Onbegrip en frustratie. De Voorstraat en Prins Hendrikstraat in Egmond aan Zee gaan vanaf maandag 1 juni op de schop, voor meer dan twee weken. Tijdens het toeristische hoogseizoen. Bovendien kondigde de gemeente de werkzaamheden pas begin mei aan. Ondernemers in de badplaats zijn er helemaal niet blij mee en dringen aan op uitstel.
“De maand juni is een drukke periode voor Egmond aan Zee. Veel hotels, accommodaties en horecaondernemingen zijn in deze periode volgeboekt”, schrijven Alice Reemst, Bart Valkering en Sandy Dekker van BIZ Egmond aan Zee met steun van Jules Steenis van Koninklijke Horeca Nederland. “Wij begrijpen dat onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd bereikt ons veel onbegrip en frustratie vanuit onze Egmondse ondernemers over de gekozen data en de wijze van communiceren vanuit de gemeente.”
De ondernemers hebben de meivakantie nog vers in het geheugen. Toen werd al gewerkt aan de Voorstraat en volgens de BIZ-leden leidde dat tot omzetverlies. Erger nog was het werk aan de Heilooër Zeeweg in Egmond aan den Hoef. De hinder zou volgens de gemeente meevallen, maar dat viel vies tegen.
“In de praktijk bleek dat bezoekers, bewoners en werknemers op sommige dagen ruim 45 minuten extra reistijd hadden richting Egmond aan Zee”, aldus Reemst, Valkering en Dekker. “Dergelijke situaties hebben niet alleen directe gevolgen voor ondernemers en personeel, maar beïnvloeden ook de ervaring van bezoekers. Toeristen die langdurig in de file staan om Egmond aan Zee te bereiken, zullen bij een volgend bezoek mogelijk eerder kiezen voor een andere bestemming.” (tekst gaat verder onder de foto)
De kruising van de Voorstraat met de Prins Hendrikstraat in Egmond aan Zee. (foto: Google)
De gemeente Bergen profileert zich als een gastvrije gemeente die toerisme en recreatie actief wil ondersteunen. Daar past de planning van wegwerkzaamheden in perioden met veel toerisme volgens de Bedrijven InvesteringsZone-leden niet bij. Ze pleiten voor uitstel tot eind september of begin oktober.
Ondernemers zijn ook niet te spreken over de communicatie vanuit de gemeente. De werkzaamheden aan de Voorstraat en de Prins Hendrikstraat werden 3 1/2 week van tevoren in een nieuwsbrief aangekondigd en dat vinden ze laat. Ook vinden ze antwoorden op vragen naar aanleiding van de nieuwsbrief tekort schieten. “Er wordt niet uitgelegd waarom voor deze periode is gekozen. Meer transparantie hierover zou het begrip onder ondernemers kunnen vergroten.”
Daarnaast vinden de ondernemers de opdracht om buiten het gebied van de werkzaamheden plaatsvinden niet werkbaar. De parkeerdruk is sowieso al hoog en volgens de de drie BIZ-leden betalen ondernemers al fors voor parkeervoorzieningen voor gasten. “Daarnaast zal de hinder van machines, afsluitingen en geluidsoverlast onvermijdelijk leiden tot klachten, annuleringen en mogelijk schadeclaims van gasten.”
Tot slot komen Alice Reemst, Bart Valkering en Sandy Dekker nog met twee ‘constructieve voorstellen’. Ze vragen om de planning en uitvoering van werkzaamheden in Egmond aan Zee te overleggen met een klankbordgroep en om met alle BIZzen in de dorpen aan tafel te gaan zitten voor een duidelijke ‘werkzaamhedenkalender’. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Alkmaar werkt mee aan een bijeenkomst van Bagels & Beans in het stadhuis om een nieuwe franchisenemer te vinden voor een nieuwe vestiging in de Alkmaarse binnenstad. De koffieketen organiseert later deze maand een open huis voor geïnteresseerde ondernemers. De betrokkenheid van de gemeente roept vragen op over de grens tussen binnenstadsbeleid en overheidssteun voor een landelijke franchiseformule.
Bagels & Beans wil terugkeren naar Alkmaar in een pand op de hoek van de Langestraat en Houttil. Volgens Laura Boon, manager groei en expansie van de franchiseformule, wordt al ruim een half jaar gezocht naar een geschikte ondernemer voor de locatie.
“Twee keer leek het bijna rond, maar kandidaten haakten uiteindelijk af om persoonlijke redenen,” zegt Boon tegen Streekstad Centraal.
Tot eind 2023 zat Bagels & Beans in de Koorstraat. Volgens Boon sloot die locatie niet langer aan bij het concept van de keten. “Het pand was relatief klein, had weinig daglicht en geen terras. Onze ervaring is dat Bagels & Beans het beste werkt op A-locaties met meer ruimte, meer daglicht, een terras en meer reuring,” aldus Boon.
Toen de franchisenemer na 15 jaar het contract niet wilde verlengen, zegde Bagels en Beans de huur op. Daarna werd gekozen voor een nieuw pand aan de Langestraat/Houttil. Dat pand wordt gehuurd van vastgoedpartij Segesta. (tekst gaat verder onder de foto)
Bagels en Beans zegt op A-locaties met veel reuring en een terras het beste te renderen. (foto: aangeleverd)
Op 20 mei organiseert Bagels & Beans een open huis voor potentiële franchisenemers. De bijeenkomst begint in het Alkmaarse stadhuis. Volgens Boon is het te danken aan de betrokkenheid van de centrummanagers bij de organisatie. Dat zijn binnenstadsregisseur Denise Seidenstiker en centrummanager Karin Kalverboer. De eerste heeft een achtergrond in de retail, de ander in de Alkmaarse horeca.
“De centrummanagers houden zich voor de gemeente bezig met het aantrekkelijk maken van de binnenstad. Zij zien ook dat het ons moeite kost om een franchisenemer te vinden voor deze locatie, en omdat zij een rol hebben om leegstand te bestrijden, is gekeken wat we samen konden doen,” zegt zij.
Tijdens de bijeenkomst geeft het binnenstadsteam van de gemeente uitleg over ontwikkelingen in het centrumgebied. Daarna volgt een bezoek aan het horecapand.
