[Beloftechecker] Woonbelofte Alkmaar in 2022 te groot, bouwtempo te laag

Een vergaderruimte met een beeld van een leeuw met een schild op de voorgrond, en meerdere mensen zittend aan tafels op de achtergrond, verlicht door kroonluchters.

Wonen was zonder twijfel hét verkiezingsthema tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. De beloftes buitelden over elkaar heen: sneller bouwen, de doorstroming bevorderen en fors inzetten op betaalbare huizen voor starters en senioren. De torenhoge ambitie om duizend woningen per jaar te bouwen, werd vol trots vastgelegd.

Wie nu de balans opmaakt, ziet een werkelijkheid die schril afsteekt tegen die optimistische campagnefolders. Slechts de helft van het beloofde aantal woningen wordt gerealiseerd. De ware oorzaak ligt niet alleen bij trage procedures, maar vooral in de politieke instabiliteit en de harde breuk van de eerste coalitie die de Alkmaarse woonvisie op z’n kop zette. (tekst gaat verder onder de foto)

Twee mensen staan bij een geopende rode auto voor een hoog gebouw met balkons, terwijl een regenboogvlag zichtbaar is. Op de achtergrond is een parkeerbord te zien en er staat een fiets geparkeerd naast een stapel zand en betonnen constructies.
Woningbouw wordt ook afgeremd door zelf opgelegde regels, zoals een minimale parkeernorm per woning. (foto: Streekstad Centraal)

Na de stembusgang nam in eerste instantie een overwegend progressief blok de leiding. Deze eerste coalitie koos voor een woonbeleid met stevige overheidsregie en een sociaal gezicht. Er werd een ijzersterke norm afgesproken van minimaal dertig procent sociale huur bij nieuwbouw. Om speculanten te weren, wilde dit college de regie pakken via een zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming. De droom was een maakbare stad waar de overheid de markt dicteerde wat en voor wie er gebouwd moest worden.

Een explosief hoofdstuk in dit woondossier vormde echter de opvang van asielzoekers en statushouders, wat fungeerde als de definitieve splijtzwam waardoor deze eerste coalitie klapte. Waar het progressieve stadsbestuur de opvangcrisis zag als een solidaire plicht en stelde dat er structureel meer woningen moesten komen, gooide de nieuwe ‘Stad en Landcoalitie’ het roer na de breuk radicaal om. (tekst gaat verder onder de foto)

Ook asielzoekers en statushouders krijgen een dak boven hun hoofd in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)

Onder druk van partijen als de VVD, die eisten dat statushouders hun voorrangspositie inleverden, werd een hardere koers ingezet: Alkmaar zou voortaan uitsluitend nog voldoen aan de strikte wettelijke verplichtingen.

Toch dwong de werkelijkheid deze behoudende coalitie tot pragmatisch handelen. Zo kwam er een asielzoekerscentrum voor 450 personen aan de Robonsbosweg tot 2030, waar opvallend genoeg ook lokale spoedzoekers tijdelijk op adem kunnen komen. Ook richting de landelijke Spreidingswet nam het huidige college een plichtsgetrouwe, maar gereserveerde houding aan: als de wet in werking treedt, wordt de opvang evenredig verspreid over de wijken, maar Alkmaar zet beslist geen stap extra. (tekst gaat door onder de foto)

Het percentage sociale huur was onderwerp van discussie. (foto: Woonwaard)

Met de entree van partijen als de VVD en OPA in het nieuwe stadsbestuur veranderde de definitie van de Alkmaarse woonbelofte fundamenteel. De strenge eis van dertig procent sociale huur werd overboord gegooid ten gunste van de vrije sector en middenhuur.

De nieuwe coalitie verplichtte ontwikkelaars tot een compromis: vijftien procent sociale huur en vijftien procent sociale koop. Daarmee verdween in de praktijk de garantie op een flinke toename van betaalbare huurwoningen voor de laagste inkomens. Ook de keiharde belofte van coalitiepartij BAS voor de snelle bouw van 250 jongerenwoningen verdampte in het nieuwe akkoord tot een vrijblijvende intentie om ‘flexwoningen’ te stimuleren. (tekst gaat door onder de foto)

Hoogbouw leidt tot weerstand bij omwonenden, waar vanuit de ontwikkelaar en politiek vaak gehoor aan wordt gegeven. (illustratie: aangeleverd)

Deze politieke stoelendans halverwege de rit verklaart grotendeels waarom de uitkomst vandaag zo mager is en grote ruimtelijke keuzes uitbleven. D66 wilde de woningnood oplossen door flink te verdichten met hoogbouw, wat onherroepelijk botste met OPA die de ‘menselijke maat’ predikte. De VVD wilde bouwen in het buitengebied bespreekbaar maken, terwijl anderen het polderlandschap krampachtig wilden beschermen.

Uit angst voor interne botsingen koos de Stad en Landcoalitie voor ‘zacht bestuur’ en mijding van deze scherpe keuzes. Het gevolg: een dramatisch achterblijvend bouwtempo. In plaats van de gedroomde duizend woningen, werden er in 2024 slechts 491 opgeleverd. (tekst gaat verder onder de foto)

De nieuwe woonwijk De Pauw was in De Rijp de belangrijkste nieuwbouwontwikkeling van de afgelopen jaren.

Als de balans wordt opgemaakt, blijkt dat wonen wel bovenaan de agenda staat. Dat zie je terug in het akkoord en in de plannen. Maar de bouwkranen draaien minder hard dan beloofd. Het debat ging over percentages sociale woningen, over hoogbouw of de menselijke maat, over jongerenwoningen en seniorenlabels. Maar uiteindelijk telt maar één ding: hoeveel huizen er echt bijkomen.

Voor veel Alkmaarders verandert er voorlopig weinig. Wie zoekt, wacht. Wie wil doorstromen, wacht. Wie hoopt op een betaalbare huurwoning, wacht. De belofte was versnelling. De uitvoering blijft achter. En zolang het tempo niet omhoog gaat, blijft voor veel Alkmaarders hetzelfde woord centraal staan: wachten.