Auteur: Marcel Plaatsman

  • In ‘volle vaart’ brouwen voor ‘n ander: Egmond en Leeghwater kiezen voor strategische samenwerking

    In ‘volle vaart’ brouwen voor ‘n ander: Egmond en Leeghwater kiezen voor strategische samenwerking

    De biermarkt is volop in ontwikkeling. Ook regionaal. Wie wel eens een café bezoekt zal de namen ‘Leeghwater’ en ‘Sancti Adalberti’, het biermerk van Brouwerij Egmond, ongetwijfeld kennen. In de nabije toekomst zullen deze namen mogelijk vaker op dezelfde bierkaart staan. Gebroederlijk. Want beide brouwerijen kondigen een intensieve samenwerking aan: “We gaan onze krachten bundelen.”

    Vanaf donderdag 1 februari is het zo ver: dan dient de grote, moderne brouwerij in Egmond aan den Hoef óók als brouwerij voor de opvallende bieren van Brouwerij Leeghwater. Die laatste brouwerij, in naam verbonden aan De Rijp, brouwde tot voor kort nog in de Zaanstreek en deels in België, maar krijgt een nieuw thuis in het Egmondse.

    Leeghwater-brouwer Hans Konijn is er ‘trots’ op, laat hij weten aan Streekstad Centraal. En trots, dat is Arjan Brammer, directeur van Brouwerij Egmond, ook.

    Zowel brouwerij Egmond als brouwerij Leeghwater zijn vaak aanwezig op bierfestivals in de regio. (foto: Marco Schilpp)

    “Het is voor ons zeker niet de eerste samenwerking”, vertelt Brammer. Eerder besteedden we al aandacht aan de samenwerking van Brouwerij Egmond met Astronaut, met feestelijke presentatie in café Bruintje. “Dat we nu samen gaan werken met Leeghwater is wel bijzonder voor ons.” Want Leeghwater is een grote naam, met een ‘hoger volume’.

    “Leeghwater heeft bieren in het assortiment zoals wij die nu niet brouwen”, legt Brammer uit. “Andere stijlen. Dat is echt een aanvulling.” Waar Brouwerij Egmond uitmunt in klassieke bieren, vaak naar Belgisch voorbeeld, daar is Leeghwater juist bekend geworden met vooruitstrevende, hoppige bieren. Vaak zijn daarvoor Amerikaanse en Engelse stijlen het voorbeeld geweest. Het interesseert Brammer: “Een bier samen brouwen, een ‘collab’, sluit ik niet uit!”

    De samenwerking kan niet los worden gezien van wat er allemaal speelt in bierland. De alcoholaccijns zijn met ingang van dit jaar fors verhoogd, juist voor de zwaardere bieren in Belgische stijl waar ‘Sancti Adalberti’ zo om wordt gewaardeerd.

    “Die worden harder genekt”, zegt Brammer. “We worden aan alle kanten geraakt, ook grondstoffen zijn duurder geworden. Als je samenwerkt heb je daarin een schaalvoordeel.” Dat voordeel willen de Egmonders en Rijpers graag sámen pakken en wel nú. In een biermarkt die mogelijk snel schraler wordt, als kleine brouwers het bijltje er bij neer leggen, komen ze daar sterker uit, verwachten ze. “Natuurlijk, het is win win”, bevestigt Brammer. “Het zou mooi zijn als je de bieren straks op meer plekken kunt bestellen. Ónze bieren.”

  • Schorpioen in Castricumse woning: “Hij eet goed”

    Schorpioen in Castricumse woning: “Hij eet goed”

    Een muis in huis kan al schrikken zijn, maar muizen zien er in ieder geval nog best schattig uit. In Castricum manifesteerde zich een ongenode gast met een wat lagere aaibaarheidsfactor: een echte schorpioen. “Ze dachten eerst dat het beestje was overleden. Maar het beestje kwam helemaal bij toen ze hem op een doekje hadden neergelegd.”

