Minder reizigers in de bussen van Connexxion, dus ook flink minder inkomsten uit buskaartjes Het had weinig gescheeld of er waren in Noord-Holland Noord weer enkele buslijnen opgeheven. De frequentie van buslijnen stond ook op het spel, en vaak loopt meteen ook de dienstregeling in de avonduren gevaar als er bezuinigd moet worden. Dat is gelukkig voorlopig allemaal niet nodig.
Dankzij een extra bijdrage van de provincie kunnen er vanaf september meer bussen rijden in Noord-Holland. Zelfs keert een eerder geschrapte lijn terug. De provincie investeert ruim vier miljoen euro extra per jaar om het busvervoer in Noord-Holland Noord, Gooi en Vechtstreek en Haarlem-IJmond in stand te houden en uit te breiden. Met het geld wil de provincie voorkomen dat buslijnen verdwijnen of dat er minder bussen gaan rijden.
Een jaarlijkse bijdrage van € 2,4 miljoen wordt ingezet om een lagere vergoeding van het rijk voor de ov-studentenkaart op te vangen. Daarnaast krijgt de moedermaatschappij van Connexxion € 1,8 miljoen om de teruglopende reizigersinkomsten te compenseren en het bestaande aanbod van busvervoer te behouden. (tekst gaat verder onder de foto)
Veel reizigers zijn na de coronaperiode niet teruggekeerd in het openbaar vervoer, of ze reizen veel minder vaak met de bus. Daardoor loopt Connexxion veel inkomsten mis. (foto: Streekstad Centraal)
Het busvervoer in Noord-Holland kampt bovendien met een nijpend tekort aan buschauffeurs. Nu er langzaam weer wat meer nieuwe buschauffeurs komen, ontstaat dankzij de extra investering ook wat ruimte voor nieuwe buslijnen of om sommige routes vaker te rijden. Zo gaat de snelle Qliner tussen Alkmaar en Leeuwarden (lijn 350) vanaf september twee keer per uur rijden in plaats van één keer.
Gedeputeerde Jeroen Olthof vindt dat iedere Noord-Hollander toegang moet houden tot goed en betrouwbaar ov: “Of je nu in de stad woont of in een kleiner dorp. Met deze investeringen zorgen we daarvoor, ondanks de landelijke bezuinigingen.”
Een woordvoerder van Connexxion zegt blij te zijn met het extra geld van de provincie. Ze kan niet zeggen welke busdiensten op de nominatie stonden om te verdwijnen, als de provincie niet met extra geld over de brug was gekomen: “Zover was het nog niet. Dankzij deze extra bijdrage hoeven we die plannen het komende jaar ook nog niet uit te werken.”
De Kaasmarkt in de binnenstad van Alkmaar mag zich sinds kort eigenaar noemen van niet één, maar twee toeristische Michelinsterren. En dat is niet alles: De stad zelf en, het naastgelegen dorp, De Rijp krijgen ook beide een ster. “Dit is echt een erkenning voor alles en iedereen, we zijn heel trots.”
“Dat we een ster zouden krijgen voor de kaasmarkt had ik stiekem wel een klein beetje verwacht”, begint Ger Welber, directeur van stichting Hart van Noord-Holland. “Maar dat het er twee zijn, en dat daarnaast ook Alkmaar en De Rijp er eentje krijgen, vind ik echt een hele eer. Ik weet namelijk hoe schaars sterren zijn op dit vlak.” En daar heeft hij gelijk in. In Noord-Holland heeft tegenwoordig, naast Alkmaar, alleen Hoorn ook sterren.
