De afgelopen anderhalve week zwemt er een witte dolfijn – een beloega – voor de Noord-Hollandse kust. Omdat die hier eigenlijk nooit worden gezien, trekt het dier veel aandacht. Maar Mariene bioloog Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn roept nieuwgierige mensen nu op het dier met rust te laten omdat het gestresst raakt. “Vanaf de kust kan je het dier heel goed zien.”
De beloega werd voor het eerst gezien bij Callantsoog. De dagen erna verplaatste het dier zich richting het zuiden en zwom zondag in de buurt van Castricum aan Zee. Ondertussen komen mensen kijken in bootjes, met drones en er cirkelde twee keer zelfs een helikopter om de beloega heen. Beloega’s worden hier nooit gezien, ze verblijven doorgaans veel verder naar het noorden. Er is er ooit eentje gespot terwijl deze via de Rijn naar Bonn zwom.
Volgens mariene bioloog Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn kan alle aandacht stress opleveren. “We zagen het dier met zijn staart slaan en van zwemrichting veranderen.” Dit was toen er een drone in de buurt hing. “De beloega zwom heel hard terug naar waar hij vandaan kwam. Als het dier non-stop wordt opgejaagd, kost dat veel energie en kan het dier die tijd niet gebruiken om eten te zoeken”, legt hij uit aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Dit kan het dier volgens hem op termijn zelfs verzwakken. (tekst gaat verder onder de foto)
Hoekendijk schoot een mooie foto, waarop de witte dolfijn zijn hoofd boven het water uit steekt. (foto: Jeroen Hoekendijk)
Echt zorgen maakt Hoekendijk zich overigens nog niet. “Het dier gaat een klein beetje de verkeerde kant op, maar dat is geen slecht teken. Mijn vermoeden is dat het dier rondzwemt waar eten te vinden is.” Zelf heeft hij de witte dolfijn al een paar dagen niet gezien, maar toen zag de beloega voor zover te zien was gezond, en niet vermagerd of gewond. De laatste waarneming is overigens van zondag.
Op sociale media wordt gezegd dat het dier te veel aandacht krijgt, waardoor de beloega veel wordt opgezocht. “Je kan zoiets unieks niet geheim houden, zeker in deze tijd met sociale media”, zegt Hoekendijk. “Mensen komen hier gewoon op af. We hebben er daarom bewust voor gekozen om voorlichting te geven, zodat het dier met rust gelaten kan worden. Op die manier is er geen verstoring voor het dier.”
Hij heeft dan ook een boodschap voor spotters: “Vanaf de kust kan je het dier heel goed zien en verstoor je het dier niet. Ga niet met je bootje eropuit of met je drone laagvliegen. Pak je verrekijker erbij en kijk vanaf het strand naar de beloega. Ook dat is hartstikke leuk en bijzonder.” (hoofdfoto: Jeroen Hoekendijk)
Op de Amstel in Heerhugowaard zijn woensdagochtend twee auto’s hard tegen elkaar gebotst. Door de klap draaide een van de auto’s een slag en belandde met het achterwiel op een vluchtheuvel. Toch kwamen beide bestuurders met de schrik vrij.
Het ongeluk gebeurde op de aansluiting van de Haringvliet. De politie onderzoekt wat er precies is gebeurd. Vermoedelijk wilde de automobilist met de Kia linksaf de Amstel op rijden, en zag deze een van links naderende auto te laat. De bestuurder van de Ford reed de Kia in de flank, waardoor deze een kwartslag draaide en deels op een hoge vluchtheuvel eindigde.
Vanwege het ongeval was de T-splitsing deels onbruikbaar voor het verkeer. Een bergingsbedrijf is ingeschakeld om de auto’s weg te slepen. (foto’s: DNP)
Vaarwel tulpen, hallo natuur. Onder een tent langs de Geversweg in Castricum verzamelde zich op een ijskoude maandagmiddag in januari een bont gezelschap. Op de achtergrond van het schilderachtige vergezicht van de Zanderij in Castricum vond een “bijzonder moment” plaats. Zo verwoordde directeur van PWN Paulien Pistor het.
De zandgrond tussen het station en het Noordhollands duinreservaat van PWN is gekocht door de provincie om stap voor stap terug te geven aan de natuur. Dus waar decennialang bollen werden geteeld, komt nu steeds meer natuur terug.
Bestuurders, omwonenden en betrokken organisaties kwamen samen aan de Geversweg om de start te markeren van een project dat jaren voorbereiding kende en dat niet voor iedereen zonder pijn is verlopen.
Algemeen directeur van PWN Paulien Pistor benadrukte hoe uniek de plek is. “Als je hier staat, voel je waarom dit gebied zo speciaal is. We staan aan de vooravond van een nieuwe fase waarin water, natuur en recreatie samenkomen. Dat is een ingewikkelde puzzel, maar wel eentje die we samen hebben gelegd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het gebied tussen station Castricum en het duingebied is decennialang gebruikt voor de bollenteelt. (foto: aangeleverd)
Volgens Pistor is samenwerking de rode draad geweest. Provincie Noord-Holland, gemeente Castricum, PWN en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier trokken gezamenlijk op, maar ook bewoners en lokale initiatieven speelden een belangrijke rol.
