Clowns Juul en Coco waren blij verrast toen ze hun symbolische cheque kregen van de studenten van de opleiding Werkbegeleider Zorgboerderij. Dinsdag waren ze naar Vonk in Alkmaar gekomen om een donatie in ontvangst te nemen, maar het bedrag dat de derdejaars mbo’ers hadden verdiend, dát was nog niet verklapt.
Het heeft allemaal te maken met een schoolopdracht van Vonk Alkmaar. De toekomstige werkbegeleiders volgen in het derde jaar van hun opleiding de module ‘ondernemerschap’. In groepjes moesten ze een bedrijfje opzetten, een product ontwikkelen en dan ook echt verkopen.
Gezamenlijk kozen zij een goed doel om de winst aan te doneren. Dat goede doel was snel gevonden: Corazon Clowns. Dat is een Alkmaarse stichting die clowns een bezoek laat brengen aan verzorgings- en verpleeghuizen en aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. (tekst gaat verder onder de foto)
Juul en Coco van Stichting Corazon Clowns zijn blij met de donatie van de Vonk-studenten. (foto: Vonk)
De klas vormde vier groepjes om een bedrijfje op te zetten. Aan de hand van marktonderzoek, vooral binnen hun eigen kringen, bepaalden ze wat ze gingen ontwikkelen en verkopen. De productie verzorgden ze ook helemaal zelf, of samen met ouderen met dementie, als creatieve activiteit.
Een groepje verzon ‘Boerster’, een boerenvariant van het populaire partyspel Hitster, waarvan er uiteindelijk negen werden verkocht. Een ander groepje kwam met ‘Borrelmaatjes’, houten borrelplanken met accessoires en ingebrande versieringen, en daarvan gingen er negentien weg. Verder werden ‘Bloemlichtjes’ bedacht, kleurig beschilderde bloempotjes met Vergeet-me-nietzaadjes. Hiervan zijn er 22 verkocht. En dan tot slot ‘Groene Bengeltjes’, oftewel macramé plantenhangers met beschilderde gerecyclede potjes, waarvan er 35 van de hand gingen. De totale opbrengst: 590,82 euro.
“We vinden het helemaal geweldig!”, reageerden Juul en Coco. “De studenten zijn al echte ondernemers en met dit geld kunnen we weer een aantal extra bezoeken bij zorginstellingen in Noord-Holland inplannen. Welke zorginstellingen dat worden, mogen de studenten zelf bepalen.” (foto bovenaan: Vonk)
De Coiffure Awards is een prestigieuze wedstrijd voor kapsalons, en de kans is dit jaar groter dan ooit dat er in ieder geval één prijs naar Alkmaar gaat. Salon Bosman sleepte zowaar zeven nominaties in de wacht. Hairunit Alkmaar heeft twee nominaties weten te behalen. Een belangrijke drijfveer is voor alle deelnemers daarbij is iets heel anders doen dan de anderen.
Barry Bosman is erg blij met de nominaties die Salon Bosman heeft behaald. Eén daarvan is in de categorie Heren regio Noord voor zijn eigen reeks kapsels genaamd ‘Immortals’. “Tijdloze sporters, zeg maar. Ik heb sporten in vroeger tijden erbij gepakt. Eentje daarvan is geïnspireerd op wereldrecordhouder polsstokhoogspringen Mondo Duplantis.” Maar dan met een ouderwetse polsstok erbij natuurlijk, geen moderne. “Een ander is afgebeeld als tennisser, een beetje een Björn Borg-type.”
En natuurlijk zijn alle modellen in zwartwit gefotografeerd, voor het gevoel van vervlogen tijden. “Ik vind zwartwit beelden van die oude sporters nog steeds prachtig. Het spreekt me altijd nog steeds aan, vandaar dat de collectie ‘Immortals’ heet. Dat vind ik wel een passende naam.” (tekst gaat verder onder de foto)
Barry Bosman is zelf ook names Salon Bosman genomineerd. Hij durft niet in te schatten wat de kansen zijn dat hij 10 mei een prijs in de wacht sleept. (foto: aangeleverd)
Barry heeft in de finalestrijd opvallend genoeg concurrentie van een van zijn eigen werknemers, John Rodrigues. Zware concurrentie, want John is de titelverdediger. En hij heeft flink uitgepakt. Voor zijn collectie kleedde hij zijn modellen volgens bepaalde beroepen, en liet hij daar de kapsels flink mee contrasteren.
Eruit springt een donker haarmodel in een doktersjas met een bollenkapsel, waarvan een aantal bollen aan vlechtjes zitten en blond zijn geverfd. “Ja dat is een hele aparte creatie. Een controversiële look”, beaamt Barry Bosman. “Ik vind het wel gaaf wat hij heeft verzonnen. Het is ook weer heel iets anders.” (tekst gaat verder onder de foto)
John Rodrigues van Salon Bosman (2e van links) is titelverdediger in de categorie Heren regio Noord. (foto: aangeleverd)
Het nominatiefeest is een beetje een familie-aangelegenheid. “Mijn zus Marleen heeft een nominatie in de categorie Dames regio Noord-Holland en Flevoland en mijn vriendin Amber heeft een nominatie ‘Color Technician’, dat is een landelijke categorie”, vertelt Barry. En dan zijn er nog de Consumer Award – de publieksprijs – waar Julia Boot kans op maakt én de Team Award. “Als je een x-aantal nominaties hebt maak je ook kans op de Team Award. Dat is eigenlijk de mooiste Award.”
