Enthousiaste bezoekers, in volgeboekte zalen, die eigenlijk helemaal geen echte zalen waren: dat was in het kort ‘Vest over de vloer’. Niet in theater De Vest, maar op andere bijzondere plekjes in Alkmaar klonk dit weekend klassieke muziek. Daar konden liefhebbers kosteloos van genieten.
“Geweldig dat Alkmaar dit voor elkaar heeft gekregen”, oordeelt een bezoeker dankbaar. Het is bepaald geen vanzelfsprekendheid dat mensen op zo’n laagdrempelige manier van klassieke muziek kunnen genieten, betoogt ze, daarom is het zo mooi dat dit in Alkmaar wél lukt: “Het is eigenlijk een beetje ondergeschoven… Wegbezuinigd in het hele land.”
Maar niet in Alkmaar dus en dat is mede te danken aan de inspanningen van Elianne van Diepen van Theater De Vest. Het is dat theater dat voor de organisatorische kant zorgde, maar de speellocaties waren dus anders – van kerk tot smalste pandje. (tekst gaat door onder de foto)
Muziek in de wel heel intieme setting van het ‘smalste huisje’ (beeld: Streekstad Centraal)
“We vinden het heel leuk om het publiek te verrassen met nieuw aanbod”, vertelt Van Diepen aan Streekstad Centraal. “Mensen kunnen op verschillende locaties in de stad kennismaken met mensen die muziek maken die je misschien zelf niet kent.”
Het aanbod is veelzijdig en ook wel meer dan klassiek alleen. Een vertrouwd instrument met net even andere effecten, invloeden van jazz – ‘cross-over’ in de woorden van Van Diepen. Die veelzijdigheid maakte Vest over de vloer voor een breed publiek interessant.
Dat publiek kwam dan ook in groten getale, de voorstelling waren uitverkocht – bij wijze van spreken dan, want ze waren dus gratis. Bij de deuren van de speellocaties verzamelden zich op de dag zelf nog andere geïnteresseerden die hoopten dat het wat grauwe weer mensen tegen zou houden om te komen, zodat er toch nog een plekje voor hen te vinden zou zijn. Dat laat mooi zien dat er echt nog wel behoefte bestaat aan laagdrempelige klassieke muziek.
De voorstellingen waren goedbezocht (beeld: Streekstad Centraal)
Popelmanspoort. Popmansbrug. Nieuwlanderhek. De nieuwe ‘oude’ stadspoort van Alkmaar heeft heel wat verschillende namen. Toch was deze plek lange tijd een beetje vergeten. Vrijdagmiddag heropende de poort die Ben Bijl ooit in het coalitieakkoord wist op te nemen. “Hij kijkt vast van boven mee.”
Dat zei wethouder Lars Ruiter, die de officiële opening mocht verrichten. “Maar hoe we het nou gaan doen, we zijn al drie keer van plan veranderd”, verzucht hij kort voor de klok van 13:00 uur. Op de uitnodig stond: binnenstadszijde. Maar de koffiekar blijkt aan de andere kant van het water te staan.
De verzamelde fotografen geven uiteindelijk de doorslag. Want de oude regel blijft: liever niet tegen de zon in fotograferen. Die zon was volop aanwezig. Misschien toch een interventie van de door de wethouder al genoemde Ben Bijl, die het idee om dit sierlijke hek terug te brengen, op deze plek, zo enthousiast omarmde. (tekst gaat door onder de foto)
Als eersten door de ‘historische’ poort (foto: Streekstad Centraal)
Voor het officiële moment hadden zich behalve fotografen ook stadsgidsen verzameld. Want dit mooie nieuwe stukje Alkmaar, dat kan natuurlijk zomaar eens een hoogtepuntje van toekomstige rondwandelingen worden, redeneerde de gemeente.
Daarmee zou een klein historisch onrecht hersteld worden, vertelt Anne Pauptit, monumentenadviseur van de gemeente. “Dit is een van de oudste ingangen van Alkmaar. De poort lag oorspronkelijk wel wat verder natuurlijk, aan de Oudegracht. Toen de stad uitbreidde kwam hier een nieuwe poort met daarbij dus een hek. Dat laatste brengen we nu terug.”