De herinrichting gaat om ongeveer 22 hectare voormalige agrarische grond. Dit jaar wordt begonnen met de daadwerkelijke inrichting, met vochtige duinvalleien, bloemrijke graslanden en ruimte voor natuurlijke bosontwikkeling. Het gebied krijgt daarnaast een belangrijke functie in het opvangen van water bij hevige regen en het versterken van de strategische zoetwatervoorraad onder de duinen.
Medewerkers van PWN lieten tijdens de bijeenkomst met een eenvoudige proefopstelling zien hoe regenwater in zand snel infiltreert en hoe het gebied kan helpen bij het bergen en afvoeren van water. In tijden van klimaatverandering, met nattere winters en drogere zomers, is dat volgens hen geen luxe maar noodzaak. (tekst gaat verder onder de foto)
Projectleider Nils Hogeweg van PWN demonstreert wat het belang is van De Zanderij voor PWN. (foto: Streekstad Centraal)
Ook vanuit de provincie klonk trots. Gedeputeerden Esther Rommel en Anouk Gielen spraken over een project dat past binnen grotere opgaven, zoals het Natuurnetwerk Nederland. “Dit draagt bij aan natuur, biodiversiteit en waterveiligheid, maar ook aan de leefomgeving van mensen,” zei Gielen. (tekst gaat verder onder de foto)
Anouk Gielen, sinds kort gedeputeerde van de provincie Noord-Holland met de portefeuille Natuur, voor het nieuwe natuurgebied. (foto: Streekstad Centraal)
“Hier komt veel samen: natuur, recreatie, water en zelfs educatie, met een moestuin en een voedselbos.” Wethouder Paul Slettenhaar benadrukte dat het gebied straks letterlijk natuur ‘aan de voordeur’ van Castricum biedt.
Niet iedereen keek of kijkt met hetzelfde gevoel naar de veranderingen. De onthulling van het bouwbord werd bewust niet bijgewoond door bollenkweker Arnold Res, die met zijn familie jarenlang bollengrond had in De Zanderij. “Ik zou me daar alleen maar ergeren”, liet hij Streekstad Centraal weten.
Res nam na ruim 140 jaar bollenteelt in zijn familie afscheid van wat hij zelf “de beste grond van Kennemerland” noemt. Zijn land werd verkocht aan de provincie, naar eigen zeggen onder druk. (tekst gaat verder onder de foto)
Bollenboer Arnold Res uit Castricum moest de bollengrond bij de Zanderij tot zijn grote verdriet verkopen aan de provincie. (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel hij inmiddels als compensatie grond heeft in de Egmonden, blijft de teleurstelling groot. Hij spreekt over een zwarte bladzijde in zijn leven: “Ik heb er slapeloze nachten van gehad.”
Tijdens de bijeenkomst werd die pijn niet weggepoetst. Bestuurders erkenden dat de transitie voor sommige agrariërs hard is geweest. Tegelijkertijd benadrukten zij dat de grond tegen de maximale toegestane waarde is aangekocht en dat er binnen de regels is gezocht naar compensatie. Volgens de provincie is met alle betrokken bollenboeren uiteindelijk overeenstemming bereikt.
Onder omwonenden overheerst een ander geluid. Veel bewoners zijn positief over het vertrek van de bollenteelt uit de directe omgeving van hun huizen. Zij maakten zich al jaren zorgen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijke gezondheidseffecten daarvan. (tekst gaat verder onder de foto)
Erik Hordijk (links) groeide op aan de Geversweg. Net als huisarts Paul Buitenhuis is hij blij met het vertrek van de bollenteelt van de Zanderij. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens gesprekken na afloop van de officiële handelingen gaven meerdere aanwezigen zelfs aan “opgelucht” te zijn dat die bron van zorg verdwijnt en plaatsmaakt voor natuur, open landschap en schoner water. De Zanderij wordt gezien als een groen buffergebied tussen dorp en duinen, waar gewandeld en gerecreëerd kan worden zonder angst voor spuitmiddelen.
Dat spanningsveld tussen verlies en winst is voelbaar. Waar voor de één een familietraditie eindigt, zien anderen juist kansen voor gezondheid, natuur en klimaat. Pistor verwoordde het zo: “We leven in een klein land met veel wensen en belangen. Juist daarom moeten we kijken hoe we waarden kunnen stapelen. Hier combineren we natuur, waterveiligheid, recreatie en drinkwatervoorziening.”
Hoogheemraad Jos Beemsterboer, PWN-directeur Paulien Pistor, gedeputeerden Anouk Gielen en Esther Rommel en wethouder Paul Slettenhaar. (foto: Streekstad Centraal)
Met de onthulling van het bouwbord – de officiële handeling – willen de betrokken overheden het project zichtbaar maken voor iedereen die langsfietst of wandelt. De werkzaamheden zullen de komende jaren te zien en te merken zijn, en dat zal soms wennen zijn, gaven de betrokkenen toe.
Maar volgens hen levert het uiteindelijk een gebied op waar natuur zich kan ontwikkelen, waar water beter wordt vastgehouden en waar inwoners van Castricum dichtbij huis kunnen genieten van rust en groen.
