Het plan van Symbion Vastgoed om een tweede supermarkt te ontwikkelen in de oude dorpskern van Castricum is van tafel. Er zijn gesprekken geweest met de gemeente, maar er zijn onvoldoende ‘aanknopingspunten’, zegt de ontwikkelaar. Die betreurt deze uitkomst wel, want het centrum van Castricum zou zo’n tweede super goed kunnen gebruiken.
Het plan van Symbion was om een supermarkt te realiseren op de hoek van de Dorpsstraat en het Bakkerspleintje. Centraal in de oude kom van Castricum dus, die zou profiteren van de extra aanloop die een supermarkt met zich meebrengt. Die levendigheid was voor de ontwikkelaar een belangrijk argument om in te zetten op een nieuwe super.
“Het is bijzonder jammer dat wij niet de impuls aan het dorpscentrum kunnen geven die wenselijk is”, stelt Symbion Vastgoed. (tekst gaat door onder de foto)
De ingang van de supermarkt zou aan het Bakkerspleintje worden gerealiseerd (foto: Streekstad Centraal)
Het plan is al enkele jaren oud. In 2023 kwam er een principeverzoek, en later in 2024 een aanvraag Omgevingsvergunning. Het plan ging uit van herontwikkeling van het oude Rabobankgebouw aan Dorpsstraat 62. De winkel zou dan een entree krijgen op het Bakkerspleintje.
Maar verschillende zaken zaten in de weg, blikt Symbion Vastgoed terug. De ‘fysieke’ mogelijkheden waren beperkt, ziet de ontwikkelaar. Voor een uitbater van een supermarkt is het wel belangrijk om te weten dat het pást, en dat laden en lossen probleemloos kan gebeuren.
Daarmee blijft het vooralsnog bij het oude, met één supermarkt in de oude kom van Castricum, waar verder vooral kleine winkels zitten, met een concentratie van winkelketens en supermarkten in het winkelcentrum daar net buiten, Geesterduin, en enkele supermarkten in enkele wijken van Castricum, zoals de Dekamarkt en de Ekoplaza in de Torenstraat.
Het is een bekend plekje, voor veel Alkmaarders ook een gekoesterd plekje: Stadsstrand De Kade. Zand, stoeltjes, nostalgie – het was zelfs een petitie waard, vond een van de trouwe bezoekers. Maar het vertrouwde stadsstrandje moet wijken voor iets anders: “Wij denken het juiste initiatief voor deze plek te hebben gekozen.”
Dat schrijft het college van de gemeente Alkmaar over de openbare inschrijving voor de horecagelegenheid. De oude vergunning van Stadsstrand De Kade liep af en voor een nieuwe mocht iedereen zich melden. De Kade zélf wilde zeker een gooi doen en doorgaan op oude voet, vertelde eigenaar Ron Koppies in december.
Daarbij wist Koppies zich gesteund door een petitie die door 2600 Alkmaarders werd ondertekend. Ook vanuit politiek Alkmaar klonk toen sympathie voor het vertrouwde concept. Coalitiepartij OPA wilde de petitie aan het college aanbieden. (tekst gaat door onder de foto)
Ron Koppies hoopte Stadsstrand De Kade te behouden (foto: Streekstad Centraal)
Maar een paar maanden later zijn de kaarten anders geschud. Opvallend: er was maar één andere inschrijver. Dat zou de kansen van Koppies en zijn team toch moeten hebben vergroot, maar het college was uiteindelijk het meest gecharmeerd van het andere concept.
‘Inschrijver 1’, noemt het college dat alternatief, want wie er precies heeft gereageerd en wat er precies komen moet, dát is nog geheim. Al zal het in de kleine wereld die de Alkmaarse horeca is toch ook weer niet heel lang geheim blijven. “Nu het besluit is genomen zijn beide inschrijvers actief geïnformeerd in een persoonlijk gesprek”, schrijft het college. (tekst gaat verder onder de foto)
Stadsstrand De Kade beleeft deze zomer het laatste seizoen aan de Noorderkade. (foto: Streekstad Centraal)
Stadsstrand De Kade kwam woensdag zelf naar buiten met een statement. “Het doet iets met ons als team en voor ons met iedereen die als gast heeft bijgedragen aan ons Alkmaarse stadsstrand. Wat ons raakt is niet alleen de uitkomst, maar het gevoel dat in het proces geen ruimte is geweest voor eerlijk overleg.” Daarbij zou het ontwerp dat De Kade indiende niet naar de zin van de gemeente zijn geweest.
