Soms moet je gewoon ‘mazzel’ hebben, zegt vader Leander er nuchter over. Maar zijn zesjarige dochter Emily had vorige week zomaar de dag van haar leven. Ze mocht kennismaken met haar idool Wout Weghorst en hem een bijzondere vraag stellen.
“Je kunt je opgeven voor de persconferentie van de Ajax Kids Club”, wist de vader uit Heerhugowaard. “Ze had al eens een filmpje gestuurd naar Weghorst zelf, via zijn insta. Maar dit was ook een kans.” Het was nog niet meteen zeker dat Weghorst zelf ook bij de persconferentie zou zijn, maar een paar dagen op voorhand kreeg Leander te horen dat dat inderdaad zo zijn. Ze mochten het moment dus écht niet missen.
De vraag van Emily: of ze een filmpje mocht laten zien van haar kamer. Iets wat ze graag met de bekende voetballer wilde delen. Én de vraag of ze misschien een knuffel mocht, als ze dan toch met hem op de foto zou gaan.
Weghorst kon de oprechtheid duidelijk wel waarderen en zei geen nee. Dat werd ook in andere media opgemerkt. “Het was een heerlijke dag, echt genieten”, blikken vader en dochter terug. “Het kwam allemaal mooi uit.” (foto: aangeleverd)
Het pad naar de landelijke finale van de scholenkampioenschappen ligt open voor de volleyballers van klas 1 en 2 van het Jan Arentsz Langedijk. De school in Zuid-Scharwoude hield de regionale eer deze week hoog met meerdere knappe prestaties in zowel volley- als handbal, met het regionale kampioenschap als mooiste resultaat.
Daarover bericht docent Mike van Lawick van Pabst aan Streekstad Centraal. De resultaten van zijn leerlingen zijn dan ook om ‘over naar huis te schrijven’. Het Jan Arentsz mag zich tot de landelijke top rekenen in de volleybalcompetitie.
De handballers grepen net naast het eremetaal, vertelt Van Lawick van Pabst: “Het jonge team uit klas 1 en 2 streed voor wat het waard was, maar zag hun harde werken net niet beloond worden met eremetaal; zij eindigden net buiten het podium.” Het team uit klas 3 en 4 wist knap tweede te worden in hun poule. (tekst gaat door onder de foto)
De volleybalsters van klas 1 en 2 samen (foto: aangeleverd)
Op de volleyballers lag des te meer druk om het helemaal af te maken. Er werd dan ook gevochten voor ieder punt: “Het team van klas 3 en 4 kwam tergend dicht bij de overwinning, maar bleef steken op een prachtige, maar ietwat zure, tweede plaats.” Net geen finaleplekje dus, maar wél een sportieve prestatie van formaat.
“Bij de jongste categorie, klas 1 en 2, was Jan Arentsz zelfs met twee teams vertegenwoordigd. Het tweede team speelde verdienstelijk, maar viel met een vierde plek net buiten de prijzen”, legt de docent uit.
Maar daar stond dus die mooie winst naast: “Het eerste volleybalteam van klas 1 en 2 kroonde zich overtuigend tot regiokampioen.” De landelijke finaledag is op vrijdag 5 juni en dan zullen deze volleyballers dus weer van zich laten horen. Een ‘fantastische prestatie’, besluit de vakdocent. (foto bovenaan: het winnende team)
De vice-wereldkampioen trampolinespringen ontmoette maandag in het Alkmaarse stadhuis de nationale jeugdkampioen van het schaken. En de beste openwaterzwemmer van Nederland was ook van de partij. En zo nog een flink aantal beker- en medaillewinnaars. De gemene deler in de bijzondere en exclusieve groep: allemaal gelauwerde Alkmaarders die 2025 bijzonder maakten.
Zoals hun medailles op het podium schitterden in het licht, zo glom nu de terechte trots in hun ogen. Sporters, vaak nog jong, soms al met jarenlange ervaring, nemen plaats tussen familieleden, trainers en vrienden. Deze maandag draait het even niet om trainingen, wedstrijden of medailles, maar om erkenning. Tijdens de jaarlijkse sporthuldiging zet wethouder Sport Christiaan Peetoom hen in het zonnetje voor hun prestaties in 2025.
