Door langere periodes van droogte en hogere temperaturen neemt ook in Noord-Holland de kans op grote natuurbranden toe. Daarom zijn brandweermensen uit Noord-Holland deze week in Spanje om daar ervaring op te doen met de bestrijding van natuurbranden.
De brandweerlieden zitten twee weken in Catalonië, waar regelmatig grote natuurbranden uitbreken, meldt NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Onder hen zijn brandweermannen van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, die onder andere verantwoordelijk is voor de natuurgebieden in Bergen, Schoorl, Camperduin, Hargen en Egmond.
Volgens Sam de Joode van Veiligheidsregio NHN is het de bedoeling om zoveel mogelijk kennis mee terug te nemen. “Wij willen vooral kijken hoe zij omgaan met natuurbranden en wat wij daarvan kunnen leren voor onze eigen gebieden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het duingebied langs de kust is extra kwetsbaar bij droge periodes. (foto: Streekstad Centraal)
Vooral de Noord-Hollandse duinen vormen volgens de brandweer een uitdaging. Bij langdurige droogte kan de begroeiing snel vlam vatten, terwijl een groot deel van het gebied met brandweervoertuigen moeilijk bereikbaar is.
Maurice Peschier van Veiligheidsregio Kennemerland ziet overeenkomsten met de situatie in Noord-Holland. “Het gebied dat je in Spanje ziet is een beetje vergelijkbaar met onze duinen, dus we hopen veel meer te weten te komen over de technieken die de Spanjaarden daar gebruiken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Rob van Dongen en Jur van der Veen behoren tot de eerste groep die naar Spanje uitrukt. (foto: NH Media)
De Spaanse brandweer geldt als specialist op het gebied van natuurbrandbestrijding. Zo werken brandweerlieden daar onder meer met handgereedschap om begroeiing weg te halen, zodat vuur zich minder snel kan verspreiden. Ook maken zij gebruik van zogeheten tegenbranden, waarbij gecontroleerd een stuk vegetatie wordt afgebrand om een oprukkende natuurbrand af te remmen.
Daarnaast willen de Noord-Hollandse brandweerlieden leren hoe hun Spaanse collega’s met behulp van ervaringen uit eerdere natuurbranden beter kunnen voorspellen hoe een brand zich ontwikkelt. Die kennis moet helpen om natuurbranden in Noord-Holland sneller en effectiever te bestrijden. (tekst gaat verder onder de foto)
In Nederland willen de hulpdiensten zich beter voorbereiden op natuurbranden door warmere zomers. (foto: aangeleverd)
Aan de missie nemen ook brandweerlieden uit Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland deel. Zij kunnen bij grote natuurbranden worden ingezet om collega’s uit Noord-Holland Noord en Kennemerland te ondersteunen.
“Als er een grote brand uitbreekt in de duinen, moeten meerdere regio’s samenwerken. Dan is het belangrijk dat wij weten wat er nodig is en hoe we onze collega’s het beste kunnen helpen”, zegt brandweerman Rob van Dongen.
Later dit jaar vertrekt nog een tweede groep Nederlandse brandweerlieden naar Catalonië om dezelfde praktijkervaring op te doen.
“Toch heb ik het gevoel dat ik u al eerder heb gezien.” De kersverse ‘boswachter publiek’ Denise van Dillen voelt voor de wandelaars in de Waarderhout duidelijk al best vertrouwd. Maar het is voor haar écht nog best nieuw allemaal, ze begon in april. Om haar werkgebied én de mensen die er zo graag recreëren beter te leren kennen vraagt ze daarom of mensen haar hun favoriete natuur in de regio willen laten zien.
Het typeert de nieuwe boswachter, merkt Streekstad Centraal als we met Denise op pad gaan in de Heerhugowaardse natuur. “Het gaat me echt om de sociale kant van de boswachterij. Ik ga met mensen in gesprek en leg uit wat wij hier doen.”
Daarbij komt ze natuurlijk niet om de gestipte populieren heen. Heel wat van deze reuzen moeten verdwijnen uit de Waarderhout, omdat ze aan het einde van hun levensduur zijn. Met een ‘dunning’ hoopt Staatsbosbeheer ook andere soorten meer kansen te geven. De kap staat pas voor volgende zomer op het programma, tóch krijgt ze er nu al veel mail over. (tekst gaat door onder de foto)
Denise van Dillen is sinds dit voorjaar actief als boswachter publiek. (foto: Streekstad Centraal)
“Je komt toch aan iets dat leeft, dat raakt mensen”, begrijpt ze. Tegelijk is die kap echt wel ergens goed voor. Staatsbosbeheer wil gebieden als de Waarderhout gezond en divers houden, legt ze uit. “Als je niets doet, overleven de sterkste soorten. Daaronder groeit niets anders.”