    Dat meldt NH, mediapartner van Streekstad Centraal. De bewoonster van het Castricumse huis toonde zich onverschrokken en ving de schorpioen in een kopje. De dierenambulance bracht het beestje vervolgens naar de reptielenopvang in Zwanenburg. Medewerker Rob vertelt dat de schorpioen het daar goed doet. “Hij eet goed, dus het gaat goed.”

    Hoe de schorpioen in Castricum terecht is gekomen is niet bekend, maar Rob weet het wel van de andere gevallen. “Meestal komt het doordat mensen op vakantie zijn geweest in het zuiden van Europa. Als ‘ie in de bagage is gekropen, komt ie een keer tevoorschijn”, zegt hij. “Het kan zelfs gebeuren dat de schorpioen overloopt naar de buren.” Bij de reptielenopvang komen jaarlijks zo’n vijf schorpioenen op een vergelijkbare manier binnen.

    De Castricumse schorpioen blijft de rest van zijn leven in de reptielenopvang. “Dierentuinen nemen geen dieren op uit de natuur in Europa”, legt Rob uit. “Daarop blijft de schorpioen bij ons. Schorpioenen worden gemiddeld niet heel oud.” Hij verwacht dat het diertje nog zo’n twee tot drie jaar in de opvang blijft. (foto: Dierenambulance DANK) 

  • Jonge Heilooënaren laten zich voorlezen door hun burgemeester

    Jonge Heilooënaren laten zich voorlezen door hun burgemeester

    “‘s Nachts, als jij slaapt…” Het is de titel van een prentenboek dat kinderen meer vertelt over grotemensenberoepen. Zo’n beroep heeft burgemeester Mascha ten Bruggencate ook. Als kinderen slapen, zit zij raadsvergaderingen voor. Maar in de bibliotheek van Heiloo was ze voor peuters tóch zichtbaar en hoorbaar, ver voor kinderbedtijd. Want de burgemeester las voor.

    Het prentenboek van Peter en Ingela Arrhenius was één van de boeken die waren geselecteerd voor de ‘Nationale Voorleesdagen’. Net als overal in Nederland was daar in de bibliotheek van Heiloo woensdag alle aandacht voor. Daar waren heel wat jonge Heilooënaren op af gekomen. Want voorgelezen worden, dat is en blijft toch heerlijk.

    Voor burgemeester Ten Bruggencate was het voorlezen in de bibliotheek een thuiswedstrijd. Het gemeentehuis van Heiloo heeft immers zijn intrek genomen in hetzelfde gebouw. Ook wethouder Antoine Tromp was van de partij en las voor uit ‘Help! Een verrassing’ van Miriam Bos. En ook dat boek kon op veel belangstelling van de toegestroomde peuters rekenen.

    De Nationale Voorleesdagen duren nog tot en met zaterdag 3 februari.

    Wethouder Antoine Tromp leest voor aan zijn jonge publiek. (foto: Vincent de Vries)
  • Alkmaar is méér dan de stad, 2024 in teken van ‘dorpenvisie’: “Gaan de grond omwoelen”

    Alkmaar is méér dan de stad, 2024 in teken van ‘dorpenvisie’: “Gaan de grond omwoelen”

    Na een ‘stevige voorbereiding’ gaat de gemeente er dit jaar echt mee aan de slag: de dorpen in het landelijk gebied. Want Alkmaar is niet alleen maar de stad en dat mogen ze op het stadhuis dan ook zeker niet vergeten. Wethouder Robert te Beest gaat namens het college de dorpen in: “Maar we beginnen digitaal.”

    Streekstad Centraal spreekt de wethouder in het stadhuis, midden in de stad. Oude zalen, kasten vol kostbaar porselein, op de achtergrond het rumoer van de winkelstraten: hier ademt Alkmaar in alles dat het een historische stad is. Maar de gemeente is nu al vele jaren gefuseerd met Graft-De Rijp en De Schermer.

    “De gemeente Alkmaar is veel groter dan de stad”, onderstreept wethouder Te Beest nog maar eens. “Het is heel belangrijk dat de dorpen zich verbonden voelen.”