De sterren hebben verschillende betekenissen. Zo staat één ster voor ‘een bezoek waard’ als je in de buurt bent, twee sterren voor ‘een omweg waard’ en drie sterren voor ‘de reis waard’. Dat Alkmaar – met één ster voor De Rijp – nu in totaal vier sterren heeft, houdt in dat onafhankelijke mensen hebben besloten dat een bezoek de moeite waard is, en een bezoek aan de kaasmarkt al helemaal. (tekst gaat door onder de foto)
De Alkmaarse kaasmarkt heeft maar liefst twee toeristische Michelinsterren gekregen. Dat houdt in dat een bezoekje een omweg waard is. (foto: Streekstad Centraal)
“Deze erkenning leidt, naast dat we natuurlijk trots zijn, ook tot meer bezoekers. We zetten in op dat de juiste bezoekers komen. We zorgen ervoor dat het hier geen Giethoorn of een Zaanse Schans wordt”, legt Welber uit. Dit doen ze door met de marketing zich niet op het hoogseizoen te richten, maar de toerisme te verspreiden. “We zetten ons daarnaast in op de groep die geen overlast verzorgt en ook langer in de stad verblijven. Dus geen vrijgezellenfeesten of mensen die alleen maar herrie schoppen.”
Alkmaar staat volgens Welber hierdoor echt in de spotlight, en daar profiteert de hele regio van. “Mensen brengen vaak ook een bezoekje aan Bergen of Castricum, dus de omliggende steden gaan hier ook zeker wat van merken. Dit alles zorgt ervoor dat Alkmaarders naar mijn mening best wat trotser op hun stad mogen zijn.”
Hoewel dit erg goed nieuws is, gaat er geen taart gegeten worden om het te vieren. “We hebben dit jaar steeds goed nieuws gehad, dus we komen anders veel te veel aan”, zegt Welber lachend. “Ik ben gewoon hartstikke trots. Niet alleen op onze organisatie, maar op alle mensen die bezig zijn om Alkmaar aantrekkelijk te maken. Ik zie de sterren als een erkenning voor alles en iedereen. De toekomst kan alleen nog maar mooier worden.”
Den Helder wordt de komende drie avonden en nachten wat lastiger bereikbaar vanuit Alkmaar. Net zo vervelend is het voor de Nieuwediepers dat Alkmaar drie avonden en nachten lang moeilijker bereikbaar is via de N9 vanuit Den Helder.
Rijkswaterstaat gaat eerst aan de slag aan de N9 tussen Alkmaar en Schoorldam, later deze week volgt het weggedeelte tussen Schoorldam en De Stolpen. Automobilisten worden omgeleid en moeten rekening houden met een langere reistijd.
Rijkswaterstaat werkt de komende avonden en nachten aan het herstellen van beschadigde vangrails, onderhoud aan borden en lichten. Daarnaast wordt het gras gemaaid en krijgt de weg een veegbeurt.
Wie de komende dagen na 21:00 uur of ’s nachts richting Den Helder wil, kan beter een route via Schagen kiezen. Tussen Schoorldam en de Huiswaarderweg wordt dinsdagavond en -nacht gewerkt. Daarna wordt twee avonden en nachten gewerkt aan het gedeelte tussen Schoorldam en De Stolpen.
De omleidingen lopen via provinciale wegen zoals de N242, N508, N245, N248 en N504.
Het is – ondanks het spitstijdstip – rustig op het plein voor station Alkmaar. Een ouder echtpaar loopt vanuit de stad en zonder veel haast naar de kaartjesautomaat van de NS. Het zijn geen ervaren treinreizigers, dat is af te leiden uit het trage handelen bij de automaat. Toch spuugt de automaat na enige tijd twee papieren treinkaartjes uit, die in haar handtas verdwijnen. Ze vervolgen hun wandeling richting de roltrap van de traverse.
Al die tijd zijn ze gadegeslagen door zes medewerkers van de NS. Drie conducteurs staan voor het plein van het ochtendzonnetje te genieten. Even verderop kijken drie boa-medewerkers van NS Service en Veiligheid toe met een bakkie koffie in de hand. Niemand maakt aanstalten om deze klanten van de Nederlandse Spoorwegen te informeren dat er vandaag geen treinen rijden omdat NS-medewerkers staken. (tekst gaat verder onder de foto)
‘Cancelled due to a strike at NS’. Uitgestorven perrons dinsdagochtend op alle treinstations in Noord-Holland, waaronder station Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
We willen graag weten of zij vandaag ook staken, maar de NS-medewerkers willen onze vragen niet beantwoorden. Er wordt resoluut verwezen naar de afdeling Communicatie van de NS in Utrecht: “Wij mogen niet met de media praten.” Andere reizigers dan het stel dat net kaartjes kocht, en die vragen hebben over alternatief vervoer, krijgen wel antwoord.
