Na het stripboek waarmee basisscholieren in Uitgeest kennismaakten met Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, verschijnt later dit jaar ook een Nederlandse vertaling van een internationaal opgemerkt boek over de uitvinder van de houtzaagmolen. De Mexicaans-Amerikaanse auteur Jaime Dávila noemt de Uitgeester uitvinding zelfs de belangrijkste technologische doorbraak uit de wereldgeschiedenis.
Eerder dit jaar presenteerde de Stichting Cornelis Corneliszoon van Uitgeest het stripboek ‘Op zoek naar het genie van Uitgeest’. Daarmee wil de stichting de kennis over de uitvinder onder basisscholieren vergroten. Volgens de stichting was die kennis onder de jeugd te beperkt en moest daar verandering in komen. De stichting ziet dat als extra belangrijk nu Uitgeest binnenkort opgaat in een nieuwe fusiegemeente. (tekst gaat verder onder de foto)
Het stripboek werd enkele maanden geleden gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in kindcentrum Cornelis. (foto: Streekstad Centraal)
Enkele maanden later krijgt Cornelis Corneliszoon opnieuw aandacht, dit keer met een boek voor een volwassen publiek. Jaime Dávila, een in de Verenigde Staten wonende Mexicaanse schrijver, onderzocht voor zijn boek welke uitvindingen de grootste invloed hebben gehad op de wereldgeschiedenis. Volgens hem staat de houtzaagmolen van Cornelis Corneliszoon daarbij op de eerste plaats.
Tijdens zijn onderzoek reisde Dávila ook naar Nederland. Volgens de stichting verwachtte hij in Uitgeest een museum of standbeeld van de uitvinder aan te treffen, maar die zijn er niet. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de gerestaureerde houtdroogloods op Erfgoedpark De Hoop, waar aandacht wordt besteed aan het verhaal van Cornelis Corneliszoon. (tekst gaat verder onder de foto)
De houtdroogloods op het Erfgoedpark in Uitgeest moet in de toekomst gezelschap krijgen van een werkende houtzaagmolen. (foto: Léon Klein Schiphorst)
Cornelis Corneliszoon kreeg in 1593 octrooi op zijn houtzaagmolen. Die maakte het mogelijk om met behulp van windkracht automatisch hout te zagen, waardoor veel sneller kon worden voorzien in de groeiende vraag naar hout voor de scheepsbouw.
In zijn boek betoogt Dávila dat deze uitvinding een belangrijke aanzet vormde voor latere industriële ontwikkelingen en daarmee grote invloed had op de economische groei van Nederland.
Volgens de stichting kreeg het boek al aandacht in onder meer de Britse krant The Guardian en dagblad Trouw. De Nederlandse vertaling wordt mede verzorgd door wetenschapsjournalist en Trouw-columnist Vincent Dekker, in samenwerking met de Stichting Cornelis Corneliszoon van Uitgeest. De stichting zet zich al jaren in voor de bouw van een werkende houtzaagmolen op Erfgoedpark De Hoop als eerbetoon aan de uitvinder. (tekst gaat verder onder de foto)
Striptekenaar Eric Coolen uit Haarlem signeert de eerste exemplaren van het stripboek voor de jeugd van Uitgeest. Het boek is inmiddels uitverkocht. (foto: Streekstad Centraal)
De Nederlandse vertaling volgt enkele maanden nadat de stichting het educatieve stripboek voor alle basisscholen in Uitgeest presenteerde. Waar dat project zich richt op de lokale jeugd, moet het nieuwe boek een veel breder publiek kennis laten maken met de rol die Cornelis Corneliszoon volgens Dávila heeft gespeeld in de wereldgeschiedenis.
Uitgeverij De Kring brengt het ongeveer 250 pagina’s tellende boek in november uit onder de titel ‘De uitvinding die de wereld veranderde’. Daarmee krijgt Cornelis Corneliszoon, na het stripboek voor basisscholieren, nu ook een Nederlandstalig boek voor een breed publiek. Het boek kost 24,50 euro en is via de uitgever al vooruit te bestellen.
Een gitaar die niet meer zuiver klinkt, een ukelele met een opengebarsten zijkant en een oud instrument waar ooit een kaars op is gevallen. Waar het Repair Café normaal vooral draait om kapotte huishoudelijke apparaten, staan zaterdagmiddag in de bibliotheek van Castricum opvallend genoeg ook gitaren op de werkbank. Voor het eerst zijn twee gespecialiseerde gitaarreparateurs aanwezig. Daar blijkt volop belangstelling voor.
