Binnenkort heeft winkelcentrum Middenwaard in Heerhugowaard er een nieuwe winkel bij. Op 6 december opent de Duitse koopjesketen KiK haar deuren. De winkel staat bekend om voordelige kleding, maar ook huishoudelijke artikelen, decoratie, woontextiel, accessoires en nog veel meer. Het is vergelijkbaar met winkels zoals Action of Zeeman.
De nieuwe KiK-winkel komt op de eerste verdieping van het winkelcentrum en zal bestaan uit een oppervlakte van ongeveer 615 vierkante meter. De vestiging in Heerhugowaard is niet de eerste in Nederland. KiK heeft al winkels in meerdere steden in Nederland, onder andere Cityplaza Nieuwegein, Kronenburg Arnhem en in winkelcentrum Broekerveiling in Broek op Langedijk.
De eigenaar van het winkelcentrum, Wereldhave, ziet KiK Textilien und Non-Food als een ‘waardevolle aanvulling op het mode- en home deco-aanbod van Middenwaard’. In totaal heeft Kik meer dan vierduizend vestigingen, waarvan 2700 filialen in Duitsland.
Het lijkt wel alsof hij het aantrekt. Wéér zit Aldo Backer, beheerder van veilige werkplekken De Boekentuin en Plantenasiel Alkmaar, met een aanstaande verhuizing in zijn maag. Want nu zijn Boekentuin eindelijk een mooie nieuwe plek heeft, zit er voor de medewerkers van het Plantenasiel óók een hoop getil en gesjouw aan te komen. “We willen gewoon doorgaan.”
Streekstad Centraal spreekt Backer als hij nog druk doende is met de verhuizing van dozen en dozen vol boeken. “Heb jij een pompwagentje staan? Nee, ik ben even in gesprek” – de typische hectiek van verhuizen. En dat moet straks dus nóg een keer. “Wij hebben planten, nou, die moet je met z’n tweeën, drieën op een karretje tillen.”
Dat De Boekentuin op zoek moest naar een andere plek, dat was eigenlijk al kopzorg genoeg. Maar die kwestie raakte opgelost, met een beetje hulp van Streekstad Centraal. Nu ziet Backer de geschiedenis zich herhalen: het Plantenasiel kan niet blijven op de plek waar het nu zit. (tekst gaat door onder de afbeelding)
Aldo Backer tussen de verhuisdozen. Ook planten verhuizen is geen makkelijk karwei. (foto: Streekstad Centraal)
Die plek is kringloopwinkel Rataplan aan de Pettemerstraat. Door deze locatie is het Plantenasiel onderdeel van de Alkmaarse ‘kringloopboulevard’ en dat is mooi meegenomen, want ook in het Plantenasiel gaat het om hergebruik van afdankertjes: hier kunnen mensen planten heenbrengen om te voorkomen dat ze verpieteren. Het Plantenasiel verzorgt ze en zoekt een nieuwe eigenaar.
“Ja en het is natuurlijk nog gezellig ook, die plantjes”, vertelt Backer. “Dat vinden ze bij Rataplan ook. Maar ze willen die ruimte nu zélf commercieel gaan gebruiken en dus moeten wij er op een gegeven moment wel uit.”
Dat betekent dat Backer wederom op zoek is naar een nieuw onderkomen, in dit geval dus voor de planten en hun verzorgers. “Onze medewerkers willen graag bij ons blijven”, zegt Backer daarover. Het Plantenasiel biedt een veilige werkplek voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. “We willen ook gewoon doorgaan. Dit kan niet het einde zijn.” (tekst gaat door onder de foto)
Het Plantenasiel zoals het er nu uitziet. Shop-in-shop is ook in de toekomst mogelijk. (foto: Streekstad Centraal)
“Het gaat ook om het idee van het Plantenasiel”, benadrukt Backer. Een veilige werkplek, een veilig heenkomen voor tweedehands planten, een duurzame manier van werken: dát moet zo blijven. “We zoeken een ruimte van zo’n 100 vierkante meter, op de begane grond”, vertelt Backer. Een ‘shop-in-shop’ is daarbij zeker mogelijk.
De planten dan ook maar verslepen naar het nieuwe plekje van de Boekentuin, dat is alleen geen optie voor Backer. “Het Plantenasiel is ook een winkel, waar mensen in en uit lopen. De Boekentuin hebben we daar niet op bedacht. Dat is geen winkel, dat moet een rustige werkplek blijven voor de mensen daar.”