    Wethouder Robert te Beest (foto: Jan Jong)

    Wethouder Te Beest gaat daarom alle dertien dorpen in het landelijk gebied benaderen. “Eerst digitaal”, legt hij uit. “We sturen vragenlijsten rond. Alle inwoners van de dorpen kunnen daarin laten weten wat hen bezighoudt. Dat kan alles zijn.” De antwoorden op deze vragen vormen de basis van de vervolggesprekken die de gemeente in de dorpen wil organiseren.

    Er wordt afgetrapt met de dorpen Graft, De Rijp en Grootschermer. Dat laatste dorp kwam vorige week nog in het nieuws omdat de dorpsraad zich daar grote zorgen maakt over het voortbestaan van de dorpsschool. Typisch een onderwerp waarvan wel te verwachten valt dat het in de digitale vragenlijsten zal worden aangeroerd. Dat, of de bereikbaarheid met de bus.

    Al die onderwerpen mógen ook, want alles mag. Al is de gemeente in zulke kwesties niet de enige die er wat over te zeggen heeft. “Maar op basis daarvan kunnen we wel om tafel gaan met de provincie, of met organisaties.” De scholenkoepels bijvoorbeeld. Het begint toch bij de gemeente, bij goed contact.

    “Waar ik op hoop is echte participatie”, zegt wethouder Te Beest. “Echt de grond omwoelen. Iederéén aan het woord laten, met open vragen. Voor ons is het net zo spannend als voor de dorpen zelf… Het wordt een druk jaar!”

    De wethouder zal zich ook echt in de verschillende dorpen gaan laten zien, belooft hij. En dan blijft het niet bij handen schudden. “We gaan vóór de zomer in gesprek met de eerste drie dorpen. We kunnen van start en daar wordt het echt beter van. Ik ga niks opleggen. Laat ‘t maar van onderop komen. We willen geen stadse oplossingen voor dorpse problemen, daar houd ik mij als wethouder aan vast.”

  • Help de padden uit de put: partijen bepleiten trappetjes in putten

    Help de padden uit de put: partijen bepleiten trappetjes in putten

    Padden houden van water. En daaraan is in Alkmaar en omgeving bepaald geen gebrek. Alkmaar zit vol natte stukjes natuur, kleine paradijsjes voor padden en andere amfibieën. Maar tegelijk is Alkmaar óók een stad, met waterputten, voor de riolering. Voor padden blijken die putten de hel.

    In de Alkmaarse gemeenteraad bepleiten drie partijen daarom een oplossing voor een probleem waar de gemiddelde Alkmaarder niet bij stil staat. Een motie van PvdA, GroenLinks en initiatiefnemer Partij voor de Dieren maakt het College erop attent dat padden die in een put terecht komen, daar niet meer uit komen. “Jaarlijks vallen in Nederland tussen de 1 à 2,5 miljoen amfibieën in kolken.” En dan drijven ze mee naar de rioolwaterzuivering.

    Padden, salamanders en amfibieën zijn nuttige dieren. Ze eten insecten en houden het ecosysteem in hun paradijsjes in evenwicht. Om die reden worden padden dan ook op veel plekken beschermd, bijvoorbeeld met paddentunnels, om de beestjes een veilige oversteek te bieden. Maar de talloze putten dichtbij die paddenparadijzen zijn nog steeds genadeloze vallen.

    De oplossing is eenvoudig: een trappetje in de schacht van de put biedt de pad een uitweg. Uit onderzoek blijkt dat 9 op de 10 padden zich uit de put kan bevrijden als zo’n trappetje aanwezig is. Dat betekent dat zulke trappetjes levens redden.

    De partijen vragen om een onderzoek naar de leefgebieden van padden in Alkmaar. Aanwezige putten zónder trap kunnen naar aanleiding daarvan worden voorzien van een paddennoodladder. “Dit is binnen de begrotingspost dierenwelzijn te dekken”, suggereren de partijen. Want een kleine trap kan voor de pad groot verschil maken. (foto: Wikimedia Commons / Marcel Hosters)

  • Minder vaak een bus, maar ‘sneller op school’: dienstregeling 2024 bekend

    Minder vaak een bus, maar ‘sneller op school’: dienstregeling 2024 bekend

    In juli moet ‘ie ingaan en na de schoolvakantie zouden vooral scholieren daar van moeten profiteren: de ‘verbeterde dienstregeling’ voor bussen in Noord-Holland Noord. Toch gaan bepaalde bussen minder vaak rijden en vervallen er haltes. In de woorden van de Provincie en de busmaatschappijen: “Niet meer, maar beter OV.”