De Zanderij is daarmee niet alleen een natuurproject, maar ook een symbool van een bredere verandering in het landschap. Een verandering die enthousiasme oproept, maar ook afscheid en emoties met zich meebrengt. Beide kanten kregen maandagmiddag aandacht aan de rand van de duinen.
Tweeëntwintig Joodse inwoners van Bergen, de Egmonden en Schoorl kwamen niet terug nadat ze werden gedeporteerd. Zondag zijn die in het bijzonder – maar alle slachtoffers van de Holocaust in het algemeen – weer herdacht op de Algemene Begraafplaats van Bergen. “Het is van groot belang dat wij hun namen blijven noemen en hun verhalen en herinneringen blijven bewaren.”
Het is bijna 81 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dinsdag, morgen dus, is het internationale Holocaust Memorial Day. Dan is het precies 81 jaar geleden dat Auschwitz – het internationale symbool van de Holocaust – door de Russen werd bevrijd. “Van de naar schatting 170.000 Joodse inwoners, die Nederland in mei 1940 telde, werden er 107.000 gedeporteerd. Van hen keerden slechts 5.200 mensen levend terug”, somt Rob Leijen het op in zijn welkomstwoord.
Leijen is voorzitter van het 4 mei-comité De Egmonden en richt zich niet alleen op de slachtoffers toen wonend in wat nu de gemeente Bergen is, maar – voor het eerst dit jaar – ook op de slachtoffers die vóór hun deportatie een fijne tijd hadden in het Joodse kindertehuis Huis ter Duin. “Hun namen vinden we nu alleen nog terug in de archieven. De Stichting Historisch Egmond en de Stichting Egmond 40-45 willen dan ook de geschiedenis van het Joodse kindertehuis en haar bewoners in de komende jaren nader onderzoeken en weer terug in de herinnering brengen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Rob Leijen, voorzitter van het 4 mei-comité De Egmonden, geeft het welkomstwoord bij de Holocaust-herdenking in Bergen. (foto: Habro Fotografie)
“Wij staan hier niet alleen in verdriet, maar ook in de belofte om waakzaam te blijven. Laten wij nooit meer vergeten en blijven herinneren. In hun nagedachtenis beloven wij: dit nooit meer”, besluit hij.
Dan is waarnemend burgemeester Jaap Bond aan de beurt: “Zes miljoen Joden werden vermoord, samen met Roma en Sinti, mensen met een beperking, homoseksuelen, politieke tegenstanders en andere die niet pasten in een ideologie van haat”, trekt Bond de Holocaust breder. “Wat begon met woorden eindigde in vernietiging, wat begon met uitsluiting eindigde in moord. En wat begon met wegkijken werd mogelijk door stilte. De Holocaust werd niet alleen uitgevoerd door daders, maar ook mogelijk gemaakt door gewone mensen. Mensen die zwegen, mensen die wegkeken.”
“Maar er waren ook – en dat moeten we blijven benoemen – mensen die wél opstonden. Die hielpen verbergen en waarschuwen, vaak met gevaar voor eigen leven. Zij herinneren ons eraan dat er áltijd een keuze is. Herdenken betekent dat wij onzelf die vraag blijven stellen: wat zou ik doen? Deze vraag zijn ook vandaag pijnlijk actueel. Anti-semitische, racisme en uitsluiting, het bestaat nog steeds. Woorden verharden, tegenstellingen worden groter. Juist daarom is herdenken geen ritueel van het verleden, maar een opdracht voor het heden en voor de toekomst. ‘Nooit meer’, is geen vanzelfsprekenheid. Het is een belofte die elke generatie moet waarmaken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Miriam Stern zingt een Sefardisch lied tijdens de Bergense Holocaust-herdenking. (foto: Habrofotografie)
Na de speech van de waarnemend burgemeester zingt Miriam Stern een Sefardisch lied, spreekt kinderburgemeester Emma Wildenberg alle tweeëntwintig namen uit van de gedeporteerde en vermoorde Joden en brengt Louis de Leeuw het Jiizkor-gebed. Phita Stern zingt vervolgens het Shema Jisrael en Naomi en Miriam en Tamar Stern zingen het Hasjiwenoe-gebed.
De plechtigheid wordt vervolgens afgesloten met de traditionele bloemlegging bij de Joodse Steen door Jaap Bond en Emma, één minuut stilte en het leggen van een steentje bij het monument door de tientallen aanwezigen.
“Als je op dit moment kijkt naar wat er gebeurt in de wereld, dan denk ik dat deze herdenking heel belangrijk is om te herdenken, en om er voor te zorgen dat het niet meer gebeurt”, vertelt Jaap Bond na afloop aan Streekstad Centraal. “Er zijn hele grote zorgen op dit moment, wereldwijd. Het lijkt wel of mensen het aan het vergeten zijn. Je moet blijven herdenken om te zorgen dat we in het heden weer even wakker geschud worden over hoe dat toen ging en hoe dat nu ook weer zou kunnen gaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Kinderburgemeester Emma Wildenberg spreekt de namen uit van de Joodse Holocaust-slachtoffers uit Bergen, de Egmonden en Schoorl. (foto: Habrofotografie)
In het bijzonder denkt Bond aan de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. “Als ik zie wat er nu in Amerika gebeurt met dat ICE – wat heel erg lijkt op SS – als ik zie wat daar gebeurt binnen een land als Amerika, dan maak ik mij daar heel grote zorgen over.”
