In Alkmaar moesten hulpdiensten woensdagavond in actie komen na een flinke aanrijding. Het ging mis op de kruising van de Laan van Brussel met de Kanaaldijk.
De bestuurster van een Volkswagen maakte daar mogelijk een verkeerde inschatting. Zij verwachtte dat een BMW rechtsaf zou slaan, maar di bleek toch rechtdoor te gaan. De Volkswagen boorde zich in de zijkant van de BMW, waardoor beide auto’s flinke schade opliepen. Gelukkig raakte niemand gewond.
De bestuurders bleken allebei nuchter achter het stuur te zijn gekropen. De schade was zo groot dat beide auto’s moesten worden afgesleept.
Handhaving regelde het verkeer op en rond de kruising tijdens de afhandeling, zodat het opruimingswerk zo veilig mogelijk kon verlopen.
De Gouden Eeuw in de Nederlanden is voor een groot deel te danken aan een “eenvoudig huysman” uit Uitgeest. En Stichting Cornelis Corneliszoon van Uitgeest rust niet voordat alle kinderen van Uitgeest kunnen vertellen over deze lokale ‘vernufteling’. Deze uitvinder, zouden latere generaties zeggen. Of tegenwoordig misschien wel ‘Creative Developer’.
Om de vernufteling tussen de jonge oren te krijgen werd tekenaar en illustrator Eric J. Coolen uit Haarlem het afgelopen jaar aan het werk gezet. Het stripboek ‘Op zoek naar het genie van Uitgeest’ dat hij opleverde, is inmiddels aan de buitenwereld gepresenteerd.
Dat gebeurde in Kindcentrum Cornelis en in het bijzijn van kinderburgemeester van Uitgeest, de 12-jarige Katja Ranzijn. Een thuiswedstrijd, want ze zit hier zelf ook op school. Door de drie andere basisscholen in Uitgeest was ook een kinderdelegatie naar de presentatie gestuurd. Niet zo gek, want het stripboek wordt straks op elke basisschool in Uitgeest gebruikt als kleurrijk lespakket dat de jeugd moet herinneren aan de fenomenale geschiedenis van hun eigen dorp.
De bewering dat de kennis over de lokale geschiedenis onder de Uitgeester jeugd momenteel ‘abominabel’ is, komt voor rekening van Arie Zonjee. Hij is de wandelende encyclopedie van de Cornelisstichting. Kinderburgemeester Katja kan hem niet tegenspreken: ook zij kende de lokale held nog niet, dus dankzij het stripboek leert ze veel over hem. (tekst gaat verder onder de foto)
Kinderburgemeester Katja Ranzijn bladert tijdens de presentatie alvast door het stripboek. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens de presentatie zat ze al stiekem in het boek te bladeren. “Heel mooi” is haar eerste reactie: “Ik ben ook heel trots dat het stripboek is uitgekomen, omdat ik wel heel belangrijk vind dat mensen weten wat er allemaal gebeurde. Ik vind dat het heel mooi is getekend, er gebeurt veel en je leert er ook veel van.”
Die kennis over het verleden moet juist nú worden verankerd, zegt Arie Zonjee, omdat Uitgeest als zelfstandige gemeente ophoudt te bestaan en opgaat in een groter geheel. “We hebben ons voorgenomen om de jeugd te vertellen in wat voor fenomenaal mooi dorp ze wonen,” vertelt Zonjee tijdens de presentatie. “Het is belangrijk dat we die kennis bij de kinderen achterlaten en er eigenlijk in hameren”. (tekst gaat verder onder de foto)
Tekenaar Eric J. Coolen (rechts) tekende voor het verhaal in het stripboek ook de Uitgeester Arie Zonjee. (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel Cornelis vooral bekendstaat om de houtzaagmolen, benadrukt Zonjee dat de vernufteling in totaal vijf grote uitvindingen deed. Dankzij zijn toepassing van de krukas kon hout dertig keer sneller gezaagd worden dan met de hand. Dit had een enorme impact op de Nederlandse geschiedenis. De Nederlanders konden dertig keer sneller handels- en oorlogsschepen bouwen om op te boksen tegen de Fransen, Spanjaarden en Engelsen.
De uitvinder uit Uitgeest verbeterde bovendien de vijzel in de watermolen, waardoor water tot wel acht meter omhoog gepompt kon worden. Hierdoor was slechts een kwart van het aantal molens nodig om een polder droog te malen. (tekst gaat verder onder de foto)
De officiële presentatie van het stripboek, met researcher Léon Klein Schiphorst, scriptschrijver Michaëla J. Bijlsma, kinderburgemeester Katja Ranzijn, illustrator Eric Coolen, burgemeester Sebastiaan Nieuwland en Cees Hazenberg, voorzitter van de Cornelisstichting. (foto: Streekstad Centraal)
De uitvinding van de kollergang, twee verticaal ronddraaiende maalstenen in een oliemolen, maakte van de regio het “Saoedi-Arabië van Europa”. Olie werd geperst uit zaden en noten voor verlichting en het waterdicht maken van zeilen. Daardoor zeilden de Nederlandse schepen veelal sneller dan de concurrenten over de oceanen.
Tijdens de presentatie kwam ook een markant historisch feitje naar boven: waarom werd niet Amsterdam maar de Zaanstreek het grote industriegebied? Volgens Zonjee lag dat aan de gilden in Amsterdam, die bang waren voor werkloosheid onder handzagers en de uitvinding tegenwerkten. “Er was maar één uitwijkplek en dat was de Zaanstreek, want daar waren geen gildes. Dat was cowboyland, daar kon toen alles”.
