Witgeklede mannen met kleurige hoeden dragen berries met kazen van het Waagplein naar het waaggebouw, onder toeziend oog van de baas – de kaasvader. Mensen in de regio hebben wel een idee van hoe het er aan toe gaat op de Alkmaarse kaasmarkt. Maar dat er een ‘president waagmeester’ is, dat zullen velen vast niet weten, ondanks dat hij heel belangrijk is.
“Kijk, voorheen liep de president over de markt, samen met de kaasvader, en aan het begin van de markt telde hij alle kazen”, legt president Boris Hartland uit aan Streekstad Centraal. “Daar zijn we op een gegeven moment mee gestopt, want het komt nu allemaal in kratten of kisten aan, en in die kisten zitten gewoon zestig kazen. Dan weet je dus al van tevoren al je tien kisten hebt gehad, dat je zeshonderd kazen hebt.”
De komst van de dranghekken rond de kaasmarkt maakte het helemaal onnodig om kaasvader Willem Borst (of zijn vervanger) nog te vergezellen. “En er wordt tegenwoordig eigenlijk nooit meer een kaas meegenomen door een buitenstaander, en voorheen was dat wel eens zo.” Nu kan de president waagmeester zich dus volledig richten op zijn kerntaken: controle van de gewichten en van de wegingen die de waagmeesters uitvoeren, en nauwkeurig vastlegging van iedere transactie. Nog altijd op papier. (tekst gaat verder onder de foto)
President waagmeester Boris Hartland houdt nauwkeurig de transacties op de kaasmarkt bij. Vanzelfsprekend nog altijd op papier. (foto: Streekstad Centraal)
Tasman Cor Schipper – hij beheert de beurs, de tas bij één van de weegschalen – wijst naar een spreuk op een bord in het waaggebouw, waarop staat ‘Een valsche waghe is den heere eenen grouwel daer en teghen een vol ghewicht is zijn welbehagen’. “Dat betekent: niet sjoemelen met de schaal.”
Als boekhouder heeft de president nog één andere belangrijke taak. Nou ja, die had hij toen de kaasmarkt nog echt een kaasmarkt was. Hij collecteerde de betalingen van de kopers en keerde die uit aan de boeren, na aftrek van het geld voor de kaasdragers. Hartland wijst naar een luik in de raampartij van zijn kantoor. “Voorheen werd afgerekend via dat luik, maar dat is niet meer zo.”
Boris Hartland is al sinds 1988 president kaasmeester. De echte kaashandel ging door tot eind jaren 90, dus hij heeft nog een jaar of tien échte handel gedreven. Nu is zijn rol dus ceremonieel, maar hij vervult die nog met liefde. Al wordt het soms wel een beetje een té gezellige boel tussen de enorme weegschalen. “Hey, Henk, stop!”
Lichtjesavond vierde dit jaar een bijzondere mijlpaal. Precies honderd jaar nadat inwoners van Bergen voor het eerst hun huizen en tuinen verlichtten om toeristen te bedanken voor een mooi zomerseizoen, stond het dorp opnieuw in het teken van de jaarlijkse traditie. Voor de Bergense ondernemersvereniging BIZ was het jubileum bovendien een kans om bewoners opnieuw bij Lichtjesavond te betrekken.
“Wij proberen Lichtjesavond een beetje aan te kleden”, vertelt Barry de Wit, die namens de Bergense ondernemersvereniging BIZ in de evenementengroep zit. “We proberen de mensen ook weer mee te krijgen, zodat ze zelf ook weer wat dingen gaan doen voor Lichtjesavond.”
De BIZ zorgde dit jaar onder meer voor een lichttunnel bij de Ruïnekerk, projecties van kunst in de stijl van de Bergense School op de kerk en een ‘Love Bergen’-object op het plein. Het zijn volgens De Wit toevoegingen die moeten bijdragen aan de beleving van de avond. (tekst gaat door onder de foto)
Het ‘Love-Bergen’-object was woensdagavond een ware publiekstrekker. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens De Wit is het de bedoeling dat Lichtjesavond uiteindelijk weer meer vanuit het dorp zelf wordt gedragen. “Het is natuurlijk al honderd jaar op deze dag, dus mensen weten dat het eraan komt. Alleen hebben we in die honderd jaar natuurlijk verloop gehad. Mensen zijn weggegaan en er zijn nieuwe bewoners gekomen. Wij willen die geschiedenis weer meegeven en de bewoners stimuleren om weer mee te doen.”
Dat geldt ook voor de ondernemers. “Iedereen probeert vanavond zijn winkel open te doen, zodat ze een beetje kunnen profiteren van het feit dat het druk is in het dorp”, zegt De Wit tegen Streekstad Centraal. Daarnaast versieren veel winkeliers hun etalages voor de gelegenheid.
Hoewel de BIZ pas drie jaar bestaat, ziet De Wit de belangstelling weer groeien. “Je merkt wel dat het vroeger drukker was en dat het op een gegeven moment een beetje afnam. Maar de laatste paar jaar begint het wel weer toe te nemen. Eerst zag je een negatieve ontwikkeling, nu weer een positieve.” (tekst gaat door onder de foto)
Naast huizen, winkels en de Ruïnekerk waren ook andere bijzondere objecten versierd met lichtjes. (foto: Streekstad Centraal)
Voor de toekomst blijft de ambitie hetzelfde. “We hebben in eerste instantie geprobeerd om het een aantal jaar te doen en het daarna af te bouwen, omdat we hopen dat de bewoners weer aan de gang gaan. Maar hoe het er nu uitziet… dat smaakt wel naar meer voor volgend jaar.”
Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan werd ook een jubileumfolder verspreid met een terugblik op de geschiedenis van Lichtjesavond en historische foto’s. Daarnaast ging een jury op pad om de mooiste versierde tuin en de mooiste straat van Bergen te kiezen.
Dat de traditie na een eeuw nog altijd bijzonder is, ziet ook Ad Besseling. De horeca-ondernemer staat al ruim vijftig jaar als ober midden in het Bergense dorpsleven. Hij kent Lichtjesavond al decennialang en weet ook hoe het ooit begon. (tekst gaat door onder de foto)
De tijd van de waxinelichtjes herinnert Ad zich nog goed. “Eén windvlaag en je kon weer opnieuw beginnen.” (foto: Streekstad Centraal)
“Dat was in 1926”, vertelt hij. “Bergen was toen een klein toeristendorpje. De inwoners dachten: we moeten wat voor die toeristen doen. Iedereen ging lampjes in de tuin zetten en zo is het eigenlijk ontstaan. Dat is een beetje uit de hand gelopen. Nu is het een moderne versie van wat het toen was.”
Volgens Besseling draait Lichtjesavond nog altijd om meer dan alleen de verlichting. “Mensen houden van traditie in Bergen. Ze spreken met elkaar af, iedereen kent elkaar en het is gewoon een heel groot festijn voor Bergen. Heel vreedzaam ook, zonder rottigheid.”
Ook de veranderingen door de jaren heen zijn hem bijgebleven. Hij denkt met een glimlach terug aan de tijd van de waxinelichtjes. “Vroeger hadden we overal latten met kaarsjes. Dan kwam er een windvlaag en kon je weer opnieuw beginnen met aansteken. Dat zie je helemaal niet meer. Dat vind ik ergens wel jammer, maar de mensen vinden het nog steeds geweldig. Voor Bergen is dit echt een hoogtepunt van het seizoen.”
Terwijl de temperaturen deze week oplopen tot boven de 30 graden, draait de JOL in Alkmaar gewoon door. De organisatie heeft extra maatregelen genomen om de honderden kinderen veilig en koel de dag door te helpen. “We weten wat er van ons wordt verwacht als het warm is”, zegt projectleider Lars Winder.
De JOL, wat staat voor Jeugd Onder Leiding, is voor veel kinderen een vaste traditie in de zomervakantie. Twee weken lang bouwen zij hutten, doen ze mee aan spellen en allerlei andere activiteiten. Het evenement wordt volledig georganiseerd door vrijwilligers en bestaat al tientallen jaren.
De belangstelling is ook dit jaar groot. De voorinschrijving zat volledig vol en voor de organisatie betekent dat maanden van voorbereiding. “Eigenlijk zijn we het hele jaar bezig. Het grootste deel van de planning gebeurt vanaf maart”, vertelt Winder. Samen met een team vrijwilligers werkt hij maandenlang aan de organisatie van het evenement. (tekst gaat door onder de foto)
De voorinschrijving van de JOL van tachtig kinderen zat al snel helemaal vol. (foto: Streekstad Centraal)
De hitte vraagt daarbij om extra aandacht, al is dat volgens Winder niet nieuw. “We doen dit al heel lang, dus we weten ongeveer wat er van ons wordt verwacht als het warm is.” Over het terrein zijn watertonnen geplaatst zodat kinderen hun bidons kunnen vullen en petjes nat kunnen maken.
Ook worden ijsjes uitgedeeld, is er voldoende zonnebrand beschikbaar en kunnen deelnemers verkoeling zoeken in een grote tent. Vrijwilligers lopen ondertussen voortdurend over het terrein om kinderen eraan te herinneren genoeg te drinken.
Veiligheid staat sowieso hoog op de agenda. Kinderen ontvangen bij aankomst een paspoort waarmee wordt bijgehouden wie er op het terrein aanwezig is. Aan het begin van de week werd bovendien een brandoefening gehouden, zodat iedereen weet wat er moet gebeuren als zich een calamiteit voordoet. (tekst gaat door onder de foto)
Vanwege de hitte is er aan van alles gedacht. Zo ook aan ijsjes voor de verkoeling. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de brand die vorig jaar een deel van het hout op het terrein verwoestte, heeft geleid tot extra maatregelen. De stapels hout liggen dit jaar verspreid over het terrein met ruimte ertussen, zodat een eventuele brand zich minder snel kan uitbreiden. De schade aan enkele bomen is nog altijd zichtbaar en herinnert aan de brand die destijds ‘s nachts werd aangestoken.
Ondanks de tropische temperaturen ziet de organisatie de rest van de week met vertrouwen tegemoet. “We hebben alles onder controle. Overal is over nagedacht”, besluit Winder.
Na bijna 24 uur wandelen zijn de benen eigenlijk al lang leeg. Toch weet Joke zaterdagavond, aangemoedigd door tientallen mensen langs de kant en ondersteund door twee vrijwilligers, de laatste meters van de 100 van Leeghwater af te leggen. Nog geen minuut voor de tijd stapt ze over de finish in Zuidschermer. Daar zakt ze direct uitgeput op de grond. “Ik dacht echt even dat ik het niet zou halen.”
Joke is de laatste van de ongeveer 250 deelnemers die de finish bereikte van de achtste editie van de 100 van Leeghwater. Een dag eerder waren de wandelaars begonnen aan hun honderd kilometer lange tocht door de Noord-Hollandse polders. Bij terugkomst zijn de voeten pijnlijk, de benen zwaar en de verhalen mooi.
