Een verzekeringsbedrijf dat ruim twee eeuwen geleden begon in Oudkarspel heeft inmiddels drie miljoen polissen in de boeken. Nh1816 Verzekeringen maakte deze week bekend die grens te hebben bereikt. De mijlpaal onderstreept vooral hoe sterk het bedrijf de afgelopen jaren is gegroeid.
De verzekeraar zit nog altijd aan de Dorpsstraat in Oudkarspel, waar de geschiedenis van het bedrijf in 1816 begon. Cornelis Jansz Eecen begon daar de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij. Eigenaren van onder meer woningen, bedrijven en schuren konden zich bij de onderlinge verzekeren tegen brand. De onderneming ontwikkelde zich uiteindelijk tot het huidige Nh1816 Verzekeringen.
Inmiddels opereert de verzekeraar vanuit Oudkarspel in heel Nederland. Nh1816 verkoopt particuliere schadeverzekeringen niet rechtstreeks aan consumenten, maar werkt daarvoor met lokale financieel adviseurs. (tekst gaat verder onder de video uit 2024)
De groei is vooral de afgelopen jaren hard gegaan. In 2013 werd de miljoenste polis afgesloten. In 2024 stond de teller volgens Nh1816 op ongeveer 2,7 miljoen polissen en ruim 625.000 verzekerden. Inmiddels zijn er drie miljoen polissen en spreekt het bedrijf over bijna 700.000 verzekerden.
Ook financieel is het bedrijf flink groter geworden. De bruto premie-inkomsten kwamen in 2025 uit op 667 miljoen euro. Een jaar eerder was dat nog ongeveer 570 miljoen euro. Het eigen vermogen groeide vorig jaar tot 1 miljard euro. Nh1816 behaalde met het verzekeringsbedrijf een technisch resultaat van 76,4 miljoen euro, tegenover 50 miljoen euro in 2024. (tekst gaat verder onder de foto)
In 2022 werd de eerste paal geslagen voor het nieuwe hoofdkantoor van Nh1816 in Oudkarspel. (foto: Streekstad Centraal)
Dat maakt de ontwikkeling opvallend voor een onderneming die haar hoofdkantoor niet naar een groot financieel centrum verplaatste. Nh1816 onderzocht enkele jaren geleden nog een verhuizing naar Alkmaar, maar besloot in Oudkarspel te blijven. Aan de Dorpsstraat werd vervolgens een nieuw hoofdkantoor gebouwd, vlak bij de plek waar de geschiedenis van het bedrijf begon.
De drie miljoenste polis werd afgesloten door een gezin dat klant is van financieel advieskantoor W&Z! hypotheken verzekeren. Nh1816 zette het gezin vanwege de mijlpaal in het zonnetje met een uitstapje naar het Nederlands Openluchtmuseum en een hotelovernachting. (tekst gaat verder onder de foto)
Nh1816 markeerde het bereiken van de drie miljoenste polis samen met het gezin dat de polis afsloot en het betrokken advieskantoor. (foto: Patrick Ouwerkerk/Nh1816)
Nh1816 is een coöperatieve verzekeraar. Een deel van het bedrijfsresultaat wordt gebruikt voor maatschappelijke activiteiten en goede doelen. Daarvoor werd in 2025 volgens het jaarverslag 1,9 miljoen euro uitgetrokken, waarvan 633.000 euro via de Stichting Goede Doelen Nh1816 naar projecten ging.
Wie in Alkmaar al wat langer meegaat, kent ze waarschijnlijk nog: Mycom, Dixons, Dynabyte, De Block, Flandria, Kijkshop, Van der Gragt, IT’s, Stereocenter en Allwave. Ooit vertrouwde namen voor wie een televisie, radio of ander elektronisch apparaat zocht. Inmiddels zijn ze uit het straatbeeld verdwenen. Zelfs BCC, jarenlang een van de grote spelers, ging in 2023 ten onder. Maar één naam staat er na bijna zestig jaar nog altijd: Radio Bakker aan het Scharlo.
Dat Radio Bakker Alkmaar er nog is, is deze week extra bijzonder. Oprichter Wim Bakker werd dinsdag 80 jaar. Zelf staat hij niet meer achter de toonbank en ook zijn vrouw Marianne heeft afscheid genomen van het dagelijkse werk. De zaak is al enige tijd in handen van de volgende generaties: Werner en Patricia en kleinzoon Rowan. Wim en Marianne zijn gezond en kunnen van een afstandje zien hoe hun kinderen en kleinkinderen het bedrijf dat ze samen vanaf de grond opbouwden gezond houden.
Dat begon op 4 oktober 1968. “Op Dierendag”, weet Marianne nog. Niet in een grote elektronicazaak, maar in een klein winkeltje, twee panden verwijderd van de huidige winkel. “Het was oorspronkelijk een garen- en kantwinkeltje”, herinnert Marianne zich. Het jonge stel kende in Alkmaar nog vrijwel niemand. De voordeur van hun woning was tegelijk de winkeldeur. (tekst gaat verder onder de foto)
Wim en Marianne Bakker namen weer eens een kijkje bij de winkel in Alkmaar die nu wordt voortgezet door hun kinderen Werner en Patricia en kleinkind Rowan. (foto: Streekstad Centraal)
Wim kwam niet helemaal onbeslagen ten ijs. Zijn vader had aan de Kennemerstraatweg in Heiloo al een radio- en televisiezaak, waar Wim werkte voordat hij in militaire dienst ging. Toen hij terugkwam, werkte ook zijn jongere broer inmiddels in het familiebedrijf en werd het er te krap. Wim besloot daarom voor zichzelf te beginnen in Alkmaar. Precies op het goede moment: de kleurentelevisie was bezig aan zijn opmars.
Marianne had aanvankelijk juist weinig met een winkeliersbestaan. Haar ouders hadden een schildersbedrijf en thuis had ze altijd gezegd dat ze nooit met een zakenman wilde trouwen. “En ja, dan word je verliefd”, zegt ze lachend.
Veel uitleg over televisies kreeg ze van Wim aanvankelijk niet. “Hij zei alleen: daar is de knop voor aan en uit.” Terwijl Wim bij klanten antennes plaatste, toestellen afleverde en reparaties uitvoerde, stond Marianne in de winkel. “Ik verkocht eigenlijk alles.” Later deed ze ook de boekhouding, vaak ‘s avonds, naast de opvoeding van hun twee kinderen.
Wim en Marianne kregen naar eigen zeggen vanaf het begin vertrouwen van klanten. Kleurentelevisies waren destijds kostbaar, maar toch kochten klanten ze bij de onbekende nieuwkomers. “Daar waren we heel trots op”, vertelt Marianne.
In de decennia daarna veranderde vrijwel alles in hun branche. De kleurentelevisie werd gemeengoed, stereo-installaties kwamen op, daarna videorecorders, breedbeeldtelevisies, flatscreens en HD. Radio Bakker Alkmaar had zestien jaar lang zelfs een videotheek. Ook verdwenen in rap tempo de zelfstandige elektronicazaken. (tekst gaat verder onder de video uit 2011 over het faillissement van It’s)
Wim schat dat hij in de beginjaren in Alkmaar ongeveer vijftien concurrenten had. “Er zijn er al jarenlang nog maar een paar over. Of althans, die zijn allemaal weg.” Het contrast met nu is groot. Vorig jaar was er weer eens een nieuwkomer in Alkmaar: Coolblue. De van oorsprong online verkoper betrok juist het pand waar BCC na het faillissement was verdwenen. Begin dit jaar vestigde HelloTV zich zelfs pal naast deze concurrent.