Ook zo’n stammenbos kan een bepaalde bekoring hebben, zeker. Maar alle kleinere soorten die nu nog in de Waarderhout leven, de insecten, de specifieke schimmels – die leggen het dan af.
“Staatsbosbeheer is ooit, lang geleden, opgericht voor het hout, en om zand tegen te houden in de duinen… Maar nu richten we ons echt op die biodiversiteit. Daar hebben we de kennis en ervaring voor.” (tekst gaat door onder de foto)
In de schaduw van een grote populier. (foto: Streekstad Centraal)
Natuurbeheer – én recreatie. De gebieden van Staatsbosbeheer zijn in trek bij wandelaars, fietsers en sporters. De Schoorlse duinen zijn een echte toeristentrekker zelfs. Ook in de Waarderhout zien we veel mensen die hun hond uitlaten en het Speelbos, met de kabelbaan en andere toestellen, is in trek bij gezinnen.
“Recreatie en natuurbeheer zijn wel twee verschillende dingen. Maaien bijvoorbeeld, dat doen we hier ook. Maar voor de natuur wil je dat zo laat mogelijk in het seizoen doen. Voor de wandelaars en de mensen met honden zeg ik dan, als boswachter publiek: doe het tóch maar even eerder. Daar zoek ik echt de gulden middenweg.” (tekst gaat door onder de foto)
Het is voor de boswachter belangrijk dat paden begaanbaar blijven, zoals hier in de Waarderhout. (foto: Streekstad Centraal)
Gemaaid wordt er langs de paden, zodat die begaanbaar blijven. Bezoekers moeten bij de bankjes kunnen komen, en bij de prullenbakken. Die moeten natuurlijk ook door medewerkers van Staatsbosbeheer worden geleegd – het is de praktische kant van het werk. “Dat zijn zware, diepe bakken”, legt Denise uit. “Ze moeten worden leeggezogen.”
Tijdrovend en arbeidsintensief werk is dat. Geen wonder dus dat Staatsbosbeheer de containers op veel plekken heeft weggehaald. De organisatie heeft beperkt budget voor ‘recreatie’ en probeert zich daarom echt te focussen op natuurbeheer, de kerntaak.
“Maar we kijken ook naar samenwerking met de gemeente”, legt Denise uit. “Die weten ook hoe ze een vuilnisbak moeten legen. Het Speelbos hier, in de Waarderhout, is een mooi voorbeeld van zo’n samenwerking. Wij beheren de natuur, de gemeente zorgt voor de speeltoestellen.” (tekst gaat door onder de foto)
Werk voor volgend jaar: het professioneel verwijderen van oude, te grote populieren. (foto: Streekstad Centraal)
Zelf is ze nog maar kort boswachter, hiervoor werkte ze in de zorg. De natuur was een oude liefde. “Ik was als kind al graag buiten. Lekker in de modder. Je moet mij geen sieraden omdoen”, lacht ze. “Maar ik ben de zorg in gerold, zoals dat gaat. Dat heb ik heel lang met veel plezier gedaan. Ik was uiteindelijk leidinggevende.”
Ze zat goed, maar tóch kriebelde het. De rest van haar werkend leven in de zorg blijven – ze heeft het wel overwogen, maar moest erkennen dat ze iets anders wilde. Het bos, de wilde natuur. “Ik woon in Wormerveer en bezocht bij ons een evenement, een excursie met de boswachter. Ze vertelde prachtig. Toen stootte mijn vriend me echt aan: moet je niet eens met haar gaan praten.”
En zo geschiedde. Ze ging in de leer, nam vrijwilligerswerk op. En toen kwam deze baan op haar pad: boswachter publiek, als opvolger van Samuelle van Deutekom. En dat in een gebied dat al langer tot haar verbeelding sprak. “Ja, de Schoorlse duinen, die zijn écht bijzonder, die kende ik natuurlijk wel. Maar ik wil heel Noord-Holland Noord beter leren kennen. Daarom doe ik een oproep.” (tekst gaat door onder de foto)
Boswachter Denise wil graag weten welke plekjes favoriet zijn onder Noord-Hollanders. (foto: Streekstad Centraal)
In Wormerveer kent Denise haar plekjes best. De weidevogels in het Guisveld, een prachtig gebied. Maar zulke gebieden zijn er in haar nieuwe werkterrein toch ook. “Waar ik ontzettend benieuwd naar ben is naar de lievelingsplekjes van de mensen híér. En naar de verhalen die daar bij horen.”
