Jonge Alkmaarders met twee rechterhanden kunnen aan de slag in Winkelwaard. Daar heeft maatschappelijk projectontwikkelaar Steenvlinder een leegstaand kantoorpand aangekocht. Het is de bedoeling dat daar twintig woningen in worden gerealiseerd.”We geven dit gebouw terug aan jonge bewoners van Alkmaar.”
Dat zegt Marnix Norder, oprichter van Steenvlinder. De projectontwikkelaar is landelijk actief met projecten die een maatschappelijk doel dienen, zoals het creëren van woningen voor doelgroepen die anders nauwelijks aan bod komen op de krappe woningmarkt.
Door zelf te bouwen houden huizenbezitters zelf de regie over hun budget, legt Norder uit. Steenvlinder zorgt wel voor de basis – een voordeur, een meterkast – maar voor de rest is het aan de kopers zelf om er wat van te maken. ‘Zelf de mouwen opstropen’ in de woorden van Norder. Voor geïnteresseerden zal een informatie-avond worden georganiseerd.
De ontwikkelaar gaat ook de buitenkant van het kantoorgebouw opknappen. Het pand uit 1988 valt op door de blauw-witte kleuren in een wijk waar baksteen overheerst. Het is gelegen direct tegenover het winkelcentrum in Winkelwaard.
Langs de kust bij de Hondsbossche Duinen bij Camperduin wordt de komende jaren opnieuw veel zand aangebracht om de veiligheid van het achterland te waarborgen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat hebben daarvoor gezamenlijk tientallen miljoenen euro’s gereserveerd. Met de maatregel willen de organisaties de kustverdediging ook op langere termijn op peil houden.
De Hondsbossche Duinen zijn relatief nieuw. In 2015 werd de voormalige Hondsbossche Zeewering versterkt door een omvangrijk project waarbij een brede strook strand en duinen werd opgespoten. Daarmee moest de kust weer voldoen aan de veiligheidsnormen en ontstond tegelijkertijd een nieuw recreatiegebied langs de Noord-Hollandse kust.
In de praktijk blijkt het gebied echter gevoeliger voor zandverlies dan vooraf werd verwacht. Door de ligging in zee en de samenkomst van verschillende stromingen spoelt het aangebrachte zand sneller weg dan op andere plekken langs de kust. Vooral tijdens storm en hoog water kan het strand in korte tijd flink smaller worden. Daardoor ontstaan steile duinranden en staan strandpaviljoens inmiddels op palen boven het strand. (tekst gaat verder onder de foto)
Strandpaviljoen Prince George heeft bij elke storm weer last van zand dat wegspoelt van het strand. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het hoogheemraadschap was al voorzien dat regelmatig onderhoud met nieuwe zandsuppleties nodig zou zijn, maar de snelheid waarmee het zand verdwijnt blijkt groter dan eerder gedacht. “De dynamiek van de kust is hier sterker dan we hadden ingeschat”, zegt een woordvoerder van het waterschap tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Daardoor raken we sneller door het oorspronkelijke onderhoudsbudget heen.”
Voor de periode tot 2035 ligt nu een nieuw plan klaar. Daarin staat de bescherming tegen overstromingen centraal. De betrokken overheden benadrukken dat hun wettelijke taak vooral gericht is op het waarborgen van de waterveiligheid en het versterken van de zeewering. (tekst gaat verder onder de foto)
Surfclub Hookipa moest eerder al zijn meerdere erkennen in de zee. (foto: NH Media)
Ondernemers op het strand maken zich ondertussen zorgen over de gevolgen van de afkalvende kust. Strandpaviljoenhouders wijzen erop dat bij de aanleg van de duinen werd gesproken over een breed strand dat ook recreatie en horeca ten goede zou komen. Volgens hen is de huidige situatie voor hun bedrijven lastiger dan verwacht.
Tegelijkertijd wijzen Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap op de bredere effecten van het project. Door de vervanging van de harde zeewering door duinen en strand is de kustlijn volgens hen natuurlijker geworden en is er meer ruimte ontstaan voor natuur en recreatie. In het gebied hebben zich inmiddels verschillende planten en vogels gevestigd die kenmerkend zijn voor de Nederlandse kust, waaronder de bontbekplevier.
Nu nog kaal, straks vol met biologisch geteelde bloemen. Boerenfamilie Pepping en de gemeente Bergen zijn een pilot gestart op een stuk grond langs de Egmonderstraatweg. Waar ooit een voetbalclub was bedacht, groeit straks bloemenpracht. “Jullie hadden een hele mooie leus en dat was: geen ballen maar bollen”, zei wethouder Ernst Briët daarover nog tijdens zijn speech.
Maandag werd het twaalf jaar durende onderzoeksproject voor biologische bollenteelt afgetrapt. Er werden al bollen geteeld op de 7,5 hectare grond, maar vanaf nu gebeurt dat op biologische wijze.