De presentatie van het stripboek werd opgeluisterd met kinderliedjes over de motoriek van de molen en de befaamde krukas. (foto: Streekstad Centraal)
Het boek telt 64 pagina’s en meer dan 300 afbeeldingen. In het verhaal gaan de scholieren Daan en Sofie op onderzoek uit, waarbij ze geen internet of mobiele telefoon mogen gebruiken. Ze komen bekende gezichten tegen, zoals burgemeester Sebastiaan Nieuwland en natuurlijk Arie Zonjee zelf.
“Je kunt natuurlijk niet een educatief boek maken wat op details niet klopt,” aldus de stichting. Zo wees Zonjee de tekenaar er scherp op toen een molen op een schets zijn ‘staart’ miste. Ook bevat het boek een interactief extraatje: wie snel door de pagina’s bladert, ziet rechtsonder de werking van de krukas als een soort filmpje voorbijkomen. (tekst gaat verder onder de foto)
De beide burgemeesters van Uitgeest kregen de eerste exemplaren uitgereikt, onder toeziend oog van de researcher, de scriptschrijver en de illustrator van het stripboek. (foto: Streekstad Centraal)
Het stripboek is de start van een breder educatief programma op de vier basisscholen in Uitgeest. Elk jaar zal er een Cornelisdag worden georganiseerd om de innovatieve geest van de uitvinder levend te houden.
Voor de liefhebbers is het boek voor 15 euro te koop bij lokale boekhandels in de regio. De opbrengst hiervan vloeit direct terug in het educatieproject voor de scholen.
Een kort maar hevig buitje rond 13:00 uur was er dinsdagmiddag voorspeld in Alkmaar-Noord. Die regendruppels meldden zich keurig op tijd, precies op het moment dat Stadswerk072 op de parkeerplaats aan de Arubastraat een groene bokaal krijgt uitgereikt. Alsof het om een demonstratie gaat.
Want het regenwater zakt keurig netjes weg tussen de bodemvegetatie in de grond. Dat was voorheen wel anders toen het hier nog een grauwe parkeervlakte was met straatkolken. Nu is er een groene kruidentuin en kan er ook nog steeds geparkeerd worden. De demonstratie kan meteen beginnen. (tekst gaat verder onder de foto)
De parkeerplaats aan de Arubastraat is een landelijk voorbeeld geworden voor vergroening van parkeerplaatsen. (foto: Erik Boschman)
Projectleider Paul Weidema heeft bij Stadswerk 072 de klimaatbestendigheid van Alkmaar op z’n bordje. Op warmtebeelden kon hij vroeger zien dat de volledig bestrate parkeerplaats in De Mare op zomerse dagen een van de warmste plekken in Alkmaar-Noord werd. Daarnaast moest de wijk gereed worden gemaakt voor langere periodes van droogte en meer plensbuien.
De combinatie van maatregelen maakte dit project bijzonder, legt Weidema uit. Zo bijzonder, dat Stadswerk072 besloot het te nomineren voor een landelijke prijs. Die kan worden gewonnen door de meest impactvolle groene parkeerplaats van Nederland te zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Projectleider Paul Weidema pronkt met de bokaal van de Park Positive Impact Trofee 2025 (foto: Streekstad Centraal)
De inzending leidde eerst tot een nominatie voor de finale, die daarna alleen nog even gewonnen moest worden. Dat lukte. Tijdens de verkiezing kreeg Alkmaar meer dan 44% van alle stemmen. Hiermee bleven zij de andere genomineerde steden, Bladel en Capelle aan den IJssel, ruim voor.
En zo kwam Fien Dekker van Rain(a)way uit Eindhoven de bokaal deze week naar Alkmaar brengen. De bedoeling was dat ook wethouder Christian Schouten naar de Arubastraat zou komen om met de veren te pronken, maar een uitgelopen B&W-vergadering zorgde ervoor dat projectleider Paul Weidema zelf de honneurs mocht waarnemen. (tekst gaat verder onder de foto)
Ontwerper Fien Dekker controleert of de insectenhotels aan de lichtmasten van de Arubastraat gereed zijn voor de komst van de volgende bewoners. (foto: Streekstad Centraal)
Fien Dekker studeerde twaalf jaar geleden af aan de Design Academie in Eindhoven. Haar afstudeerproject was een tegel die je kunt gebruiken om een waterdoorlatende parkeerplaats te maken. “Ik zocht naar een vorm die je meerdere keren kunt herhalen, terwijl je het gevoel hebt dat het een natuurlijke harmonie is. Die steen is steeds verder doorontwikkeld en zo begon ik mijn eigen start-up die de tegel aan de man brengt.”
De Park Positive Impact Trofee 2025 gaat naar Alkmaar, omdat Alkmaar volgens Dekker erin slaagde om op een heel andere manier naar de openbare ruimte te kijken. “En daarvoor heb je mensen nodig die het systeem durven te doorbreken.” Paul Weidema kon het compliment in zijn zak steken. Namens de afwezige wethouder, natuurlijk. (tekst gaat verder onder de foto)
In de zomer staat de hele parkeerplaats aan de Arubastraat in bloei. (foto: Erik Boschman)
Andere gemeenten werken ook al met deze tegel, maar Alkmaar is wel de eerste die het integraal toepast samen met inheemse kruiden, wilde bloemen, nieuwe bomen, plantenmatten onder de bomen en insectenhotels. “Op de parkeerplaats staan in de zomermaanden veel minder auto’s, omdat de school dan dicht is. Dan kun je ook voor leukere beplanting kiezen tussen de grastegels, die dan heel snel opbloeit. Afgelopen zomer was het resultaat ook al goed te zien”, legt projectleider Weidema uit.