Lang blijft het spannend of iedereen voor acht uur binnen zal zijn. “Het wordt kielekiele”, klinkt het bij de organisatie als de klok verder tikt. De laatste wandelaars druppelen één voor één binnen, maar Joke laat nog op zich wachten. Uiteindelijk verschijnt ze toch in de verte. Twee vrijwilligers lopen met haar mee en helpen haar door de laatste zware meters.
Vlak voor de finish laten zij haar los. Het applaus van de mensen langs de kant doet de rest. Joke haalt haar laatste stempel, krijgt haar medaille en gaat daarna meteen op de grond liggen. Na een paar minuten komt ze langzaam weer overeind. “Sorry hoor, ik was even helemaal kapot”, zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik moest overgeven en toen dacht ik: ik moet echt even liggen.” (tekst gaat door onder de foto)
De vermoeidheid werd Joke even te veel, dus na haar binnenkomst en de medaille moest ze echt even liggen. “Nu gaat het wel weer hoor.” (foto: Streekstad Centraal)
Vooral vanaf kilometer tachtig begon de tocht er bij haar flink in te hakken. “Ik liep op een gegeven moment helemaal een beetje schuin. Dan loop je anders dan normaal en dat helpt niet.” De laatste twintig kilometer waren volgens haar vooral een gevecht in het hoofd. “Je weet dat je nog zo’n eind moet. Dan moet het echt even op karakter, want die benen zijn gewoon zo moe.” Even was ze bang dat ze de deadline niet zou halen. “Maar toen ik met die vrijwilligers kon lopen en in de verte de finish zag, merkte ik al snel dat het goed zou komen. Ik ben ontzettend blij dat het toch gelukt is.”
Joke is niet de enige die na honderd kilometer nauwelijks meer op haar benen kan staan. Op het finishterrein klinken steeds dezelfde woorden: zwaar, trots en vooral opluchting. Dat geldt ook voor Veerle en Anouk. Voor Anouk zijn zelfs haar wandelschoenen te veel gevraagd. Ze komt aan op sloffen en strompelt daarmee over het terrein. De twee hadden vooraf getraind tot ongeveer 48 kilometer, maar honderd kilometer blijkt toch van een heel andere orde. “Het was heel pittig. Je komt jezelf echt tegen”, vertellen ze. “We dachten: we doen het wel even. Nou, dat viel zwaar tegen.”
Lang napraten hoeft niet meer. “Tijd voor bier”, zegt Anouk lachend. Of ze volgend jaar weer aan de start staan? “Dit was één keer en nooit meer. Verschrikkelijk dit, joh.” Ook Agaath kijkt met gemengde gevoelens terug. “Bij kilometer 85 kreeg ik het wel zwaar. Dan heb je net zo’n heel lang recht stuk gehad waar weinig gebeurt.” Gelukkig liep ze samen met twee vriendinnen. “Je sleept elkaar er gewoon doorheen.” Waar ze na afloop vooral naar uitkijkt? “Een heerlijk koud biertje.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een extra goed gevoel liep Maud deze editie van de 100 van Leeghwater. “Dit goede doel staat dicht bij me, dus dat maakt het extra speciaal.” (foto: Streekstad Centraal)
Juist dat samen wandelen blijkt voor veel deelnemers misschien wel het belangrijkste onderdeel van de tocht. Maud liep de honderd kilometer om geld op te halen voor een vriendin met MS, die haar hond wil laten opleiden tot hulphond, maar daar hangt een flink prijskaartje aan. “Dat maakt het heel bijzonder”, vertelt Maud bij de finish. “Ik loop eigenlijk altijd met een doel. Eerder was dat bijvoorbeeld Alzheimer Nederland, maar dit doel staat het dichtst bij mij, omdat het om een vriendinnetje gaat.”
Ze liep de tocht samen met twee vrienden. Vooral op de zware momenten waren zij hard nodig. “We hebben elkaar er echt doorheen gesleept. Dan is het fijn als iemand naast je zegt: kom op, je kunt het.” Haar voorbereiding verliep minder goed dan gehoopt. Ze liep één keer veertig kilometer en daarnaast enkele kortere afstanden. “Maar honderd kilometer is natuurlijk nog een heel stuk verder. Dat merkte ik wel aan mijn lichaam. Het is soms ook echt een mentaal spelletje.”
Mitchell zit na de finish uitgeput op een stoel. Ook enige tijd later is er nog weinig beweging in hem te krijgen. Toch verschijnt er een glimlach wanneer hij over de tocht begint te vertellen. “Het was zwaar, maar heel leuk.” In het begin sloot hij zich aan bij een groep ervaren wandelaars. Hij wist dat hun tempo waarschijnlijk te hoog zou liggen, maar tot kilometer dertig kon hij verrassend goed meekomen. Daarna moest hij de groep laten gaan. (tekst gaat door onder de foto)
Met pijnlijke benen, maar super trots laat Mitchell zijn welverdiende medaille zien. “Ik heb er voor gestreden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Toen heb ik een tijd alleen gelopen en dat is toch pittiger. Als ik andere mensen tegenkwam, liep ik daarom af en toe met hen mee. Dan kun je elkaar op moeilijke momenten erdoorheen slepen. En het is natuurlijk gewoon gezelliger.” Niet ieder deel van de route was even vriendelijk voor de benen en het hoofd. Vooral het stuk tussen Purmerend en Graft staat Mitchell nog scherp voor ogen. “Je loopt daar alleen maar rechtdoor en het lijkt alsof er geen einde aan komt.”