De komst illustreert hoe sterk de elektronicamarkt is veranderd: een webwinkel opent een fysieke zaak, terwijl veel traditionele winkelketens uit het straatbeeld zijn verdwenen. Waarom juist Radio Bakker al die veranderingen heeft doorstaan, is moeilijk objectief aan één oorzaak toe te schrijven. Wim en Marianne zoeken de verklaring zelf vooral in een keuze die ze lang geleden maakten: niet koste wat kost de goedkoopste willen zijn, maar inzetten op service en advies.
Marianne herinnert zich dat ze soms wakker lag als een grote concurrent opende en klanten kwamen vertellen dat het daar rijen dik stond, terwijl het bij Radio Bakker stil was. “Maar uiteindelijk kwamen ze toch weer terug.” (tekst gaat verder onder de foto)
Na het faillissement van BCC kwamen er twee elektronicazaken terug in het winkelpand op Overstad: HelloTV en Coolblue. (foto: Streekstad Centraal)
Wim vat zijn manier van ondernemen eenvoudig samen: groeien, maar niet harder dan verantwoord is. “Wat je behappen ken, moet je doen.” Veel werd in eigen beheer gedaan en hij wilde zelf de baas blijven, ook toen inkoopcombinaties en ketens steeds belangrijker werden. “Je moest roeien met de riemen die je had.”
Daarbij hoorde ook service die tegenwoordig bijna ouderwets aandoet. In het gesprek wordt herinnerd aan klanten die op zaterdagavond belden omdat hun televisie het niet meer deed. Als het even kon, ging Wim langs zodat ze die avond toch konden kijken.
De winkel bleef ondertussen een familiebedrijf. Zoon Werner kwam er als zestienjarige werken. Later volgde kleinzoon Rowan, die volgens zijn grootouders vooral veel kennis van witgoed heeft. Ook een tweede kleinzoon koos uiteindelijk voor het bedrijf. De oprichters hebben daarmee iets wat veel van hun vroegere concurrenten niet meer hebben: opvolgers die de naam voortzetten. (tekst gaat verder onder de foto)
Doordat televisies steeds groter worden, hebben elektronicazaken steeds meer ruimte nodig, zoals bijvoorbeeld hier bij de nieuwe vestiging van HelloTV in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Helemaal loslaten blijkt overigens lastig. Wim staat niet meer in de winkel, maar helpt achter de schermen nog weleens met een klus of project. “Ik heb wel mijn eigen tijd”, zegt hij. “Ik sta niet echt in de winkel. Daar ben ik te oud voor.”
Marianne heeft eveneens haar eigen leven buiten de zaak gevonden. Ze past graag op haar achterkleinkind, is betrokken bij de vrienden van Cool kunst en cultuur in Heerhugowaard en wandelt nog altijd graag. Zestien keer liep ze de Nijmeegse Vierdaagse uit. Ook de tuin bij hun huis, iets wat ze vroeger boven de winkel niet hadden, houdt haar bezig.
Voor Wim is de conclusie na 58 jaar elektronica eenvoudig. De apparaten zullen blijven veranderen en het koopgedrag van klanten ook. Een winkel moet daarom blijven meebewegen. Maar hij ziet geen reden waarom Radio Bakker niet verder zou kunnen. “Je moet gewoon meegaan met de handel.” (tekst gaat verder onder de foto)
Wim Bakker viert deze week zijn 80ste verjaardag samen met zijn vrouw Marianne en hun kinderen en kleinkinderen. (foto: Streekstad Centraal)
Misschien is dat wel de rode draad van het bedrijf dat Wim Bakker in 1968 in een voormalig garen- en kantwinkeltje begon. Niet de grootste willen zijn, niet iedere prijsstrijd aangaan, maar veranderen wanneer dat nodig is en vasthouden aan wat volgens de familie niet verandert: goed advies, service en een klant die terugkomt.
Wim zelf hoeft die kar inmiddels niet meer te trekken. Op zijn tachtigste kan hij constateren dat de winkel die hij samen met Marianne begon nog altijd aan het Scharlo staat. Terwijl om hen heen een lange rij bekende namen kwam en ging, bleef er één op de Alkmaarse gevel staan: Radio Bakker. Al valt hem tussen de steeds grotere televisies en wasmachines wel één ding op: “Het wordt wel krap hier.”
Nee, het is geen kringloopwinkel. Je moet er echt niks komen brengen, zeggen René Steenhof en Tineke Missu er maar even bij. Maar een plek om lekker te snuffelen tussen oude spulletjes is het natuurlijk wél en die plek verhuist deze maand van het vertrouwde De Rijp naar een nieuwe plek in Alkmaar. “Kleding? Hebben we. Maar dan wel móóie kleding.”
Verkoopster Tineke kan het helder uitleggen: Steenhof is toch nét even wat anders. En dat heeft alles te maken met het werk van René Steenhof, de naamgever van Boedelzorg Steenhof. Hij wacht niet af tot mensen wat brengen, hij kijkt zelf wat er voor moois tussen oude inboedels zit. Huizen, bedrijven. En soms ook verlaten opslagboxen.
“Dat is een gok hoor”, vertelt de enthousiaste René in gesprek met Streekstad Centraal, als we een kijkje nemen in de nieuwe winkel in Overdie. “Je weet niet wat er in zo’n box zit. Je mag met een zaklamp even naar binnen kijken. Meer niet.” (tekst gaat door onder de foto)
Spulletjes liggen nog onder zeil, maar René en Tineke zijn er klaar voor. Achter hen de pashokjes. (foto: Streekstad Centraal)
Die opbergboxen zijn een avontuurlijk kantje van zijn vak. Mensen huren zo’n box om er spullen in te bewaren, maar het komt nogal eens voor dat de huur na verloop van tijd niet meer wordt betaald, er geen contact meer is, en de eigenaar van de box zegt: nu is het klaar.
“Dan worden die boxen geveild. Omdat je niet weet of er wat van waarde in zit is dat altijd spannend. We doen het wel, maar ik kijk wel hoe ver ik ga met bieden. Boxen zijn bijzaak hoor. Onze hoofdtaak is toch wel inboedels opruimen na een overlijden. Daar bellen mensen ons voor.”
Daar zullen mensen uit de streek zijn naam dan ook in de eerste plaats van kennen. Hij is er om nabestaanden werk uit handen te nemen, dat is de dienst die hij levert. ‘Bel die man maar als ik dood ben’, René weet dan wie er bedoeld wordt. “Het is heel veel mond tot mond reclame.” (tekst gaat door onder de foto)
Uit de geschiedenis van het huishouden: wassen toen het nog echt handwerk was. (foto: Streekstad Centraal)
Nabestaanden hebben hun dierbaarste herinneringen dan meestal al wel opgeruimd, al trof hij ook een keer gevulde urn aan. “Maar die hoefden ze niet te hebben. Het was toch een rotkerel, zei ze aan de telefoon.”