Bond is sinds september waarnemend burgemeester, dus de herdenking op zondag was zijn eerste in deze rol. “Ja prachtig, prachtig, mooi om te denken, maar ook mooi om te kijken hoeveel mensen er toch ja er ook nog mee bezig zijn en hoe dat je emotioneert en hoe het je aan het denken zet. Want daar is het ook echt voor bedoeld. Het zet je écht aan het denken.” (hoofdfoto: Habrofotografie)
Geen rolkoffers, geen vertrekborden, maar fietstassen, kaarten en verhalen. In sportcomplex De Meent in Alkmaar stapten bezoekers zaterdag – figuurlijk gesproken – op de pedalen tijdens het WereldFietserFestival 2026. Wat begint als nieuwsgierigheid, eindigt voor velen in concrete plannen voor een volgende fietsvakantie. “Er gaat een hele nieuwe wereld voor ons open!”
Zodra we De Meent in Alkmaar binnenstappen, voelt het alsof we al op reis zijn. Fietsen met volle tassen, mensen die bladeren door kaarten en overal ontstaan gesprekken tussen onbekenden die elkaar binnen een mum van tijd lijken te begrijpen. Het WereldFietserFestival trekt deze zaterdag meer dan duizend bezoekers en laat zien dat fietsvakanties allang geen niche meer zijn.
Volgens Fons van Rooij, voorzitter van De Wereldfietser, is die groei geen toeval. Hij ziet hoe de interesse de afgelopen jaren sterk toeneemt. “Je ziet dat steeds meer mensen, waaronder veel jongeren, heel erg bezig zijn met duurzaamheid,” vertelt hij. “Het vliegen wordt vaker vermeden en dat heeft veel voordelen. De vrijheid en het actieve zijn dingen die mensen steeds belangrijker gaan vinden.”
Een fietsvakantie is volgens Van Rooij een totaal andere manier van reizen. “Je ziet zó veel meer dan wanneer je in een vliegtuig stapt en ergens op het strand belandt met een drankje in je hand. Dat is natuurlijk lekker, maar steeds meer mensen zoeken iets actievers. En dat snap ik helemaal, ik ben zelf ook een enorme fan van fietsvakanties.” (tekst gaat door onder de foto)
De zaal met informatiestands was zaterdag gezellig druk. Mensen bespraken mooie reismomenten, maar leerden ook over wat allemaal belangrijk is om te weten voor een vakantie met de fiets. (foto: Streekstad Centraal)
Ook de elektrische fiets speelt een grote rol in die ontwikkeling. “Voor veel mensen, zeker als ze wat ouder worden, biedt ondersteuning ineens heel veel mogelijkheden,” legt Van Rooij uit. “En je ziet ook vaak dat partners graag samen willen fietsen, maar niet hetzelfde tempo hebben. Dan helpt een e-bike enorm. Daardoor wordt fietsen toegankelijker voor een veel grotere groep.”
Die brede doelgroep zie je terug in de zaal. Jongeren die dromen van hun eerste meerdaagse tocht, stellen die al jaren samen fietsen en bezoekers die nog twijfelen. “Ik dacht altijd dat je superfit moest zijn,” zegt een vrouw terwijl ze luistert bij een informatietafel. “Maar nu denk ik: misschien kan ik dit ook gewoon proberen. Er gaat een hele nieuwe wereld voor ons open!” (tekst gaat door onder de foto)
Aandacht is er genoeg. Aanbod ook. Fietsvakanties worden steeds populairder. (foto: Streekstad Centraal)
Niet iedereen voelt zich meteen een wereldfietser. dat blijkt ook bij een gepensioneerd stel dat nadenkt over hun eerste vakantie met de fiets. “Wij zijn vooral bang dat het te zwaar wordt,” zegt een vrouw met meerdere fietsfolders in haar hand. “En ik weet niet goed waar je moet beginnen of welke route je kiest.” Haar partner is vooral bezig met de spullen die nodig zijn voor een fietsreis. “Het lijkt alsof je veel moet regelen voordat je überhaupt kunt starten, want hoe weet je wat je moet meenemen?”
Verderop klinkt een heel ander geluid. Een groep vrienden staat te overleggen over hun volgende fietsvakantie. “We weten nog niet precies waar we heen willen,” zegt een van hen. “Maar dat we op fietsvakantie gaan staat vast. Misschien Frankrijk, misschien Duitsland. Het maakt ons niet uit, als we maar onderweg kunnen stoppen waar het mooi is.”