Toch overheerst bij de finish vooral trots. “Eigenlijk is het iets onmenselijks wat we hier met z’n allen doen. Maar het is wel een heel mooie ervaring. En ik ben heel blij met mijn medaille. Nu lekker uitrusten.”
Waar veel deelnemers nauwelijks meer uit hun woorden komen, oogt Jaap opvallend ontspannen. De tachtigjarige blijkt de oudste deelnemer van deze editie te zijn. Dat is voor hemzelf nieuws. “Dat had ik niet verwacht”, reageert hij. Of de voeten het nog een beetje volhouden? “Prima. Eitje.” (tekst gaat door onder de foto)
De 80-jarige Jaap Man was de oudste deelnemer van deze editie. “Ik ga door zolang het kan.” (foto: Streekstad Centraal)
Vorig jaar wilde Jaap de tocht ter ere van zijn tachtigste verjaardag lopen. Door de regen en het slechte zicht kreeg hij toen alleen weinig mee van de omgeving. Daarom besloot hij dit jaar terug te keren. “Ik dacht: dan wil ik toch een keer zien hoe het hier werkelijk is.” De donkere graslanden in de nacht waren wel even lastig. “Je moet voorzichtig lopen, want je weet niet precies waar je terechtkomt.” De rest van de tocht ging hem goed af. Een week eerder liep hij nog de Vierdaagse van Nijmegen. Stoppen denkt hij voorlopig nog niet aan. “Ik blijf lekker lopen zolang het kan.”
Ook Jan en Jacqueline de Reus weten precies wat honderd kilometer wandelen met een lichaam doet. Jan geldt als de grondlegger van de 100 van Leeghwater. Hij liep zelf al verschillende langeafstandstochten, waaronder de Dodentocht in België. Daar ontstond het idee om een vergelijkbaar evenement naar de regio te halen. “Ze noemen mij daarom de grondlegger, maar eigenlijk heb ik het gewoon nagedaan”, zegt hij lachend.
Jan wil zijn eigen prestatie niet groter maken dan nodig. “Ik heb het geluk dat mijn voeten en benen niet moeilijk doen. Mensen die lichamelijk veel meer problemen hebben en dit toch volbrengen, leveren een veel grotere prestatie dan ik. We moeten het niet groter maken dan het is.” Zijn vrouw Jacqueline trekt tijdens het gesprek alvast haar wandelschoenen uit en verruilt die voor slippers. “Sorry als het straks naar zweetvoeten ruikt hoor”, grapt ze lachend. (tekst gaat door onder de foto)
Samen met hun kleindochters worden Jan en Jacqueline de Reus onder luid applaus binnengehaald. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de vermoeidheid kijkt ze met een goed gevoel terug op de tocht. “Het was fantastisch. Natuurlijk raak je op een gegeven moment uitgeput, maar de sfeer, de mensen en alles wat erbij komt kijken zijn echt ideaal.” Volgens haar is vooral de verzorging onderweg goed geregeld. De rustposten liggen op prettige afstanden van elkaar, waardoor deelnemers zelf kunnen bepalen of ze stoppen of verdergaan. “Je herkent steeds meer mensen. Als je dan even samenloopt, is dat supergezellig. Je leert elkaar heel snel kennen. Daarom is het zo lekker persoonlijk.”
Voor Jan is juist die persoonlijke sfeer de kracht van de tocht. De belangstelling is ieder jaar groot, maar de organisatie kiest er bewust voor om het deelnemersveld niet verder uit te breiden. “De plaatsen zijn geliefd, maar we blijven ieder jaar ongeveer even groot”, legt hij uit. “De drie P’s zijn nog altijd heel belangrijk: professionaliteit, plezier en persoonlijkheid.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een beetje moeie benen, maar met een heel goed gevoel zitten grondlegger Jan en zijn vrouw Jacqueline na te genieten van de tocht. (foto: Streekstad Centraal)
Doordat alle deelnemers tegelijk starten, maar vervolgens hun eigen tempo lopen, komen zij onderweg steeds andere mensen tegen. “Dan maak je even een praatje. Soms moet je op een gegeven moment denken: nu moet ik door, anders kom je in tijdnood. Als je veel meer deelnemers zou toelaten, verdwijnt dat stukje herkenning en contact. En dat maakt deze tocht juist zo leuk.”
Stoppen staat voor Jan voorlopig niet op de planning. Sterker nog: in januari schrijft hij niet alleen zichzelf, maar ook Jacqueline meteen weer in. “Dat weet ze hoor”, zegt hij lachend. “Maar dan kan ze niet meer terugkrabbelen. Ik doe pas niet meer mee als ik het niet meer red. Maar nu ik hier zo zit, voel ik dat ik er volgend jaar sowieso weer sta.” (tekst gaat door onder de foto)
Iets voor achten komt dan toch ook het “Boefje” aan bij de finish. “Daar is-ie hoor!” (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl de laatste deelnemers binnenkomen, gaat bij de finish steeds dezelfde vraag rond: “Is het Boefje al binnen?” De wandelaar blijkt inmiddels een kleine beroemdheid binnen de 100 van Leeghwater. Ieder jaar behoort hij tot de laatsten en maakt hij het spannend of hij voor de deadline binnenkomt. “Ja, ik ben blijkbaar toch best bekend”, zegt hij na binnenkomst. “Waar dat door komt weet ik niet hoor. Misschien door mijn pakje?”
