De man die in februari vorig jaar bij een ruzie tot drie keer toe met een mes toesloeg in het centrum van Bergen, gaat voor bijna twee jaar de cel in. Dat heeft de rechtbank in Haarlem bepaald. Daarnaast acht de rechter een behandeling in een tbs-kliniek noodzakelijk. Ook moet de man een schadevergoeding betalen.
Die vergoeding bedraagt 22.000 euro en is bedoeld voor het slachtoffer van de steekpartij. Die vond precies een jaar geleden plaats, op 16 februari, voor een shoarmazaak in de Jan Oldenburglaan in Bergen. Het slachtoffer raakte zwaargewond in de ruzie, die begon nadat hij het opnam voor een meisje. De zaak leidde tot veel onrust in het dorp.
De rechtbank veroordeelde Bergenaar Thomas P. voor poging tot doodslag. Door met een mes in de buik te steken nam hij het risico dat zijn slachtoffer zou sterven. Het mes kwam in de buurt van de lever terecht. Het ging volgens getuigen om een vlindermes van zeker tien centimeter lang.
De rechtbank veroordeelde de man tot 21 maanden cel. Daarnaast volgde de rechtbank het advies van deskundigen door hem een verplichte behandeling in een tbs-kliniek op te leggen. Bij de verdacht zou ‘complexe problematiek’ spelen; hij had ook al een strafblad. “De behandeling zal vanwege de vermijdende problematiek van de verdachte intensief en langdurig moeten zijn”, schrijft de rechtbank in het vonnis.
Het is een uniek Alkmaars verhaal, dat van de allereerste vrouwelijke scheidsrechters in het voetbal – wereldwijd. Een verhaal dat nu verteld wordt in een boek, ‘De vrouwen van ’61’. Het verhaal ook van een misstand, die vrijdag werd rechtgezet in de kantine van Alcmaria Victrix. “Een ode aan ongehoorzaamheid.”
Dat er nu zo’n vijftig vrouwelijke scheidsrechters actief zijn bij de KNVB, dat heeft de bond toch maar te danken aan die Alkmaarse ongehoorzaamheid. Iets wat Michael ter Riet, hoofd arbitrage bij de bond, vrijdag ook erkende: “Dit is allemaal door ú in gang gezet.” (tekst gaat door onder de afbeelding)
De vrouwen van ’61 (foto: Regionaal Archief)
Zoveel lof had de KNVB er in 1961 anders niet voor. “De verhoudingen tussen Alkmaar en Den Haag werden zeer snel zeer slecht”, verhaalde Van der Vooren bij de boekpresentatie in de warme Alkmaarse kantine. Met ‘Den Haag’ is hier de KNVB bedoeld, die daar toen nog z’n hoofdkantoor had. Vrouwelijke scheidsrechters, dat kon toch eigenlijk niet, vond men daar toen.
Maar er was gewoon een enorm tekort aan scheidsrechters, oordeelde Alkmaarder Teun Bakker. Hij benaderde Ineke Boom, Nel Rentenaar en Klaziena Laan en zo werden zij de allereerste drie. Over hun geschiedenis en die van hun opvolgers gaat ‘De vrouwen van ’61’, het boek waarvoor Van de Vooren naar Alkmaar was gekomen.
Ook Nel Rentenaar en Ineke Boom waren aanwezig bij de presentatie, net als de familie van de vorig jaar overleden Klaziena Laan.(tekst gaat door onder de afbeelding)
Het bewaarde tenue van Klaziena Laan (foto: Regionaal Archief)
Laan hield het fluiten nadien het langst vol, zij ontving zelfs nog een diploma. De tijden wáren veranderd. Maar zo’n diploma, Rentenaar en Boom hadden er nooit één gekregen, bekenden ze vrijdag in de volle sportkantine van Alcmaria Victrix. “Eigenlijk zijn we nog steeds illegaal.”
