Woningcorporatie Woonwaard heeft 156 huurwoningen gekocht van ontwikkelcombinatie HBB Groep en Brolan Vastgoed. De woningen maken deel uit van de gebiedsontwikkeling Pendorp in Alkmaar. Het gaat om 141 sociale huurwoningen en 15 woningen in de middenhuur.
Tegelijk met de aankoop is ook een overeenkomst ondertekend met bouwcombinatie De Geus Bouw en HBB Groep voor de realisatie van het project. Volgens de betrokken partijen wordt verwacht dat de bouw eind dit jaar kan starten.
De 156 huurappartementen voor Woonwaard komen in een gebouw van zes bouwlagen. Qua duurzaamheid gaan de woningen niet verder dan de BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Dat zijn sinds vijf jaar de wettelijke minimumnormen voor nieuwbouw in Nederland.
Elke woning krijgt een individuele lucht-, warmte- en waterpomp, met actieve koeling voor de warmere zomermaanden. “De woningen worden dus niet aangesloten op het HVC-warmtenet”, zo bevestigt een woordvoerder van Woonwaard. (tekst loopt door onder de foto)
Het hoofdkantoor van Woonwaard aan de Hertog Albrechtweg in Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
Woonwaard wil met de aankoop in Pendorp mogelijk maken dat er verschillende doelgroepen kunnen wonen in de nieuwe wijk, waaronder sociale huurders. Een woordvoerder meldt dat de sociale huurwoningen qua grootte variëren tussen de 47 en 77 vierkante meter: “Ze krijgen waarschijnlijk een huurprijs van tussen de 682 en 900 euro, als we uitgaan van het huidige prijspeil.”
De woningen met een middenhuur beslaan ongeveer 86 vierkante meter per woning, en krijgen dan een huurprijs vanaf 900 euro: “Dat is de onderkant van deze huurcategorie”, zo licht de woordvoerder toe.
Pendorp wordt ontwikkeld als nieuw stadsdeel langs de Helderseweg. In totaal moeten er ongeveer 550 woningen komen, verdeeld over huur- en koopwoningen. Het plan bevat ook voorzieningen en veel openbaar groen.
De Langedoikermarkt en The Winter Market in Sint Pancras worden niet meer georganiseerd. Dat heeft Stichting Behoud Langedoikermarkt bekendgemaakt. De stichting is opgeheven, waarmee er definitief een einde komt aan een evenement dat – in het geval van de Langedoiker markt – jarenlang een vaste plek had in het dorpsleven.
De Langedoikermarkt werd sinds 2014 jaarlijks gehouden op de derde zaterdag van augustus en groeide uit tot een populair moment voor inwoners en bezoekers uit de regio. Eerst gebeurde dat onder verantwoordelijkheid van de familie Hazewinkel, later werd de markt ondergebracht bij een stichting.
De markt stond bekend als een dag waarop vrijwilligers, ondernemers en bewoners samenkwamen voor gezelligheid en ontmoeting. (tekst gaat verder onder de foto)
De Langedoiker markt in 2023. (Foto: Eddy Hooiveld)
Eerder werd al duidelijk dat de organisatie het steeds lastiger vond om de markt te blijven organiseren. In 2024 ging de Langedoikermarkt niet door vanwege een tekort aan tijd binnen het bestuur. Dat kwam onder meer door het onverwachte overlijden van de penningmeester en persoonlijke omstandigheden binnen de organisatie. Er werd nog gezocht naar alternatieven, maar die zoektocht leverde dat jaar niets op.
Vorig jaar was er al wat kritiek te horen op de markt. Langedijker Bryan J. Walker wilde met het uitbrengen van een lied nieuwe impulsen geven aan de markt. Volgens hem was het ‘niet meer zoals het altijd was’: “De sfeer is er wel, maar anders, en dat is erg jammer. Elk jaar werd het beter en sinds een paar jaar wordt het weer minder. De gezelligheid en drukte van toen mis ik gewoon”, vertelde hij vorig jaar een tikje geëmotioneerd aan Streekstad Centraal.
Organisator Nick Hazewinkel reageerde richting Streekstad Centraal destijds gepikeerd op de kritiek. Deze was volgens hem geheel onterecht. Hij vond dat de opmerkingen waren gebaseerd op onjuiste feiten en beweringen. De organisatie had geen interesse in het aanbod van Walker om mee te denken hoe de markt beter kon. (tekst gaat verder onder de foto)
Nu stelt de stichting dat de organisatie van beide markten veel tijd en inzet vroeg. Daarom is besloten te stoppen, “na jaren van voorbereiding en toewijding”, zo stelt de stichting in een verklaring op social media. De organisatie “kijkt met trots terug” op de samenwerking en de herinneringen die de evenementen hebben opgeleverd.
