De eerste dag van maart markeert voor veel natuurbeheerders ook de start van het broedseizoen. Een periode waarin vogels wat extra bescherming kunnen gebruiken, want bij verstoring zouden ze hun nestjes kunnen verlaten en dat willen natuurorganisaties voorkomen. PWN kondigt daarom aanpassingen in de regels in hun gebied aan.
PWN beheert een deel van het duingebied van de gemeenten Bergen en Castricum. Wandelaars die het mooie lenteweer van zondag willen benutten blijven welkom, maar er zijn dus restricties, laat PWN weten. Een aantal paden is afgesloten nu het broedseizoen is begonnen.
Concreet gaat het om de volgende gebieden: De Kil en het Reggers Sandersvlak in Egmond; De Wimmenummerduinen in Egmond; het pad over het Vennewater nabij de Nieuwe Schulpweg in Egmond; het Zeerijdtsdijkje in het Koningsbos in Bakkum. (tekst gaat door onder de foto)
Vogels kijken: alleen op afstand (beeld: NH)
In de Wimmenummerduinen was zondagmorgen nog wél ruimte voor een IVN-wandeling. Onder begeleiding van een gids trokken belangstellenden het duingebied in om daar te bekijken hoe de beheerders de afgelopen maanden exoten hebben bestreden. Planten die niet in het duingebied thuishoren zijn verwijderd, zodat het oorspronkelijke landschap kan herstellen.
Het broedseizoen duurt het hele voorjaar. De afgesloten gebieden worden pas 15 juli weer normaal opengesteld. In het Bergerbos gaan vergelijkbare maatregelen iets later in, vanaf zondag 15 maart. Ook daar blijven ze tot 15 juli van kracht.
Duiven en mensen delen een lange geschiedenis, waren vergroeid met elkaar, hóren bij elkaar. Maar toch zien we stadsduiven tegenwoordig vooral als lastpakken. Ze verdienen een andere plek in onze steden, vindt schrijver Irwan Droog. Zondag spreekt hij in Alkmaar over zijn nieuwe boek ‘Duif’.
Hij komt naar Alkmaar op uitnodiging van de Partij voor de Dieren. Zijn verhaal spreekt dierenbeschermers aan, merkte Droog al eerder, toen hij sprak tijdens de ‘Vredesdienst voor Dieren’ in een Amsterdamse kerk. “Er is momentum voor de stadsduif.”
Hij is van plan om voorafgaand aan zijn lezing nader kennis te maken met de Alkmaarse stadsduiven. Hij is op veel plekken in Nederland geweest en bezocht ook Brussel en Hannover. Want duiven zijn overal en overal zijn mensen begaan met de vogels – maar ervaren ze ook overlast. (tekst gaat door onder de foto)
Schrijver Irwan Droog (foto: aangeleverd)
“Ik begrijp ook wel dat mensen overlast ervaren. Duiven vinden het heel gewoon om dicht bij mensen te komen. Dat past bij hun geschiedenis.” De stadsduiven van vandaag de dag zijn geen echte wilde dieren, legt Irwan uit. Ze stammen af van dieren die mensen als huisdieren hielden, als pluimvee in feite.
“Mensen hielden ze omdat ze gegeten werden, maar ook omdat ze slim zijn. Ze kunnen goed navigeren, je kunt ze trainen tot postduif. De poep werd gebruikt als mest.”
Nuttige dieren dus en als zodanig werden duiven ook wel gewaardeerd. Wat we nu wel eens de ‘ratten van de lucht’ horen noemen waren lange tijd huisdieren zoals kippen, katten, honden. “We hebben de duif laten vallen”, zegt Irwan tegen Streekstad Centraal over de recente ontwikkeling. “Het is een triest verhaal eigenlijk. De duif is dakloos geworden.”
De telegraaf en de telefoon verdrongen de postduif. Kunstmest maakte hun poep overbodig. Mensen eten tegenwoordig liever kip. Zo kon het gebeuren dat de duiven gingen zwerven. Toch bleven ze de mensen opzoeken, zoals ze gewend waren. Met een typisch conflict tot gevolg – en maatregelen door overheden.
