Tijdens de verkiezingscampagne van 2021 beloofden partijen verantwoordelijkheid. Geen financiële avonturen, maar wel investeren waar dat nodig is. Met het eerste college van DOP, Lokaal Dijk en Waard, Senioren Dijk en Waard en de VVD leek dat ook haalbaar. Maar dat college viel in december 2022. In het latere coalitieakkoord “Thuis in Dijk en Waard”, waarin ook GroenLinks, PvdA en ChristenUnie aansloten, bleef de hoofdlijn overeind: een stabiele begroting, maar wel ruimte om te investeren.
Dat geeft rust. Tegelijkertijd groeit de druk op de begroting. De zorgkosten blijven stijgen, grote projecten vragen langdurige investeringen en vanaf 2026 krijgen gemeenten minder geld van het Rijk. Op papier zijn de cijfers in balans. Maar die balans hangt ook af van verwachtingen: dat de woningbouw doorgaat, dat de economie blijft groeien en dat kosten niet sneller stijgen dan gedacht. (tekst gaat verder onder de foto)

De fusie tussen Heerhugowaard en Langedijk werd gepresenteerd als een manier om efficiënter te werken. Minder dubbel werk, meer bestuurskracht en een sterkere financiële positie. In de praktijk zijn de organisatie samengevoegd en geharmoniseerd. Dat geeft meer overzicht. Maar duidelijke, structurele besparingen zijn niet zichtbaar. De kosten zijn niet spectaculair gedaald. De gemeente is bestuurlijk groter geworden, maar niet aantoonbaar goedkoper.
Dat betekent niet dat de fusie mislukt is. Wel dat het financiële voordeel minder duidelijk is dan destijds werd voorgespiegeld. Opvallend is ook dat de coalitie niet kiest voor harde bezuinigingen. Er wordt juist geïnvesteerd in armoedebeleid, preventie, de openbare ruimte en gebiedsontwikkeling. Dat zorgt op korte termijn voor stabiliteit. Er is geen kaasschaafbeleid. Tegelijk maakt het de begroting minder flexibel, omdat structurele uitgaven blijven doorlopen. (tekst gaat door onder de foto)

.De VVD sprak tijdens de verkiezingen de ambitie uit om van Dijk en Waard de “MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland” te maken. Die ambitie werd ook opgenomen in het eerste coalitieakkoord van DOP, Lokaal Dijk en Waard, Senioren Dijk en Waard en de VVD. Na de val van dat college eind 2022 verdween de VVD uit het bestuur. In het latere coalitieakkoord ligt de nadruk minder op die specifieke ambitie en meer op brede welvaart, duurzaamheid en werkgelegenheid.
Senioren Dijk en Waard koos bewust voor investeren in ondersteuning en preventie. Maatregelen als een ouderenadvies en armoedebeleid leveren zichtbaar resultaat op. Maar ze zorgen ook voor vaste uitgaven die niet eenvoudig terug te draaien zijn. DOP legde de nadruk op leefbaarheid, groen en kwaliteit van de openbare ruimte. Dat levert niet direct geld op, maar vraagt het wel structurele investeringen. (tekst gaat verder onder de foto)

Daarmee wordt duidelijk dat de economische koers van de gemeente positief wordt omschreven, maar niet altijd scherp is uitgewerkt. In het eerste coalitieakkoord ligt de nadruk vooral op een sterk ondernemersklimaat. In het latere coalitieakkoord verschuift het accent iets. Economische ontwikkeling wordt daar nadrukkelijk gekoppeld aan brede welvaart, duurzaamheid en werkgelegenheid.
Vanaf 2026 krijgen gemeenten minder geld van het Rijk. Dijk en Waard benoemt dat in begrotingen en meerjarenramingen. Maar harde keuzes zijn tot nu toe vooruitgeschoven. Dat is begrijpelijk – weinig bestuurders bezuinigen graag op voorhand. Tegelijk betekent het dat toekomstige colleges mogelijk met lastigere keuzes worden geconfronteerd dan deze coalitie. (tekst gaat verder onder de foto)

Dijk en Waard staat er financieel dus niet slecht voor. Er is geen crisis. Maar de ruimte is kleiner dan tijdens de verkiezingen werd gesuggereerd. De vraag is daarom niet of het financieel slecht gaat. De vraag is vooral hoeveel tegenwind de gemeente kan hebben voordat echte keuzes onvermijdelijk worden. Dat antwoord is nog niet getest. En misschien is dát wel het spannendste aan dit dossier.
