Een dorpshuis is onmisbaar, vinden dorpelingen uit Egmond-Binnen én de gemeente Bergen. De toekomst van dat dorpshuis werd deze week zeker gesteld door een officieel moment, waarbij handtekening werden gezet. “We gaan formeel van start met de nieuwbouw.”
Dat zegt wethouder Ernest Briët van Bergen, die het onderwerp vastgoed in zijn portefeuille heeft. Hij liet weten blij te zijn met deze nieuwe stap, die voor de kleine kern Egmond-Binnen toch van wezenlijk belang is. “We gaan de plannen die we met de stichting hebben gemaakt nu echt uitvoeren. De benodigde vergunningen zijn verleend.”
De kern van het plan is nieuwbouw van dorpshuis én sporthal. Zo komen verschillende functies samen op dezelfde plek samen: dorpshuis De Schulp, een
gezondheidscentrum, het jongerencentrum JOEB en een openbare ruimte voor sport en evenementen. De gemeente Bergen zorgt door de aankoop van het dorpshuis voor de financiële onderbouwing.(tekst gaat door onder de foto)
Het ontwerp van de nieuwbouw.
Maarten Gozeling, voorzitter van De Schulp, toonde zich gelukkig met het officiële startschot. “We hebben er als bestuur jaren aan gewerkt”, blikt hij terug. “Het begon met het plan om De Schulp zelf te vernieuwen, te verduurzamen en uit te breiden. Daar kwamen in de loop der tijd andere organisaties en voorzieningen bij. We zijn er trots op dat het gelukt is om dit met zijn allen voor elkaar te krijgen.”
De uitvoering ligt bij Pronk Bouw B.V. “Die gaat het dorpshuis bouwen en de sporthal renoveren”, zegt de wethouder.
Daarmee is de toekomst van De Schulp voor de komende dertig jaar veilig. In de woorden van Gozeling ‘een mooie en herkenbare plek blijft voor verbinding en ontmoeten in onze hechte gemeenschap’.
Dijk en Waard verlengt de opvang van asielzoekers in Hotel Heer Hugo in Heerhugowaard opnieuw met een jaar. Ongeveer vijftig asielzoekers mogen daar blijven tot 8 mei 2027. Tegelijkertijd maakt het college van burgemeester en wethouders duidelijk dat nieuwe verzoeken van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor extra opvang in het hotel niet zullen worden gehonoreerd.
De noodopvang in Hotel Heer Hugo bestaat sinds september 2022 en is sinsdien vaker verlengd. Het COA gebruikt hotels in het hele land omdat de opvangcentra vol zitten en er te weinig plekken zijn voor asielzoekers. Ook in andere plaatsen in de regio worden hotels tijdelijk gebruikt voor noodopvang.
Volgens de gemeente verloopt de opvang in Heerhugowaard goed. Zowel het COA, de eigenaar van het hotel als de gemeente zijn tevreden over de samenwerking. In het hotel verblijven vooral gezinnen en stellen. Medewerkers van het COA zijn regelmatig aanwezig om bewoners te begeleiden en hulp te bieden.
Met de verlenging wil de gemeente bijdragen aan het verminderen van het landelijke tekort aan opvangplekken. Tegelijk wil het college duidelijkheid geven over de grenzen van de opvang in Hotel Heer Hugo. Daarom is in het besluit vastgelegd dat nieuwe verzoeken van het COA voor extra opvang op deze locatie niet worden ingewilligd.
De gemeente blijft verantwoordelijk voor het onderwijs aan kinderen die in het hotel verblijven. Scholen in de regio verzorgen dat onderwijs al en verwachten geen problemen als de opvang nog een jaar doorgaat. De zorg voor de bewoners wordt geregeld en betaald door het COA.
De opvang in het hotel blijft volgens de gemeente een tijdelijke oplossing. De situatie is nog steeds in strijd met het bestemmingsplan, omdat een hotel geen woonbestemming heeft. Daarom werkt de gemeente met een zogenoemde gedoogbeschikking, die nu opnieuw met een jaar wordt verlengd. Tot nu toe zijn er volgens de gemeente geen klachten of zorgelijke signalen ontvangen van omwonenden.