Tussen de verschillende reparatietafels zitten Maarten en Wouter gebogen over de instrumenten die bezoekers meenemen. Om te laten zien hoe zo’n controle in zijn werk gaat, laat ook de verslaggeefster van Streekstad Centraal haar eigen gitaar nakijken, omdat die niet meer helemaal zuiver klinkt.
Wouter pakt na het horen van het ‘probleem’ direct een blauw meetgereedschap uit zijn koffer en legt het tegen de hals van de gitaar. “We letten altijd als eerste goed op de snaren en of de hals ook wel echt recht loopt”, legt hij uit. “Kijk, deze loopt helemaal recht. Zo wil je het hebben.”
Even later neemt Maarten het instrument over. Volgens hem zit het probleem vaak helemaal niet in de gitaar zelf. “Vaak zit het probleem in de snaren. Bij deze gitaar is het alleen een kwestie van stemmen en dan speelt hij in principe gewoon weer helemaal goed. Maar als ik je echt advies zou geven, dan zou ik de snaren toch anders op de gitaar spannen. Alleen, in een half uur is dat niet te doen en het is ook niet per se nodig.” (tekst gaat door onder de foto)
Door te kijken naar hoe hoog de snaren gespannen zijn weten de mannen precies wat er verbeterd zou kunnen worden aan de gitaar. “Je wil dat de snaren niet te hoog staan, want dan heb je daar last van met spelen.” (foto: Streekstad Centraal)
Het stemmen van een snaarinstrument doen de twee ieder op hun eigen manier. “Door een beetje per snaar te spelen hoor ik eigenlijk zelf al of hij goed is afgesteld of niet. Maar je hebt daar ook hele mooie stemapparaatjes voor die precies aangeven of een snaar strakker of losser moet”, vertelt Wouter.
Maarten gebruikt liever een andere methode. “Ik gebruik altijd een app op mijn telefoon die heel nauwkeurig meeluistert naar het geluid dat je gitaar produceert. Zo weet je precies wat je moet doen om hem weer goed te laten klinken.”
Hun kennis van gitaren komt niet uit de lucht vallen. “Wouter en ik spelen allebei in een band en spelen eigenlijk altijd gitaar”, vertelt Maarten. “Het is echt helemaal ons ding”, vult Wouter lachend aan.
De gezamenlijke hobby groeide uiteindelijk uit tot veel meer. “Een tijd geleden gingen we naar een bijeenkomst in het oosten van het land waar allemaal bijzondere gitaren stonden. Die dingen zijn natuurlijk ontzettend duur. Daar kwamen we erachter dat je ook losse onderdelen kunt kopen en zelf gitaren kunt leren bouwen.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een speciale meetlat controleert Wouter of de hals van de gitaar recht is. “Erg belangrijk.” (foto: Streekstad Centraal)
Eenmaal terug in Castricum gingen ze op zoek naar iemand die hen daarbij kon helpen. “Zo kwamen we uit bij een gitaarmaker in Heiloo. Dat leek ons wel wat, dus zijn we daar gaan kijken.” Inmiddels bouwen ze hun eigen gitaren, samen met die gitaarmaker uit Heiloo. “Maar daar gaat een hoop tijd in zitten”, zegt Maarten. “Je bent zo vijftien werkdagen bezig met één gitaar.”
Ook het gereedschap is uitgebreider dan veel mensen denken. “De spullen die we vandaag hebben meegenomen zijn nog maar een heel klein deel van alles wat we hebben”, zegt Wouter. Maarten moet lachen. “Er komt echt veel meer bij kijken.”
Die kennis blijkt deze middag goed van pas te komen. Hoewel het Repair Café normaal draait om kapotte broodroosters of stofzuigers, is dat deze zaterdag anders. De gitaarspecialisten hebben het er druk mee. “Het is de eerste keer dat we hier zitten en het bevalt ons tot nu toe erg goed”, zegt Maarten. “We hebben vandaag al vier of vijf gitaren gehad. Er was zelfs een man die met twee instrumenten kwam.” (tekst gaat door onder de foto)
Met pure precisie en een beetje houtlijm weten Maarten en Wouter de ukelele weer te laten klinken zoals hij hoort. (foto: Streekstad Centraal)
Eén daarvan is een ukelele met een flinke beschadiging. “De hele zijkant was opengebarsten, waardoor het geluid er niet meer uitkwam zoals het hoorde”, vertelt Wouter. “Dat hebben we opgelost met houtlijm.” De eigenaar probeert zijn ukelele direct uit. “Super”, zegt hij tevreden. “Ik voel meteen dat hij weer goed is, want het klonk zo gek doordat het geluid uit de verkeerde gleuven kwam. Heel erg bedankt.”