De gemeente bevestigt de betrokkenheid bij de bijeenkomst. In een schriftelijke reactie laat Alkmaar weten dat de samenwerking past binnen het Convenant Binnenstadsmanagement. (tekst gaat verder onder de foto)
De gemeente stelt het stadhuis ter beschikking aan Bagels & Beans voor een open huis om een franchisenemer te vinden voor de locatie Langestraat / Houttil. (foto: Streekstad Centraal)
“De gemeente werkt samen met ondernemers en vastgoedeigenaren om de binnenstad aantrekkelijk te houden en leegstand te voorkomen of te verminderen,” schrijft de gemeente.
Volgens Alkmaar is geen sprake van verhuur van het stadhuis. De gemeente stelt alleen een ruimte beschikbaar voor de ontvangst en verzorgt koffie en thee.
Opvallend is dat het stadhuis normaal gesproken niet beschikbaar is voor het huren van vergader- of feestruimtes door ondernemers of inwoners.
De betrokkenheid van de gemeente bij de zoektocht naar een franchisenemer roept tegelijkertijd vragen op. Gemeenten spelen vaker een actieve rol bij het tegengaan van leegstand en het versterken van winkelgebieden. Toch kan samenwerking met één specifieke commerciële formule gevoelig liggen, zeker wanneer een bijeenkomst plaatsvindt in het stadhuis zelf.
Daarbij speelt ook de vraag of het stadhuis en deze ondersteuning ook beschikbaar zijn voor andere ondernemers, winkelconcepten of vastgoedeigenaren met leegstand in de binnenstad. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar zegt in een convenant te hebben toegezegd om te helpen om leegstand te bestrijden van winkelpanden in de Alkmaarse binnenstad. (foto: Streekstad Centraal)
De Alkmaarse binnenstad kent al een groot aanbod aan koffiezaken, lunchrooms en horecaconcepten. De keuze om juist een bijeenkomst van Bagels & Beans te faciliteren kan daarom de indruk wekken dat de gemeente actiever betrokken is bij deze vestiging dan bij andere commerciële initiatieven, zoals het versterken van de binnenstad met unieke winkelformules die elders niet bestaan.
Volgens de gemeente draait de samenwerking om het voorkomen van leegstand en het aantrekkelijk houden van de binnenstad. “Dat past bij de inzet van de gemeente om leegstand in de binnenstad tegen te gaan.”
Tegelijkertijd gaat het ook om een commerciële zoektocht naar een ondernemer voor een pand van een private verhuurder. Juist daarom is transparantie over de rol van de gemeente van belang, zeggen deskundigen vaker in discussies over binnenstadsbeleid en publiek-private samenwerking.
De vraag hoe ver faciliteren moet gaan en wanneer dit doorschiet, zal daardoor waarschijnlijk vaker terugkomen nu gemeenten steeds intensiever willen samenwerken met ondernemers en vastgoedeigenaren in binnensteden.
De afvalverwerkingsinstallatie van HVC is al geavanceerd, maar de volgende generatie energiecentrales die afval verwerken, dient zich al aan. Op bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar staat een zogeheten ‘energiekwekerij’. Tenminste, zo noemen initiatiefnemers Hans van der Weide (75) van het bedrijf Sustenso en Wiebe Pronker (69) van DOPS hun installatie.
Met gepatenteerde techniek wordt moeilijk recyclebaar afval omgezet in energie en herbruikbare grondstoffen. De kern van die innovatie: afvalstromen verdwijnen in een schacht, en het verhittingsproces dat daar plaatsvindt, levert energie, waardevolle grondstoffen en mineralen op. De techniek willen ze de komende jaren opschalen, maar daarbij horen ook kritische vragen over veiligheid en mogelijke overlast.
De installatie is gepland naast de bestaande biovergister aan de Diamantweg, die het bedrijf Sustenso van Hans van der Weide eerder bouwde. Volgens de initiatiefnemers kan deze nieuwe installatie bijdragen aan het verminderen van afvalstromen én aan het oplossen van netcongestie, doordat lokaal energie wordt opgewekt. (tekst gaat verder onder de foto)
Hans van der Weide met achter zich de moderne biovergister die zijn bedrijf Sustenso heeft gebouwd op bedrijventerrein Boekelermeer. (foto: Streekstad Centraal)
Verhitting zonder zuurstof, daar zit hem de kneep van de nieuwe techniek. Dit proces wordt thermolyse genoemd. Daarbij ontstaat een energierijk gas dat kan worden gebruikt voor de productie van elektriciteit of brandstoffen zoals methanol. Daarnaast blijven waardevolle reststoffen over, zoals metalen en mineralen.
Volgens de initiatiefnemers levert het proces meer energie op dan erin wordt gestopt. “We halen energie én grondstoffen uit afval dat anders wordt verbrand of geëxporteerd,” zegt Pronker.
De installatie moet zelfs de moeilijkste reststromen kunnen verwerken, zoals vervuild textiel, dakleer en onderdelen van afgedankte windmolens. Dit zijn materialen die lastig te recyclen zijn en nu vaak in de verbrandingsoven belanden. (tekst gaat verder onder de foto)
Wiebe Pronker bij de tekeningen van de proefreactor die binnenkort wordt gebouwd op bedrijventerrein Boekelermeer. (foto: Streekstad Centraal)
Achter het plan staan twee ondernemers die al voor hun pensioen hadden kunnen kiezen. Van der Weide was eerder betrokken bij de bouw van de biovergister op Boekelermeer. Pronker werkte onder meer in de luchtvaartindustrie en bij Corus (nu Tata Steel), waar hij zich bezighield met schonere productietechnieken.
Naast energieproductie zien de initiatiefnemers vooral kansen in het terugwinnen van grondstoffen. “In afval zitten vaak waardevolle metalen,” zegt Pronker. “Uit bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen we silicium, koper en zilver terughalen.” (tekst gaat verder onder de foto)
De Energy Greenery Alkmaar kan naast de installaties van Taqa worden gebouwd. (foto: Streekstad Centraal)
Het vaste restproduct dat overblijft na het proces kan volgens hen vaak dienen als grondstof voor de metaalindustrie. Daarmee zou de installatie niet alleen afval verminderen, maar ook bijdragen aan een circulaire economie.
De plannen kwamen recent onder de aandacht nadat de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) kritische kanttekeningen plaatste. De commissie wees onder meer op mogelijke veiligheidsrisico’s en vroeg om nader onderzoek naar onder andere geurhinder.