Een ander voegt toe: “Het leukste is dat je zelf alles bepaalt. Je kiest je eigen tempo, je eigen route. Dan wordt het echt een reis om nooit meer te vergeten. We kennen elkaar al zo lang dus om dan met z’n alle een mooie afstand af te leggen door de prachtige natuur lijkt ons prachtig.” (tekst gaat door onder de foto)
Voor Harold en Lanny is een vakantie met de fiets ideaal. “Lekker vrij zijn en op je eigen tempo, heerlijk!” (foto: Streekstad Centraal)
Aan één van de informatietafels staan ervaringsdeskundigen Harold en Lanny, die met zichtbaar plezier hun verhalen delen. Hun reis van Sevilla naar Amsterdam is vastgelegd in boeken en foto’s die verspreid over de tafel liggen. Ze vermijden liever de trein en kiezen voor routes via Frankrijk en Engeland, met veerboten als schakel. “Slecht weer bestaat niet,” zegt Lanny. “Je kunt alleen slecht gekleed zijn.” Harold vult aan dat regen juist iets moois heeft. “Alles ruikt lekkerder na een bui. En daarna waardeer je de zon des te meer.”
Voor hen begint de vakantie al thuis, zodra de deur achter hen dichtvalt. De bestemming is niet het doel, maar de reis zelf. “Je stopt wanneer je iets moois ziet,” zegt Harold. “Met de auto of de bus rij je er vaak gewoon aan voorbij.” Tegenwoordig slapen ze liever in hotels of B&B’s dan in een tent. Minder bagage, meer vrijheid. Soms beslissen ze pas op het laatste moment waar ze overnachten. Dat levert af en toe verrassende verhalen op. “Je hebt maar één hotel nodig,” zegt Lanny. “En één kamer,” vult Harold lachend aan, “en meestal komt het altijd goed.” (tekst gaat door onder de foto)
Erwin en José vertellen zaterdag alles over hun mooie fietsreizen om zo anderen te enthousiasmeren. (foto: Streekstad Centraal)
Even verderop delen José en Erwin hun liefde voor fietsen in Japan. Voor hen is het ultieme gevoel van vrijheid wat fietsen zo bijzonder maakt. “Mijn hoofd wordt helemaal leeg,” zegt José. “En Japan blijft onze favoriet.” Fietsen is soms afzien, geven ze toe. “Je bent natuurlijk altijd afhankelijk van het weer, zeker op de fiets. We hebben weleens gehad dat het echt heel erg regende. Maar met te warme temperaturen is het ook haast niet te doen. Ik denk dan: in een bus zou het nu ook niet lekker zijn dus ik moet maar blij zijn dat ik lekker met de fiets op pad ben.”
Gevaarlijke verkeerspunten. Vorig jaar stonden twee Alkmaarse verkeerspunten in de top tien van Politie Noord-Holland. Dat zijn het traject Korte Vondelstraat / Vondelstraat, dat inmiddels een herinrichting heeft gehad, en de kruising Drechterwaard – Rekerdijk. De politie roept de gemeente en de provincie op om ook deze kruising aan de pakken.
Vorig jaar noteerde Politie Noord-Holland, die de hele provincie bestrijkt behalve de regio’s Amsterdam en Gooi & Vechtstreek, meer dan 9.000 verkeersongevallen. Daarbij liepen ongeveer 3.400 mensen letsel op, van licht tot ernstig. En er vielen vijftig doden, een kwart meer dan in 2024.
De politie-eenheid heeft gemeenten en de provincie gevraagd om de zeven meest onveilige verkeerspunten in haar werkgebied veiliger te maken. Op nummer twee staat de kruising Drechterwaard – Rekerdijk. Sterker nog: deze kruising staat zelfs landelijk tweede.
“Je hoort dat hier regelmatig ambulances zijn, voor fietsers vooral”, vertelt een omwonende aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Een andere buurtbewoner beaamt dat er met enige regelmaat aanrijdingen gebeuren op de kruising. “Of ze kunnen nog maar net op tijd remmen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Bijna zeven jaar geleden is een systeem met kattenogen en lichten op borden geïnstalleerd, dat waarschuwt voor naderend verkeer op de Rekerdijk. (foto: NH Nieuws)
Het is er vaak druk. De Rekerdijk is een belangrijke fiets- en scooterroute tussen het centrum en Noord, en in de omgeving zitten drie scholen. Ook de Drechterwaard is niet bepaald rustig. “Het is een grote massamigratie elke ochtend”, lacht een vader die net zijn kinderen naar school heeft gebracht.
Door de jaren heeft de gemeente van alles gedaan aan de beruchte kruising: rood asfalt, belijning, eilandjes met palen erop, een waarschuwingssysteem met lichten en kattenogen in de weg, die gaan knipperen als er iemand nadert op de Rekerdijk. Het mocht allemaal niet echt baten.
“Nou, ik denk dat mensen gewoon niet uitkijken”, zegt een bewoonster. “Er staan palen genoeg, zou je zeggen. Mensen kunnen zien dat het een gevaarlijke kruising is. Er staan hier ook lichten.” Ze ziet ook dat automobilisten te veel vertrouwen op het waarschuwingssysteem, ook al werkt het niet feilloos. “Soms gaan de lichten niet aan als er een fietser aan komt. Ik loop heel vaak met de hond hier en dan zie ik dat mensen ook gewoon doorrijden. Als iedereen hier een beetje vaart mindert, zou het al beter gaan denk ik.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het waarschuwingssysteem werkt niet feilloos, en levert volgens een omwonende daardoor juist risico op. (foto: NH Nieuws)
De vraag is wat er nog meer gedaan kan worden aan de kruising Drechterwaard – Rekerdijk. Hoge drempels zullen misschien veel helpen.