Tot slot spreekt de stichting haar dank uit aan alle vrijwilligers, sponsoren, bezoekers en betrokkenen die zich door de jaren heen hebben ingezet: “Dankzij hun steun konden de markten uitgroeien tot geliefde ontmoetingsmomenten in Sint Pancras en omgeving”.
The Winter Market kende een kort bestaan. Dit winterse evenement werd één keer georganiseerd, in 2025, en bracht volgens de organisatie ook in de koude maanden sfeer en verbondenheid.
We hebben geprobeerd om in contact te komen met organisator Nick Hazewinkel, maar hij bleek onbereikbaar voor vragen van Streekstad Centraal.
Met pen en papier, een verrekijker en misschien ook met de vingers. Zondag werd weer door heel Nederland geteld hoeveel vogels er in tuinen te zien zijn. En Alkmaar mag daarbij een behoorlijk vaste waarde worden genoemd. In de Kaasstad wordt de populatie al meer dan veertig jaar geteld. “Er zijn maar weinig plekken waar er al zó lang documentatie over beschikbaar is.”
Gezellig met zijn drietjes op een bankje in ‘hun’ Wildemanshofje in het Alkmaarse centrum. Loes Staal van Vogelwerkgroep Alkmaar en Omstreken heeft zich net geïnstalleerd om een half uur lang vogels te tellen en haar buren Jacoline Stroo en Karin Regeling helpen mee. Goed ingepakt en goed voorbereid zitten ze er klaar voor. NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal, kijkt mee op deze vogeltelhotspot.
“Je moet dus tellen het aantal vogels dat maximaal tegelijk in de tuin zit”, legt Loes Staal nog een keer uit aan haar buren. “Dus als er één koolmees binnenkomt, dan tellen we er één. En als ie wegvliegt en er komt er weer eentje, dan is het nog steeds één, maar als ze met zijn tweeën tegelijk zijn, dan hebben we er twee.” (tekst gaat verder onder de foto)
Scherp blijven. Jacoline, Loes en Karin tellen van iedere vogelsoort hoeveel ze er in het hofje zien. (foto: NH Nieuws)
De Nationale Tuinvogeltelling van de Vogelbescherming bestaat sinds 2001 en jaarlijks doen meer dan 100.000 mensen mee. Maar Vogelwerkgroep Alkmaar e.o. begon al in 1984 met tellingen, eens in de tien jaar. Een jaar terug vertelde verenigingslid Harry Smit al dat ze pionier zijn. “Het is uniek in Nederland. In geen enkele andere stad zijn er zoveel gegevens over welke volgens hier leven.”
De vogeltellingen laten zien dat het niet zo goed gaat met de merel en de mees. Met de huismus gaat het gewoon slecht. Ook in Alkmaar: het aantal kelderde de afgelopen 30 jaar met 90 procent. Dat komt vooral omdat er veel minder insecten zijn. En dat komt weer door verstening en verlies aan biodiversiteit. Ook nestplekken vinden is lastiger geworden in de uitbreidende stad.
De dames die aan het Wildemanshofje wonen proberen alle vogels een handje te helpen. “Vooral ‘s winters hangen we voedingsbakjes op, tuinhuisjes hebben we en af en toe strooien we voedsel als het koud is zoals nu”, vertelt Karin Regeling.
De Vogelwerkgroep roept mensen op om mee te helpen met het creëren van meer en divers groen, zodat insecten en vogels weer beter kunnen leven in steden.
Het strand bij Camperduin kalft steeds verder af en dat baart zorgen. Bij bewoners, bij ondernemers en bij iedereen die dit stukje kust een warm hart toedraagt. Kustbeheerders benadrukken dat de veiligheid niet in het geding is, maar ondertussen wordt gezocht naar een oplossing.
In Groet woont iemand die denkt dat het anders kan: Bertus Butter (74). Hij heeft een plan waarmee volgens hem het strand behouden kan worden. Hij is geen toevallige passant, maar iemand die zijn leven lang met dit gebied is verbonden. De voormalig automonteur, ijsmeester en grasfluisteraar woonde jarenlang in een loods aan het strand van Camperduin, stak de Noordzee over in een zelfgebouwde roeiboot en kent wind, water en zand door en door.
