Zwieren, zwaaien, prijzen veroveren en snoepen. Anderhalve week lang kunnen kermisliefhebbers zich weer uitleven in Alkmaar. Vrijdagmiddag werd de kermis geopend door kinderburgemeester Bo Schmidt met een ouderwetse sirene, in bijzijn van onder andere wethouder Marius Wiegman, kaasdragers en kaasmeisjes.
“Ik vind het heel bijzonder om, als laatste ding als kinderburgemeester, om dan een jaarlijkse kermis te openen”, zei Bo na afloop. En al was het niet wethouder evenementen Wiegman die aan de sirene mocht draaien, ook hij genoot zichtbaar. “Ik kom al van kleins af aan naar de kermis, dus het is voor mij fantastisch om die te kunnen openen.”
Na het officiële startsein gingen kinderburgemeester Bo Schmidt en wethouder Marius Wiegman de kermis over om volgens traditie kaas, die was meegenomen door de Kaasvader en twee van zijn kaasdragers, uit te delen aan exploitanten en medewerkers. De blokken kaas werden dankbaar in ontvangst genomen. (tekst gaat door onder de foto)
De gloednieuwe Jester trok bekijks. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse kermis is met 74 attracties en kramen één van de grootste kermissen van Noord-Holland. Met nieuwe en ongewone attracties zoals de Jester en het bijzondere lunapark probeert Alkmaar ook echt een breed kermispubliek uit wijde omtrek naar de stad te krijgen.
Tijdens de tien dagen kermis worden meerdere evenementen georganiseerd. Op zondag is er straattheater, op maandag de prikkelarme kermis en daarna is het Goudgele Dinsdag. Voor die dag wordt iedereen uitgedaagd om, al is het maar deels, geel gekleed naar de kermis te komen. Op woensdag is de kindermiddag.
Na tien dagen kermisvertier wordt de Alkmaarse kermis op zondag de 30ste traditioneel afgesloten met een eindshow.
De eerste kermisdag zorgde voor gezellige drukte. (foto: Streekstad Centraal)
Het opbouwen van een kermis is eigenlijk een attractie op zich. Dinsdag arriveerden uit het hele land tientallen vrachtwagens in de Alkmaarse binnenstad, met als inhoud de onderdelen om meer dan 70 kermisattracties op te bouwen. Menig passant bleef even kijken hoe werklieden, kranen en gereedschap samenwerkten om daarvan iets bijzonders in elkaar te sleutelen.
Veel attracties zijn ook al in eerdere jaren in Alkmaar opgebouwd. Die kermisexploitanten zijn daarom bekende gezichten en worden door de marktmeester als oude vrienden begroet. (tekst gaat verder onder de foto)
Tientallen vrachtwagens arriveerden woensdag uit verschillende hoeken van het land met hun lading die voor tien dagen vermaak moeten zorgen. (foto: Streekstad Centraal)
Er zijn echter ook nieuwe attracties: gillende meiden kunnen dit jaar verwacht worden in de Jester, waarvan de gondels ook zijwaarts over de kop kunnen draaien. Stoïcijns kijkende stoere jonge mannen kunnen de komende dagen terecht in het nieuwe spookhuis dat het bloed van de bezoekers wil doen stollen: de Phantom Manor.
Maar voor het zover is, moeten de attracties nog wel even worden opgebouwd op de plek die voor hen is ingeruimd. Dat opbouwen kan variëren van een gigant waarvoor de kermisexploitant zijn eigen telescoopkraan meeneemt, tot de nostalgische nougatkraam van Dirk Sipkema.
Hij heeft misschien nog wel meer werk te verzetten. Want de traditionele glazen potten in zijn kraam moeten op iedere locatie weer stuk voor stuk – en met de hand – worden neergezet. Dus ook in Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
Alle glazen potten moeten op ieder locatie weer met de hand en stuk voor stuk worden neergezet. (foto: Streekstad Centraal)
De zomerkermis opent vrijdag om 14:00 uur en blijft in de binnenstad tot en met zondag 30 augustus 2026. Voor Alkmaarse kinderen uit gezinnen die minder te besteden hebben liggen ook dit jaar weer kermismuntjes klaar. Ouders en houders van een gratis AlkmaarPas hebben hierover bericht ontvangen.
Dinsdag zal blijken of het idee aanslaat voor een ‘goudgele’ kermisdag. Die dag is de laatste avondkaasmarkt van dit seizoen. De gemeenteraad heeft bedacht dat de kermis dan goudgeel moet kleuren, met straattheater en muziek. Alle bezoekers wordt gevraagd om in het goudgeel gekleed naar de kermis te komen.
Vaste prik is inmiddels ook de populaire dag voor mindervaliden en een prikkelarme kermis voor mensen die minder goed tegen geluid en lichteffecten kunnen. (tekst loopt door onder de foto)
Op de Kanaalkade wordt plek ingeruimd voor de grote attracties. (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar Ontzet is ieder jaar weer een feest, en na een lange aanloop, was maandagavond de officiële aftrap van onder meer de bouw van de praalwagens voor de bekende grote optocht. De eer was aan Maria Overtoom – al vijftig jaar kleermaakster bij de 8 October Vereeniging – om de ‘eerste spijker’ te slaan.
