Schijn bedriegt. Het orgel van de Dorpskerk van Grootschermer ziet er prima uit vanaf de vloer, maar er is behoorlijk wat mis. Ingezakte en scheve orgelpijpen, slijtage op allerlei plekken, lekkende naden. Het orgel uit 1864 moet worden gerestaureerd en het was even schrikken toen de offerte binnenkwam. Alweer moet worden gezocht naar gulle gevers.
Als Streekstad Centraal bij het Dorpskerkje aankomt wacht daar een klein ontvangstcomité. Midden op het podium nemen we plaats met Cor Thomas en Marie-France Colin, voorzitter en secretaris van de Stichting tot Behoud en Exploitatie van de Dorpskerk Grootschermer, en orgelmentor Kees van ’t Hoenderdal. Thee en koekjes erbij. Met de jassen aan wat het is fris in de kerk.
Toen het kerkje zijn religieuze functie in 1992 verloor, kocht de stichting de dorpskerk van de gemeente voor 1 euro. De kosten voor behoud waren nooit echt een probleem, totdat er scheuren in de muur verschenen en in 2022 bleek dat de fundering achterin de kerk hersteld moest worden. Een dure grap – waarbij ook grafzerken tijdelijk weg moest, vertelt Cor Thomas. “Dat kostte rond 350.000 euro.” (tekst gaat verder onder de foto)

De provincie, gemeente en een aantal fondsen legden veel geld in, maar voor een flink deel kwam het aan op eigen initiatieven. “Zo hebben we hier een veiling gehad en in één avond 23.000 euro opgehaald”, zegt Thomas met enige trots. Grootschermer heeft net iets meer dan 700 inwoners. “Maar in het zaaltje waren er misschien 100 aanwezig”, vult Marie-France Colin aan. “Ja, dat is een aanzienlijk bedrag. Het toont wel aan dat het heel erg leeft in het dorp om de kerk te behouden.”
Ondertussen werd duidelijk dat het orgel gerestaureerd moest worden, net als bij de buren in Noordeinde. Toen orgelmentor en organist Kees van ’t Hoenderdal het orgel bespeelde, merkte hij dat het niet goed meer was. “Toen hebben we Firma Flentrop ingeschakeld en die kwam met een offerte van 90.000 euro. Ja dat was wel een schok.” (tekst gaat verder onder de foto)

“En daarbij komt dat we in 2024 en in 2025 een subsidieaanvraag bij de provincie hebben ingediend en die zijn afgewezen omdat er geen geld meer in het potje zat”, neemt Thomas weer over. “En die offerte is uit 2024, dus heb je nog indexatie én je moet een externe orgeladviseur inhuren om subsidie te krijgen, en die rekenen 2 procent van de prijs.”
Een ton hoest een toch vrij kleine stichting natuurlijk niet zomaar even op. Temeer omdat het in het najaar al behoorlijk in de buidel heeft moeten tasten voor een reguliere schilderbeurt. Colin: “Dat kostte alleen voor de toren al 40.000 euro.”
Het onderhoud wordt bekostigd met overheidssubsidie, verhuur, optredens en diverse evenementen. “Zo hebben we de Muziekfietstocht op Tweede Pinksterdag samen met de kerken van Schermerhorn, Stompetoren en Noordeinde. Nou vorig jaar stond het tot aan de deur helemaal vol. Het is heel erg leuk dat er zo veel animo voor is.” (tekst gaat verder onder de foto)

Wat is er dan allemaal mis met het orgel? Kees van ’t Hoederdal neemt over. “Kijk, die grote pijpen zakken aan de onderkant, waar het taps toeloopt, een beetje in. Dat metaal is een beetje moe”, zegt hij terwijl hij naar boven wijst. Een aantal moet hersteld worden. “En in het orgel zit een heel bed, zo noem ik het maar, waar alle 550 pijpen (!) in staan, dat gaat er helemaal uit.”
We klimmen via een smalle, steile trap naar het orgel om alles van dichtbij te bekijken. Al snel valt op dat een paar toetsen niet best meer is, maar dat is volgens Van ’t Hoederdal zo hersteld. “En kijk, bij de voetpedalen zitten viltjes als demping, en die zijn allemaal te dun geworden.” De orgelmentor laat wat klanken horen. Vooral het weer loslaten van de voetpedalen levert daarbij een luide ‘klak’ op van hout op hout. “Dat wil je natuurlijk niet.” Maar goed, viltjes kosten ook niet veel. (tekst gaat verder onder de foto)

Andere kant van het orgel laat Van ’t Hoenderdal de binnenkant zien. Er staat een tiental pijpen – de ’trompetten’ – scheef. “En kijk daar, dat zijn rechthoekige houten orgelpijpen, eigenlijk gewoon plankjes tegen elkaar geplakt, en er laten naden los. En er zitten kleine scheurtjes in het hout. Dan moet je de toets langer ingedrukt houden, duurt het langer voordat hij op spraak komt.”
Maar er lekt vooral lucht uit het orgelpijpenbed. De pijpen staan in een houten bord, met daaronder verschuifbare latten met luchtopeningen. Voor de diverse toonregisters kan de organist latten verschuiven, en zo de luchttoevoer naar sets pijpen openen of sluiten. Die latten liggen op afgesleten plakjes kunststof, en dat levert speling op. Bij elkaar lekt er te veel lucht weg. (tekst gaat verder onder de foto)

“Als je veel pijpen tegelijk aanstuurt, dan zakt de luchtdruk weg. Zeker als ik twee of drie voetpedalen indruk.”, licht Koen van ’t Hoenderdal toe. “Als je dat lang volhoudt, dan ‘stikt’ het orgel.” Maar kan je de luchtdruk niet gewoon opvoeren? “Dat zou in theorie kunnen, maar dan ben je het lekken aan het compenseren. Dat is de wereld achterstevoren. En een beetje orgelkenner kan dat horen.”
Verder is een deel van de pijpen open en daarom vies geworden van binnen. “Daardoor kan het metaal gaan oxideren.” Van ’t Hoenderdal hoopt dat een schoonmaakbeurt volstaat. “Maar hopen dat het allemaal dan weer oké is.”
En dat was dan de toer langs het orgel. De luchtcompressor en het licht gaan uit, en we klauteren weer naar beneden. Na nog wat foto’s bedanken we Cor Thomas, Marie-France Colin en Koen van ’t Hoenderdal dat ze uitgebreid de tijd voor ons hebben genomen. Al deden ze dat natuurlijk ook uit belang van het orgel. Thomas besluit lachend: “We willen gewoon geld hebben!”