Hij bouwde internationaal naam op als specialist in ijsbanen, werkte als ijsmeester in Alkmaar en Haarlem en ontwierp later onder meer de olympische ijshal in Sotsji en ijsbanen in Astana en Kolomna. Ook in voetbalstadions kent men zijn naam. Bertus liet gras groeien met behulp van warmtelampen, waaronder in de Johan Cruijff ArenA. Altijd met oog voor energieverbruik en duurzaamheid. (tekst loopt door onder de foto)
In 2015 werd bij een grote operatie een nieuw stuk kust aangelegd. Inmiddels blijkt dat de natuur die kust sneller laat verdwijnen dan mensen kunnen aanleggen. (foto: NH Nieuws)
De Hondsbossche Duinen bij Camperduin vormen het jongste duingebied van Noord-Holland. In 2015 werd – bovenop de oude Hondsbossche Zeewering – een nieuwe kust aangelegd met opgespoten zand. Daarmee moest niet alleen de veiligheid tegen de zee worden hersteld, maar zou ook ruimte ontstaan voor recreatie.
Maar die belofte staat inmiddels onder druk. Het strand ligt als een vooruitgeschoven punt in zee, precies waar stromingen samenkomen. En dat zorgt voor stevige erosie. Vooral bij storm en hoogwater spoelt er veel zand weg. Het gevolg: steile, hoge duinen en strandpaviljoens die ver boven het strandniveau op palen staan. Bertus kijkt daar met lede ogen naar.
“Het gaat om energetische stromingen: de uitstraling van de aarde zelf, de invloed van de maan, noem het maar op,” legt Bertus uit. “Wanneer je daar kennis van hebt, dan kan je dat ook vóór je laten werken.” Voor dat soort denken kreeg hij eerder een Energy Trophy van het ministerie van Economische Zaken. (tekst loopt door onder de foto)
Bertus Butter is geen onbekende met de natuur en de kust. Hij geeft het advies om juist mét de natuur te werken in plaats van verzet ertegen vol te houden. (foto: NH Media)
Volgens Bertus zijn die natuurkundige principes ook hier toepasbaar. “Je moet het samen met de natuur doen, want vechten tégen de natuur verlies je altijd.” Dat zegt hij niet uit theorie, maar uit betrokkenheid. “Dit strand is mijn leven en het is elke dag een feest als ik er ben,” zegt hij terwijl hij over zee uitkijkt. “Ik vind het mooi dat ze geprobeerd hebben het zand hier te krijgen; het is jammer dat het verdwenen is.”
Hij wijst NH, mediapartner van Streekstad Centraal op de scherpe randen van het duin. “Kijk naar die steile duinen, het zijn net kliffen. Je moet er niet aan denken dat kinderen daarin gaan spelen en bedolven raken. Ook onder de paviljoens is wel vier meter zand weg, en dat komt niet terug door niets te doen.”
Volgens Bertus is het moment gekomen om een andere koers te kiezen. “Wat ons beloofd is, is niet gelukt. De zandmotor heeft hier niet gewerkt. Het meeste zand ligt nu of achter het duin, of is weggespoeld richting de zandplaat bij Den Helder, de Razende Bol.” (tekst loopt door onder de foto)
Bertus onderbouwt zijn plan voor groeidammen die de kust bij Camperduin zouden kunnen redden. (foto: NH Nieuws)
Zijn idee: groeidammen. Rijen houten palen die vanaf het strand de zee in worden geplaatst. “Door die palen leg je de stroming stil. Tussen de palen kan het zand bezinken en zo bouw je langzaam weer strand op.”
Aan zand is volgens hem geen gebrek. “Er zweeft hier voor de kust een enorme zandwoestijn in het water. Die zie ik altijd als ik hier op de zandbank sta te vissen of er met de boot doorheen vaar.”
Het plan doet denken aan de oude strekdammen die er vroeger lagen. “Die zitten nu onder het zand, maar je kunt erop voortbouwen. En laten groeien. Je kunt die palen steeds verder de zee in zetten. Ik denk dat je zo wel vierhonderd meter kunt winnen.”
Ook op het strand zelf ziet hij kansen. “Door de luchtstroming te breken, bijvoorbeeld met rietmatten, kun je zand vasthouden. Leg maar eens iets neer op het strand: daarachter ontstaat vanzelf een hoopje zand.” (tekst loopt door onder de foto)
De groeidammen van Bertus Butter zouden dit stuk kust kunnen redden denkt hij. (foto: NH Nieuws)
“Zo simpel is het,” zegt hij overtuigd. En goedkoper bovendien. “Dit kost maar een fractie van wat het kost om steeds opnieuw zand op te spuiten. En het is beter voor het milieu, zonder al die grote schepen.”
Bertus hoopt dat instanties als Rijkswaterstaat en het waterschap zijn idee serieus meenemen. “Je moet het met de natuur samen doen, want vechten tégen de natuur verlies je altijd.”
