”
Waar vroeger het geluid van vallende bowlingkegels door het pand galmde, klinkt nu vooral het geluid van schuurmachines, boormachines en enthousiaste plannen. In het voormalige pand van De Geus Bowling & Events wordt flink geklust. Tussen stapels hout, verfblikken en stofwolken bouwen Donna en Maarten aan TOF Adventures, dat op 4 juli de deuren opent.
Wie ooit bij De Geus in Broek op Langedijk is geweest, zal het pand nauwelijks nog herkennen. Alleen de bowlingbanen zijn grotendeels gebleven zoals ze waren. De rest verandert stukje bij beetje in een moderne entertainmentlocatie, met zwarte muren, paarse accenten en grote graffiti-artworks waarin de bedrijfsnaam straks overal terug moet komen.
Zelfs de planten in de entreehal vertellen eigenlijk het verhaal van het gebouw. Sinds De Geus ruim een jaar geleden de deuren sloot, stond alles stil. “Die hebben al die tijd geen water gehad”, zegt Donna lachend terwijl ze wijst naar de verdorde planten in de hal. “Daar komen nieuwe voor in de plaats.” (tekst gaat door onder de foto)
Donna en Maarten kijken vol goede moed naar de toekomst van TOF Adventures. “Er is al een hoop gedaan, maar zeker nog genoeg te doen.” (foto: Celina Tamis)
Het idee voor het nieuwe bedrijf ontstond eigenlijk heel spontaan. Donna en Maarten waren vorig jaar met hun twee kinderen aan het klimmen bij De Geus, toen ze ineens een bord zagen staan waarop stond dat het pand te koop was. “Eigenlijk wisten we toen pas dat het failliet was”, vertelt Donna. “Diezelfde dag hebben we nog een rondleiding gekregen.”
Lang nadenken deden ze vervolgens niet. “Ik denk dat we een week later al besloten hadden om ervoor te gaan”, zegt Maarten. “Dat ging eigenlijk heel snel. We zagen meteen hoeveel mogelijkheden hier lagen.” Sinds 1 april hebben ze officieel de sleutel van het pand in handen.
Voor het stel betekende dat een volledige ommezwaai. Maarten werkt al bijna dertig jaar in de bouw en Donna al ruim twintig jaar in de kinderverpleegkundige thuiszorg. Maar de wens om ooit samen iets op te bouwen, leefde al langer. “En toen dit voorbij kwam, dachten we eigenlijk meteen: dit is het”, zegt Donna. (tekst gaat door onder de foto)
In de nu nog lege ruimte moeten meerdere racebanen komen waar bezoekers met bestuurbare autootjes kunnen racen. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de rondleiding door het pand wordt duidelijk dat het straks veel meer moet worden dan alleen een bowlingbaan. Naast bowlen komen er onder meer karaoke, een arcadehal, oudhollandse spellen en een interactieve matrixvloer. De opvallendste toevoeging moet een ‘world of racing’ worden. In een ruimte waar het nu nog leeg staat, moet straks een compleet racepark verrijzen.
World of racing zijn bestuurbare auto’s met een afstandsbediening waar je zelf niet in zit. “Dat is op deze manier nog nergens in Nederland te doen”, vertelt Maarten enthousiast terwijl hij een ruimte aanwijst die straks moet veranderen in een groot racepark. “Bezoekers kunnen hier straks met bestuurbare auto’s racen. Dat wordt echt iets bijzonders.”
Het idee ontstond via iemand uit de simracewereld. “Het traditionele simracen met alleen een stoel en een stuur zie je steeds minder worden”, legt Donna uit. “Toen kwamen we in contact met iemand die hierover vertelde. Juist omdat het zo anders was, werden we meteen enthousiast.” Maar uiteindelijk draait het Donna en Maarten vooral om iets anders. “We willen gewoon een plek maken waar iedereen zich welkom voelt”, zegt Maarten. “Mensen van 8 tot 88 moeten hier een leuke tijd kunnen hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor de plannen die Maarten en Donna voor het gebouw hadden, was een nieuwe vergunning nodig. Nu die verkregen is kunnen ze aan de slag met de verbouwing. (foto: Celina Tamis)
Dat enthousiasme werd het afgelopen jaar regelmatig op de proef gesteld. Want hoewel het stel vorig jaar al wist dat ze het pand wilden kopen, zat er één groot obstakel in de weg: de vergunning. “De bestaande vergunning was alleen voor een bowlingbaan”, legt Maarten uit. “Voor alle andere activiteiten moesten we een nieuwe vergunning aanvragen.”