Een beetje fatsoenlijke 8 october optocht onstaat niet vanzelf. “Zodra de optocht afgelopen is, gaan we bedenken wat het nieuwe thema voor volgens jaar is, dat we gaan ontwikkelen samen met de commissie van het bestuur”, vertelt Lizette van Gool van het regieteam. “Van daar uit gaan we met de ontwerpers van de kleding en de rekwisieten, en vooral met de bouwers, toewerken naar het volledige plaatje van de optocht.”
In mei werd het thema voor Alkmaar Ontzet 2026 onthuld tijdens de algemene ledenvergadering van de 8 October Vereeniging Alkmaar Ontzet: Alkmaars Glorie. Alkmaars Glorie draait om de rijke historie en architectuur van de stad, maar ook over het samen met elkaar iets moois voor elkaar krijgen. Zoals met de 8 October Vereeniging elk jaar weer lukt. (tekst gaat verder onder de foto)
De ontwerpen voor de praalwagens worden eerst zorgvuldig uitgewerkt op papier. (foto: Streekstad Centraal)
Eind juli zijn de karren uit de opslag gehaald en het officiële startsein voor de bouw van decorstukken, ‘de eerste spijker’, was maandag in de werkloods aan de Laanenderweg. Het officiële startsein, want er wordt al hard gewerkt. “We hebben niet op het startsein gewacht”, vertelt Lizette. “Voorgaande jaren ook niet altijd. Dat komt omdat we steeds een beetje groter willen. Er zijn wat meer draaiende delen dit jaar en misschien komt er ergens weer rook uit, dat vinden we ook altijd een leuk effect.”
Het is gezellig druk bij officiële startsein. “Ik vind het echt onwijs leuk hoeveel opkomst er is”, zegt Lizette. “Echt van alle disciplines zijn er mensen, sponsors, bestuur, bouwers, figuranten… Als je om je heen kijkt zie je dat er zó veel mensen betrokken bij ‘de eerste spijker’. Het is echt fantastisch om te zeggen met elkaar: we gaan starten en we gaan ervoor. Ik heb er zin in!”
“Er is nog heel veel werk te doen”, gaat Lizette verder. “Het eerste stuk is dan klaar, dat de bouwers aan de slag kunnen. De bouwboekjes zijn gemaakt en de verhalen rond elke wagen zijn geschreven. Voor ons is het nu de taak om de figuranten op de juiste plek te krijgen en de juiste kostuums erbij te bedenken. En dan moet het één geheel gaan worden.”
Het is nog wel eens aanpoten, maar het team van de middagoptocht heeft toch elk jaar weer om alles op tijd klaar te hebben. “Soms is het even een klein beetje in de stress zitten, maar elk jaar op 8 october gaat er weer een fantastische optocht de stad door.”
Hoe de middagoptocht er dit jaar uitziet is tijdens Alkmaar Ontzet vanaf 14:30 uur te ontdekken.
Het is een skatepark met een verhaal. Nú al. Een mooi verhaal gelukkig, van een succesvolle samenwerking tussen Stadswerk072 en de Alkmaarse skate-community, en met een pracht van een park als resultaat. Zondagmiddag verrichte wethouder Marius Wiegman de officiële opening van Skatepark Oosterhout.
“Ja, het is echt mooi dat dit gelukt is”, zegt Chip Gonissen, die een belangrijke rol vervulde bij de totstandkoming van dit park. Een rol die hij in eerste instantie helemaal niet had. Hij zocht contact met Stadswerk072 toen hij ontdekte dat het skatepark dat hier zou moeten komen niet bepaald aan de verwachtingen van de skatecommunity voldeed.
“Ik zei: kunnen we dit niet zelf oppakken en met de skaters uit Alkmaar iets neerzetten wat wij gaaf vinden?”, zei Gonissen eerder al in gesprek met Streekstad Centraal. (tekst gaat door onder de foto)
Chip Gonissen is dankbaar dat het gelukt is. (foto: Streekstad Centraal)
En zo geschiedde. Stadswerk072 toonde zich niet doof voor de kritiek van de ervaren skaters. Samen werkten ze een nieuw, beter plan uit en samen legden ze het ideale park aan. Dat betekent dat er zondag iets heel bijzonders geopend kon worden in de Oosterhout.
De openingsmiddag is feestelijk, met muziek, hapjes, drankjes en ‘clinics’ voor al wie z’n talenten verder wilde ontwikkelen. Een enkeling toonde zich nog voorzichtig – ‘ik kan dat niet hoor’ – maar menigeen verlegde juist wél grenzen. Wat op het oog misschien link lijkt, gaat hier toch vele keren goed. (tekst gaat door onder de foto)
Jong en oud verkennen het nieuwe skatepark tijdens de opening. (foto: Streekstad Centraal)
“Wat me meteen opviel toen ik hier kwam, is dat alle generaties vertegenwoordigd zijn”, vertelt wethouder Marius Wiegman nadat hij het park officieel opende, overigens zonder dat er een lintje moest worden doorgeknipt. “Meiden, mannen, kids, het is echt alles door elkaar.”
En dat is mooi, vindt de wethouder. “Daaraan zie je dat het skatepark écht gebruikt gaat worden, dat het leeft. Dit is echt een succes. Heel mooi dat de community dit voor elkaar heeft gekregen.” (tekst gaat door onder de foto)
Wethouder Marius Wiegman én een jong talantje. (foto: Streekstad Centraal)
De wethouder wijst ook op de graffitiwand die achter het skatepark is opgezet. Nu nog van hout, tijdelijk. Maar uiteindelijk moet hier een permanente muur verrijzen voor Alkmaarse spuitbusartiesten. Voor grafisch kunstenaar Gerben Hermanus is dat ook een succesverhaal.