Omdat het om relatief nieuwe technologie gaat, willen de deskundigen eerst duidelijkheid over de effecten voordat vergunningen worden verleend. (tekst gaat verder onder de foto)
Hans begon zijn carrière ooit in de jaren ’70 als bevlogen schoolmeester in Zaandam, om later de overstap te maken naar automatisering en duurzaamheid in het bedrijfsleven. (foto: Streekstad Centraal)
De initiatiefnemers zeggen de kritiek serieus te nemen. “We zijn juist blij met die feedback”, aldus Pronker. “Die helpt ons om het project beter en veiliger te maken.”
Volgens hen is de kans op stankoverlast beperkt, omdat geurveroorzakende stoffen in het proces worden afgebroken. “Het wordt een fabriek zonder stinkende schoorstenen”, stelt Van der Weide. Ook worden alle materialen opgeslagen in gesloten systemen, zodat er geen verspreiding kan plaatsvinden.
Daarnaast hebben ze contact gezocht met omliggende bedrijven, waaronder energiebedrijf TAQA, om de plannen en veiligheidsmaatregelen toe te lichten. (tekst gaat verder onder de foto)
Op dit perceel moeten straks de installaties staan die afvalstromen op een schone manier omzetten in energie en nieuwe grondstoffen. (foto: Streekstad Centraal)
De komende maanden wordt een pilotinstallatie gebouwd op het terrein naast het InVesta Expertise Centrum. Deze installatie moet aantonen dat de techniek ook op grotere schaal betrouwbaar en schoon werkt.
Als de proef slaagt, volgt verdere opschaling. De initiatiefnemers mikken op een volledige fabriek met meerdere reactoren die rond 2029 operationeel moet zijn. Die installatie zou een deel van het bedrijventerrein kunnen voorzien van lokaal opgewekte energie en brandstof. (tekst gaat verder onder de foto)
Vorige week kwamen diverse stakeholders en investeerders in de nieuwe technologie bijeen in het kerkje van Beets om elkaar beter te leren kennen tijdens een feestelijk moment. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens Van der Weide kan het project een belangrijke rol spelen in de energietransitie. “Als we lokaal afval kunnen omzetten in schone energie, is dat een grote stap,” zegt hij.
Tegelijkertijd is het vergunningstraject nog niet afgerond en zullen de plannen de komende tijd verder worden getoetst. De uitkomsten daarvan bepalen of de energiekwekerij daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.
Als Gerard Swart over Camping De Boekel in Akersloot praat, begint hij niet bij de recente overname van zijn dochter en schoonzoon, maar ruim een eeuw eerder. “In dit gebouw hebben mijn opa en oma nog gewoond,” vertelt hij, terwijl hij een foto van het huis aanwijst waar we in staan. “Het staat er al sinds 1913. Hier zijn heel wat herinneringen gemaakt.”
Sinds februari is de camping officieel in handen van zijn dochter Mary en haar partner Berend Valke. Maar wie denkt dat Gerard het bedrijf volledig heeft losgelaten, heeft het mis. “Ik zeg altijd maar zo: ik heb drie kinderen, mijn twee dochters en de camping. Je laat je kind ook niet zomaar los.” Toch is er wel degelijk iets veranderd. “Formeel zijn wij nu de eigenaren,” zegt Mary. “Maar mijn vader is hier nog zeven dagen in de week te vinden”, zegt ze lachend.
De geschiedenis van De Boekel gaat verder terug dan de camping zelf. Voordat Gerard en zijn vrouw Joke begonnen, was hij boer. “Ik had koeien en was echt een boer,” vertelt hij. “Maar toen kregen we twee dochters en dacht ik: die worden geen boeren. Zo kwam het idee voor een camping.”
Ironisch genoeg liep het anders. Zijn oudste dochter koos uiteindelijk toch voor het boerenleven, samen met haar partner. “Zij gebruiken nu het land achter de camping,” zegt Gerard. “Zo hebben mijn vrouw en ik met het bedrijf onze beide dochters een heel eind op weg geholpen. Daar ben ik echt trots op.” (tekst gaat door onder de foto)
Sinds 1913 is de familie Swart al gevestigd aan de Boekel in Akersloot. Vierde van rechts staat Gerard Swart tussen zijn grootouders. (foto: Camping de Boekel)
Gerard is zich er goed van bewust dat het niet overal zo vanzelf gaat. “Als ik om me heen kijk, zie ik vaak dat een overname helemaal niet lukt,” zegt hij. “Soms is er simpelweg geen opvolger en stopt een bedrijf.” Iets verderop, bij Loonbedrijf R. van Vliet was dat het geval. Dat het bij De Boekel anders loopt, maakt hem des te trotser. “Je kan wel zeggen dat ik het goed getroffen heb.”
Voor Mary was de stap naar het overnemen van de camping een stuk vanzelfsprekender. Ze groeide er letterlijk mee op. Toen ze haar huidige partner leerde kennen, maakte ze meteen duidelijk wat daarbij hoorde. “Ik zei gelijk: de camping krijg je erbij,” vertelt ze. “Gelukkig vond hij dat geen probleem.” Berend knikt. “We kennen elkaar nu zo’n zeven jaar en vanaf het begin help ik hier al mee. Het is echt mijn ding om deze camping te runnen.” (tekst gaat door onder de foto)
Camping De Boekel heeft sinds kort andere eigenaren, maar bezoekers merken daar maar weinig van. (foto: Streekstad Centraal)
De overname verliep geleidelijk. In plaats van een harde knip, is er sprake van een proces waarin oud en nieuw naast elkaar bestaan. “Je leert elke dag zonder dat je het doorhebt,” zegt Gerard. “We hebben dagelijks overleg over keuzes die gemaakt worden. Niet om elkaar te controleren, maar om op één lijn te blijven.”
Dat bevalt alle partijen goed. “Zo pushen we elkaar en halen we het mooiste uit de camping,” vult Berend aan. Voor hem zit de charme van het werk juist in de afwisseling. “Je weet nooit wat de dag brengt. Het ene moment ben je bezig met gasten hun plek laten zien, het andere moment met onderhoud. En als er iets kapot gaat, dan sta ik daar ook.”
