De belofte in 2022 was luid en duidelijk: de zorg in Alkmaar moest menselijker, toegankelijker en dichter bij de inwoner komen. Geen ondoorgrondelijke loketten meer, maar snelle en begrijpelijke hulp. Nu de bestuursperiode ten einde loopt, is de balans op te maken. Er zijn zeker stappen gezet, voornamelijk voor senioren. Maar de échte grote doorbraak in het zorgstelsel bleef uit.
Om te begrijpen waarom, moeten we niet alleen kijken naar de plannen, maar vooral naar de roerige politieke werkelijkheid van de afgelopen vier jaar: de val van de eerste coalitie en de daaropvolgende koerswijziging. (tekst gaat verder onder de foto)

De eerste acte van het politieke theater uit 2022 kan beschreven worden als de linkse en groene droom. Na de verkiezingen van 2022 ging er een breed, overwegend links-leunend college van start, bestaande uit GroenLinks, BAS, PvdA, CDA, Leefbaar Alkmaar, ChristenUnie en SP. Dit college wilde flink ingrijpen in de fundamenten van het sociaal domein.
Het coalitieakkoord van deze eerste groep ademde de wens om het systeem rechtvaardiger te maken door de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen. Zo werd er concreet onderzocht of de huishoudelijke hulp via de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) inkomensafhankelijk gemaakt kon worden, zodat inwoners die het zelf konden betalen geen aanspraak meer deden op de schaarse publieke middelen.
Dit was een nadrukkelijke wens van onder andere GroenLinks. Ook werd er de aanval geopend op ‘zorgcowboys’ die met lichte problematiek in de jeugdzorg hoge winsten maakten; partijen die investeerden in complexe zorg moesten beloond worden. (tekst gaat verder onder de foto)

De tweede acte kreeg echter een onvoorziene wending. De ambitieuze, structurele hervormingen kregen niet de kans om volledig te wortelen. Na de val van deze eerste coalitie trad de ‘Alkmaarse Stad en Landcoalitie’ aan. In deze nieuwe samenstelling was een belangrijke rol weggelegd voor partijen met een wezenlijk andere visie op zorg en financiën, waaronder de VVD, OPA en SPA.
Met het nieuwe college veranderde de toon en de beleidsrichting. Waar de eerste coalitie de WMO inkomensafhankelijk wilde maken, stelde de VVD in haar programma juist klip en klaar dat gemeentelijke inkomensafhankelijke regelingen voorkomen moesten worden, al moest er wel een reële ‘eigen bijdrage’ blijven bestaan om de kosten beheersbaar te houden.
Het nieuwe coalitieakkoord koos uiteindelijk voor een middenweg: een “ruimhartig en betaalbaar WMO-beleid” waarin gestreefd werd naar géén “stapeling van eigen bijdragen” voor inwoners. (tekst gaat verder onder de foto)

De scherpe randjes verdwenen niet alleen bij de WMO, maar ook bij onderwerpen als de bijstand. Waar VVD en OPA in de campagne nog pleitten voor strenge regels (zoals de strikte verplichting tot een tegenprestatie voor een uitkering), werd de harde campagnetaal in het nieuwe coalitieakkoord ingeruild voor mildere termen over begeleiding en ondersteuning.
De ‘Stad en Landcoalitie’ koos duidelijk voor rust en compromissen (“liever een compromis dan een botsing”) in plaats van een harde ideologische lijn. (tekst gaat verder onder de foto)

Heeft deze politieke stoelendans de Alkmaarder dan niets opgeleverd? Jawel, maar vooral op pragmatisch niveau. Het meest opvallende succesverhaal is dat van de SeniorenPartij Alkmaar (SPA). Hun doelgerichte eisen bleven ook in de nieuwe coalitie overeind. De partij kreeg haar zin met de benoeming van Arie Epskamp (SPA) als coördinerend wethouder voor de Seniorenagenda en WMO. De beloofde seniorenagenda, het seniorenpanel en de uitgebreide digitaliseringshulp in bibliotheken zijn daadwerkelijk gerealiseerd.
Daarnaast is de afstand tussen inwoner en gemeente iets verkleind door de introductie van ‘groene golfambtenaren’ en wijkbudgetten, die bureaucratie moeten verminderen.
Wat sneuvelde in de politieke overgang, waren de grote beloftes die voorafgaand aan de verkiezingen werden gedaan. Het systeem met al zijn hindernissen staat er nog steeds. (tekst gaat verder onder de foto)

Een pijnlijk voorbeeld van een belofte die de veranderende politieke wind niet overleefde, is het schoolzwemmen. BAS (die wél in de eerste, maar haar stempel verloor in de tweede fase) beloofde dat álle kinderen weer via school zwemles zouden krijgen. In werkelijkheid is dit afgezwakt tot een vergoeding via de AlkmaarPas, uitsluitend voor gezinnen met een laag inkomen. Een wezenlijk verschil tussen een universele voorziening en een armoedemaatregel.
De afgelopen vier jaar laten zien hoe een tussentijdse coalitiebreuk de uitvoering van verkiezingsbeloften compliceert. Partijen uit de eerste coalitie konden hun visie niet afmaken, en de tweede coalitie koos voor het bewaren van de lieve vrede en financiële voorzichtigheid.
Is de zorg in Alkmaar mislukt? Zeker niet. De voorzieningen zijn toegankelijker geworden, buurtcentra blijven open en senioren hebben een duidelijkere stem gekregen. Maar wie hoopte op een grote stelselwijziging in de Alkmaarse zorg, kwam bedrogen uit. Wie in een verdeelde raad na een bestuurscrisis iedereen tevreden wil houden, kiest voor ‘zacht bestuur’. En zacht bestuur maakt zelden scherpe keuzes.