Het zijn de anekdotes die bijblijven. Net als natuurlijk die kleine missers: een kunstwerk dat wél waarde bleek te hebben, maar voor een prikkie in zijn winkel stond. (tekst gaat door onder de foto)
Er is van alles te zien in de loods in Overdie. (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, dat hoor ik dan liever niet, maar ach. De mensen die zoiets meemaken komen wel weer terug als klant, denk ik dan.”
René staat er merkbaar nuchter in. Hij maakt al in het huis zelf een selectie: dingen met echte waarde, dingen die afval zijn, en spulletjes die in zijn winkel op een koper mogen wachten. Zo stalde hij ze uit in een steeds grotere winkel in De Rijp.
Maar: “In De Rijp had ik intussen zó verschrikkelijk veel in opslag staan. Opslag kost alleen maar heel veel geld, dacht ik. Dus ik ben gaan zoeken naar een nóg grotere ruimte.” (tekst gaat door onder de foto)
Het is zeker niet alleen maar kunst en antiek wat de weg naar de winkel vindt. Nog werkende stofzuigers zijn een handeltje op zich. (foto: Streekstad Centraal)
In Alkmaar heeft hij straks ruim duizend vierkante meter tot zijn beschikking. Die meters vond hij op industrieterrein Overdie, in de Herculesstraat. Niet in de bekende Kringloopboulevard dus, maar goed bereikbaar, en daar gaat het om. Ook de vertrouwde klanten uit De Rijp en omgeving moeten hem hier weer kunnen vinden.
“De loop moet er nog wel in komen natuurlijk”, erkent René. “Maar hier om de hoek gaat een andere winkel weg.” Hij doelt op Kringloopcentrum Overdie, waar een Aldi voor in de plaats komt. Ook De Boekentuin zit tegenwoordig om de hoek. (tekst gaat door onder de foto)
Ook aan winkelmandjes is gedacht. (foto: Streekstad Centraal)
Tineke zal het vertrouwde van De Rijp wel een beetje missen. “Daar komen mensen ook echt voor het praatje. Dan kopen ze alleen maar een flesje Dreft. Dat is echt het dorp. Hoe dat hier gaat zijn, dat is afwachten.”
Ook René denkt meteen aan de vaste klanten, die hij natuurlijk wel hoopt terug te zien. Hij haalt nog de typering aan die één van die klanten aan zijn winkel gaf: een museum waar alles te koop is. Zó moet het hier ook worden.
Wat begon als een spontaan idee tijdens een voetbaltrip naar Boedapest, is anderhalf jaar later werkelijkheid geworden. De Alkmaarse vrienden Koen en Sander – niet te verwarren met het bekende radioduo – openen vrijdag de deuren van Victory Sportsbar aan de Houttil. De dag voor de opening wordt er nog hard gewerkt aan de laatste details, maar het grootste werk zit erop. “Morgen hopen we vooral te genieten van een volle bar.”
Het idee ontstond niet tijdens een uitgebreide ondernemerssessie, maar gewoon met een biertje in de hand. “We waren met de hele vriendengroep mee naar AZ in Boedapest en we zaten daar lekker met z’n allen in zo’n typische sportsbar”, vertelt de 25-jarige Sander tegen Streekstad Centraal. “Dat vonden we natuurlijk allemaal erg leuk, maar toen begon het idee eigenlijk al. Een echte sportsbar zoals daar hadden we in Alkmaar niet, dachten we toen. We zijn allebei geboren en getogen Alkmaarders, dus hoe mooi is het dat we dit nu juist hier kunnen waarmaken.”
Ook zijn leeftijdsgenoot Koen kan zich dat moment nog goed herinneren. “Het begon natuurlijk een beetje in een opwelling”, lacht hij. “Maar naarmate de tijd vorderde kreeg het plan steeds meer vorm en werden we ook steeds enthousiaster.” Terug in Nederland bleef het niet bij dromen. Sterker nog: de twee stortten zich volledig op het uitwerken van hun idee.
“We zijn ongeveer een jaar bezig geweest met het maken van een ondernemingsplan”, vertelt Koen. “Dat werd steeds uitgebreider. Op een gegeven moment ging er zoveel tijd en moeite in zitten dat we dachten: ja… nu kunnen we het eigenlijk niet níét doen.” Daarna begon de zoektocht naar een geschikte locatie. “Toen we dit pand aan de Houttil zagen, werden we eigenlijk meteen nóg enthousiaster”, zegt Sander. Maar wie denkt dat het daarna vooral een kwestie was van schilderen en inrichten, heeft het mis. (tekst gaat door onder de foto)
Aan de muren in de bar hangen verschillende attributen. “Echt alle soorten sportwedstrijden kunnen worden uitgezonden.” (foto: Streekstad Centraal)
“Hiervoor zat er een shishalounge in”, neemt Koen weer over. “We dachten: een behangetje hier, een likje verf daar en we kunnen beginnen. Dat bleek toch allemaal wat ingewikkelder. De muren waren bijvoorbeeld helemaal niet goed afgewerkt, dus dat hebben we allemaal zelf moeten oplossen. Verder was er bijvoorbeeld ook geen stroom. Dan is het ineens toch een hoop geregel.”
Sander knikt instemmend. “Het was echt meer werk dan we hadden verwacht. In mei kregen we de sleutel, maar in juni konden we nog niet fulltime aan de slag omdat we allebei nog gewoon een andere baan hadden. Vanaf juli zijn we echt volle bak bezig geweest. Als je ziet hoeveel we in relatief korte tijd hebben gedaan, mogen we best trots zijn.” En als de mannen nu om zich heen kijken, hoeven ze daar niet lang over na te denken. “We zijn echt meer dan tevreden.”
Maar uiteindelijk draait het natuurlijk niet alleen om hoe de zaak eruitziet. Volgens de twee draait Victory Sportsbar vooral om de sfeer. Het moet geen standaard café worden waar alleen op zaterdagavond gefeest wordt. Ze hebben juist een heel ander gevoel voor ogen. “Wij willen er geen uitgaansplek of club van maken”, legt Sander uit. “We willen juist dat huiskamergevoel creëren. Dat mensen lekker binnenlopen om een wedstrijd te kijken, met een biertje en een hapje erbij. Gewoon een gezellige plek waar je samenkomt.” (tekst gaat door onder de foto)
Zelfs kaarthouders zijn in het thema. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens de kersverse horecaondernemers ontbreekt zo’n plek nog in Alkmaar. “Wij zijn van mening dat je hier nog nergens iets hebt zoals wat wij willen neerzetten.” Dat zie je ook terug in het concept. “We hebben zes schermen waarop we eigenlijk alle sportwedstrijden kunnen uitzenden die je maar kunt bedenken”, vertelt Koen. “Dus niet alleen voetbal, maar ook Formule 1, basketbal of andere sporten. Eigenlijk is het voor iedere sportliefhebber wat. Als iemand binnenkomt en een bepaalde wedstrijd wil zien, dan zetten we die met liefde aan.”
Toch kijken de twee vooral uit naar de avonden waarop de hele zaak hetzelfde beleeft. Sander hoeft daar niet lang over na te denken. “Bij wedstrijden van AZ of van Oranje hopen we de hele bar lekker gezellig vol te hebben, zodat we met z’n allen dezelfde wedstrijd volgen. Die eenheid lijkt me zo mooi. Dat echt iedereen met hetzelfde doel hier is en samen hetzelfde beleeft.”