Voor wie denkt dat het runnen van een camping vooral vrijheid betekent, hebben Gerard, Mary en Berend een duidelijke boodschap. “Als je niet van hard werken houdt, moet je niet een eigen camping starten,” zegt Gerard lachend. Dat weten de nieuwe eigenaren inmiddels maar al te goed. “Het is geen baan waarbij je om vier of vijf uur de deur achter je dichttrekt en morgen weer verdergaat,” zegt Mary. “Je staat eigenlijk altijd wel een beetje aan.” (tekst loopt door onder de foto)
Berend, Mary, Joke en Gerard zijn erg trots op hoe de camping nu is. (foto: Streekstad Centraal)
Om toch af en toe rustmomenten te creëren, zijn er openingstijden voor de receptie ingevoerd. “Zodat we even kunnen eten of een korte pauze kunnen nemen,” legt Berend uit. “We proberen wel vaste tijden aan te houden,” zegt Mary. “Maar het gebeurt heel vaak dat ik net de aardappelen sta te schillen en dan toch weer ergens nodig ben. Dat hebben we inmiddels maar een beetje losgelaten,” lacht ze.
Ook ’s nachts kan het werk doorgaan. “Als het toiletgebouw om half één ’s nachts verstopt zit, kun je niet denken: dat doe ik morgen wel,” zegt Berend. “Dan moet je er gewoon staan. Maar dat maakt het ook mooi. Je weet nooit honderd procent waar je aan toe bent.”
Juist die onvoorspelbaarheid en verantwoordelijkheid maken het voor Mary en Berend bijzonder om nu zelf aan het roer te staan. “Het is echt prachtig,” zeggen ze. “Om dit samen te mogen doen, als eigenaren, dat is heel speciaal.” (tekst gaat door onder de foto)
De enige vernieuwingen die de nieuwe eigenaren gaan doen, zijn op het gebied van kwaliteit. Zo zijn er nu betere plekken gerealiseerd om het de gasten nog gemakkelijker te maken. (foto: Streekstad Centraal)
Grote veranderingen hoeven bezoekers voorlopig niet te verwachten. En dat is bewust. “Deze camping is uniek omdat het kleinschalig is,” zegt Berend. “Je hebt veel mogelijkheden en gasten zijn altijd tevreden. Dat willen we zo houden.” Mary vult aan: “We willen vooral verbeteren in kwaliteit. Het toiletgebouw hebben we bijvoorbeeld aangepakt. We proberen het stap voor stap steeds een beetje beter te maken.”
Uitbreiden staat nadrukkelijk niet op de planning. “Een camping met 300 plekken of het terrein volbouwen met chalets? Dat gaat hier niet gebeuren,” zegt Berend. “We willen het overzicht houden. We hebben geen personeel en zijn echt een familiebedrijf. We zijn makkelijk te bereiken en dat moet zo blijven.”
Voor Gerard en zijn vrouw betekent de overname ook een nieuwe fase. “In het hoogseizoen gingen we eigenlijk nooit op vakantie,” vertelt hij. “Misschien een weekendje, maar dan zat de camping altijd in je achterhoofd.” Dat begint nu te veranderen. “Over een maand gaan we negen dagen weg,” zegt hij. Mary glimlacht: “Mijn vader twijfelde nog of hij wel moest gaan, maar wij hebben echt gezegd: het wordt tijd.”
Het verschil zit vooral in het gevoel. “Vroeger had ik altijd een soort schuldgevoel als ik weg was,” zegt Gerard. “Nu weet ik dat het goed zit. Dan denk je: we maken dat rondje fietsen gewoon wat groter.” Toch blijft hij betrokken. En dat is precies zoals hij het wil. “Bezig blijven is beter dan rusten,” zegt hij. “Van rusten ga je roesten.”
De kaasmarkt, de grachten, de winkelstraten en de pleinen: daar weet Alkmaar nog altijd veel bezoekers van buiten mee te trekken en die bezoekers laten hun geld rollen. Het toerisme levert Alkmaar vele miljoenen euro’s op, laten onderzoekscijfers die zijn verzameld door Randstadprovincies zien. Het gaat daarbij niet alleen om Duitsers, maar ook om recreatieve bezoekers uit de regio.
Het Koopstromenonderzoek Randstad laat goed zien dat Alkmaar, en dan in het bijzonder de historische binnenstad van Alkmaar, fungeert als regionaal centrum voor winkelend publiek uit wijde omtrek. Samen met de kust is de oude stad ook dé trekker voor toeristen die van verder komen.
“Alkmaar is aantrekkelijk en authentiek en bezoekers weten Alkmaar goed te vinden”, duidt wethouder Robert te Beest. “Het is belangrijk om dat zo te houden”, voegt hij daar nog aan toe. Want door al hun uitgaven houden toeristen voorzieningen in stand die anders niet zouden blijven bestaan. (tekst gaat door onder de foto)
Kaas, tulpen: het zijn ‘unique selling points’ voor de Alkmaarse stadsmarketing (foto: Streekstad Centraal)
Kaaswinkels zullen daar vast bij horen, maar het is breder dan dat. Recreatieve winkels in brede zin zijn een belangrijk onderdeel van het Alkmaarse winkelaanbod. Dat segment levert zo’n 900 banen op in het centrum van Alkmaar, berekent het Koopstromenonderzoek Randstad. Dat onderzoek is een samenwerking van de Randstadprovincies, Ipos I&O, Movares en Sweco.
De horecasector zorgt voor nóg eens ruim duizend banen in de binnenstad. Dat aantal is de afgelopen jaren ook gegroeid. Samen zorgen horeca en detailhandel voor 42 procent van de werkgelegenheid in de binnenstad.
“De cijfers laten zien hoe belangrijk bezoekers zijn voor Alkmaar”, reageert Melanie Goudsblom, directeur-bestuurder van Hart voor Noord-Holland. “Ze dragen bij aan een aantrekkelijke binnenstad waar winkelen, horeca, cultuur en verblijfskwaliteit samenkomen. Dat is precies waar we samen met onze partners op inzetten en sluit aan bij de gezamenlijke koers zoals vastgelegd in het binnenstadsconvenant.” (tekst gaat door onder de foto)
Onder meer met evenementen weet Alkmaarders bezoekers uit de regio en toeristen uit heel de wereld te trekken (foto: Streekstad Centraal)
Ruim een derde van alle horeca-omzet in de gemeente Alkmaar komt van het toerisme. De eigen inwoners van de gemeente zorgen net niet voor de helft van de omzet (44 procent). Dat laat goed zien hoezeer Alkmaarse horeca-ondernemers het moeten hebben van toeristen.
In Noord-Holland zijn er niet geheel verrassend gemeenten met nog hogere getallen. In de kustgemeente Bergen komt maar liefst de helft van de horeca-omzet uit toerisme. In Amsterdam is dat zelfs 62 procent.