In de top tien onveilige verkeerspunten binnen het werkgebied van Politie Noord-Holland zat ook de (Korte) Vondelstraat. Het traject eindigde op de achtste plaats. Het is alleen niet duidelijk of de data iets gedateerd is, of dat de herinrichting ook hier niet echt heeft geholpen. Een aantal omwonenden en ondernemers in de buurt vindt in ieder geval van niet. Zij zien dat er nog steeds regelmatig te hard gereden wordt. Ook wijzen ze erop dat de wegversmalling automobilisten de fietsstrook op dwingt.
In een update op de website van de gemeente vraagt Dijk en Waard om geen brand- of asbestresten aan te raken. Mensen moeten het niet zelf willen opruimen. De gemeente raadt aan om schoenen in het aangewezen gebied af te spoelen, zodat er geen asbest naar een binnenruimte wordt verplaatst. De gemeente heeft de sanering van de openbare ruimte in het gebied rond de afgebrande loodsen in Noord-Scharwoude inmiddels afgerond.
“Het zijn goede mensen die er rondlopen om te saneren.” Aan het woord is asbestdeskundige Ton Witteman, die ook bestuurslid is van het Comité Asbestslachtoffers. Hij deed woensdag op verzoek van het NHD een rondgang door het gebied rond de nieuwjaarsbrand, waar ook raadslid Carmen Bosscher bij aansloot.
Hij kwam in tuinen buiten het aangewezen gebied, en in de openbare ruimte binnen het gebied dat volgens de gemeente woensdag al was schoongemaakt. “Daar zou dus geen asbest meer moeten liggen”, zo verduidelijkt hij. Hij nam uit dat gebied in totaal 10 stukjes brandresten mee, die hij in een laboratorium liet analyseren. (tekst gaat verder onder de foto)
Asbestdeskundige Ton Witteman heeft kritiek op de manier waarop de asbestvervuiling in de omgeving na de nieuwjaarsbrand is aangepakt. (foto: NH Media)
“Van de tien stukjes zat er maar in 1 stukje wat asbestvezels. Maar het kan ook zijn dat dit stukje er al lag en niet van de brand afkomstig was. Dus dat is goed nieuws.” Maar volgens hem weerspreekt dat niet zijn eerdere alarmerende conclusie uit de rondgang dat de verspreiding van het asbest onbeheerst was geworden.
“Het werd onbeheerst doordat omwonenden zelf gingen opruimen en asbeststukjes in de afvalbak gooiden. Beter was geweest als het gebied eerst was geëvacueerd, gesaneerd en de omwonenden daarna mochten terugkeren.” Dat had flinke impact gehad voor de buurt en de bewoners. (tekst gaat verder onder de foto)
Nadat de sanering van de openbare ruimte is afgerond, zijn asbestsaneerders nu bezig met de sanering van particuliere percelen. (foto: NH Media)
Witteman is van mening dat er geen veilige ondergrens voor asbestvervuiling is, en dat daarom bij het maken van elke keuze de volksgezondheid en het welzijn van de burgers voorop moet staan: “Als veiligheidskundige ga ik altijd uit van het worst case scenario. Dat moet volgens mij ook, totdat het tegendeel vaststaat.” Vanuit dat perspectief is zijn overweging een andere dan die van de gemeente, die meer zaken moet afwegen, zoals de impact van een gedwongen evacuatie.
Hij heeft de meeste kritiek op de aanpassingen in een rapport van bureau SGS dat een asbestinventarisatie maakte. “Bij brand is er altijd sprake van ‘niet-hechtgebonden’ asbestresten. Door de hitte raakt de cementmatrix beschadigd, en dus de hechting aan het cement. Brandresten en flinters die door hitte opstijgen, zijn daarom altijd niet-hechtgebonden. De oorspronkelijke conclusie was daarom de juiste.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het leven gaat door, terwijl de asbestsaneerders bezig zijn in Noord-Scharwoude. (foto: NH Media)
“Later is daar ‘hechtgebonden’ van gemaakt: alsof het geen flinters waren maar brokstukken. Maar dat zie je alleen bij stormschade, als er door krachten grote brokken zijn afgebroken. Dat dat zonder motivatie op verzoek van de autoriteiten is aangepast, vind ik schandalig.”
Witteman schaart zich wel volledig achter de toelichting die tijdens de informatieavond is gegeven door de GGD-expert over de schadelijkheid van asbest: “De GGD heeft gelijk dat asbestvezels altijd in de lucht zitten en ook dat de kans op gezondheidsklachten erg klein is bij kortstondige blootstelling aan asbest – zoals na een brand.”