Meedoen met zoveel inzendingen, Salon Bosman deed in nog een andere categorie mee ook, is niet goedkoop. “Haha, ja het kost hartstikke veel geld. Ik denk dat al die collecties bij elkaar wel 20.000 euro kostten”, schat Barry. Voor iedere fotoshoot heb je vijf modellen nodig, een fotograaf, een visagist, een studio. En de opbrengst? “Een mooie beker!” (tekst gaat verder onder de foto’s)
Foto’s uit de genomineerde collecties van Barry Bosman en John Rodrigues. (foto’s: Salon Bosman)
De nominaties en prijzen trekken misschien klanten aan, de materiële opbrengst is voor Barry en zijn zus en mede-eigenaar Marleen eigenlijk niet te meten. Het gaat ze vooral om het plezier, de uitdaging en het teamgevoel. “Het is out-of-the-box denken, echt iets creëren wat je niet alle dagen maakt, dat geeft je zoveel energie voor je vak. En je hebt ook gewoon toffe foto’s voor in de zaak. En dan is er het gala, een aantal van de meiden aan het zoeken naar een galajurk.”
Roguenne van der Hoeven, eigenaar van Hairunit Alkmaar, gaat net als Marleen Bosman voor de hoofdprijs in de categorie Dames regio Noord-Holland en Flevoland. Zijn stagiaire Laura Blaauboer is genomineerd in de categorie Young Talent.
“Als zelfstandige is dit mijn vierde of vijfde inzending”, vertelt Roguenne. “Maar bij elkaar heb ik al er al meer, onder verschillende werknemers. Bij elkaar is dit mijn tiende nominatie.” Het heeft hem nog geen prijzen opgeleverd. Tien keer is scheepsrecht? “Dat hoop ik wel, maar de regio Noord-Holland en Flevoland is gewoon lastige, er is héél veel concurrentie.” (tekst gaat verder onder de foto)
Roguenne bij een grote afbeelding van zijn eerdere mooie creaties. (foto: Streekstad Centraal)
Dit jaar was meedoen voor Roguenne een behoorlijke uitdaging. “Vanwege drukte, en ook veranderingen in mijn privéomstandigheden”, wijdt hij uit. “En ik heb een collectie neergezet die vernieuwend is en best wel uit mijn comfortzone. Ik heb geprobeerd om verschillende kleuren en structuren te laten zien en ik denk dat ik voor mezelf daar aardig in geslaagd ben.” En ook Roguenne heeft flink geïnvesteerd. “Ik denk dat ik de tienduizend wel weer aangeraakt heb”, lacht hij.
“Kijk in mijn werk ben ik constant bezig om het haar van mensen mooi te maken en wat ik heel leuk vind – maar dit is net even een stap verder – is dat je voor zo’n Award out of the box kan denken”, motiveert Roguenne zijn deelname. “Je mag dingen gaan proberen die je normaal gesproken niet in de salon zou doen. Het is mij niet om extra klanten te doen, ik wil gewoon een keer die prijs winnen”, zegt hij enthousiast. (tekst gaat verder onder de foto’s)
Enkele foto’s uit de genomineerde reeksen van haarstylisten Roguenne (links) en Laura (rechts). (foto’s: Hairunit Alkmaar)
Maar de Hairunit-eigenaar is vooral trots dat zijn stagiaire Laura genomineerd is. “Ze heeft keihard gewerkt, dat moet ik echt zeggen. En weet je, ik gun het haar met meer dan mezelf! Als Laura young talent wordt, dan ben ik ben ik nog blijer dan voor mezelf.”
De eerste zondag van de lente ademt een weldadige rust in een fraaie, ecologisch aangelegde achtertuin in Egmond aan den Hoef. De tuin ligt tegenover Hoeve Overslot, met daarin Proeverij Egmont en het cultuurpodium van Hans van den Berg. We horen alleen maar het vrolijke gefluit van allerlei vogeltjes.
“Het eerste jaar was het hier een paradijs”, vertellen bewoners Eric en Nicole (gefingeerde namen) met een zekere weemoed. Dat ze hier willen wonen lijkt alleen maar logisch.
Dat het op deze lentezondag (weer) een heerlijk rustige oase is, is te danken aan het feit dat noch Proeverij Egmont, noch het cultuurpodium van Stichting Hafre over een terrasvergunning beschikken. (tekst gaat verder onder de foto)
Dat die vergunning er niet is, komt onder andere door deze twee Hoevers. Maar wie denkt dat de bezwaarmakers daardoor nu zorgeloos van de lentezon genieten, heeft het mis. Na de ontvangende partij van agressie via sociale media te zijn geweest, en enorme frustratie over in hun ogen een haperende ambtenarij en overheidsoptreden, is er nu ook de vrees dat het met de rust binnenkort weer gedaan is.
Beide buren van de Hoeve hebben met stijgende verbazing de informatie over de vergunningenchaos in het Slotkwartier tot zich genomen. Maar daar blijft het niet bij. Wie de regels achter het bestemmingsplan leest, ziet dat deze categorie bestemming – horeca categorie 1 – bedoeld is voor daghoreca zoals lunchrooms en ijssalons. Optredens met livemuziek en besloten feesten zijn bij zulke lichte horeca verboden. (tekst gaat verder onder de foto)
Hoeve Overslot in Egmond aan den Hoef. Op de voorgrond in het vierkant het cultuurpodium op nummer 42a, daarnaast de proeverij op 42. (foto: Streekstad Centraal)
Daarmee zijn dus niet alleen alle biertjes die de vrijwilligers van stichting Hafre tappen een overtreding, maar ook de optredens. Sterker nog, het complete kleinkunstpodium opereert door de bepalingen in het gemeentelijke bestemmingsplan planologisch illegaal. Dat het podium dankzij gedoe met de huisnummers volgens de vergunning thuishoort in de proeverij, is zelfs het minste van het probleem.