Dat bleek een traject van lange adem. “Die vergunning is meerdere keren afgekeurd”, vertelt hij. “Dan denk je soms wel: waar zijn we eigenlijk aan begonnen?” Toch gaven ze niet op. “Uiteindelijk wint de aanhouder blijkbaar toch”, zegt hij lachend. Volgens Donna had de vertraging achteraf ook voordelen. “We hebben nu veel langer kunnen nadenken over wat we precies wilden”, zegt ze. “Sommige plannen hebben we uiteindelijk helemaal aangepast. Dat bleek eigenlijk alleen maar goed.”
Ondertussen wordt er nog iedere dag hard gewerkt. De dagen beginnen vroeg en eindigen laat. “Van zeven uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds”, zegt Maarten. “En soms nog later ook.” Zelfs op zondag gaat het werk deels door. “Dan klussen we niet”, zegt hij lachend. “Maar dan werken we wel alle plannen uit.”
Één verandering in het pand valt direct op. In de entree is een glazen wand geplaatst. “Voorheen zaten mensen hier in de winter gewoon met hun jas aan”, vertelt Donna. “Dat leek ons niet helemaal de bedoeling.” Volgens het stel maakt dat nu al een enorm verschil. “Het voelt meteen warmer en gezelliger.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol trots kijken Maarten en Donna naar de gemaakte vooruitgang, met in het bijzonder de glazen wand rechts in de hoek. (foto: Celina Tamis)
Op 4 juli gaan de deuren officieel open, al zal waarschijnlijk nog niet alles direct af zijn. “Dat kan eigenlijk ook bijna niet anders”, zegt Maarten. “Het is simpelweg te veel werk om alles vóór die datum perfect af te krijgen.” Donna maakt zich daar ook niet zo druk om. “Als nog niet alles klaar is, hebben mensen een goede reden om later nog eens terug te komen”, zegt ze lachend.
Ook over het restaurant op de bovenverdieping wordt nog volop nagedacht. Eerst ligt de focus op het openen van de rest van het pand én het vinden van personeel. “En om een restaurant te runnen heb je natuurlijk een kok nodig”, zegt Maarten met een grijns. “Donna kan heel goed koken, maar een restaurant runnen staat niet echt op haar lijstje.”
De rest van de familie helpt volop mee. “Onze kinderen komen na hun examens meehelpen”, zegt Donna trots. “Zo wordt het echt een familiebedrijf.” En precies dat gevoel hopen Donna en Maarten straks ook aan bezoekers mee te geven: een plek waar plezier en gezelligheid centraal staan. (hoofdfoto: Celina Tamis)
Terwijl de regen langs de ramen loopt, wordt het steeds drukker op de benedenverdieping van Maskerade Kledingverhuur in Heerhugowaard. In bijna iedere hoek staat wel iemand met een opvallend kledingstuk in zijn of haar handen. Tussen de rekken vol vintage kleding, kleurrijke rokken en oude kostuums wordt druk gezocht naar verborgen parels.
Even verderop staan Vronie van der Molen en haar dochter Daniëlle, samen het gezicht achter het familiebedrijf dat inmiddels is uitgegroeid tot het grootste kledingverhuurbedrijf van Noord-Holland. “Deze uitverkoop is eigenlijk puur omdat we ruimte nodig hebben voor nieuwe spullen”, legt Vronie uit. “Aan de andere kant van de gang hebben we nu allemaal bruidsjurken en daar hebben we echt de ruimte voor nodig.”
Die collectie kwam op bijzondere wijze binnen. “Mary Borsato nam contact met ons op, en blijkbaar ook met wat andere bedrijven, maar wij dachten meteen: we gaan erheen”, vertelt Vronie enthousiast. “Dus zijn we dezelfde dag nog langs gegaan om een kijkje te nemen en we kregen ontzettend veel jurken mee.”