Dat er nu al drie weken asbestresten in het gebied liggen die nog niet zijn opgeruimd, baart hem veel zorgen. “De asbestresten liggen ook op daken en in dakgoten. Door weer en wind kan dat in een veel groter gebied terecht komen. Je moet eigenlijk dagelijks evalueren of het verspreidingsgebied aangepast moet worden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Asbestsaneerders dragen beschermende kleding tijdens het opruimen van de asbestdeeltjes. (foto: NH Media)
Witteman hoopt dat alle mediaaandacht voor de asbestsanering leidt tot versnelling van de saneringswerkzaamheden. Maar de gemeente is niet blij met de nieuwe onrust die is ontstaan na de rondgang van Witteman. “Wij vinden dat de heer Witteman inwoners op het verkeerde been zet”, reageert het college op vragen van NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Ook is er geen officieel rapport overlegd waar we op kunnen reageren.”
Of het besmette gebied inderdaad groter is, wordt nog door de gemeente onderzocht. “Dat is gebruikelijk; het asbest kan zich verder verspreid hebben. De gemeente doet er alles aan om de gehele buurt weer schoon te krijgen. De Omgevingsdienst controleert dit.”
De gemeente komt dagelijks met een update op de website. Komende dinsdagavond is er een extra debat tijdens de raadsvergadering over de nasleep van de nieuwjaarsbrand in Noord-Scharwoude.
In een tijd waarin de industrie voortdurend verandert en nieuwe technologieën razendsnel opkomen, is het belangrijk om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. Voor professionals en liefhebbers in de procesindustrie en maakindustrie biedt IndustrieVandaag een onmisbare plek om actueel industrie nieuws te volgen. Dit platform heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een betrouwbare bron voor iedereen die geïnteresseerd is in innovaties, automatisering en trends binnen de technische sector. Met dagelijkse updates en diepgaande artikelen weet IndustrieVandaag een breed publiek te bereiken en te informeren over alles wat speelt in deze dynamische wereld.
Actueel industrie nieuws voor professionals
De industrie is een sector waar veranderingen elkaar in hoog tempo opvolgen. IndustrieVandaag speelt hierop in door het laatste industrie nieuws direct te publiceren. Of het nu gaat om nieuwe technologieën, belangrijke overnames of aanpassingen in regelgeving, op dit platform lees je het als een van de eersten. Dit is vooral handig voor managers en ingenieurs die snel moeten reageren op nieuwe kansen of uitdagingen in hun werk.
Voor wie afhankelijk is van up-to-date informatie, biedt IndustrieVandaag een plek waar je kunt vertrouwen op snelle en accurate berichtgeving. Het platform zorgt ervoor dat je geen enkele belangrijke aankondiging mist. Van lanceringen van nieuwe producten tot updates over industriële processen, alles vind je hier overzichtelijk bij elkaar.
Diepgaande artikelen over automatisering
Een van de sterke punten van IndustrieVandaag is de focus op technologische vernieuwing, met name op het gebied van automatisering. Denk hierbij aan de toepassing van robots, kunstmatige intelligentie en machine learning in productieprocessen. De artikelen op de website leggen uit hoe deze ontwikkelingen de efficiëntie van bedrijven kunnen verbeteren en wat ze betekenen voor de dagelijkse praktijk.
Daarnaast worden praktijkverhalen gedeeld die laten zien hoe bedrijven deze technologieën toepassen. Van software die productieprocessen optimaliseert tot machines die kosten helpen drukken, deze verhalen bieden inspiratie. Lezers krijgen zo niet alleen theoretische kennis, maar ook ideeën die ze direct in hun eigen werk kunnen gebruiken.
Industrie nieuws met een luchtige kant
Naast serieuze onderwerpen en technisch industrie nieuws brengt IndustrieVandaag ook een lichtere kant van de sector in beeld. Op de website vind je regelmatig korte video’s die een glimlach oproepen of verwondering opwekken. Denk aan opmerkelijke uitvindingen of grappige situaties in productielijnen die een andere kijk geven op de technische wereld.
Deze afwisseling tussen diepgaande inhoud en ontspannende momenten maakt het platform aantrekkelijk voor een divers publiek. Het zorgt ervoor dat je niet alleen leert, maar ook geniet van de bijzondere aspecten van de industrie. Een voorbeeld is een video over een slimme robot die huishoudelijke taken uitvoert, wat zowel fascinerend als vermakelijk is.
Een platform voor iedereen in de industrie
IndustrieVandaag is meer dan een nieuwswebsite; het is een plek waar experts, techneuten en nieuwsgierigen samenkomen. Het biedt een mix van actuele berichten, technische inzichten en inspirerende verhalen. Voor studenten die meer willen leren over industriële trends is dit een ideale bron. Ook onderzoekers vinden hier waardevolle informatie over de nieuwste ontwikkelingen.
Het platform onderscheidt zich door toegankelijkheid en variatie in onderwerpen. Of je nu op zoek bent naar gedetailleerde analyses of gewoon even wilt ontspannen met een leuke video, je vindt het hier allemaal. Dit maakt het een waardevolle plek voor iedereen met interesse in de maakindustrie en procesindustrie.
Met een gebruiksvriendelijke opzet en een breed scala aan onderwerpen is IndustrieVandaag geschikt voor een groot publiek. Van serieuze professionals tot enthousiaste liefhebbers, iedereen vindt hier iets van waarde. Blijf volgen via de website en mis niets van wat er gebeurt in deze boeiende sector. Voor meer informatie over specifieke innovaties kun je bijvoorbeeld kijken naar IndustrieVandaag.