Zo krijgt een jongen die naar Den Helder moet, de tip om te reizen met lijn 350 naar Leeuwarden en over te stappen op Den Oever. Wie naar Haarlem moet, kan de bus naar Castricum nemen en daar overstappen op een andere bus. Amsterdam is nog te bereiken met buslijn 129 naar Purmerend of via De Rijp met buslijn 123.(tekst gaat verder onder de foto)
Geen forenzen in de traverse op station Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Die alternatieve route kiezen meer mensen die dinsdag per se naar Amsterdam willen of moeten. De halfuursdienst naar Purmerend is iets drukker dan normaal, maar niemand hoeft te staan. De bus naar De Rijp blijft net zo rustig als andere dagen.
Dinsdagochtend blijken het op station Alkmaar vooral expats, toeristen en andere buitenlanders die geen Nederlanders spreken te zijn die verrast worden door de staking en een uitgestorven station treffen. Hen rest niets anders dan weer huiswaarts te keren, een taxi te nemen of met de bus te reizen. (tekst gaat verder onder de foto)
Het waren vooral toeristen, expats en andere buitenlanders die geen Nederlands spreken die dinsdag vergeefs naar station Alkmaar kwamen. (foto: Streekstad Centraal)
Twee toeristen uit Roemenië die om 11:40 uur het vliegtuig naar Boekarest willen halen, zien geen andere mogelijkheid dan voor het station een taxi te nemen naar Schiphol. De taxichauffeur rekent voor dat een ritje waarschijnlijk 150 euro gaat kosten, maar hij wil met hen een vaste prijs afspreken van 120 euro. De twee Roemenen zien geen alternatief dan akkoord te gaan.
Een groep van negen Turkse scholieren en docenten twijfelt iets langer. Op het Murmellius Gymnasium hebben ze de afgelopen dagen meegedaan aan de Model United Nations Conference. Vanuit hotel Amrath zijn ze met hun rolkoffers naar het station gelopen, waar ze erachter kwamen dat er geen treinen rijden. “De hotelreceptioniste heeft niks gezegd”, klaagt een van de scholieren verontwaardigd.
De groep wil om 10:00 uur in Amsterdam zijn. Ze hebben een tour geboekt naar Giethoorn, die om 10:00 uur vertrekt. Vanavond om 23:00 uur moeten ze dan op hun vlucht naar Istanbul zitten. (tekst gaat verder onder de foto)
Het plein voor station Alkmaar tijdens de treinstaking op dinsdag 17 juni 2025. (foto: Streekstad Centraal)
De docent heeft inmiddels navraag gedaan bij de taxi’s die voor het station staan. Voor de studentenrit naar Amsterdam zijn drie taxi’s nodig van 150 euro per stuk. De extra reiskosten van 450 euro zijn aanzienlijk meer dan de negen enkeltjes die bij elkaar bijna honderd euro hebben gekost. Er wordt vervolgens druk gebeld om te zien of er een busje kan worden geregeld waar de hele groep in past.
Even terug naar het echtpaar dat de treinkaartjes bij de automaat kocht,. Het blijken twee Duitse toeristen uit Dusseldorf te zijn die een dagje Amsterdam willen doen. Van de staking blijken ze niet op de hoogte en naar het geld van twee net gekochte retourtjes van twintig euro kunnen ze waarschijnlijk fluiten, want loketten zijn er niet meer op station Alkmaar. (tekst gaat verder onder de foto)
Op perron 4-5 van station Alkmaar waren bijna alleen NS-medewerkers te vinden, die voor 30 cent een vers gezet kopje koffie kwamen halen bij de kiosk. (foto: Streekstad Centraal)
Het echtpaar besluit uiteindelijk – met wat hulp van de Streekstad Centraal verslaggever – om op de bus naar Purmerend te stappen, en daar op het Tramplein over te stappen op een bus naar Amsterdam. Het betekent een half uur meer reistijd dan met de trein. “Ik hoop dat er onderweg genoeg is te zien”, verzucht de man tegen zijn echtgenote. Ze boffen maar dat de bus straks door de Schermer en het UNESCO Werelderfgoed van de Beemster rijdt.