“Maar vaak heeft dat weinig effect, behalve dan dat die dieren er pijn van hebben. Van die duivenpinnen: houdt ze niet tegen, maar ze raken wel gewond. Dan zit je dus nog steeds met duiven maar met zieke duiven…” (tekst gaat door onder de foto)
Duivennetten die worden bevestigd op de historische Kapelkerk. (foto: Streekstad Centraal)
Wie even de tijd voor ze neemt, merkt gauw genoeg dat duiven intelligent zijn. Ze zijn ook niet verlegen. “Ze onthouden mensen. Als je ze eten geeft, herkennen ze je als je weer langskomt. Maar als iemand ze kwaad doet… Ik denk dat ze dat óók onthouden.”
Het zijn eigen ervaringen en die van anderen die Irwan verzamelde in zijn boek ‘Duif’, dat in mei van dit jaar verschijnt. Hij sprak bijvoorbeeld met mensen die zich in hun eigen buurt voor duiven inzetten. Die verhalen voegen wel iets toe aan wat we weten, want er is eigenlijk maar weinig onderzoek naar duiven gedaan. “Wel naar kauwen, wel naar meeuwen. Maar duiven, die lijken we te vergeten.”
“Het zit in de duif om mensen op te zoeken, ze gedijen bij ons”, leerde hij. Daar zit ook een deel van de oplossing voor ervaren overlast. We moeten de duif weer een plek geven. Het zwerven stoppen. (tekst gaat door onder de foto)
In de Goudse duiventil (foto: Partij voor de Dieren Gouda)
“In Gouda is een aantal jaar geleden een langetermijnoplossing gekozen: een duiventil. Boven op een gebouw van de gemeente.” Daar krijgen de duiven goed voer, zodat ze gezond blijven en niet hongerig op zoek gaan naar wat anders. “Wat blijkt: ze blijven op één plek. De buurt heeft veel minder overlast.”
Een dergelijke oplossing maakt het ook mogelijk om de populatie te controleren, door eieren om te wisselen voor nepeieren, al begrijpt Irwan dat niet iedereen dat idee ziet zitten. Maar ook als dat niet gebeurt kan een duiventil veel schelen. “Je hebt alleen wel mensen nodig die die duiventil onderhouden. Vrijwilligers, of betaalde krachten. Dat maakt gemeenten huiverig.”
Maar het is uiteindelijk een kwestie van keuzes maken, besluit hij. Die duiven zijn er toch, het kan ook op een manier die beter is voor mens en dier. Hij is wat dat betreft wel benieuwd naar wat zijn lezing, zondagmiddag in de bibliotheek van Alkmaar, nog voor gevolgen kan hebben. “Duiven hebben een imagoprobleem, daar begint het mee. Dat moet veranderen.”
Vogels te over, in Alkmaar en omgeving. Maar wat voor vogels precies, dat wil de gemeente preciezer in beeld krijgen. Met behulp van kunstmatige intelligentie gaat de gemeente het Alkmaarse luchtruim dan ook scherp monitoren, om zo in kaart te kunnen brengen wat waar vliegt. “We hebben een wettelijke taak om de natuur en het groen in onze gemeente te verbeteren.”
Dat zegt wethouder Christian Schouten, die de gevederde Alkmaarders in zijn portefeuille heeft. De gemeente zet zich al jaren in voor de natuur en neemt dus ook maatregelen om vogels te beschermen en goede biotopen voor ze te creëren. Maar of dat ook echt zin heeft, dat is moeilijk te controleren.
In samenwerking met de Vogelwerkgroep Alkmaar en SOVON (Vogelonderzoek Nederland) wil de gemeente dit nu dus beter gaan onderzoeken. Dat kan met ‘slimme kastjes’ die de geluiden die vogels maken registreren. (tekst gaat door onder de foto)
Het verwerken van de gegevens is betrekkelijk eenvoudig (foto: Gemeente Alkmaar/Ed van de Pol)
Die kastjes hebben de vrolijke naam ‘Trackvogel’ meegekregen. “Het meetnetwerk van Trackvogel bestaat uit ruim twintig meetkastjes. Deze kastjes hangen in achtertuinen van vrijwilligers van de Vogelwerkgroep”, legt de gemeente uit. “Met kunstmatige intelligentie herkennen de meetkastjes vogelgeluiden.”
