De Beddenrace beleeft dit jaar z’n 45e editie. Zaterdag is het weer zo ver: dan racen tientallen koppels met rollende bedden door Langedijk. Het voorprogramma begint al uren eerder met onder andere kermis, muziek, een dansdemo en een race voor kinderen.
In 1980 werd de allereerste Beddenrace van Langedijk gehouden. Daarna werd de ludieke race een vast onderdeel van het Langedijker evenementenprogramma waar vele mensen opaf kwamen, niet alleen om mee te doen maar ook voor een gezellig avondje uit. Maar na een jaar of dertig was de animo toch langzaam in aan het zakken. Tegelijkertijd werden regeltjes strakker en werd het lastiger om geld bij elkaar te krijgen. In 2015 kwam het onthutsende nieuws dat de organisatie de strekker eruit trok.
Gelukkig sprongen nieuwe vrijwilligers in de bres om de Beddenrace Langedijk te redden en nieuw leven in te blazen. En zo is het inmiddels 2026 en barst de 45ste editie aanstaande zaterdag weer los. Wie goed telt mist twee edities, maar dat was vanwege corona en in 2022 werd de traditie gewoon weer doorgezet. (tekst gaat verder onder de foto)
Trainen voor de beddenrace van Langedijk is best intensief, maar ook heel gezellig. (foto: NH)
De hoofdrace duurt 2,5 uur en als die voorbij zijn wordt nog één ronde gelopen en gerold. En al deel je die tijd met een partner, dat gaat dus niet op alleen wandelen met de hond en fietsen naar de supermarkt. Daar moet voor worden getraind. NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, deed een rondje door Noord-Scharwoude mee.
Lokalo’s kijken nauwelijks op als koppels met een racebed voorbij komen rennen, of als ze met de auto of fiets even moeten stoppen voor de stoet. Zeker niet in de week van de wedstrijd.
“In de buurt hier zie je veel mensen die het herkennen, maar hierbuiten zie allemaal toeristen en die snappen er helemaal niks van”, beaamt deelnemer Jason Groot. Dat is in Bergen even verderop niet anders, aldus titelverdediger Ramon Wagenaar. “In Bergen, als je door het centrum heen loopt, lopen de terrassen op een gegeven moment een beetje leeg en komen ze kijken, omdat ze zich afvragen: wat is dit in godsnaam?” (tekst gaat verder onder de foto)
Ramon Wagenaar, die vorig jaar met Luke Spaans won, heeft er weer zin in. (foto: NH)
Na de dunnere jaren is er nu weer voldoende aanwas. Ramon kreeg het beddenracen met de paplepel ingegoten. “Ik woon hierachter, ik heb zes jaar geleden voor het eerst met mijn opa gelopen. Het zit er al van jongs af aan in.” Sinds 2023 deelt hij het bed met Luke Spaans. Ze pakten meteen zilver en na nog een keer tweede, zegevierden ze vorig jaar. Verder wonnen ze het Nederlands kampioenschap in Bergen tweemaal.
Jilles Witte heeft het beddenracevirus van zijn vader Willem overgenomen, die tien jaar bestuurslid is geweest. Hij zit voor de derde keer in de organisatie. “Vroeger hoorde ik de speakers al voorbij komen”, zegt hij. “En dan ‘s avonds vuurwerk vanuit het dakraam kijken, wetende dat mijn vader op dat moment met hoeveel mensen er wel niet meehielpen en er waren, een fantastische tijd hadden… Ja dat maak ik nu zelf mee, dat vind ik heerlijk. Zo’n mooie Langedijkse traditie vind ik mooi om hoog te houden.”
Misschien wel de populairste wielerronde van Noord-Holland. Het is maar één van de mooie titels die de enthousiaste Heerhugowaarders meegeven aan hún wedstrijd, hún feestje. De Tour de Waard is als een reünie, het is een traditie, het is een belevenis. “Ouders die vroeger meededen staan nu langs de kant hun kinderen aan te moedigen.”
Dat zegt organisator Hans Rendering tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Rendering is trots op hoe het sportevenement in de 55 jaar dat het bestaat de harten van de Heerhugowaarders heeft weten te veroveren. Iets wat mede is gelukt omdat de ronde ook openstaat voor vernieuwing.