Deze vaststelling is de zoveelste klap in het gezicht voor de omwonenden, die tienduizenden euro’s aan advocaatkosten en eigen geluidsmetingen moesten besteden om hun eigen woon- en leefklimaat te beschermen: “Wij moeten ons wél continu strikt binnen de formele, juridische regels van bezwaarschriften en voorlopige voorzieningen manoeuvreren om überhaupt iets voor elkaar te krijgen”, stelt Nicole boos. (tekst gaat verder onder de foto)
Deze week trok de jazzmuziek van saxofonist Frank Stolwijk en trompettist Frank Bakker een serieus publiek. Maar de optredens zijn net zo illegaal als de biertjes. (foto: Streekstad Centraal)
Ze dwongen via de rechter met succes de sluiting van het commerciële proeflokaal af, omdat de rechter vond dat dergelijke zware horeca niet thuishoort op die plek. Bergen gaat er van uit dat nu hersteld te hebben met een nieuwe vergunning, maar voor nieuwe toestemming voor een terras moest de gemeente eerst nog huiswerk doen. Lees: een geluidsonderzoek.
Een deel van de buurtbewoners vindt daarom dat er door de gemeente met twee maten wordt gemeten. Waar de omwonenden een juridische loopgravenoorlog moeten voeren, wordt de horeca geen strobreed in de weg gelegd. “Regels lijken alleen te gelden als het de gemeente uitkomt”, stellen de bezwaarmakers. Hoewel ze wel benadrukken dat ze vooral overlast ervaren van de proeverij, en vrijwel nooit van de paar uurtjes per week dat er optredens zijn in het cultuurpodium. Op verzoek delen ze enkele video’s uit 2025 met Streekstad Centraal. (tekst gaat verder onder de foto)
Het terras van het proeflokaal voordat de rechter hier in augustus een einde aan maakte. (foto: Streekstad Centraal)
Terwijl het muziekpodium volledig in strijd handelt met het bestemmingsplan én de strenge landelijke Alcoholwet – die gemeenten overigens geen speelruimte biedt om de verkoop van alcohol zonder vergunning te gedogen – weigert wethouder Ernest Briët in te grijpen. Hij kiest openlijk voor een gedoogbeleid, zodat de muziek op zondagmiddag gewoon door kan gaan.
In het licht van die ‘slordigheden’ is de frustratie van de omwonenden over een recente brief van de gemeente begrijpelijk. Donderdag wil de gemeente een informatiebijeenkomst houden in dorpshuis Hanswijk in Egmond aan den Hoef. Het doel van de gemeente is om daar alvast in gesprek te gaan over de mogelijkheden om de weg vrij te maken voor een nieuw terras bij de proeverij (en in het verlengde daarvan bij Stichting Hafre). (tekst gaat verder onder de foto)
Hans van den Berg en de vrijwilligers achter de bar zijn de laatste 30 jaar wel gewend geraakt aan gedoogsituaties. (foto: Streekstad Centraal)
Voor Eric en Nicole voelt dit doordrukken als een regelrechte schoffering: “Terwijl de onafhankelijke bezwaarcommissie nog niet eens advies heeft uitgebracht over het lopende conflict, en het fundament in het bestemmingsplan niet deugt.”
Wethouder Ernest Briët ziet zich geconfronteerd met een erfenis van slordig papierwerk. De bestuurder erkent ruiterlijk dat de gemeente de zaken administratief veel preciezer had moeten vastleggen.
De optredens in het vierkant van Hoeve Overslot zijn net zo illegaal als de geschonken biertjes en wijntjes. (foto: Streekstad Centraal)
Omdat de vrijwilligers van Hafre op verzoek van de gemeente al ruim een kwart eeuw actief zijn in de hoeve, weigert Briët hen nu de dupe te laten worden van een ambtelijke uitglijder. “We laten dat in principe gewoon eventjes doorgaan. Wetende dat het in onze overtuiging ook zal gaan lukken om dat vergund te gaan krijgen,” aldus de wethouder, die de situatie zo snel mogelijk wil rechtzetten met een nieuwe vergunning voor nummer 42a. (tekst gaat verder onder de foto)
Proeverij Egmont, de horecazaak die vorig jaar zoveel overlast veroorzaakte voor omwonenden dat die succesvol naar de rechter stapten. (foto: Streekstad Centraal)
De ironie wil echter dat zo’n reparatie van een omgevingsvergunning voor een beschermd rijksmonument een zware, uitgebreide voorbereidingsprocedure vergt die maanden in beslag neemt. Bovendien betekent deze wijziging dat het traject straks weer openligt en andere omwonenden officieel bezwaar kunnen aantekenen tegen de legalisatie van de horeca-activiteit.
Voorman Hans van den Berg van Hafre heeft voor de wethouder een veel simpelere oplossing in gedachten om het bureaucratische doolhof razendsnel te verlaten: “Geef mij gewoon mijn oude huisnummer 42 terug,” stelt hij nuchter vast over de ambtelijke hernummering die het probleem mede veroorzaakte. Dat wil hij deze week voorstellen aan de gemeente. (tekst gaat verder onder de foto)
Ernstige gezichten bij het publiek dat zondagmiddag kwam luisteren naar jazzmuziek. (foto: Streekstad Centraal)
Tot de gemeente die complexe knoop heeft ontward, spelen in de museumhoeve de bandjes onverstoorbaar door en worden de biertjes geschonken. En hoewel zondag de ernstige jazz en de strakke gezichten van het ‘serieuze’ publiek de huidige sfeer op het gemeentehuis wellicht het beste benaderen, is de slepende blues vol tegenspoed van vorige week misschien wel de allerbeste soundtrack voor deze eindeloze bestuurlijke soap. Legaal of niet.
De geplande komst van een grote, innovatieve afvalfabriek op bedrijventerrein de Boekelermeer stuit op kritiek en bezorgdheid. Het plan van Energy Greenery Alkmaar (EGA) klínkt als een duurzame stap: jaarlijks 100.000 ton afval, zoals oud hout en slib, door middel van extreme hitte omzetten in bruikbare elektriciteit en de brandstof methanol.
De fabriek moet volgend jaar worden gebouwd en naar verwachting al in 2029 operationeel zijn. Maar de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) waarschuwt voor de risico’s en dringt aan op meer onderzoek.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) laat weten die adviezen serieus te nemen, buurman TAQA volgt de ontwikkelingen met grote belangstelling en inmiddels loopt milieuclub Stichting Heilloze Weg zich al warm voor een rechtszaak.