Volgens Vronie bleef het daar niet bij. “Ik was lekker met Mary in gesprek en Daniëlle en Marco zijn ondertussen heel vaak heen en weer gaan lopen om alles in de auto te laden. Toen we thuis kwamen belde Mary meteen weer op. Ze vond ons zo gezellig dat ze graag meer aan ons wilde geven. Nu hebben we zo’n 400 bruidsjurken en stoffen die allemaal een plek nodig hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de uitverkoopdagen van Maskerade in Heerhugowaard kunnen bezoekers tussen allerlei soorten kleding snuffelen. (foto: Streekstad Centraal)
Maskerade bestaat al tientallen jaren. Vronie richtte het bedrijf in 1981 op in Zuid-Scharwoude. In 2008 nam dochter Daniëlle het bedrijf over en twee jaar later verhuisde Maskerade naar Heerhugowaard, naar een pand van drie verdiepingen en 1500 vierkante meter vol kleding, accessoires en kostuums. “We begonnen lokaal, maar we zijn nu uitgegroeid tot een grote naam door heel Nederland”, zegt Vronie.
Dat merkt Daniëlle ook aan de aanvragen die binnenkomen. “We hebben zelfs een keer gehad dat er vanuit meerdere hoeken van Nederland aanvragen kwamen voor precies dezelfde jurkjes”, vertelt ze lachend. “We probeerden nog te bedenken dat ze van de ene naar de andere plek konden gaan, maar dat werd uiteindelijk niks, want Groningen en Middelburg liggen niet helemaal bij elkaar in de buurt.” Dus zat er volgens Vronie nog maar één ding op: “Nog meer jurkjes maken. Maar dat vind ik gelukkig heel leuk om te doen.”
De ruimte waar straks de bruidsjurken komen te hangen, was voorheen het atelier van Vronie. Om de nieuwe collectie goed te kunnen presenteren, moet er ruimte worden gemaakt. “Daarom verkopen we nu dingen die we niet veel meer verhuren”, zegt ze. “Daarnaast verplaats ik mijn atelier naar een kleiner kamertje.” Even later laat ze de nieuwe werkruimte zien. “Het is een heel stuk kleiner, maar de lichtinval is goed en het is echt nodig. Die jurken moet je mooi uit kunnen stallen.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorheen had Vronie een erg groot atelier, tegenwoordig heeft ze – doordat er meer ruimte nodig is voor de bruidsjurken – een kleiner kamertje. “Maar ook dit is helemaal goed.” (foto: Streekstad Centraal)
De plannen gaan verder dan alleen verhuur. Zodra alles op zijn plek staat, willen moeder en dochter meer organiseren voor klanten. “We willen straks bijvoorbeeld pasavonden of middagen aanbieden waarbij mensen de jurken kunnen passen met een prosecco of een alcoholvrij drankje erbij”, vertelt Daniëlle.
Een deel van de jurken zal uiteindelijk ook verkocht worden. “Van sommige maten, zoals 36 tot 38, hebben we er genoeg”, zegt Vronie. “En sommige jurken maak ik misschien nog wat groter, zodat het beter te gebruiken is voor gewoon even passen. Het gaat tijdens zo’n avondje vooral om de voorkant en het gezellig passen, dus dat kan prima.” Een paar jurken blijven echter exclusief voor de verhuur. “Er zitten een aantal jurken bij die van Yolanthe Cabau zijn geweest, en die mogen we niet verkopen.”
Tijdens de eerste dag van de uitverkoop blijft het druk. Daniëlle ziet vaak al snel wie er echt komt shoppen. “Soms komt er iemand binnen met een hele kleurrijke rok of kleding die je niet zo snel in een gewone winkel ziet liggen. Dan weet ik meteen: die komt shoppen.” Volgens bezoekers zit juist daarin de charme van de uitverkoop. “Je ziet hier dingen die je nergens anders ziet”, vertelt een bezoeker terwijl ze tussen de rekken zoekt naar vintage kledingstukken. (tekst gaat door onder de foto)
Sommige bezoekers zoeken heel gericht naar bepaalde items voor een toneelstuk of opvoering. (foto: Streekstad Centraal)
De bezoekers zijn volgens Daniëlle erg verschillend. “Er komen hier ook toneelgroepen rondkijken op zoek naar juist dat ene item voor hun voorstelling. Het is allemaal erg divers en daarom juist zo leuk.”
