Het is een meerjarenproject, maar de resultaten doen toch wel even pijn. De Castricumse Rugbyclub leidt dit seizoen nederlaag na nederlaag, onder toeziend oog van de pas 26-jarige hoofdtrainer Bart Wierenga. Maar het bestuur en ook het team staan nog altijd achter hem. “Voor de groep voelt het goed.”
Bart Wierenga schopte het ver in de rugby, voordat hij zijn schoenen aan de wilgen moest hangen. De Castricummer begon bij CAS RC, waarna zijn carrière een grote vlucht nam. Bart kwam dertien keer uit voor het Nederlands team, speelde als professional in Frankrijk en werd zelfs kampioen in het rugbygekke Nieuw-Zeeland. Maar toen kreeg hij één hersenschudding te veel.
De Castricumse club besloot om Barts internationale ervaring in het eerste herenteam te steken, ondanks zijn leeftijd. De opdracht die hij kreeg was bouwen. “Niet wat ze de afgelopen jaren hebben gehad; telkens iemand nieuw. Iets bouwen dat stevig staat, dat gezond is, en niet schieten en dan maar kijken of je raakt”, vertelt Bart aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Voortzitter Karsten Pronk bevestigt dit. “We wilden graag iemand hebben met meer continuïteit en iemand die langer bij de club kon blijven. En dan kom je al snel uit bij iemand die bij de club opgegroeid is. Voor ons was Bart de perfecte kandidaat.” (tekst gaat verder onder de foto)
Voorzitter Karsten Pronk steunt hoofdtrainer Bart Wierenga, ondanks dat succes voorlopig uitblijf. (foto: NH Nieuws)
Voorlopig werkt het nog niet. Castricum eindigde twee seizoenen terug comfortabel in de middenmoot van de ereklasse, maar daarna gleed het af en die trend zet zich in het seizoen 2025/2026 voort. Eén winst, dertien verlies en de voorlaatste plaats in het klassement. “Ik heb nog nooit zoveel verloren in mijn leven”, zegt Bart, en het zit hem dwars. “Slapeloze nachten en veel frustratie. Ook wel paniek. Omdat ik het niet meer zelf kan doen. Ik wil zo graag dat die jongens het goed doen. Ik houd allemaal van ze, want het zijn goede gasten.”
Bart weet ook te relativeren. “Het gaat niet om het resultaat, maar om het proces.” Niet onbelangrijk is dat het bestuur en de spelers nog altijd achter hem staan. “Voor ons was en is de belangrijkste doelstelling dat we groeien”, licht de voorzitter toe. “Groeien in de breedte en een basis maken om in de toekomst weer structureel in de top mee te kunnen spelen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Speler Pieter Bob Wierenga zegt dat de mannen achter hun hoofdtrainer staan, zijn veel jongere neef Bart Wierenga. (foto: NH Nieuws)
En als je van iemand wel de waarheid kan horen, dan is het wel van je familie. Eén van de spelers is Barts dertien jaar oudere neef Pieter Bob Wierenga en die is duidelijk: “Je ziet dat er binnen de groep heel veel vertrouwen is. Misschien van buitenaf wordt dat anders beoordeeld, maar voor de groep voelt het goed.”
Een pracht van een weekend voor Celine Kleijmeer uit Heiloo. De judoka wist met knappe partijen in de gewichtsklasse -63 kilogram Nederlands kampioen onder de 21 jaar te worden.
Zaterdag won Kleijmeer haar eerste partij met een vol punt, een prima prestatie. Een perfect uitgevoerde schouderworp maakte hier het verschil. In haar tweede partij pakte ze met twee heupworpen de winst. In de halve finale gebruikte ze een verwurging om haar tegenstander te verslaan. In de finalepartij sloeg ze aan het einde toe met een overtuigende schouderworp gevolgd door een houdgreep op de grond. Dat leverde Kleijmeer haar winst op.
Na haar eerdere kampioenschap doorliep Kleijmeer een bijzondere promotie naar de zwarte band met een eerste dan. Nu ze in de leeftijdscategorie -21 voor de tweede keer Nederlands kampioen is geworden, maakt ze kans op een bijzondere promotie naar de tweede dan; daarvoor moet een volgend kampioenschap worden gewonnen.
In de aankomsthal van zwembad Waardergolf in Heerhugowaard is het zaterdagmiddag een en al spanning. Gespannen koppies en tassen vol zwemkleding: het is tijd voor de schoolzwemkampioenschappen van zwemvereniging AquaWaarD. De kinderen staan te spingen om het zwembad in te mogen.
Een enkeling hoeft zich niet eens meer om te kleden. “Ik heb onder m’n joggingbroek mijn badpak al aan!”, zegt een meisje enthousiast. Ze doet voor de tweede keer mee en hoopt dit jaar op een podiumplek. “Vorig jaar lukte het me niet, maar ik ben nu wat sterker dus ik hoop dat het nu wel lukt. En anders is het alleen maar heel erg leuk om vandaag lekker te zwemmen.”