“We zijn bij de gemeente bezig met een zoektocht naar het zetten van stappen richting een meer circulaire economie en naar duurzamere landbouw. Ook zoeken we naar hoe de bollenteelt en gezondheid in goede balans blijft. We zien een uitgelezen kans om op deze plek praktijkonderzoek te doen”, houdt Briët de toehoorders voor. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Ernst Briët, links met microfoon, vertelt tijdens de aftrap van de pilot over de achtergronden het biologische teeltproject in Egmond. (foto: Streekstad Centraal)
Vader en Zoon Pepping wilden daar wel in meegaan, ze wilden toch al uitbreiden. Maar biologisch telen is niet eenvoudig en voorlopig sowieso een stuk duurder. Gemeente Bergen helpt door de grond in ieder geval drie jaar lang voor iets dan een euro per hectare te verpachten. bodemonderzoeken te betalen en een expert in te schakelen.
Die expert is Anthon Bom. Bom teelt al twintig jaar biologische gewassen in Zeeland en vijf jaar terug startte hij met bollen. Hij heeft dus al veel geleerd. En, vertelt Bom, inmiddels is er een groep telers die onder de naam Biobol kennis met elkaar deelt. “Daar gaan we Jan zeker bij betrekken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jan Pepping (links) wordt bijgestaan door biologische teeltexpert Anthon Bom. (foto: gemeente Bergen / Habro Fotografie)
Jan Pepping is blij met alle steun. “Er komen steeds meer regels voor de teelt. Hopelijk kunnen wij door deze pilot in de toekomst een stap voor zijn op de rest. Biologisch is namelijk echt een andere manier van telen. Het produceren van biologische bollen kost veel meer land en je hebt gewoon meer kans op een misoogst”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Biologische bollen moeten gecombineerd worden met andere gewassen voor een gezonde bodem, legt de bollenteler uit, er is slechts een beperkt aantal biologische bestrijdingsmiddelen en soms zijn die minder effectief.
Heel belangrijk voor Pepping is dat hij sowieso één grote afnemer heeft. Consumenten lopen niet echt warm voor biologische bollen vanwege de prijs. “Het zijn vooral gemeenten die vragen naar biologische bollen. Ja, Bergen heeft al de toezegging gedaan.” Even later voegt wethouder Ernst Briët toe dat hij andere gemeenten binnen de BUCH misschien ook wel zo ver kan krijgen. (tekst gaat verder onder de foto)
De aftrap van de pilot verplaatst zich van de bollenschuur naar de bollenvelden. Op de voorgrond Peppings grond, voorbij de greppel de gemeentegrond waarop dit gebeurt. (foto: Streekstad Centraal)
Op zijn eigen grond zal Pepping voorlopig nog niet biologisch gaan. Wel heeft hij de afgelopen jaren al grote stappen gezet. “Als je het vergelijkt met dertig jaar geleden, dan gebruiken we al 95 procent minder chemische bestrijdingsmiddelen. Hopelijk kunnen we in de toekomst helemaal zonder.”
Het was eigenlijk precies het weer om even naar de duinen te gaan. Een blik op de zee werpen. Of gewoon een terrasje pakken. Dát doen mensen in deze regio als de zon schijnt, weten ze bij marketingorganisatie Hart van Noord-Holland. Maar maandagmiddag was de échte place-to-be de Cultuurkoepel in Heiloo: “Ons verhaal is er niet alleen voor toeristen.”
De ’toeristische aftrap’ had een gouden randje voor Melanie Goudsblom van Hart van Noord-Holland, want voor het eerst leidde ze dit evenement in goede banen als directeur van haar organisatie. Ze volgde Ger Welbers op en is dus nóg meer dan eerst het gezicht van de city- en regiomarketing van Alkmaar tot Uitgeest.
“Zeker is dit een leuk moment”, bevestigt ze in gesprek met Streekstad Centraal. “Maar het is ook gewoon een mooie middag, met inspirerende sprekers. We hebben een goed verhaal.” (tekst gaat door onder de foto)
Meteen na binnenkomst werd er al ‘genetwerkt’ in de Cultuurkoepel (foto: Streekstad Centraal)
Dat verhaal is het verhaal van een regio met vele tegenstellingen. Natuur naast cultuur. Die mooie oude kaasstad waar altijd reuring is, maar ook idyllische kleine dorpjes. De hoogste duinen van Nederland, náást polders ver onder zeeniveau. In die veelzijdigheid ligt een uitdaging: hoe vatten ondernemers hun regio in één gevoel, één verhaal?
We mogen daarover wel wat minder Noord-Hollands bescheiden zijn, hield de burgemeester van Heiloo, Mascha ten Bruggencate, de verzamelde ondernemers voor. “Deze prachtige plek, de Cultuurkoepel, is het hart van ónze gemeente. Deze plek, die gáát over gastvrijheid. We hebben daar als regio iets te vertellen. Oude verhalen en nieuwe verhalen aan elkaar koppelen, daar gaat het om.”