Voorlopig is het Plantenasiel nog wel te vinden in de Pettemerstraat. “Ja, we zijn nu volop aan het voorbereiden op kerst hoor.” Ook dát gaat gewoon door. Maar met dus in het achterhoofd die zoektocht naar een nieuw pand. “Als de lezers van Streekstad weer wat weten…”
In Alkmaar is de leegstand in het centrum goed zichtbaar. Lege etalages, gesloten winkels en ongebruikte panden maken de Laat en het gebied er omheen minder aantrekkelijk. Ondanks de recente vernieuwing van de straat, blijft het probleem zichtbaar. Wat doet de gemeente om de leegstand tegen te gaan? In de laatste aflevering van een vierdelige serie bespreekt wethouder Christiaan Peetoom de aanpak van de leegstand.
Volgens Peetoom concentreert de leegstand zich vooral rondom de Laat. “Hier lijkt het alsof er veel leegstand is, maar over het algemeen valt het mee,” legt hij uit. “Toch raakt dit stuk elke Alkmaarder die hier loopt, en ook de pandeigenaren.”
Peetoom is in gesprek met pandeigenaren om samen naar oplossingen te zoeken. “De gemeente kan ook maatregelen nemen,” zegt hij verwijzend naar de leegstandswet. “Maar dat is nu niet de beste route. We willen eerst met de eigenaren samenwerken om te zien wat we kunnen bereiken. Als dat niet lukt, moeten we andere maatregelen overwegen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Christiaan Peetoom legt uit wat gemeente Alkmaar doet om de leegstand in de binnenstad tegen te gaan. (foto: NH Nieuws)
Op dit moment lijken er meer ondernemers te vertrekken uit de Laat en de Payglop dan dat er nieuwe bij komen. Toch is er een lichtpuntje: in december openen Marietta Hakobian (29) en Coen de Waal (33) een nieuwe onderneming aan de Payglop. Ze starten Studio ArtBeat, waar ze schilderworkshops gaan aanbieden.
“Daarbij willen we ook graag een drankje aan kunnen bieden, maar daar werd vanuit de gemeente niet positief op gereageerd. Er zijn al genoeg horecagelegenheden, kregen we te horen”, vertelt Marietta. De aanvraag voor de vergunning loopt nog.
Niet alleen de vergunning krijgen is een uitdaging, ook het zoeken van een pand bleek knap lastig. “We hebben bij veel leegstaande panden geïnformeerd, maar vaak bleken ze niet te huur,” zegt Coen. Het pand dat ze nu huren is van een verhuurder die hen steunt. “Hij gunt het ons echt.” Marietta en Coen hopen snel van start te kunnen gaan en hopen op nieuwe buren in de leegstaande panden naast hen. (tekst gaat verder onder de foto)
Ondernemers Coen en Marietta gaan in een pand aan de Payglop aan de slag met hun nieuwe bedrijf Studio ArtBeat. (foto: NH Nieuws)
De gemeente wil met de vernieuwingen in de Laat en gesprekken met ondernemers en pandeigenaren het gebied weer aantrekkelijk maken. Het oude V&D-gebouw wacht ook op een opknapbeurt. “We hebben net de gesprekken gehad met bewoners om ook het andere deel van de Laat nieuw leven in te blazen”, vertelt Peetoom.
De huidige leegstand in de stad zorgt er niet voor dat de wethouder zonder vertrouwen naar de toekomst kijkt. “Door online bestellen en corona zien we in veel meer steden dat er uitdagingen zijn, dus is het logisch dat gemeenten wat te doen hebben.”
“Ik denk dat we, samen met ondernemersvereniging Alkmaar Bolwerk, op de goede weg zijn,” concludeert Peetoom. “De binnenstad is het visitekaartje van je gemeente. We zetten alles op alles om het hier weer te laten bruisen.” Mocht dat niet voldoende blijken, dan overweegt de gemeente andere maatregelen. “Maar we doen eerst alles wat mogelijk is om het te verbeteren,” benadrukt Peetoom.
Leegstaande etalages, ongezellige panden en winkeleigenaren die nergens meer te vinden zijn. De leegstand in de Alkmaarse binnenstad springt steeds meer in het oog. De reden? De huurprijzen zijn voor ondernemers simpelweg te hoog. Maar verlagen, dat kan niet zomaar.