Het gaat daarbij niet alleen om het kwinkelieren van vogels die aan hun nesten beginnen, maar ook om overvliegende vogels. Zo moet een gedetailleerd beeld ontstaan van welke vogels zich in Alkmaar bevinden en in welke hoeveelheden. (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Christian Schouten is blij met de hulp van Alkmaarders (foto: Streekstad Centraal)
“We houden vanaf nu bij welke vogels in onze gemeente leven en waar. Zo kunnen we zien of onze inspanningen om Alkmaar te vergroenen, lonen en meer vogels en andere dieren aantrekken”, legt de wethouder uit. En dat dus in samenwerking met plaatselijke vogelaars: “Het is heel fijn dat Alkmaarders ons daarbij helpen.”
Meer informatie over ‘Project Trackvogel’ is te vinden op de website van de gemeente Alkmaar. Daar kunnen mensen die mee willen helpen ook hun gegevens achterlaten.
Dat het Alkmaarse project niet op zichzelf staat bewijst de app BirdWeather, waarop uit heel de wereld onderzoeksresultaten zijn terug te vinden. Voortaan dus ook vanuit Alkmaar.
De Kalkovensweg is één van de verbindingen over de spoorlijn door Alkmaar, maar deze week even niet. Vanaf maandag 23 februari is de weg afgesloten voor werkzaamheden. Die duren tot en met vrijdag 27 februari. Ook ’s nachts zal de weg dicht blijven.
Dat laat Stadswerk072 weten. De uitvoerder zal onder meer een drempel aanleggen op het stuk tussen het spoor en de Westerweg. Ook het asfalt krijgt een opknapbeurt: “De bovenste laag asfalt van de Kalkovensweg wordt vervangen. De fietsstroken krijgen een rode kleur, zodat ze beter zichtbaar zijn”, verklaart Stadswerk072.
De werkzaamheden vallen tegelijk met werkzaamheden aan het spoor, wat in dit geval wel praktisch is omdat er een spoorwegovergang in de weg aanwezig is.
Auto’s en fietsers moeten een week lang omfietsen, ook ’s nachts. Gele borden wijzen het verkeer de weg. Voetgangers kunnen wel de stoep blijven gebruiken. Zaterdag 28 februari moet de weg weer opengaan.
Voorzichtig liet de zon zich dit weekend even zien en dat trok natuurlijk meteen flink wat mensen naar de duinen, waar het met de eerste tekenen van het voorjaar heerlijk wandelen is. Voor mensen, maar ook voor honden. Al maken hondenbezitters zich grote zorgen over de aanlijnplicht in de Schoorlse Duinen waarover provincie en Staatsbosbeheer spreken.
Om te voorkomen dat die plicht er echt komt zijn Hanneke Stam en Jeanine de Vos uit Groet een petitie gestart, vertellen ze aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Dit zijn de breedste duinen van Nederland”, argumenteert Stam. “Het zou toch van de gekken zijn als daar niet een stuk mogelijk is waar honden vrij kunnen bewegen.”
Want die vrijheid, die hebben honden wel nodig, vinden de hondenbezitters. Een klein stukje gras is niet genoeg. De uitgestrekte bossen en duinvlakken van Schoorl zijn voor de dieren een perfecte plek om eens echt de benen te strekken en meters te maken zónder die halsband om hun nek. (tekst gaat door onder de foto)
Jeanine de Vos en Hanneke Stam wandelen graag met de hond los in het bos (beeld: NH)
Maar honden die vrij rondlopen, die poepen ook overal, zien de beheerders van het gebied. Dat zorgt voor meer stikstof en het verstoort de natuur. “Maar paarden poepen ook en dáár hoor je ze niet over”, nuanceert Stam dat principe. De vele ruiterpaden in het gebied lijken ongemoeid te blijven in de plannen.