De matige opkomst van jongeren bij Kieskompas Live was voor Carmen Bosscher van Beter voor Dijk en Waard een trigger om jongeren te vragen om háár uit te nodigen in plaats van andersom. Die oproep leverde een uitnodiging van Artquake op. Aan een tafel in hun ‘thuis’ spraken de jongeren zich uit over frustraties, gemiste kansen en het gevoel dat de gemeente ze eerder tegenwerkt dan ondersteunt. “Hoeveel harder moeten we nog ons best doen?”
De grootste zorg is meteen duidelijk: hoe lang kunnen ze nog doorgaan? Artquake is een creatieve broedplaats waar jongeren samen muziek maken, optredens organiseren en werken aan kunstprojecten. Een podium, een atelier en vooral: een gemeenschap.
De organisatie draait volledig op vrijwilligers en heeft geen vaste subsidie. Iedere maandag is er overleg, er worden evenementen georganiseerd en het pand wordt opgeknapt – allemaal naast studie, werk en school. “Het is eigenlijk een 40-urige werkweek. En dan weten we niet eens of we over een jaar nog in dit pand mogen blijven.” (tekst gaat door onder de foto)
De aanwezige jongeren konden maandagavond hun frustraties en zorgen delen met raadslid Carmen Bosscher, die aangaf hun signalen serieus te nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Het pand dat ze nu gebruiken heeft officieel een onderwijsbestemming. Zolang het onderwijs de ruimte niet nodig heeft, mag Artquake er zitten. Maar als dat verandert, moeten ze binnen drie maanden vertrokken zijn. Een alternatief is er niet. “Als we straks weg moeten, is alles voor niks geweest.”
Het gebrek aan toekomst vreet energie. “Mensen zeggen: waarom zou ik nog investeren in het opknappen van dit pand als we niet weten of we mogen blijven? Er is geen alternatief. En als we ernaar vragen, krijgt het geen urgentie.”
Een belangrijk pijnpunt is de verdeling van subsidies en het gebrek aan financiële ondersteuning. De jongeren wijzen naar cultuurinstelling COOL, die wel structureel subsidie ontvangt. “COOL is voor ons helemaal niet bekend. Wij hebben aantoonbaar het bereik onder jongeren. Waarom krijgen zij dan wel subsidie en wij niet? Het voelt soms als vriendjespolitiek.” (tekst gaat door onder de foto)
De jongeren hebben bij Artquake veel mogelijkheden om creatief bezig te zijn. Zo wordt het echt een plek waar ze zich thuisvoelen. (foto: aangeleverd)
Volgens de jongeren ontstaat zo een scheve situatie. “COOL komt naar ons toe omdat wij het bereik hebben. Maar zij hebben het geld. Wij organiseren open activiteiten zonder contributie, zodat er geen drempel is. Maar juist omdat wij geen inkomsten hebben, krijgen we ook geen structurele steun.” De jongeren begrijpen dat er beperkte budgetten zijn, maar vinden de verdeling oneerlijk. “De plekken waar jongeren écht willen zijn, krijgen niet de middelen die nodig zijn om te groeien.”
Wat misschien nog wel zwaarder weegt dan geld, is het gevoel niet gezien te worden. In een onderzoek naar het tekort aan jongerenplekken in Heerhugowaard werd Artquake niet eens genoemd, terwijl jongeren hun plek juist wél aandroegen. “Dat doet pijn,” zeggen ze. “We bestaan blijkbaar niet in het verhaal.”
Artquake is meer dan een repetitieruimte of atelier voor de jongeren. Het is een gemeenschap. “Dit is niet één lesje en weer naar huis. Dit is een vriendengroep. Voor veel jongeren voelt dit als een thuis.” Zeker na corona is de sociale functie volgens hen essentieel. “Je ziet hoe belangrijk het is dat jongeren elkaar weer kunnen opzoeken. En dan voelt het alsof dat naar beneden wordt gedrukt.” (tekst gaat door onder de foto)
Artquake heeft nu een mooie plek in een leegstaand schoolgebouw, maar het is onzeker hoe lang, en of de jongeren hun plek daar kunnen houden. (foto: aangeleverd)
Volgens de jongeren ontbreekt het in Heerhugowaard aan een plek waar zij kunnen optreden of uitgaan. “Heerhugowaard staat bij jongeren bekend om Middenwaard, meer niet. Voor een leuke avond moet je naar Alkmaar. Dan denken mensen al snel: laat maar zitten. Er is niks om op te treden. Geen echte uitgaansplek.”