Ook voor hem was deze editie zwaarder dan verwacht. Kort voor de 100 van Leeghwater liep hij nog de Vierdaagse. “De onderkant van mijn voeten is helemaal kapot. Dat loopt echt niet lekker.” Rond kwart voor acht komt hij binnen. Toch is zijn deelname op dat moment formeel nog niet helemaal afgerond. “Nu moet ik alleen nog even mijn laatste stempel halen, anders ben ik straks alsnog te laat”, grapt hij.
Bij de organisatie informeert hij nog wat er zou gebeuren wanneer iemand één minuut na acht uur arriveert. “Dan is het klaar. Te laat is te laat”, klinkt het lachend. “24 uur is 24 uur.” Veel plannen heeft Joke na haar finish niet meer. “Ik ga vanavond eerst maar eens lekker vroeg naar bed, want ik kan echt niet meer.” De volgende dag hoeft ze gelukkig nergens naartoe. “Dan ga ik lekker rustig aan doen”, zegt ze met haar medaille om haar nek. “En daar ga ik vooral van genieten.”
Wie zich met de audiotour laat rondleiden door de BroekerVeiling in Broek op Langedijk kon al langer voor andere talen kiezen. Engels, Duits – vanzelfsprekend. Maar de taal van die tuinders zélf, toch de mensen waar het in dit museum om draait, die was lange tijd verrassend afwezig. Tot deze zomer.
“Nee, ik spreek zelf geen Westfries”, reageert Wouter van Assendelft als Streekstad Centraal hem belt over de nieuwe audiotour. “Maar het is hier in het museum wel een wens die we al lang hadden, om iets met dat Westfries te doen.”
De audiotour die het verhaal vertelt van tuinder Arie leidt langs zo’n dertig punten in Museum BroekerVeiling. Met bij elk van die punten een kort, persoonlijk verhaal dat de bezoekers terugbrengt bij het rijke verleden van deze streek. (tekst gaat door onder de foto)
Voor Museum BroekerVeiling zijn vrijwilligers belangrijk, maar ook de moderne techniek van een audiotour verrijkt de ervaring voor bezoekers. (foto: Streekstad Centraal)
“Dat het een ik-verhaal is, dat maakte het wel makkelijker om het te vertalen in een streektaal”, zegt Ina Slot van het Westfries Genootschap. Wie wat van het Westfriese dialect weet, zal haar naam ongetwijfeld kennen: ze heeft flink wat Westfriese schrijverij op haar naam staan. Het was dan ook niet zo’n verrassing dat zij voor deze vertaling gevraagd werd.
“En ik ben geboren in Sint Maarten”, vertelt ze. Niet ál te ver uit de richting en dat maakt ook uit, want het ene Westfries is het ‘are’ niet. In pakweg Wervershoof klinkt het toch behoorlijk anders dan hier in Langedijk. “Het is ingesproken door Klaasjan Bak, daar ben ik blij mee. Klaasjan heeft er precies de stem voor. En hij komt uit Broek op Langedijk.”
Bezoekers horen het verhaal van de tuinder dus écht zoals iemand het verteld zou hebben in een tijd dat het Rijk der Duizend Eilanden nog was zoals het was, en het dialect de gewone omgangstaal in en om de veiling. (tekst gaat door onder de foto)
Het museum bewaart de Langedijker historie in een omgeving die toch flink veranderd is. (foto: Streekstad Centraal)
“Het is gelukkig geen Chinees, het is goed te begrijpen”, lacht Van Assendelft. “We hebben het natuurlijk wel even teruggeluisterd. Het verhaal klopt. Dit is voor bezoekers heel leerzaam.”
Van Assendelft verwacht ook wel dat bezoekers die zelf geen Westfries spreken, toch wel kiezen voor deze audiotour, omdat het zo karakteristiek is. “Maar het is nog maar net live, dus cijfers hebben we nog niet. We gaan het meemaken!”
Voor Ina Slot en de andere mensen van het Westfries Genootschap was dit in ieder geval een mooi project, dat naar meer smaakt. Voorlopig is Museum BroekerVeiling wel behoorlijk uniek, schat ze in. “Maar dit is toch een prachtige manier om het Westfries te laten horen? Ik zei meteen ja.” Ook al was het dan wel een ‘pittig werrekie’, in haar woorden.
“Dit past ook heel goed bij de BroekerVeiling. Daar hoort dat Westfries echt thuis. In het Zuiderzeemuseum heb je natuurlijk een veel breder verhaal, met andere regio’s langs de oude Zuiderzee. Maar hier, in Broek op Langedijk, zit je écht midden in het Westfries. Dat kun je nu horen.” (hoofdfoto: Tara Blommaart)
Tien edities, duizenden bezoekers uit binnen- en buitenland en een festival dat in een moeilijke festivalmarkt alleen maar lijkt te groeien. Liquicity vierde afgelopen weekend een bijzonder jubileum op recreatiegebied Geestmerambacht in Noord-Scharwoude. Volgens medeoprichter en dj Mark van der Schoot, beter bekend als Maduk, is het succes niet alleen te danken aan de muziek, maar vooral aan de hechte gemeenschap die in de afgelopen tien jaar is ontstaan. “Een echte familie.”