Om vier uur mogen de kinderen de kleedkamers in. Daarna verplaatst de drukte zich richting het 25-meterbad. Om kwart over vier mogen de deelnemers alvast even inzwemmen. Voor Streekstad Centraal betekent dat bij binnenkomst ook: schoenen uit.
Naast het zwembad staan Maaike en Margreet van AquaWaarD, de organisatie van deze zwemkampioenschappen voor scholen. Ze houden het overzicht terwijl kinderen zich verzamelen langs de kant. “Het is altijd een erg leuke dag. De kinderen hebben er zin in, de ouders en familieleden hebben er zin in, dus het is gewoon een hele gezellige middag”, vertelt Maaike. (tekst gaat door onder de foto)
Terwijl in het zwembad de kinderen hun best doen om zo hard mogelijk te zwemmen, staan langs de zijkant de rest van de kinderen vol spanning te wachten tot ze aan de beurt zijn. (foto: Streekstad Centraal)
Het is de vierde keer dat zwemvereniging AquaWaarD de schoolzwemkampioenschappen organiseert in Waardergolf. Alle basisschoolkinderen uit groep 3 tot en met 8 konden zich inschrijven.
“Ieder jaar zijn de kampioenschappen populair, maar dat zie je niet aan het aantal kinderen dat er vandaag is”, vertelt Margreet. “We hanteren een maximaal aantal van 72 kinderen, omdat het anders wel een hele lange middag wordt. Ook dit jaar hebben we weer kinderen moeten teleurstellen helaas, maar als er toch kinderen afzeggen hebben we een wachtlijst zodat er toch nog extra kinderen mee kunnen doen.”
Wedstrijdzwemmen bestaat namelijk voor een groot gedeelte uit wachten. Ook zaterdagmiddag is dat het geval. “Alle kinderen zwemmen drie baantjes. Eén baantje schoolslag, één baantje rugcrawl en één baantje borstcrawl. En daartussen wachten ze weer tot ze aan de beurt zijn. Als het langer dan drie uur duurt, is dat voor de kinderen en voor de familie en vrienden op de tribune eigenlijk ook niet meer leuk.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor de wedstrijd begint krijgen de kinderen nog de laatste uitleg over wat de bedoeling is. Daarna mogen ze klaar gaan staan op het startblok en na het fluitje mogen ze gaan zwemmen. (foto: Streekstad Centraal)
In totaal worden er 36 zwemseries gezwommen.Omdat het kampioenschap inmiddels vaste prik is, weet de organisatie precies waar ze rekening mee moet houden. “We hebben nu heel duidelijk de kinderen per onderdeel in dezelfde baan geplaatst”, legt Margreet uit. “Daarnaast is er per groepje een begeleider die ervoor zorgt dat de juiste deelnemers op het juiste moment aan de rand van het bad staan. We verwachten dan ook geen chaos.”
Langs het bad staan vrijwilligers met stopwatches, fluitjes en startlijsten. “We draaien vandaag helemaal op vrijwilligers”, zegt Margreet. “Als ik zo om me heen kijk vind ik dat echt heel mooi om te zien. Mensen vanuit alle hoeken van het zwemmen zijn hier vandaag om het voor de kinderen allemaal goed te laten verlopen.” (tekst gaat door onder de foto)
Langs de zijkant van het bad staan vrijwilligers met stopwatches te wachten tot de zwemmers aan de overkant zijn. (foto: Streekstad Centraal)
Over iets goed laten verlopen gesproken: Maaike en Margreet hebben zaterdagmiddag geen vaste taak. “Als manager hoor je ook geen taken te hebben, want anders ben je geen goede manager natuurlijk”, lacht Margreet. “Nee, maar we sturen alles aan. En als er iets niet goed gaat, springen we in. Al verwacht ik dat vandaag niet.”
Op de tribune zoeken ouders, opa’s en oma’s een plekje. Jassen worden uitgedaan, programma’s erbij gepakt. “Ik vind het heel leuk hoor, dat die kleinzoon van me meedoet”, zegt een opa met opgestroopte mouwen. “Maar het is me hier toch een partijtje warm! Ik zou bijna zelf in het zwembad willen springen.” Een andere toeschouwer wappert zichzelf koelte toe met het boekje. “Het maakt me niet uit of ze wint”, zegt ze glimlachend. “Als ze maar plezier heeft.” (tekst gaat door onder de foto)
De ‘sauna’-tribune zit zaterdagmiddag helemaal vol met familie en vrienden van de kinderen in het zwembad. (foto: Streekstad Centraal)
Om half vijf is het zover. De eerste serie wordt naar voren geroepen. De scheidsrechter legt nog één keer rustig uit hoe het werkt. “Bij het eerste fluitje gaan jullie op het startblok staan”, klinkt het duidelijk door de zwemhal. “Dan zeg ik ‘klaar’… en bij het tweede fluitje mogen jullie het water in en als een speedboot naar de overkant.” De kinderen knikken.