Er is veel gedaan om de parkeerplaats natuurlijker te maken. Zo zijn maar liefst 97 nieuwe bomen geplant en is er speciale beplanting gezaaid in de parkeervakken. Ook aan de insecten is gedacht: in de lantaarnpalen hangen nu bijenhotels. (tekst gaat verder onder de foto)
Zo zag de parkeerplaats eruit voordat het project begon om het er groener en klimaatbestendiger te maken. (foto: Erik Boschman)
De parkeerplaats aan de Arubastraat helpt nu zelfs tegen hitte en bij wateroverlast. Het regenwater wordt op deze plek niet meer direct naar het riool afgevoerd, maar zakt de bodem in, en dat maakt de stad gezonder. Door de waterdoorlatende bestrating konden de traditionele straatkolken – of putten – die het regenwater voorheen naar de riolering afvoerden, worden weggehaald. (tekst gaat verder onder de foto)
De combinatie van maatregelen aan de Arubastraat zorgde ervoor dat veel mensen van Stadswerk072 erbij betrokken waren. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Paul Weidema laat dit project zien dat een parkeerplaats veel meer kan zijn dan alleen een plek voor auto’s. “Ik vind het schitterend. Je bedenkt zoiets op een tekentafel, en dan is het heel mooi om te zien hoe zoiets in de praktijk uitpakt. Volgens mij is het nu een voorbeeld voor hoe parkeerplaatsen in de toekomst overal in Nederland ingericht kunnen worden.”
Op de N9 tussen Schoorldam en Alkmaar is dinsdag een automobilist met de schrik vrij gekomen bij een ongelukkig incident op de gevaarlijke rijksweg.
De automobilist reed rond 16:15 uur in noordelijke richting, toen een truck met oplegger de personenauto tegemoet kwam uit de richting Schoorl. In de lading van de vrachtwagen sprongen enkele deurtjes open. Die klapten tegen de tegemoetkomende auto aan.
Bij de personenauto sneuvelden drie ramen door de impact. Wonder boven wonder raakte niemand gewond, maar de schade is aanzienlijk. Eén rijbaan werd direct volledig afgesloten voor verkeer. Dat zorgde voor flinke vertragingen en opstoppingen op de route.
Hulpdiensten kwamen ter plaatse om de situatie veilig te stellen en het verkeer in goede banen te leiden. Hoe het precies heeft kunnen gebeuren, wordt nog onderzocht. Weggebruikers moesten rekening houden met ernstige hinder en een omleiding.
Wethouder Robert te Beest heeft volgens Buurtcomité De Omval bewust informatie achtergehouden over Fetura Extra. Die – als dat inderdaad zo is – politieke doodzonde heeft hij volgens het Buurtcomité De Omval begaan toen de raad in juni een besluit moest nemen over de komst van het onderdak voor ernstige overlastgevers. Nee hoor, niks aan de hand, stelt de gemeente in een reactie op de kritiek.
De weggelaten informatie is volgens het buurtcomité aan het licht gekomen door honderden pagina’s door te spitten van documenten die zijn verkregen met een beroep op de Wet Open Overheid. Hun conclusies staan in een lange brief die ze hebben gestuurd aan de gemeenteraad van Alkmaar. Daarin doen ze het dringende verzoek om het besluit van juni vorig jaar te heroverwegen. (tekst gaat verder onder de foto)
foto: Buurtschap Omval
In een gesprek met Streekstad Centraal leggen vertegenwoordigers Hans Mechielsen en Soraya Klaver Kramer van het buurtcomité uit, dat hun vertrouwen in de lokale politiek tot een dieptepunt is gedaald. Na maandenlang speurwerk in ambtelijke stukken van verschillende instanties, waaronder de gemeente Dijk en Waard en de Veiligheidsregio, stuitte het comité op informatie die nooit met de Alkmaarse raad is gedeeld.
De volgens het buurtcomité belangrijkste onthulling: de gemeente Dijk en Waard heeft serieus opties onderzocht om de voorziening binnen Dijk en Waard te houden, namelijk aan de Middenweg en de Buitenhof in Heerhugowaard. “De wethouder heeft ook richting de raadsleden, ondanks expliciete vragen wat de andere locaties waren, die informatie niet gegeven,” vertelt Klaver Kramer beslist. “De andere locaties zijn geheimgehouden.”
Soraya vervolgt: “Wij vonden nu zelf na Woo-verzoeken bij andere organisaties welke alternatieven er bekeken zijn. Die stukken zijn trouwens ook achtergehouden toen wij álle stukken opvroegen bij Alkmaar. Ook met een beroep op de Wet Open Overheid.” (tekst loopt door onder de foto)
Soraya Klaver Kramer van het Buurtcomité Omval sprak eerder dit jaar haar zorgen uit tijdens de beslissende raadsvergadering (foto: aangeleverd)
De kern van de zorgen blijft de veiligheid in de buurt. Fetura Extra is bedoeld voor hardnekkige overlastplegers met complexe problemen, die ook wel de ‘1%-groep’ wordt genoemd. Mechielsen en Klaver Kramer wijzen op rapporten van deskundigen, die nooit met de gemeenteraad zijn gedeeld. Bureau DSP en de Veiligheidsregio concludeerden eerder dat deze doelgroep niet in een woonwijk moet worden gehuisvest, maar op een beschut instellingsterrein. De Omval voldoet volgens de bewoners niet aan die voorwaarden.