Juist daarom proberen zij zelf evenementen te organiseren: kleine festivals, live muziekavonden en creatieve bijeenkomsten. “Niemand anders in de buurt doet dit op deze manier.” Meer samenwerking zou volgens de jongeren veel mogelijk maken. “Als we beter samenwerken met andere partijen, kunnen we veel leukere dingen organiseren.” Maar dan moet er wel ondersteuning en ruimte zijn.
Naast geld en ruimte speelt communicatie een grote rol. Jongeren vertellen over aanvragen waarop maandenlang geen reactie komt, beloftes die niet worden nagekomen en gesprekken waarin hun plannen direct worden afgeschoten. “Dan ben je er maanden mee bezig en hoor je niks meer. Dat is zo jammer. Als er duidelijk ‘nee’ gezegd wordt, dan weet je waar je aan toe bent.” (tekst gaat door onder de foto)
In 2022 overhandigden jongeren van Artquake een petitie voor het voortbestaan aan burgemeester Maarten Poorter, maar tot op heden is er niks veranderd aan de situatie. (foto: Streekstad Centraal)
De jongeren hopen in Carmen Bosscher een bondgenoot te hebben gevonden. Haar oproep om hun zorgen te delen, was voor de jongeren aanleiding om hun verhaal te doen. Carmen geeft aan dat dit soort gesprekken vaker gevoerd moeten worden, juist omdat jongeren zelf het beste weten wat er speelt.
Hun boodschap aan de gemeente is helder: investeer in wat er al is. “Wij houden jongeren bezig. We bieden een plek waar creativiteit en muziek centraal staan. Dat is geen luxe, dat is een noodzaak. Niemand anders in de buurt doet dit op deze manier. Waarom wordt de groei van zoiets moois dan afgeremd?”
Nu nog kaal, straks vol met biologisch geteelde bloemen. Boerenfamilie Pepping en de gemeente Bergen zijn een pilot gestart op een stuk grond langs de Egmonderstraatweg. Waar ooit een voetbalclub was bedacht, groeit straks bloemenpracht. “Jullie hadden een hele mooie leus en dat was: geen ballen maar bollen”, zei wethouder Ernst Briët daarover nog tijdens zijn speech.
Maandag werd het twaalf jaar durende onderzoeksproject voor biologische bollenteelt afgetrapt. Er werden al bollen geteeld op de 7,5 hectare grond, maar vanaf nu gebeurt dat op biologische wijze.
“We zijn bij de gemeente bezig met een zoektocht naar het zetten van stappen richting een meer circulaire economie en naar duurzamere landbouw. Ook zoeken we naar hoe de bollenteelt en gezondheid in goede balans blijft. We zien een uitgelezen kans om op deze plek praktijkonderzoek te doen”, houdt Briët de toehoorders voor. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Ernst Briët, links met microfoon, vertelt tijdens de aftrap van de pilot over de achtergronden het biologische teeltproject in Egmond. (foto: Streekstad Centraal)
Vader en Zoon Pepping wilden daar wel in meegaan, ze wilden toch al uitbreiden. Maar biologisch telen is niet eenvoudig en voorlopig sowieso een stuk duurder. Gemeente Bergen helpt door de grond in ieder geval drie jaar lang voor iets dan een euro per hectare te verpachten. bodemonderzoeken te betalen en een expert in te schakelen.
Die expert is Anthon Bom. Bom teelt al twintig jaar biologische gewassen in Zeeland en vijf jaar terug startte hij met bollen. Hij heeft dus al veel geleerd. En, vertelt Bom, inmiddels is er een groep telers die onder de naam Biobol kennis met elkaar deelt. “Daar gaan we Jan zeker bij betrekken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jan Pepping (links) wordt bijgestaan door biologische teeltexpert Anthon Bom. (foto: gemeente Bergen / Habro Fotografie)
Jan Pepping is blij met alle steun. “Er komen steeds meer regels voor de teelt. Hopelijk kunnen wij door deze pilot in de toekomst een stap voor zijn op de rest. Biologisch is namelijk echt een andere manier van telen. Het produceren van biologische bollen kost veel meer land en je hebt gewoon meer kans op een misoogst”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Biologische bollen moeten gecombineerd worden met andere gewassen voor een gezonde bodem, legt de bollenteler uit, er is slechts een beperkt aantal biologische bestrijdingsmiddelen en soms zijn die minder effectief.