Wie over het festivalterrein loopt, ziet al snel dat Liquicity zich onderscheidt van veel andere festivals. Bezoekers verschijnen in glitterpakken, met vlindervleugels, elfenoren, kleurrijke schmink en zelfgemaakte outfits. Het terrein van het Geestmerambacht staat volledig in het teken van de ruimte, met podia die zijn aangekleed als sterrenstelsels en planeten. Tussen de optredens door kunnen bezoekers ook terecht bij creatieve workshops, spelletjes en andere activiteiten die deels door festivalgangers zelf zijn bedacht. (tekst gaat door onder de foto)
Mede-oprichter Mark van der Schoot (links) is erg trots op de hechte gemeenschap die in de afgelopen onstaan is rondom Liquicity Festival. (foto: Liquicity festival)
Volgens Van der Schoot draait het festival al lang niet meer alleen om drum-‘n-bass. “We zijn zo close met ons publiek, het is echt een soort familie en ik denk dat daarom mensen ons vertrouwen, de band voelen en elk jaar terug willen komen.” Die bijzondere sfeer merkt hij ook op het festivalterrein. “Niemand maakt hier troep en in tien jaar tijd is er nog nooit een gevecht geweest. Ik ben echt apetrots.”
Dat de sfeer bijzonder is, merken ook de bezoekers zelf. Veel mensen komen alleen naar het festival, maar vertrekken met nieuwe vrienden. Om dat te stimuleren is er zelfs een speciale camping voor solobezoekers. Volgens de organisatie is juist die onderlinge verbondenheid in de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot het hart van Liquicity.
“Als je me tien jaar geleden had verteld dat we dit jubileum zouden halen, had ik je niet geloofd”, vertelt Van der Schoot. Juist omdat festivals het volgens hem steeds moeilijker krijgen, voelt dat jubileum extra speciaal. “Het is steeds lastiger in festivalland om te overleven. Kosten worden steeds hoger, en de prijzen ook.” (tekst gaat door onder de foto)
Afgelopen weekend was het één groot feest tijdens Liquicity bij het Geestmerambacht. (foto: Korver fotografie)
Toch groeit Liquicity nog altijd door. Volgens Van der Schoot komt dat niet alleen door de muziek. Drum-‘n-bass is nog altijd een nichegenre, maar weet liefhebbers van over de hele wereld naar het Geestmerambacht te trekken. Daarnaast blijft de organisatie bewust luisteren naar de bezoekers. “Het publiek luistert naar ons als organisatie, maar wij luisteren ook naar het publiek.”
Voor de toekomst hoopt hij vooral dat het festival zijn eigen karakter behoudt. “Ik ben apetrots dat dit nu al tien jaar gaande is, en eigenlijk beter is dan ooit.” Tegelijk waakt hij ervoor dat Liquicity te hard groeit. “Aan explosieve groei zitten nadelen. Als ik dit zo zie, denk ik: houd dit vast. Wij als organisatie voelen ons ook onderdeel van die familie. Dat is uiteindelijk waar Liquicity om draait.” (hoofdfoto: Korver fotografie)
Een voorstelling over het leven op straat is door het theaterpubliek uitgeroepen tot de favoriete toneelvoorstelling van het afgelopen seizoen. ‘Moonlight Motel’ van theatermaker Steyn de Leeuwe won de Toneel Publieksprijs met een 9,8.
Het publiek bleek het afgelopen seizoen sowieso enthousiast over het toneelaanbod in de Alkmaarse schouwburg. In totaal brachten 2.363 bezoekers hun stem uit op de toneelvoorstellingen. Gemiddeld kregen die een waardering van een 9, maar Moonlight Motel stak daar volgens Theater De Vest duidelijk bovenuit.
De voorstelling is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. De Leeuwe werkte twee jaar in een daklozenopvang en verwerkte die ervaringen in een muzikale one-man-show. Daarin kruipt hij in de huid van tientallen verschillende personages en vertelt hij verhalen over mensen die leven aan de rafelranden van de samenleving.
De Toneel Publieksprijs wordt dit jaar voor de zesde keer uitgereikt. Winnaars krijgen een plek in de fotogalerij in de foyer van Theater De Vest in Alkmaar.
Wie de bekroonde voorstelling zelf wil zien, hoeft daarvoor niet ver te reizen. Op donderdag 10 september is Moonlight Motel te zien in Theater De Beun in Heiloo. (hoofdfoto: Mike Bink)
Boeken, oude paperassen, vergeelde foto’s. Dat is voor veel mensen toch wat ze zich voorstellen bij de collectie van het Regionaal Archief. Maar er gaat écht meer in, álles wat het waard is om te bewaren vindt een plek in de regiocollectie. Zo ook de molens van de Schermer.
In totaal gaan er vijftien molens het archief in. Niet écht, natuurlijk. De molens zelf blijven staan waar ze staan en ze draaien als het even kan ook nog gewoon. Maar alle gegevens die deze molens uiteindelijk toch maken tot wat ze zijn worden gedigitaliseerd en vastgelegd.
De Schermer Molens Stichting is de beheerder van deze vijftien molens en alle archiefstukken die daarbij horen. Deze stichting bekrachtigde deze maand haar samenwerking met het Regionaal Archief in Alkmaar. Voor het archief een mooie nieuwe stap, waarvan ze hopen dat ook andere stichtingen en verenigingen die zullen zetten. (tekst gaat door onder de foto)
Alles wat bewaard moet worden komt ook online. (foto: Streekstad Centraal)
“De collectie van de stichting zal straks digitaal ontsloten worden via de beeldbank van de Regiocollectie”, kondigt het archief aan. Streekstad Centraal nam vast een kijkje en legde zo ook zelf weer een stukje Schermer geschiedenis vast.
De archiefmaterialen gaan écht verder dan paperassen aleen. De stichting heeft ook oude gereedschappen in haar collectie, en dus die echte molens. Het besef dat dat allemaal erfgoed is, dat is er natuurlijk al langer, daarom is deze stichting er ook. Maar nieuw is dat alles digitaal beschikbaar wordt.