In de derde aflevering van de serie over leegstand legt vastgoedexpert Hans van de Leygraaf aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, uit waarom die huurprijzen soms niet zomaar verlaagd kunnen worden.
Op die vraag geeft Hans van de Leygraaf een antwoord. Van de Leygraaf runt in Alkmaar een makelaarskantoor en was jarenlang voorzitter van ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk. Hij legt uit dat de huurprijzen onder druk staan door de coronapandemie en de toename van online winkelen. Dit maakt het voor ondernemers lastig om dezelfde huur te betalen als tien jaar geleden. Toch kunnen eigenaren de huur niet zomaar verlagen. “Een lagere huur betekent dat de waarde van het pand daalt, en dan zal de eigenaar verplicht zijn om bij de bank af te lossen,” aldus Hans. (tekst gaat verder onder de foto)
Hans van de Leygraaf legt uit dat de hoge huurprijzen een doorn in het oog zijn voor veel ondernemers. (foto: NH)
Daarnaast speelt mee dat als een eigenaar meerdere panden bezit, een verlaging van de huur in één pand kan leiden tot verzoeken om verlaging van andere huurders. Ook zijn sommige panden nog in ontwikkeling. “Bijvoorbeeld, het duurde bijna drie jaar voordat Jumbo alles rond had om het oude V&D-pand te verbouwen,” verduidelijkt Van de Leygraaf.
Zou de gemeente panden kunnen opkopen? Volgens Van de Leygraaf heeft de rol van de gemeente in de loop der jaren een andere vorm gekregen. “Waar ze vroeger alleen verantwoordelijk waren voor bestrating en verlichting, wordt er nu van ze verwacht dat ze actief op zoek gaan naar ondernemers en misschien zelfs in vastgoed investeren.”
Of dit een oplossing kan zijn voor de leegstand, leggen we volgende week voor aan wethouder Christiaan Peetoom. Hij is in de vierde en laatste aflevering van de serie over de leegstand in de Alkmaarse binnenstad de hoofdgast.
Het zijn eigenlijk vier torentjes op één begane grond: Overstaete, één van de nieuwbouwprojecten van Overstad in Alkmaar. Torentjes met appartementen in verschillende formaten, voor verschillende portemonnees. Maar één van die torentjes zal aan een woningcorporatie worden verkocht, zodat daar ‘doorstroomwoningen’ voor jongeren kunnen komen.
Dat maakt ontwikkelaar FDM Vastgoed bekend, samen met verantwoordelijk wethouder Jasper Nieuwenhuizen. Die vindt Overstaete ‘een heel mooi project’, zegt hij, waarbij echt gekeken is naar de ‘sociale factor’. Met zestien doorstroomwoningen krijgt de verstopte sociale huurmarkt weer een beetje lucht, is de verwachting.
De doorstroomwoningen zijn relatief kleine woningen, à 40 vierkante meter. Een woonkamer, een slaapkamer – te klein voor een gezin, maar perfect voor jongeren die hier hun eerste eigen thuis vinden. (tekst gaat door onder de foto)
Overstaete in Overstad, met in het wit het blok dat voor sociale huur zal worden gebruikt. (render: FDM Vastgoed)
Bijzonder aan de doorstroomwoningen is dat wie er woont, nog niet zijn punten voor een sociale huurwoning verliest, dat blijft gewoon optellen. Als na een jaar of vijf een nieuwe, grotere woning nodig is, zijn daar waarschijnlijk wel voldoende punten voor gespaard. Dat geeft huurders perspectief.
“Hoe klein kan een woning zijn?” vraagt de wethouder zich hierbij hardop af. Er moet wél gewoond kunnen worden, op een comfortabele manier. Daar maakt Alkmaar zich dan ook hard voor, in gesprekken met de corporaties. Met die 40m2 is de wethouder zeker tevreden.
Aan welke corporatie de appartementen in Overstaete verkocht gaan worden is nog niet bekend gemaakt. Eerst zal de gemeenteraad er nog een oordeel over moeten vellen.
Het hing al een tijd in de lucht. Woensdagochtend werd het dan toch werkelijkheid: Blokker is failliet. Na 128 jaar klapt het boek dicht. Wel blijven de winkels voorlopig nog open.