Heel belangrijk voor Pepping is dat hij sowieso één grote afnemer heeft. Consumenten lopen niet echt warm voor biologische bollen vanwege de prijs. “Het zijn vooral gemeenten die vragen naar biologische bollen. Ja, Bergen heeft al de toezegging gedaan.” Even later voegt wethouder Ernst Briët toe dat hij andere gemeenten binnen de BUCH misschien ook wel zo ver kan krijgen. (tekst gaat verder onder de foto)
De aftrap van de pilot verplaatst zich van de bollenschuur naar de bollenvelden. Op de voorgrond Peppings grond, voorbij de greppel de gemeentegrond waarop dit gebeurt. (foto: Streekstad Centraal)
Op zijn eigen grond zal Pepping voorlopig nog niet biologisch gaan. Wel heeft hij de afgelopen jaren al grote stappen gezet. “Als je het vergelijkt met dertig jaar geleden, dan gebruiken we al 95 procent minder chemische bestrijdingsmiddelen. Hopelijk kunnen we in de toekomst helemaal zonder.”
Er moet meer woonruimte komen in het centrum van Uitgeest. Daar maakt de gemeente zich hard voor en dus was wethouder Jan Schouten maandag van de partij toen de sloop van De Meet begon. Dat betekent het startsein van het project ‘De Strandwal’ en om dat moment kracht bij te zetten kroop de wethouder zélf in de sloopkraan.
Want slopen, dat is in dit geval ruimte scheppen voor de toekomst, ziet wethouder Schouten. “Met De Strandwal voegen we 49 koopwoningen toe aan het aanbod, met een mix in grootte en prijsklasse, waaronder 24 sociale koopwoningen”, blikt hij vooruit. “Daarmee versterken we de doorstroming en de leefbaarheid in ons dorp.”
De vroegere sporthal maakt dus plaats voor een eigentijds appartementencomplex. Die stap past in een bredere ontwikkeling. Het centrum is en blijft een plek voor openbare functies, maar er moet ook gewoond kunnen worden. De gemeente wil juist woningen in de nabijheid van de voorzieningen toevoegen.
De werkzaamheden zijn nu dus begonnen met de ‘circulaire sloop’ van De Meet. Ook de naastgelegen apotheek maakt plaats. De materialen die vrijkomen, zoals beton, glas, hout en staal, worden gescheiden en geschikt gemaakt voor hergebruik in nieuwe projecten.
De gemeente Alkmaar mag doorgaan met de invoering van een digitaal systeem voor ruim 1.400 straatprullenbakken. Dat heeft de rechter bepaald in een kort geding dat was aangespannen door technologiebedrijf Mic-O-Data uit Hengelo. De rechter oordeelde dat de aanbesteding correct is verlopen en wees alle bezwaren af.
Met het project wil Alkmaar het legen van afvalbakken slimmer en efficiënter organiseren. In plaats van vaste routes gaan voertuigen straks alleen nog op pad wanneer dat nodig is. Sensoren in de prullenbakken meten continu hoe vol ze zijn. Zodra een bak bijna vol is, krijgt Stadswerk072 automatisch een melding.
De nieuwe aanpak moet een einde maken aan het huidige systeem waarbij afvalwagens volgens vaste schema’s rijden. Dat betekent dat sommige bakken worden geleegd terwijl ze nog halfvol zijn, terwijl andere juist overstromen tussen twee ophaalmomenten in. Door realtime inzicht in de vulgraad kunnen routes dynamisch worden samengesteld.
Deze aanpak levert volgens de gemeente minder verkeersbewegingen, minder inzet van personeel en een lagere CO₂-uitstoot op. Vooral in drukke winkelgebieden moet dit zorgen voor een efficiëntere en schonere werkwijze. (tekst gaat door onder de foto)
De nieuwe straatprullenbakken moeten te volle afvalbakken tegengaan. (foto: Handhaving Alkmaar)
Op locaties waar veel bezoekers komen, zoals het centrum en winkelgebieden, worden daarnaast tientallen afvalbakken met een ingebouwd persmechanisme geplaatst. Deze persen het afval samen, waardoor er tot vijf keer meer in past dan in een reguliere prullenbak. Dat moet helpen om zwerfafval rond overvolle bakken te beperken.