Alle leeftijden doen intussen mee en er is ook een wedstrijd speciaal voor Esdegé-Reigersdaal, de G-Koers. Het laat zien hoezeer de Tour de Waard is verweven met de Heerhugowaardse samenleving. (tekst gaat door onder de foto)
Alle generaties doen mee aan de races. (beeld: NH)
Dat is zondag ook langs de zijlijn te merken, waar het druk is met toeschouwers. Dat zijn voor een deel mensen die al lang niet meer in Heerhugowaard wonen, maar speciaal voor dit evenement terugkomen. Het is als een reünie, zegt voorzitter Rendering. Het doet hem goed.
Vrijwilliger Jan Insing is een oudgediende, maar onverminderd enthousiast. Ook het sportieve element blijft hij nauwlettend volgen, want dat is toch wel waar het om gaat. Met zijn vlag in zijn vaste bocht is hij voor veel sporters en bezoekers een vertrouwd onderdeel van het wielerfeest. (tekst gaat door onder de foto)
Jan Insing is niet weg te denken uit ‘zijn’ bocht. (beeld: NH)
Insing ziet de populariteit bij het publiek, die de Tour de Waard voor hem zo bijzonder maakt. Ook bij de renners is de ronde geliefd, vult Rendering aan. “”We merken dat de ronde hoog op het lijstje staat bij veel renners. Het is ook een opstapje naar het grotere werk. In een ver verleden deed Erik Breukink ook al eens als junior mee.”
Zo is de Tour de Waard ook landelijke wielergeschiedenis gaan schrijven. Het zijn verhalen die herverteld blijven worden, ook de komende jaren nog. Misschien nog wel 55 jaar – en verder.
Het is een skatepark met een verhaal. Nú al. Een mooi verhaal gelukkig, van een succesvolle samenwerking tussen Stadswerk072 en de Alkmaarse skate-community, en met een pracht van een park als resultaat. Zondagmiddag verrichte wethouder Marius Wiegman de officiële opening van Skatepark Oosterhout.
“Ja, het is echt mooi dat dit gelukt is”, zegt Chip Gonissen, die een belangrijke rol vervulde bij de totstandkoming van dit park. Een rol die hij in eerste instantie helemaal niet had. Hij zocht contact met Stadswerk072 toen hij ontdekte dat het skatepark dat hier zou moeten komen niet bepaald aan de verwachtingen van de skatecommunity voldeed.
“Ik zei: kunnen we dit niet zelf oppakken en met de skaters uit Alkmaar iets neerzetten wat wij gaaf vinden?”, zei Gonissen eerder al in gesprek met Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Chip Gonissen is dankbaar dat het gelukt is. (foto: Streekstad Centraal)
En zo geschiedde. Stadswerk072 toonde zich niet doof voor de kritiek van de ervaren skaters. Samen werkten ze een nieuw, beter plan uit en samen legden ze het ideale park aan. Dat betekent dat er zondag iets heel bijzonders geopend kon worden in de Oosterhout.
De openingsmiddag is feestelijk, met muziek, hapjes, drankjes en ‘clinics’ voor al wie z’n talenten verder wilde ontwikkelen. Een enkeling toonde zich nog voorzichtig – ‘ik kan dat niet hoor’ – maar menigeen verlegde juist wél grenzen. Wat op het oog misschien link lijkt, gaat hier toch vele keren goed. (tekst gaat door onder de foto)
Jong en oud verkennen het nieuwe skatepark tijdens de opening. (foto: Streekstad Centraal)
“Wat me meteen opviel toen ik hier kwam, is dat alle generaties vertegenwoordigd zijn”, vertelt wethouder Marius Wiegman nadat hij het park officieel opende, overigens zonder dat er een lintje moest worden doorgeknipt. “Meiden, mannen, kids, het is echt alles door elkaar.”
En dat is mooi, vindt de wethouder. “Daaraan zie je dat het skatepark écht gebruikt gaat worden, dat het leeft. Dit is echt een succes. Heel mooi dat de community dit voor elkaar heeft gekregen.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Marius Wiegman én een jong talantje. (foto: Streekstad Centraal)
De wethouder wijst ook op de graffitiwand die achter het skatepark is opgezet. Nu nog van hout, tijdelijk. Maar uiteindelijk moet hier een permanente muur verrijzen voor Alkmaarse spuitbusartiesten. Voor grafisch kunstenaar Gerben Hermanus is dat ook een succesverhaal.