Dat heeft de rechtbank besloten. Eerder kreeg Blokker nog uitstel van betaling, om zo alsnog orde op zaken te kunnen stellen. Maar inmiddels is duidelijk dat Blokker financieel niet meer te redden is.
Het bedrijf heeft ruim 3.500 werknemers, verdeeld over 400 vestigingen. De impact van het faillissement is dan ook groot. Ook in Alkmaar en omgeving werken veel mensen voor één van de filialen. Castricum, Heiloo, Alkmaar, Heerhugowaard, Broek op Langedijk: Blokker zit nu eenmaal bijna overal. Voorlopig blijven deze winkels nog wel geopend, maar op termijn zullen ze in veel winkelstraten een gat achterlaten.
Het is niet meer vanzelfsprekend dat de kinderen van ondernemers de zaak overnemen, maar bij Schildersbedrijf J. Schipper is dát nooit een probleem geweest. Behalve tijdens de opstart en de tijdens de oorlog heeft het bedrijf niet echt moeilijke tijden gekend. En zo staat inmiddels de vierde generatie aan het roer van een florerend Alkmaars schildersbedrijf dat al honderd jaar bestaat.
In 1924 ging grondlegger Jan Schipper sr. – na twee jaar partnerschap – voor zichzelf verder vanaf de Koningsweg. Het was een zware tijd voor de jongeman uit Amsterdam. Veel werk was er niet, laat staan voor een schilder en klusjesman die pas twee jaar in het Alkmaarse werkte. Bovendien kon er in de winter nauwelijks buiten gewerkt worden, daar was de verf – die schilders toen nog zelf maakten – niet geschikt voor. Met de handkar of bakfiets ging hij naar zijn klanten. Nadat hij zijn draai vond in de stad, verhuisde hij naar de Oudegracht, waar het bedrijf deels nog altijd gevestigd is. (tekst gaat door onder de foto)
Schildersbedrijf J. Schipper aan de Oudegracht, ongeveer in 1935. Voor de deur staan een drietal kinderen uit de buurt. (foto: aangeleverd)
Hoe anders is het nu voor Pascal en Vincent Schipper en hun vader Han, anno 2024. Die laatste is inmiddels twee jaar met pensioen, maar springt nog wel eens bij, het bloed kruipt waar het niet kan gaan.
Streekstad Centraal wordt ontvangen in het bedrijfspand aan de Oudegracht. Inmiddels met achterin een bed & breakfast. We nemen plaats in een kleine ruimte die sfeervol is ingericht als Oostenrijkse Stube. Met een minibar, kleine hertengeweien aan de muur en al. Zelfs de suikerpot is in stijl. Vooral vader Han heeft ‘wel wat met Tirol’, waar hij een huis heeft laten bouwen. (tekst gaat door onder de foto)
Pascal, Han en Vincent links op de voorgrond, samen met hun medewerkers voor de uitvalsbasis in Overdie. (foto: aangeleverd)
Gedurende de vijftig jaren dat Han volop werkte is veel veranderd. “De materialen zijn heel erg verbeterd”, zegt hij. “En we hadden ooit hele hoge ladders. Dat was eigenlijk levensgevaarlijk. Maar mijn vader zei ‘je gaat maar omhoog’. Dat heb ik Pascal en Vincent nooit opgedragen.” Later werkten Han en zijn vader Jan jr. op houten steigers. “Op- en afbouwen was heel zwaar werk. En geen leuningen, ook niet op vier meter hoog. Nee dat is nooit fout gegaan, maar ik heb wel eens plank op mijn hoofd gehad”, lacht Han. “Gelukkig viel ie schuin langs me heen. Als je zo’n plank recht op je hoofd krijgt, dan is het klaar.”
“De koekoeksklok!”, roepen Han, Vincent en Pascal vrijwel tegelijk als we vragen om mooie anekdotes. Het is eigenlijk een verhaal van een medewerker, maar de lol is er niet minder om. Kees werkte voor een dame die erg gesteld was op haar koekoeksklok in de gang, dus graag voorzichtig! “Na het werk hing hij die klok weer op, hij hangt de gewichten er weer aan en hij draait zich om en RRRANG, toen lag die op de grond. Helemaal kapot”. Terwijl vader Han het verhaal vertelt, grijnzen Pascal en Vincent mee. Maar Kees zou hem wel fiksen, geen probleem. “Hij heeft hem gelijmd en je zag er nagenoeg niks van. Weer opgehangen en…. de klok deed het niet meer. Wat deed ie toen, iedere keer dat ie langsliep verzette hij de wijzers. En dan riep ie soms ‘koekoek! koekoek!’. Ik heb trouwens nooit meer wat van die vrouw gehoord.”