Het pijnpunt? De toegepaste techniek. De manier waarop EGA het afval wil omzetten in energie is hartstikke nieuw en innovatief. Het is tot nu toe alleen nog getest met een kleine proefinstallatie op het Energy Innovation Park op bedrijventerrein Boekelermeer.
Hoewel EGA van plan is om eerst te testen met één reactor op ware grootte, willen ze uiteindelijk opschalen naar een enorme fabriek. De commissieleden wijzen op de onzekerheden die bij deze beide stappen komen kijken. (tekst gaat verder onder de foto)
Alle bedrijven op het Energy Innovation Park zijn of worden buren van de belangrijke aardgasinstallaties van TAQA (rechtsboven). (foto: Streekstad Centraal)
Omdat de installatie in feite een ‘proef op grote schaal’ is, waarschuwen de deskundigen voor de risico’s. Ze vinden het nog onvoldoende duidelijk wat de daadwerkelijke uitstoot van giftige stoffen, stikstof en stank zal zijn als de installatie op volle toeren draait.
De commissie mer wil dat EGA berekent wat de maximale (slechtst denkbare) vervuiling is bij het verwerken van verschillende verhoudingen en samenstellingen van het afval. Ook moet EGA nu al verplicht een ‘Plan B’ opstellen met maatregelen voor het geval de fabriek straks toch meer vervuilt dan wordt beloofd.
De deskundigen eisen bovendien dat EGA de uiterste veiligheidsrisico’s zorgvuldig doorrekent. Dit is extra belangrijk omdat het eindproduct, methanol, zeer brandbaar is. Er moet vooraf streng worden onderzocht wat de gevolgen zijn bij een eventuele explosie en of zo’n ramp via een ‘domino-effect’ kan overslaan naar buurbedrijven. Zoals de grote gasinstallaties van buurman TAQA. (tekst gaat verder onder de foto)
Voor de komst van Energy Greenery Alkmaar moet onder meer eerst worden onderzocht wat er gebeurt bij een eventuele explosie en de risico’s voor bijvoorbeeld TAQA. (foto: Streekstad Centraal)
Energiebedrijf TAQA, de directe buurman die in het rapport nadrukkelijk wordt genoemd als mogelijk slachtoffer van zo’n ‘domino-effect’, laat in een reactie weten de komst van de fabriek scherp in de gaten te houden. Een woordvoerder van TAQA benadrukt dat ze afwachten wat de provincie besluit, om daarna te kunnen beoordelen of de methanol-fabriek daadwerkelijk een gevaar of belemmering vormt voor hun eigen bedrijfsvoering.
EGA heeft uiteindelijk een omgevingsvergunning nodig van de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die de aanvraag namens de provincie toetst, laat aan Streekstad Centraal weten dat de adviezen van de Commissie mer zullen worden overgenomen in het definitieve eisenpakket voor het milieuonderzoek.
Het gaat dan om het onderzoek dat EGA moet uitvoeren. Pas nadat de risico’s – waaronder de externe veiligheid – tot in detail zijn onderzocht en aan de wettelijke normen zijn getoetst, kan er sprake zijn van een vergunning. (tekst gaat verder onder de foto)
Alkmaar wil – ook na aandringen – niet zeggen welk perceel naast de Engie biovergister de locatie is die Energy Greenery in optie heeft bij de gemeente voor de fabriek. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Alkmaar, op wiens grondgebied de fabriek gebouwd moet worden en die nu nog eigenaar is van die grond, houdt zich vooralsnog afzijdig. Een woordvoerder wil niet zeggen of de gemeente nou blij is met dit innovatieve bedrijf op de Boekelermeer, en gaat ook niet in op vragen over stank, veiligheid en luchtvervuiling die de fabriek kan veroorzaken.
De gemeente laat alleen weten dat de gemeente geen formele beslissingsbevoegdheid heeft en verwijst naar de provincie. Mocht er een vergunning worden verstrekt, dan zal Alkmaar de grond verkopen aan Energy Greenery. (tekst gaat verder onder de foto)
De commissie mer eist dat het onderzoek van EGA in kaart brengt wat de totale stankoverlast voor de omgeving wordt, samen met de geur van de bestaande ENGIE-vergister. (foto: Streekstad Centraal)
Maar waar het lokale bestuur in vertrouwen afwacht, loopt Stichting Heilloze Weg zich warm. De stichting is in de regio een geduchte speler en won in Heiloo al vijf procedures rond bestemmingsplannen. De stichting volgt de ontwikkelingen rond EGA nauwlettend en stelt dat zware en risicovolle activiteiten – zoals de plannen van EGA – de leefomgeving in de regio ernstig zullen aantasten.
De stichting eist daarom dat het ‘voorzorgsprincipe’ wordt gehanteerd: zolang niet bewezen is dat de fabriek veilig en schoon is, mag er niet gebouwd worden. Zij kondigen aan hierover vragen te stellen aan de gemeente Alkmaar en, indien nodig, de komst van de fabriek via de rechter tegen te houden.
De Milieufederatie Noord-Holland (MNH) was deze week niet in staat om te reageren op vragen over de mogelijke effecten op omliggende natuurgebieden.
De gemeente Alkmaar bevestigt dat er signalen zijn dat de verhuur van nieuwe woningen door woningcorporaties geen vanzelfsprekendheid is. De fractie van BAS had daar al zorgen over geuit. Woningen die zijn gereserveerd voor sociale verhuur, worden niet aangekocht door de corporaties en moeten dus mogelijk op een andere manier worden verhuurd.
Nederland kent een gereguleerde huurmarkt. Een deel van de woningen, ook nieuwbouwwoningen, wordt gereserveerd voor sociale huur. Zo zou er altijd aanbod moeten zijn van betaalbare woningen voor doelgroepen die dure koopwoningen of privéhuur niet op kunnen hoesten. Binnen de campagnes voor de komende verkiezingen is het een veel ingezet topic.