Voor veel sporters is het een bijzonder moment. Normaal staan zij op een sportveld, in een sporthal of langs een parcours. Met altijd die prestatiedruk. Nu bevinden ze zich in de politieke arena van de gemeente. Hun namen worden één voor één genoemd. Applaus klinkt door de zaal wanneer hun prestaties worden opgelezen. (tekst gaat verder onder de foto)
De 22-jarige Jesper Boom won brons op de Special Olympics in Turijn. (foto: aangeleverd)
Jesper Boom wordt naar voren geroepen voor zijn medailles tijdens de Special Olympics in Turijn. Twee keer brons op de piste en ook een podiumplek bij de Super-G. Maran Engel hoort hoe zijn Nederlandse titel jiu-jitsu wordt benoemd. Guido van Hesselingen wordt gefeliciteerd met zijn nationale jeugdtitel schaken. Het zijn prestaties die vaak het resultaat zijn van jaren trainen, doorzetten en soms ook teleurstellingen verwerken.
Voor atlete Amy Tijmstra (17) uit Koedijk was 2025 een jaar vol snelheid. Nederlandse titels op de 100 meter, 60 meter en 200 meter indoor leverden haar een plek op op de eerste rij. Caroline de Vries werd wereldkampioen tennis in het gemengd dubbel en damesdubbel 45+. De 15-jarige Amber Kunst werd Nederlands kampioen openwaterzwemmen in De Biesbosch. Quinn pakte de nationale dartstitel bij de aspiranten.
Ook het schermteam met Talitha Sluman, Lotte Dammroff, Clara Rooze en Ava Emanue wordt geëerd. Samen werden zij Nederlands kampioen équipe dames floret. Talitha Sluman behaalde daarnaast individueel de nationale titel bij de senioren. De 17-jarige Thalissa Wijkstra sluit de rij met haar zilveren medaille op het WK trampolinespringen in Cottbus. (tekst gaat verder onder de video uit 2019)
Tijdens de bijeenkomst is er niet alleen aandacht voor de medailles, maar ook voor de weg ernaartoe. Trainers, ouders en verenigingen worden nadrukkelijk genoemd. Zonder hun steun zouden veel sporters hier niet staan. Voor sommigen in de zaal zijn de vroege trainingen, verre reizen en spannende wedstrijddagen net zo goed onderdeel van dit moment.
Wethouder Peetoom spreekt zijn trots uit op de sporters. Volgens hem zijn het deze prestaties die Alkmaar op de kaart zetten als sportstad. De gemeente organiseert jaarlijks meerdere huldigingen, afhankelijk van het aantal kampioenen dat zich aandient.
Als de ceremonie voorbij is en de sporters zich buiten opstellen voor een groepsfoto, is de medaille misschien niet nieuw meer. Maar de erkenning vanuit hun eigen stad geeft het succes een extra glans. Even zijn zij niet alleen kampioen in hun sport, maar ook het gezicht van Alkmaar Sportstad. (Hoofdfoto: Ed van der Pol)
Het is een meerjarenproject, maar de resultaten doen toch wel even pijn. De Castricumse Rugbyclub leidt dit seizoen nederlaag na nederlaag, onder toeziend oog van de pas 26-jarige hoofdtrainer Bart Wierenga. Maar het bestuur en ook het team staan nog altijd achter hem. “Voor de groep voelt het goed.”
Bart Wierenga schopte het ver in de rugby, voordat hij zijn schoenen aan de wilgen moest hangen. De Castricummer begon bij CAS RC, waarna zijn carrière een grote vlucht nam. Bart kwam dertien keer uit voor het Nederlands team, speelde als professional in Frankrijk en werd zelfs kampioen in het rugbygekke Nieuw-Zeeland. Maar toen kreeg hij één hersenschudding te veel.