Het digitale systeem ondersteunt chauffeurs met geavanceerde routeplanning. Op werkdagen ontvangen zij via navigatiesoftware automatisch de meest efficiënte routes langs volle afvalbakken. (tekst gaat door onder de foto)
Een bekend beeld: een meeuw die afvalzakken openmaakt.
De invoering van het systeem liep vertraging op doordat Mic-O-Data bezwaar maakte tegen de gunning van de opdracht aan TWS Benelux uit Breda. Volgens het Hengelose bedrijf zou de winnende partij niet zelfstandig voldoen aan bepaalde certificeringseisen op het gebied van informatiebeveiliging. Mic-O-Data eiste dat de gemeente de gunning zou terugdraaien en dreigde met een dwangsom van 750.000 euro als dat niet zou gebeuren. De rechter ging daar niet in mee.
Volgens de oorspronkelijke planning moet de digitalisering medio 2026 zijn afgerond. Of die planning nog wordt gehaald na de juridische procedure is op dit moment niet duidelijk.
Een gasvullocatie, zij het al even niet meer in gebruik, gold in de Alkmaarse wijk Overstad nog als een ‘hindercontour’. Ofwel, op papier een belemmering voor verdere ontwikkeling van deze woningbouwlocatie. Met hulp van het rijk nam de gemeente Alkmaar deze gasvullocatie over van tankstation Fieten, dat in de toekomst als onbemand station verdergaat.
Het is een woord dat niet iedere Alkmaarder dagelijks in de mond zal nemen: hindercontour. Maar voor de planners van de nieuwe woonwijk op Overstad was het toch bepaald geen betekenisloze term. Want op Overstad, ooit ingericht als bedrijventerrein, was nog zo’n typische belemmering aanwezig.
Die belemmering van verdere ontwikkeling was een terrein dat nog aangewezen was als gasvullocatie. Al was die dus niet meer in gebruik: “Per 1 juli 2025 is de verkoop van LPG en de verkoop van butaan- en propaangasflessen beëindigd”, bevestigt Fieten Olie, die twee jaar geleden het bekende tankstation overnam van HGA.
“Op donderdag 26 februari 2027 is de grond waarin de voormalige LPG-installatie zich bevindt, op verzoek van de gemeente Alkmaar, officieel overgedragen. Hiermee kan de gemeente verder met haar gebiedsontwikkeling.” (tekst gaat door onder de foto)
Een ‘Kansenkaart’ van Overstad (beeld: gemeente Alkmaar)
En dat is dus gebeurd. “Dit is echt een belangrijke stap vooruit”, duidt wethouder Lars Ruiter. “Door het wegvallen van de hindercontour zijn we in staat om circa 900 van de in totaal 2.300 geplande woningen in Overstad te realiseren.”
De herontwikkeling van Overstad is een project van de lange adem, maar moet er uiteindelijk wel toe leiden dat het oude bedrijventerrein verandert in een groene en afwisselende woonwijk. Zónder gasvulpunt dus, maar Fieten Olie blijft wel aanwezig in de vorm van een onbemand tankstation.
Al jaren klinkt vanuit de oostzijde van Heiloo de roep om geluidswering langs de A9. De gemeente hoort de roep van de inwoners, maar wil dat Rijkswaterstaat er voor betaalt. Die weigerde omdat het geluid vanaf de snelweg bij eigen metingen binnen de gestelde normen bleef. Heiloo was skeptisch en liet zelf geluidsonderzoek uitvoeren. De uitslag viel tegen.
De Heilooër gemeenteraad hoopte dat het eigen onderzoek zou aantonen dat Rijkswaterstaat toch echt voor geluidswering moet zorgen. De raad vond het belangrijk genoeg om de gemeentelijke portemonnee voor te trekken en er 20 mille uit te halen. Rijkswaterstaat en ook de Omgevingsdienst wilden het onderzoek namelijk níet doen.