“Vorig jaar ben ik een petitie gestart om dit onder de aandacht te brengen”, vertelt hij terwijl hij werkt aan zijn ‘Kaasaap’, een echt Alkmaars karakter. “In Alkmaar bestond dit nog niet, een plek waar dit mag.” De petitie raakte een gevoelige snaar, de Alkmaarse politiek besloot het idee uit te werken. Met muren in Overstad, in de Vroonermeer, en dus hier, in de Oosterhout.
“Deze is tijdelijk, maar het geeft een idee van wat de opstelling wordt. In een gebogen vorm, met een grote en een kleine muur. We kijken naar hoe het in Purmerend in Hoorn is gedaan, dat willen we ook hier.” (tekst gaat door onder de foto)
De muur die hier zondag een mooie paarse kleur kreeg is maandag weer weg, maar uiteindelijk komt er dus een echte voor in de plaats en daar gaat het om. “Gelukkig hebben we je foto nog”, lacht Gerben Hermanus als Streekstad Centraal hem vraagt of dat nou niet zonde is van z’n Kaasaap.
Voor Chip Gonissen, even verderop, gaat het eerst en vooral om de skatebaan. Het uitzicht op het bosachtige deel van de Oosterhout, dat is ook wel een mooie achtergrond, overweegt hij.
“Het belangrijkste is dat we hier nu dit skatepark hebben, dat het gelukt is. Daar wil ik ook alle vrijwilligers voor bedanken. Die hebben dit mogelijk gemaakt. Dat is de basis: wat die vrijwilligers samen gedaan hebben voor deze plek.”
Met maar liefst zeventien boten op het kanaal konden de Koedijkers zaterdagavond genieten van een fraaie editie van de traditionele gondelvaart. Niet alleen de Koedijkers zelf, ook talloze bezoekers uit Alkmaar en de omliggende dorpen waren naar de oevers van het Noordhollandsch Kanaal gekomen om te genieten van de gondelvaart.
“Genieten en kijken”, dat is volgens een bezoeker de essentie van het evenement. Dat, en de gezelligheid. Voor veel bezoekers komt daar nog een ‘gezonde dorst’ bij ook. “Een hele hoop gezelligheid en een hele hoop drinken”, vat een andere bezoeker dat deel van de traditie samen.
Het is dus een beetje kermis – inclusief nostalgische zweefmolen – en met die drijvende praalwagens ook een beetje carnaval, maar de combinatie van al die dingen levert een uniek spektakel op. (tekst gaat door onder de foto)
De gondel ‘Moulin Rouge’ was een waar theaterstuk. (beeld: Streekstad Centraal)
Al vele jaren is het feest een groot succes en dat er nu dus zeventien gondels het water op gingen laat zien dat de traditie volop leeft.
Het in stand houden van die traditie is anders wél een hoop werk. Maanden van tevoren beginnen Koedijkers al met het bouwen van de gondels. Die lange aanloop zorgt voor extra verbinding in het dorp, merken de bouwers op, het is toch echt iets dat de dorpelingen sámen doen.
En dat dus al 63 jaar, want de eerste gondelvaart was in 1963. De inspiratie kwam toen ergens anders vandaan, Giethoorn was het voorbeeld, maar intussen is het dus een échte Koedijker traditie geworden.
Jurassic Park, Max Verstappen, Sesamstraat, Michael Jackson & Elvis Presley. Het zijn slechts een paar thema’s die gebruikt zijn voor de traditionele Gondelvaart Koedijk. Aanstaande zaterdag doet een recordaantal van zeventien teams mee. Daar horen dus weer zeventien thema’s bij. Nieuwkomer is het kinderteam van bso Soef, met hun thema Sport & Spel.
Bescheiden gestart in 1963, groeide de gondelvaart van Koedijk uit tot een evenement waar ieder jaar zo’n 10.000 tot 15.000 bezoekers op af komen. Vorig jaar waren het er zelfs rond 20.000. De gondelvaart is nog altijd springlevend, maar dat gaat niet vanzelf. Het regelen van geld, bouwlocaties, promotie en vrijwilligers en het voldoen aan regeltjes heeft aardig wat voeten in de aarde. En dan zijn er nog de inspanningen om de jeugd erbij te betrekken, want ja die heeft de toekomst.
Jake Mak, eigenaar van bso Soef, hield de boot altijd af. “We kregen de afgelopen jaren al vaker de vraag of we met de bso mee willen doen aan de gondelvaart, maar mijn collega en ik zijn niet zo handig. De boten zijn ook zó mooi, dat is voor ons gewoon niet haalbaar.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jake Mak hield de boot tot nu toe af, maar is nu toch aan boord gekomen bij de Gondelvaart Koedijk. (foto: NH)
‘Nou én, toch gewoon leuk om mee te doen?’, zou je kunnen denken. Wel, dat zei een van de ouders min of meer hardop. “Een ouder zei: begin klein met een aantal schotten te schilderen en zorg voor spektakel op de boot”, vertelt Mak aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. De kinderen zagen dat wel zitten, de Gondelvaart is er bij hen met de paplepel ingegoten. “Dus dat zijn we gaan doen en nu gaan we meedoen met een jeugdboot.”