De praktijk is echter al jaren weerbarstig. Er is een tekort aan sociale huurwoningen, de wachtlijsten zijn lang. Tegelijk stijgen de prijzen van de andere woningen hard, waardoor er een gapende kloof is ontstaan op de woningmarkt. Iets wat landelijk speelt, en Alkmaar is er niet van uitgezonderd. (tekst gaat door onder de foto)
Gosse Postma van BAS zette de kwestie op de agenda (foto: Streekstad Centraal)
Alkmaar staat zelfs voor een grote woningbouwopgave. Daarbij geldt dat de gemeente een deel van de woningen voor sociale verhuur blijft reserveren, maar daarnaast bestaat er ook zoiets als ‘sociale koop’. Dat zijn koopwoningen die voor een verhoudingsgewijs laag bedrag in de verkoop gaan. Door een deel van de woningvoorraad toe te wijzen aan deze categorie komt het percentage sociale huur nog wat lager uit.
Het zijn er nu al flink wat minder dan sommige partijen willen, en die nieuwe socialehuurwoningen van Alkmaar komen óók nog eens niet bij de woningcorporaties terecht, signaleerde Gosse Postma van BAS. Die willen er om uiteenlopende redenen niet aan.
Het college erkent dat het probleem voorkomt: “De gemeente heeft bericht ontvangen van één ontwikkelaar dat de drie in Alkmaar actieve corporaties geen sociale-huurwoningen zullen afnemen in zijn project. Maar de gemeente ontvangt ook bredere signalen dat de afname van deze woningen door corporaties onder druk staat.” (tekst gaat door onder de foto)
Woningbouw in Alkmaar (foto: Streekstad Centraal)
De corporaties in de regio kunnen allerlei redenen hebben om van aankoop af te zien. Niet iedere woning voldoet automatisch aan alle eisen. In reactie op vragen van Streekstad Centraal, legt Woonwaard uit dat er ook financiële afwegingen meespelen.
“Het belangrijkste punt voor corporaties is het afschaffen van de vennootschapsbelasting door het rijk”, verklaart de woordvoerder van Woonwaard. “Dat zou onze investeringscapaciteit flink vergroten” – maar het is dus nog niet zo ver. Dat leidt er juist bij projecten door commerciële partijen toe dat corporaties afzien van aankoop. “Dit zijn voor corporaties relatief dure projecten. Daarnaast kan het natuurlijk voorkomen dat het aangeboden product de woningzoekenden van de corporaties niet past.”
Ook Kennemer Wonen benadrukt de financiële kant van het verhaal. Recent heeft deze corporaties woningen afgewezen, bevestigt de woordvoerder. “Reden hiervan was dat het betreffende product onvoldoende aansloot bij onze portefeuillestrategie, en dus de behoefte van woningzoekenden.”
Beide corporaties er wel op dat er voor de komende jaren toch heel wat op de rol staat, de corporaties zitten niet stil. “Vooralsnog geldt nog steeds dat de drie corporaties in Alkmaar tot en met 2030 nog circa 2.500 sociale huurwoningen opleveren. Vanaf 2031 zal de productie naar ongeveer 150 woningen per jaar gaan.” (tekst gaat door onder de foto)
Voorbeeld van een project van Woonwaard in de wijk PEN-dorp (beeld: aangeleverd)
In het nieuwe regeerakkoord is nu een eerste stap gezet naar afschaffing van de VPB. Het kabinet is voornemens de VPB met 20-25% te verlagen vanaf 2031. Het is weliswaar een eerste stap, maar deze stap is helaas onvoldoende om het grote tekort aan investeringscapaciteit te compenseren.
Alkmaar probeert waar nodig wel een bemiddelende rol te spelen. “Voor de gemeente is van belang dat ook in dit project het benodigde aandeel sociale-huur tot stand komt”, legt het college uit. De gemeente is dus in gesprek met de ontwikkelaar.
Maar daarmee is allesbehalve zeker dat de partijen er nog uitkomen. Dan blijven de woningen dus ‘over’, de corporaties kunnen voet bij stuk houden. “De uitkomst zou kunnen zijn dat de sociale-huurwoningen in beheer komen bij een particuliere verhuurder”, erkent het college.
De gemeente zal ook met de verschillende corporaties in gesprek gaan over de kwestie.
Jonge Alkmaarders met twee rechterhanden kunnen aan de slag in Winkelwaard. Daar heeft maatschappelijk projectontwikkelaar Steenvlinder een leegstaand kantoorpand aangekocht. Het is de bedoeling dat daar twintig woningen in worden gerealiseerd.”We geven dit gebouw terug aan jonge bewoners van Alkmaar.”
Dat zegt Marnix Norder, oprichter van Steenvlinder. De projectontwikkelaar is landelijk actief met projecten die een maatschappelijk doel dienen, zoals het creëren van woningen voor doelgroepen die anders nauwelijks aan bod komen op de krappe woningmarkt.
Door zelf te bouwen houden huizenbezitters zelf de regie over hun budget, legt Norder uit. Steenvlinder zorgt wel voor de basis – een voordeur, een meterkast – maar voor de rest is het aan de kopers zelf om er wat van te maken. ‘Zelf de mouwen opstropen’ in de woorden van Norder. Voor geïnteresseerden zal een informatie-avond worden georganiseerd.
De ontwikkelaar gaat ook de buitenkant van het kantoorgebouw opknappen. Het pand uit 1988 valt op door de blauw-witte kleuren in een wijk waar baksteen overheerst. Het is gelegen direct tegenover het winkelcentrum in Winkelwaard.
Langs de kust bij de Hondsbossche Duinen bij Camperduin wordt de komende jaren opnieuw veel zand aangebracht om de veiligheid van het achterland te waarborgen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat hebben daarvoor gezamenlijk tientallen miljoenen euro’s gereserveerd. Met de maatregel willen de organisaties de kustverdediging ook op langere termijn op peil houden.