Dat betekent dat de bijzondere geschiedenis van de Schermer ook makkelijker kan worden geraadpleegd door geïnteresseerden die hier onderzoek naar doen. Dat kan vanuit huis. Al blijft het natuurlijk altijd de moeite waard om op een mooie dag die echte molens te bekijken, in het weidse landschap van deze unieke droogmakerij.
Dat een Alkmaarse architectenbureau meedoet aan een ontwerpwedstrijd in Catalonië is al opmerkelijk genoeg. Maar BRTArchitecten, die samen met Cantallops Vicente Arquitectes tekende aan een vernieuwde campus voor ESDI Higher School of Design, ging verder dan dat. De visie sprak zó aan dat ze de wedstrijd wonnen en nu klaar zijn voor de volgende stappen.
ESDI is gevestigd in Sabadell, een zelfstandige stad in de directe nabijheid van Barcelona. Het opleidingsinstituut is gespecialiseerd in design, van mode tot architectuur. Daar ligt ook meteen de link met BRTArchitecten uit Alkmaar: Marc de Rooij, van dit bureau, heeft hier ooit college gegeven.
“ESDI valt onder Universitat Ramón Llull”, legt De Rooij uit in gesprek met Streekstad Centraal. “In 1989 richtte een stichting de universiteit op om de oude textielindustrie in Sabadell een boost te geven.” Vandaar dat mode en design er zo op de voorgrond staan. (tekst gaat door onder de foto)
Het nieuwe ontwerp moet meer licht in de universiteit brengen. (render: BRTArchitecten / Cantallops Vicente)
Sabadell had een grote textielindustrie, met ook de fabrieken en bedrijfspanden die daarbij horen. In zo’n gebouw bevinden zich de aula’s en kantoren van ESDI. Maar een deel van het complex staat nog leeg, zag De Rooij, en dat terwijl er zo’n vraag is naar studentenwoningen. “Wij dachten: dat is een kans om studenten op je campus te houden, zodat het een plek wordt waar ideeën ontstaan.”
Een ‘sticky campus’, dát was het toekomstbeeld dat De Rooij en zijn collega’s schetsten. “Wat wij uiteindelijk hebben gemaakt is groter dan de vraag van de wedstrijd eigenlijk was. We wilden het echt breder trekken. En juist dat sprak ze aan.”
Andere ontwerpers focusten vooral op de technische kant van de prijsvraag, keken naar oplossingen om moderne installaties in het gebouw te krijgen. Cantallops Vicente en BRTArchitecten kwamen met iets heel anders: licht, ruimte, groen. Een gebouw dat mensen uitnodigt om elkaar te ontmoeten. (tekst gaat door onder de foto)
Het nieuwe groene plein geeft de universiteit extra aantrekking, verwachten de ontwerpers. (render: BRTArchitecten / Cantallops Vicente)
“Als je nu binnenkomt is het vrij donker, maar er is een trappenhuis met een atrium”, legt De Rooij uit. Die natuurlijke lichtinval, in combinatie met de relatieve koelte van de kelderruimtes van het oude gebouw, is in de nieuwe plannen uitgewerkt tot een grote patio van boven tot onder. Wel zo fijn in een warm land.
“Maar Spanje is natuurlijk ook: buiten leven, elkaar buiten ontmoeten”, haalt De Rooij aan. De buitenruimte van ESDI is nu een saaie parkeerplaats tussen de blokken in, met een hek ervoor. Dat zien De Rooij en zijn collega’s graag anders: “Dat moet het groene hart van de universiteit worden!”
Buiten les geven, of er genieten van een filmfestival, live muziek, een voetbalwedstrijd – de gewonnen WK-finale nog vers in het geheugen. De Rooij ziet het voor zich en de mensen van de universiteit gaan graag mee in dat toekomstbeeld.
“Het is ook wel de universiteit van Sabadell, je moet ook iets aan de stad teruggeven. Met deze ruimte kun je veel meer. Dat is ook het verhaal waarmee je naar investeerders kunt stappen. Het is een modeschool, dan kan er ook een winkeltje bij. Dat zijn de ideeën waar we mee spelen.”
In september nemen de ontwerpers en de universiteit de volgende stappen om dit allemaal mogelijk te maken. De Rooij beseft dat zijn plannen ambitieus zijn. Maar juist door er wat meer visie in te leggen kreeg hij de universiteit mee en dat geeft vertrouwen voor het verdere proces. De Rooij spreidt zijn handen: “We moeten het zó breed trekken. We vonden het nodig om een verhaal te vertellen. Dat heeft gewerkt.”
Nee, helemaal vlekkeloos ging het niet. Toen de Oudorper kermis vrijdagmiddag om 15:00 uur opende, hield de stroom er na een paar minuten even mee op. Tóch had de kermis een ‘vliegende start’. Boven de nog stille kermis klonk het zoemende geluid van een drone. Dat komt door Mitchell, die ook deze kermis weer vanuit de lucht vastlegde.
Volgers van zijn YouTube-kanaal en zijn TikTok-account weten het wel: een echte kermis, die is pas compleet als Mitchell van der Waart er een dronefilmpje van heeft gemaakt. En dan niet alleen van de draaiende attracties, maar ook van de opbouw, met veel liefde voor de details en de achtergronden die de kermis maken tot wat hij is.