Over de toekomst van de kust bij Camperduin wordt momenteel intensief gesproken. Ook strandondernemers zijn daarbij betrokken. Volgens Richard Minkema van strandpaviljoen Hookipa Beach brengen het waterschap en Rijkswaterstaat begin maart advies uit aan het ministerie. “Het ministerie moet uiteindelijk beslissen wat hier op de lange termijn gaat gebeuren.” Bertus hoopt dat zijn groeidammen onderdeel worden van die afweging en dat er snel wordt gehandeld.
De demonstratie tegen de komst van een asielzoekerscentrum (azc) aan de Tolweg in Uitgeest is donderdagavond in Heemskerk rustiger verlopen dan het protest dat vorig jaar november in Uitgeest uit de hand liep. Een belangrijk verschil was dat er deze keer ook een groep voorstanders van het azc aanwezig was, die ‘s middags en ‘s avonds een opvallend tegengeluid liet horen.
Waar de demonstratie van tegenstanders bij het gemeentehuis in Uitgeest vorig jaar eindigde met ongeregeldheden en schade door vuurwerk, bleef het donderdagavond in Heemskerk bij leuzen en protest, wel onder streng toezicht van politie en handhaving. (tekst gaat verder onder de foto)
De demonstratie in november bij het gemeentehuis van Uitgeest door tegenstanders van het azc leidde destijds tot ongeregeldheden. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Heemskerk had stevige veiligheidsmaatregelen genomen. Rondom het gemeentehuis stonden hekken, camera’s en extra verlichting opgesteld. Ook was er veel politie aanwezig en werd korte tijd de Mobiele Eenheid ingezet toen voor- en tegenstanders dicht bij elkaar kwamen te staan.
De aanwezigheid van voorstanders van de opvanglocatie was het grote verschil met de demonstratie in Uitgeest. Die hadden besloten zich niet langer stil te houden, maar om een confrontatie met de tegenstanders te vermijden, kwamen zij bewust eerder op de dag naar het gemeentehuis. (tekst gaat verder onder de foto)
Tegenstanders van de opvanglocatie voor asielzoekers aan de Tolweg lieten zich donderdag horen bij het gemeentehuis van Heemskerk. (foto: RVP Media)
Met leuzen als “AZC, goed idee!” lieten zij weten dat er in het dorp wel degelijk draagvlak bestaat voor opvang. Hun bijeenkomst verliep gemoedelijk en werd na korte tijd weer beëindigd. ‘s Avonds keerde een aantal voorstanders terug om zich opnieuw te laten horen. De politie was nadrukkelijk aanwezig en hield beide kampen uit elkaar.
Bij zowel de gemeente Uitgeest als de gemeente Heemskerk was bekend dat de voorstanders zich meer wilden laten horen. Waar veel demonstranten tegen het azc ook van buiten de gemeenten kwamen, lijken de voorstanders meer te vinden onder omwonenden. Velen herinneren zich die periode volgens de gemeente als vreedzaam, met normaal contact tussen buurtbewoners en bewoners van het centrum. (tekst gaat verder onder de foto)
De beoogde locatie van het asielzoekerscentrum bevindt zich op de gemeentegrens van Uitgeest en Heemskerk. (foto: aangeleverd)
Alle eerdere protesten en het kabaal buiten de raadszaal brachten donderdag slechts een enkel raadslid op andere gedachten. Alleen de Heemskerkse VVD trok zijn eerdere steun in voor de opvang van asielzoekers aan de Tolweg, dit tot ergernis van vrijwel alle andere raadsfracties.
Daarmee gaan Heemskerk en Uitgeest door met de procedures om – pal op de gemeentegrens – opnieuw asielzoekers op te vangen, net als ruim 20 jaar geleden. Het gaat om een azc voor ongeveer 300 mensen, voor een periode van tien jaar.
Je merkt het vaak eerst in kleine dingen. De televisie moet ‘s avonds steeds een tikje harder of je vraagt je partner vaker om een zin te herhalen. Op verjaardagen knik je vriendelijk mee, terwijl je de grap door het geroezemoes eigenlijk hebt gemist. Gehoorverlies sluipt er heel geleidelijk in, waardoor je zelf vaak niet doorhebt hoeveel geluiden je dagelijks mist. Toch is het zonde om hiermee rond te blijven lopen. Het kost namelijk bakken met energie om continu je best te moeten doen om anderen te verstaan. Een bezoek aan een specialist kan die mist in je hoofd laten optrekken en je weer verbinden met de mensen om je heen.
Meer dan alleen verkoop
Een audicien is niet zomaar een verkoper, maar een zorgverlener met verstand van zaken. Deze expert weet precies hoe onze oren en hersenen samenwerken om geluid te verwerken. Tijdens een afspraak wordt er eerst in je gehoorgang gekeken om te controleren of er geen verstoppingen zitten. Vervolgens brengt een professionele audicien met gratis test jouw gehoorsituatie nauwkeurig in kaart. Op basis van de meetresultaten krijg je een eerlijk en persoonlijk advies. Je weet dan direct of er sprake is van gehoorverlies of dat er iets anders aan de hand is.