De Castricumse club besloot om Barts internationale ervaring in het eerste herenteam te steken, ondanks zijn leeftijd. De opdracht die hij kreeg was bouwen. “Niet wat ze de afgelopen jaren hebben gehad; telkens iemand nieuw. Iets bouwen dat stevig staat, dat gezond is, en niet schieten en dan maar kijken of je raakt”, vertelt Bart aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Voortzitter Karsten Pronk bevestigt dit. “We wilden graag iemand hebben met meer continuïteit en iemand die langer bij de club kon blijven. En dan kom je al snel uit bij iemand die bij de club opgegroeid is. Voor ons was Bart de perfecte kandidaat.” (tekst gaat verder onder de foto)
Voorzitter Karsten Pronk steunt hoofdtrainer Bart Wierenga, ondanks dat succes voorlopig uitblijf. (foto: NH Nieuws)
Voorlopig werkt het nog niet. Castricum eindigde twee seizoenen terug comfortabel in de middenmoot van de ereklasse, maar daarna gleed het af en die trend zet zich in het seizoen 2025/2026 voort. Eén winst, dertien verlies en de voorlaatste plaats in het klassement. “Ik heb nog nooit zoveel verloren in mijn leven”, zegt Bart, en het zit hem dwars. “Slapeloze nachten en veel frustratie. Ook wel paniek. Omdat ik het niet meer zelf kan doen. Ik wil zo graag dat die jongens het goed doen. Ik houd allemaal van ze, want het zijn goede gasten.”
Bart weet ook te relativeren. “Het gaat niet om het resultaat, maar om het proces.” Niet onbelangrijk is dat het bestuur en de spelers nog altijd achter hem staan. “Voor ons was en is de belangrijkste doelstelling dat we groeien”, licht de voorzitter toe. “Groeien in de breedte en een basis maken om in de toekomst weer structureel in de top mee te kunnen spelen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Speler Pieter Bob Wierenga zegt dat de mannen achter hun hoofdtrainer staan, zijn veel jongere neef Bart Wierenga. (foto: NH Nieuws)
En als je van iemand wel de waarheid kan horen, dan is het wel van je familie. Eén van de spelers is Barts dertien jaar oudere neef Pieter Bob Wierenga en die is duidelijk: “Je ziet dat er binnen de groep heel veel vertrouwen is. Misschien van buitenaf wordt dat anders beoordeeld, maar voor de groep voelt het goed.”
Een pracht van een weekend voor Celine Kleijmeer uit Heiloo. De judoka wist met knappe partijen in de gewichtsklasse -63 kilogram Nederlands kampioen onder de 21 jaar te worden.
Zaterdag won Kleijmeer haar eerste partij met een vol punt, een prima prestatie. Een perfect uitgevoerde schouderworp maakte hier het verschil. In haar tweede partij pakte ze met twee heupworpen de winst. In de halve finale gebruikte ze een verwurging om haar tegenstander te verslaan. In de finalepartij sloeg ze aan het einde toe met een overtuigende schouderworp gevolgd door een houdgreep op de grond. Dat leverde Kleijmeer haar winst op.
Na haar eerdere kampioenschap doorliep Kleijmeer een bijzondere promotie naar de zwarte band met een eerste dan. Nu ze in de leeftijdscategorie -21 voor de tweede keer Nederlands kampioen is geworden, maakt ze kans op een bijzondere promotie naar de tweede dan; daarvoor moet een volgend kampioenschap worden gewonnen.
In de aankomsthal van zwembad Waardergolf in Heerhugowaard is het zaterdagmiddag een en al spanning. Gespannen koppies en tassen vol zwemkleding: het is tijd voor de schoolzwemkampioenschappen van zwemvereniging AquaWaarD. De kinderen staan te spingen om het zwembad in te mogen.
Een enkeling hoeft zich niet eens meer om te kleden. “Ik heb onder m’n joggingbroek mijn badpak al aan!”, zegt een meisje enthousiast. Ze doet voor de tweede keer mee en hoopt dit jaar op een podiumplek. “Vorig jaar lukte het me niet, maar ik ben nu wat sterker dus ik hoop dat het nu wel lukt. En anders is het alleen maar heel erg leuk om vandaag lekker te zwemmen.”