Lang ging alle aandacht van historici en liefhebbers uit naar ándere poorten. Want wie heeft er niet gehoord, van het vechten aan de Friese poort… “We hadden maar één oude foto van wat hier heeft gestaan. Een vage herinnering. Door deze actie komt deze plek weer terug in de spotlights. Zo maken we erfgoed een beetje zelf.” (tekst gaat door onder de foto)
Aannemer Pieter van Dijk naast een tegen de zon in kijkende wethouder Lars Ruiter (foto: Streekstad Centraal)
Voor het lintje dan écht kan worden doorgeknipt, doet ook de aannemer nog een woordje. Pieter van Dijk van Oosterhof Holman uit Harlingen – daar mag ‘koninklijke’ voor, zegt hij niet zonder trots – vond dit toen hij er voor het eerst van hoorde meteen al een geweldig project. “Zo nu en dan kom je een opdracht tegen waarvan je denkt: já, dat is mooi, dat is interessant.”
Hij is Stadswerk072 dan ook dankbaar dat de opdracht uiteindelijk aan hem en zijn team gegund werd. “Het is technisch ook gewoon interessant. De basis is een stalen kern, waar alles aan is vastgemaakt. Daaromheen de poort. Van Frans eikenhout, kwartiers gezaagd. Dat ligt niet bij de bouwmarkt om de hoek.”
Van Dijk weet waarover hij praat en is oprecht enthousiast. Tegelijk snapt hij dat het voor de omwonenden, die wekenlang naar de afsluiting keken, een vreemde gewaarwording was dat die hele poort er zomaar in één dag stond. “Maar daar ging dus wel wat werk aan vooraf”, lacht hij. (tekst gaat door onder de foto)
Buurtbewoners Leonie en Nanda (foto: Streekstad Centraal)
Die omwonenden, die hadden er natuurlijk wel even hinder van. “Ja, het zit er toch ingebakken, om even over deze brug te fietsen. Dat kon nu even niet”, bevestigt buurvrouw Nanda van den Ham. Overigens niet iemand die zich door een beetje water laat tegenhouden, dus ze klaagt niet. “Nee, zeker niet, ik ben er juist blij mee. Leuk voor ons buurtje.”
Want dat buurtje, aan weerszijden van het water, dat is ondanks het tijdelijk wegvallen van de verbinding hecht en gezellig, vult Leonie Stam aan. “Ik loop hier normaal elke ochtend met de hond over. Kijk, daar staat ie, aan de overkant. Dit stukje stad is net een dorp.”
De buurtbewoners, Stadswerk-medewerkers, gidsen én politici genieten nadat de verbinding dan eindelijk, écht officieel, hersteld is, van de koffie en het praatje. Want uiteindelijk is dat wat op deze zonnige vrijdag nog het meest in de spotlights stond: dat we allemaal samen Alkmaar werkelijk een beetje mooier kunnen maken. Dat hek gaat nooit meer dicht.
Op de grond lagen nog de hekken die de brug een tijdje hadden afgesloten (foto: Streekstad Centraal)
Wie de Grote Kerk in Alkmaar binnenloopt, ziet het beroemde koorgewelf met de schildering ‘Het Laatste Oordeel’ hoog boven zich hangen. Zo hoog zelfs dat de meeste bezoekers het kunstwerk alleen van een afstand kunnen bekijken. Toch is het straks weer mogelijk om met je neus op het schilderij te staan, net als in 2018 tijdens de Klim Naar De Hemel. Deze keer niet via een steigerconstructie, maar met een VR-bril.
De Grote of Sint-Laurenskerk, zoals het cultuurhuis officieel heet, is deze week tijdelijk veranderd in een soort onderzoekslaboratorium. Op bijna dertig meter hoogte werken onderzoekers van het Utrecht University ArtLab aan een uiterst nauwkeurige digitale kopie van het zestiende-eeuwse gewelf.
Een van de vele pronkstukken van de kerk is de in 1518 geschilderde gewelfschildering door Jacob Cornelisz. van Oostsanen. Het wordt in kunstkringen beschouwd als een van de belangrijkste schilderingen van de Noordelijke Nederlanden.