Ook bezoekers uit buurgemeenten zijn voor Alkmaar belangrijk, laat het Koopstromenonderzoek zien. De buurgemeente waarmee Alkmaar het nauwst verbonden blijkt is Dijk en Waard. In de gemeente Alkmaar komt 6 procent van de horeca-omzet uit Dijk en Waard. In de Alkmaarse binnenstad is dat zelfs 11 procent.
Eén op de tien horecabezoekers in het Alkmaarse centrum is dus afkomstig uit Dijk en Waard. Van al het geld dat inwoners van deze gemeente aan horecabezoek uitgeven vloeit 11 procent naar buurgemeente Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Overstad, met onder meer de ‘Kringloopboulevard’, trekt vooral bezoekers uit de regio (foto: aangeleverd)
Opmerkelijk is het verschil tussen de Alkmaarse binnenstad, die ook wel op toeristen ingesteld, en Overstad. Daar zitten veel meubelzaken en andere plekken waar shoppers ‘doelgericht’ naartoe komen. Hier komt juist de regiofunctie van Alkmaar naar voren, met de helft van de omzet uit de eigen gemeente en een redelijk gelijkaardige verdeling over de buurgemeenten: 10 procent uit Dijk en Waard, 11 procent uit Bergen, 8 procent uit Heiloo.
De leegstand in Alkmaar neemt af, laten de cijfers zien. In absolute cijfers zijn al die bezoekers goed voor tientallen miljoenen. Het gaat jaarlijks om ruim 80 miljoen euro van ‘toeristisch-recreatieve bezoekers’. Bestedingen bij hotels, restaurants en cafés bedragen jaarlijks bijna 65 miljoen euro. Alkmaar is daarnaast één van de populairste winkelsteden van Nederland.
Voor de binnenstad is wel duidelijk dat er van verdere toeristische groei veel te verwachten valt. Daar zet Alkmaar dan ook op in, vertelt wethouder Te Beest. “We zijn ambitieus. De komende jaren bouwen we verder aan een sterk en herkenbaar toeristisch profiel, met aandacht voor kwaliteit en een prettig verblijfsklimaat. Dit onderzoek bevestigt dat de samenwerking met ondernemers en partners hierbij loont.”
Cafés in Dijk en Waard krijgen tijdens het komende wereldkampioenschap voetbal de mogelijkheid om langer open te blijven. Burgemeester Maarten Poorter heeft besloten dat ze een ontheffing kunnen aanvragen om de openingstijden tijdelijk te verruimen. Dat meldt een woordvoerder van Dijk en Waard aan Streekstad Centraal.
Met het besluit komt het college tegemoet aan signalen vanuit zowel de horeca als de politiek. Eerder stelde het CDA al schriftelijke vragen over de beperkte mogelijkheden om wedstrijden van het Nederlands elftal gezamenlijk te kijken, met name vanwege het tijdsverschil met de Verenigde Staten, Canada en Mexico, waar het WK wordt gehouden.
De regeling geldt uitsluitend voor commerciële horecazaken; para-commerciële instellingen zoals sportkantines vallen buiten de boot. Ondernemers kunnen individueel een ontheffing aanvragen. Als die wordt verleend, geldt deze voor de gehele duur van het toernooi – van de groepsfase tot en met de finale. (tekst gaat verder onder de foto)
Wedstrijden van het Nederlands Elftal zorgen volgens CDA Dijk en Waard voor onderlinge verbinding in wijken en buurten. (foto: NH)
De verruiming is wel begrensd: alleen het binnengedeelte van de horecazaak mag open blijven en niet het terras. Bovendien moeten zaken uiterlijk één uur na de laatste wedstrijd van de dag sluiten.
Burgemeester Maarten Poorter noemt het besluit een manier om ruimte te geven aan de behoefte om samen voetbal te beleven. Volgens hem zorgt gezamenlijk kijken voor ontmoeting en verbinding in de samenleving.
In de groepsfase worden de wedstrijden van het Nederlands elftal grotendeels op gunstige tijden gespeeld. Oranje speelt op zondag 14 juni om 22:00 uur tegen Japan en op zaterdag 20 juni om 19:00 uur tegen Zweden.
Alleen de derde groepswedstrijd, tegen Tunesië op vrijdag 26 juni, begint om 01:00 uur Nederlandse tijd en valt daarmee midden in de nacht.
Dat betekent dat de verruimde openingstijden in de groepsfase beperkt nodig zijn, maar mogelijk wel uitkomst bieden bij die laatste poulewedstrijd. In de knock-outfase, waarin wedstrijden vaker op late tijdstippen worden gepland, kan de regeling belangrijker worden — mits Oranje zich daarvoor plaatst. (tekst gaat verder onder de foto)
Burgemeester Maarten Poorter heeft het mogelijk gemaakt voor de horeca om langer open te blijven tijdens WK-wedstrijden van het Nederlands Elftal deze zomer. (foto: Streekstad Centraal)
CDA-commissielid Marc Hoffmann reageert tevreden op het besluit. Hij had eerder al aandacht gevraagd voor de impact van het tijdsverschil op het gezamenlijk kijken van wedstrijden.
“Een WK brengt mensen bij elkaar. Juist als Oranje ver komt in het toernooi, wil je dat samen kunnen meemaken,” zegt Hoffmann. “Het zou toch zonde zijn als een spannende wedstrijd nog bezig is, maar de horeca halverwege de wedstrijd verplicht de deuren moet sluiten.” Dat risico is er volgens hem vooral in de knock-outfase, als wedstrijden worden verlengd of afgesloten met penalty’s als er geen winnaar uit de strijd komt.
Volgens hem onderstreept het besluit het verbindende karakter van het toernooi. “Samen kijken zorgt voor ontmoeting en saamhorigheid. Dit helpt om dat mogelijk te maken, met oog voor zowel de levendigheid als de leefbaarheid.”
Net als in andere gemeenten wordt ook in Dijk en Waard gezocht naar een balans tussen het faciliteren van gezamenlijke beleving en het beperken van overlast voor omwonenden. Zo worden verleende ontheffingen openbaar gemaakt, zodat direct omwonenden op de hoogte zijn.
Met het besluit lijkt de kans groot dat voetbalfans komende zomer — zeker als Oranje de knock-outfase bereikt — ook ’s nachts samen in het café naar wedstrijden kunnen kijken. (foto: Café De Heerlijkheid Oudkarspel/ aangeleverd)
Langs het Noordhollandsch Kanaal in Koedijk staat korenmolen De Gouden Engel voor een belangrijke verandering. Molenaar Vincent Kraan en zijn vrouw Karlijn nemen dit najaar afscheid van hun werk en zijn op zoek naar een opvolger. Die zoektocht blijkt niet eenvoudig, want het vinden van iemand die zowel de maalderij, bakkerij als winkel wil voortzetten, is lastig. “Er gaan meer molenaars met pensioen dan dat er jonge aanwas is.”