Het eerste fluitje klinkt. Voeten op het startblok. “Klaar…” Het tweede fluitje klinkt – en het water spat omhoog. “Kom op!” klinkt het vanaf de tribune.
“Je zal zo wel zien dat er tussen de deelnemers best wat verschil zit”, zegt Margreet terwijl ze toekijkt. “Dat komt omdat sommige kinderen zwemles bij ons hebben en ook de verschillende slagen aangeleerd krijgen.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een mooie plons springen de kinderen het water in om zo snel mogelijk de overkant te bereiken. (foto: Streekstad Centraal)
Dat verschil is zichtbaar, maar het enthousiasme is overal gelijk. Een meisje dat net haar rugcrawl heeft gezwommen, klimt stralend het bad uit. “Ik ging sneller dan bij het inzwemmen!”, roept ze naar haar vriendinnen.
Margreet hoopt dat de kampioenschappen bijdragen aan dat plezier in het water. “Het is niet het hoofddoel van vandaag, maar als hierdoor meer kinderen gaan zwemmen zou dat natuurlijk mooi zijn.”
Blijdschap bij SV Vrone. Volgens archeologen was de kans niet groot dat er iets bijzonders in de grond onder de Pancrasser voetbalclub gevonden zou worden, maar toch. Uiteindelijk bleven ze met lege handen. Jammer voor liefhebbers van archeologie, goed nieuws voor de Vronianen. “We zijn superblij, heel blij.”
De rond 700 leden van SV Vrone wachten al jaren op vernieuwing van hun sportcomplex. Nu is het dan eindelijk zo ver. Maar tussendoor moest archeologisch onderzoek worden gedaan. Sint Pancras ligt immers grotendeels op een geest, een oude zandrug omringd door water of drassig gebied, typisch een plek waar al sinds de oudheid mensen op woonden of verbleven. En eerdere opgravingen langs de even verderop legden bodemschatten bloot uit de late ijzertijd en de late middeleeuwen. (tekst gaat verder onder de foto)
Jeroen van Velzen was afgelopen week bij het archeologisch onderzoek en zei toen dat hij hoopte, dat er niks bijzonders gevonden zou worden. (foto: NH Nieuws)
Uitzonderlijke vondsten langs de Gedempte Veert zorgden voor nogal wat vertraging van de bouwplannen aldaar. Met de finish van de vernieuwing langzamerhand in het zicht, zaten de Vronianen daar niet op de wachten. Hoe eerder terug vanaf Sportpark De Vork, hoe beter.
De kans op vondsten aan de oostzijde van de zandrug werden laag ingeschat, maar je weet maar nooit. Halverwege was er nog niets bijzonders gevonden. En daarna ook niet. Volgens penningmeester Jeroen van Velzen zijn alle clubleden opgelucht en blij met het nieuws. “We weten nu eindelijk dat we na de zomervakantie terug kunnen keren naar het dorp”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Ik heb al genoeg blije reacties binnengekregen.”
Voor de oudgedienden heeft de aanloop heel lang geduurd. De eerste ideeën voor renovatie zijn al zo’n dertig jaar oud. In 2015 presenteerde de club een plan aan gemeente Langedijk met grondaankoop. Anderhalf jaar later werd de deal gesloten. De club ging voortvarend verder, maar toen trokken aannemers zich terug. Flink balen voor de Vronianen. (afbeelding: Gemeente Dijk en Waard)
Niet alleen wordt bij SV Vrone gerenoveerd, ook is aan de noordoostzijde ruimte gemaakt voor woningbouw.
Gelukkig voor SV Vrone sprong gemeente Dijk en Waard in. Het is inmiddels 2020. Er kwam met een plan voor renovatie, met woningen aan de randen een verbetering van de verkeerssituatie. Ruim een jaar later ging de raad van Dijk en Waard akkoord met het concept, maar aan de indeling van het terrein worden gesleuteld en daarna bleek alles een stuk duurder te worden. Toen was het ineens alweer 2024. Op 2 april 2025 kon dan eindelijk de vlag uit, toen wethouder John Does en het Vrone-bestuur tekenden. (tekst gaat verder onder de tekening)
De voetballers van SV Vrone krijgen een compleet gerenoveerd sportpark met twee natuurgrasvelden en een kunstgrasveld, alles met goede afwatering. Zonder tegenslagen wordt er voor het komende voetbalseizoen weer op het eigen sportcomplex gespeeld.
Wie zaterdagochtend klaarzat om een startbewijs te scoren voor de Alkmaar City Run by night, moest er snel bij zijn. Binnen een half uur waren alle plekken voor de 5 en 10 kilometer vergeven. Daarmee is de twaalfde editie in recordtempo uitverkocht.
De belangstelling voor de avondrun door de Alkmaarse binnenstad groeit al jaren, maar zo snel als dit ging het nog nooit. De organisatie opende de inschrijving deze keer op zaterdagochtend, om negen uur, zodat iedereen gelijke kans had. Op de avond voor Hemelvaartsdag, woensdag 13 mei, verschijnen er 12.500 lopers aan de start.