Om vier uur mogen de kinderen de kleedkamers in. Daarna verplaatst de drukte zich richting het 25-meterbad. Om kwart over vier mogen de deelnemers alvast even inzwemmen. Voor Streekstad Centraal betekent dat bij binnenkomst ook: schoenen uit.
Naast het zwembad staan Maaike en Margreet van AquaWaarD, de organisatie van deze zwemkampioenschappen voor scholen. Ze houden het overzicht terwijl kinderen zich verzamelen langs de kant. “Het is altijd een erg leuke dag. De kinderen hebben er zin in, de ouders en familieleden hebben er zin in, dus het is gewoon een hele gezellige middag”, vertelt Maaike. (tekst gaat door onder de foto)
Terwijl in het zwembad de kinderen hun best doen om zo hard mogelijk te zwemmen, staan langs de zijkant de rest van de kinderen vol spanning te wachten tot ze aan de beurt zijn. (foto: Streekstad Centraal)
Het is de vierde keer dat zwemvereniging AquaWaarD de schoolzwemkampioenschappen organiseert in Waardergolf. Alle basisschoolkinderen uit groep 3 tot en met 8 konden zich inschrijven.
“Ieder jaar zijn de kampioenschappen populair, maar dat zie je niet aan het aantal kinderen dat er vandaag is”, vertelt Margreet. “We hanteren een maximaal aantal van 72 kinderen, omdat het anders wel een hele lange middag wordt. Ook dit jaar hebben we weer kinderen moeten teleurstellen helaas, maar als er toch kinderen afzeggen hebben we een wachtlijst zodat er toch nog extra kinderen mee kunnen doen.”
Wedstrijdzwemmen bestaat namelijk voor een groot gedeelte uit wachten. Ook zaterdagmiddag is dat het geval. “Alle kinderen zwemmen drie baantjes. Eén baantje schoolslag, één baantje rugcrawl en één baantje borstcrawl. En daartussen wachten ze weer tot ze aan de beurt zijn. Als het langer dan drie uur duurt, is dat voor de kinderen en voor de familie en vrienden op de tribune eigenlijk ook niet meer leuk.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor de wedstrijd begint krijgen de kinderen nog de laatste uitleg over wat de bedoeling is. Daarna mogen ze klaar gaan staan op het startblok en na het fluitje mogen ze gaan zwemmen. (foto: Streekstad Centraal)
In totaal worden er 36 zwemseries gezwommen.Omdat het kampioenschap inmiddels vaste prik is, weet de organisatie precies waar ze rekening mee moet houden. “We hebben nu heel duidelijk de kinderen per onderdeel in dezelfde baan geplaatst”, legt Margreet uit. “Daarnaast is er per groepje een begeleider die ervoor zorgt dat de juiste deelnemers op het juiste moment aan de rand van het bad staan. We verwachten dan ook geen chaos.”
Langs het bad staan vrijwilligers met stopwatches, fluitjes en startlijsten. “We draaien vandaag helemaal op vrijwilligers”, zegt Margreet. “Als ik zo om me heen kijk vind ik dat echt heel mooi om te zien. Mensen vanuit alle hoeken van het zwemmen zijn hier vandaag om het voor de kinderen allemaal goed te laten verlopen.” (tekst gaat door onder de foto)
Langs de zijkant van het bad staan vrijwilligers met stopwatches te wachten tot de zwemmers aan de overkant zijn. (foto: Streekstad Centraal)
Over iets goed laten verlopen gesproken: Maaike en Margreet hebben zaterdagmiddag geen vaste taak. “Als manager hoor je ook geen taken te hebben, want anders ben je geen goede manager natuurlijk”, lacht Margreet. “Nee, maar we sturen alles aan. En als er iets niet goed gaat, springen we in. Al verwacht ik dat vandaag niet.”