Net als de andere zestien teams, waren de kinderen bij Soef deze week druk bezig met de creaties voor op ‘hun’ dekschuit. Het thema is Sport & Spel. “We zijn een sportieve bso, we houden van sport en spel”, legt Mak uit. Maar, benadrukt hij, de kinderen verzonnen helemaal zelf wat ze daarmee wilden doen. (tekst gaat verder onder de foto)
De Jurassic Park-schuit van de Loeiende Koeien is een van dé hoogtepunten van de laatste jaren van de Koedijker Gondelvaart. (foto: Streekstad Centraal)
Noortje werkt graag mee aan de Sport & Spel schuit van Soef. “Ik vind het een hele leuke traditie van Koedijk. Ik kom al bij de Gondelvaart kijken sinds ik nul was. Ik vind het dus heel leuk dat ik nu ook op een boot sta.”
Er wordt niet alleen geschilderd, verklapt Jake Mak. “We hebben ook een soort toneelstukjes”. “We gaan nog een hut bouwen op de boot”, vult Noortje aan. Finn voegt nog toe: “En we gaan springtouwen en gewoon een beetje gek doen.”
De 63ste Koedijker Gondelvaart duurt van 21:00 tot ongeveer 22:30 uur, maar al vanaf 15:00 uur is de kermis en vanaf 16:00 uur de braderie. Vanaf 19:00 uur zijn er live muziek van Full Count ter hoogte van de Zonneweid en diverse acts en activiteiten langs het kanaal. Sterker nog, al sinds woensdag zijn er omlijstende activiteiten. Het hele programma staat op gondelvaartkoedijk.nl.
Bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog denken mensen in eerste instantie aan 4 mei. Logisch, maar de oorlog duurde in Nederlands-Indië nog tot Japan capituleerde: 15 augustus 1945. Dit jaar wordt het einde van de oorlog in het verre oosten voor de derde keer herdacht in het Alkmaarse Park Oosterhout. Met een breder programma, maar nog zonder Indië monument. “Maar het geld is voor tachtig procent binnen.”
In 2024 hield de Alkmaarse stichting BersaMaju voor het eerst een Nationale Herdenking 15 Augustus, ook wel de Indië Herdenking genoemd. Zonder een goed beeld te hebben van de interesse. Dertig deelnemers zou al best mooi zijn, dacht het bestuur. Voor de zekerheid waren vijftig herdenkingsspeldjes besteld. Veel te weinig, bleek al snel. “We staan versteld van het aantal aanmeldingen”, zei voorzitter Audrey Chin tegen Streekstad Centraal. Bovendien kwamen er nog eens veel mensen onaangekondigd. De herdenking werd een groot succes.
De derde editie op zaterdag in Park Oosterhout, met uitzicht op waar ooit de Indische Buurt was, draait net als de eerste twee om herdenken, bezinnen en samenzijn ‘opdat wij niet vergeten’. Veel mensen die de oorlog meemaakten stopten hun trauma’s weg, spraken er niet over. Dat geldt nog eens dubbel voor de Indische en Molukse mensen die een nieuw leven in Nederland op moesten bouwen. Het ‘Indisch zwijgen’. (tekst gaat verder onder de foto)
Audrey Chin en Susan Pfaff, mede-organisatoren van de Alkmaarse Indië Herdenking. (foto: Streekstad Centraal)
“We hebben dit jaar een wat voller programma, met drie sprekers en dans”, blikt Audrey vooruit. “We hebben Robin Raven, een schrijver uit Heiloo, en Tatiana Wenno. Zij is transgenerationele regressietherapeut.” Tatiana gaat met haar cliënten terug naar hun (culturele) roots, die generaties diep gaan. “De derde is Erwin Pieters, die voorheen bij BersaMaju zat. Het centrale thema is zwijgen of niet, door leven of er stil bij blijven staan.”
“Verder verzorgen Lionel en Clinton Mansyur een moderne dans die ‘Erfenis’ heet”, vervolgt Audrey. “Ik weet alleen nog niet precies wat ze gaan doen. Ik heb zelf een act met een touw gezien, een lijn met het verleden of als een soort navelstreng, maar misschien hebben ze de act aangepast. Cultuurwethouder Tineke Boucher houdt ook een praatje en uiteraard hebben we Marc Kuijper van Trompetterkorps Alkmaar die weer de taptoe blaast. Hij is altijd superenthousiast.” (tekst gaat verder onder de foto)
Ook de tweede Indië Herdenking werd goed bezocht. Vanwege de warmte zochten veel mensen de schaduw van de bomen achterin op. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju en alle belangstellenden moeten het tijdens het formele deel nog even stellen zonder een echt Indië-monument. Maar, daar wordt hard aan gewerkt, vertelt Audrey. “De gemeente wil vanuit meerdere afdelingen geld beschikbaar stellen. Het wordt op 25 augustus in de raadsvergadering besproken, dus of het gebeurt is nog niet helemaal zeker.”