Ze nodigt de lezers van Streekstad Centraal dan ook uit die verhalen met haar te delen. Welk stukje natuur mag de nieuwe boswachter écht niet missen? De kenners kunnen haar mailen via boswachtersschoorlseduinen@staatsbosbeheer.nl.
“We willen mensen echt betrekken bij wat we doen”, benadrukt ze. “Daarom bestaat deze functie ook: boswachter publiek. We beheren de natuur, daar weten we ook veel van, dat is vaak het eerste waar mensen aan denken bij een boswachter. Maar het gaat bij ons werk ook om begrip en draagvlak. Daarvoor ben ik hier.”
De ophiostoma ulmi slaat weer toe. Deze schimmel veroorzaakt de iepenziekte en omdat deze ziekte bomen zwak maakt én zeer besmettelijk is, wil de provincie snel ingrijpen langs N-wegen. “Zieke bomen zijn een gevaar voor weggebruikers, ze kunnen afbreken of omvallen en zo ongelukken veroorzaken.”
Volgende week start de verwijdering van de iepen. Langs de N242 haalt de provincie veertig iepen weg, langs de N244 twaalf, langs de N513 verdwijnen 38 bomen en langs de N504 en de N511 ieder 26 iepen. Daarmee komt de teller op 142 in totaal. Waar nodig worden auto’s en fietsers langs de werkzaamheden geleid, aldus de provincie. “Het kan zijn dat je soms eventjes moet wachten.”
De schimmel die verantwoordelijk is voor de iepenziekte wordt via de iepenspinkever verspreid, maar kan ook direct overgaan via verstrengelde wortels. De provincie zorgt voor vervanging. Dat kan wel even op zich laten wachten, want de zieke bomen worden met wortel en al verwijderd, aldus de provincie. De vervanging zal naar verwachting bestaan uit een mix van iepen die minder snel ziek worden en andere boomsoorten.
Het door de provincie te verwijderen aantal iepen is veel hoger dan vorig jaar. Toen waren het er slechts 39 in de regio’s Alkmaar, Zuid-Kennemerland en IJmond bij elkaar. En, waarschuwt de provincie: “Het aantal zieke bomen dat verwijderd wordt, kan nog iets oplopen de komende dagen, omdat de inspecties nog plaatsvinden.”
In mei waren de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo al begonnen met het weghalen van zieke iepen. Dijk en Waard doet dat doorgaans ook vanaf mei. Alkmaar startte begin deze maand. De verwijdering van zieke iepen gaat bij de gemeenten de hele zomer door. Mensen die een zieke iep zien, worden aangespoord om hier melding van te doen. (foto: Provincie NH)
Uitgeest moet een nieuw station krijgen – en wie dat graag zou willen bouwen, die kan zich daar vanaf nu op inschrijven. Spoorbeheerder ProRail heeft de aanbestedingsprocedure voor dit grote en veelzijdige project geopend. “We zijn op zoek naar een opdrachtnemer die op alle spoor-disciplines vakwerk gaat leveren.”
Dat zegt de projectmanager van ProRail, Frans van Wegen. Hij noemt het een mooi project, waar alles wat de spoorsector zo speciaal maakt in samenkomt. Het bouwen van spoor, het bouwen van grote constructies, het realiseren van bovenleiding en daarnaast nog de telecommunicatie en de treinbeveiliging.
Het maakt station Uitgeest tot een heel compleet project, waar naar verwachting niet de minsten in de sector interesse in hebben. De vernieuwing van station Uitgeest maakt deel uit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar – Amsterdam. (tekst gaat door onder de foto)
De wachtruimte in Station Uitgeest, mét molen. (foto: Streekstad Centraal)
Wie nu wel eens van of naar Uitgeest reist zal het station kennen als een grote open ruimte met soms behoorlijke afstanden om af te leggen van de ene naar de andere trein. Schaduw en beschutting zijn er niet bepaald in grote mate aanwezig. Gelukkig is er koffie.
Het nieuwe station moet met een extra perron en een grote loopbrug een andere ervaring bieden. “Het station krijgt een lichte, prettige en veilige uitstraling en er komen trappen en liften bij”, blikt ProRail vooruit op wat er in Uitgeest gebouwd gaat worden.