Over het nieuwe ontwerp dat wél naar smaak was wil het college wel kwijt dat ‘het open, warme, uitnodigende karakter’ ervan past bij het ‘toekomstig karakter van dit gebied’. Overstad wordt herontwikkeld tot een moderne woonwijk met luxe appartementen en grote horecaruimtes.
In penitentiaire inrichting Zuyder Bos in Heerhugowaard is het brandalarm afgegaan, De melding kwam in de nacht van woensdag op donderdag brand binnen rond 00:10 uur. Een brand in zo’n inrichting kan heel gevaarlijk zijn, dus werd er groots uitgerukt.
Op de brand kwamen ook meerdere politie-eenheden af. Verder was de officier van dienst van de brandweer op het terrein. Die officier coördineerde de aanwezige hulpdiensten.
Al gauw werd duidelijk dat het ging om een rokende wasdroger, in het washok. Er is dus geen gevaar geweest in de cellen, vertellen ze bij de penitentiaire inrichting als Streekstad Centraal navraag doet.
De politie was er ‘alleen ter ondersteuning’, laat de politiewoordvoerder weten. Er is dus op dit moment geen onderzoek ingesteld naar eventuele brandstichting.
De WensenAmbulance blijft rijden, blijft wensen vervullen – maar de kosten lopen wél op. Gelukkig zijn de giften talrijk. Iets schenken aan de WensenAmbulance is voor Noord-Hollanders ook gewoon lékker, want dat kon rond deze Pasen door stroopwafels te eten. Stroopwafels die te koop waren bij speciaalzaken in de regio.
“Ja, een heel mooie actie, met een verhaal”, bevestigt de Alkmaarse kaasspecialist Daan Blankendaal als we een kijkje komen nemen in zijn winkel. Tussen de kazen staan de stroopwafels als extraatje. Toch net even wat anders en ieder pakje dat ervan verkocht wordt, levert 2,50 euro op voor de WensenAmbulance.
Het is misschien niet de meest voor de hand liggende combinatie: stroopwafels en kaas. Maar Daan heeft altijd wel een advies paraat, weten zijn vaste klanten: “Zout met zoet, lekker juist! Ik zou zeggen: een mooie, droge oude kaas.” (tekst gaat door onder de foto)
Tussen de bestellingen door maakt Daan even tijd voor een foto (foto: Streekstad Centraal)
Daan Blankendaal is niet de enige speciaalzaak die meedoet. Ook Van Streek Kaas & Delicatessen, met vestigingen in Heerhugowaard en Broek op Langedijk, en Kaasboer Niek uit Schoorl dragen een steentje bij door stroopwafels te verkopen.
Die keuze voor specifiek stroopwafels is wél opvallend. “Nou, we wilden vooral géén paaseitjes”, lacht Rogier Mollee van WensenAmbulance Noord-Holland als we ernaar vragen. “Paaseitjes heeft iedereen al. Onze voorzitter, Milco de Vries, is een oud-collega van Rick Brantenaar, directeur Stichting Foodspecialiteiten Nederland. Zo kwamen we op het idee van deze actie.”
Ieder verkocht pakje stroopwafels bracht dus 2,50 euro op en als er maar genoeg van verkocht werden, kon dat oplopen tot duizenden euro’s, berekenden de enthousiaste directeuren vooraf. Iets wat ook gebeurde: “We kunnen hier weer tien of meer wensen van betalen en dat is heel mooi”, vertelt Mollee. “We zien de kosten wel toenemen. Brandstof wordt duurder. Maar de kibbeling ook.”