“En wij als stichting zijn druk bezig met geld inzamelen. Naast ons bestuur heeft de stichting een comité van aanbevelingen met mensen uit de kunstsector en ook het bedrijfsleven”, wijdt Audrey uit. “Die mensen zijn goud. Ze hebben zo veel ingangen, contacten. We hebben al meer dan 10.000 euro opgehaald. We zijn heel erg blij dat het initiatief heel breed gedragen wordt.” (tekst gaat verder onder de foto)
Er bestaat geen Indisch-Moluks samenzijn zonder lekkere hapjes. (foto: Streekstad Centraal)
BersaMaju heeft een crowdfundpagina en er staan nog wat inzamelingen op de kalender. De voorzitter noemt de Pasar Kecil op 23 augustus bij Wijkcentrum De Oever. “We houden dan een veiling, een ‘lelang’, met hele mooie dingen en voor de toegang is er een vrijwillige bijdrage die ook in het potje gaat. En dan is er in oktober of november nog een padeltoernooi met een benefietbanket.”
“Alle kunstenaars die we op het oog hebben zijn benaderd en zij maken een ontwerp voor het monument. We laten drie ontwerpen verder uitwerken en daaruit kiezen we dan het definitieve ontwerp”, gaat ze verder. “We hópen dat het monument volgend jaar klaar is, maar waarschijnlijk lukt dat niet.”
Voor nu is het dus nog even een 15 augustus 1945 herdenking zonder vast monument. Het programma in Park Oosterhout begint aanstaande zaterdag om twee uur en duurt ongeveer anderhalf uur. Daarna is een kampulan bij de Wijkboerderij met hapjes, drankjes en live muziek. Meer informatie is te vinden op bersamaju.nl.
Ooit hing Hans Borst als vrijwilliger jute doeken langs het parcours van de Tour de Waard. Inmiddels is hij secretaris van de organisatie, staan bestanden in de cloud en worden via Facebook en LinkedIn nieuwe bedrijven bereikt. In 55 edities is er veel veranderd. En als het aan het bestuur ligt, blijft dat ook gebeuren. De ervaren garde hoopt daarom dat een nieuwe generatie opstaat om de toekomst van het Heerhugowaardse evenement vorm te geven.
Borst loopt al heel wat jaren mee bij de organisatie van de Tour de Waard. Hij begon als vrijwilliger, in een tijd waarin het evenement er nog heel anders uitzag. “Helemaal in het begin hielp ik met het ophangen van de jute doeken. Toen was de race alleen te zien als je een kaartje had, dus hingen we allemaal van die doeken op langs het parcours.”
Toen een deel van het toenmalige bestuur ermee stopte, werd Borst gevraagd om toe te treden. Dat zag hij in het begin helemaal niet zitten. “Ik dacht dat het een veel te hoge rol was voor mij, met veel te veel verantwoordelijkheden. Maar al snel kwam ik erachter dat het gewoon heel leuk is om te doen.”
Voorzitter Hans Rendering zit iets minder lang in het bestuur, maar draait ondertussen ook alweer twintig jaar mee. Hij begon in 2006. Stoppen staat voorlopig niet op de planning. “Ik zeg altijd: ik blijf doorgaan tot ik iets niet meer leuk vind. En tot nu toe vind ik alles nog steeds heel erg leuk.”
Hoeveel tijd de organisatie van de Tour de Waard precies kost, vinden de mannen moeilijk te zeggen. Vanaf oktober wordt er weer vergaderd voor de volgende editie, maar veel werkzaamheden gebeuren tussendoor. “Het is vaak dat je ‘s avonds nog even achter je laptop gaat zitten en dat het dan toch langer duurt. Het is niet zoals bij een koor dat je twee keer per maand een uurtje bij elkaar komt. Hoeveel tijd er exact in gaat zitten weet ik niet, maar het is toch wel wat.” (tekst gaat door onder de foto)
Door heel Heerhugowaard en bij toegangswegen kom je het tegen: promotiemateriaal voor de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Rendering begint het weekend van de wielerronde op vrijdag met het ophalen van de laatste spullen. Die avond krijgen de vrijwilligers tijdens een bijeenkomst uitleg over hun werkzaamheden en wat zij bijvoorbeeld moeten doen in geval van nood. Daarna wordt de avond afgesloten met een borrel.
Op zondagochtend begint de dag gezamenlijk met koffie en wat lekkers. Zodra de klok zeven uur slaat, verspreidt iedereen zich over het parcours en gaat aan de slag. Het bestuur wil daarbij niet de indruk wekken dat de zes bestuursleden belangrijker zijn dan de rest. “We staan niet hoger dan de vrijwilligers, dus dat willen we ook niet uitstralen.”
Ook na de laatste finish zit het werk er nog niet op. Maandag worden de laatste hekken en sponsordoeken opgeruimd. Daarna is het even rustig. “En dan gaan we vanaf oktober weer aan de slag voor de nieuwe editie.”
Aan vrijwilligers heeft de Tour de Waard momenteel geen gebrek. Sterker nog: er is soms zelfs een wachtlijst. Dat is niet altijd zo geweest. “Natuurlijk hebben we weleens jaren gehad waarbij we eigenlijk tot de week voor de Tour nog vrijwilligers zochten”, vertelt Rendering. “Maar met vrienden of familie lukte dat eigenlijk altijd wel.” (tekst gaat door onder de foto)
Bekende Nederlandse wielrenners zoals Erik Breukink, Steven Rooks en Henk Lubberding verschenen in het verleden regelmatig aan de start van de Tour de Waard. (foto: Stichting Tour de Waard)
Tegenwoordig krijgen de mensen die eerder vrijwilliger zijn geweest ieder jaar de vraag of zij opnieuw willen helpen. Vaak is het antwoord ja. Nieuwe geïnteresseerden sluiten daarachter aan. “Als een broer van iemand dan ook ineens wil, komt die onderaan de lijst. Zo hebben we bij uitvallers, want die heb je er altijd tussen zitten, eigenlijk altijd wel een vervanger.”