En de uitslag van het eigen onderzoek is een domper, laat burgemeester Mascha ten Bruggencate weten: het gemeten geluid vanaf de A9 overschreed de wettelijke norm nét niet. (tekst gaat verder onder de foto)
Op drie locaties zijn geluidsmetingen gedaan, waaronder een achtertuin aan het Groot Berlaken. (foto’s: Peutz BV)
Omdat het Rijk de geluidswering niet wil betalen, had de gemeente ook de provincie al aangekeken. Maar zonder de wettelijke noodzaak gaat ook de provincie geen geld inleggen, liet gedeputeerde Anouk Gielen vorige maand al weten. Einde verhaal dus? Nee, er is nog wel een aller-, allerlaatste strohalm voor de inwoners van Heiloo, aldus burgemeester Ten Bruggencate.
Gielen zei namelijk ook dat de provincie een nieuwe verkenning zal starten naar de haalbaarheid van een geluidswering met zonnepanelen erop, gekoppeld aan een toekomstvisie voor de Boekelermeer waar nu druk aan wordt gewerkt.
Heiloo, Alkmaar en de provincie hebben daarin vastgelegd dat ze rekening houden met de inwoners van Heiloo. Ze erkennen dat met name Plan Oost geluidsoverlast ervaart van de A9 en dat het geluidsniveau – hoewel dit onder de norm blijft – ‘significant’ hoger is dan wat de World Health Organisation gezond vindt. De leefomgeving staat echt onder druk, is te lezen.
Het is niet duidelijk wanneer die ontwikkelingsvisie in aantocht is. Tot dan zal Plan Oost moeten afwachten hoe het zit met die laatste strohalm.
Bomen weg, bomen terug. Want waar gehakt wordt, wordt ook geplaatst, zo vindt de gemeente Alkmaar. Dus verschenen deze week de eerste van 25 boombakken die Stadswerk072 tijdelijk plaatst van de Geesterweg tot aan de bibliotheek bij de Grote Kerk. De bakken zijn tijdelijk, maar de bomen niet, die komen uiteindelijk gewoon in de grond te staan.
Stadswerk zet tien boombakken op de stoep van de Geesterweg, en nog eens vijftien boombakken op de stoep van de Bergerbrug tot aan de Grote Kerk. “Een voorproefje”, noemt de gemeente de aankleding van de wandelroute tussen het station en de binnenstad. Samen met nog eens dertien bomen worden ze aan het einde van dit jaar rond de Bergerhoutrotonde geplant. Dat planten gebeurt wanneer de reconstructie klaar is. (tekst gaat verder onder de foto)
“Door de route naar de stad aan te kleden met deze bomen is een belangrijke stap gezet naar een aantrekkelijker en klimaatvriendelijker Alkmaar”, aldus wethouder Christiaan Peetoom. “De nieuwe boombakken vormen niet alleen een mooie entree naar het centrum, maar versterken ook de verbinding met de Bergerhoutrotonde. Zo bouwen we stap voor stap aan een groene en verkeersveilige stad waar bewoners en bezoekers zich welkom voelen.” Toe maar.
De gemeente heeft beloofd dat bomen die weg moeten vanwege ziekte of werkzaamheden worden gecompenseerd. Zo gezegd, zo gedaan. En de zestien langs de Geesterweg gekapte bomen waren al wat groter, dus ongeveer het dubbele aantal planten lijkt dan wel op z’n plek. Vandaar in totaal 38 nieuwe bomen.
De bakken waar ze nu nog in zitten hebben een zitje en zijn lokaal gemaakt van gebruikt hout en duurzame materialen in een sociaal project, Win, win, win. We zagen vergelijkbar bakken al eerder verschijnen bij het tijdelijke bos in de Mare. (tekst gaat verder onder de foto)
De boombakken die worden geplaatst zijn meteen een kleine bank. (foto: Stadswerk072)
De herinrichting de Bergerhoutrotonde staat gepland tussen mei en augustus. De herinrichting zal de veiligheid flink verbeteren, vooral voor fietsers. Ook de soms chaotische aanvoelende aansluiting van de Bergerweg op de Geestersingel en het Scharlo komen in de tweede helft van dit jaar aan de beurt.
De vier gemeenten in de BUCH kregen vorig jaar aanzienlijk meer aanvragen om informatie met een beroep op de Wet Open Overheid (Woo). In 2024 bleef het bij 94 verzoeken, in 2025 was dat al gestegen tot 134. Een stijging van 43%. Van alle Woo-verzoeken bij de BUCH gemeenten, komen de meeste binnen bij Bergen. Vorig jaar moesten de ambtenaren daar aan de slag met 47 Woo-aanvragen. De stijging past in een landelijke trend.