Dat de animo groot was, bleek eerder al. Leden van Le Champion konden zich al eerder inschrijven, en dat werd massaal gedaan. Maar liefst 1.500 members – vijftig procent meer dan vorig jaar – maakten gebruik van de pre-sale. Ook bedrijven wisten de weg naar het evenement te vinden: honderden teams doen mee aan de Business Run.
De Alkmaar City Run by night is al jaren meer dan alleen een hardloopwedstrijd. Het parcours van 5 of 10 kilometer slingert door de sfeervolle binnenstad, waar duizenden toeschouwers zorgen voor muziek en aanmoediging langs de kant.
Voor kinderen is er nog wel plek. De inschrijving voor de Rollebol Kids Run (800 of 1.600 meter) en de Heroes Run is nog open tot en met 29 april, zolang er plek is. (hoofdfoto: Le Champion)
Het was deze week even geen juridische literatuur of cliëntoverleg op advocatenkantoor Schenkeveld in Alkmaar. De schermen stonden afgestemd op de Olympische Winterspelen, waar hun collega Dave Wesselink uit Heiloo zijn eerste meters maakte in de tweemansbob.
De 26-jarige atleet is op de Spelen actief als piloot in zowel de twee- als viermansbob. Bijzonder detail: pas vier jaar geleden nam hij plaats achter het stuur van de slee. Toch staat hij nu op het hoogste sportpodium ter wereld. Voor Wesselink is het zijn olympische vuurdoop. Eerder liet hij al weten hoe bijzonder dat voor hem is. “Het is altijd iets mythisch geweest, en dan haal je dat opeens. Het voelt heel onwerkelijk.”
In het dagelijks leven werkt Wesselink als advocaat. Door zijn sportcarrière moeten zijn collega’s hem al maanden missen op kantoor, maar het enthousiasme overheerst. “Het is af en toe wel ingewikkeld, maar we vinden het fantastisch wat hij doet’, vertelt collega Martijn Smit aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Ook op de werkvloer laat Wesselink volgens hem de nodige gedrevenheid zien: “Hij is in zijn werk als advocaat net zo fanatiek.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol spanning kijken de collega’s van Dave naar zijn bobslee-debuut op de Olympische Spelen. (foto: NH Nieuws)
Die fanatiekeling stuurt op de olympische baan met snelheden die weinig ruimte laten voor fouten. Tijdens de eerste heat houden de collega’s maandag hun adem in. Wanneer Wesselink en zijn teamgenoot de finish halen, klinkt er opluchting én applaus.
Zijn collega Pepijn van Leijen analyseert de run kritisch: “Hij had wat moeite met één bocht, maar verder een hele goede race volgens mij.” Na twee heats staat het Nederlandse duo op de dertiende plek. Een medaille zit er niet in, maar binnen het team leeft het vertrouwen in de toekomst.
“Dave zei al dat deze Spelen vooral zijn om te laten zien dat we eraan komen als Nederland”, vertelt Pepijn. “De komende jaren willen ze dichterbij komen en over vier jaar voor een medaille gaan.”
Dinsdagavond komt Dave weer in actie in de tweemansbob. Komend weekend staat de strijd om de medailles in de viermansbob op het programma. Dan komt Wesselink samen met Egmonder Timme Koster in actie.
Wie regelmatig bij De Meent binnenstapt heeft ze vast al eens gezien: jonge meiden die op hun ‘gympies’ alvast wat pirouettes draaien bij de ingang van de ijshal. Daar staan dan de 15-jarige Summer Wijkhuizen en de 12-jarige Anastasia Zentveldt ook regelmatig tussen om warm te draaien voor de komende training. De twee Alkmaarse tieners mogen inmiddels tot de nationale top van het kunstschaatsen worden gerekend.
En hun sport krijgt met de Olympische winterspelen natuurlijk weer wat extra aandacht, vooral omdat Daria Danilova en Michel Tsiba daar voor TeamNL uitkomen bij het kunstschaatsen. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een Nederlands kunstschaatspaar in actie komt op dit Olympische onderdeel.
Maar Summer en Anastasia blijven er niet voor thuis, dat kan simpelweg niet: ze moeten – elke dag – trainen: “We kijken het wel terug op de app”, zo vertellen ze met een blik op het wedstrijdschema.
De korte kür van Daria en Michel bij het paarrijden staat gepland voor zondagavond. Misschien zijn de meiden dan net thuis uit ijshal De Meent, waar ze komend weekend de selectiewedstrijden rijden voor de KNSB Cup. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat Summer en Anastasia op topniveau met hun sport bezig zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer Wijkhuizen staat aan de Nederlandse top als solorijder bij het kunstschaatsen. (foto: Pietures)
In Alkmaar heeft het kunstschaatsen de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In de ijshal van De Meent wordt al jaren hard gewerkt aan talentontwikkeling, met daarachter een bekende naam: Egmonder Marcus Deen. De zesvoudig kampioen heeft in Alkmaar zijn eigen figure skating school opgezet.
