Jubilerende kaasdrager ‘Voorloper’ in het zonnetje gezet: “Net een familie”

Groep mensen poseert vrolijk voor een spandoek met de tekst 'VOORLOPER 40 JAAR', waarbij sommigen kleurrijke hoeden dragen en blikjes frisdrank vasthouden; een vrouw houdt een baby en een boeket bloemen vast, omringd door lachende volwassenen en kinderen.

Cor Schipper is nog altijd vol van de Alkmaarse kaasmarkt. Al meer dan vijftig jaar is hij betrokken, waarvan veertig jaar als lid van het kaasdragersgilde. Vrijdagochtend is ‘Voorloper’ – de bijnaam die hij kreeg omdat hij altijd voorop liep – gehuldigd op ‘zijn’ kaasmarkt. En hij peinst er niet over om te stoppen. “Iedere kaasmarkt is weer een bijzonderheid.”

“Ik kwam in 1972 voor het eerst op de kaasmarkt, ik was toen twaalf jaar oud”, blikt Voorloper terug. “Mijn vader was poldermachinist, maar vanwege ruilverkaveling van de polder Ursem werd een nieuw gemaal gebouwd. Toen kwamen we naast Dick Oud te wonen. Hij was melkveehouder en ik ging bij hem koeien melken en later trekker rijden. Dat was het hoogste doel. Hij was kaasdrager en ik mocht helpen. ’s Ochtends was het melken, dan kregen we een dikke snee brood en gingen we naar de kaasmarkt.”

Jonge Cor hielp met het terugbrengen van de kazen – toen nog Edammers – naar de kaaspakhuizen die in de jaren ’70 nog bestonden. Alles met handkarren. Later had hij er vanwege school geen tijd meer voor. Behalve in de vakanties, dan was hij trouw van de partij. En toen kwam er in 1985 een plek vrij in het kaasdragersgilde. (tekst gaat verder onder de foto)

Een man met een blauwe hoed en witte jas tijdens een buitenactiviteit, met een menigte op de achtergrond.
Cor ‘Voorloper’ Schipper is sinds een jaar of zeven tasman van het blauwe veem. Het sjouwen laat hij aan de jongere kaasdragers. (foto: Streekstad Centraal)

Inmiddels gaan de kazen niet meer op handkarren naar pakhuizen, heeft de presentator geluidsversterking, maakten paaltjes met koorden plaats voor moderne dranghekken, is er een groot videoscherm en komen er veel meer bezoekers. Maar de kaasmarkt zélf… Die is weinig veranderd vindt ook Cor.

“Ja, de rijen kazen lagen ooit dwars op het Waagplein, maar bij de gemeente vonden ze het mooier als de kaasdragers tussen de rijen heen en weer konden lopen. Dat was in de jaren negentig denk ik”, vertelt hij aan Streekstad Centraal. De bestrating verwijst naar die oude tijd. Het Waagplein was jarenlang een parkeerterrein, maar nu is het weer net zoals vroeger. “Het plein is zo ingericht dat regenwater naar de gracht stroomt. En dan heb je die gele en rode banen. De brede rode banen liggen hoger en daarop werden de kazen op gelegd, op linnen.”

Wellicht het meest memorabel voor Voorloper is de terugkeer van de Malle Jan. “Malle Jan was een speciale tweewielige kar voor oudere kaasdragers, die niet meer met berries konden lopen. Maar daar was niks van bekend, tot ie op foto’s werd gezien. Bij ESPEQ in Heerhugowaard hebben handige jongens de kar nagebouwd. We hebben nog goede contacten met de school. Nu kunnen overleden kaasdragers met de Malle Jan naar hun laatste rustplaats worden gebracht, met kaasdragers ervoor en een hele sliert mensen erachter.” (tekst gaat verder onder de foto)

Kaasmarkt bezorgt Alkmaar recordaantal bezoekers
Vanaf de Waagtoren zijn de gele en rode banen op het Waagplein goed te zien. De gele stroken zijn de ‘goten’ tussen de rode banen waar de kazen op werden gelegd. (foto: aangeleverd)

Verder nog iets, misschien een heftige storm of zo? “Een paar jaar terug hadden lag er tijdens de eerste kaasmarkt van het seizoen sneeuw op de markt. Dat hadden we nog nooit gehad. En het was zó bok en bok koud!”

De kaasmarkt is niet alleen een mooi evenement maar ook erg belangrijk, stelt Voorloper. “De kaasmarkt heeft een gigantische impact. Het is enorme promotie voor Holland, Nederland en onze kaas. Zo zijn we jaren in Japan actief geweest. Daar vonden ze onze kaas wat vreemd ruiken, maar ze hebben het leren eten en daar gaat nu heel veel kaas naartoe.”

“En toeristen komen van overal”, vervolgt Voorloper. “Normaal ben ik buschauffeur. Mijn standplaats is Purmerend en ik rij hoofdzakelijk op Amsterdam CS. Ik zag daar na de kaasmarkt wel eens toeristen lopen die ik ’s ochtends ook op de kaasmarkt had gezien. Dan vroeg ik hoe ze het vonden, maar ze herkenden me natuurlijk niet als kaasdrager zonder mijn witte kleding en hoed.” (tekst gaat verder onder de foto)

Een man in een witte jas en blauwe hoed houdt een baby in zijn armen, terwijl een vrouw met bril hem glimlachend aankijkt op straat, met historische gebouwen op de achtergrond.
Cor ‘Voorloper’ Schipper met zijn vrouw Tineke en kleinzoon Tijn, tijdens de kaasmarkt waarop zijn veertigjarig lidmaatschap bij het kaasdragersgilde werd gevierd. (foto: Streekstad Centraal)

De kaasmarkt is een belangrijk onderdeel van Voorlopers leven. “Het gilde is net een grote familie. De kaasmarkt is altijd heel gezellig. Ik vind het heel speciaal dat ik hier al veertig jaar als kaasdrager mag rondlopen.” De laatste zeven jaar is hij tasman (beurshouder, red.), het sjouwen laat hij aan de jongere generaties over. Maar de functietitel draagt hij nog altijd met trots. “Kaasdrager ben je tot je dood!”

Voorloper zal zo lang als het kan mee blijven doen. “Volgend jaar maart word ik 67 jaar. Als je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, kan je nog twee jaar dispensatie krijgen. En daarna kan je als vrijwilliger betrokken blijven. Zo lang mijn lichaam het toestaat, ga ik gewoon door.”