“Perfect mooi aan de buitenkant is het misschien niet”, zegt Wouter lachend. “Als hij later naar een professionele gitaarmaker gaat, zegt die misschien: ‘Jeetje, wat hebben zij nou weer gedaan?’ Maar meneer is blij en dat is het belangrijkste.”
Even later komt er een echtpaar langs met een oude gitaar. “Mijn vrouw weet niet of er iets aan gedaan kan worden, maar ze wil er toch even naar laten kijken”, zegt de man. “Er is ooit een kaars op gevallen”, vertelt zijn vrouw. “Nu zit er een gat in.”
Wouter kijkt nauwelijks verbaasd als hij de gitaar bekeken heeft. “Dit is helemaal niet erg. Vroeger deden ze dit zelfs vaker. Dan maakten ze expres een mooi rond gat omdat dat hielp met het geluid. Je zou het kunnen opvullen, of mooier af kunnen werken, maar dat hoeft helemaal niet. Het beïnvloedt het geluid niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol enthousiasme legt Wouter de vrouw alles uit over haar gitaar. Uiteindelijk hoeven de reparateurs niks te repareren. (foto: Streekstad Centraal)
Wanneer hij de gitaar wil uitproberen, waarschuwt de eigenaresse alvast. “Hij is zo vals als wat hoor.” “Dat is geen probleem”, antwoordt Wouter. “Dan stem ik hem meteen even.” Na wat getokkel is de klus snel geklaard. “Kijk, nu speelt hij weer helemaal goed”, zegt Wouter als hij de gitaar teruggeeft. “Weer een tevreden klant.”
Voor Maarten en Wouter smaakt deze eerste editie duidelijk naar meer. “Het is de eerste keer dat we hier zitten, maar we vinden het zó leuk dat we dit best vaker zouden willen doen. Of dat nou hier in het Repair Café is of ergens anders, dat weten we nog niet. Maar wat ons betreft zit er zeker een herhaling in.”
Waarom ze er graag nog eens een zaterdag voor vrijmaken, is voor de twee heel simpel. “Het is gewoon heel leuk om mensen te helpen”, zegt Maarten. “Een gitaar of ukelele is voor sommige mensen echt een belangrijk onderdeel van hun leven. Als je er dan voor kunt zorgen dat zo’n instrument weer speelt zoals het hoort en je ziet hoe blij mensen daarvan worden, dan is dat natuurlijk super.” Wouter knikt instemmend. “Mensen helpen met iets wat je zelf heel leuk vindt om te doen”, besluit hij, “mooier wordt het eigenlijk niet.”
Een 41 jaar oude dinoaurus gaat met pensioen. De kleurige dinoglijbaan die jarenlang in het Alkmaarse winkelcentrum De Mare stond, krijgt een opvolger. Maar ook de oude dino zal terugkomen. Maar niet meer om op te klimmen en af te glijden, die tijd is echt voorbij. De dino wordt een kunstwerk ergens in de stad.
De kleurige stegosaurus is door de jaren heen een icoon geworden in De Mare. De dinoglijbaan was veel meer dan een speeltoestel voor kinderen. En al was hij er de laatste tijd niet best aan toe, hij was vertrouwd en geliefd in het straatbeeld. Volkomen onverwacht werd-ie in februari op een aanhangwagen gezet en meegenomen, met onbekende bestemming en toekomst. Streekstad Centraal dook in de kwestie die zelfs op de politieke agenda verscheen. (tekst gaat verder onder de video)
“Ja, dit hadden we qua communicatie misschien anders moeten doen”, erkende wethouder Jan Hoekzema toen. Het plan om de oude dino te vervangen lag er al iets van een jaar. “De kinderen van mensen die er zelf óók nog op hebben gespeeld spelen er nu nog op, en dan is-ie in één keer weg. Ik snap het sentiment wel. Wel mooi die betrokkenheid!”
En… helaas. ‘Het rapport geeft aan dat vanwege de veiligheidseisen het gebruik van de dinoglijbaan niet meer mogelijk is”, meldt de nu verantwoordelijke wethouder Robert te Beest. “Volgens de huidige speelnormen is de helling van de glijbaan te steil en ook het punt waar kinderen uit de glijbaan komen, wordt als onveilig beschouwd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het oude beestje is er niet best aan toe. (foto: Streekstad Centraal)
“Ook ontbreken veiligheidsvoorzieningen die nu verplicht zijn. Zo moeten er bij de trap en op het bovenste platform beugels aanwezig zijn, zodat kinderen zich goed kunnen vasthouden”, aldus Te Beest. “Daarnaast wordt polyester tegenwoordig niet meer gebruikt voor speeltoestellen in de openbare ruimte. Moderne speeltoestellen worden vooral gemaakt van kunststof of hout.”