“De hele school zit rond de 200 schaatsers, waarvan ongeveer 40 serieuzere wedstrijdschaatsers,” vertelt Deen aan Streekstad Centraal. Volgens de Egmonder is het vooral bijzonder dat er nu twee meiden uit Alkmaar tegelijk doorbreken. “Dit soort talent zoals deze twee dames, daar heb je niet zo heel veel van. Het komt zo af en toe een keer voorbij.”
Voor Summer Wijkhuizen begon het allemaal heel onschuldig. Gewoon, tijdens het vrij schaatsen in de kerstvakantie. “Toen zagen we twee meisjes. Die deden gewoon samen leuke trucjes. Toen dacht ik: dat is wel wat voor mij,” vertelt ze. Volgens haar moeder Nancy moet ze haar energie kwijt: “Ze zat al op judo, maar dit vond ze nog leuker.” (tekst gaat verder onder de foto)
Anastasia Zentveldt uit Alkmaar maakt furore op het ijs. (foto: Pietures)
De route van Anastasia Zentveldt naar het kunstschaatsen verliep anders. Dankzij de Russische wortels van haar moeder keek ze als klein meisje vaak naar tv-programma’s uit Rusland, en daar is kunstschaatsen enorm populair. “En toen dacht ik: laat ik dat ook eens proberen,” vertelt ze. “Tot mijn grote geluk”, lacht moeder Natalia.
Beide meiden begonnen rond hun zevende. Maar wat bij Summer vooral opvalt, is hoe snel het daarna ging. “Dankzij corona”, zegt ze zelf. “Ik ben nu twee keer Nederlands kampioen. Ik sta inderdaad vaak op het podium. Goud, zilver,” zegt ze nuchter.
De timing van hun ontwikkeling maakt het toch wat bijzonder. Terwijl de Olympische Spelen bezig zijn en Nederland daar voor het eerst – ooit – een kunstschaatspaar heeft, groeit in Alkmaar een potentiële Olympiër op. Summer is bij de volgende Olympische Winterspelen 19 jaar, een leeftijd waarop het zeker mogelijk is om als solorijdster mee te doen. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer mocht al drie keer optreden bij Holiday On Ice. (foto: Kenneth Nwosu)
Als de verslaggever voorzichtig die Olympische droom uitspreekt, moet Summer even lachen. “Ja, het zou me wel heel cool en leuk lijken,” reageert ze. Ze blijft realistisch, maar ze sluit het zeker niet uit. “Ja, dan ben ik een van de jongsten, maar het zou ook wel kunnen, denk ik.”
Dat het geen loze droom is, blijkt ook uit hoe haar leven er nu uitziet. Summer traint vrijwel elke dag: “In de ochtend en avond. Alleen zondag niet,” vertelt ze. Moeder Nancy brengt haar vanuit de Alkmaarse wijk Daalmeer naar elke training in De Meent. “Het wordt wel heel erg veel als ik het ook nog eens zou moeten fietsen.”
Dat betekent ook dat ze veel moet laten. “Je moet er wel heel veel voor opgeven. Want ik kom nog maar een paar uurtjes per week op school. Ik ga nooit naar feestjes, gala’s of kerstdiners”, zegt ze. Een speciaal dieet is gelukkig niet nodig: “Ik beweeg namelijk best wel veel. En ik moet natuurlijk ook nog een beetje van het leven genieten.”
Anastasia is drie jaar jonger en zit nog in groep 8 van de basisschool. Zij traint daardoor iets minder. Maar ook zij merkt nu al dat haar leven anders is dan dat van klasgenoten. “Twee ochtenden in de week ga ik later naar school, dan heb ik eerst ochtendtraining,” vertelt ze. ‘s Middags traint ze minstens vijf keer per week. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij Anastasia Zentveldt zit het schaatsen misschien wel in het bloed dankzij haar Russische moeder Natalia. (foto: Pietures)
Zodra Anastasia straks haar middelbare school beter kan combineren met trainingen, wil ze veel vaker trainen. “Ik denk dat het in de toekomst wel meer wordt.”
Coach Marcus Deen ziet vooral dat beide meiden de juiste instelling hebben. “Ze werken keihard en de families hebben er alles voor over,” vertelt hij. Volgens hem is dat ook nodig, want kunstschaatsen is niet alleen zwaar, maar ook duur. “Het is niet de goedkoopste sport,” zegt Deen.
Toch is het niet alleen maar hard werken. Summer geniet ook zichtbaar van alles wat erbij komt kijken. Ze reed al shows bij Holiday On Ice en vindt dat een leuke afwisseling. “Ik werd ook al drie keer naar het buitenland uitgezonden met TeamNL,” vertelt ze. Zelfs in Turkije en Bulgarije schaatste ze al de sterren van de hemel.
En ook Anastasia heeft al bijzondere momenten meegemaakt. Haar mooiste herinnering tot nu toe? “Ik denk een paar weken geleden mijn eerste keer Nederlands kampioenschap,” zegt ze. Ze behaalde daar één van haar beste scores dit seizoen.