Bij een nieuwe sportsbar hoort volgens Koen en Sander natuurlijk ook een eigen speciaalbier. “We hebben samen met Texels een eigen biertje gebrouwen”, vertelt Sander trots. “Het Victory-biertje. We dachten: als we dan een kroeg openen, dan hoort daar natuurlijk ook een eigen bier bij.” Maar dat bier blijft voorafgaand aan de opening nog netjes in de opslag. Er wordt geposeerd zónder echt te tappen. “Dat is zonde van het bier”, grapt hij. “Alles bewaren we gewoon tot vrijdag.” (tekst gaat door onder de foto)
Koen doet even voor hoe het er tijdens de opening uit moet gaan zien aan de bar, maar (helaas) zonder echt te tappen. (foto: Streekstad Centraal)
Opvallend genoeg hebben de twee niet of nauwelijks horeca-ervaring. “Ik heb ooit een bijbaantje in de horeca gehad”, bekent Sander. “Maar verder eigenlijk niet. Ondernemen vond ik wel altijd interessant, dus toen dit idee kwam wist ik eigenlijk vrij snel dat ik dit wilde.” Koen moet lachen als dezelfde vraag aan hem wordt gesteld. “Horeca? Nee, daar heb ik echt nul ervaring mee. Maar mijn ouders hebben allebei een eigen bedrijf, dus ondernemen is er wel een beetje met de paplepel ingegoten.”
Hun baan opzeggen voor een compleet nieuw avontuur was een flinke stap. “We gaan hier nu echt fulltime voor”, zegt Koen. “Morgen verwachten we dat het behoorlijk druk gaat worden. In de wandelgangen hoor ik van veel mensen dat ze komen kijken, dus ik ben benieuwd hoe druk het uiteindelijk echt wordt.”
De dag voor de opening staat zo’n beetje alles wel op zijn plek. “We zijn eigenlijk bijna klaar”, vertelt Sander. “Het zijn nu alleen nog wat kleine dingen. Even de laatste details en dan morgen genieten van een volle bar. Wie weet past straks wel helemaal niemand meer naar binnen en staat de helft buiten”, lacht hij. Koen wijst ondertussen naar de televisies. “Die moeten we nog even aansluiten. Dat is nog wel even een geklooi, maar verder zijn het inderdaad vooral de laatste kleine dingen.” (tekst gaat door onder de foto)
Vol trots staan Koen en Sander voor hun eigen sportsbar aan de Houttil. “Nu staan de stoelen nog op de tafels, maar morgen staat het hier als het goed is lekker vol.” (foto: Streekstad Centraal)
Voor de opening hoeft niemand zich aan te melden. “Het is gewoon vrije inloop”, zegt Sander. “Twee vrienden van ons staan achter de bar, want als wij dat zelf gaan doen komen we nergens aan toe. Wij willen vooral iedereen welkom heten en een beetje rondlopen. Iedereen is echt van harte welkom.”
Vijf jaar geleden hadden de twee nooit gedacht dat ze nu een eigen sportsbar zouden openen. “Zeker niet”, zegt Sander. “Ik had nooit verwacht dat ik een eigen bar zou beginnen. Dat idee was er eigenlijk helemaal niet. Tot dat moment in Boedapest. Daarna hebben we het samen helemaal uitgewerkt en zijn we er voor de volle honderd procent voor gegaan.”
Koen schiet in de lach. “Ja, ik wist van kleins af aan natuurlijk al dat ik dit wilde doen”, zegt hij sarcastisch. “Nee, zonder dollen: als je me dit vijf jaar geleden had verteld, had ik je echt voor gek verklaard. Maar we staan hier nu toch en dat is wel heel gaaf.”
Vrijdag is het dan eindelijk zover. Na anderhalf jaar plannen, verbouwen en voorbereiden gaan de deuren van Victory Sportsbar voor het eerst open. “We hebben er vooral heel veel zin in”, besluit Sander. “En voor iedereen die vrijdag niet kan: we zijn hier nog lang zat. Kom gewoon een andere keer gezellig langs.”
Nog voordat het gesprek begint, staat de tafel al vol. Schalen met Italiaanse hapjes en een rij flessen uit verschillende delen van Italië. “Dat hoort erbij”, zegt Ivano Martignetti lachend. “Als iemand bij ons thuis komt, zetten we altijd iets op tafel. Zo gaat dat in Italië.”
Het is een klein gebaar, maar het zegt veel over de Italiaanse Alkmaarder. Want net als tijdens het gesprek met Streekstad Centraal draait het ook in zijn nieuwe bedrijf niet alleen om de wijn. Het gaat om gastvrijheid. Om de mensen achter de flessen. En om verhalen die volgens hem net zo belangrijk zijn als wat er uiteindelijk in het glas belandt.
Die liefde voor wijn ontstond niet in Alkmaar, maar honderden kilometers verderop, tussen de wijnranken van zijn opa in Campania, in het zuiden van Italië. “Elke zomervakantie ging ik een maand naar mijn opa. Hij had een wijngaard en ik hielp mee. Dat was altijd mijn favoriete periode van het jaar.” Zelfs nadat zijn opa overleed, bleef die wereld hem trekken.
Toch koos Ivano niet meteen voor een bestaan tussen de wijnflessen. Zijn carrière bracht hem juist de wereld over. Hij werkte jarenlang voor grote internationale luchtvaartmaatschappijen en woonde in verschillende Europese steden. (tekst gaat door onder de foto)
Door zijn opa is Ivano Martignetti helemaal verliefd geworden op de wereld van de wijn. (foto: aangeleverd)
Maar de wijn verdween nooit uit beeld. Naast zijn werk volgde hij opleidingen tot sommelier, behaalde hij een master in wijn- en territoriummarketing en bezocht hij wijnmakers zodra hij daar de kans voor kreeg. Pas onlangs ontdekte hij hoe lang die droom eigenlijk al leefde. “Een paar maanden geleden vond ik een dagboek terug dat ik twintig jaar geleden had geschreven. Daarin stond letterlijk dat ik ooit voor mezelf wilde beginnen en iets met wijn wilde doen.” Hij lacht. “Dat voelde bijna als een teken.”
Toen zijn baan als duurzaamheidsconsultant stopte, stond hij voor een keuze. “Ik kon opnieuw gaan solliciteren, maar ik dacht: waarom probeer ik niet eindelijk iets waar ik écht gelukkig van word?” Zo ontstond drie maanden geleden Vigne Selvagge, Italiaans voor ‘wilde wijnstokken’.
Tijdens het gesprek blijft geen enkele fles lang op tafel staan. Steeds pakt Ivano een andere wijn op. Niet om uit te leggen welke aroma’s erin zitten of hoeveel punten een wijn krijgt, maar om te vertellen wie hem maakte. (tekst gaat door onder de foto)
Het persoonlijke contact met klanten is voor Ivano een belangrijk onderdeel van zijn bedrijf. (foto: Streekstad Centraal)
Een moeder en dochter die samen een wijngaard runnen, ieder met een eigen manier van wijn maken. Een voormalig apotheker die zijn carrière achter zich liet om een bijna verdwenen Siciliaanse druivensoort te redden. Een producent die liever een heel jaar géén wijn maakt dan een fles verkoopt waar hij niet volledig achter staat. “Ik kies mijn producenten niet alleen omdat ik hun wijn lekker vind”, zegt Ivano. “Ik wil hun verhaal kunnen vertellen.”
