Het OM overweegt vervolging voor de inzet van een veegwagen om asbest op te ruimen na de nieuwjaarsbrand in Noord-Scharwoude. Dit blijkt uit informatie die het NHD na een WOO-verzoek van de Veiligheidseregio heeft gekregen. Vanuit de leiding die over de nasleep van de brand ging, was een veegwagen ingezet om asbest te verwijderen. Dit zou niet gemogen hebben, omdat deze zich zo juist verder kan verspreiden. De boete is maximaal 45.000 euro.
Dit komt naar voren uit nieuwe informatie die na een WOO-verzoek van deze krant bij Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is geopenbaard. Uit navraag door deze krant bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie blijkt dat de politie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de veegwagen hebben geïnspecteerd om te beoordelen of deze geschikt is om asbest op te ruimen.
De veegwagen van Van der Bel Sloopwerken uit Middenmeer werd op de avond van 1 januari ingezet in de Dorpsstraat, de Voorburggracht en enkele tussenstraten. Daar waren brokstukken terechtgekomen van een grote brand bij autobedrijf Marco Schuyt op industrieterrein De Mossel.
De beslissing om de straten schoon te maken, werd genomen in de groene commandocabine, de zogenoemde CoPI. Daar overlegden de bevelhebbers van de verschillende hulpdiensten en een vertegenwoordiger van Stichting Salvage over de situatie. De vertegenwoordiger van Salvage bestelde uiteindelijk de veegwagen.
Het doel was te voorkomen dat auto’s, fietsers en voetgangers de volgende dag over de brandresten zouden rijden of lopen en neergedwarreld asbest zo verder zou verspreiden.
De inzet van de veegwagen heeft volgens asbestdeskundigen echter juist geleid tot onbeheerste verspreiding van microscopisch kleine asbestvezels. Omwonenden spraken over een ’rijdende tornado’ die aan de achterkant asbestvezels met orkaankracht in het rond blies. Asbestvezels zijn levensgevaarlijk als ze worden ingeademd. Ze kunnen onder meer asbestkanker tot gevolg hebben.
Ook de producent van de bewuste veegwagen, Ravo in Alkmaar, ontkende tegenover deze krant dat deze wagens geschikt zijn voor het opvegen van asbest.
In een door de fractie van Beter voor Dijk en Waard aangevraagd interpellatiedebat enkele weken na de brand verdedigde burgemeester Maarten Poorter van Dijk en Waard echter de inzet van de wagen, die volgens hem wel geschikt was voor asbestsanering. Hij sprak laatdunkend over de expertise van asbestdeskundige Ton Witteman, die het getroffen gebied zelf had bezocht en afkeurend over de aanpak van de gemeente sprak.
Waarom onderzoek door deze krant?
Deze krant verdiept zich al sinds 1 januari in de geruchtmakende asbestbrand, die niet alleen de getroffen bedrijven raakte, maar ook maandenlang voor grote beroering zorgde in een hele woonwijk. Maar de gemeente, Veiligheidsregio en andere betrokken instanties kozen ervoor om het zwijgen ertoe te doen op vrijwel al onze vragen.
Deze krant heeft daarop diverse WOO-verzoeken ingediend bij instanties die hierbij betrokken waren. De gemeente reageerde aanvankelijk met het toesturen van grotendeels zwartgelakte stukken.
Nadat deze krant hier bezwaar tegen maakte, en de commissie bezwaarschriften het hier grotendeels mee eens was, heeft het college zes maanden na de hoorzitting het bezwaar deels gegrond verklaard.
Ook hebben wij via de WOO informatie verzocht bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en de Veiligheidsregio. De nieuwe geopenbaarde informatie van de Veiligheidsregio onthulde onder meer het politieonderzoek. De afgelopen week kwam van alle drie instanties tegelijk veel WOO-informatie beschikbaar, die een nieuw licht doen schijnen op de afhandeling van de brand.
Overigens wijkt het college van B en W bij de openbaarmaking van stukken op een aantal onderdelen af van het advies van de bezwaarcommissie, en is juist meer informatie zwartgelakt gelaten dan door de commissie was geadviseerd.
Burgemeester Poorter zei tijdens die raadsvergadering te vertrouwen op de deskundigheid van de bevelhebbers in de Copi.