Wacht niet te lang
Helaas wachten veel mensen gemiddeld zeven jaar voordat ze hulp zoeken bij gehoorklachten. Vaak speelt schaamte een rol of het idee dat een hoortoestel gedoe is. Dat is jammer, want je hersenen kunnen ‘verleren’ hoe ze bepaalde prikkels moeten verwerken als ze die te lang niet horen. De drempel is gelukkig laag. Je kunt bij vrijwel elke speciaalzaak even binnenlopen en een gratis gehoortest doen zonder verplichtingen. Het is een pijnloze check van een kwartiertje die je direct duidelijkheid geeft over de stand van zaken.
Onzichtbare techniek
Mocht blijken dat je ondersteuning nodig hebt, dan gaat er een wereld voor je open. Vergeet die grote, piepende bananen van vroeger. De hoortoestellen van nu zijn minuscule computers die vaak volledig wegvallen in je gehoorgang of achter je oor. Ze zijn slim genoeg om achtergrondruis te filteren en zich te focussen op spraak. De specialist zoekt samen met jou naar een oplossing die past bij jouw levensstijl. Werk je in een rumoerige omgeving of luister je graag naar klassieke muziek? Voor elke situatie is er een passende instelling te vinden.
Service en onderhoud
De zorg stopt niet zodra je de deur uitloopt met je nieuwe aanwinst. Je gehoor kan in de loop der jaren veranderen en ook je apparatuur heeft liefde nodig. Filters kunnen verstopt raken en instellingen moeten soms worden bijgesteld voor het beste resultaat. Een goede audicien biedt daarom uitgebreide nazorg. Door regelmatige controles zorg je ervoor dat je comfortabel blijft luisteren en maximaal plezier houdt van je investering.
Rust in je hoofd
Goed horen doet wonderen voor je algehele welzijn. Als je niet meer hoeft te gissen naar wat er gezegd wordt, houd je aan het einde van de dag veel meer energie over. Je voelt je minder vermoeid en doet weer vol zelfvertrouwen mee aan sociale activiteiten. Het is de beste manier om je brein fit en actief te houden.
De afgelopen anderhalve week zwemt er een witte dolfijn – een beloega – voor de Noord-Hollandse kust. Omdat die hier eigenlijk nooit worden gezien, trekt het dier veel aandacht. Maar Mariene bioloog Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn roept nieuwgierige mensen nu op het dier met rust te laten omdat het gestresst raakt. “Vanaf de kust kan je het dier heel goed zien.”
De beloega werd voor het eerst gezien bij Callantsoog. De dagen erna verplaatste het dier zich richting het zuiden en zwom zondag in de buurt van Castricum aan Zee. Ondertussen komen mensen kijken in bootjes, met drones en er cirkelde twee keer zelfs een helikopter om de beloega heen. Beloega’s worden hier nooit gezien, ze verblijven doorgaans veel verder naar het noorden. Er is er ooit eentje gespot terwijl deze via de Rijn naar Bonn zwom.
Volgens mariene bioloog Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn kan alle aandacht stress opleveren. “We zagen het dier met zijn staart slaan en van zwemrichting veranderen.” Dit was toen er een drone in de buurt hing. “De beloega zwom heel hard terug naar waar hij vandaan kwam. Als het dier non-stop wordt opgejaagd, kost dat veel energie en kan het dier die tijd niet gebruiken om eten te zoeken”, legt hij uit aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. Dit kan het dier volgens hem op termijn zelfs verzwakken. (tekst gaat verder onder de foto)
Hoekendijk schoot een mooie foto, waarop de witte dolfijn zijn hoofd boven het water uit steekt. (foto: Jeroen Hoekendijk)
Echt zorgen maakt Hoekendijk zich overigens nog niet. “Het dier gaat een klein beetje de verkeerde kant op, maar dat is geen slecht teken. Mijn vermoeden is dat het dier rondzwemt waar eten te vinden is.” Zelf heeft hij de witte dolfijn al een paar dagen niet gezien, maar toen zag de beloega voor zover te zien was gezond, en niet vermagerd of gewond. De laatste waarneming is overigens van zondag.
Op sociale media wordt gezegd dat het dier te veel aandacht krijgt, waardoor de beloega veel wordt opgezocht. “Je kan zoiets unieks niet geheim houden, zeker in deze tijd met sociale media”, zegt Hoekendijk. “Mensen komen hier gewoon op af. We hebben er daarom bewust voor gekozen om voorlichting te geven, zodat het dier met rust gelaten kan worden. Op die manier is er geen verstoring voor het dier.”