Vergeet kaas. Vergeet zuurkool. Onze regio is op nog een heel andere manier hofleverancier: van verkeersboetes. Eén paal in Alkmaar blijkt zelfs verantwoordelijk voor zes procent van alle Noord-Hollandse boetes en dan staan er nóg twee andere palen in de flits top tien.
Dat blijkt uit onderzoek van Independer over de eerste vier maanden van 2025. Dé bonnentapper van onze provincie is de flitspaal langs de N242, de flexflitser. Een flitspaal die dus niet eens het hele jaar op dezelfde plek actief is, maar toch niet is te kloppen.
“Het kan zijn dat dezelfde auto daar meerdere keren is geflitst, maar het blijft natuurlijk een enorme uitschieter. De paal is zelfs goed voor 6% van alle snelheidsboetes in heel Noord-Holland”, reageert Michel Ypma, verzekeringsexpert bij Independer. (tekst gaat door onder de foto)
De flexflitser op de N242 – foto: Streekstad Centraal
De flexflitser op de N242 in Alkmaar was goed voor 5.829 boetes. Toen dezelfde flexflitser begon te fotograferen op de Westtangent in Heerhugowaard, leverde dat 2.577 boetes op, waarmee ook deze flitspaal in de top tien van Independer is beland. Ook Streekstad Centraal had al aandacht voor deze paal.
Ook de flitspaal die op de N9 staat (Steve Bikoweg), en die zowel snelheidsovertredingen als door rood rijden registreert, blijkt de staatskas aardig te spekken, met 2.631 boetes.
De onderzoeksresultaten onderstrepen nog maar eens de hoge verkeersdruk in de regio Alkmaar – en de behoefte van automobilisten om toch maar zo snel mogelijk door te rijden. Andere goed scorende flitspalen stonden in de regio’s Amsterdam en Haarlem. Independer merkt nog op dat er in de provincie Noord-Holland relatief veel flitspalen staan, wat de pakkans vergroot.
Ze was al bekend door haar columns en boeken. Ook is ze de oprichter van Vrouwennetwerk Heiloo. Anderen kennen haar misschien nog als docent Engels. Maar vanaf deze maand is Vera Stupenea ook, of misschien zelfs in de eerste plaats, honorair consul van Moldavië.
Vorige week werd ze officieel benoemd en dat gebeurde ook gewoon weer in Heiloo, het dorp waar Vera thuis is. “Ik woon al 28 jaar in Nederland, dus ja, ik kan Moldaviërs goed helpen. De ambassade zelf, die bestaat nog maar twee jaar!”
Dat de titel ‘honorair consul’ bij de gemiddelde Nederlander niet direct een belletje doet rinkelen begrijpt ze natuurlijk best. “Het gaat om wat ik dóé. Ik bouw een brug tussen deze twee landen. Ik verbind mensen met elkaar en dat kan op veel manieren. Over vier weken ga ik weer naar Moldavië toe.” (tekst gaat door onder de foto)
Vera schreef onder andere een thriller over de paardenwereld. (foto: aangeleverd)
Als voorbeeld uit de praktijk noemt ze haar lunch met een groep ondernemers uit Moldavië. “Dan komen er veel vragen, van ‘hoe doen jullie dat’; mensen willen weten hoe het in Nederland wérkt.” Daar kan Vera, die zélf onderneemster is, goed mee helpen, juist door haar praktische kennis. Maar bij haar werk als honorair consul hoort ook dat ze zich verdiept in wet- en regelgeving. “Ik heb zelfs een diplomatiek paspoort”, lacht ze. Maar nee, een betaalde baan is het niet. Haar kracht is juist dat ze dicht bij zichzelf blijft.
Bij de auteur van veelgelezen thrillers is ook de verbinding met het geschreven woord vanzelfsprekend. Eerder al verscheen haar werk ‘Moordende paardenrace’ in het Roemeens, de voertaal van Moldavië. ‘Cursa ucigașă’, heet het daar.