Koffie die niet te zuipen is. Ook daar hebben alle Schippers mee te maken gehad. “Die gaat dan bij de plantjes”, vertelt Vincent. “Mijn opa heeft zijn koffie eens in het plaksel gegooid, die kon het echt nergens anders kwijt. Hele plaksel bruin natuurlijk.” (tekst loopt door onder de foto)
Han, Pascal en Vincent worden tijdens hun jubileumfeest door burgemeester Anja Schouten ‘gekroond’ tot Hofleverancier bij Koninklijke Beschikking. (foto: aangeleverd)
Het gaat het schildersbedrijf voor wind. De vierde generatie moppert een beetje op het gemeentelijke vergunningsbeleid rond het gebruik van een stukje straat, natuurlijk valt het weer soms tegen en ze vinden het jammer dat leerlingen niet meer zonder schilderstape leren werken maar ach… vergeleken met de moeilijke beginjaren zijn het kleinigheden.
En inmiddels zijn Pascal en Vincent zelfs ‘Hofleverancier bij Koninklijke Beschikking’. Dat predicaat kregen ze tijdens de viering van het honderdjarig jubileum eind september via burgemeester Anja Schouten. Het bijbehorende schild hangt fier aan de gevel.
Als hofleverancier kregen ze het alleen maar drukker. “Buitenwerk moet je ver tevoren inplannen. Dat is voor iedere schilder zo, maar bij ons is het nu wel extreem”, licht Vincent toe. “Ik durf het bijna niet te zeggen, maar de wachttijd is anderhalf à twee jaar. We krijgen nu véél meer offerteaanvragen.”
De Langestraat in Alkmaar doet het goed, nog steeds – of misschien zelfs meer dan eerst. De Laat en de straatjes daarnaartoe blijven kampen met leegstand. Over de oorzaken, de gevolgen én de oplossingen zijn betrokkenen het niet eens.
In het tweede deel van de serie over leegstand spreekt NH, mediapartner van Streekstad Centraal, met binnenstadsmanager Wouter van der Leij, en met een ondernemer die ervaringsdeskundige is, met zijn overgebleven winkel tussen leegstaande panden.
Van der Leij is in gesprek met NH kritisch over de pandeigenaren: “De sleutel ligt uiteindelijk bij de vastgoedbeheerders. Zij beslissen over de toekomst van hun panden”, zegt Van der Leij. “De ontwikkelingen met de vastgoedprijzen gaat zo ongelofelijk hard dat eigenaren de leegstand ook niet voelen in hun portefeuille.” (tekst gaat door onder de foto)
De binnenstadsmanager werd aangesteld om de leegstand gericht aan te kunnen pakken. (foto: NH)
Dat klopt met het gevoel dat ondernemer Bart Harmsen. Hij zit met zijn meubelzaak Obi Home midden op de Payglop. En dat betekent dus ook: midden tussen de leegstaande panden. “De verhuurders doen ook helemaal geen moeite om het te verhuren”, vertelt hij. “Ze maken het totaal niet aantrekkelijk voor ondernemers, want als je naar binnen kijkt, zie je alleen maar ellende.”
En gekeken wordt er zeker, is de ervaring van Harmsen. Er lopen echt wel mensen door de straat. Zelf doet hij ook prima zaken. Hier liggen kansen genoeg, maar toch zal ook hij vertrekken. De eigenaar van zijn pand wil appartementen realiseren boven de winkel. Harmsen wil met zijn Obi Home niet tussen de bouwwerkzaamheden zitten en gaat dus verhuizen. (tekst gaat door onder de foto)
Er is genoeg aanloop voor Obi Home, toch gaat ook deze winkel verhuizen. (foto: NH)
De vraag is of de Laat dan wel echt zo aantrekkelijk is als plek om je als ondernemer te vestigen. Want hoewel Harmsen in de Payglop genoeg aanloop heeft, blijkt uit cijfers wel dat de Laat – de straat waar de Payglop heen leidt – 25% minder bezoekers heeft dan de Langestraat.