Hij heeft dan ook een boodschap voor spotters: “Vanaf de kust kan je het dier heel goed zien en verstoor je het dier niet. Ga niet met je bootje eropuit of met je drone laagvliegen. Pak je verrekijker erbij en kijk vanaf het strand naar de beloega. Ook dat is hartstikke leuk en bijzonder.” (hoofdfoto: Jeroen Hoekendijk)
Op de Amstel in Heerhugowaard zijn woensdagochtend twee auto’s hard tegen elkaar gebotst. Door de klap draaide een van de auto’s een slag en belandde met het achterwiel op een vluchtheuvel. Toch kwamen beide bestuurders met de schrik vrij.
Het ongeluk gebeurde op de aansluiting van de Haringvliet. De politie onderzoekt wat er precies is gebeurd. Vermoedelijk wilde de automobilist met de Kia linksaf de Amstel op rijden, en zag deze een van links naderende auto te laat. De bestuurder van de Ford reed de Kia in de flank, waardoor deze een kwartslag draaide en deels op een hoge vluchtheuvel eindigde.
Vanwege het ongeval was de T-splitsing deels onbruikbaar voor het verkeer. Een bergingsbedrijf is ingeschakeld om de auto’s weg te slepen. (foto’s: DNP)
Vaarwel tulpen, hallo natuur. Onder een tent langs de Geversweg in Castricum verzamelde zich op een ijskoude maandagmiddag in januari een bont gezelschap. Op de achtergrond van het schilderachtige vergezicht van de Zanderij in Castricum vond een “bijzonder moment” plaats. Zo verwoordde directeur van PWN Paulien Pistor het.
De zandgrond tussen het station en het Noordhollands duinreservaat van PWN is gekocht door de provincie om stap voor stap terug te geven aan de natuur. Dus waar decennialang bollen werden geteeld, komt nu steeds meer natuur terug.
Bestuurders, omwonenden en betrokken organisaties kwamen samen aan de Geversweg om de start te markeren van een project dat jaren voorbereiding kende en dat niet voor iedereen zonder pijn is verlopen.
Algemeen directeur van PWN Paulien Pistor benadrukte hoe uniek de plek is. “Als je hier staat, voel je waarom dit gebied zo speciaal is. We staan aan de vooravond van een nieuwe fase waarin water, natuur en recreatie samenkomen. Dat is een ingewikkelde puzzel, maar wel eentje die we samen hebben gelegd.” (tekst gaat verder onder de foto)
Het gebied tussen station Castricum en het duingebied is decennialang gebruikt voor de bollenteelt. (foto: aangeleverd)
Volgens Pistor is samenwerking de rode draad geweest. Provincie Noord-Holland, gemeente Castricum, PWN en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier trokken gezamenlijk op, maar ook bewoners en lokale initiatieven speelden een belangrijke rol.
De herinrichting gaat om ongeveer 22 hectare voormalige agrarische grond. Dit jaar wordt begonnen met de daadwerkelijke inrichting, met vochtige duinvalleien, bloemrijke graslanden en ruimte voor natuurlijke bosontwikkeling. Het gebied krijgt daarnaast een belangrijke functie in het opvangen van water bij hevige regen en het versterken van de strategische zoetwatervoorraad onder de duinen.
Medewerkers van PWN lieten tijdens de bijeenkomst met een eenvoudige proefopstelling zien hoe regenwater in zand snel infiltreert en hoe het gebied kan helpen bij het bergen en afvoeren van water. In tijden van klimaatverandering, met nattere winters en drogere zomers, is dat volgens hen geen luxe maar noodzaak. (tekst gaat verder onder de foto)
Projectleider Nils Hogeweg van PWN demonstreert wat het belang is van De Zanderij voor PWN. (foto: Streekstad Centraal)
Ook vanuit de provincie klonk trots. Gedeputeerden Esther Rommel en Anouk Gielen spraken over een project dat past binnen grotere opgaven, zoals het Natuurnetwerk Nederland. “Dit draagt bij aan natuur, biodiversiteit en waterveiligheid, maar ook aan de leefomgeving van mensen,” zei Gielen. (tekst gaat verder onder de foto)
Anouk Gielen, sinds kort gedeputeerde van de provincie Noord-Holland met de portefeuille Natuur, voor het nieuwe natuurgebied. (foto: Streekstad Centraal)
“Hier komt veel samen: natuur, recreatie, water en zelfs educatie, met een moestuin en een voedselbos.” Wethouder Paul Slettenhaar benadrukte dat het gebied straks letterlijk natuur ‘aan de voordeur’ van Castricum biedt.