Daarover had Roel Beems, wethouder van de gemeente Castricum, wel zijn gedachten. “Als je iets hebt met oude kerken, nou, dan kun je je hier uitleven”, begon hij, met architectonische parels als de Cultuurkoepel in gedachten. “Maar als je iets hebt met bier? Mag ik handen zien? We hebben geweldige brouwerijen hier in de regio!” (tekst gaat door onder de foto)
Drommen voor de ingang van de Cultuurkoepel (foto: Streekstad Centraal)
Met die brouwerijen trek je ook de Belgische en Duitse vakantiegangers, weten ze bij Hart van Noord-Holland. Welkome bezoekers, want nét even een beetje meer bourgondisch. Twee warme maaltijden per dag, beamen de ondernemers in de zaal. Lekker natuurlijk. Maar het is ook puur omzet.
Wat de marketingmachine van Hart van Noord-Holland kan betekenen bracht hoofd marketing Mandy Duijvelshoff overtuigend in beeld tijdens haar presentatie van wat er komen gaat: ontmoetingen met Duitse en Vlaamse doelgroepen, een dagje uit met iedereen die in deze regio aan de ‘front desk’ staat, en het verder bekendmaken van het logo en de huisstijl. “We zijn nu een regio met 300.000 inwoners, straks met 350.000 mensen”, blikte ze vooruit.
“Dat zijn állemaal ambassadeurs!” Spreker Olaf Vugts maakte dankbaar gebruik van de cijfers van Mandy Duijvelshoff en nam haar zelfs even mee in de Python, want zijn verhaal draaide om ‘storytelling’. Daar heeft Vugts veel ervaring mee, want hij deed dit lang voor De Efteling. Vandaar natuurlijk ook die Python. “Iedereen herinnert zich nog de eerste keer in de Python. Maar mensen zouden zich ook de eerste keer op het strand van Bergen op die manier moeten herinneren.”(tekst gaat door onder de foto)
Voor Olaf Vugts is storytelling meer dan een kunstje (foto: Streekstad Centraal)
Een goed verhaal is belangrijk, authenticiteit is belangrijk – maar tegelijk is het ook goed om naar nieuwe technieken te kijken, bepleitten Sonny de Leeuw en Wouter de Vries samen met assistent Nova. Kunstmatige intelligentie kán de sector veel brengen, maar dan moeten we dit instrument wel slim inzetten, tonen ze aan.
De toeristische sector kan terugkijken op jaren van groei, met mooie evenementen als 450 Jaar Alkmaars Ontzet en de feestelijkheden romdom het jarige Noordhollandsch Kanaal. Er zijn ook dit jaar weer evenementen om naar uit te kijken, benadrukt directeur Goudsblom tegen met Streekstad Centraal. “Het wielerevenement, daar zijn we heel blij mee. Dat zorgt ook voor aantrekking in de maanden waarin het normaal wat terugloopt hier. En jawel, wij zijn natuurlijk druk bezig om ervoor te zorgen dat televisiekijkers mooie plaatjes te zien krijgen.”
Tegelijk zijn er ook zorgen onder de ondernemers in de toeristische sector. De btw-verhoging voor toeristische overnachtingen zou wel eens invloed kunnen hebben op de boekingen, vrezen zij. “Het klopt dat er wel wat dingen veranderd zijn”, ziet ook Goudsblom. “Ook wij kijken naar de cijfers. Maar het is nu nog te vroeg in het jaar om een effect te zien.” (tekst gaat door onder de foto)
De Cultuurkoepel in Heiloo (foto: Streekstad Centraal(
Een andere uitdaging is de beheersing van drukte. Het ‘Hart van Noord-Holland’ is nog lang geen Amsterdam, maar er zijn wel typische piekmomenten. “Wat wij zien is dat mensen als het mooi weer is erg geneigd zijn om allemaal dezelfde dingen te gaan doen. Het gaat dan al gauw over toerisme, maar onze cijfers laten goed zien dat het vaak de regiobewoners zélf zijn die zulke vaste gewoontes hebben. Allemaal tegelijk naar het bos in Schoorl, bijvoorbeeld. Ja, dan wordt het wel druk.”
Terwijl er méér bossen in de regio zijn, ándere prachtige plekken met water, natuur, uitzichten… “Dat is echt een taak die wij als Hart voor Noord-Holland hebben, vind ik: niet alleen toeristen, maar ook regiobewoners informeren. Ga eens lekker uit eten in Castricum, verken het Alkmaardermeer… Als we ons beter spreiden over deze regio is het niet te druk en genieten we er allemaal van. Het is hier echt mooi.”
De mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Boekelermeer in zuidelijke richting lijkt langzaam maar zeker op de bestuurlijke agenda te belanden. Fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo stelde schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders, nadat een uitbreiding van het bedrijventerrein met tientallen hectares was geopperd. Ze kreeg vorige week antwoord, maar: “Ik ben niet bepaald gerustgesteld.”