De molen, gebouwd in 2008 en gelegen op een prominente plek aan het kanaal, is al zeventien jaar het levenswerk van het echtpaar. Vincent (66) stopt in november, en daarmee komt ook een einde aan de betrokkenheid van Karlijn (59), die de winkel runt, en haar dochter Judith Breed (35), die als banketbakker werkt. (tekst gaat verder onder de foto)
Molenaar Vincent Kraan is op zoek naar een opvolger van zichzelf en zijn familie die in de winkel werkt. (foto: NH)
“Je wordt ouder en merkt dat je niet het eeuwige leven hebt”, vertelt Vincent aan NH, mediapartner van Streekstad Centraal. Hij zal het vak straks missen. “Het doet wel een beetje pijn, ja. Hier zit toch zeventien jaar van je leven in”, vult Karlijn aan.
De familie hoopt dat een ondernemer het geheel wil overnemen. De molen zelf blijft eigendom van Stichting Johannes Bos en wordt verhuurd. Volgens Karlijn is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker een passende invulling geeft aan de locatie. “Ze zoeken iemand die molengerelateerd werk gaat doen”, legt Karlijn uit. “Dus geen kinderopvang of een hondentrimsalon.” (tekst gaat verder onder de foto)
Korenmolen De Gouden Engel staat sinds 2008 aan de Kanaaldijk in Koedijk. (foto: NH)
De zoektocht naar een geschikte kandidaat verloopt moeizaam. Binnen de molenwereld is er volgens Vincent en Karlijn een tekort aan jonge mensen die het vak willen leren en overnemen. “Je merkt dat daar een groot tekort is aan jonge molenaars. En wij zijn toch wel een vrij specifiek, biologisch bedrijfje en we hebben nog niemand gevonden die zichzelf hier vindt passen.”
Voor Vincent staat één ding vast: het zou zonde zijn als de molen stilvalt. “Het mooiste van een korenmolen is toch als er écht mee gewerkt wordt. En dat gebeurt hier.” (Hoofdfoto: Pepijn de Waard)
Vroeg opstaan en dan een plekje veroveren op de Vrijmarkt om spullen te verkopen. Van leuke artikelen tot ouwe meuk dat de afvalcontainer in gaat als niemand het wil hebben. Het is Koningsdag en traditiegetrouw wisselen dan honderden spullen van hand, ook op en om het Raadhuisplein in Heerhugowaard. Altijd gezellig en dit jaar zit het weer mee.
Al was dat ‘s ochtends vroeg wel anders. Alma en haar drie generaties familie waren er al in en de frisse vroegte bij. “Je wilt niet weten hóé vroeg. Vanochtend om vier uur stonden we hier. We wilden wel een beetje bij elkaar staan omdat we dat gezellig vinden, en ja dan moet je er wat voor over hebben. Ik vond het heel koud, ik heb het heel koud gehad”, zegt Alma met een lach. “Ik had mijn kleedje aan mijn kleinzoon uitgeleend. Nou ja ‘t is niet anders. Maar het was wél leuk, het was direct gezellig.”
Zo’n beetje de eerste koopjesjager kwam rond half zes. “Dat was een man die vertelde dat hij uit Leeuwarden kwam. Dus ik zei: Leeuwarden?? Maar die kwam hier zoeken naar Lego en Duplo en dan moet je er blijkbaar vroeg bij zijn.” (tekst gaat verder onder de foto)
Genoeg dvd’s om de komende weken te kijken, en dat voor 50 cent ‘t stuk. (foto: Streekstad Centraal)
De business loopt best goed bij Alma’s familie. “Mijn zoon Bert verkoopt goed en mijn jongste zoon Thijs ook, die is ook al héél veel kwijt. Bij ons hier gaan de dvd’s en cd’s wel hard en ook creatief materiaal.” Ondertussen zijn een moeder en dochter dvd’s aan het inslaan. Maar goed, ze kosten ook bijna niks. “Ze kosten 50 cent en de cd’s ook.”
Even verderop treffen we Mika en Maddox. Zij hebben een heel ander handeltje. “We maken graffity art, allemaal verschillende dingen”, vertelt Mika. “Ja, met een maan en planeten en dan op een achtergrond die meestal zwart is, en die verkopen we dan”, vult Maddox aan. Trots tonen ze een aantal kunstwerkjes. “Er was ook iemand die wilde graag de naam van zijn dochtertje”, neemt Mika weer over.
Het graffiti-duo wil een kunstwerkje weggeven, maar we bedanken vriendelijk want we kunnen het niet meenemen zonder dat het kreukelt. Ondertussen staat een meisje geduldig te wachten om twee ringen te ruilen voor een werkje. “Ik heb geen geld”, zegt ze bescheiden, terwijl ze haar hand met daarin de ringen uitsteekt. Ze heeft pech, de jongens tonen weinig interesse ondanks dat een van hen een zusje heeft, en ze negeren ons tactisch als we suggereren dat de creatie die wij mochten hebben naar het meisje kan gaan. (tekst gaat verder onder de foto)
Mika en Maddox verkopen grafitti-art. Maddox deed het ooit waar het niet mocht, nu doet hij het legaal. (foto: Streekstad Centraal)
“Ik maak vaak de kleine heeft vaak de grotere”, vertelt Mika verder. “Een kleine kost 4 euro en een grotere 5 euro. Maar als mensen dat te duur vinden dan onderhandelen we een beetje”, zegt weer Maddox. Ze bieden er ook twee voor 7 euro. “Ik denk dat we tot nu toe rond de 70 euro hebben verdiend.”
Best een leuk zakcentje voor hoe lang ze het doen. “Ik doe het nu een maandje, maar daarvoor deed ik ook wel grafitti op straat, crimineel. Maar daar ben ik mee gestopt hoor”, zegt Maddox met een lach. Mika doet het zelfs pas een week. “Een vriend van Maddox had afgezegd omdat zijn vader vandaag jarig is.”