Hoewel er tegenwoordig ook steeds meer wijn in Nederland wordt gemaakt, kiest Ivano bewust voor Italiaanse wijnen. Hij bezoekt de wijnmakers persoonlijk, loopt met ze door de wijngaarden en bouwt eerst een band met hen op voordat hij besluit hun wijn te importeren. “Je moet de mensen leren kennen. Pas daarna weet je of je echt met elkaar wilt samenwerken.” Juist daarom kiest hij bewust niet voor de grote, bekende Italiaanse wijnhuizen. “Chianti of Barolo kent iedereen al. Ik wil juist de kleinere producenten een podium geven. Mensen die geweldig werk doen, maar die je in Nederland bijna nergens tegenkomt.”
Alle wijnen die Ivano importeert zijn biologisch of biodynamisch geproduceerd en worden met zo min mogelijk ingrepen gemaakt. Hij vergelijkt het graag met eten. “Bij bewerkt voedsel kijk je op het etiket en zie je soms een hele lijst ingrediënten waarvan je niet weet wat het is. Bij veel industriële wijnen is dat eigenlijk niet anders.” (tekst gaat door onder de foto)
Momenteel heeft Ivano maar ruimte voor een paar dozen in zijn gangkast, maar in de toekomst hoopt hij een eigen pand te hebben voor proeverijen en de verkoop van natuurwijnen. (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem bevatten veel supermarktwijnen tientallen toevoegingen. “De wijnen die ik hier heb bestaan uit druiven, wilde gisten en verder zo min mogelijk.” Dat betekent ook dat niet iedere jaargang hetzelfde smaakt. “Dat is juist het mooie. Het ene jaar is anders dan het andere. Misschien heeft het meer geregend of hebben de druiven juist minder zon gehad. De wijn vertelt wat de natuur dat jaar heeft gedaan.”
Hij benadrukt direct dat wijn natuurlijk altijd alcohol blijft. “Je moet het met mate drinken. Maar ik geloof wel dat je de wijn zoveel mogelijk zichzelf moet laten zijn.”
Opvallend genoeg praat Ivano nauwelijks over wijnkennis. Sterker nog: hij vertelt dat hij zich vroeger zelf soms ongemakkelijk voelde wanneer hij een wijnwinkel binnenstapte. “Alsof je alles al moest weten, en alsof ze je niet wilde helpen.” Dat wil hij juist voorkomen. “Ik wil benaderbaar zijn. Iedereen moet vragen kunnen stellen. Ook als je nog helemaal niets van wijn weet.” (tekst gaat door onder de foto)
Vanuit zijn woning in Alkmaar bouwt Ivano zijn wijnimport stap voor stap op (foto: Streekstad Centraal)
Die persoonlijke aanpak zie je ook terug zodra iemand een bestelling plaatst. In Alkmaar bezorgt hij zijn wijnen zoveel mogelijk zelf op de fiets. De flessen gaan in de fietsmand, samen met een kaartje waarop het verhaal van de producent staat. “Als iemand tijd heeft, blijf ik even staan om iets over de wijn te vertellen. En anders leest diegene het later terug.” Voor Ivano is dat misschien wel het belangrijkste verschil met een gewone webshop. “Ik wil niet alleen een pakket afleveren. Ik wil dat mensen weten wie de wijn heeft gemaakt.”
Dat hij zijn bedrijf juist vanuit Alkmaar begon, is geen toeval. Acht jaar geleden verhuisde hij met zijn gezin naar de stad, na jaren in verschillende landen te hebben gewoond. “We werden verliefd op Alkmaar. Het is kleiner dan Amsterdam, maar je hebt hier alles. Voor een gezin is het een heerlijke plek.” Hij hoopt dan ook dat zijn bedrijf juist hier kan groeien.
Dat hij voorlopig klein begint, betekent niet dat hij klein denkt. Sterker nog: Ivano staat te popelen om zijn assortiment uit te breiden. Inmiddels heeft hij contact met wijnmakers uit bijna alle twintig Italiaanse regio’s. Regelmatig krijgt hij berichten met de vraag wanneer ook hun wijnen naar Nederland komen. “Ik zou het liefst morgen al meer producenten toevoegen”, zegt hij lachend. “Maar ik moet geduld hebben.” (tekst gaat door onder de foto)
Bij elke wijn kan Ivano een mooi persoonlijk verhaal vertellen. “Zo leren mensen een nieuwe wijn, maar ook de makers kennen. Dat vind ik heel belangrijk.” (foto: Streekstad Centraal)
Op dit moment importeert hij wijn van vijf producenten. Niet omdat hij niet meer zou willen, maar omdat hij simpelweg de ruimte niet heeft. De dozen staan nog thuis opgeslagen en zonder eigen opslag kan hij alleen kleine hoeveelheden inkopen. “Ik weet eigenlijk al welke wijnen ik straks wil importeren. Nu moet ik eerst zorgen dat het bedrijf stap voor stap groeit.”
Dat geduld is soms lastig. Drie maanden geleden was er zelfs nog helemaal niets. Ivano richtte zelf het bedrijf op, bouwde de website, leerde hoe import werkt, bezocht wijnbeurzen in Italië, zocht producenten en begon restaurants te benaderen. “Ik heb eigenlijk alles vanaf nul opgebouwd.” Zijn droom is geen luxe wijnzaak met glanzende vitrines en ingewikkelde wijntermen. Juist niet. “Ik wil me niet voordoen als iemand die ik niet ben.”
Ooit hoopt hij in Alkmaar een plek te openen waar mensen binnenlopen voor een goed glas wijn, iets te eten en een verhaal. Geen chique uitstraling, maar een ontspannen sfeer waar nieuwsgierigheid belangrijker is dan wijnkennis. Een plek waar je vragen mag stellen, waar wijnmakers een gezicht krijgen en waar een fles meer is dan alleen een etiket. Want uiteindelijk, zegt Ivano, is dat precies wat hij al die jaren heeft willen delen. “Niet alleen de wijn, maar alles wat erachter zit.”
Voor veel mensen begint de vakantie niet pas op de camping of in het vliegtuig, maar al in de boekwinkel. Daar vinden ze een thriller voor aan het zwembad, een roman voor op de camping of een puzzelboekje voor onderweg. Boekwinkels in de regio merken dat de zomervakantie ieder jaar weer voor extra drukte zorgt. “Gewoon heel gezellig.”
“Wij merken zeker dat we in deze periode veel meer verkopen”, vertelt medewerker Parcival van Stumpel in Heerhugowaard. “Dat is heel divers, van puzzelboekjes tot echt stapels boeken. Mensen kopen niet één ding, maar nemen meerdere boeken mee. Of een boek én een puzzelboekje. Noem maar op.”