Dat kunstschaatsen nu extra in beeld is door de Olympische Spelen, heeft de sport ook nodig om meer talent en meer publiek te trekken. “Je ziet dat mensen daardoor geïnspireerd raken en toch denken van: hé, dat kunstschaatsen is eigenlijk ook wel heel erg leuk,” stelt coach Marcus Deen.
De komende jaren zullen uitwijzen hoe ver Summer en Anastasia het gaan schoppen. Mocht er over vier jaar een Alkmaarse kunstschaatsster op het grootste podium ter wereld staan, weet dan dat het verhaal gewoon begon… in Alkmaar.
Afzetlinten langs de weg, het geluid van hardloopschoenen op het asfalt en vrijwilligers in hesjes op elke straathoek. Zondag stond Schoorl volledig in het teken van hardlopen. Om precies te zijn: in het teken van de Groet uit Schoorl Run. Wie door het dorp loopt, hoeft niets uitgelegd te krijgen. “Je kunt er gewoon niet omheen. Vandaag is het hardlopen. Punt.”
In de duinen en langs de straten gaat het daarom vooral over de halve marathon en de 30 kilometer van de Groet uit Schoorl Run. Maar er staan zondag meerdere runs op het programma: de Kids Run, de 30 km, de halve marathon en de 10 km – verspreid over de hele dag.
De halve marathon en de 30 kilometer zijn het eerste aan de beurt. Langs het parcours staan mensen ruim op tijd klaar om hun vrienden en familie aan te moedigen. Ze weten precies wie ze verwachten en ongeveer wanneer.
“Mijn vriend loopt de dertig kilometer,” zegt een vrouw die continu haar telefoon in de gaten houdt. “Ik heb zijn livelocatie dus ik weet wanneer ik hem ongeveer kan verwachten”, laat ze aan Streekstad Centraal zien. “Maar soms blijft hij een beetje hangen dus ik moet goed opletten of ik hem langs zie komen.” (tekst gaat door onder de foto)
De deelnemers hoefden het zondag niet alleen te doen. Op veel plekken stond het publiek tegen de hekken aangedrukt. (foto: Streekstad Centraal)
Dan ineens klinkt het: “Daar loopt ‘ie!” Ze zet een stap naar voren en klapt extra hard. “Ja hoor, die met dat groene shirt. Dat is ’m.” De loper kijkt op, steekt kort zijn hand op, maar richt zijn blik daarna meteen weer op de weg voor zich. “Lekker bezig!”
Rond het twee kilometerpunt is het opletten geblazen. Hier zit een sluis in het parcours zodat toeschouwers kunnen oversteken. Een nauwgezette operatie. “Met dit lint zorg ik ervoor dat één kant van de weg vrij blijft. Dan kan het publiek naar het midden lopen en dan gooi ik de andere kant open zodat de oversteek gemaakt kan worden”, legt die vrijwilliger die het in goede banen moet leiden uit. “Het moet natuurlijk wel allemaal veilig verlopen hier.”
Het klinkt allemaal heel makkelijk, maar in de praktijk is er toch de nodige stemverheffing nodig om het voor elkaar te krijgen. “Binnenbocht! Binnenbocht!”, wordt er hard geschreeuwd. Een enkeling glipt nog snel onder het lint door, maar tot echte ongelukken leidt het niet. (tekst gaat door onder de foto)
Om het publiek veilig de oversteek te laten maken zorgen vrijwilligers ervoor dat de lopers één kant van de weg vrijhouden. “Buitenbocht! Buitenbocht!”. (foto: Streekstad Centraal)
Als het wat rustiger wordt is er weer tijd voor wat ontspanning en een grap. “Heb je ooit overwogen om te gaan werken op de markt?”, vraagt een andere vrijwilliger lachend. “Nou, nu je het zo zegt, misschien ligt daar mijn talent”, is de reactie.
Tussen de toeschouwers zien we ook mensen die gekleed zijn of ze zelf meelopen. Een man in hardloopkleding, maar zónder startnummer speurt geconcentreerd het parcours af. “Ik loop hier bijna elk jaar,” zegt hij. “Maar dit keer ben ik geblesseerd. Ik ren nu korte afstanden, maar wil de lopers natuurlijk wel aanmoedigen.” Hij klapt net zo hard mee. “Dit is ook hartstikke leuk. Je voelt de energie nog steeds.”
Iets verderop staat iemand die het hardlopen inmiddels achter zich heeft gelaten. Ze wijst naar een loper die voorbij komt. “Dat is mijn dochter,” zegt ze trots. “Vroeger liep ik zelf de halve marathon, nu sta ik hier. Dat is anders, maar eigenlijk veel leuker. Ik ben nu veel zenuwachtiger dan toen ik zelf liep.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol adrenaline en blijheid komen de meeste hardlopers de finish over. De een wat vermoeider dan de ander, maar allemaal even trots. (foto: Streekstad Centraal)
Na iets meer dan een uur komen de eerste lopers van de halve marathon over de streep. Ze lopen strak door, nauwelijks om zich heen kijkend. “Zo, die zijn snel,” zegt iemand vanaf de kant. Er wordt geklapt, gefloten en geroepen, ook als het tempo iets lager ligt. “Nog een klein stukje, kom op!”