De Hondsbossche Duinen zijn relatief nieuw. In 2015 werd de voormalige Hondsbossche Zeewering versterkt door een omvangrijk project waarbij een brede strook strand en duinen werd opgespoten. Daarmee moest de kust weer voldoen aan de veiligheidsnormen en ontstond tegelijkertijd een nieuw recreatiegebied langs de Noord-Hollandse kust.
In de praktijk blijkt het gebied echter gevoeliger voor zandverlies dan vooraf werd verwacht. Door de ligging in zee en de samenkomst van verschillende stromingen spoelt het aangebrachte zand sneller weg dan op andere plekken langs de kust. Vooral tijdens storm en hoog water kan het strand in korte tijd flink smaller worden. Daardoor ontstaan steile duinranden en staan strandpaviljoens inmiddels op palen boven het strand. (tekst gaat verder onder de foto)
Strandpaviljoen Prince George heeft bij elke storm weer last van zand dat wegspoelt van het strand. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het hoogheemraadschap was al voorzien dat regelmatig onderhoud met nieuwe zandsuppleties nodig zou zijn, maar de snelheid waarmee het zand verdwijnt blijkt groter dan eerder gedacht. “De dynamiek van de kust is hier sterker dan we hadden ingeschat”, zegt een woordvoerder van het waterschap tegen NH, mediapartner van Streekstad Centraal. “Daardoor raken we sneller door het oorspronkelijke onderhoudsbudget heen.”
Voor de periode tot 2035 ligt nu een nieuw plan klaar. Daarin staat de bescherming tegen overstromingen centraal. De betrokken overheden benadrukken dat hun wettelijke taak vooral gericht is op het waarborgen van de waterveiligheid en het versterken van de zeewering. (tekst gaat verder onder de foto)
Surfclub Hookipa moest eerder al zijn meerdere erkennen in de zee. (foto: NH Media)
Ondernemers op het strand maken zich ondertussen zorgen over de gevolgen van de afkalvende kust. Strandpaviljoenhouders wijzen erop dat bij de aanleg van de duinen werd gesproken over een breed strand dat ook recreatie en horeca ten goede zou komen. Volgens hen is de huidige situatie voor hun bedrijven lastiger dan verwacht.
Tegelijkertijd wijzen Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap op de bredere effecten van het project. Door de vervanging van de harde zeewering door duinen en strand is de kustlijn volgens hen natuurlijker geworden en is er meer ruimte ontstaan voor natuur en recreatie. In het gebied hebben zich inmiddels verschillende planten en vogels gevestigd die kenmerkend zijn voor de Nederlandse kust, waaronder de bontbekplevier.
Nu nog kaal, straks vol met biologisch geteelde bloemen. Boerenfamilie Pepping en de gemeente Bergen zijn een pilot gestart op een stuk grond langs de Egmonderstraatweg. Waar ooit een voetbalclub was bedacht, groeit straks bloemenpracht. “Jullie hadden een hele mooie leus en dat was: geen ballen maar bollen”, zei wethouder Ernst Briët daarover nog tijdens zijn speech.
Maandag werd het twaalf jaar durende onderzoeksproject voor biologische bollenteelt afgetrapt. Er werden al bollen geteeld op de 7,5 hectare grond, maar vanaf nu gebeurt dat op biologische wijze.
“We zijn bij de gemeente bezig met een zoektocht naar het zetten van stappen richting een meer circulaire economie en naar duurzamere landbouw. Ook zoeken we naar hoe de bollenteelt en gezondheid in goede balans blijft. We zien een uitgelezen kans om op deze plek praktijkonderzoek te doen”, houdt Briët de toehoorders voor. (tekst gaat verder onder de foto)
Wethouder Ernst Briët, links met microfoon, vertelt tijdens de aftrap van de pilot over de achtergronden het biologische teeltproject in Egmond. (foto: Streekstad Centraal)
Vader en Zoon Pepping wilden daar wel in meegaan, ze wilden toch al uitbreiden. Maar biologisch telen is niet eenvoudig en voorlopig sowieso een stuk duurder. Gemeente Bergen helpt door de grond in ieder geval drie jaar lang voor iets dan een euro per hectare te verpachten. bodemonderzoeken te betalen en een expert in te schakelen.
Die expert is Anthon Bom. Bom teelt al twintig jaar biologische gewassen in Zeeland en vijf jaar terug startte hij met bollen. Hij heeft dus al veel geleerd. En, vertelt Bom, inmiddels is er een groep telers die onder de naam Biobol kennis met elkaar deelt. “Daar gaan we Jan zeker bij betrekken.” (tekst gaat verder onder de foto)
Jan Pepping (links) wordt bijgestaan door biologische teeltexpert Anthon Bom. (foto: gemeente Bergen / Habro Fotografie)
Jan Pepping is blij met alle steun. “Er komen steeds meer regels voor de teelt. Hopelijk kunnen wij door deze pilot in de toekomst een stap voor zijn op de rest. Biologisch is namelijk echt een andere manier van telen. Het produceren van biologische bollen kost veel meer land en je hebt gewoon meer kans op een misoogst”, zegt hij tegen NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal.
Biologische bollen moeten gecombineerd worden met andere gewassen voor een gezonde bodem, legt de bollenteler uit, er is slechts een beperkt aantal biologische bestrijdingsmiddelen en soms zijn die minder effectief.
Heel belangrijk voor Pepping is dat hij sowieso één grote afnemer heeft. Consumenten lopen niet echt warm voor biologische bollen vanwege de prijs. “Het zijn vooral gemeenten die vragen naar biologische bollen. Ja, Bergen heeft al de toezegging gedaan.” Even later voegt wethouder Ernst Briët toe dat hij andere gemeenten binnen de BUCH misschien ook wel zo ver kan krijgen. (tekst gaat verder onder de foto)
De aftrap van de pilot verplaatst zich van de bollenschuur naar de bollenvelden. Op de voorgrond Peppings grond, voorbij de greppel de gemeentegrond waarop dit gebeurt. (foto: Streekstad Centraal)
Op zijn eigen grond zal Pepping voorlopig nog niet biologisch gaan. Wel heeft hij de afgelopen jaren al grote stappen gezet. “Als je het vergelijkt met dertig jaar geleden, dan gebruiken we al 95 procent minder chemische bestrijdingsmiddelen. Hopelijk kunnen we in de toekomst helemaal zonder.”