Die kibbeling is een terugkerend element in de vele laatste wensen die de WensenAmbulance vervult. Nog één keer naar zee, en daar nog één keer een porsie verse kibbeling eten: het is een klassieke laatste wens. De ambulances van de stichting – ‘geen zwaailichten en gezellig ingericht’ – rijden dus regelmatig naar de stranden van Egmond, Bergen of verder. (tekst gaat door onder de foto)
Wenswafels smaken mogelijke nog beter dan stroopwafels als je weet dat een deel van het geld bij de WensenAmbulance terecht komt. (foto: Streekstad Centraal)
Andere geliefde wensen zijn voetbalwedstrijden – nog één keertje naar AZ. “Maar je ziet ook dat wensen vaak heel klein, heel bescheiden zijn”, vertelt Mollee. “Mensen willen vaak gewoon nog even naar huis. Nog een keer de hond aaien. Ook dan rijdt de WensenAmbulance.”
De auto’s zelf worden bekostigd door giften: de sponsorwedstrijden van Roparun met name. Maar ook acties als de stroopwafels. De stichting heeft nu vijf ambulances en is nu bezig met een zesde ambulance. Het komt niet vaak voor, maar het kán wel: met vijf ambulances tegelijk de weg op.
“Er komen steeds meer aanvragen”, vertelt Mollee. “Gelukkig hebben we veel vrijwilligers.” Zo’n 170 vrijwilligers werken er voor WensenAmbulance Noord-Holland. De mensen in de ambulances hebben een medische achtergrond, zijn bijvoorbeeld gepensioneerde ambulancebroerders. Ze weten dus wat ze doen, al zal een WensenAmbulance geen noodhulp verlenen.
Het verdelen van de ritten gaat heel vloeiend, merkt Mollee. “Als we een wens binnenkrijgen komt dat in de appgroepen van de vrijwilligers en dan gaat het meestal heel snel. Mensen willen graag helpen. Het is zo mooi om dit voor iemand te kunnen doen.”
Bij een botsing van twee auto’s op de Alkmaarse ringweg is een van de betrokkenen gewond geraakt. Ambulancepersoneel maakte daarbij de afweging om het slachtoffer mee te nemen naar het ziekenhuis. Dat gebeurde woensdagmiddag ter hoogte van de kruising van de N9 met de Kennemerstraatweg.
In de rijrichting van De Meent kwamen twee auto’s met elkaar in botsing, rond 14:25 uur woensdagmiddag. De hulpdiensten haastten zich naar de plaats van het ongeval, waar het ambulancepersoneel zich over het slachtoffer ontfermde. Onduidelijk is hoe het ongeluk kon gebeuren.
Door het ongeluk werd één rijbaan tijdelijk afgesloten. Het verkeer in de richting van De Meent en verder had dus maar één rijstrook tot zijn beschikking. Dat zorgde voor enig oponthoud. De beschadigde voertuigen moesten worden geborgen. (beeld: Persfoto NH)
Tulpen, en dan wel: duizenden tulpen. Met kaas. Dát is het plaatje waar Alkmaar zich deze week op voorbereidt. Vrijdag is het namelijk weer tijd voor de ‘Tulpenkaasmarkt’. Voor de kaasstad een belangrijk moment om de toeristische kwaliteiten van stad en regio meer in de verf te zetten: “Genieten van onze rijke kaas- en bloemenpracht.”
Voor wethouder Jan Hoekzema is de Tulpenkaasmarkt méér dan een gewone kaasmarkt. De wethouder ziet het als een uiting van ‘lokale trots’, zegt hij. “Het beeld van duizenden tulpen te midden van de historische binnenstad laat zien hoe levendig onze stad is in het voorjaar.”
En dat is ook precies wat Alkmaar aan de wereld wil laten zien. De Tulpenkaasmarkt is een staaltje stads- en regiomarketing. De bollenvelden krijgen juist in deze periode hun kleur en dat is voor heel de regio een kans om extra toeristen te trekken. (tekst gaat door onder de foto)
Een eerdere Tulpenkaasmarkt geeft een indruk van hoe het er vrijdag uit gaat zien (foto: Streekstad Centraal)
Om extra aandacht te genereren voor de kleurige markt is ook weer een bijzondere belluider uitgenodigd. Dat is Masja de Jongh, bij velen wel bekend om haar filmpjes over wandelen op sociale media. Wandelen is natuurlijk meteen ook een activiteit waar mensen voor naar de regio Alkmaar moeten komen, is de achterliggende gedachte.