“Intussen ken ik wel veel van de kermisfamilies, ja. En weet ik waar attracties gemaakt zijn. Maar eigenlijk is dit toevallig begonnen en het is en blijft een hobby, geen werk”, vertelt Mitchell in gesprek met Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Net na het gesprek met Streekstad Centraal maakte Mitchell deze foto van de Oudorper kermis, met onder het gele zeil de botsauto’s. (foto: Mitchell van der Waart)
Mitchell is geboren en getogen in Purmerend en filmde de afgelopen jaren de meest spectaculaire kermissen in Nederland en het buitenland. “Vanavond ga ik weer naar Tilburg”, vertelt hij. Die kermis, de grootste van de Benelux, spreekt bij alle liefhebbers tot de verbeelding. Uiteraard kijkt hij ook uit naar de Alkmaarse zomerkermis, waar ook dit jaar weer nieuwe topattracties te verwachten zijn.
Maar het is allerminst toevallig dat we hem treffen op de wat bescheiden dorpskermis van Oudorp. “Hier woon ik. Ik ben voor de liefde naar Oudorp gekomen, als Purmerender.” En dus is hij ook op deze kermis te vinden. “Een leuke kermis. Je ziet daar een attractie van Vader staan, de City Hopper. Zij komen hier ook echt vandaan, dat is leuk om te zien”, vindt hij.
Die familienamen, hij somt ze moeiteloos op. De kermis is een groot dorp, alleen dan continu op doorreis. Vaak maken families wel dezelfde rondjes, komen ze elkaar op dezelfde kermissen weer tegen. Mitchell is ook voor hen intussen een vertrouwde verschijning. (tekst gaat door onder de foto)
Kinderen kijken graag naar de opbouw van een kermis, dat was voor Mitchell vroeger niet anders. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik ben opgeleid tot civiel ingenieur”, vertelt Mitchell. Toch wat anders. “Na mijn studie kon ik een jaar in Nieuw-Zeeland gaan werken. Die natuur daar, die is natuurlijk prachtig, dus ik dacht: ik koop een drone en plaats mijn filmpjes op YouTube.”
In alle eerlijkheid: daar keek bijna niemand naar. “Nee, het zei de meeste mensen niks. Die zagen gewoon heel veel groen”, lacht hij.
Kermissen vond hij altijd wel wat moois, die fascinatie had hij als kind al. “Purmerend heeft ook echt een mooie kermis, midden in het stadje, voor de cafés”, laat hij niet na te benadrukken. Dat de kermis dit jaar slecht in het nieuws kwam gaat hem aan het hart. Toch was die liefde voor kermissen een paar jaar geleden nog oppervlakkig.
“Tot ik een keer een drone-filmpje van de kermis in Hoorn maakte en dat ook op mijn kanaal zette. Dat ging ineens heel hard. Dat was echt iets dat de mensen wilden zien, merkte ik.” De hobby werd toen wel wat serieuzer voor Mitchell. Hij weet intussen ook prima hoe hij zijn publiek een beetje prikkelt. Het plezier spat ervan af, voor wie een kijkje neemt op zijn kanalen. (tekst gaat door onder de foto)
Op stevige hoogte: onder in beeld Nijenburgh met de kermis, op de achtergrond de Schermer. (foto: Mitchell van der Waart)
“Ik vind het ook leuk om te laten zien hoe het werkt. Dan focus ik op één attractie, die je opgebouwd ziet worden. De laatste jaren is die techniek snel gegaan.” Een zweefmolen opbouwen, dat blijft natuurlijk in grote lijnen hetzelfde, maar bij nieuwe attracties is mooi te zien hoe ze de laatste technische innovaties gebruiken om ze zo efficiënt mogelijk op te bouwen. Het fascineert hem.
Speciale aandacht heeft hij op dit moment voor de attracties van Niek Moonen. Dat zijn bijzonderheden op de kermis. Deze exploitant koopt oude attracties op, ‘zaken’ waar eigenlijk niemand nog wat in ziet. Ze krijgen in zijn handen een nieuw leven, een fris design, alles wordt weer werkend gemaakt. En zo keren ze dan als een juweeltje terug op de kermis.
“Zijn nieuwste is de Jester, een Huss Booster…” Mitchell toont de techniek van deze attractie, die lijkt op de bekende Breakdance, alleen kunnen de gondels hier ook over de kop. “Die komt naar Alkmaar dit jaar. Dat is echt bijzonder.” (tekst gaat door onder de foto)
Terug op de grond toont de Oudorper kermis zich schaduwrijk en nostalgisch. (foto: Streekstad Centraal)
Er zit ook een andere kant aan dit verhaal. Niek Moonen is ernstig ziek, weet hij. Dat drijft hem des te meer om kermissen allemaal goed vast te leggen. Iets wat in bredere zin een reden is om dit te doen, vertelt Mitchell.
“Zo’n kermis, midden in de stad, of midden in het dorp, dat is het mooiste vind ik. Dat wil ik vastleggen.” Ook in Oudorp gaat de kermis op het veldje voor de winkels samen met vrolijke feestelijkheden even verderop. Het Waepen van Oudorp pakt uit met live muziek in de vertrouwd kleinschalige setting van deze bruine dorpskroeg. Niet dat het Mitchell zelf nou zo om het bier gaat, zijn focus ligt wel bij de attracties – maar het hoort wel bij het totaalplaatje van een mooie kermis.
“Toch zie je dat gemeenten ook kijken naar kermissen op een evenemententerrein, zoals we met corona ook zagen. Dat, of een kermis verdwijnt gewoon helemaal. Dan hoop ik dat ik het tenminste mooi heb vastgelegd. Kom, ik pak de drone erbij. Dan kan dit filmpje zo ook online en ga ik door naar Tilburg.”