“Vorig jaar ben ik een petitie gestart om dit onder de aandacht te brengen”, vertelt hij terwijl hij werkt aan zijn ‘Kaasaap’, een echt Alkmaars karakter. “In Alkmaar bestond dit nog niet, een plek waar dit mag.” De petitie raakte een gevoelige snaar, de Alkmaarse politiek besloot het idee uit te werken. Met muren in Overstad, in de Vroonermeer, en dus hier, in de Oosterhout.
“Deze is tijdelijk, maar het geeft een idee van wat de opstelling wordt. In een gebogen vorm, met een grote en een kleine muur. We kijken naar hoe het in Purmerend in Hoorn is gedaan, dat willen we ook hier.” (tekst gaat door onder de foto)
De muur die hier zondag een mooie paarse kleur kreeg is maandag weer weg, maar uiteindelijk komt er dus een echte voor in de plaats en daar gaat het om. “Gelukkig hebben we je foto nog”, lacht Gerben Hermanus als Streekstad Centraal hem vraagt of dat nou niet zonde is van z’n Kaasaap.
Voor Chip Gonissen, even verderop, gaat het eerst en vooral om de skatebaan. Het uitzicht op het bosachtige deel van de Oosterhout, dat is ook wel een mooie achtergrond, overweegt hij.
“Het belangrijkste is dat we hier nu dit skatepark hebben, dat het gelukt is. Daar wil ik ook alle vrijwilligers voor bedanken. Die hebben dit mogelijk gemaakt. Dat is de basis: wat die vrijwilligers samen gedaan hebben voor deze plek.”
Verreweg de meeste sporttalenten zijn al blij als ze in hun juniorentijd één keer voor Nederland mogen uitkomen. Voor Cuup Kuilboer was het WK junioren U19 in Bulgarije al zijn derde. Met zijn roeipartner Kris Vreeken behaalde de Alkmaarder een mooie achtste plaats. De Alkmaarse roeivereniging zal hem moeten missen; Cuup stapt over naar de succesvolle studentenroeivereniging Nereus.
Cuup Kuilboer grossiert in nationale juniorentitels en het wereldkampioenschap junioren U19 in de Bulgaarse stad Plovdiv was al zijn derde. In 2024 behaalde hij in de Oranje dubbelvier (vier roeiers, ieder twee roeispanen) in Canada de A-finale en vorig jaar werd hij in Litouwen vijfde met de Nederlandse dubbeltwee.
Het derde WK junioren voor Cuup en zijn roeipartner Kris Vreeken van ‘t Spaarne begon afgelopen donderdag. Met een tweede plaats kwamen ze zonder problemen de eerste ronde door, waarna ze in een spannende kwartfinale opnieuw tweede werden, goed voor een plek in de halve finales op vrijdag. Cuup en Kris moesten daarin genoegen nemen met een vijfde plaats, en kwalificatie voor de B-finale voor de nummers zeven tot en met twaalf.
In die B-finale op zaterdag gingen de twee er nog één keer helemaal voor. Tijdens de bijzonder spannende race ging het Chinese koppel er met de winst vandoor, slechts één seconde voor Cuup en Kris. Met de tweede plaats werden ze achtste overall. (tekst gaat verder onder de foto)
Cuup Kuilboer werd in 2024 Sporttalent van Alkmaar en was daarna een jaar lang met deze foto te zien op één van de zuilen bij Sportcomplex De Meent. (foto: Alkmaar Sport)
“Een resultaat waarop beide verenigingen met recht trots kunnen zijn”, vindt ARZV-voorzitter Koen Elbers. “Voor zowel ARZV als ’t Spaarne is de achtste plaats op het WK een mooie bekroning van de ontwikkeling van hun roeiers. Het resultaat laat bovendien zien dat jonge roeiers vanuit beide verenigingen de aansluiting kunnen vinden met de internationale top.”
Voor zowel Cuup als Kris is het het WK in Plovdiv het laatste grote juniorentoernooi. Maar senior worden is niet de enige grote verandering in het vooruitzicht. Cuup gaat Economie & Bedrijfseconomie studeren aan de VU in Amsterdam en daarmee is een overstap naar de succesvolle Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus voor de hand liggend. Kris Vreeken gaat zelfs naar Yale University in Connecticut, Verenigde Staten.