Het was eigenlijk precies het weer om even naar de duinen te gaan. Een blik op de zee werpen. Of gewoon een terrasje pakken. Dát doen mensen in deze regio als de zon schijnt, weten ze bij marketingorganisatie Hart van Noord-Holland. Maar maandagmiddag was de échte place-to-be de Cultuurkoepel in Heiloo: “Ons verhaal is er niet alleen voor toeristen.”
De ’toeristische aftrap’ had een gouden randje voor Melanie Goudsblom van Hart van Noord-Holland, want voor het eerst leidde ze dit evenement in goede banen als directeur van haar organisatie. Ze volgde Ger Welbers op en is dus nóg meer dan eerst het gezicht van de city- en regiomarketing van Alkmaar tot Uitgeest.
“Zeker is dit een leuk moment”, bevestigt ze in gesprek met Streekstad Centraal. “Maar het is ook gewoon een mooie middag, met inspirerende sprekers. We hebben een goed verhaal.” (tekst gaat door onder de foto)
Meteen na binnenkomst werd er al ‘genetwerkt’ in de Cultuurkoepel (foto: Streekstad Centraal)
Dat verhaal is het verhaal van een regio met vele tegenstellingen. Natuur naast cultuur. Die mooie oude kaasstad waar altijd reuring is, maar ook idyllische kleine dorpjes. De hoogste duinen van Nederland, náást polders ver onder zeeniveau. In die veelzijdigheid ligt een uitdaging: hoe vatten ondernemers hun regio in één gevoel, één verhaal?
We mogen daarover wel wat minder Noord-Hollands bescheiden zijn, hield de burgemeester van Heiloo, Mascha ten Bruggencate, de verzamelde ondernemers voor. “Deze prachtige plek, de Cultuurkoepel, is het hart van ónze gemeente. Deze plek, die gáát over gastvrijheid. We hebben daar als regio iets te vertellen. Oude verhalen en nieuwe verhalen aan elkaar koppelen, daar gaat het om.”
Daarover had Roel Beems, wethouder van de gemeente Castricum, wel zijn gedachten. “Als je iets hebt met oude kerken, nou, dan kun je je hier uitleven”, begon hij, met architectonische parels als de Cultuurkoepel in gedachten. “Maar als je iets hebt met bier? Mag ik handen zien? We hebben geweldige brouwerijen hier in de regio!” (tekst gaat door onder de foto)
Drommen voor de ingang van de Cultuurkoepel (foto: Streekstad Centraal)
Met die brouwerijen trek je ook de Belgische en Duitse vakantiegangers, weten ze bij Hart van Noord-Holland. Welkome bezoekers, want nét even een beetje meer bourgondisch. Twee warme maaltijden per dag, beamen de ondernemers in de zaal. Lekker natuurlijk. Maar het is ook puur omzet.
Wat de marketingmachine van Hart van Noord-Holland kan betekenen bracht hoofd marketing Mandy Duijvelshoff overtuigend in beeld tijdens haar presentatie van wat er komen gaat: ontmoetingen met Duitse en Vlaamse doelgroepen, een dagje uit met iedereen die in deze regio aan de ‘front desk’ staat, en het verder bekendmaken van het logo en de huisstijl. “We zijn nu een regio met 300.000 inwoners, straks met 350.000 mensen”, blikte ze vooruit.
“Dat zijn állemaal ambassadeurs!” Spreker Olaf Vugts maakte dankbaar gebruik van de cijfers van Mandy Duijvelshoff en nam haar zelfs even mee in de Python, want zijn verhaal draaide om ‘storytelling’. Daar heeft Vugts veel ervaring mee, want hij deed dit lang voor De Efteling. Vandaar natuurlijk ook die Python. “Iedereen herinnert zich nog de eerste keer in de Python. Maar mensen zouden zich ook de eerste keer op het strand van Bergen op die manier moeten herinneren.”(tekst gaat door onder de foto)
Voor Olaf Vugts is storytelling meer dan een kunstje (foto: Streekstad Centraal)
Een goed verhaal is belangrijk, authenticiteit is belangrijk – maar tegelijk is het ook goed om naar nieuwe technieken te kijken, bepleitten Sonny de Leeuw en Wouter de Vries samen met assistent Nova. Kunstmatige intelligentie kán de sector veel brengen, maar dan moeten we dit instrument wel slim inzetten, tonen ze aan.
De toeristische sector kan terugkijken op jaren van groei, met mooie evenementen als 450 Jaar Alkmaars Ontzet en de feestelijkheden romdom het jarige Noordhollandsch Kanaal. Er zijn ook dit jaar weer evenementen om naar uit te kijken, benadrukt directeur Goudsblom tegen met Streekstad Centraal. “Het wielerevenement, daar zijn we heel blij mee. Dat zorgt ook voor aantrekking in de maanden waarin het normaal wat terugloopt hier. En jawel, wij zijn natuurlijk druk bezig om ervoor te zorgen dat televisiekijkers mooie plaatjes te zien krijgen.”
Tegelijk zijn er ook zorgen onder de ondernemers in de toeristische sector. De btw-verhoging voor toeristische overnachtingen zou wel eens invloed kunnen hebben op de boekingen, vrezen zij. “Het klopt dat er wel wat dingen veranderd zijn”, ziet ook Goudsblom. “Ook wij kijken naar de cijfers. Maar het is nu nog te vroeg in het jaar om een effect te zien.” (tekst gaat door onder de foto)
De Cultuurkoepel in Heiloo (foto: Streekstad Centraal(
Een andere uitdaging is de beheersing van drukte. Het ‘Hart van Noord-Holland’ is nog lang geen Amsterdam, maar er zijn wel typische piekmomenten. “Wat wij zien is dat mensen als het mooi weer is erg geneigd zijn om allemaal dezelfde dingen te gaan doen. Het gaat dan al gauw over toerisme, maar onze cijfers laten goed zien dat het vaak de regiobewoners zélf zijn die zulke vaste gewoontes hebben. Allemaal tegelijk naar het bos in Schoorl, bijvoorbeeld. Ja, dan wordt het wel druk.”