De Wet Open Overheid trad in 2022 in werking. Overheidsorganen moeten een Woo-verzoek volgens de wet binnen vier weken afhandelen. Zonodig kunnen ze die termijn nog verlengen met twee extra weken. Maar de meeste aanvragers moeten bij de vier BUCH-gemeenten langer wachten.
Ondanks het hoogste aantal aanvragen gingen de verzoeken in Bergen wel het snelst door de pijplijn. De gemiddelde wachttijd was daar met 12 weken het kortst. Iets meer geduld was nodig in Heiloo bij de 30 aanvragen, het gemiddelde verzoek was daar in 2025 na 14 weken afgehandeld. (tekst gaat verder onder de foto)
Woo-aanvragen bezorgen ambtenaren van de BUCH handenvol werk, en het gaat soms zelfs ten koste van het plezier in het werk. (foto: Streekstad Centraal)
De gemiddelde doorlooptijd was in het verleden al het langst in Castricum, en dat is niet veranderd. Driekwart van de aanvragen werd daar niet binnen de wettelijke termijn beantwoord. Daar is de gemiddelde wachttijd in 2025 voor de 29 nieuwe aanvragen verder opgelopen naar 23 weken.
In Uitgeest was de gemiddelde wachttijd voor de 28 aanvragen vorig jaar achttien weken. De wachttijd bij de BUCH-gemeenten heeft volgens een woordvoerder niks te maken met de gemeente, maar vooral te maken met de complexiteit en uitvoerigheid van de aanvraag. Sommige inwoners van gemeenten dienen ingewikkelde aanvragen in, en die kosten veel tijd.
De woordvoerder meldde donderdag dat de BUCH nog geen verklaring heeft voor de toename van het aantal verzoeken in 2025. Er doen wel een aantal verklaringen de ronde voor de landelijke trend. Zo wordt gesteld dat het publiek zich meer bewust is van het recht op informatie, mede door maatschappelijke discussies over de betrouwbaarheid van de overheid. Veel overheidsorganisaties hebben ook last van gespecialiseerde bureaus of actiegroepen die omvangrijke verzoeken indienen. (tekst gaat verder onder de foto)
Het depot van gemeentelijke archiefstukken bij het Regionaal Archief Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
De ambtelijke organisatie wordt zoveel mogelijk geholpen door automatisering en technologie, maar toch komt er bij elke aanvraag nog veel handwerk kijken. Als de aangevraagde documenten eenmaal zijn gevonden en vertrouwelijke informatie is weggelakt, dan kunnen alle documenten straks met nieuwe technologie volautomatisch openbaar worden gemaakt via het speciale Woo-loket.
Daarvoor is een samenwerking aangegaan met het Regionaal Archief Alkmaar. Daar wilde de BUCH vanaf december de kleinere WOO-verzoeken al openbaar maken, maar daar bleek een technisch probleem roet in het eten te gooien, zo werd deze week bekend. (tekst gaat verder onder de foto)
Het woo-loket is sinds december in de lucht, maar er zijn nog niet veel geopenbaarde documenten te vinden door een technisch probleem. (foto: aangeleverd)
“Het oplossen heeft meer tijd gekost dan verwacht, mede omdat deze werkwijze voor beide partijen nieuw is”, zo licht de woordvoerder van de BUCH toe. Het lijkt nu verholpen. Deze week wordt nieuwe data aangeleverd, “waardoor maandag alles weer correct én gevuld is.” De BUCH benadrukt dat het oplossen van het probleem te danken is aan de gezamenlijke inspanning van alle samenwerkende partijen.
Als dat pioniersproject weer op rolletjes loopt, kunnen de samenwerkende partijen zich richten op de grotere en complexere Woo‑verzoeken. “Die bereiden we vanaf het derde kwartaal van 2026 voor”, meldt de woordvoerder. “Voor deze categorie willen we zorgvuldig te werk gaan, net zoals bij kleinere verzoeken. Het verschil is dat omvangrijke Woo‑verzoeken veel meer documenten bevatten.”
“Het verzamelen, beoordelen en verwerken daarvan kost meer tijd, waardoor deze verzoeken later worden opgepakt. Omdat hiervoor op dit moment nog geen wettelijke verplichting geldt, benutten we de tijd om het proces goed en duurzaam in te richten.”