“De traverse wordt zo’n 85 meter lang, zo’n zes meter breed, overdekt en voorzien van glazen wanden. Ook de perrons worden geheel vernieuwd en voorzien van nieuw meubilair en nieuwe wachtruimtes.” Zo moet een station ontstaan dat juist wel beschut is en meteen is voorbereid op een toekomst met méér reizigers en méér treinen.
Aannemers die graag hun bijdrage zouden leveren aan dit stukje spoor kunnen zich tot januari 2027 inschrijven. In het voorjaar volgt dan de handtekening onder het contract. De verbouwing van het station zelf staat gepland voor 2028 en verder. (hoofdfoto: ProRail)
Van vrijdag 31 juli tot en met maandag 3 augustus is er weer kermis in Akersloot. Op zaterdag de 1ste worden daarbij als vanouds kermisactiviteiten georganiseerd: de tractoroptocht en de wedstrijden bakvoetbal en touwtrekken.
Jaarlijks doen zo’n 200 mensen mee aan het bakvoetbaltoernooi en/of het touwtrektoernooi, en komen rond 500 bezoekers kijken. Het populaire evenement op het evenementerrein aan de Kerkelaan stond vorig jaar op de tocht, maar oud-gedienden Rob Dekker en Bob Sander vonden redders bij Scouting Akersloot. Jan Sander, die voorheen de kar trok, blijft wel zijdelings betrokken.
De zaterdag begint traditioneel met een rondrit met oldtimer tractoren. Om 10:00 wordt verzameld op het evenemententerrein aan de Kerkelaan, en de start is om 11:30 uur.
Het bakvoetbaltoernooi wordt om 13:00 uur afgetrapt. Bakvoetbal is ‘levend tafelvoetbal’ waarbij de spelers aan balken verbonden zitten. Het toernooi staat sinds 2006 op het programma van de kermis van Akersloot. De wedstrijd touwtrekken, die zelfs al ruim veertig jaar bestaat, begint een half uurtje later.
Rond 16:00 uur zijn alle wedstrijden voorbij en verplaatst iedereen zich langzaam aan naar het Wilhelminaplein voor de ‘natte kermis’. Zoals voorheen staat er weer een feesttent op het terrein van ‘t Hoorntje, waar om 17:00 uur de prijsuitreiking plaatsvindt.
Teams kunnen zich nog aanmelden voor het touwtrekken, bakvoetbal en de oldtimer-tractorshow via het emailadres jansander62@gmail.com.
De N9 van Alkmaar naar Den Helder was recent weer het toneel van ongelukken. Het brengt eerdere zorgen over de veiligheid van deze weg in herinnering – en de frustratie dat het lang duurt voordat er écht wat aan de N9 verandert. “Het voelt als trekken aan een dood paard.”
Dat zegt Angelique Ligthart van VVD Schagen. Samen met andere gemeentelijke fracties én de provinciale VVD probeert zij de kwestie nog maar eens op de agenda te krijgen. De weg, die loopt door de gemeenten Alkmaar, Bergen, Schagen en Den Helder, wordt namelijk beheerd door Rijkswaterstaat.
Ligthart sprak over de kwestie met NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Ze benadrukt het belang van een veilige N9: “De N9 is de economische ader richting Den Helder. Deze regio verdient het dat er nu echt iets gebeurt.” (tekst gaat door onder de foto)
Een groot ongeluk bij Zijpersluis vorige week zondag (foto: Streekstad Centraal)
Het ongeluk van een week geleden bij Zijpersluis liet goed zien hoe snel het hier mis kan gaan. Een aanrijding van twee auto’s achterop elkaar maakte dat een derde auto uitweek – en hard op een tegenligger botste. Met meer ruimte, gescheiden rijbanen en minder bochten zou de weg veiliger kunnen zijn, is de gedachte.
Tegelijk wijzen automobilisten die de route goed kennen er op dat er vaak overtredingen worden gemaakt, iets dat ook omwonenden opwierpen in gesprek met NH. De bochtige, weinig overzichtelijke weg leent zich gewoon niet voor hoge snelheden en risicovolle inhaalmanoeuvres, is de kritiek.
De VVD denkt dat de weg van zichzelf ook veiliger kan. “Je kunt denken aan een andere inrichting van de weg, het aanpakken van gevaarlijke punten of het omleggen van delen van het tracé”, zegt Ligthart. Wat bij Schoorldam, De Stolpen en ‘t Zand is gebeurd zou dan ook moeten bij Burgervlotbrug en Sint-Maartensvlotbrug. (tekst gaat door onder de foto)
Plannen voor omleggingen bij Burgervlotbrug en Sint-Maartensvlotbrug gaan ook al even mee (beeld: Arcadis)
“Het antwoord was altijd: geen geld”, blikt de VVD-politica terug op eerdere discussies over de N9. Nu is dat geld er wél, denkt de VVD. Er zal namelijk meer geïnvesteerd worden in Defensie en deze weg is toch één van de toevoerwegen naar marinestad Den Helder.