    Wie in de herfst van dit jaar op een regenachtige zaterdag op station Alkmaar Noord de trein uit stapt en vanwege het weer liever met de bus verder reist dan te voet – die zou wel eens lang kunnen staan wachten. Op deze plek komt dan namelijk nog maar één keer per uur een bus. Het is één van de veranderingen in de dienstregeling die mogelijk niet op algemeen enthousiasme kan rekenen. Lijn 3 komt te vervallen en in Huiswaard zal de halte Schinkelwaard niet langer worden bediend. (tekst loopt door onder foto)

    Voor station Alkmaar Noord overstappen op de bus wordt minder aantrekkelijk.

    Maar voor lijnen die verdwijnen komen op andere plekken weer extra bussen terug. “Inwoners en bezoekers van Noord-Holland Noord moeten kunnen rekenen op een betrouwbaar OV-systeem, nu en in de toekomst”, licht gedeputeerde Jeroen Olthof van de Provincie Noord-Holland toe. “Daar werken we hard aan. Met deze nieuwe dienstregeling voegen we twaalf nieuwe buslijnen toe in Noord-Holland Noord.”

    Het gaat daarbij onder meer om extra scholierenlijnen, maar ook binnen Alkmaar verandert er dus het nodige. Daar rijden straks bus 5 en 6 naar De Mare en Daalmeer en gaan de lijnen 8 en 9 via het ziekenhuis naar Overdie.

    “Van 26 lijnen wijzigt of vervalt de route”, vult gedeputeerde Olthof aan. Dat geldt bijvoorbeeld voor de lijn van Alkmaar naar Egmond aan Zee, die vanaf juli via de stadswijk ‘Hoefplan’ gaat rijden. De bushalte aan de Robonsbosweg komt te vervallen. Ook de haltes Vincent van Goghlaan, Troostlaan en Schouwmanlaan in Alkmaar worden niet meer bediend.

    In de historische binnenstad is het tijdperk van de bus voorbij. De haltes Heul, Ritsevoort en Kerkplein zullen verdwijnen. Uiteraard blijft de drukke halte aan de Kanaalkade wel bestaan. (tekst loopt door onder foto)

    In oktober werden de Alkmaarse bushaltes nog voorzien van groene daken. (foto: Streekstad Centraal)

    Er komen elders ook weer haltes bij, benadrukt gedeputeerde Olthof. “Voor deze aanpassingen hebben we 20 nieuwe bushaltes nodig. De komende maanden leggen de gemeenten de nieuwe haltes aan, met subsidie van de provincie.”

    Vooral voor scholieren zou er het nodige veranderen. Het is de bedoeling dat zij sneller op school komen met de nieuwe dienstregeling. “Voor de kleine groep leerlingen die er juist langer over doen, kijkt de provincie in overleg of maatwerk mogelijk is”,  laat de Provincie weten. “De nieuwe dienstregeling houdt voor sommige scholieren in dat zij halverwege moeten overstappen op de trein. In enkele gevallen wordt de reistijd langer of is de bushalte verder weg.”

    Niet alles verandert. De lijnen van Alkmaar naar Bergen, Petten, Tuitjenhorn, Oudkarspel, Heerhugowaard en de bus van Alkmaar naar Heiloo en Castricum blijven rijden zoals ze dat nu ook al doen. Ook de buslijn van Alkmaar naar Oudorp en Sint-Pancras blijft rijden. Wel gaat de frequentie terug naar één keer per uur, ook in de spits. De bus naar De Rijp blijft en gaat ook in de weekenden rijden, waardoor ‘Overalflex’ op deze lijn vervalt.

    Een volledig overzicht is te vinden op de website van Overal. Daar is ook een kaart van buslijnen in de regio te zien, met een detailkaart voor Alkmaar zelf. De dienstregeling gaat in op zondag 21 juli 2024.