“Voor ARZV betekent het afscheid nemen van een talentvolle junior die de afgelopen jaren een belangrijke plek binnen de vereniging heeft ingenomen”, betreurt Elbers. “Tegelijkertijd is de verwachting dat Cuup ook in de toekomst nog regelmatig op de Alkmaarse wateren te zien zal zijn. ARZV en ’t Spaarne wensen beiden veel succes met hun volgende stap in hun studie en roeicarrière.” (foto: aangeleverd)
Het nieuws dat AZ zondag de Johan Cruijffschaal won zal weinig Alkmaarders zijn ontgaan. Voorafgaand aan de wedstrijd bleek al dat het wel goed zat met het vertrouwen, en dat vertrouwen werd dus beloond. Toch zal deze winst niet tot even grote feestvreugde leiden als het winnen van de KNVB-beker eerder dit jaar.
NH, mediapartner van Streekstad Centraal, peilde zondag de stemming bij het Alkmaarse voetbalstadion. Daar vertrokken de bussen naar Eindhoven, waar PSV de uitdager ‘thuis’ ontving, als regerend landskampioen. Want dat is waar het in deze wedstrijd om gaat: de landskampioen en de bekerwinnaar meten hun krachten.
“We denken dat we eerste gaan worden”, voorspelden de trouwe supporters bij het Alkmaarse stadion. Maar dat het 0-4 zou worden in het voordeel van hun voetbalclub, dat zal toch niet iedereen hebben durven hopen. (tekst gaat door onder de foto)
Fans kraakten wat kritische noten, maar uiteindelijk werd het een feestelijke zondag. (foto: NH)
Dat de wedstrijd niet op neutrale grond wordt gespeeld, maar bij landskampioen PSV, dat vinden de supporters wel een bezwaar. “De bekerwinnaar is altijd in het nadeel”, zeggen ze voor de camera van NH. Tot 2017 was dit nog anders en werd op de ‘neutrale’ grasmat van de Arena gespeeld.
Wat nog meer steekt: de supporters zijn niet gelijk verdeeld. “Zij zijn met 35.000 en wij met 1600, dat is toch niet eerlijk”, duidt een AZ-fan het toch wel grote verschil in deze opzet. Bij een wedstrijd in de Arena had het ook 30.000 tegen 30.000 kunnen zijn.
Maar het heeft AZ er allemaal niet van weerhouden om overtuigend te winnen. Een ongelukkige actie van PSV’er Joey Veerman leidde tot rood en daarna kon AZ de wedstrijd goed naar zijn hand zetten. “Dit is de tweede prijs binnen de kortste keren en daar zijn we blij mee. Zo gaat het snel”, reageert trainer Leeroy Echteld op de mooie zege.
Maar nee, een bustocht door de binnenstad, zoals na de bekerfinale, dat zit er nu niet in. Sterker: de concentratie is alweer vol op het komende weekend. Dan begint de competitie weer en speelt AZ thuis tegen ADO Den Haag.
De Foeste Moiden waren zélf al een samenwerking, van rugbyende vrouwen uit Schagen, Hoorn en Alkmaar. Maar zelfs met deze drie steden als basis lukte het vaak niet om genoeg rugbysters het veld op te krijgen. Het team zag het dan ook somber in – tot zich een heel ander scenario aandiende.
Streekstad Centraal schreef er dinsdag al over: samen met rugbyteams uit Castricum en Zaanstad werden de ‘Zaanse Foeste Fazanten’ geformeerd, een heel nieuw team dat dit najaar z’n eerste wedstrijd speelt.
Dat nieuwe cluster van clubs geeft de sporters uit Alkmaar en omgeving een kans om alsnog op hoog niveau te rugbyen en dat is extra bijzonder, omdat voor de Alkmaarders eigenlijk het einde naderde. “We hadden ons al uitgeschreven.” (tekst gaat door onder de foto)
Een gezamenlijke oefening op het strand. (foto: aangeleverd)
Dat bevestigt Stephanie Morianner in gesprek met Streekstad Centraal. “Het is best pittig geweest, dit seizoen. We stonden soms maar met tien meiden in het veld. Er waren ook net zes nieuwe bij, en rugby is gewoon een intensieve sport.”
Het ging dan ook niet goed, moet ze erkennen. Er werd mooi gespeeld, maar te vaak eindigde dat in een verloren wedstrijd. “Ondanks alle uitdagingen hebben we als team gestreden voor ieder punt en prachtige resultaten neergezet. Soms verloren we nipt, terwijl we andere wedstrijden zelfs zonder wissels wisten te winnen”, nuanceert Stephanie.