Inmiddels is in overleg met de winkeliers in De Mare een nieuwe dinoglijbaan gekocht. Hoe de opvolger eruitziet en wanneer hij wordt geplaatst is nog niet duidelijk. Ook de plek waar de gepensioneerde dino na een opknapbeurt komt te staan, is nog niet bekend.
De Duinmarkt in Schoorl is terug, maar wel in een nieuw jasje. De bekende zomermarkt is uitgebreid met live muziek, theater en activiteiten voor jong en oud. Daarmee willen de organisatoren de markt aantrekkelijker maken voor een breed publiek.
De Duinmarkt wordt iedere dinsdag in juli en augustus gehouden in het centrum van Schoorl, aan de voet van het Klimduin. Bezoekers kunnen er langs tientallen marktkramen wandelen met onder meer handgemaakte producten, sieraden, kleding en streekproducten. Ook zijn er foodtrucks en gezellige terrassen. (tekst gaat verder onder de foto)
Onderdeel van de vernieuwing zijn de optredens tijdens de Duinmarkten. (foto: Streekstad Centraal)
Naast de markt is er dit jaar extra aandacht voor beleving. In het Duintheater zijn in juli tussen 18:00 en 20:00 uur optredens van lokale singer-songwriters. Op verschillende plekken in het dorp klinkt live muziek. Voor kinderen zijn er onder meer creatieve workshops, poppentheater en schatgraven op het Klimduin.
Volgens de Schoorlse onderneemster Jolijn Köhne is de Duinmarkt meer dan een gewone braderie. De combinatie van winkelen, muziek, eten en activiteiten moet ervoor zorgen dat niet alleen toeristen, maar ook inwoners uit heel Noord-Holland graag naar Schoorl komen en vaker terugkeren.
Streekstad Centraal nam een kijkje op de vernieuwde Duinmarkt en sprak met lokale ondernemers over de veranderingen om met de tijd mee te gaan.
Eeuwenlang zat er in de Grote Kerk van Alkmaar een bijzondere bibliotheek boven de ingang. De collectie historische en wetenschappelijke boeken en documenten werd ruim 200 jaar geleden echter overgebracht naar het stadhuis. Nu wordt gewerkt aan de terugkeer van de Librije, in een modern jasje. Afgelopen week kregen de iniatiefnemers groen licht van de gemeente.
De Librije van de Grote Kerk in Alkmaar werd in 1594 in gebruik genomen en fungeerde daarna lange tijd als een belangrijk kenniscentrum voor mensen in de wijde omgeving. Maar in 1819 werd besloten om de collectie materialen over te hevelen naar het stadhuis. Nu is de collectie te vinden in het Regionaal Archief. Maar dat gaat veranderen.
Stichting Behoud Grote Kerk Alkmaar is achter de schermen al even bezig met het in ere herstellen van de Librije, maar de uitvoering daarvan is niet zomaar even gedaan. De ruimte is niet geschikt als bibliotheek. Niet in deze tijd. In de zomer is het er te warm en in de winter te koud. Vanzelfsprekend moet de luchtvochtigheid ook goed zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Henk Adriaanse is samen met de andere bestuursleden van Stichting Behoud Grote Kerk Alkmaar al enige tijd bezig met het terugbrengen van de Librije. (foto: OPA)
“De bedoeling is om de ruimte eerst geschikt te maken voor gebruik door een pakket duurzaamheidsmaatregelen door te voeren”, vertelt bestuurslid Henk Adriaanse. “Daarna gaan we aan de slag met de inrichting. Denk aan boekenkasten, digitale werkplekken, een vergaderplek en een informeel zitje. Het moet een uitnodigend centrum worden voor mensen die hier willen studeren, iets onderzoeken of willen vergaderen in een inspirerende setting.”
Een setting die ook écht Alkmaars zal zijn. “De aanwezige boeken zullen als onderwerp de geschiedenis van Alkmaar en de Grote Kerk hebben”, zegt Adriaanse. Maar werken over andere Alkmaarse onderwerpen zijn ook welkom.”
De renovatie en de nieuwe inrichting kosten natuurlijk veel geld. De fondsenwerving loopt nu en er zijn inmiddels meerdere partijen die een bijdrage hebben toegezegd. Het zegt volgens Henk Adriaanse iets over het enthousiasme voor het project. Maar om het financiële plaatje rond te krijgen, zal ook een beroep worden gedaan op de vrijgevigheid van Alkmaarders. “We hebben een aantal publieksacties in voorbereiding. Mensen zullen nog van ons horen.”