Aanleiding voor de vragen waren uitspraken van Friso de Zeeuw, voorzitter van het Economisch Forum boven Amsterdam. “Als er in de regio Alkmaar 70 hectare bedrijventerrein moet bijkomen, dan moet de Boekelermeer worden uitgebreid met 40 hectare in zuidelijke richting.”, zo meldde hij begin dit jaar tijdens Hallo2026!
Omdat het bedrijventerrein inmiddels de Kanaalweg heeft bereikt, zou verdere uitbreiding alleen kunnen plaatsvinden op grondgebied van andere gemeenten. Het college van Heiloo bevestigt in de beantwoording dat uitbreiding dan betrekking zou hebben op grond van Heiloo en mogelijk ook Castricum. Het gebied tussen de weg naar de Noordermolen en het Noordhollandsch Kanaal behoort tot Castricum. Alles ten westen daarvan valt onder Heiloo. (tekst gaat verder onder de foto)
Het Alkmaarse bedrijventerrein Boekelermeer loopt tegen zijn grenzen aan. Het bedrijfsleven kijkt al naar meer grondgebied van Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het college is er op dit moment echter geen sprake van concrete besluitvorming. Dat er op termijn een tekort aan bedrijventerrein in de regio Alkmaar dreigt, is al langer bekend, zo stelt het college, en vastgelegd in de Strategie Werklocaties Regio Alkmaar uit 2022.
Ook wordt het tekort aan uitgeefbare bedrijfsgrond in Alkmaar inmiddels als nijpend omschreven. Dat vanuit Alkmaar naar uitbreiding van Boekelermeer wordt gekeken, noemt het college “niet verrassend”, maar er heeft geen besluitvorming plaatsgevonden.
De provincie Noord-Holland heeft Alkmaar en Heiloo inmiddels uitgenodigd om samen een toekomstvisie voor Boekelermeer op te stellen. Daarbij moet eerst worden gekeken naar intensiever ruimtegebruik op het bestaande terrein. Pas als dat onvoldoende blijkt om aan de toekomstige vraag te voldoen, komt eventuele uitbreiding in beeld. In dat geval worden ook de consequenties onderzocht.
Gronden in Heiloo ten oosten van de A9 maken deel uit van Natuurnetwerk Nederland. (foto: Streekstad Centraal)
Over een mogelijke uitbreiding ten zuiden van de Kanaalweg is het college duidelijk. Hoewel er nog geen keuze is gemaakt voor uitbreiding, acht het college uitbreiding op die locatie “onwenselijk”, mede vanwege de beschermde status van het gebied. De gronden ten zuiden van de Kanaalweg zijn door de provincie aangemerkt als ‘Beschermd landschap’ (voorheen Bijzonder Provinciaal Landschap). Het gebied ten oosten van de A9 maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland.
Het college benadrukt bovendien dat er op dit moment geen plannen zijn om het bedrijventerrein uit te breiden. Wel werkt het aan een reactie op de brief van Gedeputeerde Staten en wordt de gemeenteraad deze week geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Ook wordt voorgesteld om op 21 april een raadsinformatieavond over het onderwerp te houden.
Het Heilooër deel van bedrijventerrein Boekelermeer trekt meer bedrijven dan nu plek kan worden geboden. (foto: Streekstad Centraal)
Gemeentebelangen zegt zich ondanks de beantwoording ernstige zorgen te maken. Volgens fractievoorzitter Edith de Jong is het signaal dat uitbreiding alleen mogelijk is op grondgebied van Heiloo of Castricum reden tot alertheid. “Na de antwoorden van het college ben ik nog niet gerustgesteld,” aldus De Jong.
Zij wijst erop dat het gebied ten zuiden van de Kanaalweg een beschermde status heeft en dat volgens haar duidelijkheid nodig is over de lange termijnvisie van de regio op werklocaties. De noodzaak van uitbreiding van bedrijventerrein Boekelermeer naar het zuiden staat volgens haar niet vast.
Volgens de fractievoorzitter van GBH kan Alkmaar veel meer bedrijven zelf kwijt, als het de andere bedrijventerreinen in Alkmaar aantrekkelijker zou maken en beter zou benutten: “Kijk bijvoorbeeld eens naar de Beverkoog, daar is veel leegstand.”
De discussie over de toekomst van Boekelermeer lijkt daarmee nog niet beslecht. De komende maanden zal blijken hoe de gezamenlijke toekomstvisie van Alkmaar en Heiloo eruit komt te zien en in hoeverre uitbreiding daadwerkelijk aan de orde komt.
Heeft het cultureel podium in Museumhoeve Overslot wel of niet de vereiste vergunningen? Volgens de gemeente Bergen – bij monde van wethouder Ernest Briët – ontbraken die jarenlang. De nieuwe aanvraag is nog in behandeling. Maar zondagmiddag werd er gewoon opgetreden en was de bar geopend voor non-alcoholische én alcoholische versnaperingen.
Volgens drijvende kracht Hans van den Berg van Stichting Hafre had het cultureel podium altijd al de juiste vergunningen. Hij bijt van zich af in een uitgebreide reactie op social media en in direct contact met de redactie van Streekstad Centraal. Volgens hem beschikt de stichting over een dossier dat teruggaat tot 2015 en is alle commotie veroorzaakt door een administratieve fout na hernummering van de huisnummers aan de Slotweg.