Dat moest maar eens afgelopen zijn. De KNVB had Michael ter Riet niet met lege handen naar Alkmaar gestuurd. “Nu is het dan officieel”, sprak hij, terwijl hij Rentenaar en Boom beide een diploma in de handen drukte. En daarmee werd nóg eens sportgeschiedenis geschreven in Alkmaar.
Twaalf dagen, en daar zijn er al twee van om. Want zo gaat dat met een ‘pop-up’: die verschijnt plotsklaps en is daarna ook zomaar weer weg, om dan tóch een beetje gemist te worden. “Wat heb jij een leuke stijl!”
Zó verwelkomt de kersverse onderneemster Bo van Dijk haar klanten. Vóór de pop-up studeerde ze communicatie. Het opzetten van deze winkel past bij haar interesses, maar ook bij haar studie. Ze onderzocht het bestaande aanbod in Alkmaar en bereidde haar onderneming terdege voor.
Bo’s winkeltje aan het Fnidsen opende op woensdag 18 juni en blijft bestaan tot en met maandag 30 juni. Met als naam: ‘BAM’. Tweedehands damesmode, maar dan nét even anders dan bij de kringloopwinkels en vintagezaakjes waar Alkmaar bekend om is.(tekst gaat door onder de foto)
Bo voor haar winkeltje aan het Fnidsen. – foto: Streekstad Centraal
Wie Bo spreekt kan er niet omheen, om die ene vraag. “Je komt niet van hier zeker?” Haar zuidelijke tongval valt op en dat brengt het gesprek met Streekstad Centraal vanzelf op gang. Nee, ze komt niet uit Alkmaar, maar uit Eindhoven. En jawel: ze kwam hier voor de liefde en inmiddels is ze best gehecht geraakt aan die kaasstad ver boven de rivieren.
“Als ik hier zelf kleding shop, kom ik veel bij de kringloopwinkels”, vertelt Bo. De Kringloopboulevard is één van de troeven van winkelstad Alkmaar, waar de gemeente graag op inzet. “Daar kom ik ook een jonger publiek tegen, zoals ikzelf. Ik denk dat zij in BAM ook graag zouden winkelen.”
Ze vond een segment net tussen kringloop en vintage in. Modieus, modern, maar wel betaalbaar voor een breed publiek. “Dat laagdrempelige vind ik heel belangrijk. Ik wil echt dat iedereen zich welkom voelt in BAM.”
Ontspannen muziek, koffie, een schaaltje snoep voor als de kinderen meekomen: aan zulke details is ook gedacht. Aan de muur hangt kunst. (tekst gaat door onder de foto)
Er is veel te vinden voor de liefhebster. – foto: Streekstad Centraal
“Sfeer en variatie”, zo omschrijft Bo wat haar winkel zo eigen maakt. “Ik heb wat hier hangt zelf ingekocht, zelf uitgezocht. Geen bulk. Ik heb ook dingen gekregen van vriendinnen, heel leuk. Niet op doelgroep of zo, echt op gevoel.”
Haar pop-up voegt wat toe aan Alkmaar, is haar overtuiging. Dat merkte ze ook aan de reactie van de gemeente. “Daar keken ze er eerst wel raar van op, een pop-up, dat gebeurt hier niet vaak. Maar ze waren wél enthousiast. Alkmaar is een heel progressieve stad. Het is in twee maanden gelukt, ook dankzij de pandeigenaar.” (tekst gaat door onder de foto)
Uiteraard is er ook pasruimte in BAM – foto: Streekstad Centraal
Pop-up-winkels als BAM zouden een medicijn tegen de leegstand kunnen zijn. Maar dan moeten verhuurders wel willen, laat de praktijk zien. Voor Bo’s winkel aan het Fnidsen liep dat goed. De opening was druk, mensen reageren enthousiast.
“Misschien ben ik niet eens meer zo jong”, vertrouwt een klant in de winkel ons toe. “Maar ik vind dit wél heel leuk. Heel blij dat dit er nu even is.”