Niet iedereen keek of kijkt met hetzelfde gevoel naar de veranderingen. De onthulling van het bouwbord werd bewust niet bijgewoond door bollenkweker Arnold Res, die met zijn familie jarenlang bollengrond had in De Zanderij. “Ik zou me daar alleen maar ergeren”, liet hij Streekstad Centraal weten.
Res nam na ruim 140 jaar bollenteelt in zijn familie afscheid van wat hij zelf “de beste grond van Kennemerland” noemt. Zijn land werd verkocht aan de provincie, naar eigen zeggen onder druk. (tekst gaat verder onder de foto)
Bollenboer Arnold Res uit Castricum moest de bollengrond bij de Zanderij tot zijn grote verdriet verkopen aan de provincie. (foto: Streekstad Centraal)
Hoewel hij inmiddels als compensatie grond heeft in de Egmonden, blijft de teleurstelling groot. Hij spreekt over een zwarte bladzijde in zijn leven: “Ik heb er slapeloze nachten van gehad.”
Tijdens de bijeenkomst werd die pijn niet weggepoetst. Bestuurders erkenden dat de transitie voor sommige agrariërs hard is geweest. Tegelijkertijd benadrukten zij dat de grond tegen de maximale toegestane waarde is aangekocht en dat er binnen de regels is gezocht naar compensatie. Volgens de provincie is met alle betrokken bollenboeren uiteindelijk overeenstemming bereikt.
Onder omwonenden overheerst een ander geluid. Veel bewoners zijn positief over het vertrek van de bollenteelt uit de directe omgeving van hun huizen. Zij maakten zich al jaren zorgen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijke gezondheidseffecten daarvan. (tekst gaat verder onder de foto)
Erik Hordijk (links) groeide op aan de Geversweg. Net als huisarts Paul Buitenhuis is hij blij met het vertrek van de bollenteelt van de Zanderij. (foto: Streekstad Centraal)
Tijdens gesprekken na afloop van de officiële handelingen gaven meerdere aanwezigen zelfs aan “opgelucht” te zijn dat die bron van zorg verdwijnt en plaatsmaakt voor natuur, open landschap en schoner water. De Zanderij wordt gezien als een groen buffergebied tussen dorp en duinen, waar gewandeld en gerecreëerd kan worden zonder angst voor spuitmiddelen.
Dat spanningsveld tussen verlies en winst is voelbaar. Waar voor de één een familietraditie eindigt, zien anderen juist kansen voor gezondheid, natuur en klimaat. Pistor verwoordde het zo: “We leven in een klein land met veel wensen en belangen. Juist daarom moeten we kijken hoe we waarden kunnen stapelen. Hier combineren we natuur, waterveiligheid, recreatie en drinkwatervoorziening.”
Hoogheemraad Jos Beemsterboer, PWN-directeur Paulien Pistor, gedeputeerden Anouk Gielen en Esther Rommel en wethouder Paul Slettenhaar. (foto: Streekstad Centraal)
Met de onthulling van het bouwbord – de officiële handeling – willen de betrokken overheden het project zichtbaar maken voor iedereen die langsfietst of wandelt. De werkzaamheden zullen de komende jaren te zien en te merken zijn, en dat zal soms wennen zijn, gaven de betrokkenen toe.
Maar volgens hen levert het uiteindelijk een gebied op waar natuur zich kan ontwikkelen, waar water beter wordt vastgehouden en waar inwoners van Castricum dichtbij huis kunnen genieten van rust en groen.
De Zanderij is daarmee niet alleen een natuurproject, maar ook een symbool van een bredere verandering in het landschap. Een verandering die enthousiasme oproept, maar ook afscheid en emoties met zich meebrengt. Beide kanten kregen maandagmiddag aandacht aan de rand van de duinen.
Tweeëntwintig Joodse inwoners van Bergen, de Egmonden en Schoorl kwamen niet terug nadat ze werden gedeporteerd. Zondag zijn die in het bijzonder – maar alle slachtoffers van de Holocaust in het algemeen – weer herdacht op de Algemene Begraafplaats van Bergen. “Het is van groot belang dat wij hun namen blijven noemen en hun verhalen en herinneringen blijven bewaren.”
Het is bijna 81 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dinsdag, morgen dus, is het internationale Holocaust Memorial Day. Dan is het precies 81 jaar geleden dat Auschwitz – het internationale symbool van de Holocaust – door de Russen werd bevrijd. “Van de naar schatting 170.000 Joodse inwoners, die Nederland in mei 1940 telde, werden er 107.000 gedeporteerd. Van hen keerden slechts 5.200 mensen levend terug”, somt Rob Leijen het op in zijn welkomstwoord.