In een eerder gepubliceerd artikel meldden Streekstad Centraal en Flessenpost Egmond dat een alcoholwetvergunning en exploitatievergunning voor het schenken van alcohol in Hoeve Overslot niet konden worden teruggevonden. Van den Berg stelt nu dat die berichtgeving “bol staat van onwaarheden en glasharde leugens”. Volgens hem heeft de gemeente het digitale horecadossier van de stichting gewist, waardoor stukken niet meer terug te vinden zijn. (tekst gaat verder onder de foto)
Na de restauratie in 2023 werd de museumhoeve gesplitst en kreeg het twee aparte huisnummers. Dat heeft er volgens Hans van den Berg toe geleid dat het horecadossier bij de gemeente werd gewist. (foto: aangeleverd)
“Wij hebben het volledige papieren dossier”, laat Van den Berg weten. Uit het toegestuurde collegebesluit van 15 juli 2015 blijkt dat inderdaad een omgevingsvergunning moet zijn verleend voor beperkt horecagebruik op het adres Slotweg 42.
Beperkt horecagebruik betekent in dit geval dat er maar een beperkt aantal keer per jaar onversterkte muzikale optredens mogen plaatsvinden en dat daarbij alcohol mag worden geschonken: de belangrijkste bron van inkomsten tijdens de vaak gratis optredens.
Uit stukken waarover Streekstad Centraal beschikt, blijkt dat de hoeve na de restauratie in 2024 werd gesplitst in huisnummer 42 en 42a. Het proeflokaal kreeg huisnummer 42, het oude huisnummer van het cultureel podium. De adreswijziging kan een verklaring zijn voor het feit dat deze stukken digitaal onvindbaar werden na 2024. ‘Alle oude vergunningen van het cultureel podium zijn daarbij gewist’, zo kreeg Van den Berg naar eigen zeggen van een ambtenaar te horen. (tekst loopt door onder de foto)
Bij mooi weer verpozen de bezoekers van het cultureel podium buiten, voor én na een optreden. (foto: Streekstad Centraal)
Het cultureel podium van Stichting Hafre moest dus voortaan door het leven met huisnummer 42a. Maar dat dossier bleef ambtelijk helemaal leeg. Dat kwam in september 2025 aan het licht, toen er een vergunning werd aangevraagd voor een terras, net als de buren (het proeflokaal). Toen konden de daarvoor benodigde horecavergunningen niet terug worden gevonden.
De aanvraag werd – vanwege het ontbreken van de vergunningen – vervolgens aangehouden. Op aanraden van de gemeente heeft de Stichting toen (opnieuw) vergunningen voor horeca-exploitatie en het schenken van alcohol aangevraagd.
Volgens Van den Berg zijn de vergunningen op tijd aangevraagd, maar werd de procedure vertraagd omdat bijvoorbeeld een kopie van een rijbewijs als officieel identiteitsbewijs werd geweigerd. Voor een dergelijke aanvraag moet een kopie van een paspoort of een ID-kaart worden overlegd; een rijbewijs voldoet dan niet. “Deze week sturen we extra stukken in, waar de gemeente om vroeg”, laat hij weten. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Ernest Briët in maart 2023 bij de onthulling van het bouwbord bij aanvang van de restauratie van de rijksmonumenten aan de Slotweg. (foto: aangeleverd)
De kern van de commotie lijkt daarmee te liggen in de vraag wélke vergunningen er in 2015 naast de omgevingsvergunning zijn verleend en of die anno 2026 nog zouden voldoen om een biertje te mogen tappen tijdens een optreden op het podium. Met de elf jaar geleden verleende omgevingsvergunning voor beperkt horecagebruik werd destijds omzeild dat er geen horecabestemming op het pand rustte.
Maar dat is niet hetzelfde als een afzonderlijke alcoholwetvergunning of exploitatievergunning zoals die op grond van de huidige regelgeving nodig zijn. Overigens zijn ook de oude vergunningen – ook na herhaaldelijk verzoek van Streekstad Centraal – niet door Stichting Hafre overlegd. (tekst gaat verder onder de foto)
Bezoekers van een concert in Museumhoeve Overslot zoeken na het optreden het zonnetje op tijdens een zomerse dag in augustus 2025. (foto: Streekstad Centraal)
Zolang de gemeente geen definitief besluit heeft genomen op de lopende aanvragen, blijft de situatie formeel dus ongewijzigd. Dat zou betekenen dat de afgelopen periode zonder vergunning werd getapt.
Wethouder Briët heeft eerder al erkend dat de controle op de aanwezigheid van de juiste vergunningen eerder had moeten plaatsvinden. Deze week wil de wethouder de pers nog niet te woord staan. Door de voorjaarsvakantie kunnen vragen pas volgende week worden beantwoord.