Op de tribune zoeken ouders, opa’s en oma’s een plekje. Jassen worden uitgedaan, programma’s erbij gepakt. “Ik vind het heel leuk hoor, dat die kleinzoon van me meedoet”, zegt een opa met opgestroopte mouwen. “Maar het is me hier toch een partijtje warm! Ik zou bijna zelf in het zwembad willen springen.” Een andere toeschouwer wappert zichzelf koelte toe met het boekje. “Het maakt me niet uit of ze wint”, zegt ze glimlachend. “Als ze maar plezier heeft.” (tekst gaat door onder de foto)
De ‘sauna’-tribune zit zaterdagmiddag helemaal vol met familie en vrienden van de kinderen in het zwembad. (foto: Streekstad Centraal)
Om half vijf is het zover. De eerste serie wordt naar voren geroepen. De scheidsrechter legt nog één keer rustig uit hoe het werkt. “Bij het eerste fluitje gaan jullie op het startblok staan”, klinkt het duidelijk door de zwemhal. “Dan zeg ik ‘klaar’… en bij het tweede fluitje mogen jullie het water in en als een speedboot naar de overkant.” De kinderen knikken.
Het eerste fluitje klinkt. Voeten op het startblok. “Klaar…” Het tweede fluitje klinkt – en het water spat omhoog. “Kom op!” klinkt het vanaf de tribune.
“Je zal zo wel zien dat er tussen de deelnemers best wat verschil zit”, zegt Margreet terwijl ze toekijkt. “Dat komt omdat sommige kinderen zwemles bij ons hebben en ook de verschillende slagen aangeleerd krijgen.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een mooie plons springen de kinderen het water in om zo snel mogelijk de overkant te bereiken. (foto: Streekstad Centraal)
Dat verschil is zichtbaar, maar het enthousiasme is overal gelijk. Een meisje dat net haar rugcrawl heeft gezwommen, klimt stralend het bad uit. “Ik ging sneller dan bij het inzwemmen!”, roept ze naar haar vriendinnen.
Margreet hoopt dat de kampioenschappen bijdragen aan dat plezier in het water. “Het is niet het hoofddoel van vandaag, maar als hierdoor meer kinderen gaan zwemmen zou dat natuurlijk mooi zijn.”
Blijdschap bij SV Vrone. Volgens archeologen was de kans niet groot dat er iets bijzonders in de grond onder de Pancrasser voetbalclub gevonden zou worden, maar toch. Uiteindelijk bleven ze met lege handen. Jammer voor liefhebbers van archeologie, goed nieuws voor de Vronianen. “We zijn superblij, heel blij.”
De rond 700 leden van SV Vrone wachten al jaren op vernieuwing van hun sportcomplex. Nu is het dan eindelijk zo ver. Maar tussendoor moest archeologisch onderzoek worden gedaan. Sint Pancras ligt immers grotendeels op een geest, een oude zandrug omringd door water of drassig gebied, typisch een plek waar al sinds de oudheid mensen op woonden of verbleven. En eerdere opgravingen langs de even verderop legden bodemschatten bloot uit de late ijzertijd en de late middeleeuwen. (tekst gaat verder onder de foto)
Jeroen van Velzen was afgelopen week bij het archeologisch onderzoek en zei toen dat hij hoopte, dat er niks bijzonders gevonden zou worden. (foto: NH Nieuws)
Uitzonderlijke vondsten langs de Gedempte Veert zorgden voor nogal wat vertraging van de bouwplannen aldaar. Met de finish van de vernieuwing langzamerhand in het zicht, zaten de Vronianen daar niet op de wachten. Hoe eerder terug vanaf Sportpark De Vork, hoe beter.
De kans op vondsten aan de oostzijde van de zandrug werden laag ingeschat, maar je weet maar nooit. Halverwege was er nog niets bijzonders gevonden. En daarna ook niet. Volgens penningmeester Jeroen van Velzen zijn alle clubleden opgelucht en blij met het nieuws. “We weten nu eindelijk dat we na de zomervakantie terug kunnen keren naar het dorp”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Ik heb al genoeg blije reacties binnengekregen.”
Voor de oudgedienden heeft de aanloop heel lang geduurd. De eerste ideeën voor renovatie zijn al zo’n dertig jaar oud. In 2015 presenteerde de club een plan aan gemeente Langedijk met grondaankoop. Anderhalf jaar later werd de deal gesloten. De club ging voortvarend verder, maar toen trokken aannemers zich terug. Flink balen voor de Vronianen. (afbeelding: Gemeente Dijk en Waard)
Niet alleen wordt bij SV Vrone gerenoveerd, ook is aan de noordoostzijde ruimte gemaakt voor woningbouw.