Vergeet kaas. Vergeet zuurkool. Onze regio is op nog een heel andere manier hofleverancier: van verkeersboetes. Eén paal in Alkmaar blijkt zelfs verantwoordelijk voor zes procent van alle Noord-Hollandse boetes en dan staan er nóg twee andere palen in de flits top tien.
Dat blijkt uit onderzoek van Independer over de eerste vier maanden van 2025. Dé bonnentapper van onze provincie is de flitspaal langs de N242, de flexflitser. Een flitspaal die dus niet eens het hele jaar op dezelfde plek actief is, maar toch niet is te kloppen.
“Het kan zijn dat dezelfde auto daar meerdere keren is geflitst, maar het blijft natuurlijk een enorme uitschieter. De paal is zelfs goed voor 6% van alle snelheidsboetes in heel Noord-Holland”, reageert Michel Ypma, verzekeringsexpert bij Independer. (tekst gaat door onder de foto)
De flexflitser op de N242 – foto: Streekstad Centraal
De flexflitser op de N242 in Alkmaar was goed voor 5.829 boetes. Toen dezelfde flexflitser begon te fotograferen op de Westtangent in Heerhugowaard, leverde dat 2.577 boetes op, waarmee ook deze flitspaal in de top tien van Independer is beland. Ook Streekstad Centraal had al aandacht voor deze paal.
Ook de flitspaal die op de N9 staat (Steve Bikoweg), en die zowel snelheidsovertredingen als door rood rijden registreert, blijkt de staatskas aardig te spekken, met 2.631 boetes.
De onderzoeksresultaten onderstrepen nog maar eens de hoge verkeersdruk in de regio Alkmaar – en de behoefte van automobilisten om toch maar zo snel mogelijk door te rijden. Andere goed scorende flitspalen stonden in de regio’s Amsterdam en Haarlem. Independer merkt nog op dat er in de provincie Noord-Holland relatief veel flitspalen staan, wat de pakkans vergroot.
Ze was al bekend door haar columns en boeken. Ook is ze de oprichter van Vrouwennetwerk Heiloo. Anderen kennen haar misschien nog als docent Engels. Maar vanaf deze maand is Vera Stupenea ook, of misschien zelfs in de eerste plaats, honorair consul van Moldavië.
Vorige week werd ze officieel benoemd en dat gebeurde ook gewoon weer in Heiloo, het dorp waar Vera thuis is. “Ik woon al 28 jaar in Nederland, dus ja, ik kan Moldaviërs goed helpen. De ambassade zelf, die bestaat nog maar twee jaar!”
Dat de titel ‘honorair consul’ bij de gemiddelde Nederlander niet direct een belletje doet rinkelen begrijpt ze natuurlijk best. “Het gaat om wat ik dóé. Ik bouw een brug tussen deze twee landen. Ik verbind mensen met elkaar en dat kan op veel manieren. Over vier weken ga ik weer naar Moldavië toe.” (tekst gaat door onder de foto)
Vera schreef onder andere een thriller over de paardenwereld. (foto: aangeleverd)
Als voorbeeld uit de praktijk noemt ze haar lunch met een groep ondernemers uit Moldavië. “Dan komen er veel vragen, van ‘hoe doen jullie dat’; mensen willen weten hoe het in Nederland wérkt.” Daar kan Vera, die zélf onderneemster is, goed mee helpen, juist door haar praktische kennis. Maar bij haar werk als honorair consul hoort ook dat ze zich verdiept in wet- en regelgeving. “Ik heb zelfs een diplomatiek paspoort”, lacht ze. Maar nee, een betaalde baan is het niet. Haar kracht is juist dat ze dicht bij zichzelf blijft.
Bij de auteur van veelgelezen thrillers is ook de verbinding met het geschreven woord vanzelfsprekend. Eerder al verscheen haar werk ‘Moordende paardenrace’ in het Roemeens, de voertaal van Moldavië. ‘Cursa ucigașă’, heet het daar.