“Heel leuk: we zijn nu bezig met de uitgave van een boek van de bekendste kinderboekenschrijver van Moldavië, Spiridon Vangheli.” Zijn werk was al in tientallen talen vertaald, maar nog nooit in het Nederlands. “Ik heb zijn familie gesproken, contacten gelegd met een uitgever hier, een vertaler gevonden… Die coördinatie, dat heen en weer bellen, dát is mijn rol als honorair consul.” (tekst gaat door onder de foto)
De Nederlandse vertaling van Gugutsa is via uitgever Aspekt te verkrijgen.
Een kinderboek, contacten met ondernemers: Vera kan als honorair consul ook bijdragen aan een grotere bekendheid van Moldavië. “Ik verwacht niet dat Nederlanders er nu meteen massaal op vakantie gaan”, relativeert ze. “Maar Moldavië kan wel heel belangrijk worden. Als de oorlog in Oekraïne voorbij is, we gaan er allemaal echt van uit dat dat moment komt, dan zal er veel meer handel komen tussen Europa en Oekraïne. De wederopbouw! Moldavië is dan het land waar iedereen doorheen moet.”
Dat heeft ook een technische kant, weet ze. “In Oekraïne rijden treinen op veel breder spoor dan hier. Alleen Moldavië heeft spoor dat daarop aansluit.” Dit Russisch breedspoor is nog altijd de standaard in gebieden die ooit bij de Sovjet-Unie hoorden en dat maakt Moldavië een belangrijk knooppunt voor het treinverkeer van en naar Oekraïne.
“Maar je moet ook denken aan wat Moldavië zelf betekent! We maken beroemde wijnen. En als je in Nederland pruimen eet, kersen, walnoten… Dan komen die vaak uit Moldavië. Het land heeft veel goede IT-specialisten.” Vera tipt geïnteresseerden dit artikel over het land. Want ook in gesprek met Streekstad Centraal is zij onmiskenbaar aan het werk als honorair consul van Moldavië. (hoofdfoto: Vincent de Vries)
Het wordt dinsdag weer stil op de treinstations. We kennen inmiddels de beelden van de uitgestorven perrons, op die enkele verbaasde reiziger na die het nieuws nog niet had gehoord. NS-medewerkers staken dinsdag opnieuw uit onvrede over hun loon. Er rijdt daardoor geen enkele trein in de provincie Noord-Holland.
Ook Flevoland, Gelderland en een groot deel van Overijssel is deze keer aan de beurt. De staking begint in de nacht van maandag op dinsdag om 4.00 uur. De treinen gaan in de nacht van dinsdag op woensdag vanaf 4.00 uur weer rijden.
Om de treinen in de rest van het land zoveel mogelijk te laten rijden heeft NS de dienstregeling aangepast. De vervoerder waarschuwt dat de staking ook gevolgen heeft voor de rest van Nederland.
Vakbonden FNV en VVMC hebben opgeroepen tot de staking omdat NS niet met een hoger loonbod over de brug komt. De bonden en medewerkers zijn ontevreden over het laatste aanbod van de vervoerder. Bovendien willen ze betere afspraken over werkomstandigheden.
Het NS-personeel legde de afgelopen weken al meerdere keren het werk neer. Zo reden er vrijdag fors minder treinen.
Het zit een beetje verstopt in Sportcomplex De Meent in Alkmaar. Toch weten elk jaar vele duizenden mensen hier de bloedbank van Sanquin te vinden. Op werelddonordag stonden de deuren voor iedereen – zij het op afspraak – wijd open. En zeker voor een patiënt die veel aan de bloeddonaties heeft te danken. Kim zat zaterdag klaar om de donoren persoonlijk te bedanken.
Kim van de Stolpe uit Limmen is 47 jaar, moeder van drie kinderen, en leeft met CVID, een zeldzame afweerstoornis waarbij haar lichaam geen antistoffen aanmaakt. Sinds haar diagnose in 2023 is ze afhankelijk van wekelijkse infusen met immunoglobuline, gemaakt van plasma van donoren. Dankzij die behandelingen kan ze blijven werken, genieten van haar gezin en het leven leiden dat voor anderen zo vanzelfsprekend lijkt – maar dat voor haar allesbehalve is.