Een onweersbui gooide zaterdag nog even roet in het eten, maar een dag later liet de zomer zich van haar beste kant zien. Op het Canadaplein genoten bezoekers zondag onder een aangename zon van livemuziek en jong talent. Daarmee is Zomer op het Plein weer begonnen aan zes weken gratis cultuur in de Alkmaarse binnenstad.
Waar zaterdag het optreden van Sabrina Starke door het noodweer korte tijd moest worden onderbroken, vormde de Talentstage van het Conservatorium Haarlem zondag het decor voor een ontspannen festivalmiddag. Jonge muzikanten deelden het podium met ervaren artiesten, terwijl op het plein bezoekers bleven hangen voor een drankje of spontaan een optreden meepakten. Het onderstreepte opnieuw waarom Zomer op het Plein inmiddels een vaste waarde is in de Alkmaarse zomer.
Na het eerste weekend schakelt Zomer op het Plein deze week direct een versnelling hoger. Van donderdag 2 tot en met zondag 5 juli staat het Canadaplein vier dagen achter elkaar in het teken van film, cabaret en livemuziek.
Donderdag begint met Alkmaar op Film, een compilatie van historische filmbeelden die is samengesteld ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Historische Vereniging Alkmaar. Later op de avond is op een groot scherm de gerestaureerde Talking Heads-concertfilm Stop Making Sense te zien.
Vrijdag keert cabaretière Marja van Katendrecht terug naar het Canadaplein met een voorstelling vol humor, liedjes en herkenbare verhalen.
De zaterdag staat volledig in het teken van livemuziek. Ruben Hein, The Cosmic Carnival met een eerbetoon aan Fleetwood Mac en Tim Knol verzorgen achtereenvolgens de optredens.
Het weekend wordt zondag afgesloten met Zoë Livay en Hannah Mae, twee Nederlandse artiesten die de afgelopen jaren een steeds groter publiek hebben bereikt.
Alle activiteiten zijn gratis toegankelijk op het Canadaplein. Het volledige programma loopt nog tot en met begin augustus.
Tussen het riet, het water en de wandelpaden van het Kanaalpark in Langedijk schuilt meer geschiedenis dan je op het eerste gezicht zou denken. Wie de nieuwe Kiek-Terug-verhalenroute volgt, ontdekt de verhalen achter plekken waar mensen normaal zo aan voorbijlopen. De route werd zaterdagochtend officieel geopend door wethouder Floris de Boer.
Eigenlijk zouden de bezoekers na de opening wandelend langs een aantal verhalen trekken. Maar het is zaterdag warm. Heel warm. Daarom heeft de organisatie het programma iets aangepast. In plaats van lopend trekt het gezelschap deels per boot door het Kanaalpark. Dat levert niet alleen verkoeling op, het laat de bezoekers het gebied ook eens vanuit een ander perspectief bekijken.
Voor Floris de Boer is het een bijzonder eerste erfgoedproject. Pas net een paar dagen is hij wethouder van Dijk en Waard. “Ik ben sinds dinsdag wethouder, dus dit is meteen een mooi initiatief waar ik me mee bezig mag houden”, zegt hij enthousiast. “Ik kom hier echt vandaan. Daarom vind ik het ontzettend leuk dat dit er nu is. Het is mooi dat er tijd en aandacht wordt besteed aan erfgoed.”
Volgens De Boer past de verhalenroute goed bij de ontwikkeling van het Kanaalpark. “De gemeente groeit en we willen ook goede voorzieningen hebben. Hier komen natuur en geschiedenis mooi samen. Op deze manier maken we het verleden weer zichtbaar. Daar ben ik ontzettend trots op.” (tekst gaat door onder de foto)
Kersverse wethouder Floris de Boer opende zaterdagochtend vol trots de nieuwe Verhalenroute Kanaalpark: Kiek-terug. (foto: Streekstad Centraal)
Na de opening begint de rondleiding pas echt. Bij één van de informatieborden neemt streekhistoricus Arie Kaan de groep bezoekers mee terug in de tijd. Hij hoeft daarvoor eigenlijk alleen maar om zich heen te kijken. “Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar hier lag vroeger een spoorlijn. Dat maakte het vervoer van alle producten een stuk makkelijker.”
Terwijl hij naar de Westdijk wijst, vertelt Kaan hoeveel de omgeving door de jaren heen is veranderd. Waar nu woningen staan, was het vroeger een drukte van belang. Boeren kwamen er samen, producten werden aangevoerd en via het kanaal en de spoorlijn weer verder vervoerd. Volgens Arie is dat precies waarom hij deze verhalen zo graag vertelt. “Als je hier nu staat, zie je dat helemaal niet meer.”