“Bij instellingen in bijvoorbeeld Castricum zie je een groot terrein waar mensen een rondje kunnen lopen en waar direct zorg is,” legt Mechielsen uit. “Dat is hier het punt: als ze hier de dijk oplopen, staan ze direct op het fietspad en midden in een woonwijk. Zijn er dan bij calamiteiten wel voldoende mensen in de omgeving om in te springen? Dat hebben we hier dus niet.” (tekst gaat verder onder de foto)
Voor de kinderen die wonen in buurtschap De Omval is er een speeltuintje, straks vlakbij de opvang voor overlastplegers. (foto: Streekstad Centraal)
De vrees is dat incidenten direct impact zullen hebben op de veiligheid van de gezinnen die er wonen. Soraya maakt zich grote zorgen over haar jonge kinderen. “Ik heb een dochter, die wordt straks tien. Ik verwacht niet dat zij straks nog op de fiets kan als die mensen hier wonen,” zegt ze. “De angst dat ze een verkeerde tegenkomt is echt te groot. Mijn man en ik blijven ze brengen en halen, want wij durven het niet aan.”
Daarnaast heerst bij de bewoners het sterke gevoel dat Alkmaar de problemen van de buurgemeente aan het oplossen is. En dat zij daarbij van ondergeschikt belang zijn. De cliënten die in Fetura Extra komen wonen, woonden jarenlang in de gemeente Dijk en Waard. Uit de Woo-stukken maken de bewoners op dat die gemeente deze groep liever kwijt dan rijk is.
“Hoe kan het dat die tien inwoners te veel waren, dat ze daar geen plek voor wilden maken?”, vraagt Klaver Kramer zich hardop af. “Dat komt bij mij over als het probleem gewoon over de schutting willen gooien.”
De bewoners van De Omval vinden het onrechtvaardig dat zij de lasten moeten dragen, terwijl er in Heerhugowaard op bestaande instellingsterreinen waarschijnlijk betere en veiligere plekken voorhanden waren. “We hebben ook nergens afspraken kunnen vinden dat Alkmaar deze groep van Dijk en Waard zou overnemen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het hele buurtschap hing de afgelopen zomer vol met protestborden, raamposters en spandoeken. (foto: Streekstad Centraal)
De frustratie over het proces is groot. Het participatietraject, dat door de gemeente wordt gepresenteerd als een manier om samen met de buurt tot goede afspraken te komen, wordt door het comité ervaren als schijninspraak. Vragen die de bewoners het afgelopen jaar per brief aan het college hebben gesteld, worden volgens hen stelselmatig niet beantwoord.
De gemeente ontkent dat niet. “Alle vragen, signalen en zorgen zijn in het voortraject zoveel mogelijk beantwoord. Waar dit niet is gebeurd zijn deze meegenomen in het debat in de gemeenteraad.” Sinds juni vindt de gemeente daarom dat het niet meer hoeft te reageren op vragen vanuit de inwoners.
Ze hebben het gevoel dat er alleen mag worden meegepraat over minder belangijke details, terwijl de fundamentele bezwaren worden genegeerd. Mechielsen schetst de situatie cynisch: “Wat gaan ze hier doen? Gewoon zeggen: ‘ons gebouw gaan we hier neerzetten en jullie mogen de kleur van de dakpannen bepalen’? Zo voelt het.” (tekst gaat verder onder de foto)
Hans Mechielsen en Soraya Kramer Klaver bij de plek achter hun huizen waar de opvang voor de overlastplegers moet komen. (foto: Streekstad Centraal)
Nee, zegt de gemeente, zelfs daar mogen de buurtbewoners niet over meepraten. Ruimtelijke vraagstukken, zoals massa en vorm van het gebouw (zoals bouwhoogte) of materialen zijn uitgesloten van de inspraak. Buurtbewoners mogen alleen iets naar voren brengen over ruimtelijke details, “zoals landschappelijke inpassing”.
Het comité benadrukt dat hun weerstand niet voortkomt uit onwil om mensen te helpen, maar uit zorg over de geschiktheid van de locatie. “Ik ben helemaal niet tegen deze mensen,” verduidelijkt Klaver Kramer. “We erkennen dat deze mensen een plek nodig hebben. Dat vinden we echt. Maar wij zijn bang dat het hier niet goed gaat landen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De raamposter hangt nog steeds achter het raam van buurtbewoner Kees Blankendaal. (foto: Streekstad Centraal)
Met de laatste brief hopen de bewoners dat de gemeenteraad alsnog ingrijpt. Ze vragen niet om de discussie volledig opnieuw te openen, maar om het eerdere besluit op te schorten totdat er een eerlijke vergelijking is gemaakt tussen De Omval en de alternatieve locaties die nu boven water zijn gekomen. “De uitkomst van ons onderzoek is dat de wethouder onvoldoende informatie heeft verstrekt aan de raad, waardoor dit besluit is genomen,” vat Mechielsen samen.
Het comité doet een beroep op de raadsleden om politieke moed te tonen en te erkennen dat de besluitvorming onzorgvuldig is geweest. Volgens de bewoners is dit het moment om een fout te herstellen, voordat er vergunningen worden verleend en juridische procedures onvermijdelijk zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Buurtbewoners vrezen dat er straks een gevoel van onveiligheid heerst wanneer Fetura Extra er is. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Alkmaar laat in een reactie weten dat de locatiekeuze een gepasseerd station is. Volgens een woordvoerder hoefden de alternatieve locaties in Heerhugowaard, waar de bewoners naar verwijzen, niet met de raadsleden te worden gedeeld omdat ze al in een vroeg stadium waren afgevallen: “Ze waren niet beschikbaar of hadden een andere bestemming.”
De gemeente benadrukt dat De Omval bewust is gekozen als een rustige plek waar de toekomstige bewoners, die voornamelijk uit Alkmaar en de regio komen, op een veilige manier deel kunnen nemen aan de samenleving.