“Ik ben de donoren diep dankbaar,” zegt Kim. “Zij maken letterlijk een wereld van verschil. Zonder hen zou mijn leven veel beperkter – of korter – zijn. Ik hoop dat mijn verhaal mensen aanzet om ook donor te worden.” Kim is actief geworden bij de stichting Afweerstoornissen. Die stichting trok op Wereld Bloeddonordag naar de bloedbanken om overal donoren te bedanken. (tekst gaat verder onder de foto)
Met chocolaatjes, gebakjes en sleutelhangertjes bedankte Kim van de Stolpe (links) de donoren, zoals Agnes Molenaars-Paulissen (rechts) die al jarenlang doneert bij de Bloedbank. (foto: Streekstad Centraal)
Eén van die donoren blijkt zaterdag Agnes Molenaars-Paulissen uit Castricum. Ze doneert plasma, gemiddeld één keer in de drie à vier weken. Ze doet inmiddels twee jaar, en met volle overtuiging: “Toen de zoon van een vriendin acute leukemie kreeg, besefte ik pas écht hoe belangrijk donoren zijn. Ik dacht: als ik íéts kan doen, dan is het dit. Eerst gaf ik bloed, nu plasma. Dat is iets minder belastend én minstens zo waardevol.”
Plasmadonatie werkt iets anders dan bloeddonatie: het plasma wordt tijdens het doneren gescheiden van de andere bloedbestanddelen, die daarna weer worden teruggegeven aan de donor. Het vergt wat meer tijd – en stevige bloedvaten – maar veel donoren zoals Agnes waarderen het gemak en de regelmaat. (tekst gaat verder onder de foto)
Agnes is een van de donoren die regelmatig langskomt voor een bloed- of plasmadonatie. Dat neemt doorgaans een uurtje in beslag. (foto: Streekstad Centraal)
“Je wordt hier herkend”, vertelt Agnes. “Er ontstaat een band met het personeel. Even napraten aan tafel met een sapje of iets kleins te eten – dat hoort erbij. En het voelt goed om iets te kunnen betekenen.”
Veel mensen realiseren zich niet hoe groot de behoefte aan plasma en bloed nog steeds is. In Nederland zijn jaarlijks duizenden donaties per dag nodig om patiënten als Kim te helpen: mensen met afweerstoornissen, bloedziekten, complicaties na operaties, of vrouwen met complicaties tijdens de zwangerschap.
Sanquin-directeur Ivo van Schaik benadrukt dan ook het belang van deze dag:
“Op Wereld Bloeddonordag zetten we de donoren in het zonnetje. Want iedere donatie maakt een verschil – voor mensen die vaak letterlijk vechten voor hun leven.” (tekst gaat verder onder de foto)
De bloedbank van Sanquin in Alkmaar is een beetje verstopt in Sportcomplex De Meent, maar duizenden mensen hebben de plek al bezocht voor een bloeddonatie. (foto: Streekstad Centraal)
Idealiter heeft elke lokale bloedbank zo’n 10.000 donoren. Om het bestand op peil te houden, zijn elk jaar vele honderden nieuwe donoren nodig. Van Schaik hoopt dan ook dat wat extra publiciteit weer nieuwe donors over de streep trekt.
Agnes heeft één boodschap aan iedereen die nog twijfelt: wacht niet te lang.
“Veel mensen denken: ‘dat doe ik wel als ik met pensioen ben’. Maar dan mag je vaak niet eens meer beginnen als bloeddonor, terwijl je dan nog wel mag blijven geven als je op jongere leeftijd al bent begonnen. Ik heb er spijt van dat ik niet eerder ben gestart. Dit werk maakt écht uit. Voor mensen zoals Kim, voor zieke kinderen of voor zwangere vrouwen. Het is simpel, en het redt levens.”
Wie interesse heeft om ook bloeddonor te worden, vindt meer informatie op sanquin.nl.
‘Twitterpastoor’ en ‘Pastoor des Vaderlands’ Jan-Jaap van Peperstraten vertrekt uit Alkmaar. Dat kondigde hij zondagmiddag (uiteraard) per tweet aan, nadat hij de parochie eerst persoonlijk had ingelicht. Hij wist zelf al sinds februari dat hij zou gaan stoppen in Alkmaar. “Het was lastig om voor me te houden, dus er valt veel gewicht van me af nu het officieel is.”