“Defensie heeft er uiteindelijk ook profijt van”, denkt Ligthart. “”Ik kan me voorstellen dat dit voelt als trekken aan een dood paard, maar dit is een project van de lange adem. Als je er geen aandacht voor blijft vragen, schuift het op de lange baan.”Ik kan me voorstellen dat dit voelt als trekken aan een dood paard, maar dit is een project van de lange adem. Als je er geen aandacht voor blijft vragen, schuift het op de lange baan.”
Een gitaar die niet meer zuiver klinkt, een ukelele met een opengebarsten zijkant en een oud instrument waar ooit een kaars op is gevallen. Waar het Repair Café normaal vooral draait om kapotte huishoudelijke apparaten, staan zaterdagmiddag in de bibliotheek van Castricum opvallend genoeg ook gitaren op de werkbank. Voor het eerst zijn twee gespecialiseerde gitaarreparateurs aanwezig. Daar blijkt volop belangstelling voor.
Tussen de verschillende reparatietafels zitten Maarten en Wouter gebogen over de instrumenten die bezoekers meenemen. Om te laten zien hoe zo’n controle in zijn werk gaat, laat ook de verslaggeefster van Streekstad Centraal haar eigen gitaar nakijken, omdat die niet meer helemaal zuiver klinkt.
Wouter pakt na het horen van het ‘probleem’ direct een blauw meetgereedschap uit zijn koffer en legt het tegen de hals van de gitaar. “We letten altijd als eerste goed op de snaren en of de hals ook wel echt recht loopt”, legt hij uit. “Kijk, deze loopt helemaal recht. Zo wil je het hebben.”
Even later neemt Maarten het instrument over. Volgens hem zit het probleem vaak helemaal niet in de gitaar zelf. “Vaak zit het probleem in de snaren. Bij deze gitaar is het alleen een kwestie van stemmen en dan speelt hij in principe gewoon weer helemaal goed. Maar als ik je echt advies zou geven, dan zou ik de snaren toch anders op de gitaar spannen. Alleen, in een half uur is dat niet te doen en het is ook niet per se nodig.” (tekst gaat door onder de foto)
Door te kijken naar hoe hoog de snaren gespannen zijn weten de mannen precies wat er verbeterd zou kunnen worden aan de gitaar. “Je wil dat de snaren niet te hoog staan, want dan heb je daar last van met spelen.” (foto: Streekstad Centraal)
Het stemmen van een snaarinstrument doen de twee ieder op hun eigen manier. “Door een beetje per snaar te spelen hoor ik eigenlijk zelf al of hij goed is afgesteld of niet. Maar je hebt daar ook hele mooie stemapparaatjes voor die precies aangeven of een snaar strakker of losser moet”, vertelt Wouter.
Maarten gebruikt liever een andere methode. “Ik gebruik altijd een app op mijn telefoon die heel nauwkeurig meeluistert naar het geluid dat je gitaar produceert. Zo weet je precies wat je moet doen om hem weer goed te laten klinken.”
Hun kennis van gitaren komt niet uit de lucht vallen. “Wouter en ik spelen allebei in een band en spelen eigenlijk altijd gitaar”, vertelt Maarten. “Het is echt helemaal ons ding”, vult Wouter lachend aan.
De gezamenlijke hobby groeide uiteindelijk uit tot veel meer. “Een tijd geleden gingen we naar een bijeenkomst in het oosten van het land waar allemaal bijzondere gitaren stonden. Die dingen zijn natuurlijk ontzettend duur. Daar kwamen we erachter dat je ook losse onderdelen kunt kopen en zelf gitaren kunt leren bouwen.” (tekst gaat door onder de foto)
Met een speciale meetlat controleert Wouter of de hals van de gitaar recht is. “Erg belangrijk.” (foto: Streekstad Centraal)
Eenmaal terug in Castricum gingen ze op zoek naar iemand die hen daarbij kon helpen. “Zo kwamen we uit bij een gitaarmaker in Heiloo. Dat leek ons wel wat, dus zijn we daar gaan kijken.” Inmiddels bouwen ze hun eigen gitaren, samen met die gitaarmaker uit Heiloo. “Maar daar gaat een hoop tijd in zitten”, zegt Maarten. “Je bent zo vijftien werkdagen bezig met één gitaar.”