“Heel leuk: we zijn nu bezig met de uitgave van een boek van de bekendste kinderboekenschrijver van Moldavië, Spiridon Vangheli.” Zijn werk was al in tientallen talen vertaald, maar nog nooit in het Nederlands. “Ik heb zijn familie gesproken, contacten gelegd met een uitgever hier, een vertaler gevonden… Die coördinatie, dat heen en weer bellen, dát is mijn rol als honorair consul.” (tekst gaat door onder de foto)
De Nederlandse vertaling van Gugutsa is via uitgever Aspekt te verkrijgen.
Een kinderboek, contacten met ondernemers: Vera kan als honorair consul ook bijdragen aan een grotere bekendheid van Moldavië. “Ik verwacht niet dat Nederlanders er nu meteen massaal op vakantie gaan”, relativeert ze. “Maar Moldavië kan wel heel belangrijk worden. Als de oorlog in Oekraïne voorbij is, we gaan er allemaal echt van uit dat dat moment komt, dan zal er veel meer handel komen tussen Europa en Oekraïne. De wederopbouw! Moldavië is dan het land waar iedereen doorheen moet.”
Dat heeft ook een technische kant, weet ze. “In Oekraïne rijden treinen op veel breder spoor dan hier. Alleen Moldavië heeft spoor dat daarop aansluit.” Dit Russisch breedspoor is nog altijd de standaard in gebieden die ooit bij de Sovjet-Unie hoorden en dat maakt Moldavië een belangrijk knooppunt voor het treinverkeer van en naar Oekraïne.
“Maar je moet ook denken aan wat Moldavië zelf betekent! We maken beroemde wijnen. En als je in Nederland pruimen eet, kersen, walnoten… Dan komen die vaak uit Moldavië. Het land heeft veel goede IT-specialisten.” Vera tipt geïnteresseerden dit artikel over het land. Want ook in gesprek met Streekstad Centraal is zij onmiskenbaar aan het werk als honorair consul van Moldavië. (hoofdfoto: Vincent de Vries)
Wie er maandag op uit wil met de bus, kan de OV-chipkaart maar beter in de binnenzak houden. Wie in plaats van met deze kaart incheckt met een betaalpas kan namelijk gratis reizen in onze regio. Dat vanwege de ‘dag van het OV’.
Dat betekent dat een tochtje naar Egmond aan Zee of een ritje van Heerhugowaard naar de Alkmaarse binnenstad, om maar wat suggesties te doen, op maandag 16 juni geheel kosteloos is. De betaalpas is wel nodig om bij de buschauffeur in te checken, maar er wordt 0,- euro afgeschreven.
De actie geldt alleen in de regio’s waar Connexxion en Transdev de bussen laten rijden, blijkt uit een verklaring van de provincie Noord-Holland. De bus naar Leeuwarden, die vanuit Alkmaar richting Heerhugowaard rijdt en dan verder, doet er dus niet aan mee.
Connexxion benadrukt wel dat het kunstje alleen met de betaalpas werkt. De OV-chipkaart is een ander systeem, wie daar alsnog gebruik van maakt betaalt de normale kosten voor een busreis.
Alkmaar zette zich deze week weer op de kaart als voetbalstad, in ieder geval voor het Nederlandse en Engelse publiek. Maar Alkmaar is als voetbalstad voor de hele wereld relevant, door de bijzondere geschiedenis van vrouwelijke scheidsrechters. Een unieke vondst op een Alkmaarse zolder onderstreept dat nog maar eens.
Op die zolder lag namelijk het tenue van Klaziena Laan, één van de drie vrouwen die als allereerste het fluitje in de hand namen. Laan droeg het scheidsrechterstenue in 1961, en heeft het daarna altijd bewaard. Vorig jaar overleed ze.