In het jubileumjaar 2018 konden bezoekers nog via de speciale steigers van Klim Naar De Hemel dicht bij de schilderingen komen. Maar de techniek waarmee onderzoekers nu werken, bestond toen nog nauwelijks. “Die technieken zijn in de afgelopen jaren heel snel gegaan,” vertelt universitair docent digitale kunstgeschiedenis Sanne Frequin terwijl boven haar hoofd onderzoekers de digitale opnames maken vanuit een klein bakje hoog in de kerk. (tekst gaat verder onder de foto)
Sanne Frequin, universitair docent digitale kunstgeschiedenis en Daantje Meuwissen, universitair docent Oude Kunst trekken het project. (foto: Streekstad Centraal)
“Dat heeft onder andere te maken met de populariteit van computergames. De software die wij gebruiken lijkt sterk op de software die ook voor games wordt ontwikkeld. Daardoor kunnen we nu veel makkelijker en op veel hogere kwaliteit zo’n 3D-model maken.”
Gert van Kleef, adviseur Kunst en Cultuur van Theater de Vest en Grote Kerk, kreeg alvast een voorproefje van wat dat betekent. Met een VR-bril op stond hij plotseling midden in een digitale versie van de Grote Kerk in Naarden, waar een vergelijkbaar project al eerder werd uitgevoerd. Even later werd hij virtueel naar boven ‘getild’, naar het punt waar normaal alleen steigers of onderzoekers komen. (tekst gaat verder onder de foto)
Voor de driedimensionale digitale modellen van de Grote Kerk die gebruikt kunnen worden voor VR-brillen, zijn enorm krachtige computers nodig. (foto: aangeleverd)
Van Kleef moet er even bij zitten, want de beelden duizelen hem. “Je staat nu eigenlijk precies waar de steiger staat,” legt Frequin uit. “Dat is de meerwaarde van zo’n 3D-model: je staat met je neus bovenop het gewelf.”
Ook voor de Grote Kerk zelf biedt de techniek nieuwe mogelijkheden. Volgens Van Kleef kan het digitale model straks gebruikt worden voor rondleidingen en presentaties in de kerk. “We gaan de resultaten van het onderzoek laten zien en er komt ook een VR-tour,” zegt hij. “Zo kunnen bezoekers straks zelf ervaren hoe het is om vlak bij de schilderingen te staan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Sanne Frequin laat aan Gert van Kleef van de Grote Kerk zien wat de eerste resultaten zijn van de vele opnames die nu bovenin de kerk worden gemaakt. (foto: Streekstad Centraal)
Dat is bijzonder, want het gewelf bevindt zich op ongeveer dertig meter boven de kerkvloer en is voor de huidige bezoekers alleen van een afstand zichtbaar. Met digitale technieken kan het kunstwerk straks van dichtbij worden bekeken en beter worden onderzocht, zonder dat iemand daadwerkelijk naar boven hoeft te klimmen.
Voor de onderzoekers is het project meer dan alleen een technisch experiment. Frequin benadrukt juist de samenwerking tussen wetenschap en de Grote Kerk. “Dat vind ik eigenlijk het leukste, en het belangrijkste van dit project: dat iedereen er wat aan heeft,” zegt ze. “Ik ben natuurlijk ook blij als er straks mensen in de kerk met een VR-bril verdwalen in die prachtige schilderingen.”
En dat verdwalen gaat waarschijnlijk snel gebeuren. Want waar het eeuwenoude kunstwerk vroeger alleen vanaf de kerkvloer te zien was, kan straks iedereen er virtueel tussen staan. Alsof je even zelf boven in het gewelf van de Grote Kerk bent. Of voor de hemelbeklimmers: weer even terug.
De matige opkomst van jongeren bij Kieskompas Live was voor Carmen Bosscher van Beter voor Dijk en Waard een trigger om jongeren te vragen om háár uit te nodigen in plaats van andersom. Die oproep leverde een uitnodiging van Artquake op. Aan een tafel in hun ’thuis’ spraken de jongeren zich uit over frustraties, gemiste kansen en het gevoel dat de gemeente ze eerder tegenwerkt dan ondersteunt. “Hoeveel harder moeten we nog ons best doen?”