Vier studenten autotechniek van het Talland College in Heerhugowaard gaan op avontuur voor een goed doel. Met een door henzelf opgeknapte auto vertrekken de mbo’ers zondag naar Gambia, om de oude Mitsubishi Lancer te doneren aan het onderwijs en de lokale gemeenschap. Daarna blijven ze een week om hun kennis aan jongeren over te dragen.
In drie weken tijd rijden Austin de Winter (23), Roy Klijn (22), Jort Bosma (21) en Rik Wenker (18) met ‘hun’ auto naar Gambia, een rit van ongeveer 7.000 kilometer. Dat doen ze onder begeleiding van de organisatie GoForAfrica, net als een aantal teams van techniekscholen elders in het land.
“Het lijkt mij een superleuke uitdaging”, vertelt Jort uit Uitgeest. “Zoveel en zo lang heb ik nog nooit in een auto gereden. Ik heb er heel veel zin in. Zevenduizend kilometer met z’n vieren in een auto, dat is al een bijzondere belevenis.”
“Het wordt een hele leerzame en unieke ervaring”, vult zijn plaatsgenoot Austin aan. “We gaan vast heel veel meemaken. Leuke en misschien ook minder leuke dingen, maar daar leer je van. En het motiveert mij om dit project voor het goede doel te doen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Rik, Jort, Austin en Roy met hun Mitsubishi Lancer. Het is een aardige klus om de auto klaar te krijgen voor de monsterrit naar Gambia. (foto: Suzanne Dubbeldam)
Rik uit De Weere is de benjamin van de vier. “Ik ben vooral enorm benieuwd hoe de mensen in Afrika leven, hoe ze hun dag doorkomen, hoe hun cultuur is en wat het verschil is met Nederland.”
Roy uit ’t Veld kijkt ook enorm uit naar het avontuur. Hij en zijn companen zijn nu nog druk bezig met het prepareren van de auto. “We hebben aan deze auto het een en ander moeten opknappen, zoals een nieuwe koppeling en een radiateur. Daarmee gaan we met een gerust gevoel op reis.”
De vier mbo’ers moeten niet alleen hun Mitsubishi op orde hebben. Ze zijn ook bezig met het vinden van sponsoren om de auto, de onderdelen, voorbereidingen en de reis te bekostigen. Ze kunnen nog wel een steuntje in de rug gebruiken. Het streefbedrag op hun GoFundMe pagina staat op 3.500 euro, maar de teller staat op het moment van schrijven op 2.545 euro. De hoop was om zelfs 10.000 euro bij elkaar te krijgen.
Pascal Tijhuis is evengoed erg trots op ‘zijn’ vier leerlingen. “Het zal onderweg niet altijd gemakkelijk zijn en ze zullen letterlijk en figuurlijk hobbels moeten nemen. Ze gaan hier zo ontzettend veel van leren én mensen blij maken. Daar kan een les in de autowerkplaats of het klaslokaal niet tegenop.” (foto’s: Suzanne Dubbeldam)
Het vroegere politiebureau van Heiloo krijgt een nieuw leven. Dat is geen nieuws, maar wat voor een leven was nog niet helemaal duidelijk. Inmiddels is het pand aan de Kennemerstraatweg op de huurmarkt verschenen, inclusief ontwerptekeningen voor een facelift. De eigenaar mikt op maximaal vijf maatschappelijk georiënteerde bedrijven.
Door de jaren heen zijn veel kleine(re) politiebureaus in het land gesloten om kosten te besparen. Heiloo moest er ook aan geloven. Het pand tegenover de Grand Café – Restaurant Herberg Jan uit 1988 werd geveild aan een vastgoedontwikkelaar die er woningen in wilde bouwen. In september werd duidelijk dat de eigenaar hiervan af zag en had gekozen voor verhuur aan zorgbedrijven, onderwijsinstellingen en/of sociaal-culturele organisaties. Dat scheelt in ieder geval gedoe met vergunningen, want het pand heeft al de bestemming ‘maatschappelijk’. (tekst gaat verder onder de tekening)
Ontwerp voor het voormalige politiebureau in het centrum van Heiloo (beeld: Magneet Bedrijfsmakelaars)
Op de tekeningen heeft het uitstekende deel op de begane grond verticale houten bekleding gekregen, met daaronder vermoedelijk na-isolatie. De drie grote rolluiken hebben plaats gemaakt voor drie puien met één ingang en de luifel erboven is weg. Op de bovenste verdieping zijn de raampartijen nieuw en groter. De blauwe accenten aan de gevel zijn weg.
Binnen lijkt niet zo veel te veranderen. Op de begane grond is plek voor drie bedrijven, beide verdiepingen erboven zijn bestemd voor één bedrijf en dan is er nog de kelder. Het pand zal worden verwarmd met (lucht)warmtepompen en volledig van het gas af gaan. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
Schetsontwerp voor het voormalige politiebureau van Heiloo (beeld: Magneet Bedrijfsmakelaars)
Eerder meldde het college van Heiloo dat er al diverse kandidaten waren, maar alle vijf units staan te huur. De vraagprijs is 175 euro per vierkante meter. (foto: Google)