Maar de conclusie was toch dat het eigenlijk niet meer ging voor De Foeste Moiden. Na elf jaar ging de stekker eruit, de uitschrijving was gedaan, veel van de altijd zo enthousiaste rugbyvrouwen kondigden aan met de sport te stoppen. (tekst gaat door onder de foto)
Van Zaandam tot Schagen: het nieuwe team vertegenwoordigt een groot gebied. (foto: aangeleverd)
“Er waren eerder wel gesprekken geweest om te clusteren met andere teams”, zegt Stephanie. Maar nu, toen het eigenlijk al bekeken leek, kwam dat scenario alsnog op tafel. Cas RC uit Castricum en de Zaanse Rugbydames uit Zaanstad wilden wel en zo vormden ze het nieuwe cluster waar nu alle hoop op is gevestigd.
Mooi voor het damesrugby, vonden ook andere teams, maar er klonk ook kritiek. De Foeste Moiden waren aan het einde van hun moeilijke seizoen gedegradeerd: van de tweede naar de derde klasse. Nu komen ze met de Zaanse en Castricumse speelsters uit in de eerste klasse.
“Onze ambitie is niet geweest om op deze manier te promoveren”, reageert Stephanie. “Maar we wilden wél spelen. Dit is echt uit noodzaak.”
Zonder speelkansen valt de aantrekking voor nieuwe rugbyers ook wel weg. Het nieuwe cluster moet juist voor veel nieuwe aanwas zorgen. “Wij zien dit als een mooie kans om de overgebleven speelsters de mogelijkheid te bieden hun sport te blijven beoefenen en tegelijkertijd het damesrugby in onze regio levend te houden.”
Ze heeft vertrouwen in de kwaliteiten die nu gebundeld worden. Ze ziet getalenteerde speelsters met een groot enthousiasme. “We willen van hier uit weer verder groeien. Het verhaal van de Foeste Moiden is nog niet klaar, we houden onze naam. We kunnen weer gaan groeien.” (hoofdfoto: Kevin Scott)
Een rouwproces, zo voelt het voor Lisanne de Witte: stoppen met haar sport, haar grote passie. Ze vierde als hardloopster grote successen. Haar carrière met zo’n succes afsluiten, dát lukte haar vorig weekend niet, en juist dat brengt de Alkmaarse, die traint in Heiloo, dan toch weer aan het twijfelen.
NH, mediapartner van Streekstad Centraal, sprak met De Witte en ook met haar coach Sven Ootjers. Op het NK Atletiek in Hengelo lukte het de sprintster niet om zich voor de finale te plaatsen. Dat NK had eigenlijk haar afscheid moeten zijn – en is dat misschien ook wel. Een afscheid in mineur.
“Dit seizoen begon dramatisch door blessures”, blikt De Witte terug. Dat ze die finale niet haalde was niet eens de grootste teleurstelling. Het publiek zag oprechte tranen toen ze een laatste ereronde liep. “Het deed mij vooral pijn dat het heel slecht ging en daar schrok ik van. Het voelde gewoon heel heftig, om met iets te stoppen van wat ik achttien jaar heb gedaan”, zegt ze tegen NH. (tekst gaat door onder de foto)
Een écht Alkmaarse huldiging, samen met Maartje Keuning. (foto: Streekstad Centraal)
Ook voor haar coach was het moment beladen. Van hem hoeft De Witte ook zeker niet te stoppen, dat is echt haar eigen beslissing. Eén die ze nu dus wel heroverweegt. “Ik weet het niet”, zegt de Alkmaarse. “Ik vind ik het lastig om te accepteren. Het ging zaterdag gewoon zo slecht en dat zorgt voor twijfels.”
Ze heeft anders genoeg om héél trots op te zijn. Van de nationale titel op de 800 meter in 2015 tot de Olympische spelen, driemaal. Vier keer goud met de Nederlandse estafetteploeg op de verschillende Europese en Wereldkampioenschappen. De grootse huldigingen, ook in Alkmaar, haar thuisstad. (tekst gaat door onder de video uit 2024)
Haar club is AV Trias uit Heiloo. Ook in die gemeente is de waardering voor wat De Witte heeft betekend groot. Ze trainde hier al sinds haar jonge jaren en ziet hoe AV Trias verder groeit, zich verder ontwikkeld.