Gelukkig voor SV Vrone sprong gemeente Dijk en Waard in. Het is inmiddels 2020. Er kwam met een plan voor renovatie, met woningen aan de randen een verbetering van de verkeerssituatie. Ruim een jaar later ging de raad van Dijk en Waard akkoord met het concept, maar aan de indeling van het terrein worden gesleuteld en daarna bleek alles een stuk duurder te worden. Toen was het ineens alweer 2024. Op 2 april 2025 kon dan eindelijk de vlag uit, toen wethouder John Does en het Vrone-bestuur tekenden. (tekst gaat verder onder de tekening)
De voetballers van SV Vrone krijgen een compleet gerenoveerd sportpark met twee natuurgrasvelden en een kunstgrasveld, alles met goede afwatering. Zonder tegenslagen wordt er voor het komende voetbalseizoen weer op het eigen sportcomplex gespeeld.
Wie zaterdagochtend klaarzat om een startbewijs te scoren voor de Alkmaar City Run by night, moest er snel bij zijn. Binnen een half uur waren alle plekken voor de 5 en 10 kilometer vergeven. Daarmee is de twaalfde editie in recordtempo uitverkocht.
De belangstelling voor de avondrun door de Alkmaarse binnenstad groeit al jaren, maar zo snel als dit ging het nog nooit. De organisatie opende de inschrijving deze keer op zaterdagochtend, om negen uur, zodat iedereen gelijke kans had. Op de avond voor Hemelvaartsdag, woensdag 13 mei, verschijnen er 12.500 lopers aan de start.
Dat de animo groot was, bleek eerder al. Leden van Le Champion konden zich al eerder inschrijven, en dat werd massaal gedaan. Maar liefst 1.500 members – vijftig procent meer dan vorig jaar – maakten gebruik van de pre-sale. Ook bedrijven wisten de weg naar het evenement te vinden: honderden teams doen mee aan de Business Run.
De Alkmaar City Run by night is al jaren meer dan alleen een hardloopwedstrijd. Het parcours van 5 of 10 kilometer slingert door de sfeervolle binnenstad, waar duizenden toeschouwers zorgen voor muziek en aanmoediging langs de kant.
Voor kinderen is er nog wel plek. De inschrijving voor de Rollebol Kids Run (800 of 1.600 meter) en de Heroes Run is nog open tot en met 29 april, zolang er plek is. (hoofdfoto: Le Champion)
Het was deze week even geen juridische literatuur of cliëntoverleg op advocatenkantoor Schenkeveld in Alkmaar. De schermen stonden afgestemd op de Olympische Winterspelen, waar hun collega Dave Wesselink uit Heiloo zijn eerste meters maakte in de tweemansbob.
De 26-jarige atleet is op de Spelen actief als piloot in zowel de twee- als viermansbob. Bijzonder detail: pas vier jaar geleden nam hij plaats achter het stuur van de slee. Toch staat hij nu op het hoogste sportpodium ter wereld. Voor Wesselink is het zijn olympische vuurdoop. Eerder liet hij al weten hoe bijzonder dat voor hem is. “Het is altijd iets mythisch geweest, en dan haal je dat opeens. Het voelt heel onwerkelijk.”
In het dagelijks leven werkt Wesselink als advocaat. Door zijn sportcarrière moeten zijn collega’s hem al maanden missen op kantoor, maar het enthousiasme overheerst. “Het is af en toe wel ingewikkeld, maar we vinden het fantastisch wat hij doet’, vertelt collega Martijn Smit aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Ook op de werkvloer laat Wesselink volgens hem de nodige gedrevenheid zien: “Hij is in zijn werk als advocaat net zo fanatiek.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol spanning kijken de collega’s van Dave naar zijn bobslee-debuut op de Olympische Spelen. (foto: NH Nieuws)
Die fanatiekeling stuurt op de olympische baan met snelheden die weinig ruimte laten voor fouten. Tijdens de eerste heat houden de collega’s maandag hun adem in. Wanneer Wesselink en zijn teamgenoot de finish halen, klinkt er opluchting én applaus.