Maar die plannen zijn hoe dan ook nog niet vastomlijnd, reageert de provincie Noord-Holland, samen met Staatsbosbeheer verantwoordelijk voor het duingebied. Het Beheerplein komt er pas in maart en tot die tijd valt er niet veel over te zeggen, stelt de woordvoerder. “Nadat het plan openbaar is, is het voor iedereen in te zien en heeft men zes weken de tijd om bezwaar te maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Het is toch eigenlijk ‘poepsimpel’… (foto: NH)
Stam en De Vos zullen dat dan ook wel doen, als de plannen niet veranderen, want ze kunnen zich niet vinden in de gebruikte argumenten. Dat hondenpoep niet overal moet liggen, dat is helder, maar dat kan toch heel simpel op een ándere manier worden bewerkstelligd: “Wij pleiten voor een opruimplicht in plaats van een aanlijnplicht.”
Zo’n opruimplicht lijkt er nu niet eens te zijn, er is tenminste weinig duidelijkheid over, zien de hondenbezitters. Voor de camera van NH doet Stam het nog maar even voor, want moeilijk is het niet: met een zakje erom verdwijnt de drol in de daarvoor bestemde vuilnisbakken.
Een auto op zijn kant, leeg. Dat was zondagmorgen het raadsel waarover de politie het hoofd mocht breken. Het voertuig lag in een sloot aan de Oostgrasdijk in Schoorl. Aan één kant lag de auto in het water, melden getuigen. Maar er zat dus niemand in.
De auto had een buitenlands kenteken. Waar de eigenaar was gebleven, dat was niet duidelijk. De politie speurde de omgeving af, daarbij geholpen door politiehonden. Ook andere eenheden in de regio keken uit naar een mogelijke bestuurder en eventueel andere inzittenden van de auto.
Voor zover bekend leverde dit alles nog niets op. Hoe de auto precies in de sloot terecht is gekomen is evenmin duidelijk. Het voertuig werd door een berger weggesleept.
Speuren naar wilde dieren, als op een heuse safari. Het kan sinds dit weekend in winkelcentrum Middenwaard in Heerhugowaard. Tussen de etalages zijn namelijk verschillende wilde dieren ‘losgelaten’ als extraatje voor het winkelend publiek en dan met name voor kinderen. “Een avontuurlijke trekpleister voor jonge bezoekers.”
Winkelcentrum Middenwaard ziet terug op een ‘succesvolle opening’ op zaterdagmorgen. Om 11:00 uur kwamen kinderen samen om op een grote rode knop te drukken, waarmee ‘Safaritour’ officieel los is: “Jonge rangers trapten de Safari Tour feestelijk af en gingen als eersten op ontdekkingstocht door het winkelcentrum” – en dat terwijl hun ouders konden winkelen.
De beelden van leeuwen, giraffen en andere Afrikaanse dieren staan verspreid door het winkelcentrum. Dat nodigt al uit tot een verkennende rondwandeling, maar voor de echte avonturiers is er ook een heuse speurtocht uitgezet. Die leert kinderen ook meer over deze bijzondere natuur. (tekst gaat door onder de foto)
Een leerzame speurtocht (foto: Etienne Hessels)
Door de speurtocht met succes af te leggen en de vragen juist in te vullen maken de kinderen kans op kaartjes voor Safaripark De Beekse Bergen, waar ze de inmiddels vertrouwde dieren uit Middenwaard in levende lijve kunnen ontmoeten.
De Safaritour roept herinneringen op aan een eerder ‘incident’, waarbij dinosaurussen het winkelcentrum binnentrokken en kinderen uitdaagden om meer over deze dieren te weten te komen. Net als bij die tour is de achterliggende gedachte van de Safaritour dat het winkelcentrum extra aantrekkelijk wordt voor gezinnen en met de start van het voorjaar en de krokusvakantie meer bezoekers trekt.