Een andere, procedurele fout volgens asbestdeskundigen was dat de veegwagen werd ingezet voordat een officiële asbestinventarisatie had plaatsgevonden. Een deskundig inventariseerder asbest, een zogenoemde DIA, had eerst moeten vaststellen waar het asbest ligt, om welk soort materiaal het gaat en hoe het moet worden verwijderd. De DIA van SGS Search kwam pas tegen de avond van 2 januari met een voorlopig rapport.
Protocollen
Brandweercommandant Krishna Taneja, tevens een van de twee directeuren van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, stelde in een interview in deze krant op 24 februari dat volgens de protocollen is gehandeld.
Gevraagd of de bevelhebbers deze brancherichtlijnen hebben genegeerd, antwoordde hij deze krant: ,,Nee, die hebben ze niet genegeerd. In de brancherichtlijn is niets specifiek opgenomen over de eerste schoonmaak, anders dan ’Afstemmen over aanpassing van en/of het nemen van passende maatregelen’.”
De inzet van de veegwagen werd door Taneja verdedigd. ,,Het voorkomen van secundaire asbestbesmetting staat in de brancherichtlijnen. Vandaar dat de coördinator van Stichting Salvage diezelfde avond een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf de opdracht heeft gegeven om brokstukken asbest van de openbare weg te halen.”
Volgens de asbestdeskundigen die deze krant raadpleegde, was er in Noord-Scharwoude voor het opruimen van asbest wel degelijk een voorgeschreven werkwijze. Specialistische asbestopruimers hadden volgens deze deskundigen in beschermende kleding door de straten moeten lopen. De brandbrokstukken zouden handmatig moeten worden verzameld en in gesealde zakken gestopt. Daarna zouden zij met speciale asbeststofzuigers alle straten, plantsoenen en andere oppervlakken schoon moeten maken.
Sanering
Die werkwijze is in de weken na de brand wel overal toegepast in Noord-Scharwoude. Straten, huizen, daken en tuinen zijn op deze manier schoongemaakt. Toch werd her en der ook de veegwagen herhaaldelijk opnieuw ingezet bij de saneringswerkzaamheden.
Deze krant publiceerde op 13 februari een uitgebreid onderzoeksverhaal over de inzet van de veegwagen op nieuwjaarsdag. Daarin werd onder meer beschreven dat veegwagens die geschikt zijn als voertuig voor het opruimen van asbest helemaal niet bestaan.
In de WOO-stukken van de Veiligheidsregio valt te lezen dat de politie op 4 maart contact opnam met Veiligheidsregio Noord-Holland Noord naar aanleiding van de berichtgeving van deze krant over de veegwagen. Uit de documenten blijkt dat politie en OM onderzochten of er aanleiding bestond voor een onderzoek naar mogelijk strafbare zaken.
De veiligheidsregio besloot daarop zijn jurist naar voren te schuiven om de politie verder te woord te staan. Medewerkers werden geïnstrueerd om politie en justitie naar deze medewerker te verwijzen.
Vooronderzoek
Op 9 april meldde Taneja tijdens een vergadering van het bestuur van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord dat het onderzoek nog steeds aan de gang was. De vergadering werd voorgezeten door burgemeester Anja Schouten van Alkmaar. Taneja geeft een update over alle juridische nasleep, zo valt te lezen: ,,Dhr. Taneja geeft aan dat dit dossier (de asbestbrand, red.) nog steeds loopt. Dhr. Poorter zal hier meer over delen als het dossier is afgerond. Er loopt momenteel een kort geding over de Woo-verstrekking . Daarnaast is het Openbaar Ministerie zich aan het oriënteren of er een onderzoek moet worden opgestart. Het gaat hierbij met name om het middel dat is ingezet om de asbest op te ruimen.”
In de afgelopen maanden verzamelden politie en justitie bewijzen. Onder meer bekeken politie en ILT de veegwagen zelf. Zij inspecteerden het voertuig van Van der Bel om te beoordelen of de machine geschikt is om asbest op te ruimen. Hierover is een proces-verbaal opgemaakt, zo meldt een woordvoerder van het OM aan deze krant. Het is nog onbekend wie de verdachten zijn en of die worden vervolgd. Het proces-verbaal ligt nu bij de officier van justitie van het Functioneel Parket ter beoordeling.