Zijn collega Pepijn van Leijen analyseert de run kritisch: “Hij had wat moeite met één bocht, maar verder een hele goede race volgens mij.” Na twee heats staat het Nederlandse duo op de dertiende plek. Een medaille zit er niet in, maar binnen het team leeft het vertrouwen in de toekomst.
“Dave zei al dat deze Spelen vooral zijn om te laten zien dat we eraan komen als Nederland”, vertelt Pepijn. “De komende jaren willen ze dichterbij komen en over vier jaar voor een medaille gaan.”
Dinsdagavond komt Dave weer in actie in de tweemansbob. Komend weekend staat de strijd om de medailles in de viermansbob op het programma. Dan komt Wesselink samen met Egmonder Timme Koster in actie.
Wie regelmatig bij De Meent binnenstapt heeft ze vast al eens gezien: jonge meiden die op hun ‘gympies’ alvast wat pirouettes draaien bij de ingang van de ijshal. Daar staan dan de 15-jarige Summer Wijkhuizen en de 12-jarige Anastasia Zentveldt ook regelmatig tussen om warm te draaien voor de komende training. De twee Alkmaarse tieners mogen inmiddels tot de nationale top van het kunstschaatsen worden gerekend.
En hun sport krijgt met de Olympische winterspelen natuurlijk weer wat extra aandacht, vooral omdat Daria Danilova en Michel Tsiba daar voor TeamNL uitkomen bij het kunstschaatsen. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een Nederlands kunstschaatspaar in actie komt op dit Olympische onderdeel.
Maar Summer en Anastasia blijven er niet voor thuis, dat kan simpelweg niet: ze moeten – elke dag – trainen: “We kijken het wel terug op de app”, zo vertellen ze met een blik op het wedstrijdschema.
De korte kür van Daria en Michel bij het paarrijden staat gepland voor zondagavond. Misschien zijn de meiden dan net thuis uit ijshal De Meent, waar ze komend weekend de selectiewedstrijden rijden voor de KNSB Cup. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat Summer en Anastasia op topniveau met hun sport bezig zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer Wijkhuizen staat aan de Nederlandse top als solorijder bij het kunstschaatsen. (foto: Pietures)
In Alkmaar heeft het kunstschaatsen de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In de ijshal van De Meent wordt al jaren hard gewerkt aan talentontwikkeling, met daarachter een bekende naam: Egmonder Marcus Deen. De zesvoudig kampioen heeft in Alkmaar zijn eigen figure skating school opgezet.
“De hele school zit rond de 200 schaatsers, waarvan ongeveer 40 serieuzere wedstrijdschaatsers,” vertelt Deen aan Streekstad Centraal. Volgens de Egmonder is het vooral bijzonder dat er nu twee meiden uit Alkmaar tegelijk doorbreken. “Dit soort talent zoals deze twee dames, daar heb je niet zo heel veel van. Het komt zo af en toe een keer voorbij.”
Voor Summer Wijkhuizen begon het allemaal heel onschuldig. Gewoon, tijdens het vrij schaatsen in de kerstvakantie. “Toen zagen we twee meisjes. Die deden gewoon samen leuke trucjes. Toen dacht ik: dat is wel wat voor mij,” vertelt ze. Volgens haar moeder Nancy moet ze haar energie kwijt: “Ze zat al op judo, maar dit vond ze nog leuker.” (tekst gaat verder onder de foto)
Anastasia Zentveldt uit Alkmaar maakt furore op het ijs. (foto: Pietures)
De route van Anastasia Zentveldt naar het kunstschaatsen verliep anders. Dankzij de Russische wortels van haar moeder keek ze als klein meisje vaak naar tv-programma’s uit Rusland, en daar is kunstschaatsen enorm populair. “En toen dacht ik: laat ik dat ook eens proberen,” vertelt ze. “Tot mijn grote geluk”, lacht moeder Natalia.