De Safaritour is er nog tot zaterdag 21 maart, laat het winkelcentrum weten. Meer informatie is te vinden op de website van Middenwaard. (foto bovenaan: Etienne Hessels)
Dat er gebouwd moet worden, daarover lijken alle partijen het wel eens. De twistappel is een andere: bouwen we in de polder, of houden we het bij ‘inbreidingen’ in de stad? Tussen die twee richtingen ziet Marc de Rooij van BRTArchitecten in Alkmaar nog een andere mogelijkheid: “Een gebouw dat gezien wordt als deel van het landschap.”
Een oplossing die past bij Noord-Holland, zo Westfries als – ja, als de Westfriese Omringdijk toch eigenlijk wel. Huizen vermomd als dijklichaam ontwierp het Alkmaarse architectenbureau. “Zo creëer je iets wat eigenlijk nog niet bestaat: wonen met aan de voorkant én de achterkant alleen maar landschap”, schetst De Rooij zijn toekomstbeeld. “Doorzonwoningen in feite, er zijn heel veel indelingen mogelijk, maar het is dus wel écht landschappelijk.”
Geen parkeerplaatsen voor de deur, dat kan immers prima bovenop de dijk. Het landschap, de horizon: dat is het vergezicht dat De Rooij met zijn dijkwoningen tekent. “Zo behouden we de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied, maar er kan wel gewoond worden.” (tekst gaat door onder de foto)
Een woonerf op het dak (render: BRTArchitecten)
Gras, water. Het vee nabij, de vogels, de blauwe lucht van onder tot boven zonder onderbrekingen. “En wind”, voegt De Rooij toe. “Dit zijn huizen voor mensen die een beetje tegenwind op de fiets niet erg vinden. Het is belangrijk om andere ideeën toe te voegen, andere vormen van wonen. Niet iedereen wil stedelijk wonen.”
En aan de andere kant willen mensen het open landschap liever niet opofferen aan maar weer een woonwijk met rijtjeshuizen, ziet ook De Rooij, die het politieke debat met interesse volgt. “Dit is een gebouw dat gezien wordt als deel van het landschap. Je kunt ook denken aan een terp. Of een stolp met appartementen, dat is natuurlijk ook wel gedaan. Maar ik denk dat dit heel mooi is en ook echt past bij ons landschap.”
In de uitwerking van het idee laat de architect mogelijk plattegronden zien. Het zijn woningen met meerdere slaapkamers, daartussen is ook ruimte voor bergingen. Trappetjes naar boven verbinden de dijkwoningen met het landweggetje erbovenop. (tekst gaat door onder de foto)
Comfortabele doorzonwoningen in de polder (afbeelding: BRTArchitecten)
Er zijn best plekken in de regio rond Alkmaar waar De Rooij het wel voor zich ziet, deze woningen. Niet in een bestaande dijk, maar in een nieuw aan te leggen dijklichaam, dat nauwelijks opvalt. Een ‘straatje erbij’ maar dan anders.
“Ik ben benieuwd naar hoe de politiek hiernaar kijkt”, zegt De Rooij. “Een wethouder die zegt: dit wil ik wel oppakken.” Of, in deze verkiezingstijd, een lijsttrekker die dit idee wel wil omarmen, juist omdát het anders is. Tegelijk refereert het natuurlijk hoe in de eeuwen voor de onze een toekomst werd gebouwd: door te beginnen aan een dijk.
“We denken te makkelijk dat we alle mogelijkheden wel in beeld hebben”, overweegt De Rooij. “Maar dit is er nog niet. Er is nog avontuur, ook hier. Het kán nog.”
De kruising van de Geesterweg en de Prinses Beatrixlaan in Uitgeest moet een rotonde worden. De werkzaamheden daaraan laten nog even op zich wachten, maar om te voorkomen dat vogels dan broeden in de aanwezige bomen, gaan die nu alvast neer.
Dat laat de gemeente Uitgeest weten. “Om ruimte te maken voor de rotonde is het noodzakelijk om negentien bomen te kappen”, legt de woordvoerder uit. “In de uiteindelijke situatie worden de bomen gecompenseerd door nieuwe aanplant in de directe omgeving van de rotonde.”