De dochter van Klaziena Laan en sporthistoricus Jurryt van de Vooren hebben er intussen voor gezorgd dat het tenue een plek heeft gekregen in het Regionaal Archief Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Het gebouw van het archief in Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
De vondst komt niet uit de lucht vallen. Vorig jaar riep Van de Vooren er eigenlijk al letterlijk toe op, in gesprek met Streekstad Centraal: “Ik weet niet of het er nog is, het is zo lang geleden. Maar wie weet… Als iemand nog een scheidsrechterspak heeft liggen uit die tijd, dan zou dat echt fantastisch zijn.”
Die oproep was dus niet aan dovemansoren gericht. Jacqueline de Kroon, de dochter van Laan, wist dat het pak van haar moeder nog op zolder lag en nam contact op met Van de Vooren. Die spreekt van een ‘unieke’ vondst: “Dit is het enige uit 1961 dat is overgebleven.” (tekst gaat door onder de foto)
De vrouwelijke scheidsrechters in hun zelfgemaakte tenues (foto: aangeleverd)
De drie vrouwen hadden hun tenues zelf gemaakt, in het geheim. Heel hun opleiding tot scheids was met geheimzinnigheid omgeven geweest, omdat de KNVB er niets van wilde weten. Het hield de Alkmaarders niet tegen. Klaziena Laan was samen met Nel Rentenaar en Ineke Boom de eerste vrouwelijke scheidsrechter in het voetbal – ter wereld.
Over deze unieke geschiedenis schrijft Jurryt van de Vooren een boek, dat in juni moet verschijnen onder de titel ‘De vrouwen van ’61’. Het Regionaal Archief Alkmaar maakt dat mede mogelijk.
Het feest van de liefde: niemand kan er omheen, op vrijdag 14 februari. Zeker Jaap Klaver uit Graft niet, want als ‘weddingplanner’ en beheerder van de geliefde trouwlocaties die de raadhuizen van Graft en De Rijp zijn, heeft hij álles met de liefde te maken. Maar dit jaar is dat nog net een beetje anders. “Ik hoop op veel Valentijnskaarten!”
Die hoop is ergens op gebaseerd. Honderden hartjes, duimpjes en lieve reacties mocht Jaap de afgelopen uren, dagen ontvangen. De liefde wordt gevierd. De aanleiding is een openhartige post op Facebook. Daarin legt hij uit wat hij heeft ontdekt: dat hij niet alleen op vrouwen, maar ook op mannen valt.
“Het is een gevoelsding hè”, reageer hij nuchter in gesprek met Streekstad Centraal. “Het is toch heel gewoon? Maar eh, het is wel een beetje viraal gegaan geloof ik.” (tekst gaat door onder de foto)
Jaap op de plek waar hij wereldberoemd is: De Rijp. (foto: Streekstad Centraal)
Zijn online ontboezeming heeft iets losgemaakt, merkt Jaap. Maar alle reacties die hij al heeft mogen ontvangen zijn eensluidend positief. “We mogen toch maar blij zijn dat we in Nederland wonen, denk ik dan. Hoe Nederland hiernaar kijkt…” Want op veel plekken in de wereld is het nog lang geen vanzelfsprekendheid, te mogen liefhebben wie je wilt.
Woensdagmiddag vond hij er de tijd rijp voor. “Ik heb langs het strand gewandeld. Twaalf kilometer, naar Camperduin helemaal. Dat bericht had ik toen al geschreven hoor. Maar toen wist ik: nú ga ik op dat knopje drukken.”