Ook Priscilla en Lars vonden het aan het begin koud, maar ze waren goed voorbereid met kleden en warme koffie. We maken een praatje met hen en hun kinderen Novan en Gindey, terwijl ze even geen klanten hebben. “Het gaat supergoed, we zijn al bijna uitverkocht”, zegt Priscilla tevreden. (tekst gaat verder onder de foto)
Priscilla en Lars met hun kinderen Novan en Gindey kozen onbewust een toplocatie en zijn al bijna door hun spullen heen. (foto: Streekstad Centraal)
Lars vult aan: “We zijn sinds vijf uur hier en toen konden we bijna geen plekje meer vinden, maar we hebben hier onbewust een toplocatie uitgezocht, mooi op het hoekje. Ik denk dat we rond de 30, 40 euro hebben verdiend.” Met zo’n goede verkoop moet het echt vriendenprijsjes gaan dan. “Ja zeker, dat klopt, alles moet de deur uit. Een boekje kost bijvoorbeeld 1 euro, we doen niet moeilijk.”
De kinderen zijn nog aardig fris maar mam en paps hebben al wel wat zwakke momenten gehad na het zo vroeg opstaan, bekennen ze. “Vrijdag moesten we gewoon werken en morgen moet ik gewoon weer aan de bak”, zegt Lars. “Nee Koningsnacht hebben we niet gedaan, die tijd hebben we een beetje gehad.” “Wij moesten om zes uur opstaan”, zegt Novan dan.
We vragen Novan en Gindey of ze moeite hadden met spullen afstaan. Gindey antwoordt direct: “Nee hoor, we willen van alles af! Anders was het de prullenbak ingegaan.” Novan knikt instemmend. “Ja, of anders was het naar de kringloop gegaan”, vult vader Lars aan. Bovendien krijgen de kids alle inkomsten. Gindey heeft er alvast iets van gekocht. Novan nog niet. “Ik wil misschien zo nog even kijken.”
Het is even na negenen. Moeder en zoon lopen met tassen in de richting van het Kennemerpark. Met tóch een beetje de schrik in hun gezicht. Want ja, iedereen is er al. De Alkmaarse vrijmarkt mag dan officieel om 15:00 uur beginnen, de binnenstad is om negen uur al bijna helemaal gevuld.
“Ik kreeg om half zeven bericht van mijn ouders: ze zijn al bezig”, verzucht een verkoopster even verderop, op de brug over de Oudegracht. Zelf woont ze net buiten de binnenstad, maar ze had het geluk dat haar ouders haar plekje een beetje in het oog hielden. “Ik had eigenlijk nog wel wat andere dingen willen doen, maar nu ben ik maar hierheen gegaan.”
Het is wat Streekstad Centraal veel hoort, bij de vroege ronde over de vrijmarkt: omdat andere plekjes al zo vroeg bezet raakten, haastte de rest zich ook – soms met een beetje tegenzin. (tekst gaat door onder de foto)
Gelukkig hadden haar ouders de brug in de gaten, anders was het plekje misschien verloren gegaan (foto: Streekstad Centraal)
“Wij stonden hier om half acht”, vertellen verkopers in de Zilverstraat. “Half acht? Zes uur!”, horen we twee kramen verder. Duidelijk is dat het voor iedereen vroeg opstaan was, op deze zonnige zondag. ‘Prima vrijmarktweer’, verklaren kenners.
De uitgestalde waren trekken ondanks het vroege uur de nodige geïnteresseerden. Al wordt er nog niet heel veel gehandeld, het is vooral ‘kijken, kijken, niet kopen’. (tekst gaat door onder de foto)
De zeiltjes raken gaandeweg gevuld met van alles en nog wat (foto: Streekstad Centraal)
Wat opvalt is dat veel van de schoenen en kledingstukken die uitgestald liggen als nieuw ogen. Online bestellingen die niet meer zijn teruggestuurd – en nu dus op de vrijmarkt eindigen. Maar ook veel oude strips, schoolkaarten met een scheurtje, boeken over paarden en het nodige serviesgoed.
Op strategische plekken staan containers van HVC, waar afval in kan – zo houdt Alkmaar de vrijmarkt netjes. (tekst gaat door onder de foto)
Een container op de Ridderstraatbrug, voor dat wat overblijft… (foto: Streekstad Centraal)
“Zes uur, dan ben je eigenlijk niet goed bij je hoofd.” Aan de jongen die om 9:00 uur het vloerkleed uitrolt is dat vroege gedoe duidelijk niet besteed. “Ik ga ook niet zelf staan hoor, ik maak dit klaar en dan ga ik lekker weer mijn bed in.”
Niet ver naast hem hebben de moeder en zoon die even daarvoor nog met een drafje het Kennermerpark in gingen, hun plekje dan toch gevonden. Met stoepkrijt staan er nog wel meer namen zonder kraampje erbij, blijkt dan. Die komen nog, en voorlopig hebben ze nog plek. “Ja, ach, het zijn kinderen…”
Niet iedereen is even sportief, maar veel vrijmarkters eerbiedigen toch de regel: eens geclaimd, blijft geclaimd. (tekst gaat door onder de foto)
Eliza en Jayden waren er nog niet, maar hun plekje bleef vrij (foto: Streekstad Centraal)
Dat claimen was eerder deze week wel het gesprek van de dag, nadat bleek dat de gemeente handhavend optrad tegen de tentharingen en stukken tape. Die gingen pardoes de container in, niks claimen, het mag niet – weg ermee.
“Ja, daar schrok ik wel van”, bekent een verkoper aan de rand van het Kennemerpark. “Vandaag is het ook eigenlijk pas vanaf 15:00 uur hè. Dus ik twijfelde wel of ik eerder zou gaan, straks slingeren ze je op de bon of zo. Maar toen ik zag dat iedereen ging, ben ik ook maar gegaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Met moeite baant het verkeer zich een weg door de vroege vrijmarkt (foto: Streekstad Centraal)
De stemming is ondanks die eerdere handhavingsactie gemoedelijk. Alleen de fietsers, díé hebben het er maar moeilijk mee, die voetgangers overal. Dat zullen er zondag én maandag alleen nog maar meer worden. Twee dagen feest – daar wil Alkmaar geen minuut van missen.
Aan deze barren was het nog stil, zondagmorgen – maar niet voor lang (foto: Streekstad Centraal)
Plons! “Aaah wat koud!” Met kippenvel, klapperende tanden en veel enthousiasme is zaterdagochtend het zwemseizoen van zwembad Het Baafje officieel geopend. Onder toeziend oog van tientallen bezoekers waagden kinderen, vrijwilligers én aanwezige journalisten zich aan de eerste duik van het jaar. “Je denkt mijn benen vriezen er af, maar later valt de kou gelukkig mee.”