Daarna verandert het beeld. Lopers komen één voor één of in kleine groepjes over de streep. Allemaal met een ander gezicht: leeg, opgelucht of met een kleine glimlach. Sommigen gooien de armen even omhoog, anderen buigen voorover, sommigen lopen nog een stukje door of blijven direct stilstaan. Voor de één is het een snelle tijd, voor de ander vooral opluchting. Maar iedereen komt over die streep met hetzelfde doel: klaar zijn. “Ontzettend pittig, maar een fantastische ervaring.”
Nu nog zand en blubber, maar straks het kloppende hart van voetballend Egmond: VV Egmond. Vrijdagmiddag zette een zichtbaar trotse clubsecretaris Arnold Boon – samen wethouder Marco Wiesehahn-Vrijman – de heimachine in werking voor de ‘eerste’ paal van het nieuwe clubgebouw midden op het terrein. “Dit is historisch.”
“Dat we na meer dan twintig jaar vergaderen, overleggen en twee keer afgewezen complexen op de Egmonderstraatweg, nu zo ver zijn dat we dit kunnen realiseren. Dit is fantastisch”, vertelt Arnold Boon aan RTV80 / Streekstad Centraal, nadat hij die historische ‘eerste’ paal heeft geslagen. Het was natuurlijk niet echt de allereerste, maar dat mocht de pret niet drukken.
Zoals Boon aangeeft is er een lange voorgeschiedenis. Jaren gingen er voorbij tot de Zeevogels, Sint Adelbert en Egmondia ook echt besloten te fuseren. Daarna viel de keuze op grond aan de Egmonderstraatweg in Egmond aan den Hoef, prachtig centraal gelegen. Maar boerenorganisatie LTO, een aantal omwonenden en bedrijven waren tegen en kregen tot twee keer toe de Raad van State aan hun zijde. Uiteindelijk is gekozen voor het nest van de Zeevogels. (tekst gaat verder onder de foto)
Het midden van het oude Zeevogels-complex is overhoop gehaald, maar straks ligt er een prachtig energieneutraal complex met vijf velden. (foto: Streekstad Centraal)
“Door heel veel effort is er een ontwerp gekomen in samenwerking met de gemeente”, vertelt de secretaris. Om aan de hoogste normen van de voetbalbond te voldoen moet een aantal bomen weg. Zo is er genoeg voor vijf speelvelden, voldoende parkeerplekken en een clubgebouw van een bepaald formaat. “Het wordt een fantastisch mooi complex waar we ook echt heel erg aan toe zijn om dat de oude accommodaties op zijn. De kantine is de centrale pleisterplaats, van waar je goed zicht hebt op de velden er omheen.”
“Het complex wordt gasvrij, helemaal duurzaam. De leidingen van het warmtepompnet liggen onder de velden”, vertelt Boon trots. Al die duurzaamheid vergde wel extra investeringen. En door de vertragingen stegen de bouwkosten. Het prijskaartje steeg met een miljoen euro, maar de gemeente was bereid om die extra in te leggen, tot grote blijdschap van alle betrokkenen. (tekst gaat verder onder de tekening)
Zo moet het complex van VV Egmond er uit gaan zien. (ontwerp: Zijlstra Schipper architecten)
De druk op de knop is een historisch moment voor Arnold Boon. “We zijn hier héél intensief mee bezig soms wel tientallen uren per week. Ja, en dan is dit een echte fysieke druk op de knop. Je ziet dat die paal echt de grond in gaat en dat er ook echt gebouwd kan worden. Het is een hele mooie bevestiging van alle plannen, vergaderingen, tegenslagen met stikstof, noem maar op, dat het nu ook gewoon gebeurt.”
Peter Hommes, directeur bouw bij Tervoort Egmond, is ook blij dat het nu allemaal echt gebeurt. “Echt jarenlang voorbereiden en eindelijk mag je bouwen, dus dit is leuk. Ook omdat we ook hoofdsponsor zijn en uit Egmond komen, ja prachtig. Maar ik denk dat het allermooiste is dat het natuurlijk een fusie is van drie clubs”, zegt Hommes.
“Kijk, een gebouw is een gebouw hè, dat kunnen in alle vormen maken, maar het is vooral de saamhorigheid van Egmond die hier samenkomt. En je ziet dat al met de voetbal. Dat gaat ook wel lekker, en dat is ook leuk om te zien.” (tekst gaat verder onder de foto)
Peter Hommes van Tervoort Egmond, te midden van secretaris Arnold Boon en wethouder Marco Wiesehahn. (foto: Habro fotografie)
De herinrichting van het verouderde complex aan de Hogedijk begon na de kerstvakantie. Inmiddels is in het midden begonnen aan de fundering van het clubgebouw. Tot het nieuwe pand klaar is blijft het bestaande gebouw staan. Dat scheelt ook kosten, want zo zijn er geen bouwketen nodig. In december levert Tervoort het pand op en kan VV Egmond aan de slag met de inrichting. Het streven is om in januari helemaal klaar te zijn.