En daarmee werd het wereldkundig. ‘Een beetje bi’, noemt Jaap zichzelf in zijn openhartige verhaal op Facebook. Het is een klein woordje, maar er ging een lange zoektocht aan vooraf. Eén waarin hij zichzelf zeker tegenkwam. “Het is begonnen in de coronatijd”, vertelt hij. “Alles viel weg. Ook mijn werk. Ik moest ineens erg op mezelf terugvallen…” (tekst gaat verder onder de foto)
Een deel van het coming-out bericht dat Jaap de wereld in slingerde… en daarna in ieder geval lokaal viraal ging. (foto: Streekstad Centraal)
Jaap was eigenlijk altijd wel alleen geweest, dat wil zeggen, een vaste partner had hij niet. Maar dat vond hij niet heel erg. Tot het in die stille coronajaren dan toch begon te wringen. Het was ‘tijd voor de liefde’, toch was die er niet meteen. Het hield hem maanden bezig. “Jongens, hoe kán dit nou eigenlijk?”
Uiteindelijk vond Jaap dus zijn antwoord in een andere kijk op de liefde zelf. Een bevrijding. Die bevrijding gúnt hij zichzelf, die gunt hij een eventuele partner, maar vooral: hij gunt die iederéén. “En dan denk ik vooral aan jonge mensen”, benadrukt hij. “Kijk, ik ben nu 49, dan kunnen dingen je misschien al net iets minder schelen ook. Maar als je achttien bent en je zit hiermee, je komt hierachter, nou, dat is niet makkelijk. Ook om er dan mee naar buiten te komen.”
Daarom hoopt hij met zijn bericht op Facebook, en ook met zijn verhaal bij Streekstad Centraal, mensen een steuntje in de rug te geven. “Dat dacht ik ook, toen ik op dat knopje drukte. Als ik dit doe, dan doe ik het voor die jongeren. Dat is heel belangrijk.” (foto: Streekstad Centraal)
Het is een behoorlijke teleurstelling voor Egmond aan Zee. Naar de Nieuwjaarsduik 2025 was lang uitgekeken. Maar de stekker is er écht uit. De verwachte storm strooit roet in het eten en dus moet het kustdorp het dit jaar doen zónder de verwachte drukte op 1 januari. Weken werk voor niks. “We hadden gisteren nog alle mutsen klaargemaakt, alle medailles. Het is spijtig.”
Maandagochtend hakten ze samen de knoop door: organisatoren Hidde van der Pol, Tom Valkering en andere betrokkenen. Het gaat echt niet, deze keer. De Egmondse Nieuwjaarsduik 2025 gaat niet door.
En dus haalden Tom en Hidde ook het spandoek met de aankondiging maar weer weg. “Om half tien hebben we overleg gehad met de gemeente en met de reddingsbrigade. Ja, daaruit kwam eigenlijk voort dat het té gevaarlijk is om op 1 januari te gaan zwemmen”, vertelt Hidde van der Pol even later aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Wie het tóch wil wagen, is gewaarschuwd. (foto: NH)
Het is voor het dorp een behoorlijke domper. Ieder jaar trekt de Egmondse Nieuwjaarsduik zo’n 6.000 bezoekers. En die komen zeker niet alleen voor het koude zeewater. De Egmondse horecaondernemers hebben er een goede verdienste aan. Dat het feest dit jaar niet door kan gaan, dat is dus een hard gelag.
Toch zijn Hidde en Tom niet helemaal uit het veld geslagen. Die 2.000 mutsen, die medailles… Ze komen hopelijk toch nog eens van pas. “Er staat gelukkig geen jaartal op, dus die kunnen we gewoon volgend jaar gebruiken”, zegt Tom nuchter.
Ondanks de afgelasting, die écht niet zomaar is, houdt de reddingsbrigade het hart vast. Het zit er dik in dat er alsnog duikers komen opdagen. Een slecht idee, benadrukt Ron Zentveld van de reddingsbrigade. “Normaal zijn we hier met 25 personen en varen we rond om alles veilig te laten verlopen”, legt hij uit. “Maar dat is dus nu niet het geval. Kom dus niet naar Egmond om te duiken!”
Wat overigens níét betekent dat het hele dorp verboden terrein is. Integendeel. “Kom wél voor de gezelligheid in de horeca”, zegt Zentveld. Want die is er echt wel, bezweren de Egmonders. Reden genoeg om toch samen te komen in de Derper horeca, al was het maar om deze kater te vergeten.
