Zorgen over experimentele afvalfabriek Boekelermeer: Experts en Omgevingsdienst dringen aan op streng onderzoek

Bord met tekst over Europa's eerste Renewable Energy Valley bij een houten gebouw en twee windturbines in een graslandschap.

De geplande komst van een grote, innovatieve afvalfabriek op bedrijventerrein de Boekelermeer stuit op kritiek en bezorgdheid. Het plan van Energy Greenery Alkmaar (EGA) klínkt als een duurzame stap: jaarlijks 100.000 ton afval, zoals oud hout en slib, door middel van extreme hitte omzetten in bruikbare elektriciteit en de brandstof methanol.

De fabriek moet volgend jaar worden gebouwd en naar verwachting al in 2029 operationeel zijn. Maar de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) waarschuwt voor de risico’s en dringt aan op meer onderzoek.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) laat weten die adviezen serieus te nemen, buurman TAQA volgt de ontwikkelingen met grote belangstelling en inmiddels loopt milieuclub Stichting Heilloze Weg zich al warm voor een rechtszaak.

Het pijnpunt? De toegepaste techniek. De manier waarop EGA het afval wil omzetten in energie is hartstikke nieuw en innovatief. Het is tot nu toe alleen nog getest met een kleine proefinstallatie op het Energy Innovation Park op bedrijventerrein Boekelermeer.

Hoewel EGA van plan is om eerst te testen met één reactor op ware grootte, willen ze uiteindelijk opschalen naar een enorme fabriek. De commissieleden wijzen op de onzekerheden die bij deze beide stappen komen kijken. (tekst gaat verder onder de foto)

Industrieel landschap met windturbines, zonnepaneelvelden, en gebouwen omringd door groene en bebouwde gebieden.
Alle bedrijven op het Energy Innovation Park zijn of worden buren van de belangrijke aardgasinstallaties van TAQA (rechtsboven). (foto: Streekstad Centraal)

Omdat de installatie in feite een ‘proef op grote schaal’ is, waarschuwen de deskundigen voor de risico’s. Ze vinden het nog onvoldoende duidelijk wat de daadwerkelijke uitstoot van giftige stoffen, stikstof en stank zal zijn als de installatie op volle toeren draait.

De commissie mer wil dat EGA berekent wat de maximale (slechtst denkbare) vervuiling is bij het verwerken van verschillende verhoudingen en samenstellingen van het afval. Ook moet EGA nu al verplicht een ‘Plan B’ opstellen met maatregelen voor het geval de fabriek straks toch meer vervuilt dan wordt beloofd.

De deskundigen eisen bovendien dat EGA de uiterste veiligheidsrisico’s zorgvuldig doorrekent. Dit is extra belangrijk omdat het eindproduct, methanol, zeer brandbaar is. Er moet vooraf streng worden onderzocht wat de gevolgen zijn bij een eventuele explosie en of zo’n ramp via een ‘domino-effect’ kan overslaan naar buurbedrijven. Zoals de grote gasinstallaties van buurman TAQA. (tekst gaat verder onder de foto)

Industriecomplex omgeven door riet en een waterbassin onder een heldere blauwe lucht.
Voor de komst van Energy Greenery Alkmaar moet onder meer eerst worden onderzocht wat er gebeurt bij een eventuele explosie en de risico’s voor bijvoorbeeld TAQA. (foto: Streekstad Centraal)

Energiebedrijf TAQA, de directe buurman die in het rapport nadrukkelijk wordt genoemd als mogelijk slachtoffer van zo’n ‘domino-effect’, laat in een reactie weten de komst van de fabriek scherp in de gaten te houden. Een woordvoerder van TAQA benadrukt dat ze afwachten wat de provincie besluit, om daarna te kunnen beoordelen of de methanol-fabriek daadwerkelijk een gevaar of belemmering vormt voor hun eigen bedrijfsvoering.

EGA heeft uiteindelijk een omgevingsvergunning nodig van de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die de aanvraag namens de provincie toetst, laat aan Streekstad Centraal weten dat de adviezen van de Commissie mer zullen worden overgenomen in het definitieve eisenpakket voor het milieuonderzoek.

Het gaat dan om het onderzoek dat EGA moet uitvoeren. Pas nadat de risico’s – waaronder de externe veiligheid – tot in detail zijn onderzocht en aan de wettelijke normen zijn getoetst, kan er sprake zijn van een vergunning. (tekst gaat verder onder de foto)

Industriële complex met koepelvormige tanks en windturbines tegen een heldere blauwe lucht.
Alkmaar wil – ook na aandringen – niet zeggen welk perceel naast de Engie biovergister de locatie is die Energy Greenery in optie heeft bij de gemeente voor de fabriek. (foto: Streekstad Centraal)

De gemeente Alkmaar, op wiens grondgebied de fabriek gebouwd moet worden en die nu nog eigenaar is van die grond, houdt zich vooralsnog afzijdig. Een woordvoerder wil niet zeggen of de gemeente nou blij is met dit innovatieve bedrijf op de Boekelermeer, en gaat ook niet in op vragen over stank, veiligheid en luchtvervuiling die de fabriek kan veroorzaken.

De gemeente laat alleen weten dat de gemeente geen formele beslissingsbevoegdheid heeft en verwijst naar de provincie. Mocht er een vergunning worden verstrekt, dan zal Alkmaar de grond verkopen aan Energy Greenery. (tekst gaat verder onder de foto)

Industrieel terrein met een oranje container, windmolen, grote ronde loods en pijpleidingen onder een blauwe lucht.
De commissie mer eist dat het onderzoek van EGA in kaart brengt wat de totale stankoverlast voor de omgeving wordt, samen met de geur van de bestaande ENGIE-vergister. (foto: Streekstad Centraal)

Maar waar het lokale bestuur in vertrouwen afwacht, loopt Stichting Heilloze Weg zich warm. De stichting is in de regio een geduchte speler en won in Heiloo al vijf procedures rond bestemmingsplannen. De stichting volgt de ontwikkelingen rond EGA nauwlettend en stelt dat zware en risicovolle activiteiten – zoals de plannen van EGA – de leefomgeving in de regio ernstig zullen aantasten.

De stichting eist daarom dat het ‘voorzorgsprincipe’ wordt gehanteerd: zolang niet bewezen is dat de fabriek veilig en schoon is, mag er niet gebouwd worden. Zij kondigen aan hierover vragen te stellen aan de gemeente Alkmaar en, indien nodig, de komst van de fabriek via de rechter tegen te houden.

De Milieufederatie Noord-Holland (MNH) was deze week niet in staat om te reageren op vragen over de mogelijke effecten op omliggende natuurgebieden.