De grootste zorg is meteen duidelijk: hoe lang kunnen ze nog doorgaan? Artquake is een creatieve broedplaats waar jongeren samen muziek maken, optredens organiseren en werken aan kunstprojecten. Een podium, een atelier en vooral: een gemeenschap.
De organisatie draait volledig op vrijwilligers en heeft geen vaste subsidie. Iedere maandag is er overleg, er worden evenementen georganiseerd en het pand wordt opgeknapt – allemaal naast studie, werk en school. “Het is eigenlijk een 40-urige werkweek. En dan weten we niet eens of we over een jaar nog in dit pand mogen blijven.” (tekst gaat door onder de foto)
De aanwezige jongeren konden maandagavond hun frustraties en zorgen delen met raadslid Carmen Bosscher, die aangaf hun signalen serieus te nemen. (foto: Streekstad Centraal)
Het pand dat ze nu gebruiken heeft officieel een onderwijsbestemming. Zolang het onderwijs de ruimte niet nodig heeft, mag Artquake er zitten. Maar als dat verandert, moeten ze binnen drie maanden vertrokken zijn. Een alternatief is er niet. “Als we straks weg moeten, is alles voor niks geweest.”
Het gebrek aan toekomst vreet energie. “Mensen zeggen: waarom zou ik nog investeren in het opknappen van dit pand als we niet weten of we mogen blijven? Er is geen alternatief. En als we ernaar vragen, krijgt het geen urgentie.”
Een belangrijk pijnpunt is de verdeling van subsidies en het gebrek aan financiële ondersteuning. De jongeren wijzen naar cultuurinstelling COOL, die wel structureel subsidie ontvangt. “COOL is voor ons helemaal niet bekend. Wij hebben aantoonbaar het bereik onder jongeren. Waarom krijgen zij dan wel subsidie en wij niet? Het voelt soms als vriendjespolitiek.” (tekst gaat door onder de foto)
De jongeren hebben bij Artquake veel mogelijkheden om creatief bezig te zijn. Zo wordt het echt een plek waar ze zich thuisvoelen. (foto: aangeleverd)
Volgens de jongeren ontstaat zo een scheve situatie. “COOL komt naar ons toe omdat wij het bereik hebben. Maar zij hebben het geld. Wij organiseren open activiteiten zonder contributie, zodat er geen drempel is. Maar juist omdat wij geen inkomsten hebben, krijgen we ook geen structurele steun.” De jongeren begrijpen dat er beperkte budgetten zijn, maar vinden de verdeling oneerlijk. “De plekken waar jongeren écht willen zijn, krijgen niet de middelen die nodig zijn om te groeien.”
Wat misschien nog wel zwaarder weegt dan geld, is het gevoel niet gezien te worden. In een onderzoek naar het tekort aan jongerenplekken in Heerhugowaard werd Artquake niet eens genoemd, terwijl jongeren hun plek juist wél aandroegen. “Dat doet pijn,” zeggen ze. “We bestaan blijkbaar niet in het verhaal.”
Artquake is meer dan een repetitieruimte of atelier voor de jongeren. Het is een gemeenschap. “Dit is niet één lesje en weer naar huis. Dit is een vriendengroep. Voor veel jongeren voelt dit als een thuis.” Zeker na corona is de sociale functie volgens hen essentieel. “Je ziet hoe belangrijk het is dat jongeren elkaar weer kunnen opzoeken. En dan voelt het alsof dat naar beneden wordt gedrukt.” (tekst gaat door onder de foto)
Artquake heeft nu een mooie plek in een leegstaand schoolgebouw, maar het is onzeker hoe lang, en of de jongeren hun plek daar kunnen houden. (foto: aangeleverd)
Volgens de jongeren ontbreekt het in Heerhugowaard aan een plek waar zij kunnen optreden of uitgaan. “Heerhugowaard staat bij jongeren bekend om Middenwaard, meer niet. Voor een leuke avond moet je naar Alkmaar. Dan denken mensen al snel: laat maar zitten. Er is niks om op te treden. Geen echte uitgaansplek.”