Ook al regent het en is het grijs en donker, tóch trekken ze bekijks. Samen op de foto, als selfie of echt mooi geposeerd: voor Alkmaarders en toeristen is dat deze weken een verplicht nummertje. Jong en oud verzamelt zich op het Waagplein, waar in grote lichtgevende letters ‘ALKMAAR’ staat. Met het Waaggebouw op de achtergrond het perfecte winterplaatje. “Ga ook nog even voor de A staan, die zit in je naam!”
Bij de VVV kunnen ze het desgevraagd bevestigen: die letters, ze zijn een succes. “Eigenlijk is het iedere dag wel druk”, krijgt Streekstad Centraal binnen te horen. “Vooral na twaalven.” Want veel bezoekers combineren het fotomomentje wel met een winkelbezoek, of een bekertje glühwein in één van de vele cafés. Ook daar zit een deel van het succes.
‘Ga ook nog even voor de ‘A’ staan, die zit in je naam!’ (foto:Streekstad Centraal)
“Hier waren we in juni al mee bezig”, vertelt Björn Mulder, voorzitter van ondernemersvereniging Alkmaars Bolwerk. Vergunningen, praktische zaken, veiligheid – er komt wel wat bij kijken. “Rein de Wit is daar heel goed in”, reageert Mulder. “Rein is degene die dit bedacht heeft.” (tekst gaat door onder de foto)
Al komt het vooral neer op een goede samenwerking, want ook Rein de Wit en Björn Mulder hebben weer hulp gekregen. De verlichting is ontwikkeld door het bedrijf Avontuur, uit Wijdenes. “Zij doen dat voor heel veel steden”, weet Mulder. “Ze maken voor elke stad een eigen plan. Voor Alkmaar wilden we iets wat trots uitstraalde.”
Ook deze ‘kerstige’ motorrijder wilde zich nog even vereeuwigen met ‘ALKMAAR’. (foto: Streekstad Centraal)
Veel Alkmaarders komen dan ook speciaal even langs het Waagplein nu de letters daar staan. “We waren er van de week al, maar toen was het druk”, vertelt een Alkmaarse die haar kleindochter vereeuwigt. “Nu zijn we extra vroeg gekomen.” Zo’n op-en-top Alkmaars plaatje vergt wat tijd natuurlijk, het moet wél knap.
Mulder is zelf een geboren en getogen Alkmaar. Trots, dat zijn Alkmaarders heus wel, denkt hij, maar ze laten dat zelden uitbundig blijken. “We zijn nuchter. We pochen niet heel erg. Maar we wonen toch maar in een mooie stad met z’n allen… Dat wilden we uitstralen. Die letters zijn ons cadeau aan de Alkmaarders, als winkeliers zijn we ook dankbaar voor ons trouwe publiek!” (tekst gaat door onder de foto)
In het donker tonen de letters pas hun echte trots. (foto Streekstad Centraal)
Op het Waagplein wordt het intussen niet echt droger. Het zijn nu eenmaal de donkere dagen voor kerstmis. “Doe je capuchon even af joh”, lacht een dame in dikke jas die een groepje kinderen op de foto zet. Met een tongval die verraadt dat ’trots op Alkmaar’ hier niet helemaal de lading dekt.
“Nee, klopt”, bevestigt ze. “Wij komen uit Deventer. Ook heel mooi hoor! Maar nu we hier op vakantie zijn, wilden we wel even op de foto met die letters.” Ook zij zijn er een blokje voor omgelopen. Het Waagplein is zo ook zonder zonnige terrassen de grote trekker in de binnenstad.
Of ze bij Alkmaars Bolwerk niet lang hebben getwijfeld over de beste plek, wil Streekstad nog weten. Mulder moet erom lachen. “Nee, daar waren we het wel over eens. Dit is echt de meest iconische plek van Alkmaar!”