Het baart Van der Leij zorgen. De opknapbeurt is niet helemaal de oplossing gebleken. “De Laat is prachtig verbouwd”, erkent hij. “Maar doordat de straat hierdoor twee jaar lang opengebroken lag zit het niet meer in het systeem van mensen om ook hier langs te gaan.”
Toch ziet ook Van der Leij nog genoeg kansen. “We moeten de ondernemers een perspectief schetsen”, zegt hij. “Dat doen we met cijfers over de passanten die in deze straat lopen. Daarnaast gaat de stad door woningbouw groeien en wordt dit een hele aantrekkelijk plek voor ondernemers.”
Daarnaast blijft hij dus wijzen op de rol van vastgoedeigenaren in de kwestie. In de serie over leegstand zal NH aankomende week het gesprek aangaan met een makelaar.
“Beste klant, op dit moment is de klantenservice wegens omstandigheden gesloten. We hopen zo spoedig mogelijk alle vragen weer te kunnen beantwoorden.” Wie donderdag de klantenservice van Stella belt, krijgt een bandje horen met deze boodschap. De grote Nederlandse e-bike-fabrikant heeft uitstel van betaling aangevraagd vanwege ernstige financiële problemen.
De winkels en servicepunten, waaronder die in Alkmaar en Heerhugowaard, houden de deuren dicht. De 440 medewerkers van het bedrijf dreigen hun baan te verliezen. De gevolgen voor klanten zijn nog niet geheel duidelijk.
Wie momenteel langsgaat bij het servicecentrum van Stella op het Alkmaarse bedrijventerrein Boekelermeer vindt een briefje op de gesloten deur. Met de welgemeende excuses van lokale medewerkers Dries en Ruud. Die het vooral ook belangrijk vinden om te laten weten dat zij er echt niets aan kunnen doen. Waarvan akte. Ook in Heerhugowaard zijn de deuren dicht.
In een verklaring op de website stelt het bedrijf dat mensen die een aanbetaling hebben gedaan op een nieuwe fiets en iedereen die een fiets in reparatie heeft gebracht extra aandacht krijgen. “Wij doen er alles aan om deze klanten zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het servicecenter van Stella op bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar. Hier kon je de laatste jaren ook je nieuwe e-bike ophalen. (foto: Streekstad Centraal)
Het uitstel van betaling volgt op een jarenlange periode waarbij het bedrijf miljoenen euro’s verlies leed en de schulden opliepen. “Inmiddels zijn de verliezen dusdanig opgelopen dat Stella niet langer aan de financiële verplichtingen kan voldoen”, aldus het bedrijf uit Nunspeet in een persverklaring. Een bewindvoerder kijkt nu of er nog perspectief is, of dat Stella afstevent op een faillissement.
CNV wil zo snel mogelijk in gesprek met de directie van het bedrijf om tekst en uitleg te krijgen. ‘Mocht er echt geen toekomst meer zijn, dan willen we dat de medewerkers daar zo snel mogelijk zekerheid over krijgen. Dan kunnen zij zich ook zo snel mogelijk voorbereiden op eventueel ander werk. Uiteraard helpen we ze daarbij’, schrijft de vakbond op zijn website.
De Nederlandse tak van winkelketen The Body Shop – met vestigingen in Alkmaar en Dijk en Waard – is failliet verklaard. De winkels blijven de komende zes weken nog open, terwijl curatoren gaan onderzoeken of een doorstart tot de mogelijkheden behoort.
Het betekent onder meer dat met onmiddellijke ingang cadeau kaarten niet meer zijn in te wisselen en er in de winkels alleen nog maar via PIN betaald kan worden. De keten was wereldwijd in 60 landen actief met meer dan 3000 winkels, waarvan 27 in Nederland. Zes winkels worden door franchisenemers geexploiteerd. Daarvan zou Heerhugowaard er een zijn. Die valt dan buiten het faillissement.
Eerder dit jaar kwam The Body Shop al in de problemen in het Verenigd Koninkrijk en België. Ook daar werden faillissementen uitgesproken.
De Duitse investeerder Aurelius had The Body Shop november vorig jaar overgenomen, maar het bedrijf kwam in de belangrijke periode rond Kerstmis in de financiële problemen. Wat het faillissement voor het personeel betekent is nog niet duidelijk. De Alkmaarse winkel heeft vier medewerkers.