Juist daarom proberen zij zelf evenementen te organiseren: kleine festivals, live muziekavonden en creatieve bijeenkomsten. “Niemand anders in de buurt doet dit op deze manier.” Meer samenwerking zou volgens de jongeren veel mogelijk maken. “Als we beter samenwerken met andere partijen, kunnen we veel leukere dingen organiseren.” Maar dan moet er wel ondersteuning en ruimte zijn.
Naast geld en ruimte speelt communicatie een grote rol. Jongeren vertellen over aanvragen waarop maandenlang geen reactie komt, beloftes die niet worden nagekomen en gesprekken waarin hun plannen direct worden afgeschoten. “Dan ben je er maanden mee bezig en hoor je niks meer. Dat is zo jammer. Als er duidelijk ‘nee’ gezegd wordt, dan weet je waar je aan toe bent.” (tekst gaat door onder de foto)
In 2022 overhandigden jongeren van Artquake een petitie voor het voortbestaan aan burgemeester Maarten Poorter, maar tot op heden is er niks veranderd aan de situatie. (foto: Streekstad Centraal)
De jongeren hopen in Carmen Bosscher een bondgenoot te hebben gevonden. Haar oproep om hun zorgen te delen, was voor de jongeren aanleiding om hun verhaal te doen. Carmen geeft aan dat dit soort gesprekken vaker gevoerd moeten worden, juist omdat jongeren zelf het beste weten wat er speelt.
Hun boodschap aan de gemeente is helder: investeer in wat er al is. “Wij houden jongeren bezig. We bieden een plek waar creativiteit en muziek centraal staan. Dat is geen luxe, dat is een noodzaak. Niemand anders in de buurt doet dit op deze manier. Waarom wordt de groei van zoiets moois dan afgeremd?”
De erven van de Bergense kunstenaar Jaap Boots hebben zijn collectie in bruikleen gegeven aan het Regionaal Archief in Alkmaar. Historica Mariëlle Hageman van het Regionaal Archief spreekt van een ‘bijzondere collectie’.
Jaap Boots (1929-1969) werd geboren in Zuid-Scharwoude en was na zijn opleiding eerst werkzaam in Alkmaar, later vooral in Bergen. Zijn werk werd in 2022 nog tentoongesteld in Schoorl. Kenners roemen het werk om de krachtige lijnen en de heldere, elementaire vormentaal. Bekendheid geniet de serie ‘Space Motifs’, over de kosmos.
Na de expositie in Schoorl zocht de familie Boots naar een ander heenkomen voor de kunstwerken en dat is nu dus gevonden in Alkmaar. Eerder werd werk van collega-kunstenaars geschonken aan Museum Kranenburg in Bergen. (tekst gaat door onder de foto)
Het Regionaal Archief aan de Bergerweg (foto: Streekstad Centraal)
Bij de officiële ondertekening van de overdracht waren de weduwe van Jaap Boots, Anne Boots-Mooij, en zijn zoon Brendan Boots aanwezig.
De directeur van het archief, Paul Post, is blij met het bruikleen: “Ik ben onder de indruk van de collectie. De werken zijn duidelijk herkenbaar als kunst van die tijd, maar tegelijkertijd zitten er heel tijdloze werken tussen.”
Online is het werk van Boots te bekijken op de website Jacobboots.nl.
Honderdtwintig jaar en in gevaar. Mannenkoor Orpheus uit Alkmaar en omstreken kent een rijke geschiedenis maar het bestaat nu nog maar uit achttien leden, en dat is voor sommige muzikale stukken eigenlijk al te weinig. “Wie helpt ons de mannenzang levend te houden?”
Tijdens een nationaal zangconcours in Alkmaar in 1906 besloten Piet Hartog en Hermanus de Groot spontaan een nieuw Alkmaars mannenkoor op te richten. Er waren al koren maar koorzingen was populair, dus eentje erbij kon prima, dachten ze. Na een oproep in de krant meldden zich 23 heren zich en Orpheus was geboren.
