De asbest is opgeruimd, maar de financiële en juridische afhandeling van de verwoestende ‘asbestbrand’ die in Noord-Scharwoude woedde, loopt nog wel even door. Inmiddels is duidelijk dat gemeente Dijk en Waard bijna 900.000 euro heeft betaald en dat daarvan 250.000 euro sowieso voor rekening van de gemeenschap komt. De rest wordt geclaimd bij wat in het gemeentelijk verslag ‘de veroorzaker’ wordt genoemd.
Drama op nieuwjaarsdag. In een garagebedrijf aan De Mossel in Noord-Scharwoude ontstaat brand en het hele pand gaat verloren. Ook het aangrenzende bedrijfspand brandt af. En alsof dat nog niet erg genoeg is: nog diezelfde dag wordt duidelijk dat er vanuit beide panden asbest is vrijgekomen en dat een deel in de naastgelegen wijk is neergedaald.
Vanuit de eigenaren van de afgebrande bedrijven en hun verzekeraars komt geen opdracht om de asbest te verwijderen, dus zit er voor gemeente Dijk en Waard niets anders op dan de sanering zelf te regelen en deze – in ieder geval in eerste instantie – zelf te bekostigen en om de gedupeerde bewoners te mobiliseren. Dat laatste levert ophef op over de manier waarop dit wordt gedaan, namelijk met een dwangbevel. Ook op de gemeente hadden bewoners kritiek. (tekst gaat verder onder de foto)

De gemeente schakelt twee saneringsbedrijven in om de asbest in de omgeving van de afgebrande bedrijven te verwijderen en na afloop constateren onafhankelijke inspecteurs dat de klus naar behoren is uitgevoerd. Vervolgens wordt nog een extra controle uitgevoerd op mogelijke herbesmetting en wordt nog wat asbest aangetroffen, dat ook wordt verwijderd.
De door brand getroffen bedrijven volgen hun eigen saneringstraject, onder druk van mogelijke dwangsommen. Bovendien legt gemeente Dijk en Waard beslag op het perceel waar de brand is ontstaan. De provincie neemt de ruiming van asbest langs de provinciale weg op zich. (tekst gaat verder onder de foto)

Dan de kosten. De getroffen bedrijven regelen hun eigen zaakjes zelf, dus daar heeft de gemeente verder geen omkijken meer naar. De totale kosten voor de gemeenschap bedragen 885.000 euro en daarvan is 250.000 euro sowieso niet te verhalen. Het gaat onder andere om juridische kosten en de kosten voor de evaluatie. Dit bedrag wordt opgenomen in de Voorjaarsnota. Voor de andere 635.000 euro worden claims ingediend bij de veroorzakers van de brand.
Uit welingelichte bronnen maakt Streekstad Centraal op dat deze claims niet zonder slag of stoot worden aanvaard. Het autobedrijf heeft een advocaat in de arm genomen, die vooralsnog betwist dat de overheden in hun recht staan om deze kosten op de veroorzaker te verhalen.
De gemeente laat een evaluatie van de aanpak van de gevolgen van de brand uitvoeren door het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT). Die evaluatie is naar verwachting in september gereed.