Even later lopen twee vrouwen van een toneelgroep met een winkelkar vol jurken, rokken en pakken richting de kassa. “Voor het toneelstuk dat we volgend jaar gaan opvoeren”, vertellen ze. “We zijn erg goed geslaagd. En het mooie is dat de kleding zo ook nog eens een tweede leven krijgt. Win-win.”
Ondertussen gaat er flink wat kleding over de toonbank, maar volgens Daniëlle hoeven bezoekers niet bang te zijn dat alles snel weg is. “Ik hang zodra er wat spullen verkocht zijn weer nieuwe dingen op. Zo blijft er genoeg hangen voor klanten die later nog een kijkje willen nemen. Ze hoeven zich geen zorgen te maken dat er zaterdagmiddag of zondag niks meer ligt”, zegt ze lachend tegen Streekstad Centraal.
Koeien, schapen, en heel veel ouders met kleine kinderen. Boerenfamilie Borst in Heerhugowaard doet voor het eerst mee aan de Campina Open Boerderijdagen. En met nog een paar uur te gaan waren er – ondanks het wisselvallige weer – toch al zo’n 1.200 bezoekers geweest. “We hebben een dansje gedaan bij de duizendste bezoeker”, vertellen ze bij de ingang vrolijk.
De familie runt een melkveehouderij en koeienfokkerij aan de Groenedijk, aan de noordoostzijde van Heerhugowaard. In de grote stal liggen vooraan twee hoogzwangere koeien, in het hok ernaast zijn koeien met ‘zwangerschapsverlof’ en naar achteren toe worden ze steeds jonger. De linkerzijde is leeg, die is voor de koeien die nu in de wei staan.
De koeien in de grote stal maken zich overduidelijk niet druk om alle bezoek. Ze staan bij elkaar, liggen te herkouwen of eten hooi. Veel meer is er ook eigenlijk niet te doen. Koeien laten zich aaien en krabben, en soms gaat er eentje eens echt even lekker voor staan. Eén van de koeien is een bekende Nederlander; zij is in twee tv-spots van Campina te zien geweest. (tekst gaat verder onder de foto)
Mooie klassieke tractoren bij de entree bij het bedrijf van de familie Borst, (foto: Streekstad Centraal)
Voor kinderen is er zat te doen en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt: spelletjes, een schminkhoek, springkastelen en ze mogen in een tractor zitten. Maar het meest interessant zijn natuurlijk de sterren van de dag: de koeien en kalveren.
“We zijn altijd op zoek naar iets leuks om te doen met vrije dagen en dan is zo’n bezoek aan een boerderij wel één van de toppers, gewoon lekker buiten en in de natuur”, vertelt Aaf, die met haar dochter Marina en kleindochter Riley een kijkje neemt bij de jongste kalveren. Voor oma is het haar eerste boerderijdag. Marina is met haar dochter vorig jaar al geweest. “Ja en ik ben ook nog eens op een schoolreisje geweest”, vult Riley aan. (tekst gaat verder onder de foto)
Marina, Riley en Aaf hebben met elkaar een gezellig en leerzaam dagje uit tijdens de Open Boerderijdag. (foto: Streekstad Centraal)
“Het leukste vind ik dat je de koeien mag aaien en dat je ze eten mag geven”, zegt Riley. Helaas liggen de jongste kalveren even buiten bereik. Misschien hebben ze het na meerdere uurtjes wel een beetje gehad met al die bezoekers. Maar de grote koeien heeft Riley volop kunnen aaien. En vond ze het daar een beetje stinken? Stellig zegt ze: “Nee.”
Mama vermaakt zich ook goed. “Ik vind het héél leuk. Dit is dus onze tweede keer. Deze open dag werd op school gepromoot, vorig jaar waren we naar een andere boerderij, toen werden we getipt door een nichtje van Riley.” Dochterlief kan het zich nog goed herinneren. “Ja en we wilden toen nog een tekening geven aan de boer, een héle grote, maar die zijn we toen vergeten.” (tekst gaat verder onder de foto)
Hoe gaat dat eigenlijk, een koe melken? (foto: Streekstad Centraal)
“We vinden het gewoon heel interessant”, neemt Marina weer over. “En we vinden het heel leuk om deze jongedame hier te laten zien hoe het er aan toe gaat op een boerenbedrijf.”