Beide meiden begonnen rond hun zevende. Maar wat bij Summer vooral opvalt, is hoe snel het daarna ging. “Dankzij corona”, zegt ze zelf. “Ik ben nu twee keer Nederlands kampioen. Ik sta inderdaad vaak op het podium. Goud, zilver,” zegt ze nuchter.
De timing van hun ontwikkeling maakt het toch wat bijzonder. Terwijl de Olympische Spelen bezig zijn en Nederland daar voor het eerst – ooit – een kunstschaatspaar heeft, groeit in Alkmaar een potentiële Olympiër op. Summer is bij de volgende Olympische Winterspelen 19 jaar, een leeftijd waarop het zeker mogelijk is om als solorijdster mee te doen. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer mocht al drie keer optreden bij Holiday On Ice. (foto: Kenneth Nwosu)
Als de verslaggever voorzichtig die Olympische droom uitspreekt, moet Summer even lachen. “Ja, het zou me wel heel cool en leuk lijken,” reageert ze. Ze blijft realistisch, maar ze sluit het zeker niet uit. “Ja, dan ben ik een van de jongsten, maar het zou ook wel kunnen, denk ik.”
Dat het geen loze droom is, blijkt ook uit hoe haar leven er nu uitziet. Summer traint vrijwel elke dag: “In de ochtend en avond. Alleen zondag niet,” vertelt ze. Moeder Nancy brengt haar vanuit de Alkmaarse wijk Daalmeer naar elke training in De Meent. “Het wordt wel heel erg veel als ik het ook nog eens zou moeten fietsen.”
Dat betekent ook dat ze veel moet laten. “Je moet er wel heel veel voor opgeven. Want ik kom nog maar een paar uurtjes per week op school. Ik ga nooit naar feestjes, gala’s of kerstdiners”, zegt ze. Een speciaal dieet is gelukkig niet nodig: “Ik beweeg namelijk best wel veel. En ik moet natuurlijk ook nog een beetje van het leven genieten.”
Anastasia is drie jaar jonger en zit nog in groep 8 van de basisschool. Zij traint daardoor iets minder. Maar ook zij merkt nu al dat haar leven anders is dan dat van klasgenoten. “Twee ochtenden in de week ga ik later naar school, dan heb ik eerst ochtendtraining,” vertelt ze. ‘s Middags traint ze minstens vijf keer per week. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij Anastasia Zentveldt zit het schaatsen misschien wel in het bloed dankzij haar Russische moeder Natalia. (foto: Pietures)
Zodra Anastasia straks haar middelbare school beter kan combineren met trainingen, wil ze veel vaker trainen. “Ik denk dat het in de toekomst wel meer wordt.”
Coach Marcus Deen ziet vooral dat beide meiden de juiste instelling hebben. “Ze werken keihard en de families hebben er alles voor over,” vertelt hij. Volgens hem is dat ook nodig, want kunstschaatsen is niet alleen zwaar, maar ook duur. “Het is niet de goedkoopste sport,” zegt Deen.
Toch is het niet alleen maar hard werken. Summer geniet ook zichtbaar van alles wat erbij komt kijken. Ze reed al shows bij Holiday On Ice en vindt dat een leuke afwisseling. “Ik werd ook al drie keer naar het buitenland uitgezonden met TeamNL,” vertelt ze. Zelfs in Turkije en Bulgarije schaatste ze al de sterren van de hemel.
En ook Anastasia heeft al bijzondere momenten meegemaakt. Haar mooiste herinnering tot nu toe? “Ik denk een paar weken geleden mijn eerste keer Nederlands kampioenschap,” zegt ze. Ze behaalde daar één van haar beste scores dit seizoen.
Dat kunstschaatsen nu extra in beeld is door de Olympische Spelen, heeft de sport ook nodig om meer talent en meer publiek te trekken. “Je ziet dat mensen daardoor geïnspireerd raken en toch denken van: hé, dat kunstschaatsen is eigenlijk ook wel heel erg leuk,” stelt coach Marcus Deen.
De komende jaren zullen uitwijzen hoe ver Summer en Anastasia het gaan schoppen. Mocht er over vier jaar een Alkmaarse kunstschaatsster op het grootste podium ter wereld staan, weet dan dat het verhaal gewoon begon… in Alkmaar.