UPDATE: Nader onderzoek door Streekstad Centraal maakt duidelijk dat eventuele oude vergunningen van Stichting Hafre uit 2014/2015 hun geldigheid verloren op het moment dat zij het vernieuwde pand betrokken. Zelfs als de vergunningen administratief wél netjes bewaard waren gebleven door de gemeente, konden deze juridisch gezien niet meer worden gebruikt voor de nieuwe exploitatie.
Speuren naar wilde dieren, als op een heuse safari. Het kan sinds dit weekend in winkelcentrum Middenwaard in Heerhugowaard. Tussen de etalages zijn namelijk verschillende wilde dieren ‘losgelaten’ als extraatje voor het winkelend publiek en dan met name voor kinderen. “Een avontuurlijke trekpleister voor jonge bezoekers.”
Winkelcentrum Middenwaard ziet terug op een ‘succesvolle opening’ op zaterdagmorgen. Om 11:00 uur kwamen kinderen samen om op een grote rode knop te drukken, waarmee ‘Safaritour’ officieel los is: “Jonge rangers trapten de Safari Tour feestelijk af en gingen als eersten op ontdekkingstocht door het winkelcentrum” – en dat terwijl hun ouders konden winkelen.
De beelden van leeuwen, giraffen en andere Afrikaanse dieren staan verspreid door het winkelcentrum. Dat nodigt al uit tot een verkennende rondwandeling, maar voor de echte avonturiers is er ook een heuse speurtocht uitgezet. Die leert kinderen ook meer over deze bijzondere natuur. (tekst gaat door onder de foto)
Een leerzame speurtocht (foto: Etienne Hessels)
Door de speurtocht met succes af te leggen en de vragen juist in te vullen maken de kinderen kans op kaartjes voor Safaripark De Beekse Bergen, waar ze de inmiddels vertrouwde dieren uit Middenwaard in levende lijve kunnen ontmoeten.
De Safaritour roept herinneringen op aan een eerder ‘incident’, waarbij dinosaurussen het winkelcentrum binnentrokken en kinderen uitdaagden om meer over deze dieren te weten te komen. Net als bij die tour is de achterliggende gedachte van de Safaritour dat het winkelcentrum extra aantrekkelijk wordt voor gezinnen en met de start van het voorjaar en de krokusvakantie meer bezoekers trekt.
De Safaritour is er nog tot zaterdag 21 maart, laat het winkelcentrum weten. Meer informatie is te vinden op de website van Middenwaard. (foto bovenaan: Etienne Hessels)
Wat jarenlang een levendige uitvalsbasis was voor surfers, is nu een plek waar de zee vrij spel heeft. Surfclub Hookipa Beach is noodgedwongen afgebroken en verplaatst, nadat het strand bij Camperduin in rap tempo is verdwenen. Ondertussen groeit ook bij andere strandondernemers de onzekerheid. MKB-Nederland bemoeit zich inmiddels met de kwestie en wil het probleem in Den Haag aankaarten.
De situatie bij de surfclub was al langere tijd zorgelijk. Door aanhoudende erosie kwam de fundering van het paviljoen steeds verder bloot te liggen. Eerder greep de gemeente al in en moest het gebouw tijdelijk dicht omdat de veiligheid niet meer kon worden gegarandeerd. Extra zandsuppletie bood toen kortstondig verlichting.
Toch besloot eigenaar Richard Minkema zijn deuren niet opnieuw te openen. “Als er straks weer harde wind is en alles wegspoelt, zit ik in hetzelfde schuitje. Er bestaat een kans dat op termijn alles in zee stort en dat moet je niet willen.”
Met een kraan werden de zeecontainers waaruit het paviljoen is opgebouwd weggehaald. Ze zijn overgebracht naar een tijdelijke locatie bij de lagune, enkele kilometers verderop. (tekst gaat door onder de foto)
De palen van Surfclub Hookipa Camperduin staan nog maar voor een klein deel in het zand. (foto: NH/Marco Snijders)
Het contrast met een kleine tien jaar geleden is groot. In 2015 werd de kust bij de Hondsbossche Zeewering juist versterkt. Er kwam een nieuwe duinenrij en een breed strand, bedoeld om veiligheid, natuur en recreatie te combineren. “Toen hadden we een luxeprobleem. We moesten 200 meter richting zee lopen om te surfen. Nu kunnen we vanaf het dek van het paviljoen het water in, dat is natuurlijk niet de bedoeling”, zegt Minkema tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Van het brede strand is inmiddels weinig over. En of er opnieuw zand wordt aangebracht, is onzeker. “Het strand wordt niet meer bijgehouden en dat was ons wel beloofd tot 2035. We zijn niet boos, maar teleurgesteld en dat is eigenlijk veel erger.”