Ook moeder en oma vinden de open dag leerzaam. “Ik heb vandaag geleerd dat een koe van vijftien jaar oud ook nog zwanger kan worden, heel bijzonder”, zegt oma. “Ja dat heb ik ook geleerd”, vult Riley aan, nadat ze eerder zo snel niets leerzaams kon noemen, na al twee eerdere boerderijbezoekjes. Marina: “En we hebben geleerd wat een vaars is, een koe die haar eerste kalf heeft gekregen.”
De dames was het opgevallen dat de automatisering voortschrijdt. Het machinaal melken keken ze niet van op, maar in de grote stal is er een machine die hooi voor de hokken schuift. “Ze hoeven bijna niks meer te doen”, grapt Marina. (tekst gaat verder onder de foto)
Er is ook lekkers te halen tijdens de open dag bij de boerenfamilie Borst. (foto: Streekstad Centraal)
Niets doen bestaat eigenlijk niet op een boerderij. En zit ook niet in het bloed van de boeren. Zo droeg Pé Borst het boerenbedrijf vier jaar geleden over aan zijn zoon, maar is hij er zelf met zijn 72 jaar nog dagelijks aan het werk. Hij was ook betrokken bij de opzet van de open dag.
“Zo’n open dag is een hele organisatie. Campina zorgt voor spullen, maar je moet zelf wel alles opzetten en voor zo’n 25 of 30 vrijwilligers zorgen. En dat moeten toch wel mensen wezen die een beetje weten wat ze doen. Je wilt ook alles netjes en schoon hebben.”, vertelt Pé. “En omdat de weersvoorspellingen zó slecht waren voor vandaag hebben we alle machines buiten gezet en de banken en spelletjes voor de kinderen binnen uitgezet. Dat leverde weer extra stress op.” (tekst gaat verder onder de foto)
Pé Borst heeft het bedrijf aan zijn zoon overgedragen, maar is nog altijd met veel plezier aan het werk. (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar was de familie Borst al gevraagd om mee te doen, maar toen bedankten ze nog. Nu gingen ze overstag. “Ja, ik vind, je moet altijd open staan voor veel dingen, en de mensen laten zien wat voor een bedrijf we hier hebben. Kinderen denken dat alles maar uit de koelkast komt of uit de winkel. Nu kunnen ze de oorsprong zien, en dat het hard werken is. We hebben hier ook niks te verbergen, we doen alles op een eerlijke manier.”
Als hij zo om zich heen kijkt, vind Pé alle voorbereidingen toch zeker wel de moeite waard, “Het is leuk dat er zo veel volk is. Mensen komen van heinde en verre”, zegt hij. Een aantal komt uit het buitenland, is te zien aan de kentekens op het parkeerveld. Vermoedelijk toeristen. “En het is fijn dat het weer toch wel meevalt.” (tekst gaat verder onder de foto)
Onder begeleiding kunnen bezoekers op het land kijken, en tussen de schapen lopen. (foto: Streekstad Centraal)
En zeker in deze tijd is het goed dat mensen weten wat er op het land gebeurt, vindt Pé. Want boeren hebben het ook steeds moeilijker vanwege wet- en regelgeving, zoals die rond stikstof. “De politiek is veel praten en weinig doen, en het kost klauwen met geld, daar komt het wat mij betreft vaak op neer. Nou ook weer, ze zijn elkaar allemaal aan het afschieten en douwen niks door. Niemand durft er een klap op te geven.”
Maar ondanks de regeldruk heeft Pé nog altijd veel plezier aan zijn werk, zegt hij, en het liefst is hij bezig met de fokkerij binnen het bedrijf. “Dat vind ik het mooiste. Stieren en fokdieren verkopen. Binnenkort komt er trouwens een heel artikel over ons in het vakblad Holstein International, dat is wereldwijd. Een x-aantal stieren van ons is doorgebroken en staan goed op de kaart”, zegt hij trots. “Dan kom je internationaal toch een beetje in beeld.”
Onbegrip en frustratie. De Voorstraat en Prins Hendrikstraat in Egmond aan Zee gaan vanaf maandag 1 juni op de schop, voor meer dan twee weken. Tijdens het toeristische hoogseizoen. Bovendien kondigde de gemeente de werkzaamheden pas begin mei aan. Ondernemers in de badplaats zijn er helemaal niet blij mee en dringen aan op uitstel.