Borst is blij dat de organisatie zich daar momenteel geen zorgen over hoeft te maken. “Het is daarnaast ook leuk om te zien dat het veel vrienden en familie zijn. Van renners, van het bestuur en van andere vrijwilligers. Het zijn echt een paar gezellige dagen.”
Ook binnen het bestuur hopen de mannen de komende jaren meer jongeren te verwelkomen. Niet omdat er op dit moment een tekort is, maar omdat Sebastiaan Hoogvorst, begin dertig en de jongste van de zes bestuursleden, volgens hen laat zien wat een nieuwe generatie kan toevoegen.
Hoogvorst werkt in de IT en houdt zich onder meer bezig met de website en online zichtbaarheid van het evenement. “Sebastiaan is de jongste van ons clubje. Hij heeft ons echt heel erg goed geholpen op het gebied van zichtbaarheid”, vertelt Borst. “Hij regelt onze website en weet via Facebook en LinkedIn ook bedrijven te bereiken die weer kunnen bijdragen aan de Tour de Waard. Als hij dat niet had gedaan, hadden we echt stilgestaan op dat gebied. Dus daar zijn we heel blij mee.” (tekst gaat door onder de foto)
Het bestuur van stichting Tour de Waard. Bestaande uit John Burger, Hans Borst, John Ottenbros, Sebastiaan Hoogvorst, Hans Rendering en Marc van Vliet. (foto: Stichting Tour de Waard)
Ook achter de schermen verandert er het nodige. Zo werkt het bestuur inmiddels met bestanden in de cloud, waardoor informatie gemakkelijker met elkaar gedeeld kan worden. Voor Rendering is het een goed voorbeeld van hoe verschillende generaties elkaar kunnen aanvullen. “Je moet als organisatie ook niet blijven hangen in hoe het was. Als je dat doet, dan werkt het niet. De komst van Sebastiaan laat goed zien dat de jonge en de oude garde elkaar mooi kunnen aanvullen.”
Dat betekent volgens hem ook dat de werkwijze van de huidige bestuursleden niet heilig is. “Het is niet dat wat wij nu al jaren doen de enige manier is waarop het kan. Zeker niet. We moeten openstaan voor nieuwe ideeën en dat doen we nu erg goed.”
Dat aanpassen is door de jaren heen vaker nodig geweest. Een recent voorbeeld is de vernieuwde Middenweg. Vooraf vroeg de organisatie zich af of wielrenners last zouden hebben van het patroon in het wegdek en de strook met kiezels in het midden. Dat bleek mee te vallen. Voor de skeelerrace had de nieuwe inrichting wel gevolgen. Met name rond de finish kunnen de kiezels volgens Borst voor gevaarlijke situaties zorgen. “Ze konden hun slagen niet meer goed afmaken. Daarom moest dat onderdeel worden geschrapt.” (tekst gaat door onder de foto)
Inwoners van gemeente Dijk en Waard kunnen er haast niet omheen. Overal langs de weg staan borden van de Tour de Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Ook het regelen van vergunningen is in de loop der jaren uitgebreider geworden. “Het is niet meer zo als vroeger dat je met een plan komt en om een handtekening vraagt”, vertelt Rendering. “Nu heb je meerdere vergaderingen en ligt er een heel plakboek voordat alles rond is.” Dat ziet hij niet als iets negatiefs. “Dat hoort er nou eenmaal bij. Je kan niet stil blijven staan bij hoe het vroeger was.”
Niet iedere verandering is even groot. Zo ging normaal gesproken een vrijwilliger met soep langs het parcours om de andere vrijwilligers iets te eten aan te bieden. Dit jaar wordt dat op verzoek van de vrijwilligers anders aangepakt: iedereen krijgt een bon om zelf iets bij de frietkraam te halen. Of dat een succes wordt, moet nog blijken. “Misschien vinden ze dat niet zo fijn, maar goed, dat horen we dan wel tijdens de evaluatie”, zegt Rendering lachend. “Je komt er maar op één manier achter of een verandering werkt.”
Opvallend genoeg hebben de twee mannen die zoveel tijd in de wielerronde steken zelf nog nooit meegedaan. “En dat gaat ook niet gebeuren hoor”, lachen ze. Rendering heeft zelf wel gefietst, Borst komt helemaal niet uit de wielerwereld. “Ik zat zelf altijd op voetbal, maar het is zo’n groot evenement hier in Heerhugowaard dat ik er gewoon ingerold ben.” (tekst gaat door onder de foto)
De Tour de Waard is al jarenlang een begrip in Heerhugowaard en trekt ieder jaar veel publiek naar de Middenweg. (foto: Stichting Tour de Waard)
Of iemand eerst als vrijwilliger begint en vervolgens doorgroeit, zoals Borst zelf deed, of zich direct meldt omdat diegene geïnteresseerd is in de organisatie, maakt volgens hen weinig uit. “Wij willen juist graag dat de nieuwe generatie opstaat.” Daarbij hoeft de Tour de Waard wat hen betreft niet precies te blijven zoals hij altijd is geweest. “We staan open voor veranderingen. Maar als je iets weghaalt, moet er natuurlijk wel wat voor in de plaats staan.”