Na de bomenkap volgen werkzaamheden onder de grond. Kabels en leidingen worden omgelegd in overleg met de beheerders. Deze klus staat voor april en mei op de agenda, met uitloop tot juni. Het uitgangspunt is dat de overlast zo veel mogelijk beperkt blijft.
“De daadwerkelijke aanleg van de rotonde start nadat het gewijzigde omgevingsplan is vastgesteld”, verduidelijkt de gemeente. Dat is aan de raad, die hier in april over zal beslissen. “Met de voorbereidende werkzaamheden wordt gezorgd voor een vlotte start van de aanlegfase.”
Dat de glijbaan die donderdag uit winkelcentrum De Mare verdween – ja, die – gemist wordt, nou, daar kunnen ze bij Stadswerk 072 een dag later over meepraten. Streekstad Centraal hoeft niet uit te leggen waarom we bellen: “Natúúrlijk, de dino!” En inmiddels heeft ook de Alkmaarse wethouder dino’s zich in het gesprek gemengd.
Het is dan ook geen alledaagse vangst voor de mensen van Stadswerk 072. Een heuse stegosaurus, van respectabele leeftijd, maar niet ongeschonden. “De polyesterlaag laat los”, laat een medewerker zien. Streekstad Centraal ging op bezoek bij de ‘zieke speel-o-saurus’, die nu op het terrein van stadswerk staat. En inderdaad laten her en der stukken van de bovenlaag los.
Met het mooie weer van het voorjaar in het verschiet roept dat al gauw minder leuke beelden op. Kinderen zouden zich er echt wel aan kunnen bezeren en dus is het goed te begrijpen dat het geliefde object is weggehaald. Maar dat weghalen, dat bleef dus bepaald niet onopgemerkt. (tekst gaat door onder de foto)
Nu nog te doen met de dikke winterkleding, maar dit gaat met dunnere kledij of blote beentjes voor problemen zorgen. (foto: Streekstad Centraal)
De dino is het gesprek van de dag op schoolpleinen in Alkmaar, bij Stadswerk 072 kunnen ze er evenmin omheen: deze glijbaan is geliefder dan andere glijbanen. ChristenUnie-raadslid Ronald van Veen sprak zelfs van een ‘iconisch’ stukje Alkmaar en stelde er vragen over.
“Ja, dit hadden we qua communicatie misschien anders moeten doen”, laat wethouder Jan Hoekzema weten. “De kinderen van mensen die er zelf óók nog op hebben gespeeld spelen er nu nog op, en dan is-ie in één keer weg. Ik snap het sentiment wel. Wel mooi die betrokkenheid!” Toch was het plan om het ding weg te halen al een jaar oud, reageert Winkelcentrum De Mare op de sociale media.
En er is op het stadhuis razendsnel geschakeld. “De bedoeling was om de dino af te voeren en te vervangen. Daar was ik niet van op de hoogte, maar ik heb wel meteen laten weten dat we dat niet zomaar gaan doen. We gaan nu echt eerst kijken of-ie opgeknapt of gerestaureerd kan worden.” Gevolgd door het onvermijdelijke “En we moeten kijken wat dat dan kost, maar we vinden er vast een potje voor.” (tekst loopt door onder de foto)
Op sommigen plekken heeft de speeldino de nodige liefde en aandacht nodig. (foto: Streekstad Centraal)
Ook bij de werkplaats van Stadswerk072 horen we geruststellende woorden: “We gaan er nog wel even naar kijken, zien wat er mogelijk is”. De dino is voorlopig in goede handen, zo veel is duidelijk.
Mocht deze dinosaurus dan echt niet meer te redden zijn, dan zou het toch goed kunnen dat de mensen van Stadswerk 072 binnen afzienbare tijd weer terug zijn op het vertrouwde plekje in De Mare, maar dan om een nieuwe dino terug te zetten. Want de roep daarvoor klinkt toch wel luid, binnen en buiten de Alkmaarse raadszaal.