Al vanaf 10.00 uur stromen de eerste bezoekers het terrein op. Het buitenbad ligt er strak bij, het water glinstert in de voorjaarszon – maar schijn bedriegt. Met een temperatuur van zo’n 16 graden is het water “fris, maar niet gevaarlijk”, zoals Eddy Bakker van Holland Sport de aanwezigen geruststelt.
Voordat iemand het water in gaat, spreekt Bakker de menigte toe. Hij benadrukt hoe bijzonder het is dat het zwembad überhaupt nog bestaat. “Baafje leeft,” zegt hij. “We verkopen veel abonnementen en trekken in een paar maanden tijd meer dan 50.000 zwemmers. Dat laat zien hoe belangrijk dit bad is voor Heiloo en de regio.” (tekst gaat door onder de foto)
Om de beurt springen de kinderen van de duikplank af het water in. “Aaah wat is het koud!” (foto: Streekstad Centraal)
Die populariteit is niet vanzelfsprekend. Twee jaar geleden hing het voortbestaan van het zwembad nog aan een zijden draadje. Dankzij een grote groep vrijwilligers en steun uit het dorp blijft Het Baafje open. Sindsdien wordt er hard gewerkt aan een toekomstbestendige exploitatie, met meer activiteiten en een steeds professionelere organisatie.
Tegelijkertijd blijft er een kwetsbaar punt: de verouderde machinekamer uit de jaren ’70. De installatie moet het nog één zomer volhouden, voordat deze – als alles volgens planning verloopt – na dit seizoen wordt vervangen. “De gemeente pakt de machinekamer aan, en wij doen samen met de vrijwilligers de rest,” aldus Bakker. “Er gebeurt hier achter de schermen echt ontzettend veel.” (tekst gaat door onder de video van mediapartner NH over de voorbereidingen voordat het Baafje open kon)
Na de toespraak zijn het eerst de kinderen die het water in mogen. Eén voor één klimmen ze de hoge duikplank op. De reacties laten weinig aan de verbeelding over. “Ik hoef echt niet meer hoor, het was zó koud!”, roept een meisje na haar sprong. Even later staat een jongetje alweer bovenaan, klaar voor nog een duik – alsof de temperatuur hem niets kan schelen.
Daarna verzamelen ook de volwassenen zich langs de rand van het bad. Leden van de stichting, betrokkenen en een dappere verslaggeefster van Streekstad Centraal staan naast elkaar klaar. “Of we een heel baantje gaan trekken? Dat hangt echt van de kou af,” wordt er vooraf nog lachend gezegd. (tekst gaat door onder de foto)
Tijdens de opening nemen al flink wat mensen de eerste duik van het seizoen. Een enkeling stelt die duik toch liever uit: “Als het een paar dagen mooi blijft, dan kom ik zeker terug voor een plons.” (foto: Streekstad Centraal)
Vanaf de tribune klinkt bewondering: “Respect hoor, het vriest ’s nachts af en toe nog. Zo warm kan dat water echt niet zijn.” Na het aftellen springt de groep tegelijk het water in. De eerste seconden zijn intens: naar adem happen, een scherpe kou op de luchtwegen en even zoeken naar controle. Toch zwemt iedereen door.
Aan de overkant klinkt opluchting. “Het valt me nog alles mee! Het is koud, maar te doen – al heb ik wel kippenvel en klapperende tanden.” En waar vooraf nog wordt getwijfeld, zwemt de hele groep uiteindelijk ook weer terug. Eenmaal uit het water maakt de kou snel plaats voor gelach, handdoeken en warme drankjes. “Dat hebben we toch maar even gedaan hé!” (tekst gaat door onder de foto)
Ook Streekstad Centraal (tweede van rechts) moest er aan geloven en trok een baantje in het ijskoude water van zwembad Het Baafje in Heiloo. (foto: aangeleverd)
Volgens Patrick Verduin van Holland Sport zit de kracht van Het Baafje in de brede aantrekkingskracht. “Je kunt hier ’s ochtends vroeg rustig baantjes trekken, maar ook gewoon genieten van de zon,” zegt hij. “We hopen dit jaar weer die 50.000 bezoekers aan te tikken – en het liefst nog meer.”
Om het verblijf aantrekkelijk te maken, wordt het terrein continu verbeterd. Zo zijn er onder andere voetbaldoeltjes geplaatst voor de jeugd. “In Noord-Holland heb je niet veel buitenbaden meer,” zegt Verduin. “Juist daarom is dit zo’n bijzondere plek.”
Op piekdagen komen er zo’n 2.000 bezoekers naar het bad – aantallen die laten zien hoe groot de regionale functie is. Dat Het Baafje meer is dan alleen een plek om te zwemmen, merkt ook Ria Jansen. Zij is al jaren betrokken bij de stichting die het bad draaiende houdt. De verhalen van de mensen met een abonnement blijven soms echt hangen bij haar. “Er zijn drie vrouwen met een abonnement die hier niet eens komen om te zwemmen,” vertelt ze lachend. “Die komen gewoon voor het gras, een kop koffie en de sfeer.” (tekst gaat door onder de foto)
Met de nieuwe voetbaldoelen, de groene omgeving en de horecagelegenheid is Zwembad Het Baafje in Heiloo meer dan alleen een plek waar je kan zwemmen. (foto: Streekstad Centraal)
Vrijwilligers spelen daarin een cruciale rol. Zij onderhouden het groen, voeren onderhoud uit en zorgen ervoor dat het terrein er verzorgd bij ligt. Ook in de horeca is die betrokkenheid voelbaar. Uitbater Marloes Veldheer ziet dagelijks hoeveel het zwembad betekent voor bezoekers. “Het Baafje is voor een grote groep mensen ontzettend belangrijk,” zegt ze. “Dat ik daar onderdeel van mag zijn, maakt me trots.” Zelf slaat ze, net als vele anderen, de openingsduik nog even over: “Ik wacht toch liever tot het wat warmer is.”
Ondanks de zorgen rondom de oude machinekamer is de stemming positief. De investering van de gemeente en de inzet van vrijwilligers zorgen voor vertrouwen in de toekomst. Met een goed bezochte opening, een frisse eerste duik en een terrein dat er klaar voor ligt, lijkt het seizoen veelbelovend te beginnen. Voor nu is één ding duidelijk: het buitenzwemseizoen is begonnen – en Het Baafje bruist als vanouds.