Vanaf 2019 was Van Peperstraten co-pastoor in Alkmaar. Na zes jaar de parochie in Alkmaar en omgeving te hebben ondersteund, komt er nu een einde aan die periode omdat Van Peperstraten dichter bij zijn ouders in Breda wil wonen. “Ze verkeren nog in prima gezondheid, maar het is fijn om dichterbij te zijn voor als het nodig is”, verklaart hij.
Op zijn tijd in Alkmaar kijkt hij ‘heel positief’ terug. “De sfeer hier was altijd uitzonderlijk verwelkomend. Waar het me in sommige gemeenschappen een aantal jaar kostte om een breed netwerk op te bouwen, lukte dat in Alkmaar binnen een jaar. Dat zegt denk ik heel veel over de openheid die hier heerst.”
Van Peperstraten vertrekt dan ook met gemengde gevoelens uit Alkmaar. “Hoewel ik veel zin heb in mijn nieuwe taak, vind ik het ook erg jammer dat ik ga vertrekken. Ik zal iedereen hier ontzettend missen.” Het was de plek waar hij vierde, maar ook rouwde. (tekst loopt door onder de foto)
Onder het genot van een oranje tompouce bekeek Van Peperstraten op Koningsdag met gemende gevoelens de uitvaartsmis voor paus Franciscus (foto: NH Nieuws)
Zelf wist hij al vanaf februari dit jaar dat hij zou gaan stoppen, vertelt Van Peperstraten aan Streekstad Centraal. “Het was heel lastig om het zo lang voor me te houden en te doen alsof ik gewoon nog even doorga. Dus nu ik het definitief naar buiten heb kunnen brengen, valt er echt een last van mijn schouders”, vertelt de “Twitterpastoor”. Die bijnaam vergaarde hij vanwege zijn hoge aantal volgers (ruim 17 duizend) en zijn intensieve activiteit op het platform, waar hij ‘Pastoor des Vaderlands’ werd.
De doelen waarmee Van Peperstraten zes geleden naar Alkmaar kwam, moest hij al snel bijstellen. Een jaar na zijn aantreden brak de coronacrisis uit en was het vooral zaak om de kerkgemeenschap in Alkmaar bijeen houden. “Dat is heel aardig gelukt”, vertelt Van Peperstraten trots. “En na de coronaperiode hebben we de kerkgang alleen maar zien stijging. Ik vertrek met een positief gevoel daardoor.”
Nu gaat Van Peperstraten een overgangsperiode in, die vooral in het teken zal staan van verhuizen. Want vanaf 1 september wordt hij pastoor in Etten-Leur, dat naast Breda ligt. Tot die tijd zal het regelmatig afzien zijn voor Van Peperstraten. “Ik vind verhuizen een van de meest vervelende dingen. In die zin heb ik niet het goeie beroep uitgekozen, want om de zo veel jaar ben ik weer aan de beurt.”
Na zijn mooie jaren in Alkmaar, sluit Van Peperstraten niet uit dat hij hier ooit nog terugkeert. “Wie weet. Ik zou het niet erg vinden om ooit terug te keren, want ik heb me hier altijd enorm thuis gevoeld.”
Wie er maandag op uit wil met de bus, kan de OV-chipkaart maar beter in de binnenzak houden. Wie in plaats van met deze kaart incheckt met een betaalpas kan namelijk gratis reizen in onze regio. Dat vanwege de ‘dag van het OV’.
Dat betekent dat een tochtje naar Egmond aan Zee of een ritje van Heerhugowaard naar de Alkmaarse binnenstad, om maar wat suggesties te doen, op maandag 16 juni geheel kosteloos is. De betaalpas is wel nodig om bij de buschauffeur in te checken, maar er wordt 0,- euro afgeschreven.
De actie geldt alleen in de regio’s waar Connexxion en Transdev de bussen laten rijden, blijkt uit een verklaring van de provincie Noord-Holland. De bus naar Leeuwarden, die vanuit Alkmaar richting Heerhugowaard rijdt en dan verder, doet er dus niet aan mee.
Connexxion benadrukt wel dat het kunstje alleen met de betaalpas werkt. De OV-chipkaart is een ander systeem, wie daar alsnog gebruik van maakt betaalt de normale kosten voor een busreis.