Ook het gereedschap is uitgebreider dan veel mensen denken. “De spullen die we vandaag hebben meegenomen zijn nog maar een heel klein deel van alles wat we hebben”, zegt Wouter. Maarten moet lachen. “Er komt echt veel meer bij kijken.”
Die kennis blijkt deze middag goed van pas te komen. Hoewel het Repair Café normaal draait om kapotte broodroosters of stofzuigers, is dat deze zaterdag anders. De gitaarspecialisten hebben het er druk mee. “Het is de eerste keer dat we hier zitten en het bevalt ons tot nu toe erg goed”, zegt Maarten. “We hebben vandaag al vier of vijf gitaren gehad. Er was zelfs een man die met twee instrumenten kwam.” (tekst gaat door onder de foto)
Met pure precisie en een beetje houtlijm weten Maarten en Wouter de ukelele weer te laten klinken zoals hij hoort. (foto: Streekstad Centraal)
Eén daarvan is een ukelele met een flinke beschadiging. “De hele zijkant was opengebarsten, waardoor het geluid er niet meer uitkwam zoals het hoorde”, vertelt Wouter. “Dat hebben we opgelost met houtlijm.” De eigenaar probeert zijn ukelele direct uit. “Super”, zegt hij tevreden. “Ik voel meteen dat hij weer goed is, want het klonk zo gek doordat het geluid uit de verkeerde gleuven kwam. Heel erg bedankt.”
“Perfect mooi aan de buitenkant is het misschien niet”, zegt Wouter lachend. “Als hij later naar een professionele gitaarmaker gaat, zegt die misschien: ‘Jeetje, wat hebben zij nou weer gedaan?’ Maar meneer is blij en dat is het belangrijkste.”
Even later komt er een echtpaar langs met een oude gitaar. “Mijn vrouw weet niet of er iets aan gedaan kan worden, maar ze wil er toch even naar laten kijken”, zegt de man. “Er is ooit een kaars op gevallen”, vertelt zijn vrouw. “Nu zit er een gat in.”
Wouter kijkt nauwelijks verbaasd als hij de gitaar bekeken heeft. “Dit is helemaal niet erg. Vroeger deden ze dit zelfs vaker. Dan maakten ze expres een mooi rond gat omdat dat hielp met het geluid. Je zou het kunnen opvullen, of mooier af kunnen werken, maar dat hoeft helemaal niet. Het beïnvloedt het geluid niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol enthousiasme legt Wouter de vrouw alles uit over haar gitaar. Uiteindelijk hoeven de reparateurs niks te repareren. (foto: Streekstad Centraal)
Wanneer hij de gitaar wil uitproberen, waarschuwt de eigenaresse alvast. “Hij is zo vals als wat hoor.” “Dat is geen probleem”, antwoordt Wouter. “Dan stem ik hem meteen even.” Na wat getokkel is de klus snel geklaard. “Kijk, nu speelt hij weer helemaal goed”, zegt Wouter als hij de gitaar teruggeeft. “Weer een tevreden klant.”
Voor Maarten en Wouter smaakt deze eerste editie duidelijk naar meer. “Het is de eerste keer dat we hier zitten, maar we vinden het zó leuk dat we dit best vaker zouden willen doen. Of dat nou hier in het Repair Café is of ergens anders, dat weten we nog niet. Maar wat ons betreft zit er zeker een herhaling in.”
Waarom ze er graag nog eens een zaterdag voor vrijmaken, is voor de twee heel simpel. “Het is gewoon heel leuk om mensen te helpen”, zegt Maarten. “Een gitaar of ukelele is voor sommige mensen echt een belangrijk onderdeel van hun leven. Als je er dan voor kunt zorgen dat zo’n instrument weer speelt zoals het hoort en je ziet hoe blij mensen daarvan worden, dan is dat natuurlijk super.” Wouter knikt instemmend. “Mensen helpen met iets wat je zelf heel leuk vindt om te doen”, besluit hij, “mooier wordt het eigenlijk niet.”
Klauteren over boomstammen, zelf een waterbaan in beweging brengen of een klimparcours trotseren. Nieuwbouwwijk De Draai in Heerhugowaard heeft er een nieuwe speelplek bij. In het Oosterpark is speelpark Korenbloem aangelegd: een natuurlijke speelomgeving waar kinderen kunnen ontdekken, bewegen én vies mogen worden.