“Dit voelt als het juiste moment om ruimte te maken voor nieuwe talenten”, zegt ze daarover. “Ik vind hun ontwikkeling mooi om te zien en het geeft mij niet meer de druk dat ik harder moet lopen. Dat is misschien wel de bevestiging dat ik moet stoppen.”
Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”
Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.
Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.
Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)
Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”
Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”
Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”
Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”
Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”
Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”
Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af. Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”
Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.
Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”
Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)
Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”
Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”
Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.
Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”
Van Castricum tot Alkmaar, en van Hoorn tot Zaandam, tot in Schagen aan toe: het nieuwe damesrugbyteam ‘Foeste Zaanse Fazanten’ heeft een heel behoorlijke regionale dekking. Deels uit nood geboren, maar wél met vertrouwen in de toekomst. “Rugby is best een beetje hip aan het woorden.”
Rugbyster Elke Ross komt uit Castricum en komt uit voor Cas RC. “Dat blijft zo hoor”, verzekert ze. “Castricum speelt voor Castricum, we horen allemaal bij onze eigen club.”
Maar om het veld vol te krijgen moeten teams steeds vaker een beroep doen op andere clubs, anders wordt het toch lastig spelen. De ‘Foeste Zaanse Fazanten’ starten met goedkeuring van de bond in de eerste klasse.
Elke Ross heeft er alle vertrouwen in: deze samenwerking maakt haar sport nog aantrekkelijker. (foto: aangeleverd)
“Binnen het rugby wordt het allemaal wel opgelost hoor”, relativeert Ross. “We zijn wel eens met zeven meiden naar Tilburg gegaan. Toen deden er spelers van Tilburg bij ons mee.” Het onderstreept de goede onderlinge verhoudingen in het Nederlandse damesrugby, maar ideaal is het allerminst.
Voor wie niet met de sport vertrouwd is: er moeten vijftien rugbyers in het veld staan. En voor het mooie moeten er dan ook nog vijf of zes ‘wissels’ op de bank zitten. “Het is best een intensieve sport, je wil kunnen wisselen”, verklaart Ross. “Maar dat was bij ons vaak net aan en dan waren wij dus al een cluster met de Zaanse Rugbydames.”(tekst gaat door onder de foto)
De eerste kennismaking op het strand van Egmond aan Zee was een succes. (foto: Elke Ross)
Dat clusteren – niet fuseren, dat is wat anders – is heel gebruikelijk in het damesrugby. De Foeste Moiden komen zo uit Alkmaar, Hoorn én Schagen en waren dus zelf al een samenwerkingsverband van de Alkmaarse Rugby Club, Rugbyclub
Westfriesland en Rush Schagen. Het is een noodgreep, maar wel effectief. Het risico dat een club zich uitschrijft is er altijd, als er niet genoeg vrouwen overblijven houdt het een keer op.
Ross ziet verschillende oorzaken voor het gebrek aan rugbysters. De sport is echt in trek, er zijn ook veel meiden die ermee beginnen. Maar als ze volwassen zijn en de leeftijd van gezin dient zich aan, is zwangerschap vaak een eerste spelbreker. Ook de sportieve dynamiek speelt mee: het nabije Purmerend won de ereklasse en is dus een landelijke topper. Dat maakt het voor getalenteerde rugbysters interessant om over te stappen naar deze club. (tekst gaat door onder de foto)
Rugby is intensief, maar tegelijk kan er veel doordat clubs meedenken en samenwerken. (foto: Elke Ross)
“Wat je wil voorkomen is dat je met zo weinig mensen moet spelen dat iedereen meteen het veld in moet”, duidt Ross. “Wie nog niet zo lang meetraint zal niet meteen een wedstrijd willen spelen en dat is ook prima.” Maar dan moet de club wel groot genoeg zijn. Als dat niet meer zo is, wordt het voor nieuw talent ook weer minder aantrekkelijk om in te stappen.
Die vicieuze cirkel hebben de rugbysters uit Castricum, Zaanstad en Alkmaar, Hoorn en Schagen nu doorbroken. “We gaan steeds ergens anders trainen, dat moeten we nog even uitvogelen allemaal”, lacht Ross. “Het wordt in elk geval afwisselend.”