Terwijl er méér bossen in de regio zijn, ándere prachtige plekken met water, natuur, uitzichten… “Dat is echt een taak die wij als Hart voor Noord-Holland hebben, vind ik: niet alleen toeristen, maar ook regiobewoners informeren. Ga eens lekker uit eten in Castricum, verken het Alkmaardermeer… Als we ons beter spreiden over deze regio is het niet te druk en genieten we er allemaal van. Het is hier echt mooi.”
De mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Boekelermeer in zuidelijke richting lijkt langzaam maar zeker op de bestuurlijke agenda te belanden. Fractievoorzitter Edith de Jong van Gemeentebelangen Heiloo stelde schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders, nadat een uitbreiding van het bedrijventerrein met tientallen hectares was geopperd. Ze kreeg vorige week antwoord, maar: “Ik ben niet bepaald gerustgesteld.”
Aanleiding voor de vragen waren uitspraken van Friso de Zeeuw, voorzitter van het Economisch Forum boven Amsterdam. “Als er in de regio Alkmaar 70 hectare bedrijventerrein moet bijkomen, dan moet de Boekelermeer worden uitgebreid met 40 hectare in zuidelijke richting.”, zo meldde hij begin dit jaar tijdens Hallo2026!
Omdat het bedrijventerrein inmiddels de Kanaalweg heeft bereikt, zou verdere uitbreiding alleen kunnen plaatsvinden op grondgebied van andere gemeenten. Het college van Heiloo bevestigt in de beantwoording dat uitbreiding dan betrekking zou hebben op grond van Heiloo en mogelijk ook Castricum. Het gebied tussen de weg naar de Noordermolen en het Noordhollandsch Kanaal behoort tot Castricum. Alles ten westen daarvan valt onder Heiloo. (tekst gaat verder onder de foto)
Het Alkmaarse bedrijventerrein Boekelermeer loopt tegen zijn grenzen aan. Het bedrijfsleven kijkt al naar meer grondgebied van Heiloo. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens het college is er op dit moment echter geen sprake van concrete besluitvorming. Dat er op termijn een tekort aan bedrijventerrein in de regio Alkmaar dreigt, is al langer bekend, zo stelt het college, en vastgelegd in de Strategie Werklocaties Regio Alkmaar uit 2022.
Ook wordt het tekort aan uitgeefbare bedrijfsgrond in Alkmaar inmiddels als nijpend omschreven. Dat vanuit Alkmaar naar uitbreiding van Boekelermeer wordt gekeken, noemt het college “niet verrassend”, maar er heeft geen besluitvorming plaatsgevonden.
De provincie Noord-Holland heeft Alkmaar en Heiloo inmiddels uitgenodigd om samen een toekomstvisie voor Boekelermeer op te stellen. Daarbij moet eerst worden gekeken naar intensiever ruimtegebruik op het bestaande terrein. Pas als dat onvoldoende blijkt om aan de toekomstige vraag te voldoen, komt eventuele uitbreiding in beeld. In dat geval worden ook de consequenties onderzocht.
Gronden in Heiloo ten oosten van de A9 maken deel uit van Natuurnetwerk Nederland. (foto: Streekstad Centraal)
Over een mogelijke uitbreiding ten zuiden van de Kanaalweg is het college duidelijk. Hoewel er nog geen keuze is gemaakt voor uitbreiding, acht het college uitbreiding op die locatie “onwenselijk”, mede vanwege de beschermde status van het gebied. De gronden ten zuiden van de Kanaalweg zijn door de provincie aangemerkt als ‘Beschermd landschap’ (voorheen Bijzonder Provinciaal Landschap). Het gebied ten oosten van de A9 maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland.
Het college benadrukt bovendien dat er op dit moment geen plannen zijn om het bedrijventerrein uit te breiden. Wel werkt het aan een reactie op de brief van Gedeputeerde Staten en wordt de gemeenteraad deze week geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Ook wordt voorgesteld om op 21 april een raadsinformatieavond over het onderwerp te houden.
Het Heilooër deel van bedrijventerrein Boekelermeer trekt meer bedrijven dan nu plek kan worden geboden. (foto: Streekstad Centraal)
Gemeentebelangen zegt zich ondanks de beantwoording ernstige zorgen te maken. Volgens fractievoorzitter Edith de Jong is het signaal dat uitbreiding alleen mogelijk is op grondgebied van Heiloo of Castricum reden tot alertheid. “Na de antwoorden van het college ben ik nog niet gerustgesteld,” aldus De Jong.
Zij wijst erop dat het gebied ten zuiden van de Kanaalweg een beschermde status heeft en dat volgens haar duidelijkheid nodig is over de lange termijnvisie van de regio op werklocaties. De noodzaak van uitbreiding van bedrijventerrein Boekelermeer naar het zuiden staat volgens haar niet vast.
Volgens de fractievoorzitter van GBH kan Alkmaar veel meer bedrijven zelf kwijt, als het de andere bedrijventerreinen in Alkmaar aantrekkelijker zou maken en beter zou benutten: “Kijk bijvoorbeeld eens naar de Beverkoog, daar is veel leegstand.”
De discussie over de toekomst van Boekelermeer lijkt daarmee nog niet beslecht. De komende maanden zal blijken hoe de gezamenlijke toekomstvisie van Alkmaar en Heiloo eruit komt te zien en in hoeverre uitbreiding daadwerkelijk aan de orde komt.