Vanwege financiële problemen werd het mannenkoor in 1910 samengevoegd met het gemengd koor ‘Nieuw Leven’ tot de ‘Gemengde zangvereniging Nieuw Leven met mannenkoor Orpheus‘. Negen jaar later ging het koor weer op eigen houtje verder, inmiddels vele prijzen en zo’n zeventig zangers rijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het koor stil, maar in 1946 schoot het ledenaantal naar rond de tweehonderd. Maar in de jaren ’50 begon de terugloop en nu zijn er dus nog maar achttien heren over. (tekst gaat door onder de foto)
Mannenkoor Orpeus bestaat dit jaar al 120 jaar, maar hoe lang de mannen het nog volhouden is maar de vraag. (foto: Regionaal Archief Alkmaar)
Met zo weinig stemmen is het lastig om complexe, vierstemmige stukken goed uit te voeren. “Als we niet meer vierstemmig kunnen zingen, kunnen we geen kwaliteit meer leveren en moeten we misschien wel op korte termijn stoppen”, vertelt voorzitter Herman Verberne aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. De gemiddelde leeftijd van de zangers is boven de 60 jaar.
Dirigent Arjen Busscher sluit zich aan: “Als je bijvoorbeeld operastukken zingt van Verdi of Mozart, dan is het vierstemmig wel mooier als het koor wat groter is, dan is het wel heel fijn als je minimaal 25 tot 30 koorleden hebt.” (tekst gaat door onder de foto)
Het mannenkoor heeft tegenwoordig nog maar achttien leden. (foto: NH Nieuws)
Maar voor nu dreigt de neergaande trend nog door te zetten. “Als we over twee jaar nog maar zestien leden hebben, houdt het op”, verzucht secretaris Bart Koopman. “En daarmee gaat er ook een hele cultuurvorm verloren, want wij zijn het enige mannenkoor in de omgeving en dat mag niet gebeuren”, vult Verberne aan.
Mannenkoor Orpheus is dus op zoek naar vers bloed vanuit de regio om te komen mee te komen doen in het Alkmaarse Wijkcentrum De Oever. En liefst ook jong bloed, al is koorzingen niet erg populair meer onder de jongere generaties. De heren proberen aansluiting te vinden met modernere nummers in hun repertiore. Voor wie twijfelt, geven de heren mee: “Zingende mensen zijn gelukkige mensen!”
Het verdwijnen van de horeca en een sloopkogel door de Sint Michaëlkerk. De bewoners van Zuidschermer hebben er slapeloze nachten van. Maar zo ver is het zeker nog niet, teminste, volgens wethouder Robert te Beest. De gemeente is met de parochie en de beherende stichting in overleg over behoud van de kerk uit 1931.
Net als vele kerken in het land, wordt de Sint Michaëlkerk in Zuidschermer niet meer gebruikt voor religieuze diensten. Daarmee kwam het voorbestaan van het kerkgebouw op de tocht te staan, en wellicht ook het naastgelegen Café Bij Zuid dat bij het vastgoed hoort. De lokale politiek sprong in 2024 in de bres en vroeg het college om te onderzoeken of aankoop een optie was. “Nee”, was daarop het antwoord.
Inmiddels heeft het bestuur van de parochie – formeel de eigenaar van het vastgoed – een taxatie laten uitvoeren. Dat zorgde voor extra onrust en vragen van de VVD aan de verantwoordelijk wethouder. Robert te Beest suste de gemoederen afgelopen week.
“Het parochiebestuur heeft ons laten weten dat zij dit hebben gedaan om een zorgvuldig proces op te starten waarin er tijd en ruimte wordt genomen voor gesprekken, onder andere met de gemeente en de Stichting Beschermd Dorpsgezicht Zuidschermer”, hield de wethouder de raad voor tijdens de raadsvergadering. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Robert te Beest, met onder andere de portefeuille Dorpen en landelijk gebied, hier tijdens de Landelijke Truiendag. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente is in gesprek met de beherende stichting over behoud van het kerkgebouw en er staat een gesprek met de parochie gepland. “Dit biedt ruimte om in overleg te bezien welke toekomstige functies passend zijn bij het kerkgebouw en het beschermde dorpsgezicht, en hoe deze bijdragen aan het behoud van het dorpshart.”
Te Beest heeft de gemeenteraad toegezegd om om de drie maanden een update te geven.
