Wonen was hét paradepaardje van de coalitie in Dijk en Waard. Tijdens de verkiezingscampagne van 2021 was er weinig discussie over de richting: er moest gebouwd worden. Veel. Het doel van 10.000 woningen in tien jaar werd daarbij een belangrijk ijkpunt. Dat doel werd vervolgens opgenomen in het eerste coalitieakkoord van DOP, Lokaal Dijk en Waard, Senioren Dijk en Waard en de VVD.
Toen dat college eind 2022 viel en een nieuwe coalitie werd gevormd met DOP, Lokaal Dijk en Waard, Senioren Dijk en Waard, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie, bleef de ambitie om veel woningen te bouwen overeind. In het nieuwe coalitieakkoord “Thuis in Dijk en Waard” kwam meer nadruk te liggen op betaalbaarheid, sociale woningbouw en duurzaamheid. Partijen als GroenLinks, PvdA en ChristenUnie legden daarbij meer nadruk op een groter aandeel betaalbare woningen en sociale huur. (tekst gaat verder onder de foto)
Het grootste probleem is het tempo waarin gebouwd wordt. 10.000 woningen in tien jaar betekent grofweg 1.000 woningen per jaar. In 2024 kwamen er slechts 402 woningen bij. Dat is geen kleine tegenvaller, maar een flinke achterstand. In dit tempo raakt de gemeente ieder jaar verder verwijderd van haar eigen doel.
Het college wijst terecht op netcongestie, stikstofregels en hoge bouwkosten. Maar precies die obstakels kwamen tijdens de verkiezingscampagne nauwelijks ter sprake. Toen werd de indruk gewekt dat woningbouw vooral een kwestie van politieke wil was. Die belofte gaf kiezers het idee dat de gemeente de regie stevig in handen had. Inmiddels blijkt hoe beperkt die invloed eigenlijk is. De ondertekening van de Woondeal Noord-Holland Noord en het binnenhalen van subsidies zoals de Startbouwimpuls laten zien dat er wordt geprobeerd te sturen, maar ze zorgen niet automatisch voor snellere bouw. (tekst gaat door onder de foto)

Een van de weinige woonmaatregelen die wel is uitgevoerd, is de zelfbewoningsplicht. Die is verlengd van drie naar vijf jaar. Daarmee wil de coalitie voorkomen dat nieuwbouwwoningen worden opgekocht door beleggers. Voor starters kan dat helpen, omdat woningen langer beschikbaar blijven voor mensen die er zelf willen wonen. Tegelijk lost deze maatregel het grootste probleem niet op: er komen geen extra huizen bij. Voor wie al jaren op een woning wacht, voelt het daarom vooral als een pleister op een veel groter probleem.
Tijdens de campagne werd ook veel gesproken over betaalbaarheid. Partijen benadrukten dat starters en huishoudens met lagere inkomens meer kansen moesten krijgen op de woningmarkt. In de praktijk blijkt dat lastig. In het coalitieakkoord wordt wel gesproken over “betaalbare woningen”, maar concrete prijsgrenzen ontbreken. Daarmee blijft het begrip betaalbaar breed en moeilijk te toetsen.

Op papier veranderde de koers tussen beide coalitieakkoorden dus niet fundamenteel. Zowel het eerste als het tweede akkoord benadrukken dat er veel gebouwd moet worden en dat woningen betaalbaar moeten zijn. Wel verschuift het accent in het tweede akkoord iets meer naar sociale woningbouw en duurzaamheid. In de praktijk blijkt vooral het tempo van de bouw het grootste probleem te zijn. De ambities blijven overeind, maar de uitvoering loopt achter.
Ook bij economische ontwikkeling en woningbouw blijft veel algemeen geformuleerd. In de coalitieakkoorden wordt gesproken over een goed vestigingsklimaat voor ondernemers en een sterke lokale economie, maar een duidelijke koppeling tussen woningbouw en ruimte voor bedrijven ontbreekt. Er staat bijvoorbeeld niet hoeveel ruimte er voor bedrijventerreinen blijft of hoe economische groei samen moet gaan met de groei van het aantal woningen. De ambitie blijft staan, maar de uitwerking blijft vaag. (tekst gaat door onder de foto)

Op het gebied van senioren is het beeld gemengder. Senioren Dijk en Waard beloofde nieuwe woonvormen voor ouderen, met in het bijzonder de terugkeer van het bejaardenhuis. Dat laatste komt er niet. In plaats daarvan kiest de gemeente voor “geclusterde woonvormen” en wonen met zorg. Dat past bij landelijke ontwikkelingen, maar het is wel iets anders dan wat tijdens de campagne werd geschetst.
Ook andere partijen legden nadruk op betaalbare woningen en doorstroming. Zo pleitte de PvdA in haar verkiezingsprogramma voor een groter aandeel sociale woningbouw en meer betaalbare woningen voor starters en doorstromers, omdat de wachtlijsten voor sociale huur in de regio al jaren oplopen.
De opvang van statushouders is ook een onderdeel van het woondomein. Lokaal Dijk en Waard beloofde dat statushouders geen voorrang meer zouden krijgen bij sociale huurwoningen. Dat punt staat ook in het coalitieakkoord. In de praktijk blijkt de ruimte om dat echt door te voeren klein. De gemeente haalt de taakstelling niet met alleen flexwoningen en andere tijdelijke oplossingen. Het gevolg: het probleem verdwijnt niet, het verschuift. (tekst gaat door onder de foto)

Een opvallend punt dat volledig uit beeld verdween, is de grenscorrectie rond Sint Pancras en Koedijk. Lokaal Dijk en Waard verwees in de campagne nadrukkelijk naar de motie in de Tweede Kamer om aansluiting bij Alkmaar te onderzoeken. In het coalitieakkoord wordt daar niet meer over gesproken. In plaats daarvan staat er dat de fusie tot een succes moet worden gemaakt.
De rode draad is duidelijk. Er gebeurt veel, maar vooral op papier. De harde belofte – 10.000 woningen in tien jaar – is niet waargemaakt. De woningnood wordt niet ontkend, maar vooruitgeschoven. Starters wachten. Senioren wachten. Doorstromers wachten. Woningzoekenden krijgen vooral uitleg – of excuses – waarom het allemaal niet sneller kan. De stenen en sleutels laten vooralsnog nog even op zich wachten.
De volgende coalitie mag opnieuw beloven. De vraag is niet of er plannen komen. Die zijn er altijd. De vraag is of de stenen dit keer het tempo van de belofte kunnen bijhouden.