Arnold Boon is optimistisch over die planning: “Wij verwelkomen al onze leden bij de nieuwjaarsbijeenkomst in 2027 in het nieuwe complex.” (hoofdfoto: Habro fotografie)
Vrijdagavond worden in Milaan de Olympische Winterspelen officieel geopend. Ook de regio Alkmaar wordt daar vertegenwoordigd: twee atleten uit de omgeving maken deel uit van de Nederlandse olympische ploeg. Dave Wesselink uit Heiloo en Timme Koster uit Egmond aan den Hoef strijden in de bobslee om eeuwige roem. Hofleverancier van TeamNL: atletiekvereniging Trias uit Heiloo.
De deelname van twee regionale sporters in de bobslee is op zichzelf al bijzonder, maar de manier waarop het olympische ticket werd veiliggesteld, maakt het verhaal extra opvallend: de kwalificatie kwam tot stand na enkele dagen in St. Moritz die binnen het team als extreem en emotioneel worden omschreven.
Tijdens de World Cup in het Zwitserse Sankt Moritz ging het begin januari bijna mis. Op 8 januari crashte de Nederlandse viermansbob. Daarbij werd gevreesd voor ernstig hoofdletsel bij stuurman Dave Wesselink. Binnen het team leefde op dat moment de gedachte dat olympische deelname opeens ver weg was. (tekst gaat verder onder de foto)
Timme Koster in 2023 toen hij zijn titel prolongeerde bij het hordelopen op het NK Atletiek. (foto: Bjorn Paree)
Toch volgde kort daarna een complete ommekeer. Slechts twee dagen na de crash reed Wesselink in de tweemansbob een uitzonderlijk sterke wedstrijd. De Nederlandse slee eindigde als achtste, een resultaat dat op dat moment als verrassend werd gezien en bovendien een historisch hoogtepunt betekende: het was het beste resultaat ooit voor de Nederlandse tweemansbob.
Die achtste plaats was ook precies wat nodig was om aan de internationale kwalificatie-eis te voldoen. Voor olympische plaatsing moest minimaal één keer een top-8-klassering in de wereldbeker worden behaald, en dat lukte in St. Moritz.
De wedstrijd telde daarnaast als Europees kampioenschap, waarin Wesselink zich als zesde klasseerde.
De prestatie kwam niet vanzelf. Na de eerste run stond de Nederlandse tweemansbob nog op de negende plaats. In de tweede run wist het duo echter een plek te winnen dankzij een sterke start en een goede afdaling. Daarbij werd onder meer een Franse slee ingehaald.
Opvallend detail: Wesselink reed in St. Moritz met een geleende slee van het Australische team. De eigen slee functioneerde niet optimaal, waardoor op korte termijn naar een alternatief moest worden uitgeweken.
De kwalificatie van de tweemansbob had meteen een tweede gevolg. Volgens de internationale regels betekent een olympisch ticket in de tweemansbob ook dat hetzelfde land in aanmerking komt voor deelname met de viermansbob. Daardoor is niet alleen de tweemansbob geplaatst, maar ook de Nederlandse viermansformatie waarin Wesselink eveneens als stuurman optreedt. (tekst gaat verder onder de foto)
Het sportieve fundament voor het bobsleeën was voor Timme Koster en Dave Wesselink vooral het hordelopen bij atletiekvereniging Trias in Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
In die viermansbob maakt ook Timme Koster deel uit van de selectie. Net als Wesselink is Koster bij veel sportliefhebbers in de regio vooral bekend uit de atletiek. Hij was jarenlang actief als hordeloper en kwam uit voor atletiekvereniging Trias in Heiloo. Pas recent maakte hij de overstap naar het bobsleeën, waarin hij als remmer een sleutelrol vervult bij de start.
Beide sporters zijn al sinds hun jeugd lid van Trias en trainen nog altijd vrijwel dagelijks. Hun olympische deelname geldt daarom ook als een prestatie van formaat voor de vereniging en het dorp Heiloo. Bij Schenkeveld Advocaten in Alkmaar zullen ze ook trots zijn geweest op Dave, die daar als advocaat zijn brood verdient.
Hoewel de kwalificatie een grote mijlpaal is, zijn de verwachtingen voor een medaille bescheiden. Binnen de ploeg wordt benadrukt dat de internationale concurrentie groot is. Een topacht-klassering wordt al gezien als een prestatie om trots op te zijn.
Na de openingsceremonie van vrijdagavond richten Dave en Timme zich op de wedstrijden in Cortina d’Ampezzo, waar de bobsleebaan van deze Winterspelen ligt. De wedstrijden in de tweemansbob zijn op 15 en 16 februari. De viermansbobsleeën schieten op 21 en 22 februari uit de startblokken. (Hoofdfoto: aangeleverd)