De maand maart staat voor de Alkmaarse stichting BersaMaju in het teken van Festival Budaya. Van 1 tot en met 29 maart is er van alles te doen en te beleven op verschillende plekken in de stad. De aftrap van deze tweede editie wordt verzorgd samen met Indo-rocker Hot Eddy en de Blue Mondays in Podium De Brouwerij.
Festival Budaya Alkmaar betekent muziek, dans, theater, films, documentaires en verhalen die generaties met elkaar verbinden. Identiteit, geschiedenis, vernieuwing en gezelligheid komen samen. Het Indisch-Molukse festival en een initiatief van BersaMaju en Podium De Brouwerij, in samenwerking met Cultuurpodium de Alkenaer, Filmhuis Alkmaar, Podium Victorie, WomanLink en Wijkcentrum De Eenhoorn.
In de muzikale voorstelling ‘Hot Eddy en de Postkoloniale Blues’ wekt zanger en liedjesschrijver Jef Hofmeister, alias ‘Hot Eddy’, zijn ouders weer tot leven en stelt hij zijn vader vragen die hij nooit durfde of kon stellen. Hot Eddy wordt begeleid door de Blue Mondays, oftewel het drietal Louis ter Burg, Chris Koenen en Paul Hofmeister.
Voorafgaand aan het optreden brengen de broers Clinton en Lionel Mansyur met hun dansvoorstelling ‘Erfenis’ familie, cultuur en tradities tot leven en ontstaat er een krachtig verhaal over identiteit en afkomst. Over trouw blijven aan waar je vandaan komt en durven kiezen voor je eigen pad.
Het optreden begint om 15:00 en kaartjes kosten 10 euro. Reserveren kan via reserverendebrouwerij@gmail.com. Meer informatie over het festival is te vinden op bersamaju.nl
Het festival wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van gemeente Alkmaar, het Victoriefonds en het VSB Fonds.
Stichting Keramisten van Noord-Holland organiseert in maart weer een expositie in de Oude Ursula Kerk in Warmenhuizen. Gedurende twee weekenden zijn allerlei werken te zien van leden van de stichting, waaronder velen uit regio Alkmaar.
De laatgothische kerk in Warmenhuizen vormt een prachtige omgeving voor allerlei verschillende soorten keramiek. De makers zijn zelf aanwezig om uitleg te geven over hun werk.
De expositie is te bekijken in de weekenden van 7 en 8 maart en van 14 en 15 maart, telkens van 11:00 tot 17:00 uur. Toegang is vrij. Meer over de stichting is te vinden op keramisten-noordholland.nl.
Van vrijdag 27 februari tot en met zondag 1 maart worden de 50ste Sterrenkijkdagen gehouden en natuurlijk doet de Heerhugowaardse Sterrenwacht Saturnus daaraan mee.
Saturnus opent in het weekend de deuren voor iedereen die meer wil weten over het heelal en sterrenkijken. Vanzelfsprekend kan er bij goed weer naar de hemel getuurd worden door telescopen. De kleinere staan dan buiten en de koepel is open zodat er ook door een van de grootste telescopen van Nederland kan worden gekeken. Met speciale filters is ook de zon veilig ‘van dichtbij’ te bekijken.
Jonge bezoekers kunnen schaalmodellen van ruimtebouwwerken knutselen en proefjes doen met licht en vacuüm. Op zondagmiddag kunnen kinderen een zelf meegenomen 1,5 liter petfles ombouwen tot een mooi versierde waterraket en afvuren. Versiermaterialen zijn aanwezig.
Bij slecht weer is er een binnenprogramma met rondleidingen, diapresentaties en proefjes.
De sterrenwacht is op de vrijdag open van 19:30 tot 22:00 uur, op de zaterdag van 13:30 tot 17:00 uur en van 19:30 tot 22:00 uur en op de zondag van 13:30 tot 17:00 uur. Kijk voor meer info op sterrenwachtsaturnus.nl.
De landelijke Sterrenkijkdagen zijn een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS). Het populaire evenement trekt jaarlijks velen duizenden mensen naar sterrenwachten in heel het land. Meer informatie op sterrenkijkdagen.nl.