Strafvervolging kan bij een veroordeling een dure zaak worden voor betrokkenen. Onoordeelkundig met asbest omgaan kan tot een boete van maximaal 45.000 euro leiden.
Burgemeester Poorter is al sinds maart op de hoogte van het politieonderzoek naar de asbestbrand. Hij heeft informatie hierover pas vorige week met de gemeenteraad gedeeld.
Zijn woordvoerder meldt: ,,In maart kregen we van de Veiligheidsregio een telefoontje ter kennisgeving dat het OM mogelijk een onderzoek zou willen starten. Dat hebben we ter kennisgeving aangenomen, en verder niets mee gedaan, ook op verzoek van de Veiligheidsregio. Het OM berichtte dit aan de Veiligheidsregio, niet aan de gemeente. Wat ons betreft geen aanleiding om dat mogelijke voornemen te moeten delen met iemand, ook niet omdat dat mogelijke onderzoek niet direct over de gemeente gaat, maar is gericht aan de Veiligheidsregio, een zelfstandig bestuursorgaan. We hebben afgesproken eerst af te wachten of en hoe het OM opvolging zou geven aan dit bericht. Oftewel, we zijn sindsdien in afwachting geweest of het OM dat ook werkelijk doorzet.”
Bijna gelijktijdig met de bekendmaking aan raadsleden van het bestaan van het politieonderzoek naar de inzet van de veegwagen, maakte de Veiligheidsregio zijn WOO-informatie openbaar. Volgens de burgemeester is de timing van de kennisgeving aan raadsleden en de vrijgave van deze nieuwe documenten toeval.
Op 20 januari nam de gemeenteraad een motie aan waarin het college van B en W werd opgedragen om de afwikkeling van de asbestbrand onafhankelijk te laten evalueren. De omstreden inzet van de veegwagen is expliciet onderdeel van dit onderzoek.
Het onderzoek heeft tot grote ophef geleid onder personeelsleden en leiding van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, die aanvankelijk weigerden hieraan mee te werken. Onderzoekers van COT, bureau voor crisismanagement, belden links en rechts bevelvoerders op die de brandbestrijding coördineerden in de groene CoPI-commandokeet die bij de brandlocatie op de Mossel was geplaatst. De Veiligheidsregio reageerde briesend van woede en gooide aanvankelijk alle deuren dicht voor het onderzoek.
De onrust was zo groot dat een directielid van de Veiligheidsregio het personeel adviseerde om interviewverzoeken van COT ’voorlopig maar even af te houden’. De onderzoekers kregen van de gemeente echter ook toegang tot interne informatie over de brandbestrijding uit het digitale Landelijk Crisis Management Systeem, wat volgens de Veiligheidsregio ook niet zomaar mocht. Onder meer de namen van de verantwoordelijke bevelhebbers werden daar door de onderzoekers uit gevist.
De directie van de Veiligheidsregio heeft bij het COT en de gemeente voorts gevraagd naar de precieze bedoelingen van het onderzoek. Toen het onderwerp duidelijk was, heeft de Veiligheidsregio eigen informatie uit een reeds gepubliceerd WOO-verzoek over de afhandeling van de brand verstrekt aan de onderzoekers. Daarin stond bijna alle informatie die de onderzoekers volgens de Veiligheidsregio nodig hadden.
Toen de onderzoekers toch een aantal mensen wilden spreken die op 1 januari de touwtjes in handen hadden, had de Veiligheidsregio nog veel vragen. Het COT probeerde de directie gerust te stellen door per brief te melden dat het geen verantwoordingsonderzoek was en dat er in het onderzoek geen schuldvraag wordt beantwoord.
Directeur Wesley Knetsch van de Veiligheidsregio complimenteert zijn personeel op 27 mei met de afwerende houding: ,,Goed dat jullie hier scherp op zijn om de regie enigszins in de hand te houden.” Alle interviewverzoeken lopen vanaf dan via de directie. Het COT blijkt vooral de leider van de CoPI en de Officier van Dienst Bevolkingszorg te willen spreken, die op 1 januari dienst hadden. Een directielid schrijft aan de rest van de top dat deze bevelvoerders goed moeten worden voorbereid op het gesprek met de onderzoekers en dat het wenselijk is dat er ook een directielid bij aanwezig is.