Het participatietraject dat nu loopt, is volgens de gemeente niet bedoeld om de locatie opnieuw ter discussie te stellen, maar richt zich puur op de inpassing en afspraken over beheer en veiligheid. De gemeenteraad heeft volgens het college vorig jaar een zorgvuldig besluit genomen na weging van alle belangen: “De opdracht aan het college is om dit besluit nu uit te voeren.”
De bewoners van buurtschap De Omval hebben een uitnodiging gekregen voor een bewonersavond op woensdagavond 4 maart.
Wie regelmatig bij De Meent binnenstapt heeft ze vast al eens gezien: jonge meiden die op hun ‘gympies’ alvast wat pirouettes draaien bij de ingang van de ijshal. Daar staan dan de 15-jarige Summer Wijkhuizen en de 12-jarige Anastasia Zentveldt ook regelmatig tussen om warm te draaien voor de komende training. De twee Alkmaarse tieners mogen inmiddels tot de nationale top van het kunstschaatsen worden gerekend.
En hun sport krijgt met de Olympische winterspelen natuurlijk weer wat extra aandacht, vooral omdat Daria Danilova en Michel Tsiba daar voor TeamNL uitkomen bij het kunstschaatsen. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een Nederlands kunstschaatspaar in actie komt op dit Olympische onderdeel.
Maar Summer en Anastasia blijven er niet voor thuis, dat kan simpelweg niet: ze moeten – elke dag – trainen: “We kijken het wel terug op de app”, zo vertellen ze met een blik op het wedstrijdschema.
De korte kür van Daria en Michel bij het paarrijden staat gepland voor zondagavond. Misschien zijn de meiden dan net thuis uit ijshal De Meent, waar ze komend weekend de selectiewedstrijden rijden voor de KNSB Cup. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat Summer en Anastasia op topniveau met hun sport bezig zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer Wijkhuizen staat aan de Nederlandse top als solorijder bij het kunstschaatsen. (foto: Pietures)
In Alkmaar heeft het kunstschaatsen de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In de ijshal van De Meent wordt al jaren hard gewerkt aan talentontwikkeling, met daarachter een bekende naam: Egmonder Marcus Deen. De zesvoudig kampioen heeft in Alkmaar zijn eigen figure skating school opgezet.
“De hele school zit rond de 200 schaatsers, waarvan ongeveer 40 serieuzere wedstrijdschaatsers,” vertelt Deen aan Streekstad Centraal. Volgens de Egmonder is het vooral bijzonder dat er nu twee meiden uit Alkmaar tegelijk doorbreken. “Dit soort talent zoals deze twee dames, daar heb je niet zo heel veel van. Het komt zo af en toe een keer voorbij.”
Voor Summer Wijkhuizen begon het allemaal heel onschuldig. Gewoon, tijdens het vrij schaatsen in de kerstvakantie. “Toen zagen we twee meisjes. Die deden gewoon samen leuke trucjes. Toen dacht ik: dat is wel wat voor mij,” vertelt ze. Volgens haar moeder Nancy moet ze haar energie kwijt: “Ze zat al op judo, maar dit vond ze nog leuker.” (tekst gaat verder onder de foto)
Anastasia Zentveldt uit Alkmaar maakt furore op het ijs. (foto: Pietures)
De route van Anastasia Zentveldt naar het kunstschaatsen verliep anders. Dankzij de Russische wortels van haar moeder keek ze als klein meisje vaak naar tv-programma’s uit Rusland, en daar is kunstschaatsen enorm populair. “En toen dacht ik: laat ik dat ook eens proberen,” vertelt ze. “Tot mijn grote geluk”, lacht moeder Natalia.
Beide meiden begonnen rond hun zevende. Maar wat bij Summer vooral opvalt, is hoe snel het daarna ging. “Dankzij corona”, zegt ze zelf. “Ik ben nu twee keer Nederlands kampioen. Ik sta inderdaad vaak op het podium. Goud, zilver,” zegt ze nuchter.
De timing van hun ontwikkeling maakt het toch wat bijzonder. Terwijl de Olympische Spelen bezig zijn en Nederland daar voor het eerst – ooit – een kunstschaatspaar heeft, groeit in Alkmaar een potentiële Olympiër op. Summer is bij de volgende Olympische Winterspelen 19 jaar, een leeftijd waarop het zeker mogelijk is om als solorijdster mee te doen. (tekst gaat verder onder de foto)
Summer mocht al drie keer optreden bij Holiday On Ice. (foto: Kenneth Nwosu)
Als de verslaggever voorzichtig die Olympische droom uitspreekt, moet Summer even lachen. “Ja, het zou me wel heel cool en leuk lijken,” reageert ze. Ze blijft realistisch, maar ze sluit het zeker niet uit. “Ja, dan ben ik een van de jongsten, maar het zou ook wel kunnen, denk ik.”
Dat het geen loze droom is, blijkt ook uit hoe haar leven er nu uitziet. Summer traint vrijwel elke dag: “In de ochtend en avond. Alleen zondag niet,” vertelt ze. Moeder Nancy brengt haar vanuit de Alkmaarse wijk Daalmeer naar elke training in De Meent. “Het wordt wel heel erg veel als ik het ook nog eens zou moeten fietsen.”
Dat betekent ook dat ze veel moet laten. “Je moet er wel heel veel voor opgeven. Want ik kom nog maar een paar uurtjes per week op school. Ik ga nooit naar feestjes, gala’s of kerstdiners”, zegt ze. Een speciaal dieet is gelukkig niet nodig: “Ik beweeg namelijk best wel veel. En ik moet natuurlijk ook nog een beetje van het leven genieten.”