Bij vrijwel ieder bord vertelt Arie nét iets meer dan er op het informatiebord staat. Soms is dat een detail over een oude foto, soms een herinnering aan hoe het gebied er vroeger uitzag. Juist die extra verhalen maken dat de geschiedenis achter de borden nog meer tot leven komt. Dat was ook precies de bedoeling, vertelt Ellen Klaus, die de route in opdracht van de gemeente begeleidde. (tekst gaat door onder de foto)
Vanwege de hitte werden bezoekers met de boot naar een van de verhalen van de route gebracht. “Dit geeft het bezoekje toch nog even dat beetje extra.” (foto: Streekstad Centraal)
“Dit is de derde keer dat we zo’n route hebben gemaakt. De eerste keer lag de focus op de verhalen van de mensen die hier wonen, de tweede keer was het meer een poëzieroute met afbeeldingen. Deze keer gaat het echt over het gebied zelf. Persoonlijk vind ik dat veel interessanter.”
Achter de negentien verhalen gaat een flinke zoektocht schuil, vertelt Ellen. “We hebben ongeveer een halfjaar aan de route gewerkt. Je bent echt op zoek naar de mooie verhalen van het gebied.” En daar gaat tijd in zitten. “We willen dat mensen die de route lopen ook echt zien hoe het in al die jaren veranderd is. Het moeilijkste is eigenlijk dat je heel veel verhalen hebt en daar dan een selectie uit moet maken.”
Uiteindelijk kregen negentien verhalen een plek langs de route. Toch staan de borden niet altijd precies op de plek waar het verhaal zich afspeelde. “We hebben er bewust voor gekozen om ze meer als één route neer te zetten, met wat stukken ertussen. Als je alle borden precies neerzet waar het over gaat, staat er soms zomaar ergens één bord. We wilden er echt één geheel van maken.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol enthousiasme vertelt Arie Kaan over de geschiedenis van het Kanaalpark in gemeente Dijk en Waard. (foto: Streekstad Centraal)
Voor het verzamelen van de verhalen werkte Ellen nauw samen met Arie Kaan, Gerlof Kloosterman, Henk Kauw, Nico Vader en Peter de Nijs. “Zij hebben ons echt geholpen met het vinden van de details en ook met het zoeken naar de juiste afbeeldingen bij de verhalen.”
Volgens Ellen vertellen de negentien borden samen het verhaal van het Kanaalpark. “Op de borden staan verhalen over de zuurkool, ondernemers, de BroekerVeiling, noem maar op. We hopen dat mensen daardoor op een andere manier naar het gebied kijken. Zeker bij oudere inwoners kan het herinneringen oproepen.”
Ook voor Arie zat een groot deel van het werk in het uitzoeken van al die verhalen. “Soms ben je gewoon een hele avond kwijt aan het onderzoeken van een afbeelding”, zegt hij lachend. “Maar het is wel echt mooi om te zien wat er uiteindelijk van gemaakt is.”
Na afloop blijven veel bezoekers nog even hangen bij de borden of lopen alvast een deel van de route, ondanks de warmte. Hier en daar wordt stilgestaan bij een oude foto of een verhaal. “Je denkt dat je de omgeving kent”, zegt een bezoeker terwijl hij nog eens naar een historische afbeelding kijkt. “Maar blijkbaar valt er toch nog genoeg te ontdekken.”
Er werd al naar uitgekeken, maar er waren ook al langer twijfels. Vrijdag werd duidelijk dat Lichtjesavond Alkmaar er dit jaar echt niet inzit. Wél wil de organisatie alles op alles zetten om in 2027 terug te komen met het geliefde evenement.
Het was geen eenvoudige beslissing, licht de organisatie deze stap toe. “De organisatie heeft deze moeilijke beslissing genomen omdat het evenement inmiddels zo is gegroeid dat het niet langer alleen door vrijwilligers kan worden georganiseerd. Om de veiligheid en continuïteit van het evenement te waarborgen, is een volgende professionaliseringsslag noodzakelijk.”
Al langer waren er zulke zorgen. Iets organiseren met alle verantwoordelijkheden en risico-analyses die daar tegenwoordig bijkomen, dat is voor de kleine organisatie die de Lichtjesavond nu nog is niet meer op te brengen. Maar het moet in de toekomst wel weer kúnnen. (tekst gaat door onder de foto)
In 2025 was de Lichtjesavond nog een groot succes, maar niet zonder zorgen. (foto: Marco Schilpp)
“Lichtjesavond is in de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot meer dan een bootjesparade”, blikt de organisatie terug. Het evenement werd een vaste waarde in Alkmaar. “Langs de route ontstaan spontane buurtbijeenkomsten, bewoners versieren hun straten en muzikanten zorgen voor extra sfeer. Ook bezoekers van buiten Alkmaar weten het evenement steeds beter te vinden.”