Veranderen doet de Tour de Waard dit jaar opnieuw. Tijdens het gesprek verklappen de mannen alvast een nieuwtje dat nog niet eerder bekend was: de huldiging van de renners krijgt tijdens de 55ste editie een nieuwe plek. Waar de winnaars voorheen op het parcours werden gehuldigd, stappen zij dit jaar voor het eerst het podium van Tour de Waard Live op. Daarmee komen de wielerronde en het feestprogramma een stukje dichter bij elkaar.
Hoe de nieuwe opzet uitpakt, zal zondag voor het eerst blijken. Rendering heeft in ieder geval al een duidelijk beeld voor ogen. “We hebben een mooi publiek dat de renners hopelijk van een groot applaus gaat voorzien en we hopen dat het lekker feestelijk is.”
Dromen van een andere stad, met een iconisch eilandje tussen het oude en het nieuwe in. Dat willen Alkmaarders bést, ontdekte het Architectuur Informatiecentrum Alkmaar (AIA). Op de prikkelende prijsvraag om vrijelijk te fantaseren over een heel ander gebouw op de plek van het politiebureau aan het Mallegatsplein kwamen ruim zestig reacties.
“Ja, enorm”, reageert een verraste Ed Diepenmaat. “Vooraf zeiden we tegen elkaar: met tien, vijftien serieuze reacties zijn we ook al blij. Dit is voor ons vér boven verwachting.”
Maar liefst 64 ontwerpers schreven zich in voor de volgende ronde van de ideeënprijsvraag van AIA. Daarvan is ongeveer tweederde professioneel, dus afkomstig uit de architectuur en stedenbouw. Een derde van de inzendingen komt van mensen ‘buiten het vak’, die hun creativiteit de vrije loop laten. (tekst gaat door onder de foto)
Ed Diepenmaat had niet verwacht dat er 64 inzendingen zouden zijn voor de ideeënprijsvraag. (foto: Streekstad Centraal)
Overweldigend noemt Diepenmaat dat enthousiasme. “Het is leuk dat het herkend wordt. Het leeft enorm.”
Diepenmaat is dus bepaald niet de enige die wel eens wegdroomt bij de gedachte aan een ánder Kanaalschiereiland. Een ‘Île d’Alkmaar’ met een iconisch gebouw erop. Een museum, een theater, een muziekpodium – het zijn allemaal mogelijkheden. Met zo’n spectaculair gebouw kan het eilandje dat zo mooi tussen de oude binnenstad en de nieuwbouw op Overstad ligt opbloeien, opengaan, een verblijfsplek worden.
Nu is dat nog anders. Het politiebureau is een gesloten gebouw, met dichte muren. Een hek. Spiegelend glas. Juist die grote tegenstelling tussen wat hier zou kunnen, en wat het nu ís, maakt de ideeënprijsvraag van AIA zo prikkelend. (tekst gaat door onder de foto)
De huidige inrichting van het Kanaalschiereiland nodigt niet uit om er lang te verblijven. (foto: Streekstad Centraal)
Er zijn helemaal geen concrete plannen om het politiebureau te verhuizen. Het gaat bij de ideeënprijsvraag echt om vrije verbeelding. Het hield de creatieve Alkmaarders duidelijk niet tegen.
Diepenmaat ziet ook wel praktische kansen. De huidige inrichting van het politiebureau, met maar één uitgang voor de politievoertuigen, is niet ideaal. Er kan voor de politie dus best een argument zijn om op termijn uit te kijken naar een andere werkplek.
De parkeergarage is er dan ook nog. Die moet hoger worden, daar heeft de gemeente plannen voor. Maar Diepenmaat ziet meer in ondergronds parkeren. Dan kan hier, boven de grond en met aan drie kanten water, iets prachtigs ontstaan. Met aan de basis daarvan de avontuurlijke ideeën van 64 ontwerpers.
De ontwerpen worden in de komende weken en maanden verder uitgewerkt. Op 12 oktober moeten alle ontwerpen binnen zijn. Op 17 oktober opent dan een expositie waarin de ideeën aan het grote publiek worden gepresenteerd.
Een paar grote dameshoeden steken boven de kraam uit, verderop schitteren karaffen en zilverwerk in de zon en een bezoekster buigt zich aandachtig over een verzameling blauw-wit servies. Wie zaterdag door het hek van het Witte Kerkje in Groet stapt, waant zich – voor de 46ste keer – even op een marktje ergens op het Franse platteland. Alleen de Hollandse kerktoren verraadt dat de grens nog honderden kilometers verderop ligt.
Onder de bomen rondom het kerkje is het zaterdag een komen en gaan van bezoekers. Ze schuifelen langs tafels vol servies, sieraden en vazen. Aan kledingrekken hangen jurken en jassen, op het gras staan antieke meubels uitgestald. Wie hier doelgericht probeert te winkelen, heeft het lastig: bijna iedere kraam vraagt wel even om stil te staan.
“Ik kom alleen even kijken, zei ik”, lacht een bezoekster terwijl ze een porseleinen schaaltje in haar handen ronddraait. “Maar dat is hier natuurlijk gevaarlijk. Voor je het weet zie je weer iets waarvan je vindt dat je het absoluut nodig hebt.”