Dat beeld herkent Janine van Boekhandel Thomas in Bergen. “Het is deze periode altijd ontzettend gezellig in de winkel. Normaal is het al leuk, maar door de vakantie zijn mensen extra goed gehumeurd en enthousiast om boeken te kopen. Want zeg nou zelf, hoe lekker is het om iets te kopen waarvan je weet dat je het straks op vakantie gaat gebruiken?” (tekst gaat door onder de foto)
Janine vindt de extra drukte rond de vakantieperiode alleen maar heel erg gezellig. Daarnaast raadt ze graag haar eigen favoriete boek aan. (foto: Streekstad Centraal)
Ook in Alkmaar zien ze die vakantiesfeer terug, al ziet die er nét iets anders uit. Bij Never Ending Bookstore aan de Houttil lopen vooral jongeren naar binnen, op zoek naar de nieuwste Engelstalige bestseller die via BookTok, het populaire boekendeel van TikTok, viral ging. “Bij onze andere winkel, Van der Meulen’s Boekhandel, merk je de vakantie heel duidelijk”, vertelt medewerker Roos.
“Dan komen er soms hele gezinnen binnen die allemaal boeken voor de vakantie uitzoeken. Laatst zei een moeder tegen haar kinderen: ‘Zoek maar lekker wat uit.’ Dat zie je buiten de vakantie veel minder. Hier bij Never Ending is dat anders. Wij verkopen natuurlijk Engelstalige boeken, dus gezinnen zien we minder. Het zijn vooral groepen jongeren die onder andere door BookTok weer aan het lezen zijn geslagen. Dat vind ik juist ontzettend leuk om te zien.”
Wat vooral opvalt, is dat mensen meer meenemen dan normaal. “In Heerhugowaard hebben we niet heel veel toeristen”, vertelt Parcival. “Het zijn vooral mensen uit de buurt die de laatste inkopen doen voordat ze vertrekken. Dan lopen ze hier langs en komen ze even later met prachtige boeken weer naar buiten. Dat vind ik zelf echt leuk om te zien.” (tekst gaat door onder de foto)
In de vakantieperiode zijn naast de leesboeken ook de puzzelboekjes erg populair. “Voor lekker op het strand.” (foto: Streekstad Centraal)
Volgens hem weten veel klanten ook precies waarvoor ze komen. “We hebben de boeken per genre gesorteerd, dus de meeste mensen weten hun weg wel te vinden. Heel af en toe helpen we iemand zoeken, maar vaak komen ze echt met een doel: lekker leesvoer vinden voor op vakantie.”
Welke boeken uiteindelijk mee de koffer in gaan, verschilt natuurlijk per lezer. Toch zien de boekverkopers duidelijke overeenkomsten. Bij Boekhandel Thomas liggen de zomertips daarom prominent op een speciale tafel. “Mijn favoriete zomerboek is Contrapposto van Dave Eggers, maar eigenlijk doen alle boeken op die tafel het goed”, vertelt Janine. “Mensen kiezen tijdens de vakantie toch vaker voor wat luchtigere onderwerpen. Hele zware boeken, daar zit eigenlijk niemand op te wachten als ze lekker aan het ontspannen zijn.”
Een verrassende zomerhit blijkt niet eens een boek te zijn. Zowel in Heerhugowaard als in Bergen blijken de populaire Murdoku-puzzelboekjes, een combinatie van sudoku’s en moordmysteries, nauwelijks aan te slepen. “Ze waren hier echt binnen een mum van tijd uitverkocht”, vertelt Parcival. “Mensen blijven vragen of we nog een exemplaar hebben, maar we moeten wachten op een nieuwe druk.” (tekst gaat door onder de foto)
De Murdoku-boekjes zijn niet aan te slepen. Bij de Stumpel in Heerhugowaard kunnen ze nog één slimme klant blij maken. “Online besteld.” (foto: Streekstad Centraal)
Ook Janine ziet dezelfde ontwikkeling. “Niet alleen de Murdoku’s, maar ook de kleurboeken zijn ontzettend populair. Mensen komen niet alleen voor boeken, maar voor allerlei vermaak. Ze willen gewoon wat minder op hun telefoon zitten en zoeken iets leuks om zich mee bezig te houden.”
Dat mensen juist tijdens hun vakantie meer tijd maken voor een boek, zien alle drie de boekwinkels. Maar in Alkmaar valt nog iets anders op. Never Ending Bookstore verkoopt vrijwel uitsluitend Engelstalige boeken. De winkel trekt daardoor een heel ander publiek dan een traditionele boekhandel. “Het zijn vaak jonge meiden, soms ook jongens, maar eigenlijk vooral jongeren”, vertelt Olga.
Volgens Roos speelt BookTok daarin een enorme rol. Niet alleen voor de klanten, maar ook voor haarzelf. “Ik ben zelf ook helemaal fan van BookTok”, vertelt ze lachend. “Ik regel de inkoop van de boeken en het komt heel vaak voor dat ik op TikTok een boek zie waarvan ik zo enthousiast word dat ik besluit het in te kopen.” (tekst gaat door onder de foto)
Roos en Olga zijn erg trots op het ‘zusje’ van de boekwinkel aan de Langestraat in Alkmaar. (foto: Streekstad Centraal)
Ze merkt dat jongeren steeds vaker de boekwinkel binnenlopen met een titel die ze online hebben gezien. “Als ik klanten ergens over hoor praten, help ik ze graag met een boek dat daarbij past. Je hoort ook steeds vaker dat vriendinnengroepen allemaal hetzelfde boek lezen en het daarna samen bespreken, als een soort boekenclub. Dat moedig ik alleen maar aan.”
Never Ending Bookstore is het Engelstalige ‘zusje’ van Van der Meulen’s Boekhandel aan de Langestraat. Beide winkels zijn al generaties lang in handen van dezelfde familie. “De gewone boekhandel begon ooit bij de familie Van der Meulen, daarna werd die van onze opa en oma, vervolgens van onze ouders en nu zijn mijn neef Arjan en ik eigenaar van beide winkels”, vertelt Olga. “Maar deze winkel is echt helemaal van ons. Daar ben ik ontzettend trots op.”
Vrijwel alle boeken in de winkel zijn Engelstalig. Alleen een klein hoekje met Duitse boeken is bedoeld voor “toeristen die tijdens de kaasmarkt nog een nieuw boek zoeken.” Die keuze zorgt volgens Olga voor een heel eigen sfeer én een ander publiek dan in de traditionele boekhandel. (tekst gaat door onder de foto)
Aan de Houttil in Alkmaar zit sinds een jaar de Neverending Bookstore. Klanten kunnen daar terecht voor al hun Engelse leesvoer. (foto: Streekstad Centraal)
Ondanks de opmars van de e-reader blijft het papieren boek volgens de boekverkopers onverminderd geliefd. “Een echt boek blijft voor veel mensen toch het fijnst lezen”, zegt Parcival. “Een e-reader is handig, maar ik hoor vaak dat mensen de charme van een echt boek missen.”
Janine sluit zich daarbij aan. “Ik vind dat een e-reader en een fysiek boek prima naast elkaar kunnen bestaan. Voor een verre reis is een e-reader makkelijker dan tien boeken meenemen. Maar een echt boek waarin je kunt bladeren, blijft voor mij een heel andere ervaring. Dat is lezen zoals het hoort.”
En of dat nu een spannende thriller, een BookTok-hit of een puzzelboekje is: voor veel vakantiegangers begint de vakantie nog altijd met een bezoek aan de boekwinkel.