Stadsstrand De Kade, dat net in dit jaar zijn allerlaatste zomer beleeft, hoopte de Lichtjesavond aan te kunnen grijpen als aanjager van de ‘KadeParade’, het slotfeest op 29 augustus. Maar de bootjes zullen dus niet over het kanaal varen als het zover is. Het laat goed de impact van de beslissing zien – die dan ook niet lichtvaardig is genomen.
Samen met de gemeente Alkmaar onderzoeken de betrokkenen nu óf en in welke vorm de traditionele Lichtjesavond kan worden omgevormd tot een evenement dat wél aan alle strenge eisen van dit moment voldoet. (tekst gaat door onder de foto)
Op de grachten leverde het evenement mooie plaatjes op. (foto: Marco Schilpp)
“Om de volgende stap te zetten is festivalprofessional Ronald Ramakers betrokken”, kondigt de organisatie in dat verband aan. “Hij was eerder onder meer directeur van GLOW Eindhoven en ziet veel potentie in de verdere ontwikkeling van Lichtjesavond.”
Ramakers kijkt er naar uit om zich voor dit Alkmaarse feest in te zetten, laat hij weten. “Lichtjesavond heeft alles in zich om uit te groeien tot een evenement waar Alkmaarders trots op zijn en waarvoor bezoekers van buiten de regio graag naar de stad komen”, vindt hij.
In 2027 moeten de resultaten van alle inspanningen te zien zijn, maar voor 2026 komt dat dus te vroeg, heeft de organisatie moeten besluiten. Daarmee verdwijnt het evenement voor dit jaar uit de agenda.
Het brengt onmiskenbaar kleur in de Sliksteeg, in de oude binnenstad van Alkmaar: de tijdelijke galerie die is ontstaan in de garage van Mike Twaalfhoven. Zo’n 240 schilderijen zijn hier te zien. “Kijk, wat het licht doet… Maar déze doe ik niet weg.”
Het overgrote deel van de schilderijen is te koop. Met prijzen van ‘twaalf tot 120 euro’, zegt Mike Twaalfhoven met een grijns. De tafel van twaalf heeft in zijn familie nou eenmaal extra betekenis. Wat dat betreft is ook dat getal 240 al symbolisch genoeg.
Wie de garage van Mike binnenstapt wordt vanzelf geprikkeld om naar symboliek te zoeken. De doeken van de artistieke vader van de Alkmaarder, overleden in 2012, lezen als verhalen die hun weg naar vorm, kleur, kunst wel móésten vinden. Dikke lagen olieverf op ongenaakbaar canvas, in een veelheid aan stijlen: dat is wat de bezoeker hier krijgt voorgeschoteld, en mee naar huis mag nemen. (tekst gaat door onder de foto)
Een groot doek brengt licht in de kleine steeg. (foto: aangeleverd)
“Of dit nou zo bedoeld is, dat weet ik niet hoor.” De zoon heeft alles hier zélf zo bij elkaar gezet. Het ingerichte atelier, de combinatie van kleuren en stijlen die dat oplevert, is dus op te vatten als een kunstwerk van de volgende generatie. De verhalen die bij de schilderijen horen zijn niet allemaal bewaard, dat niet. “Je mag het er ook een beetje zelf bij bedenken. Maar dit, een plaat van plexiglas bedekt met kolengruis, dat heeft wel met zijn eigen leven te maken.”
Kolenboer was één van de ambachten die Wim Twaalfhoven beoefende. Als boerenzoon uit Akersloot, opgegroeid tussen de bollen, wist hij: ik wil timmerman worden. Maar het werd de land- en tuinbouwschool, dat moest van z’n ouders. Om uiteindelijk niet als bollenboer, maar als kolenboer aan de slag te gaan.
“Kijk, met deze lamp op dat kolengruis… Dan zet je Pink Floyd op. Prachtig. Deze doe ik echt niet weg, die komt bij mij thuis achter de keukentafel.” (tekst gaat door onder de foto)
Met licht erop gaat het verhaal van het kolengruis op een eigen manier leven. (foto: Streekstad Centraal)
In de bouw werkte de latere schilder Wim Twaalfhoven wat jaren later tóch. Tegelijk volgde hij de avondmavo, zodat hij aan de slag kon als verpleegkundige. “Twaalf ambachten, dertien ongelukken, maar verpleegkundige is hij wel twintig jaar gebleven. In die tijd exposeerde hij ook in het ziekenhuis.”