Niet alleen de ondernemer zelf voelt de gevolgen. Voor veel surfers was de locatie uniek. De zandbank voor de kust zorgt voor ideale golven. “Er ligt hier een zandbank waardoor de golven mooi breken en je fantastisch kunt surfen”, zegt surfer Rob Edses. Met een knipoog voegt hij toe: “De hoop is dat de zandbank ook meeverhuist.” (tekst gaat door onder de foto)
Strandpaviljoen Prince George heeft net als Surfclub Hookipa te maken met grote problemen door het afkalven van het zand in Camperduin. (foto: NH Nieuws)
De nieuwe plek bij de lagune is volgens Minkema in elk geval tot juni een noodoplossing. Of het daar bij blijft, durft hij niet te zeggen. “Dat is koffiedik kijken. We willen wel door, dus we hopen op een permanente vergunning.” De gemeente Bergen bevestigt dat daarvoor een aanvraag loopt, maar dat er nog geen besluit is genomen.
Ook andere strandpaviljoens in Camperduin kampen met de oprukkende zee. Bij storm slaan golven grote hoeveelheden zand weg. Paviljoen Prince George was meerdere keren moeilijk bereikbaar door hoog water. Onder verschillende paviljoens zijn inmiddels meters zand verdwenen. De boodschap die ondernemers krijgen: dit valt onder het ondernemersrisico. Wie buitendijks onderneemt, heeft geen bescherming tegen de zee.
Dat schuurt, vindt Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland. Hij bracht onlangs een werkbezoek aan de kust, onder meer in Camperduin. “Het is hier schitterend”, zegt Vonhof tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Maar als je hoort dat het strand hier eerder nog tientallen meters richting de zee lag, dan denk ik als mkb-voorzitter gelijk aan de paviljoenhouders en dan is het niet zo mooi.”
Volgens hem kan de situatie niet simpelweg worden afgedaan als ondernemersrisico. “Er zou hier tot 2035 zand worden opgespoten, zodat hier een groot stuk strand zou liggen. Dat dat om allerlei redenen niet meer gebeurt – geld of contractuele dingen – dat zal, maar de ondernemer ging er toch echt vanuit dat er tot 2035 strand voor zijn deur lag.” (tekst gaat door onder de foto)
Het water bij srufclub Hookipa kwam door het wegspoelen van het zand zelfs helemaal onder de constructie. (foto: NH/Marco Snijders)
Vonhof wil de kwestie onder de aandacht brengen in Den Haag. “Mij is uitgelegd dat Rijkswaterstaat, het hoogheemraadschap, de provincie, de gemeente én de landelijke overheid hier gezamenlijk een oplossing voor moeten vinden. Daar kan ik natuurlijk niet zoveel aan doen, maar wat ik wel ga doen is de zaak bepleiten in Den Haag.”
Wanneer het nieuwe kabinet aantreedt, gaat hij op kennismakingsronde. “Dan is de kans vrij groot dat ik aan de nieuwe minister van I&W, Vincent Karremans, ga vragen om zich te verdiepen in wat hier speelt en of hij daar iets in kan betekenen.”
Begin maart wordt meer duidelijkheid verwacht over het toekomstig onderhoud van de Hondsbossche Duinen. Tot die tijd blijven de strandondernemers achter met vragen – en met een kustlijn die met iedere storm verder verandert.
Dat er gebouwd moet worden, daarover lijken alle partijen het wel eens. De twistappel is een andere: bouwen we in de polder, of houden we het bij ‘inbreidingen’ in de stad? Tussen die twee richtingen ziet Marc de Rooij van BRTArchitecten in Alkmaar nog een andere mogelijkheid: “Een gebouw dat gezien wordt als deel van het landschap.”
Een oplossing die past bij Noord-Holland, zo Westfries als – ja, als de Westfriese Omringdijk toch eigenlijk wel. Huizen vermomd als dijklichaam ontwierp het Alkmaarse architectenbureau. “Zo creëer je iets wat eigenlijk nog niet bestaat: wonen met aan de voorkant én de achterkant alleen maar landschap”, schetst De Rooij zijn toekomstbeeld. “Doorzonwoningen in feite, er zijn heel veel indelingen mogelijk, maar het is dus wel écht landschappelijk.”
Geen parkeerplaatsen voor de deur, dat kan immers prima bovenop de dijk. Het landschap, de horizon: dat is het vergezicht dat De Rooij met zijn dijkwoningen tekent. “Zo behouden we de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied, maar er kan wel gewoond worden.” (tekst gaat door onder de foto)
Een woonerf op het dak (render: BRTArchitecten)
Gras, water. Het vee nabij, de vogels, de blauwe lucht van onder tot boven zonder onderbrekingen. “En wind”, voegt De Rooij toe. “Dit zijn huizen voor mensen die een beetje tegenwind op de fiets niet erg vinden. Het is belangrijk om andere ideeën toe te voegen, andere vormen van wonen. Niet iedereen wil stedelijk wonen.”
En aan de andere kant willen mensen het open landschap liever niet opofferen aan maar weer een woonwijk met rijtjeshuizen, ziet ook De Rooij, die het politieke debat met interesse volgt. “Dit is een gebouw dat gezien wordt als deel van het landschap. Je kunt ook denken aan een terp. Of een stolp met appartementen, dat is natuurlijk ook wel gedaan. Maar ik denk dat dit heel mooi is en ook echt past bij ons landschap.”