Azië. Onder die naam zullen de meeste Alkmaarders het nog wel kennen, het grote hoekpand aan de Laat en de Boterstraat. Het Chinese restaurant was vele jaren een begrip in Alkmaar, maar is inmiddels vooral bekend om de langdurige leegstand. Navraag leert dat er wel wat te gebeuren staat, maar de planning blijft onzeker.
“Daar kan ik je niet mee helpen”, krijgen we meermaals te horen als we op de Laat vragen naar de vorderingen met de verbouwingen. Voorbijgangers, buren, ondernemers: iedereen tast in het duister. En iedereen vindt het zonde, dat ook. Al sinds 2018 is het hier stil.
Het pand is van ondernemer Teunis Poorter, die meerdere panden bezit en die Azië zou herontwikkelen. In het voorjaar van 2025 lag dat stil omdat de benodigde vergunningen niet zouden zijn aangevraagd. Maar dat probleem is er nu niet meer, blijkt als Streekstad Centraal navraag doet bij de gemeente Alkmaar. (tekst gaat door onder de foto)
Een blik naar binnen in het vroegere restaurant. (foto: Streekstad Centraal)
“Ja, de vergunningen zijn aangevraagd en ja, de vergunningen zijn verleend”, zegt de woordvoerder van de gemeente. “Er wordt uitvoering gegeven aan de vergunningen. Bij de gemeente Alkmaar is geen planning bekend.”
En daarmee houdt het ook weer op, want zolang er geen planning is, valt er ook geen verandering te verwachten. We vragen het daarom aan eigenaar Teunis Poorter zelf. “Ik heb nu een goede verstandhouding met de gemeente en wil dat graag zo houden”, zegt hij. Hij wil dus liever niet te veel zeggen.
“Nee, de planning kan ik u niet geven”, zegt ook Poorter. “De mensen die daarover gaan zijn nu met vakantie, het is bouwvak. Het is ontzettend vertraagd ja. Dat is onvoordelig voor de poen.” Poorter verwijst naar schaarste in de bouw, het is moeilijk om mensen te vinden voor een klus, dat maakt dat het allemaal langer duurt.
Wat er nu dan gaat gebeuren, willen we weten, maar dat kan ook Poorter ons dus niet zeggen. (tekst gaat door onder de foto)
Het vervallen pand trekt wel bekijks, maar niet op de goede manier. (foto: Streekstad Centraal)
Voor een tweetal Duitse toeristen is het gebouw aan de Laat onderdeel van hun stadswandeling door Alkmaar. “We komen hier vaak, in deze regio, en we lopen er dan iedere keer langs, om te kijken of er al iets loopt. Maar zo ziet het er dus niet uit. Weet u meer?”
Nee dus, en dat geldt ook voor de directe overburen van fietsenstalling De Afstap. “Nou, je moet het mij ook eigenlijk niet vragen, ik werk normaal in Den Haag”, reageert de bewaker. “Ik kan je zeggen: ik ben wel erger gewend, in Den Haag.”
De tijdelijke overbuurman benadrukt juist dat hij Alkmaar zo mooi vindt en de mensen zo vriendelijk. Maar nee, een echt visitekaartje is dit toch ook weer niet, aan de zo fraai opgeknapte Laat. (tekst gaat door onder de foto)
De Laat zelf is mooi ingericht, waardoor de staat van dat ene gebouw nog meer opvalt. (foto; Streekstad Centraal)
Voorbijgangers en buren fantaseren over wat er met het grote gebouw mogelijk is. Een hotel, een café, een brouwerij. “Of een mooie, echt Spaanse tapasbar”, zegt Yvette van pizzarestaurant Thup’s, er schuin tegenover. “Dat past ook bij de architectuur van het gebouw. Heel bijzonder, het is heel anders dan de rest van Alkmaar.”
Ook zij ziet als overbuurvrouw dat het al lang stil is in het vroegere restaurant. Er is brand geweest, weet ze, misschien maakt dat het allemaal lastiger. Maar dan nog duurt het érg lang voor er wat gebeurt.
“Ik heb het inmiddels voor mezelf afgesloten, ik probeer het op te lossen met omdenken”, zegt ze. “Het is ook een rauw randje in onze stad. Mensen plakken er kunst op. Zo ontstaat er toch iets speciaals, een klein kunstwerkje midden in de stad. Dat missen we wel eens in Alkmaar.”
De gemeente mag er dan vragen over hebben, de mysterieuze wegverbinding op bedrijventerrein Boekelermeer zorgt voor blije gezichten onder ondernemers. Waar Heiloo de illegale aanleg via een juridische procedure wil aanpakken, zien veel bedrijven de nieuwe route juist als de oplossing voor een probleem dat al jaren speelt.
De verbinding maakt het mogelijk om rechtstreeks tussen het Alkmaarse en Heilooër deel van bedrijventerrein Boekelermeer te rijden. Jarenlang ontbrak op de Middenweg een stukje van ongeveer vijftig meter, waardoor ondernemers en leveranciers telkens een flinke omweg moesten maken.
Dat zorgde al langer voor frustratie. Volgens Rob van der Wal van Ondernemend Heiloo werd er eerder al geprobeerd de afgesloten route toegankelijker te maken. “Later heeft iemand ook nog weleens wat grind van een shovel laten vallen om de weg wat comfortabeler te maken”, vertelt hij met een knipoog aan NH Nieuws, mediapartner van Streekstad Centraal. “Nu heeft iemand het dichtgelegd en diegene zou ik willen bedanken.” (tekst gaat door onder de foto)
Rob van der Wal is net als veel andere ondernemers erg blij met de aangelegde weg. (foto: NH Nieuws)
Sinds kort ligt er een nette bouwweg van betonplaten. Wie de verbinding heeft aangelegd, dát is nog altijd in nevelen gehuld. Wél is duidelijk dat het werk vakkundig is uitgevoerd. Ondernemers op het bedrijventerrein spreken dan ook met bewondering over de raadselachtige wegenbouwer. “Ik denk dat hier een soort Batman van het bedrijventerrein aan de slag is geweest”, zegt een ondernemer. “Het is sowieso een legend.”
Volgens de ondernemers is de verbinding precies wat nodig was. Hoewel de doorgang maar net breed genoeg is voor verkeer uit één richting, levert dat al veel tijdwinst op. Bestuurders blijke in de praktijk netjes op elkaar te wachten wanneer er tegenliggers aankomen. (tekst gaat door onder de foto)
De illegale weg tussen Alkmaar en Heiloo zorgt voor gemengde reacties. (foto: Streekstad Centraal)
De gemeente Heiloo kijkt er toch heel anders tegenaan. Eerder werd al bekend dat de weg zonder vergunning is aangelegd. Daarom is een juridische procedure gestart om te achterhalen wie verantwoordelijk is voor de werkzaamheden. De gemeente wil de aanlegger aanspreken en verantwoordelijk houden voor de ontstane situatie.
Van der Wal begrijpt dat de gemeente moet optreden, maar vindt dat de discussie vooral laat zien hoe groot de behoefte aan de verbinding is. “Ik denk niet dat de dader zich moet melden. Dit is iets wat alle ondernemers al heel lang willen en wat de gemeente al jaren geleden had moeten realiseren.”