Anastasia is drie jaar jonger en zit nog in groep 8 van de basisschool. Zij traint daardoor iets minder. Maar ook zij merkt nu al dat haar leven anders is dan dat van klasgenoten. “Twee ochtenden in de week ga ik later naar school, dan heb ik eerst ochtendtraining,” vertelt ze. ‘s Middags traint ze minstens vijf keer per week. (tekst gaat verder onder de foto)
Bij Anastasia Zentveldt zit het schaatsen misschien wel in het bloed dankzij haar Russische moeder Natalia. (foto: Pietures)
Zodra Anastasia straks haar middelbare school beter kan combineren met trainingen, wil ze veel vaker trainen. “Ik denk dat het in de toekomst wel meer wordt.”
Coach Marcus Deen ziet vooral dat beide meiden de juiste instelling hebben. “Ze werken keihard en de families hebben er alles voor over,” vertelt hij. Volgens hem is dat ook nodig, want kunstschaatsen is niet alleen zwaar, maar ook duur. “Het is niet de goedkoopste sport,” zegt Deen.
Toch is het niet alleen maar hard werken. Summer geniet ook zichtbaar van alles wat erbij komt kijken. Ze reed al shows bij Holiday On Ice en vindt dat een leuke afwisseling. “Ik werd ook al drie keer naar het buitenland uitgezonden met TeamNL,” vertelt ze. Zelfs in Turkije en Bulgarije schaatste ze al de sterren van de hemel.
En ook Anastasia heeft al bijzondere momenten meegemaakt. Haar mooiste herinnering tot nu toe? “Ik denk een paar weken geleden mijn eerste keer Nederlands kampioenschap,” zegt ze. Ze behaalde daar één van haar beste scores dit seizoen.
Dat kunstschaatsen nu extra in beeld is door de Olympische Spelen, heeft de sport ook nodig om meer talent en meer publiek te trekken. “Je ziet dat mensen daardoor geïnspireerd raken en toch denken van: hé, dat kunstschaatsen is eigenlijk ook wel heel erg leuk,” stelt coach Marcus Deen.
De komende jaren zullen uitwijzen hoe ver Summer en Anastasia het gaan schoppen. Mocht er over vier jaar een Alkmaarse kunstschaatsster op het grootste podium ter wereld staan, weet dan dat het verhaal gewoon begon… in Alkmaar.
Alkmaar wil nog één keer bijspringen om te voorkomen dat Recreatieschap Geestmerambacht verder in de problemen komt. Bijna drie miljoen euro maar liefst, ofwel nog net geen dertig belastingeuro’s per Alkmaarder. Bijna net zoveel als een toegangskaartje voor de Efteling. Het eerdere besluit om uit het recreatieschap te stappen had nieuwe investeringsbijdragen moeten voorkomen, maar dat gaat dus niet lukken.
In de commissievergadering van dinsdagavond klonk bij veel raadsleden vooral dezelfde vraag als in eerdere discussies: hoe lang blijft dit zo doorgaan, en wanneer komt er nu écht duidelijkheid over een andere bestuursvorm?
De discussie ging over de voorstellen rond de begroting 2026 en de Kadernota 2027 van het recreatieschap, de financiële opmaat naar de programmabegroting voor 2027. In die stukken staat dat de financiële situatie de komende jaren kwetsbaar blijft.
De reserves raken volgens het recreatieschap in 2028 vrijwel op. Voor 2028 wordt een negatief exploitatiesaldo van 512.000 euro geraamd. Na inzet van de laatste reserves blijft er dan nog 63.000 euro tekort over, dat volgens de regels als incidentele storting bij de deelnemende gemeenten terechtkomt. Voor Alkmaar (53,6 procent deelnemer) zou dat ongeveer 34.000 euro zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Het recreatieschap zorgt met het groen, het water en de natuur voor een prettige leefomgeving voor de inwoners in de hele regio Alkmaar.
Tegelijkertijd ligt er een apart voorstel om een deel van het uitvoeringsprogramma alsnog door te laten gaan. Dat programma was eerder nog 6,1 miljoen euro, maar is teruggebracht naar 2,9 miljoen euro. Volgens het recreatieschap gaat het nu om projecten die niet meer uitgesteld kunnen worden, bijvoorbeeld door subsidie-afspraken, of omdat ze moeten bijdragen aan inkomsten voor de toekomst.
In Alkmaar was er dinsdagavond wél steun om dat bedrag beschikbaar te stellen, maar het enthousiasme was beperkt. De raad wil niet opnieuw een situatie waarin er geld wordt bijgepast zonder dat er duidelijkheid is over hoe het recreatieschap daarna structureel gezond wordt.
In eerdere gesprekken zei VVD-raadslid Willem Peters al dat Recreatieschap Geestmerambacht “balanceert op de rand van de afgrond” en dat er “een bestuurlijk waterhoofd” is ontstaan. Die woorden kwamen ook dinsdagavond weer terug in de discussie: raadsleden willen dat de overhead omlaag gaat en dat er minder bestuur en minder kosten nodig zijn om het gebied draaiende te houden. (tekst gaat verder onder de foto)
Raadslid Willem Peters bij het Recreatiegebied Geestmerambacht. (foto: Streekstad Centraal)
Dat gevoel wordt ook gevoed door cijfers in de Kadernota. Daarin staat dat de overhead 18,3 procent van de totale lasten is. Het gaat om posten als bestuursadvisering, programmasturing, secretariaat, financiële administratie en aansturing van het beheerteam. Samen gaat het om ruim 551.000 euro.