Het speelpark ligt aan de noordzijde van De Draai, tussen het Teunisbloemerf en de Korenbloemstraat. Wie het park inloopt, ziet geen felgekleurde glijbanen of metalen klimrekken, maar boomstammen, touwen, keien en water. De speeltoestellen zijn gemaakt van natuurlijke en hergebruikte materialen en sluiten aan op het landschap van het Oosterpark. Kinderen kunnen er balanceren over boomstammen, klimmen, sporten en zelf waterstromen in beweging brengen met een handpomp. (tekst gaat door onder de foto)
De waterpomp in het nieuwe speelpark in De Draai wordt meteen goed gebruikt. (foto: Streekstad Centraal)
Achter het ontwerp staat De Twee Heren, een bureau dat zich specialiseert in natuurlijke speelomgevingen. Bij de aanleg is bovendien gebruikgemaakt van materialen die vrijkwamen tijdens de ontwikkeling van De Draai. Daarmee krijgt niet alleen het groen een prominente plek, maar krijgen ook bestaande materialen een tweede leven.
Volgens wethouder Floris de Boer is bewust gekozen voor een speelplek die iets toevoegt aan de wijk. “In De Draai hebben we al verschillende speeltuinen voor de jongste kinderen. Daarom wilden we een plek creëren waar ook oudere kinderen graag naartoe gaan. De ontwerpen van De Twee Heren sluiten mooi aan op het bestaande landschap, waardoor veel ruimte voor natuur behouden blijft. Daarnaast zijn veel materialen hergebruikt die tijdens de bouw van de wijk zijn vrijgekomen.” (tekst gaat door onder de foto)
Het is meteen al lekker druk met mensen uit de buurt die het speelpark uitproberen. “Echt fantastisch! En dat zo dichtbij!” (foto: Streekstad Centraal)
Het speelpark is verdeeld over meerdere plekken in het Oosterpark en moet vooral een plek zijn waar kinderen worden uitgedaagd om buiten te spelen en te bewegen. Niet alleen om even van de glijbaan te gaan, maar juist om zelf op ontdekkingstocht te gaan, te klimmen, te klauteren en samen te spelen.
Het speelpark is verdeeld over meerdere plekken in het Oosterpark en is bedoeld voor kinderen van verschillende leeftijden. Waar De Draai al meerdere speelplekken voor jonge kinderen heeft, biedt Korenbloem juist ook ruimte aan oudere jeugd. Niet alleen om even te schommelen of van een glijbaan te gaan, maar om samen te klimmen, te sporten en op ontdekkingstocht te gaan.
Na de duizenden steunbetuigingen en de snel groeiende petitie krijgt het verzet tegen de voorgenomen sluiting van het Buitencentrum Schoorlse Duinen een vervolg. Bewoners, ondernemers, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties hebben de Stichting Behoud Buitencentrum Schoorlse Duinen opgericht. Hun doel is te onderzoeken hoe het bezoekerscentrum ook na 1 januari behouden kan blijven.
Volgens de initiatiefnemers is het buitencentrum veel meer dan alleen een bezoekerscentrum. Jaarlijks vormt het voor ruim 300.000 bezoekers het startpunt voor een bezoek aan de Schoorlse Duinen en speelt het een belangrijke rol bij natuureducatie, excursies, vrijwilligerswerk en recreatieve activiteiten.
Een van de initiatiefnemers is Joost Botman. Hij was eerder al kritisch op de voorgenomen sluiting en zet zich nu ook in voor de nieuwe stichting. (tekst gaat verder onder de foto)
Joost Botman liet eerder deze week al doorschemeren dat de Schoorlse ondernemers het er niet bij zouden laten zitten. (foto: NH)
“Ik kom al mijn hele leven in de Schoorlse Duinen”, zegt Botman. “Namens de ondernemers zie ik hoe belangrijk het buitencentrum is voor de regio maar vooral zie ik hoeveel betekenis deze plek heeft voor mensen. Dat zoveel inwoners en organisaties nu opstaan, laat zien dat dit veel meer is dan een bezoekerscentrum.”
De stichting wil de komende maanden eerst in gesprek met onder meer Staatsbosbeheer, de provincie Noord-Holland, de gemeente Bergen, vrijwilligers en andere betrokken organisaties.