“Voor mij draait het om genieten van wat dichtbij is: de natuur, beweging en mooie momenten samen”, verklaart De Jongh. “De Tulpenkaasmarkt brengt dat allemaal samen; een prachtige traditie in een kleurrijke setting.”
Bij het VVV-kantoor in de Waag zijn verschillende wandelroutes door de omgeving verkrijgbaar. Mensen kunnen dan echt dichtbij de tulpen komen, zij het wel zonder de velden zelf te betreden, want dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. Maar in de praktijk wordt die instructie goed opgevolgd, laat Hart voor Noord-Holland weten.
De voorbereidingen zijn in volle gang – en dan luidt De Jongh dus vrijdag de welbekende bel, omringd door tulpen. De getallen zijn al indrukwekkend op zichzelf: 20.000 tulpen komen naar het Waagplein. De kaasmeisjes zullen de bezoekers ook tulpen uitreiken, zodat ze de herinnering aan het evenement mee naar huis kunnen nemen. Opdat het verhaal van Alkmaar verteld blijft worden.
Een groeiende gemeente bouwt niet alleen huizen, maar ook straten. En die moeten een naan hebben. Het college van Dijk en Waard heeft de nieuwe namen van een flink aantal straten bekendgemaakt. Daarbij valt op dat veel namen een echt lokaal karakter hebben, maar een vernoeming van tuinarchitecte Mien Ruys haalde het niet.
Dijk en Waard hanteert namelijk specifieke eisen voor de nieuwe namen. Dat Ruys uit Overijssel kwam spreekt in dit geval tegen haar, verklaart het college: “Het pad langs de vijvers op de locatie Reigersdaal in De Draai heeft op dit moment nog geen naam. Hoewel het college eind 2019 heeft besloten de naam Mien Ruyspad vast te stellen voor dit pad, wijkt deze naam af van het vastgestelde naamgevingsthema voor dit gebied.”
Dat thema is namelijk: onderdelen van Noord-Hollandse boerderijen. In de wijk komen daarom heel andere namen aan bod: De Nok, De Beun, De Boet, De Stal, De Zolder, Het Bint, Het Vierkant, De Bongel, De Dars, De Kap, Het Voorhuis, De Luif en De Til. En voor het bewuste paadje: De Bleek. (tekst gaat door onder de foto)
In Dijk en Waard zijn straatnaamborden gewoon blauw met een witte rand (foto: Streekstad Centraal)
In Alkmaar krijgt de tuinarchitecte wél een straatnaam en ook dat heeft haar zaak in Heerhugowaard geen goed gedaan. “Hiermee wordt zij reeds elders in de regio geëerd”, overweegt het college.
“De primaire route door de buurt krijgt de overkoepelende naam Reigersdaalweg”, legt het college uit. “Deze naam verwijst naar het terrein van Esdege Reigersdaal en zorgt ervoor dat de oorspronkelijke naamgeving van het gebied en daarmee een stukje historie behouden blijft.”
Historie is wel het terugkerende element. Dijk en Waard koestert de lokale geschiedenis, ook al is die in de nieuwbouwwijken nauwelijks nog zichtbaar. De onderdelen van oude boerderijen zijn één van de gekozen thema’s. In De Vaandel Zuid bleken vlaggen en vaandels ook echt de inspiratie: “Alle namen verwijzen naar begrippen uit de heraldiek”, oftewel wapenkunde. Zo kwam het college tot De Wimpel, De Helm, Sinopel, De Griffioen, Het Vizier en Lambrekijn.
Voor het vaststellen van al deze namen liet het college zich adviseren door Adviescommissie Naamgeving Openbare Ruimte. “Door vaststelling van de straatnamen kan de verdere ontwikkeling worden voortgezet”, blikt het college vast vooruit op de volgende stappen in De Vaandel Zuid en Nieuw Reigersdaal.