Veel raadsleden vinden dat moeilijk te rijmen met het beeld dat het recreatieschap al jaren geld tekortkomt en steeds opnieuw bij de gemeenten aanklopt. Ze steunen de investering nu vooral om lopende afspraken met ondernemers niet in gevaar te brengen en om te voorkomen dat er later juist nog grotere kosten ontstaan.
Wethouder Lars Ruiter vroeg in de vergadering vooral om tijd. Hij wees erop dat het uitvoeringsprogramma al is gehalveerd en dat helemaal niets doen ook niet gratis is. Bovendien ligt er een discussie over de toekomst van het recreatieschap die nog niet is afgerond. (tekst gaat verder onder de foto)
De recreatieplas in recreatiegebied Geestmerambacht. (foto: Streekstad Centraal)
In de stukken staat dat Alkmaar en Dijk en Waard werken aan een gezamenlijk procesvoorstel om te kijken naar een andere bestuurlijke vorm. Het eerste gesprek daarover vond twee maanden geleden plaats, op verzoek van Alkmaar.
Alkmaar wil dat de discussie over governance en financiën nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld wordt. Daarmee wil het college de gemeenteraad bij de programmabegroting 2027 een compleet en samenhangend financieel beeld voorleggen.
In de concept-zienswijze vraagt Alkmaar het algemeen bestuur onder meer om alle financiële gevolgen van het uitvoeringsprogramma expliciet te verwerken, inclusief de gekozen manier van financieren. Ook wil Alkmaar inzicht in risico’s en consequenties voor beide gemeenten, en wil de raad dat de samenhang tussen kadernota, begroting, uitvoeringsprogramma, financiering en governance steeds duidelijk wordt gemaakt. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar wordt gevraagd om een extra bijdrage van 2,9 miljoen euro, onder meer om afspraken met ondernemers na te komen. (foto: Streekstad Centraal)
De commissie concludeerde dinsdagavond dat Alkmaar de investering waarschijnlijk steunt, maar dat het geduld niet eindeloos is. De raad wil vóór alles dat er snel een fundamentele keuze komt: blijft Alkmaar op deze manier meebetalen in de gemeenschappelijke regeling, of moet er een andere structuur komen waarbij de kosten en risico’s anders worden verdeeld?
In Dijk en Waard besprak de gemeenteraad op hetzelfde moment het onderwerp. Daar klinkt nog steeds de hoop dat Alkmaar uiteindelijk “gewoon” aan boord blijft. Maar de discussie laat zien dat de druk oploopt. Volgende week staat het agendapunt weer op de agenda van de Alkmaarse gemeenteraad.
Als het aan Alkmaar ligt, is dit bijspringen vooral een laatste stap om lopende projecten veilig te stellen. Daarna moet de volgende begroting van het recreatieschap eindelijk laten zien hoe het gebied zonder steeds nieuwe noodgrepen overeind kan blijven.
Donderdagochtend is de brandweer van Heerhugowaard uitgerukt naar een woningbrand. Aan de Vogelzangstraat bij Het Kruis bleek een zolder in brand te staan.
Bij aankomst van de brandweer zag het er ernstig genoeg uit op te schalen en daarmee versterking op te roepen. Eerst werd de tweede tankautospuit van Heerhugowaard opgeroepen samen met de collega’s van Stompetoren. Nadat was opgeschaald naar Grote Brand kwamen nog meer manschappen uit de regio assisteren met specialistisch materieel.
De brandweer is met man en macht bezig om de brand te bestrijden. Vermoedelijk is er doorslag naar een van de naastgelegen woningen. De rookontwikkeling was te zien in de wijde omgeving, waardoor de brand veel bekijks trok.
Het seizoen van de kop-staartbotsingen lijkt te zijn aangebroken. De avondspits verliep woensdag weinig voorspoedig door een aanrijding op de kruising van de N242 en de afslag van de N504 richting Oudkarspel. De auto’s kwamen allebei uit de richting Waarland en reden richting Heerhugowaard.
Gelukkig bleef het bij materiële schade, maar de impact op het verkeer was groot.
Beide voertuigen konden niet verder rijden en zijn door een berger afgevoerd. Voor de afhandeling werd de weg volledig afgesloten. Verkeer kon vanaf de N504 de N242 niet op, en ook uit andere richtingen was er geen doorkomen aan.
Dat zorgde voor flinke verkeershinder in de omgeving van Noord-Scharwoude en Heerhugowaard. Automobilisten kregen te maken met vertraging en omleidingen.
Krijgsgevangene. Dat vindt de Amerikaanse consul-generaal Lindsey Rothenberg het moeilijkste Nederlandse woord om uit te spreken. Ze was dinsdag aanwezig bij de jaarlijkse herdenking van de vier Amerikanen die op 10 februari 1944 omkwamen toen hun vliegtuig werd neergehaald en neerstortte in een weiland bij Uitgeest. Sinds juli vorig jaar is Nederland haar post en leert ze de Nederlandse taal.
Het moeilijke woord heeft ze deze week moeten leren voor haar toespraak bij het monument langs de Communicatieweg in Heemskerk. Jaarlijks is daar een herdenking, waar doorgaans de schooljeugd bij wordt betrokken.