Leijen is voorzitter van het 4 mei-comité De Egmonden en richt zich niet alleen op de slachtoffers toen wonend in wat nu de gemeente Bergen is, maar – voor het eerst dit jaar – ook op de slachtoffers die vóór hun deportatie een fijne tijd hadden in het Joodse kindertehuis Huis ter Duin. “Hun namen vinden we nu alleen nog terug in de archieven. De Stichting Historisch Egmond en de Stichting Egmond 40-45 willen dan ook de geschiedenis van het Joodse kindertehuis en haar bewoners in de komende jaren nader onderzoeken en weer terug in de herinnering brengen.” (tekst gaat verder onder de foto)
Rob Leijen, voorzitter van het 4 mei-comité De Egmonden, geeft het welkomstwoord bij de Holocaust-herdenking in Bergen. (foto: Habro Fotografie)
“Wij staan hier niet alleen in verdriet, maar ook in de belofte om waakzaam te blijven. Laten wij nooit meer vergeten en blijven herinneren. In hun nagedachtenis beloven wij: dit nooit meer”, besluit hij.
Dan is waarnemend burgemeester Jaap Bond aan de beurt: “Zes miljoen Joden werden vermoord, samen met Roma en Sinti, mensen met een beperking, homoseksuelen, politieke tegenstanders en andere die niet pasten in een ideologie van haat”, trekt Bond de Holocaust breder. “Wat begon met woorden eindigde in vernietiging, wat begon met uitsluiting eindigde in moord. En wat begon met wegkijken werd mogelijk door stilte. De Holocaust werd niet alleen uitgevoerd door daders, maar ook mogelijk gemaakt door gewone mensen. Mensen die zwegen, mensen die wegkeken.”
“Maar er waren ook – en dat moeten we blijven benoemen – mensen die wél opstonden. Die hielpen verbergen en waarschuwen, vaak met gevaar voor eigen leven. Zij herinneren ons eraan dat er áltijd een keuze is. Herdenken betekent dat wij onzelf die vraag blijven stellen: wat zou ik doen? Deze vraag zijn ook vandaag pijnlijk actueel. Anti-semitische, racisme en uitsluiting, het bestaat nog steeds. Woorden verharden, tegenstellingen worden groter. Juist daarom is herdenken geen ritueel van het verleden, maar een opdracht voor het heden en voor de toekomst. ‘Nooit meer’, is geen vanzelfsprekenheid. Het is een belofte die elke generatie moet waarmaken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Miriam Stern zingt een Sefardisch lied tijdens de Bergense Holocaust-herdenking. (foto: Habrofotografie)
Na de speech van de waarnemend burgemeester zingt Miriam Stern een Sefardisch lied, spreekt kinderburgemeester Emma Wildenberg alle tweeëntwintig namen uit van de gedeporteerde en vermoorde Joden en brengt Louis de Leeuw het Jiizkor-gebed. Phita Stern zingt vervolgens het Shema Jisrael en Naomi en Miriam en Tamar Stern zingen het Hasjiwenoe-gebed.
De plechtigheid wordt vervolgens afgesloten met de traditionele bloemlegging bij de Joodse Steen door Jaap Bond en Emma, één minuut stilte en het leggen van een steentje bij het monument door de tientallen aanwezigen.
“Als je op dit moment kijkt naar wat er gebeurt in de wereld, dan denk ik dat deze herdenking heel belangrijk is om te herdenken, en om er voor te zorgen dat het niet meer gebeurt”, vertelt Jaap Bond na afloop aan Streekstad Centraal. “Er zijn hele grote zorgen op dit moment, wereldwijd. Het lijkt wel of mensen het aan het vergeten zijn. Je moet blijven herdenken om te zorgen dat we in het heden weer even wakker geschud worden over hoe dat toen ging en hoe dat nu ook weer zou kunnen gaan.” (tekst gaat verder onder de foto)
Kinderburgemeester Emma Wildenberg spreekt de namen uit van de Joodse Holocaust-slachtoffers uit Bergen, de Egmonden en Schoorl. (foto: Habrofotografie)
In het bijzonder denkt Bond aan de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. “Als ik zie wat er nu in Amerika gebeurt met dat ICE – wat heel erg lijkt op SS – als ik zie wat daar gebeurt binnen een land als Amerika, dan maak ik mij daar heel grote zorgen over.”
Bond is sinds september waarnemend burgemeester, dus de herdenking op zondag was zijn eerste in deze rol. “Ja prachtig, prachtig, mooi om te denken, maar ook mooi om te kijken hoeveel mensen er toch ja er ook nog mee bezig zijn en hoe dat je emotioneert en hoe het je aan het denken zet. Want daar is het ook echt voor bedoeld. Het zet je écht aan het denken.” (hoofdfoto: Habrofotografie)