Het is precies dat zoeken dat bezoekers naar de Franse Brocante Fair trekt. Sommigen komen toevallig voorbij, anderen weten de markt ieder jaar opnieuw te vinden. Een echtpaar dat speciaal vanuit het midden van het land naar Groet is gereden, maakt er een dagje uit van. “We houden allebei van Frankrijk en van oude spullen. Dan is dit natuurlijk een mooie combinatie. Je vindt hier dingen die je op een gewone markt niet zo snel tegenkomt.” (tekst gaat door onder de foto)
Er werd zaterdagmiddag hard gezocht naar parels tussen alle spullen op de Brocante Fair. (foto: Streekstad Centraal)
Dat bezoekers van ver komen, zal organisator Marjan Huisman goed doen. Vorig jaar vertelde ze aan Streekstad Centraal nog dat de toekomst van haar markt allerminst vanzelfsprekend is. Echte Franse brocante wordt volgens haar steeds moeilijker verkrijgbaar. Waar liefhebbers vroeger op Franse marktjes nog volop oude serviezen, meubels en andere vondsten konden inslaan, kost het tegenwoordig steeds meer moeite om voldoende geschikt aanbod naar Groet te krijgen.
Huisman wilde destijds koste wat kost voorkomen dat haar Brocante Fair uiteindelijk een gewone rommelmarkt zou worden. Als er niet genoeg Franse spullen meer zouden zijn om het karakter te behouden, moest ze zich afvragen hoe lang ze nog door kon gaan.
Een jaar later blijkt die zorg in ieder geval niet het einde van de markt te hebben betekend. Op het gras rond het Witte Kerkje valt zaterdag genoeg te ontdekken. Twee opvallende geelbruine vazen staan tussen karaffen en porseleinen beeldjes, tientallen kopjes en kannetjes vullen een andere tafel. Even verderop liggen sieraden uitgestald naast oud bestek en glaswerk. Een paar meter verder kan het subtielere werk worden ingeruild voor een sierlijke witte tuinbank of een flink stuk antiek. (tekst gaat door onder de foto)
Er is voor ieder wat wils op de fair. Van sieraden tot bestek, en van glaswerk tot kleding. (foto: Streekstad Centraal)
En dan zijn er nog de hoeden. Groot, klein, wit, roze en paars: ze zorgen alleen al voor genoeg bekijks. “Die zou je eigenlijk gewoon moeten dragen”, grapt een vrouw terwijl haar gezelschap naar een grote paarse hoed kijkt. Zelf aanschaffen? Daar moet ze nog even over nadenken. “Ik weet alleen niet waar ik ermee naartoe moet. Naar de supermarkt misschien.”
Niet iedereen die zaterdag tussen de kramen loopt, wist bij het ontbijt al dat de Brocante Fair op het programma stond. Ook vakantiegangers die in de omgeving verblijven, komen een kijkje nemen. Een Duits stel hoorde tijdens hun verblijf dat er bij het kerkje iets te doen was. “Wir schauen nur”, zegt Herman lachend. Alleen kijken dus. Zijn vrouw Inge is ondertussen al bij de volgende tafel beland. “Zehn Minuten”, voorspelt hij. Tien minuten. Zelf lijkt hij er weinig vertrouwen in te hebben.
Juist dat vrijblijvende maakt de markt aantrekkelijk. Niemand hoeft hier met een boodschappenlijst rond te lopen. Er wordt gekeken, opgepakt, omgedraaid en weer teruggezet. Soms volgt een kort gesprek met de verkoper, soms wordt na een rondje over het terrein alsnog teruggekeerd naar dat ene bordje dat toch in het hoofd is blijven hangen. (tekst gaat door onder de foto)
Op het grasveld rond het Witte kerkje staan allemaal kraampjes vol met spullen. Hier en daar wordt er onderhandeld over de prijs. “Kan er niet een eurootje vanaf?” (foto: Streekstad Centraal)
De omstandigheden helpen mee. De zon schijnt uitbundig boven Groet en onder de hoge bomen rond het kerkje zoeken bezoekers af en toe de schaduw op. Het gras heeft door de droge zomer inmiddels meer weg van een Zuid-Frans veld dan van een doorsnee Noord-Hollandse kerktuin. Voor de Franse sfeer had de organisatie het nauwelijks beter kunnen bestellen.
“Het is vooral de plek”, vindt Marga die naar eigen zeggen al vaker op de fair is geweest. “Zo’n markt midden in een dorp, rondom dat oude kerkje, dat heeft gewoon iets. Als dit op een parkeerterrein stond, was de helft van de charme weg.”
En die charme lijkt voorlopig sterker dan de zorgen over het steeds schaarser wordende aanbod. Niet ieder voorwerp rond het Witte Kerkje zal rechtstreeks uit een Frans landhuis afkomstig zijn. Dat was vorig jaar al zo. Maar voor de bezoekers lijkt de herkomst soms minder belangrijk dan het plezier van het zoeken.
Want uiteindelijk gaat brocante misschien net zo goed over het verhaal dat je zelf aan een voorwerp geeft. “Je moet eigenlijk nergens naar zoeken”, zegt Marga terwijl ze nog één keer langs een tafel met servies loopt. “Als je iets moois tegenkomt, merk je het vanzelf.” Ze loopt verder. Zonder schaaltje. Voorlopig.