“De maand juni is een drukke periode voor Egmond aan Zee. Veel hotels, accommodaties en horecaondernemingen zijn in deze periode volgeboekt”, schrijven Alice Reemst, Bart Valkering en Sandy Dekker van BIZ Egmond aan Zee met steun van Jules Steenis van Koninklijke Horeca Nederland. “Wij begrijpen dat onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd bereikt ons veel onbegrip en frustratie vanuit onze Egmondse ondernemers over de gekozen data en de wijze van communiceren vanuit de gemeente.”
De ondernemers hebben de meivakantie nog vers in het geheugen. Toen werd al gewerkt aan de Voorstraat en volgens de BIZ-leden leidde dat tot omzetverlies. Erger nog was het werk aan de Heilooër Zeeweg in Egmond aan den Hoef. De hinder zou volgens de gemeente meevallen, maar dat viel vies tegen.
“In de praktijk bleek dat bezoekers, bewoners en werknemers op sommige dagen ruim 45 minuten extra reistijd hadden richting Egmond aan Zee”, aldus Reemst, Valkering en Dekker. “Dergelijke situaties hebben niet alleen directe gevolgen voor ondernemers en personeel, maar beïnvloeden ook de ervaring van bezoekers. Toeristen die langdurig in de file staan om Egmond aan Zee te bereiken, zullen bij een volgend bezoek mogelijk eerder kiezen voor een andere bestemming.” (tekst gaat verder onder de foto)
De kruising van de Voorstraat met de Prins Hendrikstraat in Egmond aan Zee. (foto: Google)
De gemeente Bergen profileert zich als een gastvrije gemeente die toerisme en recreatie actief wil ondersteunen. Daar past de planning van wegwerkzaamheden in perioden met veel toerisme volgens de Bedrijven InvesteringsZone-leden niet bij. Ze pleiten voor uitstel tot eind september of begin oktober.
Ondernemers zijn ook niet te spreken over de communicatie vanuit de gemeente. De werkzaamheden aan de Voorstraat en de Prins Hendrikstraat werden 3 1/2 week van tevoren in een nieuwsbrief aangekondigd en dat vinden ze laat. Ook vinden ze antwoorden op vragen naar aanleiding van de nieuwsbrief tekort schieten. “Er wordt niet uitgelegd waarom voor deze periode is gekozen. Meer transparantie hierover zou het begrip onder ondernemers kunnen vergroten.”
Daarnaast vinden de ondernemers de opdracht om buiten het gebied van de werkzaamheden plaatsvinden niet werkbaar. De parkeerdruk is sowieso al hoog en volgens de de drie BIZ-leden betalen ondernemers al fors voor parkeervoorzieningen voor gasten. “Daarnaast zal de hinder van machines, afsluitingen en geluidsoverlast onvermijdelijk leiden tot klachten, annuleringen en mogelijk schadeclaims van gasten.”
Tot slot komen Alice Reemst, Bart Valkering en Sandy Dekker nog met twee ‘constructieve voorstellen’. Ze vragen om de planning en uitvoering van werkzaamheden in Egmond aan Zee te overleggen met een klankbordgroep en om met alle BIZzen in de dorpen aan tafel te gaan zitten voor een duidelijke ‘werkzaamhedenkalender’. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Alkmaar werkt mee aan een bijeenkomst van Bagels & Beans in het stadhuis om een nieuwe franchisenemer te vinden voor een nieuwe vestiging in de Alkmaarse binnenstad. De koffieketen organiseert later deze maand een open huis voor geïnteresseerde ondernemers. De betrokkenheid van de gemeente roept vragen op over de grens tussen binnenstadsbeleid en overheidssteun voor een landelijke franchiseformule.
Bagels & Beans wil terugkeren naar Alkmaar in een pand op de hoek van de Langestraat en Houttil. Volgens Laura Boon, manager groei en expansie van de franchiseformule, wordt al ruim een half jaar gezocht naar een geschikte ondernemer voor de locatie.
“Twee keer leek het bijna rond, maar kandidaten haakten uiteindelijk af om persoonlijke redenen,” zegt Boon tegen Streekstad Centraal.
Tot eind 2023 zat Bagels & Beans in de Koorstraat. Volgens Boon sloot die locatie niet langer aan bij het concept van de keten. “Het pand was relatief klein, had weinig daglicht en geen terras. Onze ervaring is dat Bagels & Beans het beste werkt op A-locaties met meer ruimte, meer daglicht, een terras en meer reuring,” aldus Boon.