Na de Duitse stad Braunschweig te hebben gebombardeerd, was de gedoemde B-17 op de terugweg naar de thuisbasis in Groot-Brittanië. Maar het toestel werd – na eerder opgelopen schade door afweergeschut – uiteindelijk neergeschoten door Duitse jagers. Vier bemanningsleden kwamen om, zes anderen werden krijgsgevangen gemaakt. (tekst gaat verder onder de foto)
De Amerikaanse consul-generaal Lindsey Rothenberg tussen Jaylinn, Lois, Palwan en Finn met de portretten van de omgekomen Amerikanen. (foto: Streekstad Centraal)
De hoge diplomaat van de Amerikaanse regering in Nederland had vooraf in het Luchtoorlogmuseum vragen beantwoord van leerlingen van de hoogste klassen van kindcentra De Wissel en Cornelis uit Uitgeest en van een basisschool uit Heemskerk. Geen moeilijke vragen over de Amerikaanse buitenlandse politiek, maar vragen zoals: Welk Nederlands woord vindt u het moeilijkst? Zie hierboven.
Tijdens de speech kwam het woord krijgsgevangene overigens redelijk vloeiend uit de mond van de consul-generaal. Naast diverse bedankjes besteedde ze ook aandacht aan de bijzondere band die al 400 jaar bestaat tussen Amerika en Nederland: “Onze vriendschap is gebouwd op de waarden van vrijheid en democratie. Het verhaal van deze omgekomen militairen herinnert ons eraan dat onze vrijheid nooit vanzelfsprekend is.”
Bijna 100 mensen luisterden naar consul Rothenberg. Ze hield haar toespraak tegen de achtergrond van de Nederlandse en Amerikaanse vlag, die beiden halfstok hingen bij het monument. Precies zoals ze daar ook vorig jaar wapperden. (tekst gaat verder onder de foto)
Dannij van der Sluijs, voorzitter van het Veteranencomité van de BUCH, met de hoge Amerikaanse diplomaat. (foto: Streekstad Centraal)
Toch is er in het afgelopen jaar veel veranderd in de reputatie van de Verenigde Staten. De wapperende Stars And Stripes en de consul vertegenwoordigen tegenwoordig een regering, wiens president Europa continu verwijten maakt en bestraft met importheffingen. Het bewaken van westerse waarden in de wereld en de internationale rechtsorde lijkt op dit moment weinig prioriteit te hebben bij de Amerikaanse grote baas. Daarin lijkt Nederland geen bondgenoot meer te hebben in de Verenigde Staten.
Dat ontgaat de kinderen, aan wie veel wereldnieuws waarschijnlijk – en hopelijk – nog voorbij gaat. Voor veel volwassenen hadden de woorden over een bondgenootschap dat zich inzet voor vrijheid en democratie dit jaar toch wat minder glans dan normaal. (tekst gaat verder onder de foto)
Alles draait bij de herdenking om het tijdstip van 13:21 uur, het moment dat de Amerikaanse bommenwerper op 10 februari 1944 neerstortte in het weiland. (foto: Streekstad Centraal)
“Het heeft ook wel mijn eigen gedachten gekruist, ik ben niet roomser dan de paus”, vertelt burgemeester Sebastiaan Nieuwland van Uitgeest na afloop. De burgemeester hield zijn speech in zijn zak en richtte uit het hoofd enkele woorden tot het publiek. Kern daarin: de hoop dat het altijd beter kan, de kansen die elke dag biedt om het beter te doen, en het belang van partnerschap, en “met elkaar vechten voor vrijheid en democratie in deze wereld.”
Nieuwland vertrouwde Streekstad Centraal toe dat hij ‘redelijk simpel in de wedstrijd’ zit: “We hebben het over een bondgenootschap van 80 jaar, en ik geloof niet dat dat zomaar wordt opgeheven. Ik geloof meer in de lange lijnen. Deze bijzondere situatie bestaat pas een jaar, maar ik denk niet dat het bondgenootschap zal lijden onder een president die er iets anders naar kijkt.”
Nieuwland gelooft er niets van dat we nu naar een breuklijn in de geschiedenis kijken: “Het is eerder een rimpeling, die onze afhankelijkheid van de Verenigde Staten duidelijk maakte. Het levert ook iets op: het heeft Nederland en Europa bewust gemaakt dat we onze eigen defensie serieuzer moeten oppakken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Nieuwland van Uitgeest met burgemeester Luijten van Heemskerk en de Amerikaanse consul-generaal. (foto: Streekstad Centraal)
Nieuwland vervolgt: “Daarom kon ik zo makkelijk zeggen dat Amerika nog steeds een bondgenoot is. Want dat zijn ze nog steeds en dat gaat volgens mij ook niet veranderen. Als je kijkt naar de positiviteit die deze consul-generaal zelf uitstraalt, dan staat dat voor mij model voor Amerika. En zo zijn er een heleboel Amerikanen meer. Dus we moeten niet om een klein clubje de wereld anders gaan zien.”
De jaarlijkse herdenking van de crash wordt jaarlijks georganiseerd door het 4-5 Mei Comité in samenwerking met de Aircraft Recovery Group ‘40-’45 die in Fort Veldhuis een oorlogsmuseum beheert en het monument heeft opgericht. Veteranen van Stichting Veteranencomité BUCH vormen een erewacht bij het monument. (tekst gaat verder onder de foto)
Bart Stolp (tweede van rechts) vormde samen met andere veteranen een erewacht bij het monument. (foto: Streekstad Centraal)
Daartoe behoorde ook de 42-jarige veteraan Bart Stolp uit Uitgeest. Hij werd als 19-jarige soldaat uitgezonden naar Bosnië. De veteraan wilde de kinderen op het hart drukken lief te zijn voor elkaar. “Ik heb in Bosnië ervaren wat mensen elkaar kunnen aandoen, als ze elkaar niet begrijpen of veroordelen voor geloof of afkomst. Wees lief voor elkaar. Het maakt niet uit hoe je eruit ziet, ook als je elkaar niet kent. Dan zijn wij in de toekomst niet meer nodig.”