Daarmee wordt de sport weer aantrekkelijker voor beginnend talent uit wijde omtrek. Ross rekent dan ook op nieuwe aanwas. Vorige week werd al kennisgemaakt op het strand van Egmond aan Zee en op woensdag 5 augustus staat de eerste echte training op het programma. In september begint het wedstrijdseizoen.
“Dan zien de andere clubs het ook. En dan zeggen wij natuurlijk: laat maar zien dat je van ons kunt winnen. Wij gaan ons wel bewijzen denk ik. En we nodigen natuurlijk iedereen uit om mee te komen doen. Kom een keer kijken!”
Een nieuw skatepark in de Alkmaarse wijk Oosterhout leek een standaard renovatie worden. Tot de skatecommunity zich ermee bemoeide. De plannen van Stadswerk072 vielen niet in de smaak, waarna de gemeente besloot de skaters zelf aan tafel te zetten. Het resultaat: een skatepark dat niet alleen vóór, maar dóór de gebruikers wordt gebouwd.
De vernieuwing van het skatepark was noodzakelijk omdat de ondergrond niet meer veilig was. Daarom moesten de bestaande skate-elementen worden verwijderd. Stadswerk072 presenteerde vervolgens een plan met gerecyclede prefab-obstakels, zoals dat vaker gebeurt bij skateparken.
Via Instagram zag Chip Gonnissen de plannen langskomen. Al snel ontstonden er vragen. “We kwamen er al gauw achter dat het niet helemaal de juiste keuzes waren wat er zou komen”, vertelt hij aan Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Hoewel het skatepark officieel nog niet af is, skateboarden Chip en de andere bouwers af en toe wel al rondjes over het park. (foto: Streekstad Centraal)
Omdat Chip al jaren skateparken bouwt, stelde hij een alternatief voor. “Ik zei: kunnen we dit niet zelf oppakken en met de skaters uit Alkmaar iets neerzetten wat wij gaaf vinden?”
In plaats van vast te houden aan het oorspronkelijke ontwerp, koos Stadswerk072 ervoor om het gesprek aan te gaan. Volgens Ron de Groot, beheerder spelen bij Stadswerk072, bleek dat al snel de juiste keuze. “Een skater heeft toch zijn eigen lijnen en zijn eigen dingen”, zegt Ron. “We zijn eigenlijk hartstikke blij met de skaters, want we kunnen nu iets realiseren waar draagvlak voor is en waar ze achter staan.” (tekst gaat door onder de foto)
Ron de Groot van Stadswerk072 en skateparkbouwer Chip Gonnissen zijn erg te spreken over de samenwerking die geleid heeft tot het nieuwe skatepark. (foto: Streekstad Centraal)
Daarna ging het snel. Gonnissen maakte een nieuw ontwerp, werkte een begroting uit en schreef een plan van aanpak. “Ze zijn akkoord gegaan en toen zijn we gaan vlammen”, blikt hij terug.
Niet alleen het ontwerp veranderde, ook de manier van bouwen. Waar veel skateparken bestaan uit prefab-elementen die uit de fabriek komen, wordt het nieuwe park in Oosterhout volledig op locatie gebouwd. Volgens Gonissen levert dat een veel beter skatepark op. “Met beton kun je prachtige organische vormen maken en hele mooie dingen creëren. Daar hebben skaters ook baat bij.” (tekst gaat door onder de foto)
Er wordt nog hard gewerkt aan het nieuwe skatepark. Daarbij wordt veel gewerkt met beton. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de bouw blijft Stadswerk072 nauw betrokken. De skatecommunity verzorgt het ontwerp en de aanleg, terwijl Stadswerk helpt met materialen en logistiek. Zo worden vrijgekomen straatstenen hergebruikt als fundering en springen medewerkers bij als er materialen of machines nodig zijn. “Ze recyclen alles. Alle stenen die uit de straten komen mogen ze hergebruiken en zo hebben ze het hele skatepark opgebouwd”, zegt De Groot.
Ook Gonnissen is enthousiast over de samenwerking. “Stadswerk072 heeft echt een superjob geleverd. Als we iets nodig hebben, staan ze er bijna meteen. Door die samenwerking kunnen we dit ook veel goedkoper mogelijk maken.”
De laatste werkzaamheden zijn inmiddels in volle gang. Als alles volgens planning verloopt, verdwijnen de bouwhekken de komende weken en kunnen de eerste skaters het vernieuwde skatepark uitproberen. De officiële opening staat gepland op zondag 16 augustus.