“We willen eerst goed luisteren voordat we conclusies trekken”, aldus Botman. “Welke mogelijkheden zijn er? Welke uitdagingen liggen er? En hoe kunnen we samen een realistisch en duurzaam plan maken? Alleen door alle partijen aan tafel te brengen ontstaat een oplossing waar iedereen zich in kan vinden.” (tekst gaat verder onder de foto)
Staatsbosbeheer heeft aangekondigd het bezoekerscentrum eind 2026 te willen sluiten. (foto: aangeleverd)
In september organiseert de stichting een bijeenkomst waar bewoners, ondernemers, scholen, natuurorganisaties, vrijwilligers en overheden kunnen meedenken over de toekomst van het buitencentrum.
De stichting roept inwoners, organisaties en ondernemers op om daarbij aan te sluiten. “Ondernemers, vrijwilligers, inwoners en maatschappelijke organisaties trekken samen op. Dat brede draagvlak geeft vertrouwen dat we samen kunnen bouwen aan een toekomst voor het buitencentrum.”
“To-grut to-grut to-grut”: het is een geluid dat hoort bij een levendige polder vol weidevogels. Maar de karakteristieke roep van de grutto klinkt de laatste jaren steeds minder. Zeven Nederlandse provincies hebben samen afspraken gemaakt om alles op alles te zetten voor de grutto. “We gaan natuurvriendelijke oevers en graslanden kruidenrijker maken.”
Dat kondigt gedeputeerde Anouk Gielen aan. Zij is binnen de provincie Noord-Holland verantwoordelijk voor de grutto. De plannen om de vogel beter te beschermen hebben onder meer betrekking op de regio’s ‘Laag-Holland’ en ‘West-Friesland’. Het platteland van gemeenten als Alkmaar, Castricum en Dijk en Waard biedt volgens deskundigen nog volop kansen voor de grutto en ook elders in de regio liggen interessante gebieden.
Eerder al werd een ‘Aanvalsplan Grutto’ uitgewerkt en deze week maakte de provincie bekend dat alle handtekeningen zijn gezet onder gedetailleerde plannen om de vogel met z’n lange snavel en typische roep nog beter te beschermen. (tekst gaat door onder de foto)
Gedeputeerde Anouk Gielen is blij met deze nieuwe stap in de bescherming van de grutto. (foto: Streekstad Centraal)
Grutto’s staan extra in de belangstelling omdat deze soort is uitgeroepen tot de nationale vogel van Nederland. Traditioneel is het Nederlandse landschap dé Europese hotspot voor grutto’s. Maar veranderingen in de inrichting van ons landschap hebben de grutto er gaandeweg teruggedrongen.
“De grutto is een prachtige oer-hollandse vogel die een belangrijke graadmeter is voor een gezond, biodivers landschap”, benadrukt Gielen. “Het is onze verantwoordelijkheid om deze soort te beschermen.” Dat doen het rijk en de provincie mede op aandringen van de Europese Commissie, voegt Gielen daaraan toe.
Het plan is om betrekkelijk grote aaneengesloten gebieden aan te wijzen – à 2.000 hectare – die vervolgens zó gaan worden ingericht, dat ze voor grutto’s aantrekkelijk zijn. Hiervoor moet natuurlijk wel met de beheerders van die gebieden worden samengewerkt. Vergoedingen voor boeren die meewerken zijn daarom een belangrijke pijler onder het plan. (tekst gaat door onder de foto)
De Eilandspolder bij De Rijp voldoet met zijn hoge waterstanden al aan één van de voorwaarden. (foto: Streekstad Centraal)
Hoge waterstanden zijn één van de manieren om weidegebieden weer meer gruttovriendelijk te maken. Hierdoor wordt het gras zompiger, wat voor de koeien niet zo’n probleem is, maar voor de zware trekkers van tegenwoordig wel. Daar zit dus een typisch belangenconflict dat de betrokken partijen moeten oplossen.
Verder wil de provincie predatie tegengaan. Roofdieren zijn er natuurlijk in allerlei soorten en maten, van huiskatten tot kiekendieven, maar bestrijding ervan is weer aan regels gebonden. Ratten genieten bijvoorbeeld óók bescherming. “De minister en provincies werken beleidsmatig en juridisch aan meer uitvoerbare mogelijkheden voor predatiebeheer”, staat te lezen in de uitwerking van de plannen. Concreet is het daarmee evenwel nog niet.
Ook de andere inrichting van oevers en het overstappen op een andere begroeiing, een grasland dat rijker is aan kruiden, zal niet van de één op andere dag werkelijkheid worden. Toch is de provincie optimistisch over de stappen die nu zijn gezet. Gielen: “We gaan samen met onze gebiedspartners daadkrachtig aan de slag met de uitvoering van de plannen.” (hoofdfoto: Recreatie Noord-Holland)