In de uitwerking van het idee laat de architect mogelijk plattegronden zien. Het zijn woningen met meerdere slaapkamers, daartussen is ook ruimte voor bergingen. Trappetjes naar boven verbinden de dijkwoningen met het landweggetje erbovenop. (tekst gaat door onder de foto)
Comfortabele doorzonwoningen in de polder (afbeelding: BRTArchitecten)
Er zijn best plekken in de regio rond Alkmaar waar De Rooij het wel voor zich ziet, deze woningen. Niet in een bestaande dijk, maar in een nieuw aan te leggen dijklichaam, dat nauwelijks opvalt. Een ‘straatje erbij’ maar dan anders.
“Ik ben benieuwd naar hoe de politiek hiernaar kijkt”, zegt De Rooij. “Een wethouder die zegt: dit wil ik wel oppakken.” Of, in deze verkiezingstijd, een lijsttrekker die dit idee wel wil omarmen, juist omdát het anders is. Tegelijk refereert het natuurlijk hoe in de eeuwen voor de onze een toekomst werd gebouwd: door te beginnen aan een dijk.
“We denken te makkelijk dat we alle mogelijkheden wel in beeld hebben”, overweegt De Rooij. “Maar dit is er nog niet. Er is nog avontuur, ook hier. Het kán nog.”
Het theater van Heerhugowaard, Cool kunst en cultuur, was vorige week het toneel van een bijeenkomst van ‘maatschappelijk betrokken ondernemers’. Zij wisselden ideeën uit en maakten plannen voor de toekomst. Initiator van deze bijeenkomst was de Alkmaarse organisatie Doesgoed.
Onder de titel ‘Doesgoed Inspiratie op Locatie bij Cool kunst & cultuur’ waren maar liefst tachtig ondernemers uit de hele regio uitgenodigd voor een middag van ‘ontmoeting, inspiratie en maatschappelijk verantwoord ondernemen’.
Uiteraard was er daarbij ook aandacht voor dat waar het theater eigenlijk voor bedoeld is: kunst. Want kunst en samenleving versterken elkaar, beseften de aanwezigen. “Wij geloven dat échte ondernemers altijd maatschappelijk betrokken zijn,” stelde Ralph de Kleijn, ‘chef Vriendjespolitiek’ bij Doesgoed. “Bij Doesgoed brengen we de vraag van maatschappelijke organisaties en het aanbod van betrokken ondernemers samen. Zo maken we waardevolle matches én onze regio iedere dag een stukje mooier.”
Daarmee verwoordde De Kleijn de missie van Doesgoed, maar in feite óók die van Cool. Directeur-bestuurder Lineke Kortekaas benoemde dat dan ook bij de opening van de inspiratiemiddag op donderdag 12 februari. (tekst gaat verder onder de foto)
Sponsoren samen voor de lens (foto: AG Heeremans Photography)
“Met kunst en cultuur, met onze medewerkers, met onze artiesten en docenten en met onze partners werken wij dagelijks aan een mooier, kleurrijker, diverser en inclusiever Dijk en Waard. Ons doel is dat een gast Cool gelukkiger verlaat dan bij binnenkomst.”
Medewerkers van het theater lieten de aanwezige ondernemers, die allemaal ‘Vriend van Doesgoed’ zijn, zien hoe het er in het theater aan toe gaat. Dat betekende een kijkje achter de schermen, altijd interesssant, maar ook tekst en uitleg over de maatschappelijke opdracht die het theater voor zichzelf ziet.
Want Cool is de ‘culturele motor van Dijk en Waard’. In de woorden van Kortekaas: “Wie meedoet, maakt impact. Wie investeert, vergroot kansen. Wie kiest voor cultuur, kiest voor verbinding. Samen maken we alles mooier.” De Kleijn: “En dit is precies waar Doesgoed voor staat.” (tekst gaat verder onder de foto)
Gezelligheid op donderdagmiddag (foto: AG Heeremans Photography)
Uiteraard was er ook gelegenheid voor een glas champagne, een gezellig gesprek en zelfs een spectaculaire lichtshow stond op het programma. Doesgoed en Cool vroegen daarmee aandacht voor de sponsors die zich recent meldden: Rodi Media, McKili Catering, Spaansen Bloemen, Artfarm, Q-ICT, SHJ controlling en advies, Oogcentrum Noord-Holland en Jong Stress Vrij. “Zij verbinden hun naam aan de maatschappelijke missie van Cool.”
Doesgoed en Cool kondigen meteen ook een ‘smakelijk vervolg’ aan op de middag Inspiratie op Locatie. Want op vrijdag 20 maart is het Nationale Pannenkoekendag. “Ook in de keuken van Café Cool worden honderden pannenkoeken gebakken voor bewoners van regionale zorginstellingen die een feestelijke dag verdienen”, schrijft het theater. Waarmee de gezamenlijke missie nog maar eens kernachtig is samengevat.