Een bootongeluk bij de Voormeer in Alkmaar heeft meer gevolgen voor de Amalia dan in eerste instantie gedacht. Het cruiseschip ontkwam weliswaar aan een volle aanvaring, maar nu blijkt een stang van de stuurinrichting krom. Daardoor is de Amalia nog zeker twee weken langer uit de vaart. “We huren nu een ander schip.”
Het is alweer drie weken geleden dat een flinke hotelboot de bocht in het Noordhollandsch Kanaal bij de Voormeer miste en tegen de Amalia en de boot die daar achter lag botste. Had het gevaarte een van de twee vol geramd, dan was deze zeker naar de bodem gegaan. Wat dat betreft valt het drama dus heel erg mee kapitein Yuri Roschar sprak nog van ‘mazzel’.
Maar ja, dan is het evengoed balen als de schade toch nog groter is dan aanvankelijk geïnventariseerd.
De Amalia ligt nu bij Damen in de Amsterdamse Oranjewerf . “We hebben gekeken of hij bij Witsen op het droge kon, maar zij hebben een rechte helling. Een geklonken schip als de Amalia kan dan vervormen en gaan lekken. De Oranjewerf heeft een langshelling en dan is dat geen probleem.” (tekst gaat door onder de foto)
Schipper Yuri Roschar beseft dat het erger af had kunnen lopen, maar toch zijn er zorgen. (foto: Streekstad Centraal)
Inmiddels is zo’n beetje alle schade gerepareerd: het roer, het hekwerk en de deuk in de achtersteven zijn allemaal weer in orde. Ook zijn de keerringen van de stuurcilinder vervangen. “Zeg maar de pakkingen die de olie in de cilinder houden”, legt Roschar uit.
“Maar bij de controle bleek dat de stang krom was en zo’n onderdeel ligt niet zomaar ergens op de plank. We hebben dus toch maar voor reparatie gekozen, maar dat kost evengoed nog twee weken. Voor een klein bedrijf is dat best wel een drama. Het is nu hoogseizoen.”
Wel is meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om extra werk te laten verrichten. “We hebben meteen de boegschroef laten vervangen, die had te eigenlijk te weinig vermogen. De nieuwe heeft twee keer zo veel vermogen”, vertelt de eigenaar. “We hebben ook meteen nog wat schilderwerk laten doen. Morgen gaat ie het water weer in.” (tekst gaat door onder de foto)
De Amalia op het droge voor de noodzakelijke herstelwerkzaamheden. (foto: Alkmaar Cruises)
Om in de tussentijd toch te kunnen varen huurt Yuri Roschar telkens een schip van een andere rederij als vervanger voor de vertrouwde Amalia. “We varen nu onder eigen vlag op een andere boot, met daarop een deel van onze eigen bemanning en de bemanning van het andere bedrijf.”
Dat zal aardig in de winst vreten. “Nou, ik hou er zo helemaal niks aan over”, reageert hij direct. Deze noodoplossing is dus vooral bedoeld om aan het werk te blijven en gasten niet teleur te hoeven stellen.
“Ik hoop dat de verzekering het allemaal gaat dekken”, zegt Roschar. Daarmee doelt hij niet alleen op de reparatiekosten, maar ook op de boothuur om toch te kunnen varen. “Het hangt echt van de verzekeraar af.”
Dat een Alkmaarse architectenbureau meedoet aan een ontwerpwedstrijd in Catalonië is al opmerkelijk genoeg. Maar BRTArchitecten, die samen met Cantallops Vicente Arquitectes tekende aan een vernieuwde campus voor ESDI Higher School of Design, ging verder dan dat. De visie sprak zó aan dat ze de wedstrijd wonnen en nu klaar zijn voor de volgende stappen.
ESDI is gevestigd in Sabadell, een zelfstandige stad in de directe nabijheid van Barcelona. Het opleidingsinstituut is gespecialiseerd in design, van mode tot architectuur. Daar ligt ook meteen de link met BRTArchitecten uit Alkmaar: Marc de Rooij, van dit bureau, heeft hier ooit college gegeven.
“ESDI valt onder Universitat Ramón Llull”, legt De Rooij uit in gesprek met Streekstad Centraal. “In 1989 richtte een stichting de universiteit op om de oude textielindustrie in Sabadell een boost te geven.” Vandaar dat mode en design er zo op de voorgrond staan. (tekst gaat door onder de foto)
Het nieuwe ontwerp moet meer licht in de universiteit brengen. (render: BRTArchitecten / Cantallops Vicente)
Sabadell had een grote textielindustrie, met ook de fabrieken en bedrijfspanden die daarbij horen. In zo’n gebouw bevinden zich de aula’s en kantoren van ESDI. Maar een deel van het complex staat nog leeg, zag De Rooij, en dat terwijl er zo’n vraag is naar studentenwoningen. “Wij dachten: dat is een kans om studenten op je campus te houden, zodat het een plek wordt waar ideeën ontstaan.”
Een ‘sticky campus’, dát was het toekomstbeeld dat De Rooij en zijn collega’s schetsten. “Wat wij uiteindelijk hebben gemaakt is groter dan de vraag van de wedstrijd eigenlijk was. We wilden het echt breder trekken. En juist dat sprak ze aan.”
Andere ontwerpers focusten vooral op de technische kant van de prijsvraag, keken naar oplossingen om moderne installaties in het gebouw te krijgen. Cantallops Vicente en BRTArchitecten kwamen met iets heel anders: licht, ruimte, groen. Een gebouw dat mensen uitnodigt om elkaar te ontmoeten. (tekst gaat door onder de foto)
Het nieuwe groene plein geeft de universiteit extra aantrekking, verwachten de ontwerpers. (render: BRTArchitecten / Cantallops Vicente)
“Als je nu binnenkomt is het vrij donker, maar er is een trappenhuis met een atrium”, legt De Rooij uit. Die natuurlijke lichtinval, in combinatie met de relatieve koelte van de kelderruimtes van het oude gebouw, is in de nieuwe plannen uitgewerkt tot een grote patio van boven tot onder. Wel zo fijn in een warm land.
“Maar Spanje is natuurlijk ook: buiten leven, elkaar buiten ontmoeten”, haalt De Rooij aan. De buitenruimte van ESDI is nu een saaie parkeerplaats tussen de blokken in, met een hek ervoor. Dat zien De Rooij en zijn collega’s graag anders: “Dat moet het groene hart van de universiteit worden!”
Buiten les geven, of er genieten van een filmfestival, live muziek, een voetbalwedstrijd – de gewonnen WK-finale nog vers in het geheugen. De Rooij ziet het voor zich en de mensen van de universiteit gaan graag mee in dat toekomstbeeld.
“Het is ook wel de universiteit van Sabadell, je moet ook iets aan de stad teruggeven. Met deze ruimte kun je veel meer. Dat is ook het verhaal waarmee je naar investeerders kunt stappen. Het is een modeschool, dan kan er ook een winkeltje bij. Dat zijn de ideeën waar we mee spelen.”
In september nemen de ontwerpers en de universiteit de volgende stappen om dit allemaal mogelijk te maken. De Rooij beseft dat zijn plannen ambitieus zijn. Maar juist door er wat meer visie in te leggen kreeg hij de universiteit mee en dat geeft vertrouwen voor het verdere proces. De Rooij spreidt zijn handen: “We moeten het zó breed trekken. We vonden het nodig om een verhaal te vertellen. Dat heeft gewerkt.”