Een team van gedreven jongens, op een toernooi met nét wat andere mores dan ze van huis uit gewend waren. Maar ze hielden stand. Dat was dit weekend het jongensboek van de handballers van Tornado uit Heerhugowaard, die samen met JHC uit Julianadorp een team hadden gesmeed dat zich mocht meten met de Europese top.
En dat is toch mooi, want als het om handbal gaat leven er in Nederland bést wat vooroordelen. Handbal is voetbal voor meisjes, is de aloude overtuiging, en tegen zo’n cliché is het lastig opboksen als je als jongensteam niet ook wat prestéért. De jongens van Tornado en JHC hebben de sport een dienst bewezen door zich te presenteren op de Kolding Handball Cup in Denemarken.
“Dat toernooi staat bekend om zijn professionele opzet”, vertelt fan van het eerste uur Steff van der Meer. “Voor de Nederlandse jongens een unieke kans om zich te meten met internationale tegenstanders én om te ervaren hoe populair jongenshandbal in het buitenland is.” (tekst gaat door onder de foto)
De tenues ter ere van de samenwerking met Julianadorp (foto: aangeleverd)
Van der Meer is de partner van coach Karima van der Meer, één van de twee coaches die de jongens begeleidde, samen met Yvonne van Vuure. Hij zorgde ook voor de shirtjes, want de combi van Julianadorp en Heerhugowaard vereiste natuurlijk wel een passend tenue: “Bij zo’n bijzondere ervaring hoort iets unieks.”
Zo ontstonden de shirtjes met beide namen erop, gesponsord door De Bolle Buik en vervaardigd door Own Brand. “Met de clubkleuren in de mix”, verklaart Steff van der Meer.
Dat tenue gaf toch wel kleur aan de reis naar het Deense Kolding, waar de Nederlanders aan den lijve mochten ondervinden dat handbal in de rest van Europa een sport op niveau is. “De eerste dag was een zware dag”, blikt Steff terug. “In Denemarken en Duitsland is jongenshandbal echt een topsport. Ze spelen anders, zijn veel fysieker en het tempo ligt hoog.” (tekst gaat door onder de foto)
Na de winst kwam ook de ontlading (foto: aangeleverd)
Voor de Noord-Hollanders lag daar dus een uitdaging. Maar die gingen ze aan, zag coach Karima: “In Nederland spelen ze vaak gemengd. Je ziet toch dat ze zich dan een beetje inhouden, tegenover de meiden. Nou, dat hoefde ze hier dus niet te doen! Ze konden er echt voor gaan.”
Met succes: na de verloren wedstrijden op dag één, wisten ze op dag twee juist te winnen. “Onwijs gaaf”, vindt de trotse coach. “Voor een eerste keer hè. Een heel mooie ervaring voor ze. De schakel ging echt om, mooi om te zien.”
De handballers van JHC en Tornado kunnen dus met opgeheven hoofd terugkeren uit Denemarken. Met een mooie samenwerking waar nog meer uit voort kan komen voor dit eerste jongensteam in de regio Dijk en Waard.
De bestuurster van een scooter heeft een harde klap gemaakt op de Eeuwigelaan in Bergen. Dat gebeurde maandag tegen de middag. Een afslaande auto en de scooter botsten op elkaar. Bij de botsing raakte de scooterrijdster gewond.
De politie was snel op de plaats van het ongeval en kon eerste hulp verlenen, in afwachting van de ambulance. Toen die op bestemming was keek ook het ambulancepersoneel nog eens naar de verwondingen van de bestuurster van de scooter. Daarna werd besloten om de vrouw toch mee te nemen naar het ziekenhuis in Alkmaar.
De politie onderzoekt de toedracht van het ongeval. Het verkeer ondervond geen grote hinder, de rijbaan van de Eeuwigelaan kon open blijven.
Er zijn weinig zaken zo alledaags als straatnaambordjes. Tóch blijken ze best mysterieus, tenminste, dat zijn ze vooral in Castricum en ook een beetje in Uitgeest. Niet dat de borden aan duidelijkheid te wensen overlaten, dat niet. Maar waar die gele kleur in Castricum vandaan komt, dat lijkt men wat gemeentelijke fusies en samenwerkingsverbanden later toch wat uit het oog verloren.