Toen de franchisenemer na 15 jaar het contract niet wilde verlengen, zegde Bagels en Beans de huur op. Daarna werd gekozen voor een nieuw pand aan de Langestraat/Houttil. Dat pand wordt gehuurd van vastgoedpartij Segesta. (tekst gaat verder onder de foto)
Bagels en Beans zegt op A-locaties met veel reuring en een terras het beste te renderen. (foto: aangeleverd)
Op 20 mei organiseert Bagels & Beans een open huis voor potentiële franchisenemers. De bijeenkomst begint in het Alkmaarse stadhuis. Volgens Boon is het te danken aan de betrokkenheid van de centrummanagers bij de organisatie. Dat zijn binnenstadsregisseur Denise Seidenstiker en centrummanager Karin Kalverboer. De eerste heeft een achtergrond in de retail, de ander in de Alkmaarse horeca.
“De centrummanagers houden zich voor de gemeente bezig met het aantrekkelijk maken van de binnenstad. Zij zien ook dat het ons moeite kost om een franchisenemer te vinden voor deze locatie, en omdat zij een rol hebben om leegstand te bestrijden, is gekeken wat we samen konden doen,” zegt zij.
Tijdens de bijeenkomst geeft het binnenstadsteam van de gemeente uitleg over ontwikkelingen in het centrumgebied. Daarna volgt een bezoek aan het horecapand.
De gemeente bevestigt de betrokkenheid bij de bijeenkomst. In een schriftelijke reactie laat Alkmaar weten dat de samenwerking past binnen het Convenant Binnenstadsmanagement. (tekst gaat verder onder de foto)
De gemeente stelt het stadhuis ter beschikking aan Bagels & Beans voor een open huis om een franchisenemer te vinden voor de locatie Langestraat / Houttil. (foto: Streekstad Centraal)
“De gemeente werkt samen met ondernemers en vastgoedeigenaren om de binnenstad aantrekkelijk te houden en leegstand te voorkomen of te verminderen,” schrijft de gemeente.
Volgens Alkmaar is geen sprake van verhuur van het stadhuis. De gemeente stelt alleen een ruimte beschikbaar voor de ontvangst en verzorgt koffie en thee.
Opvallend is dat het stadhuis normaal gesproken niet beschikbaar is voor het huren van vergader- of feestruimtes door ondernemers of inwoners.
De betrokkenheid van de gemeente bij de zoektocht naar een franchisenemer roept tegelijkertijd vragen op. Gemeenten spelen vaker een actieve rol bij het tegengaan van leegstand en het versterken van winkelgebieden. Toch kan samenwerking met één specifieke commerciële formule gevoelig liggen, zeker wanneer een bijeenkomst plaatsvindt in het stadhuis zelf.
Daarbij speelt ook de vraag of het stadhuis en deze ondersteuning ook beschikbaar zijn voor andere ondernemers, winkelconcepten of vastgoedeigenaren met leegstand in de binnenstad. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar zegt in een convenant te hebben toegezegd om te helpen om leegstand te bestrijden van winkelpanden in de Alkmaarse binnenstad. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse binnenstad kent al een groot aanbod aan koffiezaken, lunchrooms en horecaconcepten. De keuze om juist een bijeenkomst van Bagels & Beans te faciliteren kan daarom de indruk wekken dat de gemeente actiever betrokken is bij deze vestiging dan bij andere commerciële initiatieven, zoals het versterken van de binnenstad met unieke winkelformules die elders niet bestaan.
Volgens de gemeente draait de samenwerking om het voorkomen van leegstand en het aantrekkelijk houden van de binnenstad. “Dat past bij de inzet van de gemeente om leegstand in de binnenstad tegen te gaan.”
Tegelijkertijd gaat het ook om een commerciële zoektocht naar een ondernemer voor een pand van een private verhuurder. Juist daarom is transparantie over de rol van de gemeente van belang, zeggen deskundigen vaker in discussies over binnenstadsbeleid en publiek-private samenwerking.
De vraag hoe ver faciliteren moet gaan en wanneer dit doorschiet, zal daardoor waarschijnlijk vaker terugkomen nu gemeenten steeds intensiever willen samenwerken met ondernemers en vastgoedeigenaren in binnensteden.