Mike omschrijft zijn vader als een creatieve geest, die in de wereld om hem heen volop de interessante dingen zag, zich daardoor liet inspireren. Stilzitten was er niet bij. “Hij kocht huizen voor weinig geld en knapte ze helemaal op, hij kon goed met zijn handen werken. Tegelijk had hij ook een goed verstand.”(tekst gaat door onder de foto)
Mike bewondert zowel de technische als de artistieke kwaliteiten van zijn vaders schilderkunst. (foto: Streekstad Centraal)
Die combinatie komt voor een deel ook weer tot uiting in de kunst die Mike tentoonstelt in de Sliksteeg. Ideeën, associaties, die rijke symboliek – maar ook technisch kunnen. De olieverf was bij Wim Twaalfhoven in goede handen. “Die lagen zo in elkaar laten overlopen zonder dat het geknoei wordt, dat is niet makkelijk. Dat heb ik zelf ook wel ontdekt.”
Het is goed canvas, het is de beste olieverf – Mike ziet de technische kwaliteit. En zeker ook de artistieke kwaliteit, de opmerkelijke veelzijdigheid. Alle soorten voorstellingen hangen aan de Sliksteeg door elkaar, in verschillende gradaties van abstractie. “Je kunt hem niet op één stijl betrappen. Hij was volledig autodidact.” (tekst gaat door onder de foto)
Kleur is volop aanwezig in het werk van Wim Twaalfhoven. (foto: Streekstad Centraal)
Maar die veelheid aan schilderijen kan Mike onmogelijk allemaal in zijn eigen huis aan de muur hangen. Een paar heeft hij er natuurlijk wel. “Maar de rest stond hier maar onder een dekzeil. Ik heb vijf jaar geleden wel al eens geëxposeerd. Maar nu… Ik wil dat mensen er gelukkig van worden. Dat wordt niemand ervan als het maar onder een zeil ligt. Dus ik verkoop het, voor lage prijzen, zodat het straks bij mensen thuis kan hangen.”
Dat, of in een café, in een kantoor. Het werk past op vele plekken. Bloemen, duinlandschappen, kleurvlakken – net wat mensen erin zien. De schilderijen krijgen er in de ogen van hun nieuwe bezitters vast ook weer nieuwe verhalen bij en dat juicht Mike juist toe.
“Ik wil het onder de mensen brengen. Er hangt niks van ‘m in een museum, bij mijn weten. Wel bij particulieren. En ik heb de afgelopen weekenden ook al wat verkocht. Meer dan verwacht, minder dan gehoopt. Ik ben de komende weken elk weekend open.” Het adres: Sliksteeg 5, midden in Alkmaar. Zaterdag en zondag, vanaf 12:00 uur tot 16:00 uur. “Zie het als een verborgen parel in de stad! Dit vind je niet zomaar ergens anders. Hij deed het echt op z’n eigen manier.”
In het Oranjeplantsoen in Bergen is zaterdag aandacht besteed aan de inzet van Nederlandse veteranen. Tijdens de jaarlijkse veteranenmiddag kwamen veteranen, familieleden en andere belangstellenden bijeen om stil te staan bij hun ervaringen en bijdrage aan vrede en veiligheid.
De middag begon met het hijsen van de veteranenvlag. Burgemeester Jaap Bond deed dat samen met oud-luitenant-generaal der mariniers Frank van Sprang. Met de ceremonie sprak de gemeente haar waardering uit voor iedereen die zich tijdens oorlogen, vredesmissies en internationale operaties heeft ingezet voor Nederland.
Na het officiële gedeelte was er ruimte voor ontmoeting. Veteranen uit verschillende generaties gingen met elkaar in gesprek, wisselden ervaringen uit en haalden herinneringen op. Voor veel aanwezigen is de veteranenmiddag een moment om elkaar weer te zien en verhalen te delen.
Tijdens de bijeenkomst stonden burgemeester Bond en Van Sprang ook stil bij de rol van veteranen binnen de samenleving. Daarbij werd benadrukt dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn en dat de ervaringen van veteranen daar blijvend aan herinneren.
Veel veteranen delen hun verhalen nog altijd tijdens herdenkingen, gastlessen en andere activiteiten. Daarmee geven zij volgens de sprekers niet alleen inzicht in hun eigen ervaringen, maar dragen zij ook bij aan het bewustzijn over vrijheid en democratie.