Want ja, geel. Dat zijn ze echt, de straatnaamborden in Castricum, en trouwens ook in Bakkum. Maar in Limmen en Akersloot, binnen dezelfde gemeente, zijn ze blauw, met een witte rand, en witte letters. Precies zoals straatnaamborden bijna overal zijn: in Bergen, in Heiloo, ook in Alkmaar en Dijk en Waard en de meeste andere gemeenten.
Dat de borden in Castricum geel zijn, met zwarte letters, is dus een echt Castricumse bijzonderheid. “De vraag is uitgezet binnen de organisatie”, laten ze bij de BUCH weten als Streekstad Centraal naar deze bijzonderheid vraagt. (tekst gaat door onder de foto)
Zó zijn ze: geel, met zwarte letters, zónder zwarte rand (foto: Streekstad Centraal)
Alleen: daar blijft het een beetje bij. De communicatie-afdeling wordt niet veel wijzer en verwijst naar een ouder artikel van NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Daarin valt te lezen dat de gele borden oorspronkelijk uit de jaren negentig komen. De gemeente zocht naar nieuwe bordjes en kon een goede deal sluiten met een partij uit IJmuiden. Zo moet het ooit zijn begonnen. Bij de nieuwe bordjes kwam ook de eis dat ze aan palen bevestigd zouden worden, in plaats van aan gevels, daar wilde men kennelijk vanaf.
In het naburige Heemskerk moet het ongeveer ook zo zijn gelopen. “In het verleden hadden we hier geen richtlijn voor in Heemskerk. Medewerkers bestelden straatnaamborden bij verschillende leveranciers, die elk een eigen lay-out hebben”, legt de woordvoerder van die gemeente uit nadat Streekstad Centraal opmerkte dat Heemskerk opvallende blauwe bordjes heeft, namelijk met alleen maar hoofdletters – verder wel de gewone witte rand.
In de periode van de invoering van de gele bordjes was de gemeente Castricum nog kleiner dan nu. Limmen en Akersloot hoorden er niet bij. Daar gingen ze van oudere bordjes over op de welbekende blauw-witte borden die we nu bijna overal in Nederland zien. (tekst gaat door onder de foto)
In Limmen zien we de bordjes zoals we die bijna overal in Nederland zien (foto: Streekstad Centraal)
Bijna overal. Een heel bekende uitzondering is de hoofdstad. Daar zijn de borden donkerblauw, zónder witte rand, en de tekst staat er in hoofdletters op. Net even anders, maar ingeburgerd en legaal. Sterker: in Uitgeest zien ze er haast net zo uit.
Uitzonderingen staan dus niet op zichzelf en navraag leert dat de wetgever een beetje variatie ook gewoon toestaat. Toch werken gemeenten liever toe naar die herkenbare standaard. “We gebruiken de algemene standaard al bij nieuwe straten of bij het vervangen van straatnaamborden”, horen we in Heemskerk. (tekst gaat door onder de foto)
Dit is toch echt Castricum: onmiskenbaar een niet-officieel bord (foto: Streekstad Centraal)
In 2002 fuseerden Limmen en Akersloot met Castricum, maar het oude onderscheid mocht daarna gewoon blijven bestaan en staat nu ook zwart op eh, wit, in de gemeentelijke stukken. Gele bordjes in Castricum en Bakkum, blauwe elders. Het is dus écht beleid geworden, waardoor Castricum een gemeente met twee soorten bordjes werd.
Iets wat dus ook binnen de BUCH gehandhaafd bleef. De gemeenten harmoniseerden veel beleid, maar hielden deze bonte verscheidenheid aan straatnaamborden dus maar mooi in stand. Maar hoe het er na een eventuele vólgende fusie uitziet, dat durft de communicatie-afdeling van de BUCH niet te zeggen: “Het is nog te prematuur om daarover te speculeren.”
In andere gemeente zou een geel bord een bedrijf of attractie aan kunnen kondigen, maar hier is het dus de straatnaam (foto: Streekstad Centraal)