Hittegolf in de Noordzee verandert zeeleven: nieuwe soorten duiken op, andere verdwijnen

Strand met rustige zee en blauwe lucht, schaduwen van twee mensen op het zand zichtbaar.

De hittegolf in de Noordzee zorgt niet alleen voor warm zwemwater, er verandert ook van alles onder het wateroppervlak. Door de aanhoudend hoge watertemperaturen vestigen steeds meer zuidelijke soorten zich in de Noord- en Waddenzee, terwijl andere vissen juist verdwijnen of verder naar het noorden trekken. Dat zeggen onderzoekers van Wageningen Marine Research en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

Van een hittegolf in zee is volgens het KNMI sprake als de zeewatertemperatuur minimaal vijf dagen achter elkaar veel hoger ligt dan normaal voor de tijd van het jaar. Sinds 24 mei is dat het geval in de Noordzee. Hoewel de directe gevolgen nog lastig te voorspellen zijn, zien onderzoekers al langer dat het opwarmende zeewater blijvende veranderingen veroorzaakt.

“Sommige soorten schuiven echt op naar het noorden”, zegt onderzoeker Lennert van de Pol van Wageningen Marine Research tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Soorten als de pijlinktvis, rode poon, rode mul, sardine en zeekat worden volgens hem steeds vaker in de Noordzee aangetroffen. “Het nieuwe normaal is dat deze soorten in de Noordzee zitten. Tien tot vijftien jaar geleden was dat nog veel minder.”

Tegelijkertijd hebben andere soorten het juist moeilijker. Schol zoekt vaker koeler, dieper water verder uit de kust op. Ook de kabeljauw staat onder druk. Volgens Van de Pol speelt klimaatverandering daarbij een rol, maar ook overbevissing draagt eraan bij dat de soort steeds minder voorkomt. (tekst gaat door onder de foto)

Dode inktvis aangespoeld op nat zand, met uitgestrekte tentakels en zand op het lichaam
Bij het nieuwe normaal in de Noordzee hoort ook een plekje voor de pijlinktvis. (foto: Ecomare)

Niet alleen de Noordzee warmt op. Ook in de Waddenzee zijn de gevolgen merkbaar. Onderzoeker Oscar Franken van het NIOZ op Texel legt uit dat vooral drooggevallen wadplaten tijdens warm weer extreem heet kunnen worden. “Tijdens een hittegolf kan het op sommige plekken wel 40 graden worden. Daardoor worden bodemdieren zoals schelpdieren en wormen eigenlijk gegaard in het zand.”

Daarnaast warmt het ondiepe water in de Waddenzee sneller op dan dieper water. Dat heeft gevolgen voor verschillende soorten. Zo troffen onderzoekers de afgelopen zomers na hittegolven regelmatig grote aantallen dode kokkels aan. Wat er met andere bodemdieren, zoals wormen, gebeurt is minder duidelijk, omdat die onder het zand leven.

Er zijn ook soorten die juist profiteren van de hogere temperaturen. Een voorbeeld is de Filipijnse tapijtschelp. Die komt oorspronkelijk uit Azië, maar wordt inmiddels ook steeds vaker in de Waddenzee gevonden. “Die is een aantal jaar geleden voor het eerst gevonden in de Waddenzee, en kan juist goed tegen wat hogere temperaturen. We zien deze soort nog elk jaar toenemen, en dit zorgt dus ook voor veranderingen in het ecosysteem.” (tekst gaat door onder de foto)

Close-up van verschillende schelpen op een groen bananenblad
Filipijnse tapijtschelpen zijn door de hoge temperaturen steeds vaker in de Waddenzee te vinden. (foto: Animalia)

Volgens de onderzoekers zit de grootste zorg niet alleen in het feit dat de zee opwarmt, maar vooral in de snelheid waarmee dat gebeurt. “Vooral door de snelheid van de veranderingen”, zegt Van de Pol. “We hebben het nu wel echt over uitzonderlijke afwijkingen van het gemiddelde in temperatuur. Het zeewater is nog nooit zo warm geweest in deze tijd van het jaar en de jaren hiervoor waren ook allemaal recordjaren qua watertemperatuur.”

De gevolgen zijn volgens hem moeilijk te voorspellen. Nieuwe soorten kunnen kansen bieden, bijvoorbeeld voor de visserij, maar brengen ook onzekerheid met zich mee.

Ook Franken wijst op de risico’s van extreme temperatuurpieken. “Naast geleidelijke temperatuurstijging, zijn juist hittegolven gevaarlijk. Er hoeft maar een keer een piek te zijn in temperatuur waar een soort niet tegen kan, en dan is het klaar met die soort. Die effecten kunnen gigantisch zijn. De extreme pieken zorgen er echt voor dat soorten op sommige plekken kunnen verdwijnen.” (Hoofdfoto: Bente Jønsson/Pixabay)